29-11-10

Louisa May Alcott, Wilhelm Hauff, Ludwig Anzengruber, Madeleine L’Engle

 

De Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott werd geboren op 29 november 1832 in Germantown, Pennylvania. Zie ook mijn blog van 29 november 2006  en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009. 

 

Uit: Little women (Onder moedervleugels, vertaling door Almine, Amsterdam 1876)

 

"Als je "dédain" bedoelt, dan moest je dat zeggen en niet over "étain" praten, alsof Vader een tinnen peperbus was," spotte Jo lachend.

"Ik weet heel goed, wat ik zeggen wil, en je hoeft er niet zoo "satiriek" over te zijn. Het is heel goed om juiste uitdrukkingen te gebruiken en zoo je "vocabulaire" te verrijken," zeide Amy deftig.

"Nu, vlieg elkaar maar niet aan, kinderen! Zou jij niet willen, Jo, dat we al het geld nog hadden, dat Vader verloor, toen we nog klein waren? Hè, wat zouden we gelukkig en goed zijn, als we niets hadden, wat ons hinderde," zei Meta, die zich betere dagen herinnerde.

"En gisteren heb je nog gezegd, dat je ons veel gelukkiger vond dan de kinderen King, omdat die altijd vochten en kibbelden, niettegenstaande ze zooveel geld hebben."

"Dat heb ik ook gezegd, Bets; en ik geloof ook wel, dat het waar is, want al moeten wij ook werken, we hebben toch pret onder elkaar, en zijn een "moppig" troepje, zou Jo zeggen."

"Jo gebruikt ook zulke platte uitdrukkingen," zei Amy en zag afkeurend naar de lange gestalte op het haardkleed. Jo ging dadelijk rechtop zitten, stak de handen in de zakken van haar schort en begon te

fluiten.

"Doe het toch niet, Jo, 't is zoo jongensachtig."

"Daarom doe ik het juist."

"Ik heb het land aan ruwe, onbeschaafde meisjes."

"En ik aan gemaakte, opgeprikte nuffen."

"Ieder vogeltje zingt, zooals het gebekt is," zei Bets, de vredestichtster, met zulk een grappig gezichtje, dat de beide scherpe stemmen zich in lachen oplosten en het "aanvliegen" voor 't oogenblik

gedaan was.

"Kinderen, jullie hebt beiden schuld," zei Meta, en begon als oudste zuster de les te lezen. "Jo, je bent nu oud genoeg om die jongensmanieren af te schaffen en je verstandig te gedragen. Het kwam

er niet zooveel op aan, toen je nog een klein meisje was, maar nu je zoo lang bent geworden en je haar opgestoken draagt, moet je bedenken dat je langzamerhand een dame wordt."

 

 

 

 

Louisa May Alcott (29 november 1832 – 6 maart 1888)

Boekomslag

 

Lees meer...

Franz Stelzhamer, Antanas Škėma, Andrés Bello, Maurice Genevoix

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Stelzhamer werd geboren in Großpiesenham op 29 november 1802. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Winterwanderung

 

Da liegt sie, die große Pastete,

Die weite Landschaft vor mir,

Herr Winter, der wack’re Konditor,

Versah sie mit Schmuck und Zier.

 

Daß er so viel Zucker streute,

Geschah den Kindern zulieb,

Doch was er mit glitzernder Reimschrift

Darauf und darüber schrieb -

 

Das ist für den Wanderer,

Das ist für mich, für mich,

Und ich deut’ und entziff’re

Die Schrift auch Strich für Strich.

 

Das nichtigste Ding erglänzet

Im Strahl des Sonnenlichts,

Was macht nach diesem Exempel

Manch Einer aus seinem Nichts!

 

Drauf krächzt die heisere Dohle,

Ich nick’ und lache dazu,

Im Thale wirds trüb und neblig,

Es ballt sich der Schnee am Schuh -

 

Und gleich kommt ein and’rer Gnome

Mit melancholischem Gesicht,

Behaucht sich mit warmen Athem

Die frierenden Hände und spricht:

 

Du mußt dich begraben lan,

Ein in’s Leichentuch dreh’n,

Auf daß neugeboren dann

Du wieder magst aufersteh’n!

 

Doch kaum ist der Fröstler verschwunden

Im grauen Nebelduft,

Erschüttert Schellengeklingel

Und schallendes Schäckern die Luft.

 

Gottlob, die »Dreikönig« vorüber,

Es winkt schon der Karneval,

Fünf Schlitten mit munterem Völklern

Kutschieren in’s Städtchen zum Ball.

 

Mag sein, auch Hochzeitleute,

Wer weiß das so genau,

Es spielen ja Kinder schon gerne

Das Spiel von »Herr und Frau«.

 

Doch sieh, hintenauf was hockt doch?

Das Mäulchen zum Spotte gespitzt,

Ein kicherndes, zappelndes Gnömchen

Und horch, was singt es itzt?

 

Allimmer und ewig auf Fasching

Fiel Fasten, auf Freude folgt Leid,

Doch glaubt mir, ihr glücklichen Thoren,

Ihr bleibt stets so froh wie ihr seid.

 

D’rauf huscht das Fuhrwerk von dannen,

Geklingel und Knallen verhallt,

Ein leises eisiges Lüftchen

Durchschauert Feld und Wald.

 

Ei Winter, ei Winter, wie lehrreich

Wie lustig und launig du bist,

Wer aus deinen nur scheinbar blanken,

Blühweißn Blättern liest.

 

 

 

 

Franz Stelzhamer (29 november 1802 – 14 juni 1874)

Standbeeld in Ried im Innkreis

 

Lees meer...

28-11-10

Erwin Mortier, Sherko Fatah, Alberto Moravia, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2007 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Godenslaap

 

“Natuurlijk was ik jaloers, en ik ben het nog steeds. Jaloers op de schilders, op hun woordenschat van coloriet. Jaloers omdat ik de taal niet kan fijnstampen in een mortier en naar goeddunken vloeiend of pasteus kan maken door er olie doorheen te mengen, noch een nieuwe kleur kan scheppen door wat poeder van het ene woord aan wat poeder van het andere toe te voegen. Jaloers ook, omdat er geen taal bestaat waarmee je eerst een ondergrond kunt aanbrengen, die door het kleurenweefsel dat je erbovenop legt heen blijft schemeren. Jaloers omdat ik een taal zou willen die geen betekenis draagt, maar bovenal intensiteit, een betekenis die aan de betekenis ontstijgt, en die je niet zozeer zou moeten lezen, als wel bezien, met de geletterdheid van het oog, de eruditie van het netvlies.”

(…)

 

Het was zonder meer een vredig tafereel, en een even vredige, melancholieke septemberochtend, en voor de zoveelste keer verwonderde ik me erover hoe snel we, na slechts enkele uren voordien voor de vleugels van het noodlot te hebben geschuild de alledaagsheid als een taai kleed over de kraters en de doden wierpen- en ik weet nog steeds niet of ik zulks een vorm van genade vond, een teken van onverzettelijkheid, of een soort zelfverdoving, de kalmte van een schaap dat in de nabijheid van een roedel wolven te dichtbij om ze te kunnen ontvluchten, een glorieus fatalisme over zich afroept en zijn fatum kalm in de ogen blikt. “

(...)

 

“We hebben zerken nodig, iets tastbaars dat de dode toedekt, ons de toegang tot de Hades verspert, een offertafel of een wierookschaal waarin we het gevoelen van schuld kunnen verbranden nadat we de doden, die al een keer gestorven zij n, in de spelonken van onze geest nog een tweede keer in de rug hebben geschoten, om ver de kunnen. “(Dit is een metaforische manier van aanduiden hoe we met de doden uit een oorlog moeten omgaan.)

 

 

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Lees meer...

Philippe Sollers, Hugo Pos, Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Un vrai roman. Mémoires

 

„(François Mauriac)

Il écrit son «Bloc-Notes» assis sur un petit lit, Mauriac, papier sur ses genoux, à l'écoute. Il est incroyablement insulté à longueur de temps, et il y répond par des fulgurations et des sarcasmes (ressemblance avec Voltaire, après tout). Il est très drôle. Méchant? Mais non, exact. Sa voix cassée surgit, très jeune, la flèche part, il se fait rire lui-même, il met sa main gauche devant sa bouche. Homosexuel embusqué ? On l'a dit, en me demandant souvent, une lueur dans l'œil, si à mon égard, etc. Faribole. Mauriac était très intelligent et généreux, voilà tout. Fondamentalement bon. Beaucoup d'oreille (Mozart), une sainte horreur de la violence et de sa justification, quelle qu'elle soit. Les sujets abordés, après les manipulations, les mensonges et les hypocrisies de l'actualité? Proust, encore lui, et puis Pascal, Chateaubriand, Rimbaud. Les écrivains sont étranges: avec Ponge, je suis brusquement contemporain de Démocrite, d'Epicure, de Lautréamont, de Mallarmé. Avec Mauriac, de saint Augustin, des «Pensées», d'«Une saison en enfer».

(...)

 

(Alain Robbe-Grillet)

Dans les péripéties malheureuses et confuses entre cinéma et littérature, l'échec le plus révélateur est quand même celui de Robbe-Grillet. Au début du «nouveau roman», il écrit contre toute image «la Jalousie», ascèse ennuyeuse mais intéressante. Ensuite, il veut filmer ses fantasmes érotiques, et c'est le kitsch. Une telle bouffée de laideur méritait bien une élection à l'Académie française.“

 

 

 

 

Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

Lees meer...

Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault

 

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009. 

 

 

Prayer

O let me soar on steadfast wing
that those who know me for a pitiable thing
may see me inerasably clear:

grant that their faith that I might hood
some potent thrust to freedom, humanhood
under drab fluff may still be justified.

Protect me from the slightest deviant swoop
to pretty bush or hedgerow lest I droop
ruffled or trifled, snared or power misspent.

Uphold—frustrate me if need be
so that I mould my energy
for that one swift inenarrable soar

hurling myself swordbeaked to lunge
for lodgement in my life’s sun-targe—
a land and people just and free.

 

 

 

 

Sequence for South Africa

1.

Golden oaks and jacarandas
flowering:
exquisite images
to wrench my heart.

2.

Each day, each hour
is not painful,
exile is not amputation,
there is no bleeding wound
no torn flesh and severed nerves;
the secret is clamping down
holding the lid of awareness tight shut—
sealing in the acrid searing stench
that scalds the eyes,
swallows up the breath
and fixes the brain in a wail—
until some thoughtless questioner
pries the sealed lid loose;

I can exclude awareness of exile
until someone calls me one.


 

 

 

Dennis Brutus (28 november 1924 – 26 december 2009)

Lees meer...

27-11-10

Navid Kermani, James Agee, Philippe Delerm, Nicole Brossard

 

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

 

Uit: Du sollst

 

– Sag nicht, daß du mich liebst.
Er sah, daß sie sah, daß er den Atem anhielt. Eine Sekunde, ihre fragenden braunen Augen, zwei Sekunden, die Kontraktion ihrer Scheide, drei, ihr offener Mund. Als er ausatmete, hatte sie es nicht gesagt.
Nie sagten sie sich, daß sie sich liebten. Er wollte das nicht, er hatte es ihr verboten. Seine Liebe hatte er erklärt, indem er erklärte, niemals von Liebe zu sprechen.
– Ich werde niemals sagen, daß ich dich liebe, und versprich mir, daß du es auch nie sagst, noch mich danach fragst.
– Wie bitte?
– Ich werde niemals sagen, daß ich dich liebe, und versprich mir, daß du es auch nie sagst, noch mich danach fragst.
– Was soll das? Was meinst du?
– Versprich es mir einfach.
Weil sie nichts sagte, legte er seine rechte Hand um ihren Hals und küßte sie zum ersten Mal. Er küßte sie auf den Mund. Das war gefährlich, denn sie hatte noch nicht versprochen, von Liebe nicht zu sprechen. Ihm fiel auf, daß ihre Lippen trocken waren. Seine waren es nicht. Ihm fiel auf, wie seine Lippen die ihren benetzten. Er öffnete die Augen, die Lippen noch immer auf ihrem Mund, die Zunge darinnen, und blickte auf ihre gesenkten Lider, in denen sich Äderchen wie gehaucht verästelten. Sein Blick spazierte auf der oberen Hälfte ihres Gesichts umher. Wie schön sie war, dachte er, das Gesicht so schmal, daß er es mit beiden Augen umarmte. Er spürte ihre Wangenknochen, die sich sanft erhoben. Eine braune Linie entdeckte er in der Narbe, die sie auf der Stirn trug, fingerkuppenlang. Es war keine spontane Entscheidung gewesen, sie zu küssen. Er hatte es sich für den Fall ihres Zögerns überlegt. Wenn er sie küßte, so hatte er gedacht, würde sie ihm seine Liebe glauben, ohne daß er sie aussprach, und er brächte sie vielleicht dazu, das Versprechen abzugeben, ohne es zu verstehen. Erklären konnte er es nicht. Sie mußte es unbesehen versprechen: nicht zu reden, über alles zu reden, aber nicht darüber. Unscharf wegen der Nähe, beobachtete er, wie sich im Winkel ihres rechten Auges eine Träne bildete.”
 

 

 

 


Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

 

Lees meer...

Jacques Godbout, Klara Blum, Jos. Habets, Friedrich von Canitz, Dennis Gaens

 

De Canadese dichter, schrijver, essayist en filmmaker Jacques Godbout werd geboren op 27 november 1933 in Montreal, Quebec. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

Uit: Les Têtes à Papineau

„Nous sommes venus au Royal Victoria Hospital rencontrer le Dr Gregory B. Northridge, autrefois attaché à l'institut des anciens combattants de Vancouver (B.C.). C'est lui qui nous a aimablement invités à le faire, par téléphone, il y a de cela plusieurs semaines. Il devait de toute manière se rendre à Montréal. Il avait entendu parler de nos deux têtes. Il affirmait connaître le sujet, notre situation lui était familière. Il désirait procéder à quelques examens dont il avait seul le secret, et peut-être par la suite allait-il nous offrir une intervention chirurgicale définitive ? Définitive.

Les anciens combattants sont tous tellement anciens aujourd'hui qu'ils ont dépassés depuis longtemps l'âge des défis. C'est pourquoi notre jeunesse l'intéresse. Nous sommes une aventure.

Nous nous serions présentés plus tôt à son bureau, mais nous avions des problèmes personnels qui nous en empêchaient.

Par la suite ce fut au Dr Northridge d'être empêché. Vous savez ce que c'est. Il avait été mandé au chevet du shah d'Iran, à New-York, à propos d'un cancer de l'oesophage et d'une rate trop dilatée . Les chefs d'État n'ont pas que des plaisirs. Le Dr Northridge est reconnu aux USA où il s'est spécialisé en diverses chirurgies. Il est diplômé, si l'on peut dire, de la célèbre Clinique Mayo. C'est un cas intéressant : cette clinique est célèbre parce que des gens célèbres y amènent leurs viscères . De là la rate du sha. A. Mayo, le Dr Northridge était aussi capitaine de l'équipe de basket. Il porte ses cheveux ambre coupés dru et court depuis cette époque. C'est un chirurgien hors pair. Il a opéré le monarque qui a pu subséquemment se retirer à Panama, dans les bras de sa chatte. Cela se passait au cours de l'automne de l'année mille neuf cent soixante-dix-neuf.“

 

Jacques Godbout (Montreal, 27 november 1933)

Lees meer...

26-11-10

Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, William Cowper, Louis Verbeeck, Luisa Valenzuela, René Becher

 

De Frans-Roemeense schrijver Eugène Ionesco werd geboren op 26 november 1912 in Slatina, Roemenië. Zie ook mijn blog van 26 november 2006en ook mijn blog van 26 november 2007 en ook mijn blog van 26 november 2008 en ook mijn blog van 26 november 2009.

 

Uit: The Bold Soprano

 

„SCENE: A middle-class English interior, with English armchairs. An English evening. Mr. Smith, an Englishman, seated in his English armchair and wearing English slippers, is smoking his English pipe and reading an English newspaper, near an English fire. He is wearing English spectacles and a small gray English mustache. Beside him, in another English armchair, Mrs. Smith, an Englishwoman, is darning some English socks. A long moment of English silence. The English clock strikes 17 English strokes.

MRS. SMITH: There, it's nine o'clock. We've drunk the soup, and eaten the fish and chips, and the English salad. The children have drunk English water. We've eaten well this evening. That's because we live in the suburbs of London and because our name is Smith.

MR. SMITH [continues to read, clicks his toungue.]

MRS. SMITH: Potatoes are very good fried in fat; the salad oil was not rancid. The oil from the grocer at the corner is better quality than the oil from the grocer across the street. It is even better than the oil from the grocer at the bottom of the street. However, I prefer not to tell them that their oil is bad.

MR. SMITH [continues to read, clicks his tongue.]

MRS. SMITH: However, the oil from the grocer at the corner is still the best.

MR. SMITH [continues to read, clicks his tongue.]

MRS. SMITH: Mary did the potatoes very well, this evening. The last time she did not do them well. I do not like them when they are well done.

MR. SMITH [continues to read, clicks his tongue.]

MRS. SMITH: The fish was fresh. It made my mouth water. I had two helpings. No, three helpings. That made me go to the w.c. You also had three helpings. However, the third time you took less than the first two times, while as for me, I took a great deal more. I eat better than you this evening. Why is that? Usually, it is you who eats more. It is not appetite you lack.

MR. SMITH [clicks his tongue.]

MRS. SMITH: But still, the soup was perhaps a little too salt. It was saltier than you. Ha, ha, ha. It also had too many leeks and not enough onions. I regret I didn't advise Mary to add some aniseed stars. The next time I'll know better.“

 

 

 

 

Eugène Ionesco (26 november 1912 – 28 maart 1994)

 

Lees meer...

25-11-10

Maarten ’t Hart, Connie Palmen, Alexis Wright, Arturo Pérez-Reverte

 

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook mijn blog van 25 november 2006en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: De som van misverstanden: De wilde ganzen van Selma Lagerlöf

 

“Nooit kan ik in voor- of najaar wilde ganzen zien overtrekken zonder aan de wonderbare reis van Niels Holgersson te denken. Maar dat is niet altijd zo geweest. Als kind wilde ik het boek over Niels Holgersson niet lezen. Ik had gehoord dat er sprekende dieren in voorkwamen en daarvan had ik vanaf mijn prilste jeugd een grote afkeer. Hoe ik aan dat ongelukkige en eigenaardige vooroordeel kwam weet ik niet maar ik weet wel dat ook Niels Holgerssons wonderbare reis taboe voor me was om die reden. Maar omdat ik vaak, noodgedwongen, bij gebrek aan boeken die ik echt graag wilde lezen soms moest uitwijken naar boeken die ik graag had dicht gelaten (maar het verlangen om te lezen was altijd sterker dan het slechtste boek) kwam er een zondag waarop ik het boek leende van een neef die niets anders voor me had en wrevelig begon ik te lezen. Het is vreemd dat die wreveligheid op zondag zo merkwaardig harmonieerde met het begin van Niels Holgersson. Daardoor leek het wel alsof ik over mij zelf las en dat gevoel werd nog versterkt toen ik de naam Maarten (zo heet immers de tamme ganzerik) aantrof. Als kind - en ik denk dat dat voor alle kinderen geldt en het is iets omrekening mee te houden als men een kind een boek cadeau geeft - vond ik niets zo heerlijk als het feit dat een persoon uit een boek Maarten heette en ik heb het altijd maar moeilijk kunnen verkroppen dat ik niet één kinderboek kende met een Maarten als hoofdpersoon. Zelfs De Waterman van Van Schendel, later, kon dat niet meer goedmaken.

Lezend in Niels Holgersson bemerkte ik al spoedig dat de dieren zich erin gedroegen zoals zij zich in werkelijkheid, al naar hun aard gedragen. Selma Lagerlöf heeft zich bijzonder precies gehouden aan hetgeen rond 1900 bekend was over het gedrag van dieren. Daar zij uit eigen waarneming en op grond van vrij uitgebreide studies goed op de hoogte was van het gedrag van dieren, is een werk ontstaan waarin maar heel weinig feitelijke onjuistheden voorkomen.”

 

 

 

 

Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

 

Lees meer...

Augusta de Wit, Joseph Zoderer, Ba Jin, Isaac Rosenberg, José Eça de Queiroz, Lope de Vega

 

De Nederlandse schrijfster Augusta de Wit werd geboren in Sibolga (Sumatra) op 25 november 1864. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

 Uit: Orpheus in de dessa

 

“Hij wachtte, elken voorbijtrekkenden toon naluisterend, of de vlucht van geluiden zich niet zou schikken tot een melodie. Maar éen voor éen kwamen ze nog steeds er aan scheren, elk op zich zelf in zijn eigen zuivere volheid uitklinkend. Geen die door een vorig getemperd werd, geen die in een volgend vervloeide; zonder merkbare modulatie of maat.

Als vallende droppels.

Nu! nu op dien hoogen, langaangehouden toon die trilde, of hij nog even stil wilde blijven, voor hij opschietend de hoogte invloog! Nu moest de melodie beginnen!

Maar het daalde weer, daalde, bleef een lange seconde hangen, en begon dan op en neer te wiegelen, op en neer, in langzame zwevingen.

Als het gemurmel van een beek, die voort wil over de steenen, en soms, met een iets sterkere golf, stroomt zij er overheen, en soms, weer neergezegen, vloeit zij er langs, er komt geen bruisen, er komt geen stokken, er komt geen eind aan het kabbelend geklok; zoo vloeide het fluitedeuntje voort, in effen bestendigheid, onwillekeurig, onaandoenlijk, zichzelven onbewust - een natuurgeluid kabbelend over menschelijke lippen, waar de slag in beeft van het purperen hart.

De instinctief-gevoelde tegenstelling lokte den luisteraar met de bekoring, waarmede het onbegrijpelijke ons lokt, - elk onbegrijpelijk ding, ook het schijnbaar nietigste - een duizelige schrede nader lokt tot die afgrond-diepe onbegrijpelijkheid van het eigen bestaan.

Maar hij meende dat 't slechts nieuwsgierigheid was naar den onzichtbaren fluitspeler, die hem den nacht in trok.

‘Waar mag hij wel zitten?’

Hij tuurde of hij niet ergens een donkere gedaante ontwaarde.

Het was zoo licht, dat op het tuinpad elk wit kiezelsteentje afzonderlijk blonk. Het bamboe-boschje, doorgloord van manelicht, vervloot in nevelige glanzen en doorschijnende donkerheid. Luchtig als een wolk hing het boven het nauw-beschaduwde gras.

Daarbuiten, langs het stille fabrieksplein, schemerden de woningen der employés met witte pilaren door de looverduisternis der tuintjes.

Hij ging den landweg op, die langs de rivier loopt; de tamarinden van den oever wierpen er luchtige grijze teekeningen over.”

 

 

 

Augusta de Wit (25 november 1864 - 9 februari 1939) 

Sibolga, Sumatra

 

Lees meer...

24-11-10

Jules Deelder, Einar Kárason, Thomas Kohnstamm, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2007  en ook mijn blog van 24 november 2008. en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

 

Mariniersbrug

De Maasbrug
symbool van on-
verzett’lijkheid
leed aan metaal-
moeiheid en was
gedoemd – Geen

mariníer die ‘t
stage knagen van
den tijd een halt
toeriep – integen-
deel! Reeds rees
uit Rotown’s harte-

bloed een nieuw
symbool ons tege-
moet – scharlaken
in de neongloed –
De Mariniersbrug
Poort die naar
Heden voert!
 

 

 

 

 

Beknopte topografie van de Rijnmond

 

Rotterdam
Schiedam
Vlaardingen
Maassluis

hoekie om
trappie af

gekkenhuis

 

 

 

 

Warm vlees

Warm vlees
in koelen bloede

zoekt kennis met
broodje tartaar

om samen oud mee
te worden

Uitjes geen
bezwaar

 




Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

Lees meer...

Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman 

 

To my uncle Mr. Toby Shandy do I stand indebted for the preceding anecdote, to whom my father, who was an excellent natural philosopher, and much given to close reasoning upon the smallest matters, had oft, and heavily, complain'd of the injury; but once more particularly, as my uncle Toby well remember'd, upon his observing a most unaccountable obliquity, (as he call'd it) in my manner of setting up my top, and justifying the principles upon which I had done it,-the old gentleman shook his head, and in a tone more expressive by half of sorrow than reproach,-he said his heart all along foreboded, and he saw it verified in this, and from a thousand other observations he had made upon me, That I should neither think nor act like any other man's child:--But alas! continued he, shaking his head a second time, and wiping away a tear which was trickling down his cheeks, My Tristram's misfortunes began nine months before ever he came into the world.
--My mother, who was sitting by, look'd up,-but she knew no more than her backside what my father meant,--but my uncle, Mr. Toby Shandy, who had been often informed of the affair,-understood him very well.
I know there are readers in the world, as well as many other good people in it, who are no readers at all,-who find themselves ill at ease, unless they are let into the whole secret from first to last, of every thing which concerns you.
It is in pure compliance with this humour of theirs, and from a backwardness in my nature to disappoint any one soul living, that I have been so very particular already. As my life and opinions are likely to make some noise in the world, and, if I conjecture right, will take in all ranks, professions, and denominations of men whatever,-be no less read than the Pilgrim's Progress itself---and, in the end, prove the very thing which Montaigne dreaded his essays should turn out, that is, a book for a parlour-window;-I find it necessary to consult every one a little in his turn; and therefore must beg pardon for going on a little further in the same way: For which cause, right glad I am, that I have begun the history of myself in the way I have done; and that I am able to go on tracing every thing in it, as Horace says, ab Ovo.”

 

 

 


Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

Marmeren buste van Sterne in Shandy Hall, Coxwold, York

 

Lees meer...

Hans Sahar

 

De Nederlandse schrijver van Marokkaanse afkomst Hans Sahar (pseudoniem van Farid Boukakar) werd geboren in Al Hoceima, Marokko, in 1974. Zie ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

Uit: Hoezo bloedmooi

 

Voordat hij in slaap viel, dacht hij aan die vorige vakantie toen ze met z’n allen naar Marokko waren geweest. Wat een geluk! Het gevoel dat je thuiskomt,dat je welkom bent, dat je gelijk bent aan alle anderen, dat niemand vuile kankerturk tegen je zegt. Elke dag naar het strand en de haven met alle bars. Zoveel zon en warmte. Wat was hij daar hard aan toe. Het enige wat er nog moest gebeuren... verdomme, hij zou alles in één klap oplossen.”

(...)

 

„Weer werd hij somber. Ben je negentien en heb je al een paar jaar gezeten. Zit je weer in de bak. Wat is dit voor leven? Zinloos. Als je zo doorgaat haal je de vijfentwintig niet. Dit is niet vol te houden. Je bent een groot brok dynamiet met een vervloekt klein lontje. En telkens ontploft de hele klerezooi. En tenslotte komt een keer de grote knal en is alles voorbij.
Als je nou zeker wist dat er een hemel was, dan kon je eigenlijk maar beter doodgaan.“

 

 

 


Hans Sahar (Al Hoceima, 24 november 1974)

 

14:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hans sahar, romenu |  Facebook |

23-11-10

Henri Borel

 

De Nederlandse schrijver en journalist Henri Jean Francois Borel werd geboren in Dordrecht op 23 november 1869. Hij was de zoon van kapitein der artillerie (later luitenant-kolonel en generaal-majoor) George Frederik Willem Borel. Een van zijn voorouders was waarschijnlijk de Franse zwartromantische schrijver Petrus Borel. Borel studeerde in Leiden en was vervolgens (van 1894-1899) tolk in China en ambtenaar voor Chinese aangelegenheden in Nederlands-Indië. Na zijn terugkeer in Nederland, in 1913, werd hij journalist en literair criticus voor De Telegraaf en Het Vaderland. Daarnaast schreef hij diverse boeken. Als romancier werd hij bekend met „Het jongetje“ (1898) en „Het zusje“ (1900). Door de kritiek werden deze doorgaans afgewezen, getuige de vele drukken werden ze door het grote publiek gewaardeerd. Ook Louis Couperus bewonderde Borel zeer, zoals te lezen is in Couperus roman Metamorphose (1897). Verder schreef hij Chinees-wijsgerige boeken als Wijsheid en schoonheid van China (1895), Kwan Yin: een boek van de goden en de hel (1896), De Chineesche filosofie toegelicht voor niet-sinologen (drie delen, 1896-1931) en De geest van China (1916). Hij was bevriend met Frederik van Eeden, Johan Thorn Prikker en Louis Couperus.

 

Uit: Het jongetje

 

“Hij was nog een heel erg Jongetje. Hij vond zichzelf al een beetje een meneer, sedert hij op de Hoogere Burgerschool was, en een lange broek aan had. Ook wist hij zoo nog al het een en ander, wat schooljongens in den Haag al zoo heel gauw weten, en hij vloekte ook wel, als de andere er bij waren, en lachte om allerlei leelijke dingen, zonder de gemeenheid te voelen.

Maar in zijn hart was hij nog een heel erg Jongetje gebleven. En ik zeg dit, omdat ik het weten kan. Hij liep meestal in een zwart pakje, dat stond hem het beste, zei moê; zijn lange broek had hij nog maar kort aan; en daarom liepen zijn beenen er nog wat moeilijk en verlegen in, alsof hij nog niet goed groot durfde zijn. Hij droeg een rond zwart hoedje, met zijde geboord en met een zijden lint. Onder een wit liggend boordje droeg hij een breedgestrikte das, en aan zijn mouwen vastgespeld witte manchetten. Een wit zakdoekje kwam uit zijn vestjeszak kijken. Voor al die dingen zorgde moê. Maar het boordje en de manchetten waren heel gauw vuil, en hij beet gaatjes in zijn zakdoeken, en smeerde er inkt aan. Hij had een wandelstok met een gouden knop, dien hij zooveel mogelijk op straat liet zien. Nog al een deftig jongetje was hij, en wou dat ook erg graag zijn. Hij was in den groei, en erg tenger, met een bleek gezicht, en hij wist dat dit een beetje voornaam was. Hij wist ook, dat de meisjes hem wel mochten, en liep een heele boel meisjes tegelijk na. Op de groote kinderbals in den Haag kwam hij vroeger in zwart fluweel, met korte broek, zwart zijden kousen en verlakte schoentjes met strikken, en dan maakte hij zichzelf wijs dat hij een prins of een graaf was. Vol decoraties, gouden sterren en bloemen van de cotillon, kwam hij daarvan thuis, en dan stond hij zich heel lang in den spiegel te bekijken, met al die glorie op zijn borst, vóór hij in bed ging. Een roosje en een lintje van het állerliefste meisje, - van een klein, wonderteer wezentje, feeëriek in tulle en kant -, ging meê, onder zijn kussen. - Maar hij had telkens weer een ánder allerliefst meisje, en was heel ontrouw, ofschoon hij een ridder wilde zijn.”

 

 



Henri Borel (23 november 1869 - 31 augustus 1933)

 

20:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henri borel, romenu |  Facebook |