27-01-11

James Grippando, Benjamin von Stuckrad-Barre, Lewis Carroll, Eliette Abécassis, Alexander Stuart

 

De Amerikaanse schrijver James Grippando werd geboren op 27 januari 1958 in Waukegan, Illinois. Zie ook mijn blog van 27 januari 2008 en ook mijn blog van 27 januari 2009 en ook mijn blog van 27 januari 2010.

 

Uit: The Abduction

 

„Allison could feel her heart pounding. Her lungs burned as she fought forair. The treadmill's digital display told her she was passing the two-milemark. She punched the speed button to slow the pace and catch her breath.Perspiration soaked her, pasting the nylon sweat pants and extra-large T-shirtto her trim forty-eight-year-old body. It was her favorite T-shirt, whitewith bright red and blue lettering.

It read, "Leahy for President--A New Millennium."

After nearly four years as the United States attorney general, Allison wasjust fifteen days away from the historic date on which voters would decidewhether the nation's "top cop" would become its first woman president.The race was wide-open and without an incumbent, as her boss--DemocraticPresident Charlie Sires--was at the end of his second and final four-yearterm. Allison was his second-term attorney general, part of the president'sshake-up of his own cabinet upon reelection in 1996. Eight months ago, Allisondidn't consider herself a serious presidential contender. But when the Republicansnominated Lincoln Howe, the nation's most beloved black man, the polls madeit clear that the only Democrat who could beat him was a charismatic whitewoman.

Ironically, thirty minutes of walking in place on the treadmill had actuallyput Allison thirty miles closer to her afternoon rally in Philadelphia.She was on the last leg of a two-day bus tour through Pennsylvania, a criticalswing state with twenty-four electoral college votes. Her campaign bus hadlogged nearly ten thousand miles in the past six months.”

 

 


James Grippando (Waukegan, 27 januari 1958)   

 

 

Lees meer...

Mordecai Richler, Ethan Mordden, Guy Vaes, Leopold von Sacher-Masoch, Bernd Jentzsch

 

De Canadese Schrijver Mordecai Richler werd geboren op 27 januari 1931 in Montreal. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007 en ook mijn blog van 27 januari 2008 en ook mijn blog van 27 januari 2009 en ook mijn blog van 27 januari 2010.

 

Uit: Mordecai Richler Was Here: Selected Writings 

 

 “And who came rank one, may I ask?”
    Mrs. Klinger’s boy, alas. Already the phone was ringing. “Yes, yes,” my mother said to Mrs. Klinger, “congratulations, and what does the eye doctor say about Riva, poor kid, to have a complex at her age, will they be able to straighten them….”
    Parochial school was a mixed pleasure. The old, underpaid men who taught us Hebrew tended to be surly, impatient. Ear-twisters and knuckle-rappers. They didn’t like children. But the girls who handled the English-language part of our studies were charming, bracingly modern, and concerned about our future. They told us about El Campesino, how John Steinbeck wrote the truth, and read Sacco’s speech to the court aloud to us. If one of the younger, unmarried teachers started out the morning looking weary, we assured each other that she had done it the night before. Maybe with a soldier. Bareback.
    From parochial school, I went on to a place I call Fletcher’s Field High in the stories and memoirs that follow. Fletcher’s Field High was under the jurisdiction of the Montreal Protestant School Board, but had a student body that was nevertheless almost a hundred percent Jewish. The school became something of a legend in our area. Everybody, it seemed, had passed through FFHS: Canada’s most famous gambler. An atom bomb spy. Boys who went off to fight in the Spanish Civil War. Miracle-making doctors and silver-tongued lawyers. Boxers. Fighters for Israel. All of whom were instructed, as I was, to be staunch and bold, to play the man, and, above all, to

    Strive hard and work
    With your heart in the doing.
    Up play the game,
    As you learnt it at Fletcher’s.

Again and again we led Quebec province in the junior matriculation results. This was galling to the communists among us, who held we were the same as everyone else, but to the many more who knew that for all seasons there was nothing like a Yiddish boy, it was an annual cause for celebration.”

 

 

 

Mordecai Richler (27 januari 1931 – 3 juli 2001)

Richler in de jaren 1950

 

Lees meer...

Ilja Ehrenburg, Mikhail Saltykov-Shchedrin, Neel Doff, Rudolf Geel, Balduin Möllhausen

 

De Russische dichter en schrijver Ilja Ehrenburg werd geboren op 27 januari 1891 in Kiev. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007 en ook mijn blog van 27 januari 2009 en ook mijn blog van 27 januari 2010.

 

Uit: Kill

 

“They take some Russians home, mistreat them, make them lose their wits by hunger, to the point that they eat grass and worms, and then a repulsive German with a stinking cigar can philosophise: "Are these perhaps human beings?" We know everything. We remember everything. We have understood: Germans are not human beings. Henceforth the word German means to us the most terrible curse. From now on the word German will trigger your rifle. We shall not speak any more. We shall not get excited. We shall kill. If you have not killed at least one German a day, you have wasted that day. If you think that instead of you, the man next to you will kill him, you have not understood the threat. If you do not kill the German, he will kill you. If you cannot kill your German with a bullet, kill him with your bayonet. If there is calm on your part of the front, if you are waiting for the fighting, kill a German before combat. If you leave a German alive, the German will hang a Russian and rape a Russian woman. If you kill one German, kill another - there is nothing more amusing for us than a heap of German corpses. Do not count days; do not count miles. Count only the number of Germans you have killed. Kill the German - this is your old mother's prayer. Kill the German - this is what your children beseech you to do. Kill the German - this is the cry of your Russian earth. Do not waver. Do not let up. Kill.”

 

 


Ilja Ehrenburg (27 januari 1891 – 31 augustus 1967)

In 1925

 

 

Lees meer...

VSB Poëzieprijs 2011 voor Armando

 

VSB Poëzieprijs 2011 voor Armando

 

 

De Nederlandse dichter en kunstenaar Armando is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2011. Hij krijgt de jaarlijkse prijs voor Nederlandstalige poëzie voor zijn dichtbundel “Gedichten 2009”. Dat maakte de organisatie woensdag bekend tijdens de prijsuitreiking in het stadhuis van Utrecht. Armando ontving een geldbedrag van 25.000 euro en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Zie ook mijn blog van 18 september 2006.en ook mijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

 

Voorzichtig


Ze liepen voorzichtig,
en lieten het landschap binnenkomen,
ze merkten dat hun tred bewonderd werd.
Heel voorzichtig gingen ze door de deuren,
langs het lusteloze strand, bezichtigden de bomen,
ze dachten dat de struiken ontvlambaar waren
en de hemel onder handbereik.
Zie, ze houden zich voorzichtig vast.

 

 

 

Nooit meer

Nergens is de lente.
Onverschrokken de helden van weleer.
Nooit meer. Nooit meer.

Geen geestverwanten, geen drempel van de oogst.
Je denkt toch niet dat sneeuw nog smelt.
Met z’n hoevelen waren ze.


 

 


Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

  

10:11 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vsb poëzieprijs, armando, romenu |  Facebook |

Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gewonnen door Henk van Loenen

 

Henk van Loenen wint Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

 

 

De Nederlandse dichter Henk van Loenen die onder het pseudoniem Juliën Holtrigter vier dichtbundels heeft gepubliceerd, heeft met het gedicht ‘Onder de sterren’ de tweede editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gewonnen. De prijs werd gisteren in de Amsterdamse Stadsschouwburg aan hem uitgereikt. Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden. Henk van Loenen (Hilversum, 1946), publiceerde al in 1969 in het tijdschrift Kentering. Hij debuteerde in 2001 met de bundel Omwegen bij uitgeverij Mozaïek. In 2004 verscheen Het verlangen te verdwalen en in 2006 Het stilteregister, beide bij uitgeverij De Harmonie. In april komt zijn vierde bundel uit met als werktitel De onaanraakbaarheid van de ruimte. Hij was werkzaam in het onderwijs als tekendocent, maar is altijd blijven schrijven.

 
Onder de sterren

Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd
liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte.
De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept.

Ik zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen.
Uitzicht vanuit een graf, stond eronder. Je zag
een stuk van de hemel en de dunne kruinen van bomen.

Ik denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer
bij machte terug te keren.
En aan mijn ex die ik plots bij mijn tandarts aantrof
boven mijn wijdopen mond, mooier en harder dan ooit,
met een slang in haar hand om het gruis en het vocht
weg te zuigen. Daar lag ik.

Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak
niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen
en papier
 

 

 

 

 

Henk van Loenen (Hilversum, 1946)

   

26-01-11

Menno ter Braak, Achim von Arnim, Jonathan Carroll, Jochen Missfeldt, Gerrit Jan Zwier

 

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008 en ookmijn blog van 26 januari 2009 en ook mijn blog van 26 januari 2010.

 

Uit: Afscheid van Domineesland 

 

“Sedert ik ingezien heb, dat de vooroordeelen in Nederland niet erger zijn dan elders, durf ik weer van Nederland houden, van zijn individualistische huisdeuren, van zijn koffiemaaltijd, van zijn laatsten krijgsheld van Speyck, van zijn volksuniversiteiten en het weekblad ‘De Prins’. Maar er is een tijd geweest, waarin ik dit alles haatte, omdat het niet van mij afgevallen was, omdat het voor mij een probleem beteekende, Nederlander te zijn van afstamming en gemoed, geen Nederlander te willen zijn in eruditie en formuleering. Thans, nu ik afscheid genomen heb van Nederland en zijn dominees, nu ik voor mijzelf niet langer behoef te loochenen, dat ik in plaats van in Arles in het land van Revius en Cats ter wereld ben gekomen, thans blijkt dit afscheid tevens een wederzien... Ik besef, dat deze laatste zin nog zoo duidelijk de sporen van den dominee-in-mij draagt, dat ik mij, bij het verschijnen van deze twee bundels studies uit vijf jaren, rekenschap moet geven van dien Engelbewaarder van mijn jeugd in gekleede jas, die op mijn eerste wankele schreden steeds zoo zorgvuldig acht heeft geslagen.

De onverbiddelijke erfelijkheid bestemde mij, bijna, tot dominee. Mijn overgrootvader was niet de eerste, die het ambt in mijn familie bracht; maar hij was een dominee, wiens ijzeren gehechtheid aan het moraliseeren alleen reeds een gansch nageslacht zou kunnen bestemmen tot volmaakte ethici. Hij schreef dag in dag uit dagboek na dagboek vol en hield aan zijn oude doopsgezinde geloof vast, terwijl zijn zoons hem in den steek lieten. De overtuiging, dat er iets Hoogers was, gaf hem voldoende steun, om het Evangelie op één der waddeneilanden te blijven verkondigen.”

 

 


Menno ter Braak
(26 januari 1902 -  14 mei 1940)

 

 

Lees meer...

Philip José Farmer, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Alfons Paquet, Lode Baekelmans

 

De Amerikaanse schrijver Philip José Farmer werd geboren in North Terre Haute (Indiana) op 26 januari 1918. Zie ook mijn blog van 26 januari 2010. 

 

Uit: The Magic Labyrinth

 

“Everybody should fear only one person, and that person should be himself.”

That was a favorite saying of the Operator.

The Operator had also spoken much of love, saying that the person most feared should also be much loved.

The man known to some as X or the Mysterious Stranger neither loved nor feared himself the most.

There were three people he had loved more than he loved anybody else.

His wife, now dead, he had loved but not as deeply as the other two. His foster mother and the Operator he loved with equal intensity or at least he had once thought so.

His foster mother was light-years away, and he did not have to deal with her as yet and might never. Now, if she knew what he was doing, she would be deeply ashamed and grieved. That he couldn’t explain to her why he was doing this, and so justify himself, deeply grieved him.

The Operator he still loved but at the same time hated.

Now X waited, sometimes patiently, sometimes impatiently or angrily, for the fabled but real Riverboat. He had missed the Rex Grandissimus. His only chance now was the Mark Twain.

If he didn’t get aboard that boat . . . no, the thought was almost unendurable. He must.

Yet, when he did get on it, he might be in the greatest peril he’d ever been in, bar one. He knew that the Operator was downRiver. The surface of his grail had shown him the Operator’s location. But that had been the last information he would get from the map.“

 

 

 


Philip José Farmer (26 januari 1918 - 25 februari 2009)

 

Lees meer...

François Coppée, Eugène Sue, Jan van Hoogstraten, Delphine Gay, Sabino Arana Goiri

 

De Franse dichter en schrijver François Coppée werd geboren op 26 januari 1842 in Parijs. Zie ook mijn blog van 26 januari 2009 en ook mijn blog van 26 januari 2010.

 

 

Janvier

 

Songes-tu parfois, bien-aimée,
Assise près du foyer clair,
Lorsque sous la porte fermée
Gémit la bise de l'hiver,

Qu'après cette automne clémente,
Les oiseaux, cher peuple étourdi,
Trop tard, par un jour de tourmente,
Ont pris leur vol vers le Midi ;

Que leurs ailes, blanches de givre,
Sont lasses d'avoir voyagé ;
Que sur le long chemin à suivre
Il a neigé, neigé, neigé ;

Et que, perdus dans la rafale,
Ils sont là, transis et sans voix,
Eux dont la chanson triomphale
Charmait nos courses dans les bois ?

Hélas ! comme il faut qu'il en meure
De ces émigrés grelottants !
Y songes-tu ? Moi, je les pleure,
Nos chanteurs du dernier printemps.

Tu parles, ce soir où tu m'aimes,
Des oiseaux du prochain Avril ;
Mais ce ne seront plus les mêmes,
Et ton amour attendra-t-il ?

 

 

 


François Coppée (26 januari 1842 – 23 mei 1908)

 

 

Lees meer...

25-01-11

William S. Maugham, Virginia Woolf, Renate Dorrestein, Stephen Chbosky, J. G. Farrell

 

De Engelse schrijver William Somerset Maugham werd geboren in Parijs op 25 januari 1874. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007 en ook mijn blog van 25 januari 2008 en ook mijn blog van 25 januari 2009 en ook mijn blog van 25 januiari 2010.

 

Uit: The Trembling Of A Leaf (The Pacific)

 

„He splashed about for a few minutes in the sea; it was too shallow to swim in and for fear of sharks he could not go out of his depth; then he got out and went into the bath-house for a shower. The coldness of the fresh water was grateful after the heavy stickiness of the salt Pacific, so warm, though it was only just after seven, that to bathe in it did not brace you but rather increased your languor; and when he had dried himself, slipping into a bath-gown, he called out to the Chinese cook that he would be ready for breakfast in five minutes. He walked barefoot across the patch of coarse grass which Walker, the administrator, proudly thought was a lawn, to his own quarters and dressed. This did not take long, for he put on nothing but a shirt and a pair of duck trousers and then went over to his chief's house on the other side of the compound. The two men had their meals together, but the Chinese cook told him that Walker had set out on horseback at five and would not be back for another hour.

Mackintosh had slept badly and he looked with distaste at the paw-paw and the eggs and bacon which were set before him. The mosquitoes had been maddening that night; they flew about the net under which he slept in such numbers that their humming, pitiless and menacing, had the effect of a note, infinitely drawn out, played on a distant organ, and whenever he dozed off he awoke with a start in the belief that one had found its way inside his curtains. It was so hot that he lay naked.

He turned from side to side. And gradually the dull roar of the breakers on the reef, so unceasing and so regular that generally you did not hear it, grew distinct on his consciousness, its rhythm hammered on his tired nerves and he held himself with clenched hands in the effort to bear it.

The thought that nothing could stop that sound, for it would continue to all eternity, was almost impossible to bear, and, as though his strength were a match for the ruthless forces of nature, he had an insane impulse to do some violent thing. He felt he must cling to his self-control or he would go mad.“

 

 

 

William Somerset Maugham (25 januari 1874 – 16 december 1965)

 

 

Lees meer...

David Grossman, Alessandro Baricco, Stefan Themerson, Jozef Slagveer, Paavo Haavikko

 

De Israëlische schrijver David Grossman werd geboren op 25 januari 1954 in Jeruzalem. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007 en ook mijn blog van 25 januari 2008 en ook mijn blog van 25 januari 2009 en ook mijn blog van 25 januiari 2010.

 

Uit: Vrouw op de vlucht voor een bericht (Vertaald door Ruben Verhasselt)

 

„Ook de volgende nacht verscheen hij voor twaalven in haar deuropening om haar op haar kop te geven en te klagen dat ze in haar slaap lag te zingen, dat ze hem en de hele wereld wakker maakte. Ze lachte in zichzelf en vroeg of zijn kamer echt zo ver weg was, en pas toen viel hem op

dat haar stem niet klonk vanaf dezelfde plek als de vorige of eervorige nacht.

‘Omdat ik nu zít,’ legde ze uit. Hij polste voorzichtig: ‘Waarom zit je eigenlijk?’‘Omdat ik niet sliep,’ zei ze. ‘En ik was niet aan het zingen. Ik zat hier rustig op jou te wachten.’

Ze hadden allebei het idee dat de duisternis nog zwarter werd. Een nieuwe golf van hitte, die misschien niets te maken had met haar ziekte, kroop vanuit Ora’s tenen omhoog en ontstak rode vlekken in haar hals en haar gezicht. Gelukkig is het donker, dacht ze en ze hield met haar hand

de kraag van haar ruime pyjama dicht.

Daarna schraapte hij, in de deuropening, zachtjes zijn keel en zei: ‘Goed, ik moet terug.’ En toen ze vroeg waarom eigenlijk, zei hij dat hij zich dringend in de pek en veren moest gaan wentelen. Ze snapte het niet meteen, maar even later begon ze hard te lachen en zei: ‘Kom op, sufferd, nou is het genoeg met die toneelstukjes van je, ik heb hier naast me een stoel voor je klaargezet.’

Hij tastte zijn weg af langs een deurpost, stalen kastjes en bedden, tot hij ergens bleef staan uithijgen als een oud pakpaard, leunend op een leeg bed. ‘Ik ben hier,’ kreunde hij.

‘Kom dichterbij,’ zei ze.“

 

 

 

David Grossman (Jeruzalem, 25 januari 1954)

 

 

Lees meer...

Alfred Gulden, Robert Burns, Daniel von Lohenstein, Vladimir Vysotsky, Friedrich Jacobi, Eva Zeller, Stéphanie de Genlis

 

De Duitse dichter, schrijver, musicus en filmmaker Alfred Gulden werd geboren op 25 januari 1944 in Saarlouis. Zie ook mijn blog van 25 januari 2009 en ook mijn blog van 25 januiari 2010. 

  

 

In der dunklen Ecke

 

Nein gesagt immer
Widerstand sein das Kind
das hört nicht
die Hände abfaulen
sehen reiß das Auge aus
in der dunklen Ecke
stehen bis die Luft
aus geht der Widerstand
sein

 

 

 

Fall tot um sag

 

Ganz offen sein
fall tot um sagen
wörtlich gemeint
das glaub mal
einer weiß es

 

 


 

Alfred Gulden (Saarlouis, 25 januari 1944)

 

Lees meer...

24-01-11

E. Th. A. Hoffmann, Ivan Ivanji, Eugen Roth, Vicky Baum, Ulrich Holbein

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Theodor Amadeus Hoffmann werd geboren in Koningsbergen op 24 januari 1776. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007  en ook mijn blog van 24 januari 2008 en ook mijn blog van 24 januari 2009 en ook mijn blog van 24 januari 2010.

 

Uit: Die Bergwerke zu Falun

 

„An einem heitern sonnenhellen Juliustag hatte sich alles Volk zu Göthaborg auf der Reede versammelt. Ein reicher Ostindienfahrer, glücklich heimgekehrt aus dem fernen Lande, lag im Klippahafen vor Anker und ließ die langen Wimpel, die schwedischen Flaggen, lustig hinauswehen in die azurblaue Luft, während hunderte von Fahrzeugen, Booten, Kähnen, vollgepfropft mit jubelnden Seeleuten, auf den spiegelblanken Wellen der Göthaelf hin und her schwammen und die Kanonen von Masthuggetorg ihre weithallenden Grüße hinüberdonnerten in das weite Meer. Die Herren von der ostindischen Kompanie wandelten am Hafen auf und ab und berechneten mit lächelnden Gesichtern den reichen Gewinn, der ihnen geworden, und hatten ihre Herzensfreude daran, wie ihr gewagtes Unternehmen nun mit jedem Jahr mehr und mehr gedeihe und das gute Göthaborg im schönsten Handelsflor immer frischer und herrlicher emporblühe. Jeder sah auch deshalb die wackeren Herrn mit Lust und Vergnügen an und freute sich mit ihnen, denn mit ihrem Gewinn kam ja Saft und Kraft in das rege Leben der ganzen Stadt.

Die Besatzung des Ostindienfahrers, wohl an die hundertundfünfzig Mann stark, landete in vielen Booten, die dazu ausgerüstet, und schickte sich an ihren Hönsning zu halten. So ist nämlich das Fest geheißen, das bei derlei Gelegenheit von der Schiffsmannschaft gefeiert wird, und das oft mehrere Tage dauert. Spielleute in wunderlicher Tracht zogen vorauf mit Geigen, Pfeifen, Oboen und Trommeln, die sie wacker rührten, während andere allerlei lustige Lieder dazu absangen. Ihnen folgten die Matrosen zu Paar und Paar. Einige mit buntbebänderten Jacken und Hüten schwangen flatternde Wimpel, andere tanzten und sprangen, und alle jauchzten und jubelten, daß das helle Getöse weit in den Lüften erhallte.

So ging der fröhliche Zug fort über die Werfte - durch die Vorstädte bis nach der Hagavorstadt, wo in einem Gästgifvaregard tapfer geschmaust und gezecht werden sollte.

Da floß nun das schönste Öl in Strömen, und Bumper auf Bumper wurde geleert. Wie es denn nun bei Seeleuten, die heimkehren von weiter Reise, nicht anders der Fall ist, allerlei schmucke Dirnen gesellten sich alsbald zu ihnen, der Tanz begann, und wilder und wilder wurde die Lust und lauter und toller der Jubel.“

 

 

 

E. Th. A. Hoffmann (24 januari 1776 - 25 juni 1822) 

Buste onder de Liebknechtbrücke, Berlijn

 

Lees meer...

Edith Wharton, Stanisław Grochowiak, Wolf von Niebelschütz, Albin Zollinger, Maxime Alexandre

 

De Amerikaanse schrijfster Edith Wharton werd geboren op 24 januari 1862 in New York. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007 en ook mijn blog van 24 januari 2009 en ook mijn blog van 24 januari 2010.

 

Uit: Ethan Frome

 

„The village lay under two feet of snow, with drifts at the windy corners. In a sky of iron the points of the Dipper hung like icicles and Orion flashed his cold fires. The moon had set, but the night was so transparent that the white house-fronts between the elms looked gray against the snow, clumps of bushes made black stains on it, and the basement windows of the church sent shafts of yellow light far across the endless undulations. Young Ethan Frome walked at a quick pace along the deserted street, past the bank and Michael Eady's new brick store and Lawyer Varnum's house with the two black Norway spruces at the gate. Opposite the Varnum gate, where the road fell away toward the Corbury valley, the church reared its slim white steeple and narrow peristyle. As the young man walked toward it the upper windows drew a black arcade along the side wall of the building, but from the lower openings, on the side where the ground sloped steeply down to the Corbury road, the light shot its long bars, illuminating many fresh furrows in the track leading to the basement door, and showing, under an adjoining shed, a line of sleighs with heavily blanketed horses.
The night was perfectly still, and the air so dry and pure that it gave little sensation of cold. The effect produced on Frome was rather of a complete absence of atmosphere, as though nothing less tenuous than ether intervened between the white earth under his feet and the metallic dome overhead. "It's like being in an exhausted receiver," he thought. Four or five years earlier he had taken a year's course at a technological college at Worcester, and dabbled in the laboratory with a friendly professor of physics; and the images supplied by that experience still cropped up, at unexpected moments, through the totally different associations of thought in which he had since been living. His father's death, and the misfortunes following it, had put a premature end to Ethan's studies; but though they had not gone far enough to be of much practical use they had fed his fancy and made him aware of huge cloudy meanings behind the daily face of things.“

 

 

 

Edith Wharton (24 januari 1862 – 11 augustus 1937) 

 

Lees meer...

De Beaumarchais, Charles Sackville, John Donne, Frances Brooke, William Congreve

 

De Franse toneelschrijver Pierre Augustin Caron de Beaumarchais werd geboren op 24 januari 1732 in Parijs. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007 en ook mijn blog van 24 januari 2009 en ook mijn blog van 24 januari 2010.

 

Uit: Le Mariage de Figaro 

 

„Scène 2

FIGARO, seul

La charmante fille ! toujours riante, verdissante, pleine de gaieté, d'esprit, d'amour et de délices ! mais sage ! (Il marche vivement en se frottant les mains.) Ah ! Monseigneur ! mon cher Monseigneur ! vous voulez m'en donner... à garder. Je cherchais aussi pourquoi m'ayant nommé concierge, il m'emmène à son ambassade, et m'établit courrier de dépêches. J'entends, monsieur le Comte ; trois promotions à la fois : vous, compagnon ministre ; moi, casse-cou politique, et Suzon, dame du lieu, l'ambassadrice de poche, et puis, fouette courrier ! Pendant que je galoperais d'un côté, vous feriez faire de l'autre à ma belle un joli chemin ! Me crottant, m'échinant pour la gloire de votre famille ; vous, daignant concourir à l'accroissement de la mienne ! Quelle douce réciprocité ! Mais, Monseigneur, il y a de l'abus. Faire à Londres, en même temps, les affaires de votre maître et celles de votre valet ! représenter à la fois le Roi et moi dans une Cour étrangère, c'est trop de moitié, c'est trop.

- Pour toi, BAZILE ! fripon, mon cadet ! je veux t'apprendre à clocher devant les boiteux ; je veux... Non, dissimulons avec eux, pour les enferrer l'un par l'autre. Attention sur la journée, monsieur Figaro ! D'abord avancer l'heure de votre petite tête, pour épouser plus sûrement ; écarter une Marceline qui de vous est friande en diable ; empocher l'or et les présents ; donner le change aux petites passions de monsieur le Comte ; étriller rondement monsieur du BAZILE, et...“

 

 

 

De Beaumarchais (24 januari 1732 - 18 mei 1799)

Standbeeld van Louis Clausade in Parijs

 

Lees meer...