10-04-10

Jan van Mersbergen

 

De Nederlandse schrijver.Jan van Mersbergen werd geboren in Gorinchem 10 april 1971. Hij studeerde HBO Cultuur en Beleid en Cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte onder andere als stratenmaker, als opperman in de bouw, als proefdierverzorger, als postbode, maar voornamelijk in het theater; als producent, productieleider, decorbouwer, fondsenwerver en administrateur. Sinds 2000 houdt hij zich serieus bezig met schrijven. In 2001 debuteerde van Mersbergen met de roman De grasbijter, die genomineerd werd voor de jaarlijkse Debutantenprijs. In 2003 verscheen zijn tweede roman De macht over het stuur, in 2005 gevolgd De hemelrat en Morgen zijn we in Pamplona in 2007. Zijn vijfde roman, Zo begint het, verscheen in 2009.  Sinds januari 2010 is hij redactielid van literair tijdschrift De Revisor.

 

Uit:De grasbijter

 

“Bij de knotwilg met de brandnetels gooide hij de emmer in het gras, schopte de brandnetels en de distels uit elkaar en bukte zich. In de holte onderin de boom vond zijn hand vier grote eieren. Hij kwam moeizaam overeind. Verdomde kippen, zei hij. Hij liet de eieren door zijn hand rollen en keek de boomgaard in. Cees, riep hij. De hond kwam aangerend. Hij liet hem de eieren zien.

Wat zijn dat? Nou?

Cesar stond voor hem.

Nou?

Cesar keek hem recht aan, met zijn gele holle ogen, zijn voorpoten op een tak van de oude dooie appelboom.

Eieren. Het zijn eieren. Van kippen heb ik eieren. En van jou? Niks. Drollen. En een dot herrie. Verder niks.

Hij nam een ei in zijn rechterhand en slingerde het de boomgaard in. De hond rende er achteraan. Sukkel, zei hij en hij draaide zich om en hoorde het ei kapot vallen. De hond blafte. Hij nam de emmer op, legde de eieren erin en liep naar het hek. Toen hij het touw van de spijker haalde keek hij om. De hond blafte tegen het kapotte ei. Enorme sukkel, mompelde hij. En harder: Cees, eten.

De hond rende naar hem toe en ging hem voor door het hek. Een van de schapen blaatte luid. Jullie komen straks aan de beurt, dacht hij en tegen Cesar zei hij: Die schapen daar die vreten wel veel maar daar heb ik wol van, eens in de zoveel tijd.

In de keuken draaide hij een blik voer open en met een vork schepte hij wat in een metalen bak en prakte het fijn. De hond stond piepend en kwispelend naast hem.

Hier.

Hij zette de bak op de plavuizen.

Bedankt hè.

Hij legde de eieren op het aanrecht. Toen hij zich naar de koelkast boog zag hij de moddersporen op de vloer. Godsamme, zei hij en hij opende de deur, schopte zijn laarzen uit tegen de dorpel, sloot de deur weer en veegde de stukken modder met zijn sokken aan de kant. Hij nam de koffiekan, goot er water in, zette een bruin filter in de houder en vulde het met koffie. Het oranje lichtje brandde. In de koelkast vond hij een flink stuk kaas. Er lag nog brood in de kist en hij bakte de eieren in een grote pan met kaas en met veel peper. Het koffiezetapparaat pruttelde en vanuit de verte klonk het donkere geblaat van het schaap. Langzaam dronk hij de koffie, zijn handen om de warme beker.“

 

 

 
Jan van Mersbergen (Gorinchem, 10 april 1971)

19:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jan van mersbergen, romenu |  Facebook |

05-02-10

Geert Buelens

 

De Vlaamse dichter, essayist, columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Buelens debuteerde in 2002 met de bundel Het is. Dit debuut werd bekroond met de Lucy B. en C.W. Van der Hoogtprijs 2003 en werd genomineerd voor de C. Buddingh'prijs 2002. Drie jaar later verscheen de opvolger: Verzeker u. In december 2003 ontving Buelens van toenmalig Vlaams minister van cultuur Paul Van Grembergen de Vlaamse Cultuurprijs voor Essay 2000-2002 voor Van Ostaijen tot heden: zijn invloed op de Vlaamse poëzie. Met deze omvangrijke geschiedenis van de Vlaamse poëzie sleepte hij ook de Prijs van de Provincie Antwerpen voor Essay in de wacht. Voor een apart verschenen essay over dichtende politici kreeg hij de 'kleine' Jan Hanlo - essayprijs in 2003. Buelens werkte samen met Jan Goossens en David Van Reybrouck mee aan Waar België voor staat (2007). Buelens schreef voor De Morgen en was jarenlang redacteur van het literaire tijdschrift Yang, waarin hij gedichten en essays publiceerde. Dit was ook het geval voor onder meer Bzzlletin en Het liegend konijn. Buelens was gedurende enkele jaren docent aan de Universiteit Antwerpen. In mei 2005 maakte hij een overstap naar de Universiteit van Utrecht waar hij werd aangesteld als hoogleraar Nederlandse letterkunde.

 

 

Represaille 1

 

Het is een vorm van Japan
die gevuld wil
Hij wordt eruit gezet
en vecht zich dan terug naar binnen
Hij is bijzonder kwetsbaar
vooral aan de hoeken
waar nagels zitten

Wat doet hier toch dat leger
buigzwammen?
Maken ze geen misbruik
van hun peen en van hun
slag?
O - het leeuwendeel van de overmacht
plooit zich dubbel en dan
terug

Weer komt het goed

We slapen uit tot morgenvroeg

 

 

 

 

Verwant


Jij bent de engel die neemt
die altijd opnieuw door hologige blikken staart
en het leven afroept als een vraag

Wat als we het aflopen als een berg
wat als een teken dat verwijst en dan toch
het hart doorboort

Wat als een oord dat door geen mens bezocht
verkapt een dak aanbiedt

Ik schroef het hoofd eraf en giet het leeg
genoeg gekelderd en gekraakt

Ik stel de vraag opnieuw
en verwacht niet langer wat
als dit wat als dat

De wagen rijdt voor en kan zo vertrekken
de deur staat zo open als

 

 

 

 

Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

 

14:24 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geert buelens, romenu |  Facebook |

16-01-10

Uwe Grüning

 

De Duitse schrijver, vertaler  en politicus Uwe Grüning werd geboren op 16 januari 1942 in Pabianice bij Lodz, Polen en groeide op in Glauchau in Saksen. Hij studeerde van 1960 tot 1966 aan de Technische Universiteit Ilmenau en werkte daar vervolgens als assistent en senior assistent  tot hij in 1970 zijn titels behaalde. Van 1975 tot 1982 werkte hij als leraar techniek in Jena. Sinds 1966 publiceerde hij gedichten, essays en korte verhalen in bloemlezingen en tijdschriften. Een ander literair werk gebied is de vertaling van werken van Franse en Russische schrijvers, zoals Arthur Rimbaud, Valery Bryusov, Anna Achmatova. Sinds 1982 werkt hij als freelance schrijver. Vanaf de Duitse hereniging is hij ook politiek actief. Van 1990 tot 2004 zat hij in het Saksische parlement voor de CDU.

 

 

Sonett an die Form

 

Fäden, so zart, doch machtvoll ausgesendet
Vom Blütenduft zu einer Blüte Rand,
So wie der sonst unsichtbare Brillant,
Von eines Ringes Rund umspannt, uns blendet.

 

Der Phantasie Gestalten: hergewendet
und dann - gleich eilen Wolken - fortgesandt,
Leben Jahrhunderte, in Stein gebannt,
In einen Satz, geschliffen und vollendet.

 

Und ich, ich wünsch, daß alle meine Träume,
Zur Welt gelangt im flügelnden, im Wort,
Die Fäden fänden, die ersehnten Räume.

 

So seist du, Freund - leg nicht die Zeilen fort -
Berauscht vom Wohllaut, der die Verse füllt,
Und von der Lettern ruhig schönem Bild.

 

Valery Bryusov, vertaald door Uwe Grüning

 

 

 

Im gesunkenen Licht toter Städte

Die um Erkenntnis sich mühn
wie Betörte um Frauen:
Sie senden Faden und Pfeil
ins Labyrinth ihres Denkens.

 

Dunkel werden die Gänge,
niedrig und eng die Gelasse.

 

Wenn eine Spielzeugbahn
im Tunnel entgleist,
heben Kinderhände den Fels
und richten die Gleise.

 

Sie aber, denen die Füße
im Wildbach erstarrt sind:
Sie suchten die Quellen.

 

 

 

Uwe Grüning

 

 

 


Uwe Grüning (Pabianice, 16 januari 1942)

  

10:41 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: uwe grüning, valery bryusov, romenu |  Facebook |

25-12-09

De Kerstboom (Martinus Nijhoff)

 

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 

AltaarVensterBerlijnserDom
De Geboorte van Christus
Altaarstuk in de Berlijnse Dom, ontworpen door Anton Von Werner, 1905

 

 

 

De kerstboom

 

De kaarsen branden tusschen mandarijnen,

Sneeuwsterren, speelgoed en gekleurde noten.

De kind'ren zingen, en de dauw der groote

Oogen beweegt en blinkt in 't trillend schijnen.

 

Hoor hoe ze zingen: ‘Nu zijt wellekome’ -

'k Voel moeders hand weer die de mijne houdt,

En huiver bij den geur van 't schroeiend hout

Als toen ik zong: ‘Gij zijt van ver gekomen -’

 

En daar staat weer de stal van Bethlehem,

Sneeuw op het dak en licht door roode ramen! -

- Moeder, wij waren veel te lang niet samen,

- Ik heb het lied vergeten met uw stem.

 

Zij strijkt weer door mijn haar en zegt: ‘Ach jongen,

Elk jaar dat jij er niet bent bij geweest,

Meende ik je stem te hooren, hier op 't feest,

Vlak naast me en weenend als de kind'ren zongen -’

 

 

 

nijhoff_1913
Martinus Nijhoff  (20 april 1894 – 26 januari 1953)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van 25 december mijn vorige blog van vandaag.

12:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: martinus nijhoff, romenu, kerst, kerstmis |  Facebook |

15-12-09

P. C. Hooftprijs 2010 voor Charlotte Mutsaers

 

De Nederlandse schrijfster en schilderes  Charlotte Mutsaers krijgt de P.C. Hooftprijs 2010 voor proza. De 67-jarige auteur van romans als Koetsier herfst en Rachels Rokje is de eerste vrouw sinds Hella Haasse (1983) die de prijs voor proza krijgt. Zie ook mijn blog van 2 november 2009.

 

Uit:  Koetsier Herfst

 

“De dag na mijn vijftigste verjaardag droomde ik dat ik gewurgd werd. Ik wou de wurgende handen losmaken van mijn nek maar dat ging niet, het waren de handen van mijzelf. Toen heb ik gedacht: ik leef verkeerd. Als ik zo doorga, verknal iik gegarandeerd mijn hele toekomst.
Nog geen uur later ben ik mijn geluk gaan zoeken in het Vondelpark. En blijkbaar was ik erg gemotiveerd want ik had het in no time gevonden.
Ach, als geluk toch eens iets blijvends was. Maar wacht, laat ik me eerst even voorstellen.

Gegroet lezer. Ik draag geen pacemaker, ik voel overal nattigheid, ik draag altijd pyjama’s in bed, mijn zwarte haar wordt nog nauwelijks grijs, ik zwem in oud geld en ontbeer dus diplomatie en handelsgeest, ik voel me van geen enkel dier de meerdere, ik ben van mening dat Jorma Ollila een van de grootste denkers is van deze tijd, ik heb een vrouw bemind die wegliep met Bin Laden, mijn heftigste angst is bij mijn dood door niemand omringd te zijn, mijn beroep is schrijver en ik heet MauriceMaillot. Aangenaam.

Mijn ouders behoorden tot de eerste prisoners of compassion. Ik hield zielsveel van ze maar heb ze helaas niet anders gekend dan in het gevang. Ze hadden levenslang omdat ze in de zomer van 1953 het Duitse circus Kalthoff hadden opgeblazen. Het ging om een nijlpaard. Zijn naam was Benkali. De circusdirectie wou van hem af omdat hij vanwege zijn vergevorderde leeftijd geen kunstjes meer kon vertonen, en had zijn bassin opgewarmd tot meer dan honderd graden. Zo werd Benkali levend gekookt en kon Kalthoff een forse poet van de verzekering incasseren.
Bij deze aanslag kwamen eenenzestigmensen om. Spijt hebben mijn ouders nooit betuigd. Al hun medeleven is naar het nijlpaard uitgegaan.
Ik was nog maar net geboren. Mijn familie wou toen niets meer van me weten en transporteerde me met wieg en al naar Ruud en Agaath van Zanten-Kolf, een kinderloos patriciërsechtpaar in de Amsterdamse Lomanstraat.
Voor het leven getekend maar wel met een bankrekening.

Zodra ik groot genoeg was, mocht ikmee naar de gevangenis. Dan zei ik: ‘Dag Pappa, dag Mamma, hier ben ik. ’Maar zijzelf waren er niet, dat wil zeggen, er was haast niets meer van ze over. Achter het glas troonden twee geslachtloze schimmen met de armen omelkaar heen, een zwijgzaamrotsblok vanmedeplichtigheid. Het enige wat er nog uitkwam was: ocharmen.
Toch is het dit rotsblok geweest dat mij nog kracht en levensmoed heeft geschonken. Omdat ik merkte dat het ommij gaf, dat hetmetmemeeleefde, dat het zich hoe dan ook ommij bekommerde. Een rotsblok blijft niettemin een rotsblok.
Het is hard.“

 



MUTSAERS

Charlotte Mutsaes (Utrecht, 2 november 1942)



Simone van der Vlugt

De Nederlandse schrijfster Simone van der Vlugt werd geboren in Hoorn op 15 december 1966. Geïnspireerd door Kruistocht in Spijkerbroek (1974) van Thea Beckman (1923-2004) stuurde zij op haar dertiende voor het eerst manuscripten voor historische verhalen naar een uitgever. Die wees haar werk af, maar raadde haar aan om door te gaan met schrijven. Ze ging Nederlands en Frans studeren aan de lerarenopleiding in Amsterdam, waar ze onder meer les kreeg in jeugdliteratuur en creatief schrijven. Na haar studie ging ze fulltime werken als secretaresse bij een bank en schreef ze in de avonduren aan een verhaal over de heksenvervolging, De amulet, waarmee ze in 1995 debuteerde bij de Rotterdamse uitgeverij Lemniscaat. Het boek werd getipt door de Nederlandse Kinderjury. Een reeks historische jeugdboeken voor de leeftijdscategorie 13+ volgde. In het najaar van 2004 debuteerde ze met De reünie als schrijfster van volwassenenliteratuur. Daarbij liet ze zich inspireren door de literaire thrillers van Nicci French. In 2005 verscheen Schaduwzuster en in 2007 Het laatste offer.

 

Uit: De bastaard van Brussel

„Hij ligt op het keiharde bed en kan niet slapen: zijn lichaam is verkrampt van de kou.
Zijn celgenoot ligt zachtjes te zingen, iets religieus, en het geruststellende geluid van een stem vlak bij hem voorkomt dat Crispijn verpletterd wordt door duisternis, stilte en paniek. Hij ligt op zijn zij, staart naar de kille, afwerende muur naast hem en laat zich meevoeren door het zachte gezang. Het zou troostend kunnen werken als de angst in de stem van de man niet zo duidelijk hoorbaar was.
Hoeveel ketters, of vermeende ketters, liggen hier in de duisternis bijeen, van elkaar gescheiden door vochtige muren? Niets verstoort de stilte van de nacht, op druk geritsel en getrippel na waar Crispijn liever niet te lang bij stilstaat.
Vlak voor hij besloot te gaan slapen, was zijn celgenoot naar hem toe geschuifeld en had hem een stuk brood gegeven.
`Eet het niet op, ’ had hij gezegd. `Bewaar minstens de helft en leg het naast je, op je brits.’
`Waarom?’
`Dat zul je wel merken.’
Op de tast zoekt Crispijn het stuk brood en eet het op – alles. Als die vent denkt dat hij zich zo gemakkelijk laat bestelen, is hij niet goed wijs. Hij gaat op zijn rug op zijn bed liggen en staart naar de hanenbalken boven zijn hoofd. Hij denkt aan Eva en die gedachte vrolijkt hem niet op. Is ze ontkomen of zit ze hier ook ergens in het Broodhuis? Een kind van elf… Het zou niet voor het eerst zijn. En Hans? Wat is er met Hans gebeurd?
Hij sluit zijn ogen en dwingt zijn gedachten een andere kant op – maar zoveel kanten zijn er niet.“

 

 

 

 

 Simone van der Vlugt (Hoorn,15 december 1966)

 

 

 

11:26 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: simone van der vlugt, romenu |  Facebook |

15-10-09

A. F.Th. van der Heijden, Friedrich Nietzsche, Michail Lermontov, P.G. Wodehouse, Italo Calvino, Tessa de Loo, Mario Puzo, Vergilius

 

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2006 en ook mijn blog van 15 oktober 2007 en ook mijn blog van 15 oktober 2008.

 

Uit: The Movo Tapes

 

Now that all parties directly involved are dead (only Movo’s daughter Jolente is still alive), I can finally unfold the story in its entirety. For my own entertainment and that of my fellows, all of whom still possess their own name.
Movo died six months ago, just before his fiftieth birthday. Since then, Jolente has been working with two employees of the Constantijn Huygens Institute on a compilation of excerpts from her father’s impossible magnum opus
God’s Poems. The book has been announced for next autumn and will be published by De Spiegel, an imprint of the Hoek Keizersgracht-Spiegelstraat publishing company. It’s been in the papers and even made the TV news. I was moved to see that Hoek had survived all the mergers and reorganisations, as well as rising illiteracy, despite years of having to cope without the free advice of Movo’s grandfather, Olle Tornij. Their offices hadn’t even moved, they were still in the old building on the corner of Keizersgracht and Spiegelstraat. It seemed that they now came under the umbrella of an even larger group: Uitgeverijen Nederland & Vlaanderen BV, soon to be subsumed within European Publishers Ltd. The “highly distinctive character? of De Spiegel’s list would not be compromised, I read. Excellent, that means that Movo’s God’s Poems will reach the public, who for the first time will be able to read a book that cannot humanly be written, it testifies to that and bears the traces of that impossibility. Wonders will never cease.“

 

 

 

Uit: Der Anwalt der Hähne Vertaald door Helga van Beuningen)

 

„Montag, 29. April 1985

Er hätte besser daran getan, allein seinem Geruchs- und seinem Geschmackssinn zu trauen, und auch nur so weit, wie sie ihn seine eigene Verrottung riechen und schmecken ließen: Was sein Ohr auffing, war durch Angst bis zur Unkenntlichkeit verzerrt, unter seiner Berührung erhielten die Dinge auf der Stelle eine andere Haut, während seine Augen, sogar weit geöffnet, kaum mehr etwas anderes sahen als das Schauspiel, das sein vergiftetes Hirn für sich selbst inszenierte.

»Weg da. Weg, sag ich.«

Der erste verschaffte sich Zugang durch das Souterrainfenster, der zweite, indem er die Eingangstür mit einer Brechstange aufstemmte, woraufhin ein Dritter und ein Vierter sich an einem Seil im Lichthof herunterließen, an dem die Schlafzimmerfenster lagen. »Ksstt ... haut ab! Laßt mich in Frieden.«

Nein, es war kein Traum. Er träumte nicht. Er schlief nicht. Er war schmerzhaft wach. Er hörte sie ins Haus eindringen einen nach dem anderen, zum Teil auch zu mehreren zugleich, konnte ihnen aber mit dem Gehör schon bald nicht mehr folgen. Immer wieder verlor er die Spur der Geräusche, und dann war es wieder still - bis erneut irgendwo ein Fenster aufgehebelt wurde. »He, ihr da. Macht, daß ihr wegkommt! «

  

 

afth
A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

 

 

 

De Duitse dichter, filosoof, filoloog en schrijver Friedrich Nietzsche werd geboren op 15 oktober 1844 in Röcken ten zuidwesten van Leipzig. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2008.

 

 

Diesen ungewissen Seelen

 

Diesen ungewissen Seelen

Bin ich grimmig gram.

All ihr Ehren ist ein Quälen,

All ihr Lob ist Selbstverdruß und Scham.

 

Daß ich nicht an ihrem Stricke

Ziehe durch die Zeit,

Dafür grüßt mich ihrer Blicke

Giftig - süßer hoffnungsloser Neid.

 

Möchten sie mir herzhaft fluchen

Und die Nase drehn!

Dieser Augen hilflos Suchen

Soll bei mir auf ewig irregehn.

 

 

 

 

Nach neuen Meeren

 

Dorthin - will ich; und ich traue

Mir fortan und meinem Griff.

Offen liegt das Meer; ins Blaue

Treibt mein Genueser Schiff.

 

Alles glänzt neu und neuer,

Mittag schläft auf Raum und Zeit -

Nur dein Auge - ungeheuer

Blickt mich's an, Unendlichkeit!

 

 

 

 

Das trunkene Lied

 

O Mensch! Gib acht!

Was spricht die tiefe Mitternacht?

"Ich schlief, ich schlief -,

aus tiefem Traum bin ich erwacht: -

Die Welt ist tief,

und tiefer als der Tag gedacht.

Tief ist ihr Weh -,

Lust - tiefer noch als Herzeleid:

Weh spricht: Vergeh!

doch alle Lust will Ewigkeit -,

- will tiefe, tiefe Ewigkeit!"

 

 

 

 

friedrich_nietzsche

Friedrich Nietzsche (15 oktober 1844 – 25 augustus 1900)

Portret door Edvard Munch

 

 

 

 

De Russische dichter en schrijver Michail Joerjevitsj Lermontov werd geboren op 15 oktober 1814 in Moskou. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2006. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2008.

 

 

Der Engel

 

Den Mitternachtshimmel ein Engel durchzog,
Sang leise ein Lied, als er flog,
Der Mond und die Sterne, die Wolken gesamt,
Sie lauschten dem heiligen Liede gebannt.

Er sang von der Seligkeit sündloser Seelen
In den Gebüschen der Gärten von Eden,
Er sang von der göttlichen Größe, sein Lob
Keinesfalls trog.

Er trug eine Seele, die jung war, im Arm
In eine Welt voller Tränen und Harm;
Der Ton seines Lieds in der Seele noch lang
Lebendig auch ganz ohne Worte erklang.

Sie quälte im Weltlauf noch lange sich still
Von herrlicher Sehnsucht erfüllt,
Nie konnte verdrängen den himmlischen Klang
Der irdische, öde Gesang.

 

 

 

Schwarze Augen

 

Sommernacht hat viele Sterne;
Warum du nur ihrer zwei?
Südens Augen! Tiefe Schwärze!
Trafen uns zur schlechten Zeit.

Wer auch fragt, die Sternennächte
Sprechen nur vom Himmelsglück;
Schwarze Augen, eure Sterne
Sind mein höllisches Entzücken.

Südens Augen, schwarze Augen,
Las der Liebe Urteil hier,
Tages- und auch Nachtgestirne
Seid ihr seit dem Zeitpunkt mir! –

 

 

 

 

Herbst

 

Laub im Feld hat angefangen
Gelber kreisend zu entfliehn;
Nur im Nadelwald die Tannen
Hängen voller finstrem Grün.
Unter Felsens Überhange
Liebt's der Schnitter schon nicht mehr,
Zwischen Blumen auszuspannen
Mittags von der Arbeit schwer.
Instinktiv fliehn wilde Tiere
Irgendwo in ihr Versteck.
Blasser Mondschein: nur noch silbern
Glänzt im Nebel schwach das Feld.

 

 

 

Lermontov
Michail Lermontov (15 oktober 1814 - 27 juli 1841)
Portret door A. Chelyshev

 

 

 

De Brits-Amerikaanse schrijver Grenville Wodehouse werd geboren op 15 oktober 1881 in Guildford. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2006 en ook mijn blog van 15 oktober 2008.

 

Uit: Uncle Fred in the Springtime

 

“That pig is too fat.”

“Too fat?”

“Much too fat. Look at her. Bulging.”

“But my dear Alaric, she is supposed to be fat.”

“Not as fat as that.”

“Yes, I assure you. She has already been given two medals for being fat.”

“Don’t be silly, Clarence. What would a pig do with medals? It’s no good trying to shirk the issue. There is only one word for that pig—gross. She reminds me of my aunt Horatia, who died of apoplexy during Christmas dinner. Keeled over halfway through her second helping of plum pudding and never spoke again. This animal might be her double. And what do you expect? You stuff her and stuff her and stuff her, and I don’t supposed she gets a lick of exercise from one week’s end to another. What she wants is a cracking good gallop every morning and no starchy foods. That would get her into shape.”

Lord Emsworth has recovered the pince-nez which emotion had caused, as it always did, to leap from his nose. He replaced them insecurely.

“Are you under the impression,” he said, for when deeply moved he could be terribly sarcastic, “that I want to enter my pig for the Derby?”

The duke has been musing. He had not liked that nonsense about pigs being given medals and he was thinking how sad all this was for poor Connie. But at these words, he looked up sharply. An involuntary shudder shook him and his manner took on a sort of bedside tenderness.

“I wouldn’t, Clarence.”

“Wouldn’t what?”

“Enter this pig for the Derby. She might not win, and then you would have had all your trouble for nothing.”

We jump forward about 70 pages. Here the Duke is now discussing Lord Emsworth and his pig with Lord Ickenham. The Duke again begins the exchange.

“Here are the facts. He’s got a pig, and he’s crazy about it.”

“The good man loves his pig.”

“Yes, but he doesn’t want to run it in the Derby.”

“Does Emsworth?”

“Told me so himself”

Lord Ickenham looked dubious.

“I doubt the stewards would accept a pig. You might starch its ears and enter it as a greyhound for the Waterloo Cup, but not the Derby.”

“Exactly. Well, that shows you.”

“It does, indeed.”

 

  

 

wodehouse
P.G. Wodehouse (15 oktober 1881 – 14 februari 1975)

 

09-09-09

C. O. Jellema, Cesare Pavese, Hana Androníková

 

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen.Zie ook mijn blog van 8 juni 2007 en mijn blog van 9 september 2006

 

 

Terhorst (2)

 

 Wat ik jou liet zien: de jeneverbessen,

 wat er over is van de hei, de paden

 die ik ken hier, waar is. Want wat ik zie is

 niet te bekijken.

 

 Toegevoegd nu jij aan de beelden, dierbaar

 beeld, gedacht ook vroeger in deze scène

 reeds, al was niet jij het en niemand die ik

 kende dan dromend.

 

 Nam ik jou wel waar? Gaat het mij niet altijd

 om herdenking? Zo de jeneverbessen,

 zwijgend dicht bijeen, nu herinnerd zonder

 jou pas ondenkbaar.

 

 Waarom zwijgend? Vorm in zichzelf, gestalte,

 zomer, winter, niets te verliezen zoals

 bomen blad,-hun blijvend gelijk, gerede

 vorm voor gedachten.

 

 Komen in de schemer tot leven, lijken

 sprekend dat wat ik in hen vrees, mijn eigen

 angst van toen, van kind voor het raam, de wereld

 duister daar buiten.

 

 Ben jij zo ook? Enkel de vorm waarin ik

 denk? Verander jij in de schemering straks

 ook? Als ik, en weer voor een raam, de angsten

 ken voor het vreemde -

 

 Wie ben jij dan, wat had ik lief in jou toen

 wij daar waren, ik jou liet zien de hei, maar

 welke, paden, welke - want nooit zal ik het

 zien met jouw ogen.

 

 

 

 

In de koude voorjaarsnacht

 

Je denkt symbolen uit. Telkens dat wonder
hoe jou iets invalt bij de dingen die
je ziet. Wat er op wijst: je kunt niet zonder.
Jouw rêverie.

 

Verdichtingen. Verboden op te lossen.
Wat het betekent staat er maar eenmaal:
zo zingt 's nachts in brandnetelbossen
de nachtegaal.

 

Jouw rêverie: de leemte in te vullen
die elk ding is. Je zet jezelf te kijk.
Een nachtegaal die niets blijkt te onthullen:
onsterfelijk.

 

Symbool voor wat? Een parelzang waartegen?
Een ogenblik triomf en dan verval.
Verraadselingen. Die dat juist verzwegen:
jij wist het al.

 

En toch, je wist het al, verbintenissen. 
Home-made allicht.
Daarom hopeloos heel.
Waarin je bent. Je kunt jezelf niet missen,
als woord te veel.

 

Maar ook die ander heb je ingesponnen:
een mens valt samen met een beeld in taal.
Blijft, ongezien gehoord, onoverwonnen,
de nachtegaal:

 

er is geen houden aan- jij wilt behouden,
onuitgesproken, maar je spreekt het uit -,
wat rest jou als zo'n vogel in de koude
voorjaarsnacht fluit?

 

Je denkt symbolen uit. Verzingt de vragen.
't Mooist is altijd wat daarover weer zwijgt,
een beeld om niet, dat in zchzelf voldragen
jou overstijgt.

 

 

 

 

Jellema

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

Portret door Jacqueline Kasemier

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Cesare Pavese werd geboren in Santo Stefano Belbo op 9 september 1908.

 

 

Ancestors

 

Stunned by the world, I reached an age

when I threw punches at air and cried to myself.

Listening to the speech of women and men,

not knowing how to respond, it's not fun.

But this too has passed: I'm not alone anymore,

and if I still don't know how to respond,

I don't need to. Finding myself, I found company.

 

I learned that before I was born I had lived

in men who were steady and firm, lords of themselves,

and none could respond and all remained calm.

Two brothers-in-law opened a store--our family's

first break. The outsider was serious,

scheming, ruthless, and mean--a woman.

The other one, ours, read novels at work,

which made people talk. When customers came,

they'd hear him say, in one or two words,

that no, there's no sugar, Epsom salts no,

we're all out of that. Later it happened

that this one lent a hand to the other, who'd gone broke.

 

Thinking of these folks makes me feel stronger

than looking in mirrors and sticking my chest out

or shaping my mouth into a humorless smile.

One of my grandfathers, ages ago,

was being cheated by one of his farmhands,

so he worked the vineyards himself, in the summer,

to make sure it was done right. That's how

I've always lived too, always maintaining

a steady demeanor, and paying in cash.

 

And women don't count in this family.

I mean that our women stay home

and bring us into the world and say nothing

and count for nothing and we don't remember them.

Each of them adds something new to our blood,

but they kill themselves off in the process, while we,

renewed by them, are the ones to endure.

We're full of vices and horrors and whims--

 

 

 

 

 

pavese
Cesare Pavese (9 september 1908 – 27 augustus 1950)

 

 

 

 

De Tsjechische schrijfster Hana Androníková werd geboren op 9 september 1967 in Zlín.

 

Uit: The Sound of the Sundial

 

„He won her round. She tempered the punishment to one week. Seven days, seven nights and indescribable torment. Every day I watched the ice on the river and begged it to hold on. By the time the penalty expired, the river was awash with gigantic chunks of ice. That was annoying, but even these chunks of ice were better than nothing. The boys and I had a whale of a time. We got hold of sticks and poked at the pieces; soaking wet and frozen stiff we would dare each other to cross the river dry-shod. We jumped from one lump of ice to the next right across to the other bank. I was balancing on one piece when she suddenly appeared. Mum. I could never figure out how it was that she almost unfailingly caught me when I was up to something naughty. I knew I was in for it again. It could be total grounding with some unpleasant chore on top. “Now you’ve had it,” she would say on such occasions.
I jumped onto one lump of ice close to the bank, rammed my stick into the water and waved dashingly at Mum so the lads wouldn’t think I was under her thumb. What came next was the work of a second. My stick snapped. The ice, rocking and slippery, Mum’s wild staring eyes, her mouth wide agape and the implacable weight of my own body. A short flight, or rather free-fall. A loud plop. Down under the water I went. Pins and needles, a pain like knives, shards of glass. I’ve no idea how I got out of the water or how they hauled me off home. Lost memory came flowing back with warm water. A bath and Mum’s hands, her soothing voice. Then I blacked out again. Dad was there in a kind of mist, carrying me in his strong arms. He was saying something to Mum, in firm, blunt terms. I was still feverish as I returned to the sultry streets of Calcutta.
Everything was dark and black like Savitri’s eyes. At the height of that hot Indian summer I fell in love for the first time.
I can’t now remember why, but I had crawled out of bed earlier than usual. In the corridor I ran across Kavita. She was standing by a window that gave onto the street, arms akimbo as if trying to arrest the
avalanche of fat that flowed over her hips. When she registered my presence she cried: “Come and see! Just look at that gutter-snipe of the Sivors! What trash!”
Kavita and Zam shared an obvious contempt for anyone of a lower caste, the scrounging riff-raff that lounged about the streets of Calcutta.“

 

 

 

 

HanaAndroníková
Hana Androníková (Zlín, 9 september 1967)

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers  ook mijn blog van 9 september 2007 en ook mijn blog van 9 september 2008.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

26-05-09

Alan Hollinghurst, Hugo Raes, Radwa Ashour, Ivan O. Godfroid, Isabella Nadolny, Vítězslav Nezval, Maxwell Bodenheim, Edmond De Goncourt, Mary Wortley Montagu, Xavier Roelens

 

De Britse schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook mijn blog van 26 mei 2007 en ook mijn blog van 26 mei 2008.

 

Uit: The Spell

 

He wondered if the boy had lost the way. They had started out on a driven track half-covered with small noisy stones; but it faded, was found again for half a mile, where it followed the rim of a dry wash, and then died away among the windswept contours and little dusty bushes of the desert. The pick-up roared on across long inclines of grey dirt. The boy kept his foot down and stared straight ahead, as if unable to consider the possibilities that lay to left and right. He was almost smiling -- Robin couldn't decide if from nerves or from the pleasure a local person has in scaring and disorienting a stranger. An empty bottle rolled and clinked against the metal supports of the bench-seat. Robin sat with his forearm braced in the open window, and grunted involuntarily at each bump and drop: academic research had never been so wayward or so physical. He found that he was smiling too, and that he was not only shaken but happy.

    They reached a low crest and there beneath them spread thirty or forty miles of silvery waste, crossed by the quick eclipses of windy sunlight; the wide plain was rifted with gulleys and dry riverbeds, and climbed distantly to mountains which were radiant towers in the west and unguessable obscurities in the blackly shadowed south. This was what he wanted to see: it was what had brought a rich man and his architect here half a century ago. It wasn't a terrain that could be ploughed or grazed or humbled by use: nothing could have altered unless by the gradual violence of winds and storm rains. The pick-up slowed, and Robin imagined that even his guide, who had surely seen nothing but this country all his life, was responding to its magic or its admonishment.

`What are those mountains called?' he shouted over the churning of the engine and the racket of stones and grit against the bottom of the vehicle. The boy looked stoopingly across, and out beyond Robin at the morning-bright bluffs to the west. He nodded several times, perhaps he had only understood the word mountains, or was hesitating before so many mountains, with so many names.“

 

 

 

hollinghurst1

Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver Hugo Raes werd geboren in Antwerpen op 26 mei 1929. Zie ook mijn blog van 26 mei 2007 en ook mijn blog van 26 mei 2008.

 

 

van A naar M loopt de rechte  (fragment)

 

van A naar M loopt de rechte.

Van M vertrekt ze in een boog, ze is vertrokken.

Ze vordert feilloos en zuiver maar dik.

Het is een punt dat vordert, oprukt, traag en nauwkeurig.

En zichzelf achterlaat in tweede dimensie.

Over X tijdseenheden zal de tocht voltrokken zijn en hoog en volledig.

M is een rode stip.

Hier eindigt het bewegende punt.

De overgang van het rekkend zwarte punt in het rode stabiele punt is

niet zichtbaar, er is geen grens, geen dooreenvloeiing.

 

Sterk schuin omhoog loopt de rechte T' X'.

De andere lijnen kruisen mekaar op verschillende afstanden en niveaus.

De boog van het cirkelsegment verdwijnt in het niet aan twee zijden in

de verre schemerverte waar verder niets te zien is.

Er verschijnt een stip.

Een punt ontstaat in de nabijheid van N' en verdwijnt tegelijkertijd

dadelijk opnieuw.

De omgeving is nu als voorheen.

De lijnenruimte verbleekt alsof lichtend ze wordt.

Bij O is er een bol gekomen van niet te schatten grootte.

 

 

 

 

Raes

Hugo Raes (Antwerpen, 26 mei 1929)

 

 

 

 

 

De Egyptische schrijfster en literatuurwetenschapster Radwa Ashourwerd geboren op 26 mei 1946 in Caïro. In 1967 studeerde zij af in Engelse literatuurwetenschap. Daarna specialiseerde zij zich in Vergelijkende Literatuurwetenschap. Zij doceert tegenwoordig aan de Ain Shams universiteit in Caïro. Daarnaast schrijft zij romans, korte verhalen en kritieken.

 

Uit: Siraaj.An Arab Tale (Vertaald door Barbara Romaine)

 

“Amina is afraid of the sea, but to her heart she pretends otherwise: she gets up before the rooster crows, and begins her day by going down to the beach. She stares through the darkness out to sea and whispers a prayer. After that she makes her way to the port and inquires, "Any news?"

"No news."

She walks along the path that leads to the hill, then begins her ascent to the high house. She passes by the dungeon and hears the murmurs and muffled voices. She continues the climb to the women's quarters, which are wrapped in silence and the crash of the waves.

By the time she reaches the kitchen courtyard, the darkness has faded and the sky has burst into the colors of sunrise. "Bismillah al-rahman al-rahim," she says, as she hauls out the sacks of flour and commences opening them one after another. Then she begins the process of sifting. The other women don't arrive until after Amina has finished kneading the dough and left it to rise. The women flock to their tasks, while the slaves carry in the daily provisions of fresh-killed meat, baskets of fish, and crates of fruits and vegetables.

After the call to afternoon prayer, Amina knots her handkerchief around two loaves of bread—her day's wages—picks up her bundle, and retraces her steps homeward, grains of flour still clinging to her dress and headscarf. Her body gives off mingled odors of the day's sweat and baked bread. She stops by the port.

"Any news?"

"No news."

She proceeds to the beach, sits down facing the sea . . . and waits.”

 

 

 

ashour

Radwa Ashour (Caïro, 26 mei 1946)

 

 

 

 

 

De Belgische, Franstalige, schrijver en essayist Ivan O. Godfroid werd geboren in Boussu op 26 mei 1971. Zie ook mijn blog van 26 mei 2007.

 

Uit: Pacte de contrition

 

« Il est l’heure ! Allez, au lit ! Je dois t’attacher pour la nuit, Monsieur Wanson. »

Quand je suis seul /

Et qu’il est là

« Et ne fais pas cette tête… c’est ton dernier jour ici ! Demain tu quittes la Haute Sécurité pour le nouveau Quartier W

– ordre du Docteur X. Petit veinard, tu auras même un voisin de chambre. »

Lorsque je sens le monstre hideux penché sur moi

« Fais de beaux rêves, gueule d’amour. Ne cherche pas à t’évader, d’accord ? Ha – ha – ha… Hé ! Wanson ? Wanson ! Je

me demande parfois si tu m’as jamais écouté. »

J’ai peur du noir

L’infi rmière coupe la lumière. Ferme la porte. Tourne la clef. L’écho glacé de ses pas roule et disparaît. Et le vent piquant

de l’angoisse monte en ma gorge à m’étouffer.

 

La lumière s’éteint : il est là

Démon de mes vies passées

Le monstre immense et immobile

Qui me regarde sans bouger

Il a la couleur de la mort

Il se déplace par magie

Je sens son souffl e dans mon cou

Proie frissonnante aux yeux fermés

 

Il est dans un coin de la chambre

À me fi xer sans faire de bruit

Il s’assoit au bord de mon lit

Sa face frôle mon visage

Je ne dois pas me retourner

Le regarder serait mourir

Je dois m’enfuir dans le sommeil

– ou chanter



 

Ivan_O_Godfroid

Ivan O. Godfroid (Boussu, 26 mei 1971)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Isabella Nadolny (eig. Isabella Peltzer) werd geboren op 26 mei 1917 in München. Zij werkte als secretaresse op een ministerie in Berlijn. In 1941 trouwde zij met de schrijver Burkhard Nadolny. Zelf begon zij in 1951 met schrijven. Vanaf de jaren zestig legde zij zich meer toe op het vertalen.

 

Uit:  Die Stunden vor Morgengrauen

 

"Es war Sonnabend, der erste Sonnabend im April, und Louise schien es, als habe der Sommer mit einem einzigen schwindelerregenden Ruck am Thermometer zugeschlagen. Die strahlende Nachmittagssonne sank ihr köstlich in die müden Glieder, als seien, dachte sie wehmütig, die müden Glieder wirklich draußen, in der Sonne, wie bei allen anderen Leuten, statt hier im Werkzeugschrank nach Marks Turnschuhen zu suchen. Als ihr gerade eine Dose halb voll vertrockneter Farbe ärgerlicherweise an den Ellbogen fuhr, fiel ihr ein, dass es für eine Hausfrau beim ersten unerwarteten Sonnenschein des Jahres ja nie anders war. Er trieb einen nicht hinaus, sondern hinein. In lang verschlossenen Schubladen nach den Sommersachen der Kinder suchen. Sie aufbügeln. Fehlende Knöpfe annähen. Und in dunklen Schränken wühlen: nach den Gartenkissen, den Liegestühlen, den Seilen für die Schaukel...."

 

 

 

Nadolny

Isabella Nadolny (26 mei 1917 – 31 juli 2004)

 

 

 

 

De Tsjechische dichter en vertaler Vítezslav Nezval werd geboren op 26 mei 1900 in Biskoupky. Hij geldt als medegrondlegger van het Poëtisme en als leidende persoonlijkheid van het Tsjechische surrealisme. In 1953 werd hij benoemd tot nationale kunstenaar. Hij studeerde in Brünn en Praag, maar maakte zijn studie rechten niet af. Zijn werk werd gepubliceerd in kranten en tijdschriften als Rudé Právo, Tvorba, Odeon, Nová scéna, Lidové noviny. Hij sloot zich aan bij het antifascistische verzet en werd in 1944 voor korte tijd gevangengezet. Na WO II sllot hij zich aan bij de communisten.

 

 

Edison (Fragment)

 

And now the sky beyond the trees is brightening

electric wires tremble in the snow

now promenades and corsos are aglow

now our souls are viewed on the X-ray screen

like ichthyosauri from the pliocene

now the clock's hand is moving towards six

now we go off together to the flicks

now spectral shades of gamblers and of witches

are put to flight by our electric switches

and now applause and cheers ring through the house

and Thomas Edison now takes his bows

 

The party's over now your soul is dark

the guests have left and you are back at work

Look at those inventors and at their resources

yet the stars have not deviated from their courses

look at all those people living quietly

no this isn't work nor even energy

this is adventure as on the high seas

locking oneself in one's laboratories

look at all those people living quietly

no this isn't work it's poetry

It's intention and a bit of accident

to become one's country's president

to become a poet who's outstripped you all

to become a songbird holding you in thrall

to be always lucky at roulette

to be the discoverer of a new planet

 

 

Vertaald door Ewald Oser

 

 

 

 

Nezval

Vítězslav Nezval (26 mei 1900 – 6 april 1958)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zijn vader was in 1888 naar de VS getrokken. Rond 1912 leerde Bodenheim Ben Hecht in Chicago kennen. Ze raakten bevriend en richtten samen een tijdschrift op.  Andere leden van de groep waren o.a. Sherwood Anderson en Charles MacArthur. Zijn eerste gedichten publiceerde Bodenheim 1914 in het Poetry Magazine. In de jaren die volgden groeide hij uit tot een belangrijk schrijver. Hij publiceerde 10 dichtbundels en 13 romans. In de jaren twintig en dertig verslechterden zijn levensomstandigheden helaas dramatisch. Hij begon te drinken en werd dakloos. Samen met zijn derde vrouw werd hij door een 25-jarige bordenwasser na een ruzie vermoord.

 

 

 

EAST SIDE MOVING PICTURE THEATRE--SUNDAY

 

An old woman rubs her eyes

As though she were stroking children back to life.

A slender Jewish boy whose forehead

Is tall, and like a wind-marked wall,

Restlessly waits while leaping prayers

Clash their light-cymbals within his eyes.

And a little hunchbacked girl

Straightens her back with a slow-pulling smile.

(I am afraid to look at her again.)

 

Then the blurred, tawdry pictures rush across the scene,

And I hear a swishing intake of breath,

As though some band of shy rigid spirits

Were standing before their last heaven.

 

 

 

Factory-girl

 

Why are your eyes like dry brown flower-pods,

Still, gripped by the memory of lost petals?

I feel that, if I touched them,

They would crumble to falling brown dust,

And you would stand with blindness revealed.

Yet you would not shrink, for your life

Has been long since memorized,

And eyes would only melt out against its high walls.

Besides, in the making of boxes

Sprinkled with crude forget-me-nots,

One is curiously blessed if one's eyes are dead.

 

 

 

 

bodenheim

Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Edmond de Goncourt  werd geboren op 26 mei 1822. Zie ook mijn blog van 26 mei 2006 en ook mijn blog van 26 mei 2008.

 

Uit: VOYAGE  DU N° 43 DE LA RUE SAINT-GEORGES

 

„… Eh! dis-je, Sterne avait des pantoufles jaunes! Je passai mon pantalon, disant cela  ; et en déjeunant : Pour ceux qui ont proposé une statue à Parmentier, ajoutai-je, ceux-là, certes… Que Sylvestre ait écrit des traités sur les bêtes à laine, Huzard sur les gros bestiaux et leur vaccination, et qu'Yvart en ait donné sur les assolements... Mais Parmentier! À sa santé!…

- Allons! mesdemoiselles! disait-elle sur le pas de la porte. J'avais descendu l'escalier et j'étais au premier.

- Allons! mesdemoiselles, entrez donc! répétait la maîtresse de pension. - «Madame la maîtresse de pension, au moins accoutumez-les à faire leurs lignes droites, à rendre leur caractère net et lisible.»

La petite phalange enfantine montait, montait l'escalier, essoufflée de jouer. - «Madame la maîtresse de pension, il faudrait aussi qu'une fille sût la grammaire pour sa langue naturelle. Il n'est pas question de la lui apprendre par règles, comme les écoliers apprennent le latin en classe : accoutumez-les seulement, ces jolis enfants, à ne point prendre un temps pour un autre.»

Joues rouges, minois poupins, paniers au bras, petits bas blancs, et petites bottines agiles, tout cela grimpait l'escalier, tout d'un leste et d'un frais charmants! Le soleil, passant par les grandes vitres du palier, courait et se posait comme un papillon d'or sur les nattes blondes attachées de rubans noirs, et les chevelures brunes affolées. Elles grignotaient, en s'empressant, ouvrant leurs paniers, se montrant leurs tartines. - «Madame la maîtresse, elles devraient aussi savoir les quatre règles de l'arithmétique ; elles s 'en serviraient utilement pour faire des comptes : c'est une occupation fort épineuse pour beaucoup de gens.“

 

 

 

edmond

Edmond De Goncourt (26 mei 1822  -  16 juli 1896)  

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Lady Mary Wortley Montagu werd geboren in Thoresby Hall, Nottinghamshire, op 26 mei 1689 – Londen, 21 augustus 1762) was een Engels schrijfster. Mary was bevriend met Mary Astell, die wordt gezien als de eerste actieve voorvechtster voor vrouwenrechten in Engeland, en met Anne Wortley Montagu en haar broer Edward. Met deze laatste trouwde zij, tegen haar vaders wil, in 1712. Edward Mortley Montagu was op dat moment parlementslid en vervulde na de troonsbestijging van George I diverse functies. Mary en Edward raakten goed bekend in hofkringen. Hij was bevriend met Joseph Addison, waardoor lady Mary ook in aanraking kwam met de literaire kringen. Zij raakte zelf bevriend met Alexander Pope. In 1716 werd Edward benoemd tot Engels ambassadeur in Constantinopel en hoewel hij in 1717 werd teruggeroepen, bleven zij in Turkije tot 1718. Mary leerde zichzelf Turks en schreef vele brieven naar diverse mensen met wie zij correspondeerde. Haar bekendheid berust vooral op de uitgave van deze brieven, waarin een levendig beeld wordt geschetst van het leven in de Oriënt en aan het Ottomaanse hof.

 

Uit: Letters of the Right Honourable Lady M—y W—y M—e

 

_Rotterdam, Aug_. 3. O. S. 1716.

 

I FLATTER, myself, dear sister, that I shall give you some pleasure in letting you know that I have safely passed the sea, though we had the ill fortune of a storm.  We were persuaded by the captain of the yacht to set out in a calm, and he pretended there was nothing so easy as to tide it over; but, after two days slowly moving, the wind blew so hard, that none of the sailors could keep their feet, and we were all Sunday night tossed very handsomely.  I never saw a man more frighted (sic) than the captain.  For my part, I have been so lucky, neither to suffer from fear nor seasickness; though, I confess, I was so impatient to see myself once more upon dry land, that I would not stay till the yacht could get to Rotterdam, but went in the long-boat to Helvoetsluys, where we had voitures to carry us to the Briel.  I was charmed with the neatness of that little town; but my arrival at Rotterdam presented me a new scene of pleasure.  All the streets are

paved with broad stones, and before many of the meanest artificers doors are placed seats of various coloured marbles, so neatly kept, that, I assure you, I walked almost all over the town yesterday, _incognito_,  in my slippers without receiving one spot of dirt; and you may see the Dutch maids washing the pavement of the street, with more application than ours do our bed-chambers.  The town seems so full of people, with such busy faces, all in motion, that I can hardly fancy it is not some celebrated fair; but I see it is every day the same.  'Tis certain no town can be more advantageously situated for commerce.  Here are seven large canals, on which the merchants ships come up to the very doors of their houses.  The shops and warehouses are of a surprising neatness and magnificence, filled with an incredible quantity of fine merchandise, and so much cheaper than what we see in England, that I have much ado to persuade myself I am still so near it.”

 

 

Montagu

Mary Wortley Montagu (26 mei 1689 – 21 augustus 1762)

Portret door Charles Jervas

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Vlaamse dichter Xavier Roelens werd geboren in Rekkem in 1976. Hij was hoofdredacteur van het literaire tijdschrift en er is, stelde met Maarten De Pourcq de bloemlezing Op het oog, 21 dichters voor de 21ste eeuw (Uitgeverij P) samen en organiseerde poëziefestivals als Het Uitzaaiend Kaf - poëziefestival voor jong talent en het eerste Belgisch Kampioenschap poetry slam. Eigen gedichten verschenen in o.a. DW B, NRC Handelsblad, De Revisor, Het liegend konijn en Poëziekrant. Hij stond al op Crossing Border en De Nachten. Hij is redacteur van de poëzienieuwssite in Letterland. Juni 2007 verscheen bij Uitgeverij Contact zijn debuutbundel er is een spookrijder gesignaleerd.

 

 

 

schoon genoeg gelachen

 

aan de leiband schuifelen ramptoeristen voorbij
de rechtgetrokken vrachtwagen, staan even stil
de tijd van een behoefte.

goofy bengelt aan de achteruitkijkspiegel
het doek valt over de overlevenden.
(traag)

een rijvak wordt opengesteld: in de weggesleepte
                             auto
verlengt de zon de strepen op de achterbank, maakt zwart
of wit wat nu nog getint.
(trager, traagzaam)
     er kwijnen wat bloemen in stof
     er valt wat te praten als ik alleen ben

 

 

 

 

roelens

Xavier Roelens (Rekkem, 1976)

 

18-05-09

W.G. Sebald, Yi Mun-yol, Markus Breidenich, François Nourissier, Gunnar Gunnarsson

 

De Duitse schrijver W.G. (Winfried Georg Maximilian) Sebald werd geboren in Wertach (Allgäu) op 18 mei 1944. Zie ook mijn blog van 18 mei 2007 en ook mijn blog van 18 mei 2008.

 

Uit: Die Ringe des Saturn

 

“Unbegreiflich erschien es mir jetzt, als ich nach Lowestoft hineinging, wie es in einer verhältnismäßig so kurzen Zeit so weit hatte herunterkommen können.(...) Gleich einem unterirdischen Brand und dann wie ein Lauffeuer hatte der Schaden sich fortgefressen, Bootswerften und Fabriken waren geschlossen worden, eine um die andere, bis für Lowestoft als einziges nur noch die Tatsache sprach, daß es den östlichsten Punkt markierte auf der Karte der britischen Inseln. Heute steht in manchen Straßen der Stadt fast jedes zweite Haus zum Verkauf, Unternehmer, Geschäftsleute und Privatpersonen versinken immer weiter in ihren Schulden, Woche für Woche hängt irgendein Arbeitsloser oder Bankrotteur sich auf, der Analphabetismus hat bereits ein Viertel der Bevölkerung erfaßt, und ein Ende der stetig fortschreitenden Verelendung ist nirgends abzusehen. Obgleich mir dies alles bekannt war, bin ich nicht vorbereitet gewesen auf die Trostlosigkeit, die einen in Lowestoft sogleich erfaßt, denn es ist eine Sache, in den Zeitungen Berichte über sogenannte unemployment blackspots zu lesen, und eine andere, an einem lichtlosen Abend durch Zeilen der Reihenhäuser mit ihren verschandelten Fassaden und grotesken Vorgärtchen zu gehen und, wenn man endlich angelangt ist in der Mitte der Stadt, nichts vorzufinden als Spielsalons, Bingohallen, Betting Shops, Videoläden, Pubs, aus deren dunklen Türöffnungen es nach saurem Bier riecht, Billigmärkte und zweifelhafte Bed&Breakfest Etablissements mit Namen wie Ocean Dawn, Beachcomber, Balmoral Albion und Layla Lorraine.”

 

 

W.G. Sebald (18 mei 1944 - 14 december 2001)

Lees meer...

Ernst Wiechert, Omar Khayyam, Franziska zu Reventlow, Bertrand Russell, John Wilson, David Troch

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Wiechert werd geboren op 18 mei 1887 in Kleinort bij Sensburg in Oostpruisen.(Tegenwoordig Polen). Zie ook mijn blog van 18 mei 2007 en ook mijn blog van 18 mei 2008.

 

Uit: Die blauen Schwingen

 

“Sie traten auf die Schonungen. Der Hochwald blieb zurück, ein Heer von glatten Schäften mit abendlichem Glanz. Einsam hob der Weg sich zur Höhe. Dort reckte aus Busch und Gesträuch eine Schirmkiefer ihren geraden, gewaltigen Stamm in den Himmel hinauf, einen zerrissenen Wipfel wie Fahnentuch um den Schaft und darüber einen grauen, trockenen Ast wie eine harte Eisenspitze, dienach dem Leib der Wolken drohte. Da stand sie gleich der letzten Lanze über nieder gebrochenem Heer, und in ihrer Krone hing der Abendwind mit auf- und nieder gleitenden Tönen.

"Hier ist es, Harro."

Sie blickten über den Wald. Kein Laut zerriß mit lohendem Glanz das breite Bild. Nur Schonungen, grau und grün und blau bis an das ferne Ufer, wo des Hochwalds Masten im gelben Abendlicht die schweren Segel trugen. Kein Sturm ging über das Meer, kein Leuchten brach aus Wolkentoren, nur ein leises Weben war auf allen Seiten, in großem Rhythmus, wie schwankender Orgel-Ton unter verdämmernden Bogen: "Ich bin ... der Wald ... der Wald... der weite... weite... Wald..." Kein Vogel rief, kein Wild trat heimlich aus unbewegtem Gebüsch. Schwere Wolken zogen, seltsam groß und klar, über das schweigende Rund und versanken wie sich bäumende Schiffe hinter dem Wald.Da klang von ferne ein klagender Schrei, sechsmal, siebenmal sich hebend im Schlag der Flügel, und hingezogen ersterbend.

"Simplizius!" Er griff nach seinem Arm.

"Rühre dich nicht!"

Noch einmal schrie es über den Wäldern, näher rufend. Dann kam ein jagender, klingender Flügelschlag, und auf der Spitze der Kiefer schwang sich der Wanderfalke ein und wandte seinen kühnen Kopf über das Meer zu seinen Füßen. Hoch im leeren Grau saß er einsam, und seine Augen blickten königlich über die Wälder. Und noch einmal kam der klagende Schrei, der zwischen Wolken und Wald schmerzlich und jäh den Abend zerriß.“

 

 

 


Ernst Wiechert (18 mei 1887 – 24 augustus 1950)

 

Lees meer...

10-05-09

J.C. Bloem, Herman Leenders, Roberto Cotroneo, Ralf Rothmann, Petra Hammesfahr, Jayne Cortez, Barbara Taylor, Antonine Maillet, Benito Pérez Galdós, Johann Peter Hebel, Ivan Cankar, Fritz von Unruh, Martin Boelitz, Jeremy Gable, Ariel Durant, Leonard Buys

 

De Nederlandse dichter Jakobus Cornelis (Jacques) Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook mijn blog van 10 mei 2008en ook  mijn blog van 10 mei 2007 en mijn blog van 22 maart 2006.

 

 

Eerste lentedag

 

Weer de lente. De verbijsterde ogen,

Falende in het winters-bleek gezicht,

Zien de huizen en de bruggebogen

Op en neer gaan in het wankel licht.

 

Zien en zien niet door de duizelingen

Van de weer oneindige rivier;

Zon en water kruisen daar hun klingen

En het hart is bonzend en niet hier.

 

Weer een lente en de bitter-eigen

Zilte geur, die langs de kade glijdt.

Is 't tij, dat stroomopwaarts komt stijgen -

Of de zeelucht van de eeuwigheid?

 

 

 

 

Het portret

 

Wanneer ik dood ben en de donkren komen,

Geef me 't portret niet mee, dat altijd mij

Ten hoofdeneinde stond en in mijn dromen.

Ik merk er toch niets van. Het is voorbij.

 

Neen, ik wil niet, dat na de laatste morgen

De beeltenis van dit bemind gelaat,

In een tot molm geworden kist geborgen,

Diep in de muffe grond met mij vergaat.

 

Doch als ik stervend ben, maar nog niet henen,

Dan wil ik 't houden in mijn vege hand.

Mijn laatste denken moet nog zijn doorschenen

Door 't liefste waar het zich aan had verpand.

 

Want ik berust erin. 'k Heb in mijn streven

Naar iedere andre liefde om niet gehaakt -

Door deze alleen is dit rampzalig leven

Tot onuitsprekelijk geluk gemaakt.


 

Grafschrift


Het in zijn roes slechts half geleegde glas

Staat naast de stoel, waar hij heeft uitgestreden;

Het laatste boek is op de grond gegleden

In de om de kachel heen gemorste as.

 

Wat geeft het of men zo of anders leeft?

Dit zagen de verschrikten, die hem vonden:

Een mens, die niet meer bloedt uit duizend wonden,

Maar 't leven eindlijk overwonnen heeft.

 


 

Bloem
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Paasloo, Monument J.C.Bloem



 

De Vlaamse dichter en schrijver  Herman Leenders werd geboren te Brugge op 10 mei 1960. Zie ook mijn blog van 10 mei 2007 en ook mijn blog van 10 mei 2008

 

 

Museum

 

Alles blijft rustig staan zoals het stond.

Het speelgoed slingert voorbeeldig rond.

Er is geen vaat, geen strijk,

nergens een natte dweil.

 

Geen kruimels, geen beschimmeld

brood onderaan in de doos.

En ook de suppoost

ademt voorzichtig door z'n neus.

 

 

 

Rijm

 

Als in het kasteel van de schone slaapster

hangt in alle hoeken een web

en tussen de spijlen van het hek

een landschap dat sinds honderd jaar

 

verlaten lijkt.

De geluiden bevroren aan het gras,

de bomen gesneden uit melkglas.

Zonder rijm zou dit geen poezie zijn.

 

 

 

 

Leenders
Herman Leenders (Brugge, 10 mei 1960)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook mijn blog van 10 mei 2008

 

Uit: Presto con fuoco (Vertaald door François Rosso)

 

“Pourtant, on doit pouvoir déchiffrer l'écriture des passions. Trouver du sens dans un signe au tracé plus délicat, la queue d'une croche qui descend trop bas, le flottement indécis d'un soupir, une pression plus forte de la plume sur la page, presque une griffure, un outrage à ce papier épais, laineux, qu'on utilisait autrefois pour écrire la musique. On doit discerner çà et là sur la portée une lueur d'hésitation, la brusque folie d'un presto con fuoco, le resserrement des traits d'encre sur ce bref espace d'une page, comme s'il fallait comprimer le temps, le faire tenir tout entier dans ces quelques lignes irrésolues et ces espacements irréguliers: ces cascades de notes, comme on les appelle souvent, ou, parfois, ces «gouttes d'eau». Il y a même un de ses préludes - de Frédéric Chopin, bien sûr - qu'on appelle ainsi, La goutte d'eau. Un de ces noms inventés plus tard, par les disciples, les critiques: affectifs, descriptifs, quelquefois délétères. Ils cherchent, ces noms, à faire en sorte que la musique signifie autre chose que ce qu'elle est. Terrible dérive de ceux qui vinrent après les romantiques et voulurent que la nature, l'analogie s'introduisissent au cœur de ces signes et les guidassent comme s'ils étaient les cristaux d'argent d'un daguerréotype. Et pourtant rien, pas même le souvenir du grand arbre devant sa fenêtre de la maison de Nohant, n'a dû entrer dans la recomposition de ces signes incertains, malades, épuisés que j'ai sous les yeux. Sublimes assurément, géniaux, mais minés par l'extrême fatigue, par la crainte de ne pas arriver au terme. Rien de commun avec les gouttes d'eau, avec les plaines polonaises, rien de commun, même, avec les vers du poète Mickiewicz qui l'ont, paraît-il, inspiré lorsqu'il composait les Ballades. »

 

 

 

Controneo
Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 


 

De Duitse schrijver Ralf Rothmann werd op 10 mei 1953 geboren in Schleswig. Zie ook mijn blog van 10 mei 2008

 

Uit: Feuer brennt nicht

 

„Wie alltäglich oder unbedeutend die Reise auch sein mag, wie trist der Bahnhof und wie voll das Abteil mit den lärmenden Kindern, den ungelenk sich abmühenden Kofferträgern und den Keuchenden, die es gerade noch geschafft haben: Wenn alle Ansagen gemacht und alle Türen geschlossen sind und jeder auf das Anrucken des Zuges wartet, gibt es nicht selten einen Moment der Stille, der mehr zu meinen scheint als das unausgesprochene »Endlich!« oder die Entfernungen

zwischen hier und da, der einem wie ein geheimnisvolles Innehalten vorkommt, ein Atemholen der Zukunft, und die meisten Menschen, selbst die misslaunigen oder ungeduldigen, einen Herzschlag

lang demütig aussehen lässt.

Wir wissen nichts, wenn jemand stirbt, nicht viel, wir stehen vor einem Rätsel, und will man Obskures vermeiden, schweigt man besser. Zwar haben wir uns angewöhnt zu sagen, die oder der Verstorbene lebt in uns, unserem Gedenken, weiter; aber irgendwann sind auch wir vergessen, und was dann? Sicher ist nur so viel: Niemand auf der Welt kann ein Leben, sei es nun lang oder kurz gewesen, ungeschehen machen. Es hat einmal für immer stattgefunden, es hat eingewirkt auf den vergangenen, es wirkt ein auf den gegenwärtigen und wird einwirken auf den künftigen Zustand der Mysterien; und wie die Natur, der physische Bereich, in Wahrheit keinen Tod kennt, sondern immer nur Verwandlung, endlos, so wird es im metaphysischen Bereich eine Entsprechung geben. Jetzt, in diesem Moment, schließen unzählige Menschen zum letzten Mal die Lider, und gleichzeitig schlagen unzählige andere sie zum ersten Mal auf, und sieht man einmal ab von allem Persönlichen, könnte man den Eindruck gewinnen, das ganze Dasein, das leidige Werden und Vergehen, sei nichts als ein Blinzeln oder Augenzwinkern auf dem Grund einer allumfassenden Gelassenheit. Wäre das ein Trost?“

 


 

Rothmann
Ralf Rothmann (Schleswig, 10 mei 1953)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Petra Hammesfahr werd geboren in Immerrathop 10 mei 1951. Zie ook mijn blog van 10 mei 2008

 

Uit: Erinnerung an einen Mörder

 

„Es gab für mich nie einen Grund, meinen Vater zu fürchten.

Das habe ich nach dem Mittwoch im Oktober -1978 allen gesagt, die von mir wissen wollten, wer mich in den Hals ge­stochen hatte: den Ärzten und Polizisten, Großmutter Meiler - seiner Mutter -, die mich weinend an sich drückte und «armes Bübchen» schluchzte, Birgit und Peter, die ich zu der Zeit noch Tante und Onkel nannte. Und dieser Psychologin, die meine Täterbeschreibung so schnell einzuordnen wusste. Egal, was ich gefragt wurde, meine Antworten gipfelten immer in dem Satz: «Ich hatte keine Angst vor meinem Papa, ehrlich nicht, er hat mir nie wehgetan.»

Was hätte ich sonst noch sagen sollen? Dass ich meinen Vater über alles geliebt hatte, interessierte niemanden mehr, höchstens noch Großmutter Meiler, die darauf beharrte: «Mein Junge hätte so was nicht getan.

Eine Frau namens Berta Eberlein hatte mich gegen vier Uhr nachmittags in der Wehrhahnstraße aufgegriffen. Daran erinnere ich mich bis heute nicht. Ich sei gelaufen, hieß es, nur gelaufen, ohne zu schreien, ohne zu weinen. Keine Ahnung, an wie vielen Leuten ich bis dahin vorbeigelaufen war, die geflissentlich wegge­sehen hatten. Niemand handelt sich gerne Scherereien ein, und ich sah nach einer Menge Scherereien aus. Mein Gesicht war blutig, mein Hals, mein Haar, mein Nacken, meine Hände, Jacke, Hose, Schuhe, alles war blutig. Berta Eberlein schaute nicht weg und fackelte nicht lange. Sie setzte mich auf ihr Fahrrad und brachte mich schnurstracks zum Krankenhaus.“

 

 

Petra_hammesfahr
Petra Hammesfahr (Immerrath, 10 mei 1951)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Sinds 1980 wordt zij bij haar lezingen ondersteund door de band The Firespitters, geleid door haar zoon Denardo Coleman. Zij heeft inmiddels concerten en lezingen over de hele wereld gegeven. In 1987 ontving zij de Poetry-Award van de New York Foundation for the Arts.

 

 

Push back the catastrophers

 

I don't want a drought to feed on itself

through the tattooed holes in my belly

I don't want a spectacular desert of

charred stems & rabbit hairs

in my throat of accumulated matter

I don t want to burn and cut through the forest

like a greedy mercenary drilling into

sugar cane of the bones

 

Push back the advancing sands

the polluted sewage

the dust demonsthe dying timber

the upper atmosphere of nitrogen

push back the catastrophes

 

 

Enough of the missiles

the submarines

the aircraft carriers

the biological weapons

No more sickness sadness poverty

exploitation destabilization

illiteracy and bombing

Let's move toward peace

toward equality and justice

that's what I want

 

 

To breathe clean air

to drink pure water to plant new crops

to soak up the rain to wash off the stink

to hold this body and soul together in peace

that's it

Push back the catastrophers

 

 

 

 

Cortez
Jayne Cortez (Fort Huachuca, 10 mei 1936)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Barbara Taylor Bradford werd geboren in Leeds, West Yorkshire op 10 mei 1933. Zie ook mijn blog van 10 mei 2008

 

Uit: The Triumph of Katie Byrne

 

“The girl sat on a narrow bench, center stage, her body bent forward, one elbow on her knee, a hand supporting her head.  The thinker, deeply thinking, her body language seemed to convey.

She was dressed very simply, boyishly, in a loose grey knitted tunic cinched by a black leather belt,

worn with black tights and ballet slippers. Her long reddish-gold hair was plaited, the plaits wound tightly  around her head, so that the finished effect was like a burnished-copper cap gleaming under the pinspot shining down.  The girl’s name was Katie Byrne and she was seventeen and acting was her entire life.

She was about to act for her favorite audience--an audience of two, her best friends, Carly Smith and Denise Matthews.  They sat on straight-backed wooden chairs in front of the makeshift stage in the old barn which belonged to Ted Matthews,  Denise’s uncle. Both girls were the same age as Katie, and had been friends since childhood; all three were fellow members of the amateur acting group at the high school in the rural Connecticut area where they all lived.

Katie had chosen to perform a speech from one of Shakespeare’s plays at the school’s upcoming Christmas concert.  It was only two months away, and she had recently begun to rehearse the piece; Carly and Denise were also perfecting  their chosen speeches for the same concert, rehearsing with her in the barn almost every day.”

 

 

bradford
Barbara Taylor Bradford (Leeds, 10 mei 1933)

 

 


 

 

De Canadese schrijfster Antonine Maillet werd geboren op 10 mei1929 in Bouctouche, New Brunswick. Zij studeerde aan de Université de Moncton en aan de Université Laval. Aan de laatste universiteit doceerde zij literatuur en folklore. Later werkte zij ook voor radio Canada. In 1979 ontving zij de Prix Goncourt voor Pélagie-la-Charrette.

 

Uit: Evangeline the Second (Vertaald door Luis De Céspedes)

 

« EVANGELINE : That's it, yes. That's what Cyprien used to tell me. He took to the sea like a man takes a wife, to try 'n find something out there, something a person looks for all his life 'n only finds once in a blue moon, at daybreak. That's what he'd say. He called it paradise too. (Pause) But after he was gone, I never found that paradise again, never. / THE BRETON : And what if it was still there waiting for us far beyond the open sea? / EVANGELINE : You only take to the sea once...and you gotta be young and strong. / THE BRETON : ...young, surrounded by the horizon 'n with a whole world to conquer... / THE RABBI : ...at an age you can't possibly know how dearly life is going to make you pay for each one of your paradises. »

 

 

mailletantonine
Antonine Maillet (Bouctouche, 10 mei 1929)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Benito Pérez Galdós werd geboren in Las Palmas op 10 mei 1843. Zie ook mijn blog van 10 mei 2008

 

Uit: Juan Martín el Empecinado ("Juan Martin the Stubborn", vertaald door Dennis Mangan)

 

"The War of Independence was the great academy of disorder. Nobody takes away its glory, no, sir; it is possible that without the guerilla fighters the intruder dynasty would have become established in Spain, at least until the Restoration in France. To them is owed national permanence, the respect which the name of Spain still instills in foreigners, as well as this vainglorious but just security we have had which for half a century ensuring that no one would dare to mix it up with us. But the War of Independence, I repeat, was the great school of leadership, because in it the Spaniards became supremely skilled in the art, incomprehensible to others, of improvising armies and dominating a region for more or less time; they studied the science of insurrection, and for the marvels of that time we have weeped afterwards with tears of blood. But, why such sentimentality, sirs? The guerrilla fighters constitute our national essence. They are our body and our soul; they are our spirit, our genius, the History of Spain; they are everything, greatness and misery, a formless conjunction of contrary qualities, the dignity disposed toward heroism, the cruelty inclined to pillage."

 

 

BenitoPérezGaldós
Benito Pérez Galdós (10 mei 1843 - 4 januari 1920)

 

 

 

 

De Duitse dichter,schrijver, pedagoog en theoloog  Johann Peter Hebel werd geboren op 10 mei 1760 in Basel. Zie ook mijn blog van 10 mei 2008

 

Uit: Kannitverstan

 

Der Mensch hat wohl täglich Gelegenheit, in Emmendingen und Gundelfingen so gut als in Amsterdam Betrachtungen über den Umstand aller irdischen Dinge anzustellen, wenn er will, und zufrieden zu werden mit seinem Schicksal, wenn auch nicht viel gebratene Tauben für ihn in der Luft herumfliegen.  Aber auf dem seltsamsten Umweg kam ein deutscher Handwerksbursche in Amsterdam durch den Irrtum zur Wahrheit und zu ihrer Erkenntnis.  Denn als er in diese große und reiche Handelsstadt voll prächtiger Häuser, wogender Schiffe und geschäftiger Menschen gekommen war, fiel ihm sogleich ein großes und schönes Haus in die Augen, wie er auf seiner ganzen Wanderschaft von Tuttlingen bis Amsterdam noch keines erlebt hatte.  Lange betrachtete er mit Verwunderung dieses kostbare Gebäude, die sechs Kamine auf dem Dach, die schönen Gesimse und die hohen Fenster, größer als an des Vaters Haus daheim die Tür.  Endlich konnte er sich nicht enthalten, einen Vorübergehenden anzureden.  "Guter Freund", redete er ihn an, könnt Ihr mir nicht sagen, wie der Herr heißt, dem dieses wunderschöne Haus gehört mit den Fenstern voll Tulipanen, Sternenblumen und Levkojen?" - Der Mann aber, der verwunderlich etwas Wichtigeres zu tun hatte und zum Unglück gerade soviel von der deutschen Sprache verstand, als der Fragende von der holländischen, nämlich nichts, sagte kurz und schnauzig: "Kannitverstan", und schnurrte vorüber.  Dies war ein holländisches Wort, oder drei, wenn man's recht betrachtet, und heißt auf deutsch soviel als: "Ich kann Euch nicht verstehen Aber der gute Fremdling glaubte, es sei der Name des Mannes, nach dem er gefragt hatte.  Das muß ein grundreicher Mann sein, der Herr Kannitverstan, dachte er und ging weiter.  Gassaus, gassein kam er endlich an den Meerbusen, der da heißt: Het Ey, oder auf deutsch: das Ypsilon.  Da stand nun Schiff an Schiff und Mastbaum an Mastbaum, und er wusste anfänglich nicht, wie er es mit seinen zwei einzigen Augen durchfechten werde, alle diese Merkwürdigkeiten genug zu sehen und zu betrachten, bis endlich ein großes Schiff seine Aufmerksamkeit an sich zog, das vor kurzem aus Ostindien angelangt war und jetzt eben ausgeladen wurde.“

 

 

johann-peter-hebel
Johann Peter Hebel (10 mei 1760 – 22 september 1826)

Monument in het Hebelpark in Lörrach

 

 

 

 

De Sloveense schrijver, dichter en toneelschrijver. Ivan Cankar werd geboren in Vrhnika op 10 mei 1876. Zie ook mijn blog van 10 mei 2008

 

Uit: Weiße Chrysantheme: Kritische und politische Schriften (Vertaald door  Erwin Köstler)

 

„Wenn der Arbeiter sonstwo ein Sklave war, war er in unseren slowenischen Gegenden doppelt versklavt! Woanders beutete man seine Hände und seinen Kopf aus, bei uns nahm man ihm darüber hinaus noch den Stolz, man sprach ihm die Seele ab und schnitt ihm die Zunge heraus. Für den fremden Kapitalisten und Beamten war der slowenische Arbeiter ein Tier, das schweigen muß, weil es nicht sprechen kann »wie ein Mensch«. Mit übernatürlicher Anstrengung, mit einer Opferbereitschaft sondergleichen erweckten einzelne es waren wenige! diese unsere Arbeiterschaft zu einem höheren kulturellen Leben, verhalfen ihr mit Hilfe der Organisation nach langen Kämpfen zu einem Stück besseren Brots, bemühten sich gleichzeitig, ihr die nötige geistige Nahrung zu geben. Was das letztere betrifft aber fehlte es an Kräften, an Arbeitern. Die kleine Zahl derer, die sich um die kulturelle Bildung der Arbeiter bemühten, waren meist Autodidakten, Arbeiter, die in ihrem bitteren und schweren Alltagsleben das Bedürfnis nach höherer Bildung, nach der Schau weiterer Horizonte verspürten. Sie arbeiteten, wie sie eben konnten, doch sie errichteten die Fundamente für die Arbeit jener, die nach ihnen arbeiten und bauen würden.“

 

 

Cankar
Ivan Cankar (10 mei 1876 - 11 december 1918)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Fritz von Unruh werd geboren op 10 mei 1885 in Koblenz. Hij volgde een opleiding aan de militaire academie. Al met zijn eerste stuk Offiziere uit 1911 over de verveling tijdens het kazerneleven haalde hij zich moeilijkheden met zijn meerderen op de hals, maar het werd wel een succes bij het publiek. Tijdens WO I diende hij als officier, maar de oorlog maakte een pacifist van hem. In het verhaal Opfergang (1916) beschreef hij zijn ervaringen bij de slag om Verdun. Na de oorlog schreef hij tal van romans en drama’s in de stijl van het expressionisme. In 1932 ging hij via Frankrijk uiteindelijk in Amerikaans ballangschap. Na WO II keerde hij naar Duitsland terug.

 

Uit: Opfergang

 

“Clemens stand auf, als der Hauptmann in die Revierstube kam und den Kellner – „was machst du für Geschichten?“ – begrüßte. Der Kranke konnte nichts anderes hervorbringen als: „Verdun!“ Werner richtete ihm Stroh unter dem Kopf: „Ja, Verdun!“ und sah Clemens an: „Siebenhunderttausend Köpfe und zweihundertfünfzigtausend Pferde am gleichen Strang: Verdun!“ – Aus des Kellners Tasche ragte ein Zettel, er zog ihn heraus und las: „Einhunderteinundzwanzig Kassenverwaltungen, sechsundvierzig Sanitätsformationen, zweihundertfünfundachtzigtausend Wolldecken, dreizehntausend Tonnen Kohle, dreihundertsechsundzwanzigtausendzweihundertundfünfzig Bettsäcke, dreitausend Werkzeuge, Gießkannen, äxte, Hämmer, Essenträger, Löffel, Schöpfer wöchentlich! – Und täglich.“ über des Kellners Kopf strich er hin: „Täglich sechzig Kilometer Stacheldraht, achttausend Nägel, zwei Waggon Wellblech! Ja! Ja, verschlänge er das allein, der Rachen Verdun! Aber die Menschen.“ – Während er das Papier in den Ofen warf, lachte er bitter: „Das verfluchte Papier!“ Clemens sah Werner mit großen Augen an; „haben Mensch, Tier oder Material überhaupt noch Bedeutung?“ – „Nur im Hinblick auf das Gesamtziel, Clemens. Der einzelne biegt oder bricht, nicht wahr, mein Junge?“ Er klopfte den Kellner und verließ – „ich will mit dem Arzt sprechen“ – das Zimmer. Clemens eilte ihm nach, doch als er die Türklinke schon in der Hand hielt, machte er kehrt. „Besser nicht, besser nicht, – eigene Gefühle abschneiden wie Blätterüberfluß zugunsten der Frucht; welcher Frucht? Rot aus der Zukunft leuchtet sie mir.“ Als der Krankenwärter eintrat, ging er, die Hände auf des Kellners Stirn legend, „auch Du sollst von ihr essen“, hinter dem Hauptmann her zu Tisch.”

 

 

unruh_fritz_von
Fritz von Unruh (10 mei 1885 – 29 november 1970)

 

 

 

De Duitse dichter Martin Boelitzwerd geboren op 10 mei 1874 in Wesel. Vanaf 1902 leidde hij de uitgeverij Nieter in Nürnberg. In 1914 keerde hij terug naar Wesel waar hij boekhandelaar werd en uitgever van de Weseler Zeitung. Hij schreef voornamelijk gedichten.

 

 

Knecht Ruprecht

 

Draussen weht es bitterkalt,
wer kommt da durch den Winterwald?
Stipp - stapp, stipp - stapp und huckepack -
Knecht Ruprecht ist's mit seinem Sack.
Was ist denn in dem Sack drin?
Äpfel, Mandeln und Rosin'
und schöne Zuckerrosen,
auch Pfeffernüss' fürs gute Kind;
die andern, die nicht artig sind,
die klopft er auf die Hosen.

 

 

 

Wesel_Dom
Martin Boelitz (10 mei 1874 – 5 december 1918)

Wesel, dom (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 10 mei 2008

 

De Amerikaanse toneelschrijver Jeremy Gable werd geboren op 10 mei 1982 in Lakenheath, Suffolk, in Engeland

 

De Amerikaanse schrijfster Ariel Durant (eig, Chaya Kaufman) werd geboren op 10 mei 1898 in Proskoeriv, tegenwoordig Chmelnytsky in de Oekraïne.

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 10 mei 2007.

 

De Vlaamse schrijver en dichter Leonard Buyst (ook wel Léonard) werd geboren in Lokeren op 10 mei 1847.

 

 

 

09-03-09

Vita Sackville-West, Heere Heeresma, Ed Hoornik, Peter Altenberg, Heleen van Royen

 

De dichteres en schrijfster Vita Sackville-West werd geboren op 9 maart 1892 in Kent. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008.

  

 

Beechwoods at Knole

  

How do I love you, beech-trees, in the autumn,

Your stone-grey columns a cathedral nave

Processional above the earth's brown glory!

 

I was a child, and I loved the knurly tangle

Of roots that coiled above a scarp like serpents,

Where I might hide my treasure with the squirrels.

 

I was a child, and splashed my way in laughter

 Through drifts of leaves, where underfoot the beech-nuts

Split with crisp crackle to my great rejoicing.

 

Red are the beechen slopes below Shock Tavern,

Red is the bracken on the sandy Furze-field,

Red are the stags and hinds by Bo-Pit Meadows,

 

The rutting stags that nightly through the beechwoods

Bell out their challenge, carrying their antlers

Proudly beneath the antlered autumn branches.

 

I was a child, and heard the red deer's challenge

Prowling and belling underneath my window,

Never a cry so haughty or so mournful. 

 

 

 

Moonlight

 

What time the meanest brick and stone

Take on a beauty not their own,

And past the flaw of builded wood

Shines the intention whole and good,

And all the little homes of man

Rise to a dimmer, nobler span;

When colour's absence gives escape

To the deeper spirit of the shape,

 

-- Then earth's great architecture swells

Among her mountains and her fells

Under the moon to amplitude

Massive and primitive and rude:

 

-- Then do the clouds like silver flags

Stream out above the tattered crags,

And black and silver all the coast

Marshalls its hunched and rocky host,

And headlands striding sombrely

Buttress the land against the sea,

-- The darkened land, the brightening wave --

And moonlight slants through Merlin's cave.

 

 

 

  Vita_Sackville-West

Vita Sackville-West (9 maart 1892 – 2 juni 1962)

 Portret door Philip Alexius de László, 1910

 

Lees meer...

Agnes Miegel, Umberto Saba, Keri Hulme, Ota Filip, Taras Sjevtsjenko

 

De Duitse dichteres Agnes Miegel werd op 9 maart 1879 in Königsberg geboren. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007. 

 

 

Die Frauen von Nidden

 

Die Frauen von Nidden standen am Strand,

Über spähenden Augen die braune Hand,

Und die Boote nahten in wilder Hast,

Schwarze Wimpel flogen züngelnd am Mast.

 

Die Männer banden die Kähne fest

Und schrieen: "Drüben wütet die Pest!

In der Niedrung von Heydekrug bis Schaaken

Gehn die Leute im Trauerlaken!"

 

Da sprachen die Frauen: "Es hat nicht Not, -

Vor unsrer Türe lauert der Tod,

Jeden Tag, den uns Gott gegeben,

Müssen wir ringen um unser Leben,

 

Die wandernde Düne ist Leides genug,

Gott wird uns verschonen, der uns schlug!" -

Doch die Pest ist des Nachts gekommen,

mit den Elchen über das Haff geschwommen.

 

Drei Tage lang, drei Nächte lang,

Wimmernd im Kirchstuhl die Glocke klang.

Am vierten Morgen, schrill und jach,

Ihre Stimme in Leide brach.

 

Und in dem Dorf, aus Kate und Haus,

Sieben Frauen schritten heraus.

Sie schritten barfuß und tief gebückt

In schwarzen Kleidern bunt bestickt.

 

Sie klommen die steile Düne hinan,

Schuh und Strümpfe legten sie an,

Und sie sprachen: "Düne, wir sieben

Sind allein noch übrig geblieben.

 

Kein Tischler lebt, der den Sarg uns schreint,

Nicht Sohn noch Enkel, der uns beweint,

Kein Pfarrer mehr, uns den Kelch zu geben,

Nicht Knecht noch Magd ist mehr unten am Leben. -

 

Nun, weiße Düne, gib wohl Acht:

Tür und Tor ist dir aufgemacht,

In unsre Stuben wirst du gehn

Herd und Hof und Schober verwehn.

 

Gott vergaß uns, er ließ uns verderben.

Sein verödetes Haus sollst du erben,

Kreuz und Bibel zum Spielzeug haben, -

Nur, Mütterchen, komm, uns zu begraben!

 

Schlage uns still ins Leichentuch,

Du unser Segen, - einst unser Fluch.

Sieh, wir liegen und warten ganz mit Ruh" -

 

Und die Düne kam und deckte sie zu.

 

 

 

 miegel

Agnes Miegel (9 maart 1879 -  26 oktober 1964) 

   

Lees meer...