02-12-10

Hein Boeken

 

De Nederlandse dichter en schrijver  Hein (Hendrik Jan) Boeken werd geboren in Amsterdam op 2 december 1861. Boeken studeerde klassieke talen te Amsterdam en promoveerde in 1899. Daarna ga hij les in oude talen en werd directeur van de Brinioschool te Hilversum. Boeken kwam al op jonge leeftijd in aanraking met De Nieuwe Gids, waarin hij in 1887 zijn eerste sonnetten publiceerde en waarvan hij vervolgens tot aan zijn dood redactielid bleef. Hij was een ‘leerling’ en levenslange vriend van Willem Kloos, die hij al kende uit zijn studietijd en voor wie hij in alle opzichten veel heeft gedaan. In 1916 stond Boeken terecht voor moord op zijn vrouw. Hij had haar geholpen uit het leven te stappen op het moment dat ze in een psychiatrische inrichting zou worden opgenomen. Hij werd echter vrijgesproken. Boeken was in zijn tijd vermaard als gelegenheidsdichter die bij elke feestelijkheid een sonnet voordroeg. Zijn literaire verzen zijn van belang omdat Boeken, evenals Albert Verwey, al vroeg experimenteerde met vrij ritme en polymetrie.

 

 

Late herfst

 

Geel is het blad, geel zijn de lichte bladeren,
Ver is de lucht, - 'k durf haast niet dat ik 't zeg -
Niet blauw, niet wit, wèl licht, - het snelle raderen
Van waagnen hoor 'k op blad-bestrooide weg.

Maar angstig is mijn hart, want in mijn aderen
Voel 'k 't leven leven, wetend dat ik weg
Eens moet, en dat ik mee-weg-dorrend leg
Onder de grond, - weg, al die lichte bladeren.

O blaadren die zo schoon zijt in uw dunheid,
Schoonst nu gij dun zijt, schoner dan de zomer,
Al-licht, dóór-licht, gans ín-schijn van de zon,

Gij sterft, de zon blijft - durf ik zo, ik dromer?
Ik die niet weet dan licht-, dan fijn-, dan dun-heid,
En dat ik loop in 't wondre licht der zon.

 

 

 

 

Een stad

 

Schoon is 't geslacht der mensen, daar ze lopen,
Hoge gestalten door de straten voort,
En vrouwen dalen naar de brede boord
Van de rivier in 't midden, dompel dopen

De kannen in het water, hel omdropen
Van 't schitterende vocht, - een enkel woord
Wordt helper-vliegend door de lucht gehoord, -
En heel de stad ligt vol van zonlicht open.

En kindren leren 't leve' in spel en zangen,
Schoon opgebloeide menschen lieflijkheid,
En leren trouw de eerwaardige geboden.

En knapen voelen naar al 't ver verlangen,
Meisjes der zuchten geheimzinnigheid,
En horen 's nachts de aanwezigheid der goden.

 

 

 

 

Hein Boeken (2 december 1861 – 19 oktober 1933)
Portret door Jan Veth, rond 1890

16:56 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hein boeken, romenu |  Facebook |

01-12-10

Tahar Ben Jelloun, Daniel Pennac, Billy Childish, Henry Williamson

 

De Marokkaanse romanschrijver, dichter en essayist Tahar Ben Jelloun werd geboren in Fez op 1 december 1944. Zie ook mijn blog van 1 december 2007 en ook mijn blog van 1 december 2008 en ook mijn blog van 1 december 2009.

 

 

Je suis un enfant qui se moque

 

Je suis un enfant qui se moque de l’innocence

J’ai été nourri au lait du sphinx
et tôt porté l’araignée dans le foie à voix basse

J’ai engendré la ville des ténèbres humiliées
et tourné sur moi-même
serpent sans tête fidèle au soleil

J’ai provoqué l’astre obscène du maître et de l’imam
et l’ai entaché de sang dans la cour des miracles
l’astre des sables qui s’est éteint au matin
et me suis retrouvé avec le Livre à l’envers

J’ai pris le train pour fomenter des troubles dans l’eau stagnante
du sommeil ancestral
j’ai secoué des chênes
et j’ai vu rire la mort voilée devant le spectacle des têtes
qui tombaient

Ma voix rompue s’arrêtait en tracé désespéré de l’absence
nulle la parole
quand nos mères nous portaient sur le dos
dans les champs
et jusqu’au cimetière
nos mères résignées cherchaient en nous l’enfance

Nus dans notre solitude
nous faisions des trous dans l’asphalte
jusqu’au jour où le temps s’arrêta sur la pointe de notre réveil.

 

 

 

Femme

 

Femme
terre tendre
remuée par les vents
sur ton corps
la trace d’un visage
que l’oubli a ouvert
dans ta voix
le souvenir d’un lit saccagé
par l’exil d’un sommeil profond.

 

 

 


Tahar Ben Jelloun (Fez, 1 december 1944)

 

Lees meer...

Mihály Vörösmarty, Valery Bryusov, Ernst Toller

 

De Hongaarse dichter Mihály Vörösmarty werd geboren op 1 december 1800 in Puszta-Nyék. Zie ook mijn blog van 1 december 2006 en ook mijn blog van 1 december 2008 en ook mijn blog van 1 december 2009.

 

 

Die Menschen

 

Schweigt, der Gesang soll nicht erklingen,

die Welt ihr Wort beginnt,

und es erfrieren mit glühenden Schwingen

der Regen und der Wind:

Tränenguß, den der Gram auslöst,

Seufzer, den bang das Herz ausstößt.

Geist, Sünde, Tugend, nichts hat mehr Gewicht:

Hofft länger nicht!

 

Die Völker voreinst hatten Väter,

tat euch die Märe kund,

die Väter wurden Missetäter,

das Volk ging dran zugrund:

Was übrig blieb, schrie nach Gesetzen:

Nun sind sie's, die das Recht verletzen.

Über das Gute hält der Mord Gericht.

Hofft länger nicht!

 

Heroen dann: Gewaltig traten

das Recht sie in den Staub.

Arbeit gabs viel da: Eisentaten!

Und Ruhm, und Lorbeerlaub.

Zerbrach dann so ein Alexander,

verbiß das Volk sich ineinander.

Und Ruhm? Ein Blitz die Elendsnacht durchbricht:

Hofft länger nicht!

 

Und langer Frieden, und erschreckend

wächst sich die Menschheit aus,

vielleicht den Tisch der Pest nur deckend

zu üppigerem Schmaus.

Der Mensch schmachtet den Himmel an,

da er die Erde nicht gewann.

Im Grabe noch erdrückt ihn ihr Gewicht.

Hofft länger nicht!

 

Wie ist die Erde reich, und Menschenhände

mehrn ihren Reichtum noch,

und dennoch martern Plagen ohne Ende,

lastet der Knechtschaft Joch.

Ists ein Gebot? Ists kein Gebot?

Wenn nicht, warum solch zähe Not?

Ob es an Tugend? obs an Kraft gebricht?

Hofft länger nicht!

 

Vernunft und Bosheit, sie gesellen

sich zum verruchten Bund,

machen die Wut der Dummheit schwellen,

der Kriege letzten Grund.

Tier, Teufel, Zorn, Vernunft, was siegt

von euch: Der Mensch ists, der erliegt.

Der Wahnsinnsschlamm mit Gottesangesicht!

Hofft länger nicht!

 

Nach so viel Kriegs- und Friedensmühen:

Des Bruderhasses Mal

bleibt auf der Stirn des Menschen blühen,

er ist der Erde Qual;

ihr glaubt er lernt, da er voll List

die schlimmste Missetat ermißt.

Aus Drachenzähnen trat der Mensch ans Licht.

Hofft länger nicht!

Hofft länger nicht!

 

 

 
Vertaald door Franz Fühmann

 

 

 

 

Mihály Vörösmarty (1 december 1800 – 19 november 1855)

Monument in Boedapest

 

Lees meer...

Herinnering aan Ramses Shaffy

 

Herinnering aan Ramses Shaffy

 

 

Nederlands grootste chansonnier Ramses Shaffy is vandaag precies een jaar geleden op 76-jarige leeftijd overleden.

  

De Nederlandse chansonnier en acteur Ramses Shaffy werd op 29 augustus 1933 geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst.

 

Laat me

 

Ik ben misschien te laat geboren,
Of in een land met ander licht.
Ik voel me altijd wat verloren,
Al toont de spiegel mijn gezicht.
Ik ken de kroegen en kathedralen,
Van Amsterdam tot aan Maastricht.
Toch zal ik elke dag verdwalen,
Dat houdt de zaak in evenwicht.

Laat me Laat me
Laat me m'n eigen gang maar gaan
Laat me Laat me
Ik heb 't altijd zo gedaan


Ik zal m'n vrienden niet vergeten,
Want wie mij lief is blijf me lief.
En waar ze wonen moest ik weten,
Maar ik verloor hun laatste brief.
Ik zal ze heus wel weer ontmoeten,
Misschien vandaag of volgend jaar.
Ik zal ze kussen en begroeten,
Het komt vanzelf weer voor elkaar.
(refrein)

Ik ben gelukkig niet veranderd,
Soms woon ik hier, soms woon ik daar.
Ik heb mijn leven niet verkankerd,
'k heb geen bezit en geen bezwaar.
Ik hou van water en van aarde,
Ik hou van schamel en van duur.
D'r is geen stuiver die ik spaarde,
Ik leef gewoon van uur tot uur.
(refrein)

Ik zal ook wel een keertje sterven,
Daar kom ik echt niet onderuit.
Ik laat mijn liedjes dan maar zwerven,
En verder zoek je het maar uit.
Voorlopig blijf ik nog je zanger,
Je zwarte schaap, je trouwe fan.
Ik blijf nog lang, en liefst nog langer,
En laat me blijven wie ik ben.
 

 

 

Ramses Shaffy (29 augustus 1933 – 1 december 2009)

 

 

 

 

19:17 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ramses shaffy, romenu |  Facebook |

30-11-10

David Nicholls, Lee Klein, Adeline Yen Mah, Reinier de Rooie

 

De Engelse schrijver David Nicholls werd geboren op 30 november 1966 in Eastleigh, Hampshire. Zie ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.

 

Uit: One Day

 

„Friday 15TH July 1988
Rankeillor Street, Edinburgh
'I suppose the important thing is to make some sort of difference,' she said. 'You know, actually change something.'
'What, like "change the world", you mean?'
'Not the whole entire world. Just the little bit around you.'
They lay in silence for a moment, bodies curled around each other in the single bed, then both began to laugh in low, pre-dawn voices. 'Can't believe I just said that,' she groaned. 'Sounds a bit corny, doesn't it?'
A bit corny.'
'I'm trying to be inspiring! I'm trying to lift your grubby soul for the great adventure that lies ahead of you.' She turned to face him. 'Not that you need it. I expect you've got your future nicely mapped out, ta very much. Probably got a little flow-chart somewhere or something.'
'Hardly.'
'So what're you going to do then? What's the great plan?'
'Well, my parents are going to pick up my stuff, dump it at theirs, then I'll spend a couple of days in their flat in London, see some friends. Then France-'
Very nice-'
'Then China maybe, see what that's all about, then maybe onto India, travel around there for a bit-'
'Traveling,' she sighed. 'So predictable.'
'What's wrong with travelling?'
'Avoiding reality more like.'
'I think reality is over-rated,' he said in the hope that this might come across as dark and charismatic.
She sniffed. 'S'alright, I suppose, for those who can afford it. Why not just say "I'm going on holiday for two years"? It's the same thing.'
'Because travel broadens the mind,' he said, rising onto one elbow and kissing her.
'Oh I think you're probably a bit too broad-minded as it is,' she said, turning her face away, for the moment at least. They settled again on the pillow. 'Anyway, I didn't mean what are you doing next month, I meant the future-future, when you're, I don't know...' She paused, as if conjuring up some fantastical idea, like a fifth dimension. '...Forty or something. What do you want to be when you're forty?'
'Forty?' He too seemed to be struggling with the concept. 'Don't know. Am I allowed to say "rich"?'
'Just so, so shallow.'
'Alright then, "famous".' He began to nuzzle at her neck. 'Bit morbid, this, isn't it?'
'It's not morbid, it's...exciting.'

 

 

 

 

David Nicholls (Hampshire, 30 november 1966)

 

Lees meer...

Jan G. Elburg, Mark Twain, Jonathan Swift

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan G. Elburg werd geboren op 30 november 1919 te Wemeldinge. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2007 en ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.

 

 

Niets van dat alles


Zoals matrozen zingen...
maar matrozen zingen niet:
zij spugen in de zee,
zij kennen de achterkanten van steden
en de voorkant van de koude wind;
matrozen zingen niet.
 
zoals de vogels vrolijk...
maar hun vrolijkheid is vluchten:
zij zijn beschoten,
hun jong is dood.
(zij kennen geen droefheid ook).
 
zoals de zon...
maar zie het rode stof rond boekarest.
wolken? zijn koude mist.
de klaproos? onkruid.
zand: zand.
water: water.
 
een mens weet nauwlijks wat de mens is.
de dichter weet alles van niets.
 

 

 

 

 

Willen

 

Ik neem mijn buik op en wandel,

ik heb mijn ogen open,

ik heb mijn borst als kennisgeving aangeslagen,

ik zou die punboomhouten paal in mij

vertikaal willen treffen met licht:

een lang lemmet licht om de dagen te turven.

Ik zou een rood totem willen snijden

waarom mijn hartstocht zich als wingerd slingert,

een beeld voor alledag, waaraan de vingers leven.

Ik heb te nemen.

 

Ik zou een mens willen maken uit wrok

en afgeslagen splinters: een winterman

met een gezicht van louter ellebogen.

En bomen zouden stampen bij zijn langsgaan

en had hij één minuut te leven,

rood zou hij zijn en rood van kindertranen

en rood.

 

Ik pak mijzelf als altijd weer tezamen,

ik zie het water aan,

ik neem mijn hongerige maag en wandel,

ik zie een eetsalon voor twintig standen:

wanden zijn er genoeg; hij vloekt

van een doorvoeld gemis aan ramen.

 

 

 



Jan G. Elburg (30 november 1919 – 13 augustus 1992)

 

Lees meer...

Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

 

De Engelse schrijver Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het  kasteel van Penshurst in het graafschap Kent. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.

 

 

The Bargain

 

My true love hath my heart, and I have his,

By just exchange one for another given:

I hold his dear, and mine he cannot miss,

There never was a better bargain driven:

My true love hath my heart, and I have his.

 

His heart in me keeps him and me in one,

My heart in him his thoughts and senses guides:

He loves my heart, for once it was his own,

I cherish his because in me it bides:

My true love hath my heart, and I have his.

 

 

 


Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)

Standbeeld in Shrewsbury

 

Lees meer...

29-11-10

Mario Petrucci, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Silvio Rodríguez

 

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Ambient

 

How easy for me, your son,

youthful lungs trawling in one sweep -

 

cigar smoke, omelette, the girl

next door. One day I told you

 

how in physics we'd calculated

each lungful held billions of atoms Galileo'd inhaled.

 

It took a full week

for you retort - as always

 

off the nail. Must be I've used it all then -

from Siberia to Antarctica,

 

slack-pit to spire.

That's why each draw's so bloody hard.

 

Left me speechless.

Till, catching you that night at the foot

 

of your Jacob's Ladder, ascending

to the one bulb of the landing toilet,

 

I told you how I'd checked with sir:

You can't use it all, I piped

 

not in a hundred million years.

You'll get better dad, just wait and see.

 

Your mouth a slur, suspended

over your chest. Fist

 

white on the rail.

Don't hold your breath son, you said.

 

 

 

 

Feeling For Eggs

 

You have given, and given, until giving has grown

into habit - so that you move to the stove

without thought, without word, the moment

the green of my jacket stipples your window:

ladle the soup that is always ready, rearrange

the condiments, or slop eggs for the beaten track

of an omelette. Sometimes, I can almost believe

you pass the day moving from stove to telly and back

again; or taking the one leather bag to the shops

for the loaf, the eggs you stow as though they might

ignite, two words with the butcher: was tender; was tough.

The odd hour spent in the husbandry of bills.

You hoard your knowledge of the man who died, left you

with sons: onion skin copies with their own

lives. You keep that knowledge safe, as though telling

might erase it. The pruning of decades takes your words

beyond the graft of mine. So, you listen, tolerate

the electric hotplate, the central heating;

were happier with the sooted cauldron twenty of you

could have your fill from, the firewood chopped

by your father, brought by donkey. You grew

maize from seed, knew how to feel

for an egg in the chicken. We sit in silence now,

with English tea to sip, some soup, until I have

to go. You follow as far as the empty drive, wave

as you stoop for a windfall branch,

add it to the wood pile you keep in the garage

that year by year inches towards the eaves.

 

 

 

 

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

 

Lees meer...

Louisa May Alcott, Wilhelm Hauff, Ludwig Anzengruber, Madeleine L’Engle

 

De Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott werd geboren op 29 november 1832 in Germantown, Pennylvania. Zie ook mijn blog van 29 november 2006  en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009. 

 

Uit: Little women (Onder moedervleugels, vertaling door Almine, Amsterdam 1876)

 

"Als je "dédain" bedoelt, dan moest je dat zeggen en niet over "étain" praten, alsof Vader een tinnen peperbus was," spotte Jo lachend.

"Ik weet heel goed, wat ik zeggen wil, en je hoeft er niet zoo "satiriek" over te zijn. Het is heel goed om juiste uitdrukkingen te gebruiken en zoo je "vocabulaire" te verrijken," zeide Amy deftig.

"Nu, vlieg elkaar maar niet aan, kinderen! Zou jij niet willen, Jo, dat we al het geld nog hadden, dat Vader verloor, toen we nog klein waren? Hè, wat zouden we gelukkig en goed zijn, als we niets hadden, wat ons hinderde," zei Meta, die zich betere dagen herinnerde.

"En gisteren heb je nog gezegd, dat je ons veel gelukkiger vond dan de kinderen King, omdat die altijd vochten en kibbelden, niettegenstaande ze zooveel geld hebben."

"Dat heb ik ook gezegd, Bets; en ik geloof ook wel, dat het waar is, want al moeten wij ook werken, we hebben toch pret onder elkaar, en zijn een "moppig" troepje, zou Jo zeggen."

"Jo gebruikt ook zulke platte uitdrukkingen," zei Amy en zag afkeurend naar de lange gestalte op het haardkleed. Jo ging dadelijk rechtop zitten, stak de handen in de zakken van haar schort en begon te

fluiten.

"Doe het toch niet, Jo, 't is zoo jongensachtig."

"Daarom doe ik het juist."

"Ik heb het land aan ruwe, onbeschaafde meisjes."

"En ik aan gemaakte, opgeprikte nuffen."

"Ieder vogeltje zingt, zooals het gebekt is," zei Bets, de vredestichtster, met zulk een grappig gezichtje, dat de beide scherpe stemmen zich in lachen oplosten en het "aanvliegen" voor 't oogenblik

gedaan was.

"Kinderen, jullie hebt beiden schuld," zei Meta, en begon als oudste zuster de les te lezen. "Jo, je bent nu oud genoeg om die jongensmanieren af te schaffen en je verstandig te gedragen. Het kwam

er niet zooveel op aan, toen je nog een klein meisje was, maar nu je zoo lang bent geworden en je haar opgestoken draagt, moet je bedenken dat je langzamerhand een dame wordt."

 

 

 

 

Louisa May Alcott (29 november 1832 – 6 maart 1888)

Boekomslag

 

Lees meer...

Franz Stelzhamer, Antanas Škėma, Andrés Bello, Maurice Genevoix

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Stelzhamer werd geboren in Großpiesenham op 29 november 1802. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Winterwanderung

 

Da liegt sie, die große Pastete,

Die weite Landschaft vor mir,

Herr Winter, der wack’re Konditor,

Versah sie mit Schmuck und Zier.

 

Daß er so viel Zucker streute,

Geschah den Kindern zulieb,

Doch was er mit glitzernder Reimschrift

Darauf und darüber schrieb -

 

Das ist für den Wanderer,

Das ist für mich, für mich,

Und ich deut’ und entziff’re

Die Schrift auch Strich für Strich.

 

Das nichtigste Ding erglänzet

Im Strahl des Sonnenlichts,

Was macht nach diesem Exempel

Manch Einer aus seinem Nichts!

 

Drauf krächzt die heisere Dohle,

Ich nick’ und lache dazu,

Im Thale wirds trüb und neblig,

Es ballt sich der Schnee am Schuh -

 

Und gleich kommt ein and’rer Gnome

Mit melancholischem Gesicht,

Behaucht sich mit warmen Athem

Die frierenden Hände und spricht:

 

Du mußt dich begraben lan,

Ein in’s Leichentuch dreh’n,

Auf daß neugeboren dann

Du wieder magst aufersteh’n!

 

Doch kaum ist der Fröstler verschwunden

Im grauen Nebelduft,

Erschüttert Schellengeklingel

Und schallendes Schäckern die Luft.

 

Gottlob, die »Dreikönig« vorüber,

Es winkt schon der Karneval,

Fünf Schlitten mit munterem Völklern

Kutschieren in’s Städtchen zum Ball.

 

Mag sein, auch Hochzeitleute,

Wer weiß das so genau,

Es spielen ja Kinder schon gerne

Das Spiel von »Herr und Frau«.

 

Doch sieh, hintenauf was hockt doch?

Das Mäulchen zum Spotte gespitzt,

Ein kicherndes, zappelndes Gnömchen

Und horch, was singt es itzt?

 

Allimmer und ewig auf Fasching

Fiel Fasten, auf Freude folgt Leid,

Doch glaubt mir, ihr glücklichen Thoren,

Ihr bleibt stets so froh wie ihr seid.

 

D’rauf huscht das Fuhrwerk von dannen,

Geklingel und Knallen verhallt,

Ein leises eisiges Lüftchen

Durchschauert Feld und Wald.

 

Ei Winter, ei Winter, wie lehrreich

Wie lustig und launig du bist,

Wer aus deinen nur scheinbar blanken,

Blühweißn Blättern liest.

 

 

 

 

Franz Stelzhamer (29 november 1802 – 14 juni 1874)

Standbeeld in Ried im Innkreis

 

Lees meer...

28-11-10

Erwin Mortier, Sherko Fatah, Alberto Moravia, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2007 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Godenslaap

 

“Natuurlijk was ik jaloers, en ik ben het nog steeds. Jaloers op de schilders, op hun woordenschat van coloriet. Jaloers omdat ik de taal niet kan fijnstampen in een mortier en naar goeddunken vloeiend of pasteus kan maken door er olie doorheen te mengen, noch een nieuwe kleur kan scheppen door wat poeder van het ene woord aan wat poeder van het andere toe te voegen. Jaloers ook, omdat er geen taal bestaat waarmee je eerst een ondergrond kunt aanbrengen, die door het kleurenweefsel dat je erbovenop legt heen blijft schemeren. Jaloers omdat ik een taal zou willen die geen betekenis draagt, maar bovenal intensiteit, een betekenis die aan de betekenis ontstijgt, en die je niet zozeer zou moeten lezen, als wel bezien, met de geletterdheid van het oog, de eruditie van het netvlies.”

(…)

 

Het was zonder meer een vredig tafereel, en een even vredige, melancholieke septemberochtend, en voor de zoveelste keer verwonderde ik me erover hoe snel we, na slechts enkele uren voordien voor de vleugels van het noodlot te hebben geschuild de alledaagsheid als een taai kleed over de kraters en de doden wierpen- en ik weet nog steeds niet of ik zulks een vorm van genade vond, een teken van onverzettelijkheid, of een soort zelfverdoving, de kalmte van een schaap dat in de nabijheid van een roedel wolven te dichtbij om ze te kunnen ontvluchten, een glorieus fatalisme over zich afroept en zijn fatum kalm in de ogen blikt. “

(...)

 

“We hebben zerken nodig, iets tastbaars dat de dode toedekt, ons de toegang tot de Hades verspert, een offertafel of een wierookschaal waarin we het gevoelen van schuld kunnen verbranden nadat we de doden, die al een keer gestorven zij n, in de spelonken van onze geest nog een tweede keer in de rug hebben geschoten, om ver de kunnen. “(Dit is een metaforische manier van aanduiden hoe we met de doden uit een oorlog moeten omgaan.)

 

 

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Lees meer...

Philippe Sollers, Hugo Pos, Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Un vrai roman. Mémoires

 

„(François Mauriac)

Il écrit son «Bloc-Notes» assis sur un petit lit, Mauriac, papier sur ses genoux, à l'écoute. Il est incroyablement insulté à longueur de temps, et il y répond par des fulgurations et des sarcasmes (ressemblance avec Voltaire, après tout). Il est très drôle. Méchant? Mais non, exact. Sa voix cassée surgit, très jeune, la flèche part, il se fait rire lui-même, il met sa main gauche devant sa bouche. Homosexuel embusqué ? On l'a dit, en me demandant souvent, une lueur dans l'œil, si à mon égard, etc. Faribole. Mauriac était très intelligent et généreux, voilà tout. Fondamentalement bon. Beaucoup d'oreille (Mozart), une sainte horreur de la violence et de sa justification, quelle qu'elle soit. Les sujets abordés, après les manipulations, les mensonges et les hypocrisies de l'actualité? Proust, encore lui, et puis Pascal, Chateaubriand, Rimbaud. Les écrivains sont étranges: avec Ponge, je suis brusquement contemporain de Démocrite, d'Epicure, de Lautréamont, de Mallarmé. Avec Mauriac, de saint Augustin, des «Pensées», d'«Une saison en enfer».

(...)

 

(Alain Robbe-Grillet)

Dans les péripéties malheureuses et confuses entre cinéma et littérature, l'échec le plus révélateur est quand même celui de Robbe-Grillet. Au début du «nouveau roman», il écrit contre toute image «la Jalousie», ascèse ennuyeuse mais intéressante. Ensuite, il veut filmer ses fantasmes érotiques, et c'est le kitsch. Une telle bouffée de laideur méritait bien une élection à l'Académie française.“

 

 

 

 

Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

Lees meer...

Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault

 

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009. 

 

 

Prayer

O let me soar on steadfast wing
that those who know me for a pitiable thing
may see me inerasably clear:

grant that their faith that I might hood
some potent thrust to freedom, humanhood
under drab fluff may still be justified.

Protect me from the slightest deviant swoop
to pretty bush or hedgerow lest I droop
ruffled or trifled, snared or power misspent.

Uphold—frustrate me if need be
so that I mould my energy
for that one swift inenarrable soar

hurling myself swordbeaked to lunge
for lodgement in my life’s sun-targe—
a land and people just and free.

 

 

 

 

Sequence for South Africa

1.

Golden oaks and jacarandas
flowering:
exquisite images
to wrench my heart.

2.

Each day, each hour
is not painful,
exile is not amputation,
there is no bleeding wound
no torn flesh and severed nerves;
the secret is clamping down
holding the lid of awareness tight shut—
sealing in the acrid searing stench
that scalds the eyes,
swallows up the breath
and fixes the brain in a wail—
until some thoughtless questioner
pries the sealed lid loose;

I can exclude awareness of exile
until someone calls me one.


 

 

 

Dennis Brutus (28 november 1924 – 26 december 2009)

Lees meer...

27-11-10

Navid Kermani, James Agee, Philippe Delerm, Nicole Brossard

 

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

 

Uit: Du sollst

 

– Sag nicht, daß du mich liebst.
Er sah, daß sie sah, daß er den Atem anhielt. Eine Sekunde, ihre fragenden braunen Augen, zwei Sekunden, die Kontraktion ihrer Scheide, drei, ihr offener Mund. Als er ausatmete, hatte sie es nicht gesagt.
Nie sagten sie sich, daß sie sich liebten. Er wollte das nicht, er hatte es ihr verboten. Seine Liebe hatte er erklärt, indem er erklärte, niemals von Liebe zu sprechen.
– Ich werde niemals sagen, daß ich dich liebe, und versprich mir, daß du es auch nie sagst, noch mich danach fragst.
– Wie bitte?
– Ich werde niemals sagen, daß ich dich liebe, und versprich mir, daß du es auch nie sagst, noch mich danach fragst.
– Was soll das? Was meinst du?
– Versprich es mir einfach.
Weil sie nichts sagte, legte er seine rechte Hand um ihren Hals und küßte sie zum ersten Mal. Er küßte sie auf den Mund. Das war gefährlich, denn sie hatte noch nicht versprochen, von Liebe nicht zu sprechen. Ihm fiel auf, daß ihre Lippen trocken waren. Seine waren es nicht. Ihm fiel auf, wie seine Lippen die ihren benetzten. Er öffnete die Augen, die Lippen noch immer auf ihrem Mund, die Zunge darinnen, und blickte auf ihre gesenkten Lider, in denen sich Äderchen wie gehaucht verästelten. Sein Blick spazierte auf der oberen Hälfte ihres Gesichts umher. Wie schön sie war, dachte er, das Gesicht so schmal, daß er es mit beiden Augen umarmte. Er spürte ihre Wangenknochen, die sich sanft erhoben. Eine braune Linie entdeckte er in der Narbe, die sie auf der Stirn trug, fingerkuppenlang. Es war keine spontane Entscheidung gewesen, sie zu küssen. Er hatte es sich für den Fall ihres Zögerns überlegt. Wenn er sie küßte, so hatte er gedacht, würde sie ihm seine Liebe glauben, ohne daß er sie aussprach, und er brächte sie vielleicht dazu, das Versprechen abzugeben, ohne es zu verstehen. Erklären konnte er es nicht. Sie mußte es unbesehen versprechen: nicht zu reden, über alles zu reden, aber nicht darüber. Unscharf wegen der Nähe, beobachtete er, wie sich im Winkel ihres rechten Auges eine Träne bildete.”
 

 

 

 


Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

 

Lees meer...