30-01-11

Barbara Wood, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Anton Hansen Tammsaare, Walter Savage Landor, Franz von Sonnenfeld

 

De Engels-Amerikaanse schrijfster Barbara Wood werd geboren op 30 januari 1947 in Warrington. Zie ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010. 

 

Uit: The Blessing Stone

 

„It was because of Honoria. She had nearly killed him with her rejection of his marriage proposal. His heart was in mortal pain; there were no salves or ointments for this kind of wound. It wasn't just that she had said no, it was the way she had said it. With a horrified tone: "I could not live with a man who dealt daily with diseased bodies." Matthew didn't blame her. Honoria herself was frail, spending half her time on her retiring couch where she received visitors. Moreover, he himself was not made of heroic proportions. Matthew Lively knew very well what people saw when they looked at him: a pale, nervous young man who frequently stuttered, and, despite his college education, was altogether too unsure of himself.

Still, her rejection had wounded him, and so Matthew Lively, twenty-five years old and finishing his glass of milk, decided he was done with women forever.

Hannah Lively, daughter of Molly Prentice who had once been the love interest of Alexander Hamilton, came into the kitchen, a plain woman in black bombazine, a small lace cap on her head.

"Was it a good reading, Mother?" Matthew asked. He was proud of the fact that his mother was one of the most sought after spiritualists on the East Coast.

"The spirits came through very clear today. Even without the aid of the Blessing Stone." Then she gave him an expectant look.

"Mother, the stone pointed West!"

She nodded sagely. "The Guiding Spirit in the crystal knows where your destiny lies."

Sixty years old and considered a true prophetess by their many friends and neighbors, Hannah Lively believed absolutely in the power of the crystal, therefore Matthew didn't tell her that he had had to spin it eleven times before it finally pointed West. He reckoned the stone just needed warming up.“

 

 

 

Barbara Wood (Warrington, 30 januari 1947)

 

Lees meer...

29-01-11

Anton Tsjechov, Hans Plomp, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Romain Rolland

 

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Die Dame mit dem Hündchen (Vertaald door Vera Bischitzky, Kay Borowsk e.a.)

 

“Es war vor sechs, sieben Jahren, als ich in einem der Kreise des Gouvernements T. lebte, auf dem Herrenhof des Gutsbesitzers Belokurow, eines jungen Mannes, der sehr früh aufstand, in einem Schoßrock herumlief, den Abend mit Biertrinken zubrachte und sich stets bei mir beklagte, daß

er nirgends und bei niemandem Anerkennung finde. Er wohnte in einem Nebengebäude im Garten und ich im alten Herrenhaus, in einem riesigen Salon mit Säulen, in dem es außer einem breiten Diwan, auf dem ich schlief, sowie einem Tisch, an dem ich meine Patiencen legte, sonst keine weiteren Möbel gab. Sogar bei ruhigem Wetter brummte hier immer etwas in den alten Amossow-Öfen, und bei Gewitter bebte das ganze Haus, als ob es zerbersten wollte, und das war ein wenig unheimlich, besonders nachts, wenn die zehn großen Fenster plötzlich alle vom Blitz erleuchtet wurden.

Vom Schicksal zu stetigem Müßiggang verurteilt, tat ich rein gar nichts. Stundenlang pflegte ich aus meinen Fenstern den Himmel, die Vögel und die Alleen zu betrachten, alles zu lesen, was mir die Post brachte, und zu schlafen. Manchmal verließ ich das Haus und streifte bis zum späten Abend irgendwo umher. Einmal, auf dem Heimweg, geriet ich zufällig auf ein mir unbekanntes Landgut. Die Sonne ging gerade unter, und auf dem blühenden Roggen breiteten sich die abendlichen Schatten aus. Zwei Reihen alter, dicht gepflanzter, sehr hoher Tannen standen da wie zwei massive Mauern und bildeten eine schöne dunkle Allee. Mit Leichtigkeit kletterte ich über den Zaun und ging die Allee entlang, auf einer mehrere Zentimeter dicken Tannennadelschicht gleitend, die hier den Erdboden bedeckte. Es war finster und still, nur hoch oben in den Baumwipfeln zitterte hier und da ein heller goldener Schein und ließ ein Spinnennetz in den Farben des Regenbogens schillern. Es roch stark, fast beklemmend, nach Tannennadeln.

 

 

 

AntonTsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)

Monument in Badenweiler

 

 

Lees meer...

Olga Tokarczuk, Germaine Greer, Mirjam Müntefering, Serap Çileli, Gert Hofmann

 

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Runners (Vertaald door Jennifer Croft)

 

“They’re standing next to each other in the kitchen. Kunicki is dicing up parsley. He doesn’t really want to get into it again, but he can’t restrain himself.  He can feel the words swelling up in his throat, and he can’t quite swallow them back down. Meaning the old “Well then what did happen?” yet again.

She says in a tired voice, pointing out in a tone of I’m-reciting-this-yet-again that he’s being boring, that he’s making things difficult, “Here you go, one more time: I didn’t feel well, I think I had food poisoning, I told you.”

But he doesn’t give up so easily. “You didn’t feel sick when you went off,” he says.

“Right, but then I got sick, I got sick,” she repeats, with pleasure. “And I guess I passed out for a minute, and then the baby started crying, and that brought me to again. He was scared, and I was scared, too. We started toward the car, but just because of everything we ended up going the wrong way.”

“Which way? Into town? Toward Vis?”

“Yes, toward Vis. No, I mean, I don’t know, whether toward Vis or not, how was I supposed to know, if I had known, I would have come back, I’ve told you this a thousand times.” She raises her voice. “When I figured out I had gotten us lost, we just sat down in this little grove, and the baby fell asleep. I was still feeling weak…”

Kunicki knows she’s lying. He dices the parsley up and says in a sepulchral voice, not raising his eyes from the cutting board, “There was no grove.”

She just about screams, “Of course there was!”

“No, there wasn’t. All there was were individual olive trees and vineyards. What grove?”

There’s a silence, and then she suddenly says with deadly seriousness, “Okay. You’ve cracked it. Good job. We were carried off by a flying saucer. They did experiments on us. They implanted chips in us, here,” and she lifts up her hair to reveal the nape of her neck. Her gaze is icy.”

 

 

 

Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

 

 

Lees meer...

Hubert K. Poot, Muna Lee, Johann Seume, Vicente Blasco Ibáñez

 

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Klagt

 

Een abel Nimfelyn, dat d'eêlsteschoonheit tart,

(Als dragende in een lyf, waerop natuur magh bogen,

De fierheit van Diane en Venus minvermogen)

Houdt in den doolhof van haer schoonheit my verwart.

Zoekt iemant 't Godendom, of waer het woont en mart;

Welsprekende Merkuur is in haer' mont gevlogen:

Minerva in haer brein: Kupido in haere oogen:

De strafheit in haer borst, tot myn verdriet en smart.

Wat schept myn zuchten dies aen doove rotsen, steenen,

Al ooren! welk een tal van monden, die myn weenen

Nabauwen, daer zy bet versteent blyft dan een rots!

'k Zou zelf de dartle Min myn schreien naer zien rechten,

Omdat noit schichten op haer hart hart kunnen hechten,

Waer 't onverboôn door 't lot en in de magt eens Godts.

 

 

 


Hubert K. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)

 

 

Lees meer...

28-01-11

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare

 

De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Richtingwijzers

 

Je moet onthouden
Dat oude meisjes soms een bel
Onder hun losgekomen vel
Opblazen. Alsof wereldbollen
Onder mijn handen doorrolden
Kwamen hun gladde lijven langs.
Der gladheid egels vol van angst.

Je moet onthouden
Hoe stiekem een nijlpaard stond
Te huilen aan de Vlaamse Kaai.
Zijn hoedje was hem afgewaaid.
Zijn bek lag heel lang op de grond.
Van suiker hield hij zeker niet.
Ik dacht niet dat hij me verstond.

Je moet onthouden
Dat iemands oude ogen breken
Als oud glazuur. Het bleken
Haar wimpers zelf die toeklapten
Vastkleefden en haar uitpakte.
Ik ben de weg kwijt en ik weet
Niet waar op ik mijn pijlen schiet.

 

 

 

 

I - hudson’s shortcut

 

in wezen lagen jullie in de weg

wij kwamen meegevaren op de droom

van een malloot: die hudson had gezegd

dat hij een shortcut kende naar den oost

 

immer gerade aus langs de noordpool

dan kwam je snel in indië terecht

en wij geloofden deze vent, we volgden

zelfs toen hij ijskoud polste: ‘of naar west…?’

 

kapitein hudson was al eens ontslagen

en toen hij aan een vreemde baai bezwoer

dat we om in azië te raken slechts nog

dwars door amerika heen moesten varen

toen voeren we al niet meer – rotsvast geklemd

van kop tot kont in ’t nieuwe continent

 

 

 

II - nieuw amsterdam

 

de baai lag als een uitgestrekte vinger

vanaf het vaderland op ons te wachten

wij gingen er op pad, we stampten rond

wegwijzend in een leeg maar vruchtbaar gat

 

wellicht dat enkel uit ons lijf, dat nimmer

één volk, één god voor zich had kunnen winnen

dat zelf oprees uit schuim van minderheden

een babelstad als dit zich kon ontspinnen

 

wie leerde u hier het ware smelten? wie

zei: handel vrij, wees anders, wees gelijken

dat dromen zich als aandelen verspreiden?

de wereldkampioen in immigreren

dat waren wij, een verre vonk van vrijheid

amerika een holland in het klein

 

 

 

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

Lees meer...

Miguel Barnet, José Martí, Hermann Kesten, David Lodge, Wies Moens

 

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: The Language We Speak

 

Our Cuban variant of the Spanish language is a spicy potato dish in which, among others the Spanish, the indo-West Indian, and the African of Yoruba, Bantu or Carabali origin have combined, just to mention only three African linguistic sources, in view of which we should also assume an objective position, not an embarrassing or discriminatory one. The world “chévere”, very Cuban, is used today in many countries in the Americas, where it arrived by way of Cuban music; however, it’s barely used in Cuba now. “Asere” and “ecobio”, also of African roots, have expanded as ways of addressing people, particularly the first one, among our youngsters since the 1960’s. Today, their use is common in Cuban vocabulary and not necessarily poor Cubans. They’re contributions from other languages that have been gradually incorporated into the Cuban Spanish and that are part of our culture. Words coming from religious systems or fraternity and mutual help societies like the Abakuá Society, but that have acquired a new semantic value, according to the persons using them and the intention with which they do. 

Between all of us, we have gradually elaborated this rich spicy dish throughout the long cooking process identifying us as the Cuban linguistic community. We’re not defending the use or abuse of vernacular words, because “Cuban” means not only what is popular, picturesque, and vulgar; that’s not only a very narrow conception, but a wrong one. Cuban is also what is educated, more elaborate.” 

 

 

 

Miguel Barnet (Havanna, 28 januari 1940)

 

 

Lees meer...

Manfred Jendryschik, Mo Rocca, Hermann Peter Piwitt, Colette, Christian Felix Weiße

 

De Duitse dichter en schrijver en uitgever Manfred Jendryschik werd geboren op 28 januari 1943 in Dessau. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010. 

 

 

Vom Wasser

Manchmal, scheint’s tröstlich, gehen auch die Könige
baden, siehe der zweite Ludwig, soeben
war er noch da, nun sucht er Atlantis. Die Immunität
von Pinochet wurde zu spät aufgehoben, Franco
starb friedlich im Bett wie Stalin, der Mörder
von Luther King sollte nie gefunden werden. Warum
nur, fragt sich der kleine Mann in der Wanne (und sei’s drum:
Müller-Lüdenscheidt) etabliert sich das Unrecht
so weltweit und immer wieder, ganz sentimental-
faschistoid-heimatliebend, Mr. President? Usedoms
genannte Kaiserbäder sagen ein Herzliches
Willkommen wie auch den Diktatoren
der Kontinente, aber die waschen sich, hört man, anderswo
in aller Unschuld das Blut von den Fingernägeln.
Und es hilft ja auch nichts,
  regelmäßig die Kurtaxe zu zahlen.

 

 

 

Manfred Jendryschik (Dessau, 28 januari 1943)

Dessau 

 

Lees meer...

27-01-11

James Grippando, Benjamin von Stuckrad-Barre, Lewis Carroll, Eliette Abécassis, Alexander Stuart

 

De Amerikaanse schrijver James Grippando werd geboren op 27 januari 1958 in Waukegan, Illinois. Zie ook mijn blog van 27 januari 2008 en ook mijn blog van 27 januari 2009 en ook mijn blog van 27 januari 2010.

 

Uit: The Abduction

 

„Allison could feel her heart pounding. Her lungs burned as she fought forair. The treadmill's digital display told her she was passing the two-milemark. She punched the speed button to slow the pace and catch her breath.Perspiration soaked her, pasting the nylon sweat pants and extra-large T-shirtto her trim forty-eight-year-old body. It was her favorite T-shirt, whitewith bright red and blue lettering.

It read, "Leahy for President--A New Millennium."

After nearly four years as the United States attorney general, Allison wasjust fifteen days away from the historic date on which voters would decidewhether the nation's "top cop" would become its first woman president.The race was wide-open and without an incumbent, as her boss--DemocraticPresident Charlie Sires--was at the end of his second and final four-yearterm. Allison was his second-term attorney general, part of the president'sshake-up of his own cabinet upon reelection in 1996. Eight months ago, Allisondidn't consider herself a serious presidential contender. But when the Republicansnominated Lincoln Howe, the nation's most beloved black man, the polls madeit clear that the only Democrat who could beat him was a charismatic whitewoman.

Ironically, thirty minutes of walking in place on the treadmill had actuallyput Allison thirty miles closer to her afternoon rally in Philadelphia.She was on the last leg of a two-day bus tour through Pennsylvania, a criticalswing state with twenty-four electoral college votes. Her campaign bus hadlogged nearly ten thousand miles in the past six months.”

 

 


James Grippando (Waukegan, 27 januari 1958)   

 

 

Lees meer...

Mordecai Richler, Ethan Mordden, Guy Vaes, Leopold von Sacher-Masoch, Bernd Jentzsch

 

De Canadese Schrijver Mordecai Richler werd geboren op 27 januari 1931 in Montreal. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007 en ook mijn blog van 27 januari 2008 en ook mijn blog van 27 januari 2009 en ook mijn blog van 27 januari 2010.

 

Uit: Mordecai Richler Was Here: Selected Writings 

 

 “And who came rank one, may I ask?”
    Mrs. Klinger’s boy, alas. Already the phone was ringing. “Yes, yes,” my mother said to Mrs. Klinger, “congratulations, and what does the eye doctor say about Riva, poor kid, to have a complex at her age, will they be able to straighten them….”
    Parochial school was a mixed pleasure. The old, underpaid men who taught us Hebrew tended to be surly, impatient. Ear-twisters and knuckle-rappers. They didn’t like children. But the girls who handled the English-language part of our studies were charming, bracingly modern, and concerned about our future. They told us about El Campesino, how John Steinbeck wrote the truth, and read Sacco’s speech to the court aloud to us. If one of the younger, unmarried teachers started out the morning looking weary, we assured each other that she had done it the night before. Maybe with a soldier. Bareback.
    From parochial school, I went on to a place I call Fletcher’s Field High in the stories and memoirs that follow. Fletcher’s Field High was under the jurisdiction of the Montreal Protestant School Board, but had a student body that was nevertheless almost a hundred percent Jewish. The school became something of a legend in our area. Everybody, it seemed, had passed through FFHS: Canada’s most famous gambler. An atom bomb spy. Boys who went off to fight in the Spanish Civil War. Miracle-making doctors and silver-tongued lawyers. Boxers. Fighters for Israel. All of whom were instructed, as I was, to be staunch and bold, to play the man, and, above all, to

    Strive hard and work
    With your heart in the doing.
    Up play the game,
    As you learnt it at Fletcher’s.

Again and again we led Quebec province in the junior matriculation results. This was galling to the communists among us, who held we were the same as everyone else, but to the many more who knew that for all seasons there was nothing like a Yiddish boy, it was an annual cause for celebration.”

 

 

 

Mordecai Richler (27 januari 1931 – 3 juli 2001)

Richler in de jaren 1950

 

Lees meer...

Ilja Ehrenburg, Mikhail Saltykov-Shchedrin, Neel Doff, Rudolf Geel, Balduin Möllhausen

 

De Russische dichter en schrijver Ilja Ehrenburg werd geboren op 27 januari 1891 in Kiev. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007 en ook mijn blog van 27 januari 2009 en ook mijn blog van 27 januari 2010.

 

Uit: Kill

 

“They take some Russians home, mistreat them, make them lose their wits by hunger, to the point that they eat grass and worms, and then a repulsive German with a stinking cigar can philosophise: "Are these perhaps human beings?" We know everything. We remember everything. We have understood: Germans are not human beings. Henceforth the word German means to us the most terrible curse. From now on the word German will trigger your rifle. We shall not speak any more. We shall not get excited. We shall kill. If you have not killed at least one German a day, you have wasted that day. If you think that instead of you, the man next to you will kill him, you have not understood the threat. If you do not kill the German, he will kill you. If you cannot kill your German with a bullet, kill him with your bayonet. If there is calm on your part of the front, if you are waiting for the fighting, kill a German before combat. If you leave a German alive, the German will hang a Russian and rape a Russian woman. If you kill one German, kill another - there is nothing more amusing for us than a heap of German corpses. Do not count days; do not count miles. Count only the number of Germans you have killed. Kill the German - this is your old mother's prayer. Kill the German - this is what your children beseech you to do. Kill the German - this is the cry of your Russian earth. Do not waver. Do not let up. Kill.”

 

 


Ilja Ehrenburg (27 januari 1891 – 31 augustus 1967)

In 1925

 

 

Lees meer...

VSB Poëzieprijs 2011 voor Armando

 

VSB Poëzieprijs 2011 voor Armando

 

 

De Nederlandse dichter en kunstenaar Armando is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2011. Hij krijgt de jaarlijkse prijs voor Nederlandstalige poëzie voor zijn dichtbundel “Gedichten 2009”. Dat maakte de organisatie woensdag bekend tijdens de prijsuitreiking in het stadhuis van Utrecht. Armando ontving een geldbedrag van 25.000 euro en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Zie ook mijn blog van 18 september 2006.en ook mijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

 

Voorzichtig


Ze liepen voorzichtig,
en lieten het landschap binnenkomen,
ze merkten dat hun tred bewonderd werd.
Heel voorzichtig gingen ze door de deuren,
langs het lusteloze strand, bezichtigden de bomen,
ze dachten dat de struiken ontvlambaar waren
en de hemel onder handbereik.
Zie, ze houden zich voorzichtig vast.

 

 

 

Nooit meer

Nergens is de lente.
Onverschrokken de helden van weleer.
Nooit meer. Nooit meer.

Geen geestverwanten, geen drempel van de oogst.
Je denkt toch niet dat sneeuw nog smelt.
Met z’n hoevelen waren ze.


 

 


Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

  

10:11 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vsb poëzieprijs, armando, romenu |  Facebook |

Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gewonnen door Henk van Loenen

 

Henk van Loenen wint Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

 

 

De Nederlandse dichter Henk van Loenen die onder het pseudoniem Juliën Holtrigter vier dichtbundels heeft gepubliceerd, heeft met het gedicht ‘Onder de sterren’ de tweede editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gewonnen. De prijs werd gisteren in de Amsterdamse Stadsschouwburg aan hem uitgereikt. Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden. Henk van Loenen (Hilversum, 1946), publiceerde al in 1969 in het tijdschrift Kentering. Hij debuteerde in 2001 met de bundel Omwegen bij uitgeverij Mozaïek. In 2004 verscheen Het verlangen te verdwalen en in 2006 Het stilteregister, beide bij uitgeverij De Harmonie. In april komt zijn vierde bundel uit met als werktitel De onaanraakbaarheid van de ruimte. Hij was werkzaam in het onderwijs als tekendocent, maar is altijd blijven schrijven.

 
Onder de sterren

Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd
liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte.
De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept.

Ik zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen.
Uitzicht vanuit een graf, stond eronder. Je zag
een stuk van de hemel en de dunne kruinen van bomen.

Ik denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer
bij machte terug te keren.
En aan mijn ex die ik plots bij mijn tandarts aantrof
boven mijn wijdopen mond, mooier en harder dan ooit,
met een slang in haar hand om het gruis en het vocht
weg te zuigen. Daar lag ik.

Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak
niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen
en papier
 

 

 

 

 

Henk van Loenen (Hilversum, 1946)

   

26-01-11

Menno ter Braak, Achim von Arnim, Jonathan Carroll, Jochen Missfeldt, Gerrit Jan Zwier

 

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008 en ookmijn blog van 26 januari 2009 en ook mijn blog van 26 januari 2010.

 

Uit: Afscheid van Domineesland 

 

“Sedert ik ingezien heb, dat de vooroordeelen in Nederland niet erger zijn dan elders, durf ik weer van Nederland houden, van zijn individualistische huisdeuren, van zijn koffiemaaltijd, van zijn laatsten krijgsheld van Speyck, van zijn volksuniversiteiten en het weekblad ‘De Prins’. Maar er is een tijd geweest, waarin ik dit alles haatte, omdat het niet van mij afgevallen was, omdat het voor mij een probleem beteekende, Nederlander te zijn van afstamming en gemoed, geen Nederlander te willen zijn in eruditie en formuleering. Thans, nu ik afscheid genomen heb van Nederland en zijn dominees, nu ik voor mijzelf niet langer behoef te loochenen, dat ik in plaats van in Arles in het land van Revius en Cats ter wereld ben gekomen, thans blijkt dit afscheid tevens een wederzien... Ik besef, dat deze laatste zin nog zoo duidelijk de sporen van den dominee-in-mij draagt, dat ik mij, bij het verschijnen van deze twee bundels studies uit vijf jaren, rekenschap moet geven van dien Engelbewaarder van mijn jeugd in gekleede jas, die op mijn eerste wankele schreden steeds zoo zorgvuldig acht heeft geslagen.

De onverbiddelijke erfelijkheid bestemde mij, bijna, tot dominee. Mijn overgrootvader was niet de eerste, die het ambt in mijn familie bracht; maar hij was een dominee, wiens ijzeren gehechtheid aan het moraliseeren alleen reeds een gansch nageslacht zou kunnen bestemmen tot volmaakte ethici. Hij schreef dag in dag uit dagboek na dagboek vol en hield aan zijn oude doopsgezinde geloof vast, terwijl zijn zoons hem in den steek lieten. De overtuiging, dat er iets Hoogers was, gaf hem voldoende steun, om het Evangelie op één der waddeneilanden te blijven verkondigen.”

 

 


Menno ter Braak
(26 januari 1902 -  14 mei 1940)

 

 

Lees meer...

Philip José Farmer, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Alfons Paquet, Lode Baekelmans

 

De Amerikaanse schrijver Philip José Farmer werd geboren in North Terre Haute (Indiana) op 26 januari 1918. Zie ook mijn blog van 26 januari 2010. 

 

Uit: The Magic Labyrinth

 

“Everybody should fear only one person, and that person should be himself.”

That was a favorite saying of the Operator.

The Operator had also spoken much of love, saying that the person most feared should also be much loved.

The man known to some as X or the Mysterious Stranger neither loved nor feared himself the most.

There were three people he had loved more than he loved anybody else.

His wife, now dead, he had loved but not as deeply as the other two. His foster mother and the Operator he loved with equal intensity or at least he had once thought so.

His foster mother was light-years away, and he did not have to deal with her as yet and might never. Now, if she knew what he was doing, she would be deeply ashamed and grieved. That he couldn’t explain to her why he was doing this, and so justify himself, deeply grieved him.

The Operator he still loved but at the same time hated.

Now X waited, sometimes patiently, sometimes impatiently or angrily, for the fabled but real Riverboat. He had missed the Rex Grandissimus. His only chance now was the Mark Twain.

If he didn’t get aboard that boat . . . no, the thought was almost unendurable. He must.

Yet, when he did get on it, he might be in the greatest peril he’d ever been in, bar one. He knew that the Operator was downRiver. The surface of his grail had shown him the Operator’s location. But that had been the last information he would get from the map.“

 

 

 


Philip José Farmer (26 januari 1918 - 25 februari 2009)

 

Lees meer...