22-05-11

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Anne de Vries, Kees Winkler

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook mijn blog van 22 mei 2006en ook mijnmijn blog van 22 mei 2008 en ook mijn blog van 22 mei 2009 en ook mijn blog van 22 mei 2010.

 

 

Soms danst de ziel...

 

Soms danst de ziel
zoals een bom
en vliegt bijna

 

als hommel zwierend
op een schommel
vol met rozen.

 

Soms loopt de ziel
als in verband
door dokters
beulen
ingepakt

 

aan elke voet een
ketting en een
loden bol

 

en zucht of nooit meer kwam
een bevrijder kwam.

 

Eenzelfde lip verwelkomt
nu de liefste dan weer
de verkrachter

 

 

 

Kasselse Apollo


We kennen niet zijn ongelooflijk hoofd
waarin de appels rijpten. (Zijn tors is
marmer, wit gewelfd.) Wij zien niet meer
de grens die door de ogen liep, waar zon
in sterren overgaat. Maar eens dan breekt
zijn stilte aan. Dan wekt hij slaapsters op,
tot beelden van verhevenheid.

Ooit neemt hij in uw ogen plaats, zijn voet
stapt plechtig uit de tijd. Hij stijgt in u
een hemel in, en zoekt steeds hoger (oude
Montgolfière) naar oeverloze leegten, ver.

Smalwangige atleet. Door hem schrijft gij
de regenboog aan God opnieuw, of Iris, toe.
Loop om zijn mathematisch lichaam heen.
Hij woont zo ver. Er is geen plek
die u niet ziet.

Uw leven moet nu anders zijn.

 

 

 

Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

Lees meer...

Gérard de Nerval, Johannes R. Becher, Robert Neumann, Catulle Mendès

 

De Franse schrijver Gérard de Nerval (pseudoniem van Gérard Labrunie) werd geboren in Parijs op 22 mei 1808. Zie ook mijn blog van 22 mei 2009 en ook mijn blog van 22 mei 2010.

 

 

L'enfance

 

Qu'ils étaient doux ces jours de mon enfance
Où toujours gai, sans soucis, sans chagrin,
je coulai ma douce existence,
Sans songer au lendemain.
Que me servait que tant de connaissances
A mon esprit vinssent donner l'essor,
On n'a pas besoin des sciences,
Lorsque l'on vit dans l'âge d'or !
Mon coeur encore tendre et novice,
Ne connaissait pas la noirceur,
De la vie en cueillant les fleurs,
Je n'en sentais pas les épines,
Et mes caresses enfantines
Étaient pures et sans aigreurs.
Croyais-je, exempt de toute peine
Que, dans notre vaste univers,
Tous les maux sortis des enfers,
Avaient établi leur domaine ?

Nous sommes loin de l'heureux temps
Règne de Saturne et de Rhée,
Où les vertus, les fléaux des méchants,
Sur la terre étaient adorées,
Car dans ces heureuses contrées
Les hommes étaient des enfants.

 

 

 

Chanson gothique

 

Belle épousée,
J'aime tes pleurs !
C'est la rosée
Qui sied aux fleurs.

Les belles choses
N'ont qu'un printemps,
Semons de roses
Les pas du Temps !

Soit brune ou blonde
Faut-il choisir ?
Le Dieu du monde,
C'est le Plaisir.

 

 

 

 

Gérard de Nerval (22 mei 1806 – 26 januari 1855)

 

 

Lees meer...

21-05-11

Gabriele Wohmann, Urs Widmer, Robert Creeley, Alexander Pope

 

De Duitse schrijfster Gabriele Wohmann werd op 21 mei 1932 in Darmstadt geboren als Gabriele Guyot. Zie ook mijn blog van 21 mei 2007 en ook mijn blog van 21 mei 2008 en ook mijn blog van 21 mei 2009 en ook mijn blog van 21 mei 2010

 

Uit: Wann kommt die Liebe

 

Weil auch diesmal seine alte Freundin wieder einen bedrückten Eindruck machte, fragte ihr Sonntagsteegast nach dem Genuss des zweiten Himbeertörtchens, den er sich durch keine andere Beanspruchung einzutrüben beabsichtigte: Stimmt was nicht? In seinem Innern frohlockte es, auf eine gutmütige Weise war er ein bisschen gemein. Seine Freundin sah jetzt muffelig aus, und er wusste, was nicht stimmte, und er kannte die Antwort auf seine Zusatzfrage: Immer noch keine Post von ihm? Oh, wie hervorragend einfältig sie war, nicht durch und durch, sie konnte ganz schön schlitzohrig sein, aber wenn der menschliche Faktor hinzukam, hakte etwas bei ihr aus. Und einmal pro Woche wusste ihr Gast eine Dosis Dummheit zu schätzen.
Ach ja. Und ich verstehs nicht. Ich hätte nie von ihm gedacht, er könnte undankbar sein. Ein Mann, der solch sensible Hände hat! Die gute alte Hermine seufzte, und ihr kleines aufgepolstertes Pekinesengesicht, auf dem sich alle Merkmale, die in ein Gesicht gehörten, wie aus Platzmangel zusammendrängten, wurde richtig mürrisch. Aber war sie es auch? Ihr Beobachter konnte nicht beurteilen, ob sie so aussah, wie ihr zumute war.
Ratlos? Traurig? Oder böse? Traurigkeit abzubilden ging bei ihrer von den vielen kämpferischen Lebensjahren geprägten Physiognomie nicht. Gut möglich, dass ihre Nachbarn Hermine für eine grimmige alte Frau hielten, und sie wars ja auch manchmal, ganz schön grimmig und garstig und rasch bei der Hand, wenns um Beschwerden ging.”

 

 

 

Gabriele Wohmann (Darmstadt, 21 mei 1932)

 

 

Lees meer...

Emile Verhaeren, Tudor Arghezi, Suzanne Lilar, Christian Schloyer

 

De Vlaamse dichter Emile Verhaeren werd geboren in Sint Amands op 21 mei 1855. Zie ook mijn blog van 21 mei 2010 en eveneens alle tags voor Emile Verhaeren op dit blog.

 

 

Wij kunnen niet aan onze omhelzing ontkomen

 

Wij kunnen niet aan onze omhelzing ontkomen,

Omdat ze intens is en volkomen

Opdat in het lichaam heldere liefde ruste,

Dalen wij samen af in jouw tuin van lusten.

 

Jouw borsten zijn daar als offergaven

En je handen, alles wat me bekoort;

Niets gaat boven dit naïeve laven

Van teder woord aan wederwoord.

 

De schaduw van de bloesemtwijgen gaat

Tussen je boezem en je gelaat

En je losgemaakte haren spreiden

Zich als bloemenslingers op de weiden.

 

De nacht is een blauw-zilver land,

De nacht is een stil ledikant,

De zoete nacht, wiens briesjes langzaamaan

Lelies plukken in het licht van de maan.

 

 

 

Schelde

 

Wilde en schone Schelde,

Heel de gloed

van mijn felle jeugd,

hebt gij doen stralen vol overmoed:

Opdat

als eens het lot mij nederslaat,

men op uw oevers, in uw schoot,

mijn lichaam rusten laat,

om u nog te voelen, na mijn dood !

 

 

 


Emile Verhaeren (21 mei 1855 - 27 november 1916) 

Emile Verhaeren dans son cabinet, 1892, door Théo van Rysselberghe

 

 

Lees meer...

20-05-11

100 Jaar Annie M.G. Schmidt, Gerrit Achterberg, William Michaelian, Wolfgang Borchert

 

100 Jaar Annie M.G. Schmidt

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Anna M G Schmidt werd, vandaag precies 100 jaar geleden, op 20 mei 1911 geboren in Kapelle. Zie ook mijn blog van 20 mei 2010 en eveneens alle tags voor Annie M.G. Schmidt op dit blog.

 

 

Moeder dicht

 

'Mijn bladerloze schaduw mijdt het water'

Ziezo hè hè, de eerste regel staat er.

'en speurt de witte angst van eeuwen later'

Ga weg! Ga spelen met je transformator!

Je ziet toch dat je moeder zit te dichten.

'ik wend mij af en doof mijn vale lichten

ik heb 'tedúm tedúm' geweten'

Dat vul ik later in. Na 't middageten.

'mijn weemoed maakt de koele vlinder wakker

van mij getooide zelf'.Daar is de bakker!

Zeg maar: 'n halfje bruin en 'n heel wit.

'o grijze schim die daar zo heilloos zit

ik zie mijn grijze droefheid aan de kim'

Da's tweemaal grijs. Dat kan niet. 'naakte schim

aan wie ik zal mijn zachte treurnis zeg'

En nog een rol beschuit! O is ie weg?

'als dauw die druppelt van de trage bomen'

Als jij nog één keer binnen durft te komen,

dan krijg je geen vanille-vla vanavond!

'zo druppelt in dit hart tezeer gehavend'

Je moeder dicht. Ze heeft geen tijd, totaal niet.

Als vader thuiskomt gaat het helemaal niet.

Je moeder zou een Shakespeare kunnen zijn.

Ze is het niet. Dat komt door jouw gedrein.

Daar gaat ie weer. 'O humtum klaar en koel

in 't land van late regen en ik voel

mijn schamelheid.' 'n Heer met een kwitantie?

Zeg maar: m'n moeder is met kerstvakantie.

'mijn schamelheid.' Wat is dat? Hoofdje zeer?

M'n schatje toch... Gevallen met je beer?

Je moeder komt... na na... daar is ze al.

Wees nou maar zoet - 't genie staat weer op stal.

 

 

 

 

Op een mooie Pinksterdag

 

Op een mooie Pinksterdag,
Als het even kon
Liep ik met mijn dochter aan het handje in het parrekie
te kuieren in de zon
Gingen madeliefjes plukken
Eendjes voeren
Eindeloos
Kijk nou toch, je jurk wordt nat
Je handjes vuil
En papa boos

Vader was een mooie held
Vader was de baas
Vader was een duidelijke mengeling
van Onze Lieve Heer en Sinterklaas
Ben je bang voor 't hondje
Hondje bijt niet
Papa zegt dat ie niet bijt
Op een mooie Pinksterdag
Met de kleine meid

Als het kindje groter wordt
Roossie in de knop
Zou je tegen alle jongens willen zeggen:
handen thuis en lazer op
Hebbu dat nou ook meneer?
Jawel, meneer
Precies als iedereen
Op een mooie Pinksterdag
Laat ze je alleen

Morgen kan ze zwanger zijn
't Kan ook nog vandaag
't Kan van de behanger zijn
of van een Franse zanger zijn
of iemand uit Den Haag
Vader kan gaan smeken
En gaan preken
Tot hij purper ziet
Vader zegt: pas op, m'n kind
Dat hondje bijt
Ze luistert niet

Vader is een hypocriet
Vader is een nul
Vader is er enkel en alleen maar voor de centen
en de rest is flauwekul
Ik wou dat ik nog één keer
Met mijn dochter
Aan het handje lopen kon
Op een mooie Pinksterdag
Samen in de zon

 

 



Annie M.G. Schmidt
(20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

 

Lees meer...

Ingvar Ambjørnsen, A.C. Cirino, Hector Malot, Hanna Krall, Sigrid Undset, Honoré de Balzac

 

De Noorse schrijver, muzikant en theatermaker Ingvar Ambjørnsen werd geboren in Tønsberg op 20 mei 1956. Zie  ook mijn blog van 20 mei 2009.

 

Uit: Die Puppe an der Decke (Vertaald door Gabriele Haefs)

 

Rebekka sagte: "Ich komme nicht so bald wieder. Vorher fahre ich zum Haus. Vielleicht verkaufe ich es. Vielleicht bleibe ich dort. Ich weiß nicht. Ganz bestimmt komme ich vor Weihnachten nicht wieder nach Oslo." Keine Reaktion, das war immer so. Rebekka war dabei, die Stimme ihrer Schwester zu vergessen. Bei den Tannen machten sie kehrt und gingen zurück zu den klobigen Gebäuden, die jetzt mehr und mehr zu Stinas Zuhause wurden. Das tat weh, aber so war es nun einmal. Die grün gestrichenen, viel zu hellen Gänge. Der verräucherte Aufenthaltsraum. Das Bett unter dem Fenster. Der Stuhl. Das Waschbecken. Die Jahreszeiten, die kamen und gingen, in einem ewigen Schwarzweiß. Das war so ungefähr das Letzte, was Stina gesagt hatte, ehe sie alle Türen hinter sich geschlossen hatte. Dass sie ihren Farbsinn verloren habe. Sie brachte Stina zur Tür. Auf dem Weg zum Parkplatz kotzte sie ein wenig. Nur ein wenig. Einen grauen Fleck auf den feuchten Asphalt.

Es war das alte Spiel. Der gelbe Streifen. Sie wollte den gelben Streifen überqueren, wollte auf die linke Fahrspur wechseln; manchmal sehnte sie sich nach der endgültigen Frontalkollision. Ab und zu, nicht oft, aber ab und zu wuchs dieser Impuls zu einem gebieterischen Ungeheuer, das sie an den Straßenrand befahl, das sie zum Anhalten zwang. Einmal war sie die Erste an einem Unfallort gewesen. Januar, spiegelglatte, schmale Straßen in Westnorwegen. Sie hatte den Wagen erst gesehen, als sie schon fast vorüber war. Es war Nacht, klares Wetter, aber Nacht. Sie erinnerte sich daran, wie sie hyperventilierend sitzen geblieben war, ehe sie aus dem Auto steigen konnte, wie sie mit Gott gesprochen.“

 

 

 

Ingvar Ambjørnsen  (Tønsberg, 20 mei 1956)

 

 

Lees meer...

Tommy Wieringa

 

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Wieringa bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door op de Antillen. Hij studeerde geschiedenis in Groningen en journalistiek in Utrecht. Hij publiceerde drie romans, alvorens hij in 2005 doorbrak naar een groter publiek met zijn ontwikkelingsroman Joe Speedboot. Dit laatste boek werd genomineerd voor vele prijzen waarvan er enkele toegekend werden.Voor de VPRO schreef hij het scenario voor de korte film 'Laatste wolf', uit de serie 'Goede daden bij daglicht', en voor de KRO-radio schreef hij verschillende hoorspelen. Journalistiek werk verscheen onder meer in de Volkskrant, Vrij Nederland en Rails. Wieringa is columnist bij de gratis krant De Pers. Eerder verschenen columns van zijn hand onder andere in de Sp!ts en Propria Cures. In de muziekgroep 'Donskoy' experimenteerde Wieringa met de combinatie van poëzie en muziek. In het voorjaar van 1998 verscheen de cd 'Beatnik glorie'. Hij trad onder meer op tijdens de festivals Crossing Border, Winterschrift, Double Talk, De Nachten en Lowlands.

 

Uit: Joe Speedboot

 

“Het is een warm voorjaar, in de klas bidden ze voor me omdat ik al meer dan tweehonderd dagen van de wereld ben. Ik heb doorligplekken over mijn hele lichaam en een condoomcatheter om mijn fluit. Dit is het stadium van de coma vigil, legt de dokter mijn ouders uit: ik heb weer een beperkte ontvankelijkheid voor mijn omgeving. Het is goed nieuws, zegt hij, dat ik weer reageer op pijn- en geluidsprikkels. Reageren op pijn is onmiskenbaar een teken van leven.
Ze hangen eindeloos rond mijn bed, pa, ma, Dirk en Sam. Ik hoor ze al wanneer ze de lift uitkomen – een zwerm spreeuwen die de hemel verduistert. Ze ruiken naar olie en schrale tabak, ze hebben nog net de moeite genomen om hun overall uit te doen. Hermans & Zn., voor al uw sloopwerken. De familie Lood om Oud IJzer. Wij slopen autowrakken, fabrieksinstallaties, industriële werktuigen en af en toe een café-interieur als mijn broer Dirk het op z’n heupen krijgt. In Lomark mag Dirk bijna nergens meer in, maar in Westerveld nog wel. Daar scharrelt hij met een meid. Als hij thuis komt ruikt hij naar chemische viooltjes. Je kunt alleen maar medelijden hebben met zo’n griet.
Meestal hebben ze het over het weer, het oude liedje, de handel is slap en dat komt door het weer, maakt niet uit wat voor weer het is. Dan vloeken ze, eerst pa, dan Dirk en Sam. Dirk haalt zijn neus op en in zijn mond zit nu een rochel. Hij weet niet waar hij ermee naartoe moet zodat hij hem moet doorslikken – en hup, daar gaat ie al.
Maar sinds kort is er meer aan de hand in Lomark dan het weer. Sinds ik er een tijdje tussenuit ben is het trapgevelpand van de familie Maandag verwoest door een verhuiswagen en schrikt iedereen zich om de zoveel tijd een ongeluk door een enorme ontploffing ergens. Deze dingen schijnen te maken te hebben met een jongen die Joe Speedboot heet. Hij is nieuw in Lomark, ik heb hem nog nooit gezien.
Ik spits mijn oren wanneer het over Joe Speedboot gaat – hij klinkt als een goeie als je het mij vraagt, maar niemand vraagt mij wat. Ze weten zeker dat Speedboot die bommen maakt. Niet dat ze hem ooit hebben betrapt bij het maken van zo’n ding, maar voordat hij er was waren er nooit ontploffingen in Lomark en nu opeens wel.”

 

 


Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

13:57 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tommy wieringa, romenu |  Facebook |

Ellen Deckwitz

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Deckwitz werd geboren op 20 mei 1982 in Deventer. Deckwitz behaalde aan de Rijksuniversiteit Groningen een dubbele bachelor in Nederlandse Taal en Cultuur en rondde aan dezelfde instelling de Research Master Literary and Cultural studies af. Zij publiceerde in o.a. Tirade, Dietsche Warande en Belfort en Bunker Hill. In 2009 won ze ook het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam. Ze trad op in binnen- en buitenland, van Lowlands tot Carre, van Edinburgh tot Warschau, van Berlijn tot Parijs. Haar verzen werden tot dusver in het Zweeds, Engels en Duits vertaald en gepubliceerd. Daarnaast staat ze met Ingmar Heytze en Spinvisbassist Cor van Ingen op de planken als de poetische rockfolkdubstepsensatie Asfaltfeeen en bracht ze met het Scapino Ballet Rotterdam een poetische bewerking van G.F.Handels Scherza Infida ten tonele.

 

 


HUIS I


Rondjes razend om het huis,
smeulende wolken, er is iemand
die het ziet. Warm me met gedachten
aan een naam, die lang geleden kwijtgeraakte
ring.

Warm me met gedachten aan handen,
zacht en verweerd, balletschoentjesleer.
En dat er een bed voor me is, ergens
in de kamers. Dat er een bed is.

Raas langs de lege vrachtwagen, de volle kamer.
Ramen waarachter mensen zich traag bedrinken.
Ogen glinsterend van benzine. Mensen die zien
welke herinneringen je wenste
om te brengen. Ze trillen in hun lijstjes,

glazen waaronder ze zweven. Opgepinden,
opgewonden. Razend om die pin. Om het staan blijven
in albums van mensen die je niet meer spreekt.

Ik zie niets meer (dat wil zeggen letselsterfte),
geen bed dat nog zinken kan.



Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982)

12:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ellen deckwitz, romenu |  Facebook |

19-05-11

Karel van het Reve, Jodi Picoult, Ruskin Bond, Gijs IJlander

 

De Nederlandse letterkundige, vertaler, essayist, schrijver en columnist Karel van het Reve werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1921. Zie ook mijn blog van 19 mei 2007 en ook mijn blog van 19 mei 2008 en ook mijn blog van 19 mei 2009 en ook mijn blog van 19 mei 2010.

 

Uit: ‘Ha, daar ben ik...’

 

„Het eerste wat ik van Annie gelezen heb - eigenlijk moet je geloof ik schrijven het eerste dat, maar ik voel me lekkerder bij het eerste wat. Alles wat ik schrijf wordt gecensureerd, dus je hebt kans dat het uiteindelijk toch het eerste dat wordt - het eerste dus wat ik van Annie gelezen heb waren de Impressies van een simpele ziel. Dat waren stukjes in Het Parool, voor het eerst gebundeld in februari 1951. Ze zullen dus in 1948 of 1949 in de krant hebben gestaan.

Wat mij in die stukjes trof was dat ze in het Nederlands geschreven waren. Dat komt in Nederland bijna niet voor. Je kunt bij wijze van spreken de verzamelde werken van Vestdijk doorlezen en je zult daarbij zelden op een echte Nederlandse zin stuiten. Het zijn neutrale zinnen, die net zo goed Franse, Duitse of Engelse zinnen zouden kunnen zijn. Ik ken bij Vestdijk eigenlijk maar één echte Nederlandse zin. Dat is de zin ‘Zwijg als je tegen me spreekt!’, uitgesproken door een moeder tegen haar zoon in Else Böhler, Duits dienstmeisje.

In de Impressies van Annie kwam je voortdurend van die echte Nederlandse zinnen tegen, zinnen die je je onmogelijk in het Frans, Duits of Engels kon voorstellen, zoals ‘Ik heb altijd van dat moeilijke haar gehad. Als kind had ik al van dat moeilijke haar. Mijn zuster heeft van dat makkelijke haar.’ Of ‘Eet nou door, zo meteen staan ze op de stoep en boven ligt een schoon overhemd voor je.’

Je zegt misschien: dit is gewone spreektaal, en dat is ook zo. Maar Annie kan niet alleen met spreektaal wonderen doen. Ze schrijft ook: ‘Mijn beeldschone verloofde is onder een sneltrein geraakt en ik kan haar nooit vergeten.’ Of (over de heldin van een kasteel- of doktersroman): ‘Zij is niet mooi. Haar trekken zijn zelfs onregelmatig te noemen.’ Of (over een hospita): ‘Ze gluurt, ook al is het haar aard niet, want het is haar vak.’

 

 Karel van het Reve, Jodi Picoult, Ruskin Bond, Gijs IJlander, Romenu

 Karel van het Reve (19 mei 1921 – 4 maart 1999)

 

Lees meer...

Lorraine Hansberry, Fritz Rudolf Fries, Rahel Varnhagen, Anna Jameson

 

De Amerikaanse schrijfster Lorraine Hansberry werd geborenop 19 mei 1930 in Chigago. Zie ook mijn blog van 19 mei 2008 en ook mijn blog van 19 mei 2009 en ook mijn blog van 19 mei 2010.

 

Uit: A Raisin in the Sun (Introductie door Robert Nemiroff)

 

„Thus, in many reviews (and later academic studies), the Younger family-maintained by two female domestics and a chauffeur, son of a laborer dead of a lifetime of hard labor-was transformed into an acceptably "middle class" family. The decision to move became a desire to "integrate" (rather than, as Mama says simply, "to find the nicest house for the least amount of money for my family... Them houses they put up for colored in them areas way out always seem to cost twice as much.").In his "A Critical Reevaluation: A Raisin in the Sun's Enduring Passion," Amiri Baraka comments aptly: "We missed the essence of the work-that Hansberry had created a family on the cutting edge of the same class and ideological struggles as existed in the movement itself and among the people.... The Younger family is part of the black majority, and the concerns I once dismissed as 'middle class'-buying a home and moving into 'white folks' neighborhoods'-are actually reflective of the essence of black people's striving and the will to defeat segregation, discrimination, and national oppression. There is no such thing as a 'white folks' neighborhood' except to racists and to those submitting to racism.“ 

 

 

lorraine hansberry,fritz rudolf fries,rahel varnhagen,anna jameson,romenu

Lorraine Hansberry (19 mei 1930 – 12 januari 1965)

 

Lees meer...

18-05-11

Markus Breidenich, Yi Mun-yol, W.G. Sebald, François Nourissier, Gunnar Gunnarsson

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook mijn blog van 18 mei 2009 en ook mijn blog van 18 mei 2010.

 

 

Funkloch

 

Du bist bei Norma gewesen. Bellini

sag ich noch. So ein Höhepunkt von

romantischem Belcanto. Während ich

 

das Fruchtfleisch eines Pfirsichs in

einem Blender püriere. Und du den

Grenadine an Kasse drei in deine


Einkaufstüten füllst. Das Hohe C deiner

Stimme über die Freisprechanlage

meines Handys tönt. Und ich dir

 

sagen wollte, dass happy hour ist und

meine Karten so billig wie lange nicht mehr

zu haben sind. Aber irgendwie warst du schon

 

weg.

 

 

 

Never Call Back

 

Paranormal. So gegen Mitternacht

Handylesen. Taste tönern: die Linien

lang. Stummschaltung Hamburg.

Live. Im Flüssigkristallkugel-Display

kein Anruf. Du. Im Übermorgen. Die

Ziehung der Wolken. Bedecktes.

 

Unten kreuzen sie Straßen, Full House,

Nummer sechs. Dein Einsatz

über den Dächern. Vielleicht

den Speicher gelöscht. Aus Versehen.

Kannst mich: nie wieder finden.

 

Überfliege die Zahlen von morgen.

Nichts Richtiges also. In nächster Zeit.

Mein schwerer Knopf. Tipp-Ex.

 

 

 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

 

Lees meer...

Ernst Wiechert, Omar Khayyam, Franziska zu Reventlow, Bertrand Russell, John Wilson

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Wiechert werd geboren op 18 mei 1887 in Kleinort bij Sensburg in Oostpruisen.(Tegenwoordig Polen). Zie ook mijn blog van 18 mei 2007 en ook mijn blog van 18 mei 2008.en ook mijn blog van 18 mei 2009 en ook mijn blog van 18 mei 2010.

 

 

Lass uns wieder deinen ew'gen Quellen lauschen

O Mutter Erde, deren Antlitz wir geschändet
Mit Sein und Eisen, Laster, Blut und Gram,
von deren heil'gem Herde wir uns roh gewendet:
O, nimm uns wieder auf in deinen Arm!

Sieh, deiner schlichten Schönheit prahl'nde Überwinder,
aus Schöpferwahnsinn bricht ihr Heimweh vor,
und deines Heiligtums verlorene, irre Kinder,
sie knien weinend vor verschloss'nem Tor.

O, gib die Scholle wieder, deiner Wälder Rauschen
Das Feld, den Pflug, den unsre Hand verstieß,
und laß uns wieder deinen ew'gen Quellen lauschen
in des verlorenen Sohnes Paradies.

 

 

 

Vom erschütterten Leben

 

I

 

Gott schlug die Seite auf und sann.

"Nun ist es ihre Stunde ..."

Das war, als deinem Munde

das erste Wort ich abgewann.

 

Nun liegt die weiße Gotteshand

auf unsren Namen

und stürzet Frucht und Samen

in unser aufgebrochnes Land.

 

Gott schlägt die Seite um und spricht:

"O ew'ges Schwert im Herzen ..."

Dann gehn wir aus den Schmerzen

empor zu seinem hellen Licht.

 

 

II

 

Ich liebe nun das Schreiten meiner Füße

und aller Wege aufgeschloss'nes Licht,

weil jeder Schritt zu deinem Warten führet

und jeder Weg zu deinem Angesicht.

 

Ich liebe nun die Beugung meiner Hände,

aus denen Trost auf deinen Scheitel fließt,

ich liebe nun das Lächeln meines Mundes,

weil es dein Evangelium beschließt.

 

Ich liebe Kind und Tier nun still zu streicheln,

die spielend sich auf meinen Weg verirrt,

weil jedes Streicheln ihrer bangen Stirnen

ein Streicheln deiner bangen Stirne wird.

 

Mir ist, als habe Gott mich leis gerufen

und still sein Licht in meine Hand gestellt,

daß ich sein Licht zu deinem Leben trüge,

und von ihm leuchtete die ganze Welt.

 

 

 

 

Ernst Wiechert (18 mei 1887 – 24 augustus 1950)

 

 

Lees meer...

17-05-11

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Dennis Potter, Henri Barbusse

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007 en ook mijn blog van 17 mei 2008 en ook mijn blog van 17 mei 2009 en ook mijn blog van 17 mei 2010.

 

Uit: Frau Sorgedahls schöne weiße Arme (Vertaald door Verena Reichel)

 

„Ich verspüre Schwindel, wenn ich mich über meine eigenen Erinnerungen beuge. Ich höre die Zeit wie einen Wasserfall donnern. Die Zeit ist ein Fluss. Und ich bin die Zeit. Und der Schwindel wächst immerzu. Ich habe Angst davor zu fallen. Aber ich habe auch Angst davor, frei zu werden.

Gewiss erinnere ich mich an Frau Sorgedahl. Ich erinnere mich sehr gut an sie. Ihr langes, volles rotes Haar in diesem sanften Lampenlicht, wenn sie sich vorbeugt, um die siamesische Katze zu streicheln, die seidenweich auf meinem Schoß liegt.

Und ich erinnere mich an Frau Sorgedahls schöne weiße Arme. Es war ein Frühlingsabend 1954. Wie viel Zeit uns trennt!

Nein. So geht das nicht. So geht das überhaupt nicht.

Ich fange noch einmal an – es ist zu spät zum Aufgeben: Woher kommen all diese Dinge, die es nur in den Träumen gibt?

Nach einem ungewöhnlich langen und langweiligen Traum, der von einer mühseligen Wanderung durch eine Landschaft voll von allen möglichen Schneehindernissen handelte und wo es fast unmöglich schien, vom Fleck zu kommen, wachte ich in einer melancholischen grauen Dämmerung auf und bemerkte, dass ich Sehnsucht nach Frau Sorgedahl hatte. Meine Sehnsucht nach ihr war in-

tensiv. Ich erwachte mit dem Gefühl, dass es entsetzlich sei, sie nicht in der Nähe zu haben.

Und dass ich nicht wusste, ob sie noch lebt oder tot ist.

Das kam sehr überraschend. Es muss mehr als fünfzig Jahre her sein, seit ich sie zuletzt gesehen habe. Ich hatte keine Ahnung, dass es sie irgendwo in mir noch geben könnte.“

 

 


Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

 

 

Lees meer...

Cor Bruijn, Virginie Loveling, Dorothy Richardson, Jacint Verdaguer, Mischa Andriessen, Eva Schmidt

 

De Nederlandse schrijver Cor Bruijn werd geboren in Wormerveer op 17 mei 1883. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

Uit: Langs de waterkant

 

“Siembroer werkte ijverig door. Hij was niet groot voor zijn leeftijd, tenger gebouwd, en hij liep wat moeilijk. Daarom noemden de jongens hem Kreupelen Siem, maar daar bedoelden ze niets onaangenaams mee. Ik zelf heb hem altijd zoo genoemd en hij was toch een van mijn beste vrienden.

't Was een klein huisje, waarin ze woonden. Van den vaartweg af kon je er niets van zien. 't Speelde heelemaal verstoppertje achter het groote, houten huis van Keesbuur. Eerst als je de steeg daarnaast inliep, zag je het er achter tegen aanleunen. 't Was een klein huisje, en 't was ook een oud huisje. Vroeger hoorde het bij het huis van Keesbuur en het diende zoowat voor bijkeuken en bergplaats. Maar toen de kinderen van Keesbuur langzamerhand getrouwd waren en hij met zijn vrouw Jannetje alleen bleef in het groote huis, vond hij, dat hij met dat aanbouwseltje nog wel wat verdienen kon. De binnendeur werd dichtgespijkerd, er werd een en ander in vertimmerd en nu was het het huis van Siem en Japie. Ze woonden er al een paar jaar met hun moeder. Japie wist niet beter, of hij had er altijd gewoond, maar Siem wist nog best van dat groote huis van vroeger. En dat was ook niet zoo oud.

Dat was in den tijd, toen vader nog leefde. Het stond ook aan den vaartweg en je had er een groote kamer, een klein kamertje, een keuken, een portaal en een grooten zolder, waar ze allemaal sliepen. Maar na vaders dood, konden ze daar niet blijven wonen en toen had moeder dit huisje gehuurd. Een gulden in de week moest ze er voor aan Keesbuur betalen, dan mocht ze ook nog dat stukje grond hebben, om er wat aardappelen en groente op te telen.”

 

 

 

Cor Bruijn (17 mei 1883 - 6 november 1978)

 

 

Lees meer...