17-03-11

Patrick Hamilton, Hans Wollschläger, Jean Ingelow, Karl Gutzkow, Ebenezer Elliott, Paul Green

 

De Engelse schrijver Patrick Hamilton werd geboren op 17 maart 1904 in Hassocks, Sussex. Zie ook mijn blog van 17 maart 2007 en ook mijn blog van 17 maart 2009 en ook mijn blog van 17 maart 2010.

 

Uit: Hangover Square

 

„They used to rag him until it at last became an accepted thing. "Old Bone" was said to be in one of his "dotty" moods. Mr. Thorne used to be sarcastic. "Or is this one of your-ah-delightfully convenient periods of amnesia, my dear Bone?" But even Mr. Thorne came to accept it. "Extra ordinary boy," he once heard Mr. Thorne say (not knowing that he was overheard), "I really believe it's perfectly genuine." And often, instead of making him look a fool in front of the class, he would stop, give him a curious, sympathetic look, and, telling him to sit down, would without any ironic comment ask the next boy to do what he had failed to do.

"Dead" moods-yes, all his life he had had "dead" moods, but in those days he had slowly slipped into and out of them-they had not been so frequent, so sudden, so dead, so completely dividing him from his other life. They did not arrive with this extraordinary "snap"-that had only been happening in the last year or so. At first he had been somewhat disturbed about it; had thought at moments of consulting a doctor even. But he had never done so, and now he knew he never would. He was well enough; the thing did not seriously inconvenience him; and there were too many other things to worry about-my God, there were too many other things to worry about!

And now he was walking along the cliff at Hunstanton, on Christmas afternoon, and the thing had happened again. He had had Christmas dinner with his aunt, and he had gone out, as he had told her, to "walk it off." He wore a light raincoat. He was thirty-four, and had a tall, strong, beefy, ungainly figure. He had a fresh, red complexion and a small moustache. His eyes were big and blue and sad and slightly bloodshot with beer and smoke. He looked as though he had been to an inferior public school and would be pleased to sell you a second-hand car. Just as certain people look unmistakably "horsey," bear the stamp of Newmarket, he bore the stamp of Great Portland Street. He made you think of road houses, and there are thousands of his sort frequenting the saloon bars of public-houses all over England. His full mouth was weak, however, rather than cruel. His name was George Harvey Bone.“



 

 

 

Patrick Hamilton (17 maart 1904 – 23 september 1962)

 

 

Lees meer...

16-03-11

Hooshang Golshiri, Alice Hoffman, César Vallejo, Zoë Jenny, Dirk von Petersdorff

 

De Iraanse schrijver Hooshang Golshiri werd geboren op 16 maart 1938 in Isfahan. Zie ook mijn blog van 16 maart 2007en ook mijn blog van 16 maart 2008 en ook mijn blog van 16 maart 2009 en ook mijn blog van 16 maart 2010.

 

Uit: The Wolf (Vertaald doorAbbas Milani) 


“After the first snow fell, she disappeared. The women would see her sitting beside the heater reading something or pouring tea for herself. When the doctor would go to pay calls in other villages, the driver’s wife or the doorman would stay with the lady. It seems Sadiqeh, the driver’s wife, understood first. She had told the women, “At first I thought she was worried about her husband because she’d start suddenly, go up to the window and pull back the curtains.” She would stand next to the window and gaze into the white, bright desert. Sadiqeh said, “When the wolves start howling, she goes up to the window.”
Anyway, in the winter, if the snow falls, the wolves come closer to the settlement. It’s the same way every year. Sometimes a dog, a sheep, or even a child would disappear, so that afterwards the villagers would have to go out in a group to find, maybe a collar or a shoe, or some other trace. But Sadiqeh had seen the wolf’s glistening eyes and had seen how the doctor’s wife stared at the wolf’s eyes. One time she didn’t even hear Sadiqeh call out to her.
After the second and third snows fell, the doctor was unable to visit the outlying area. When he saw that he would have to stay in his house four or five nights a week, he was ready to join in our social rounds. Our get-togethers were not for the women, but, well, if the doctor’s wife came, she’d be able to join the women. But his wife had said, “I’ll stay home.” Even on the nights when it was the doctor’s turn to host the get-together at his house, his wife would sit next to the heater and read a book, or would go up to the window and look at the desert or, from the window on this side of the house, look at the cemetery and, I think, the bright lights of the village. It was at our house, I believe, when the doctor said, “I must go home early tonight.” Apparently he’d seen a big wolf in the road.“

 

 

 

Hooshang Golshiri (16 maart 1938 – 5 juni 2000)

 

 

Lees meer...

Francisco Ayala, Bredero, P.C. Hooft, Sully Prudhomme

 

De Spaanse schrijver Francisco Ayala werd geboren op 16 maart 1906 in Granada. Zie ook mijn blog van 16 maart 2009 en ook mijn blog van 16 maart 2010.

 

Uit: Wie Hunde sterben (Muertes de perro, vertaald door Erna Brandenberger) 

 

„Und dennoch: Wer sagt ihnen, daß nicht mein Name, der Name Luis Pineda, ausgerechnet der unbedeutende Pinedito, zu guter Letzt über alle Köpfe hinweg berühmt werden wird, und dies nur dank seinem einzigen Verdienst, Dokumente vor der Zerstörung gerettet zu haben, deren Wichtigkeit

heute noch niemand erkennt und die deshalb niemand beachtet …? Ganz im stillen hebe ich sie auf, um dann, wenn die Zeit gekommen ist, den Ablauf der gegenwärtigen Ereignisse niederzuschreiben; es ist merkwürdig, daß die Ereignisse selbst sie mir mit einem zufälligen Windstoß in die Hände spielen. Wenn die Horden nicht mehrere Gesandtschaftsgebäude überfallen hätten, so wären die vom Winde verwehten Papierfetzen aus ihren Archiven, die ich nun vor mir liegen habe, ja gar nicht in meinen Beständen gelandet. Ohne die Plünderung des Klosters Santa Rosa, dessen Äbtissin für eine Nacht in der Botschaft von Spanien unterkam – jene wurde später von einer entfesselten Meute verwüstet –, wäre das dicke Bündel Briefe und Entwürfe, das ich in meinen Ordnern hüte, nicht in meinen Besitz und in meine Obhut gelangt … Und wie diese gibt es viele weitere Schriftstücke – darunter auch etliche recht drastische –, die ich bis heute zugunsten der Zeitläufte zusammenzutragen und zu ordnen vermochte.“

 

 


Francisco Ayala (16 maart 1906 – 3 november 2009)

 

 

Lees meer...

René Daumal, Percy MacKaye, Patrice de la Tour du Pin, Haldun Taner, Jakob Haringer, Ethel Anderson

 

De Franse schrijver en dichter René Daumal werd geboren op 16 maart 1908 in Boulicourt in de Ardennen. Zie ook mijn blog van 16 maart 2007 en ook mijn blog van 16 maart 2009 en ook mijn blog van 16 maart 2010.

 

 

La désillusion 

  

Blanc et noir et blanc et noir,

attention, je vais vous apprendre à mourir,

fermez les yeux, serrez les dents,

clac ! vous voyez, ce n'est pas difficile,

il n'y a là rien d'étonnant.

 

Je vous parle sans passion,

noir et blanc et noir et blanc,

clac ! vous voyez qu'on s'y fait vite,

je vous parle sans amour,

et pourtant vous savez bien...

-il faut être évident jusqu'à l'absurde -

 

Blanc et noir et blanc et noir et noir et blanc,

si nos âmes échangeaient leurs corps,

il n'y aurait rien de changé,

alors ne parlez plus de corps ni d'âmes.

 

Blanc, noir, clac ! c'est la seule chose

qu'ensemble nous pouvons comprendre,

(mais n'est-ce pas qu'il n'y a là rien de tragique ?)

 

Je vous parle sans passion

blanc, noir, blanc, noir, clac,

et c'est mon éternel cri de mourant,

ce cri blanc, ce trou noir...

Oh ! Vous n'entendez pas,

vous n'existez pas,

je suis seul à mourir.

 

 

 

 

René Daumal (16 maart 1908 – 21 mei 1944)

 

Lees meer...

15-03-11

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en ook mijn blog van 15 maart 2009en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

Uit: Mieke Maaike’s obscene jeugd

 

„Wel, stilaan liep het dan naar me twaalfde jaar toe, en dacht ik terug aan de drie mannen bij de plas in het bos, en hoe echt leuk ik het zou gevonden hebben als ze nú me kutje begonnen te likken. Ook ik zou er nu tenminste wat aan gehad hebben, of aan verloren hebben, om de waarheid te zeggen.

Ik dacht ook terug aan de vader van Leentje, die wij Muisje noemden. Misschien zou die iets voor zo iets gevoeld hebben. En toen op een zondagochtend een historische stoet zou uitgaan en aan hun straatdeur langskomen, wou ik er aanbellen. Ik had me lichtste en kortste kleedje van vorig jaar aangetrokken, iets dat me groei niet meer had kunnen bijhouden, en nog met moeite tot onder me kont reikte. Vort! dacht ik, en ik speelde me broekje ook nog uit, dat ik reeds aangetrokken had. Maar op straat liep ik toch wat rechtop en hield me hand tegen de zoom, want dáár zomaar met je kontje blootlopen geeft geen pas.

Muisje was thuis en d’r paps ook, en ze stelden voor dat we vanuit het bovenraam naar buiten naar de historische stoet zouden kijken. We lagen gebogen over de vensterbank van het open raam, Muisje en ik. D’r paps was op voldoende afstand gevolgd, want blijkbaar wou hij me te korte kleedje even lekker op snee nemen. En ja, in plaats van naast ons aan het raam te leunen, zette hij zich nog wat neer op een netgepast voetbankje, om zoveel mogelijk te kunnen opvangen van het weinige dat onder de opstekende rand van me kleedje verborgen bleef.

Misschien dacht hij wel me witte broekje of zo te zien, dat misschien iets te klein kon zijn en misschien in de split iets van me kutje kon tonen. Maar tot zijn hemelse genade – zoals hij zich later uitdrukte – ontdekte hij daar niets van een broekje en net alles van de rest. Hij wou er rustig het zijne van meedragen, dat merkte ik wel, want hij verliet het voetbankje en zette zich gewoon op de hurken neer, met de neus onder me kleedje.

Nou, we schoten lekker op, vond ik. Ik boog me nog wat dieper uit het raam naar buiten en zette de benen wat open om meer steun en zo te krijgen. Zo kon hij niet alleen me kont maar ook nog, als hij wou, me kutje zien dat als een gebarsten perziek met dons bezet was geraakt. Z’n fluit moet erbij opgesprongen zijn van vreugde, met zaad dat hij van pure opwinding zomaar meteen had kunnen verliezen.“

 

 

 

Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Portret door Maurice Roggeman

 

 

Lees meer...

An Rutgers van der Loeff, Lionel Johnson, Paul Heyse, Franz Schuh, Ángelos Sikeliános, Wolfgang Müller von Königswinter

 

De Nederlandse schrijfster An Rutgers van der Loeff werd geboren in Amsterdam op 15 maart 1910. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

Uit: Rossy, dat krantenkind

 

En daarmee doelde hij op heel dat rumoerige en kleurige gedoe daar onder hen, al die rode, witte, gele, groene, gestreepte en effen tentdaken en -daakjes, al dat lawaai van luidsprekers en muziek en duizenden roezende en schreeuwende stemmen, al die geuren, al dat gedrang, al dat plezier en al dat verlangen van de mensen om dingen te doen, te zien en te horen die anders zijn dan wat ze op alle andere dagen van het jaar doen, zien en horen.

‘Wat een kabaal, hè?’ zei het meisje.

‘Hierboven lijkt het net gonzen,’ zei de man.

Ze luisterden allebei.

‘Zou er iets aan het wiel kapot zijn?’

‘Nee, waarom?’

‘Het duurt zo lang.’

De man antwoordde niet. Hij was erg stil voor zijn doen, maar dat zou wel niet lang duren. Hij tuurde naar een groen dak van een van de vele witte gebouwen, die op het ernstiger deel van het geweldige tentoonstellingsterrein lagen. ‘Hoe zou zij het nu maken, denk je?’ vroeg hij. ‘Onze Eleonora Roswita Alberta?’

Het meisje keek verdrietig dezelfde kant op. Zij léék alleen maar een meisje. Zij was de vrouw van Ricky Carlotto, en Ricky Carlotto was de man naast haar in het bakje. Maar zij was een heel jonge vrouw en niemand zou gedacht hebben dat die twee daar al lang getrouwd konden zijn en zelfs een kind hadden.

‘Ik weet het niet,’ zei ze langzaam. En het scheelde niet veel of er kwamen weer tranen in haar ogen.

Ze hadden Eleonora Roswita Alberta zo héél alleen en zo verschrikkelijk erg klein moeten achterlaten in het grote, witte tentoonstellingsgebouw, waar de medische apparaten werden vertoond. Operatietafels, straal-apparaten, tandartsstoelen en kasten vol dingen waar een gewoon mens niets van begrijpt. En in dat ene kleine witte kamertje de allernieuwste electrische stoofwieg of couveuse, voor te vroeg of te klein geboren kindertjes. Met de kleine, véél te kleine E.R.A. er in.

‘Ze wordt verzorgd als een millionnairsdochter,’ zei Ricky.

‘Ze moesten eens weten dat haar vader van 's ochtends tot 's avonds een rammelende vrachtauto rijdt.’

 

 

 

An Rutgers van der Loeff (15 maart 1910 – 19 augustus 1990)

 

 

Lees meer...

14-03-11

Olivier Delorme, Horton Foote, Jochen Schimmang, Volker von Törne, Pam Ayr

 

De Franse schrijver Olivier Delorme werd geboren op 14 maart 1958 in Chalon-sur-Saône. Zie ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010. 

 

Uit: Le Plongeon

 

„La terre, sur l’île de Marc, est presque partout d’un noir profond ; et quand elle n’est pas noire, la terre de K. est souvent grise, ou bien parfois d’un rouge très singulier de brique dix fois recuite – un rouge cramoisi qui tire sur le violet et vire nettement au rose sous la caresse oblique des lumières du couchant.
» Car cette terre-là est capable de mêler les teintes les plus douces – pâle grège du tuf ou blanc cassé de la ponce – aux plus extravagantes, comme le jaune d’or du soufre dont les cristaux élèvent ici des cheminées pareilles aux termitières du désert australien de Victoria, non loin de Kalgoorlie ; des merveilles de cristaux, aigus comme des épingles, qui s’épanouissent ailleurs en anémones toutes semblables à celles qui palpitent dans la mer, le long des côtes de K.

» Quant aux verts, le promeneur qui arpente les chemins muletiers de l’île de Marc, Mathias et Iris en découvrira une innombrable variété : smaragdites, chrysoprases, serpentines, malachites, une débauche de verts, purs ou veinés de blanc – légers ou pondéreux ; sans oublier les infinies nuances des caroubiers, oliviers, mûriers, amandiers ou figuiers. Car l’île de K., que les Turcs ont appelée « île aux figues », est beaucoup plus fertile que toutes ses voisines, à cause de la pierre ponce du sous-sol, prétendent les gens d’ici, parce qu’elle se gorge des pluies de l’hiver afin d’en abreuver les arbres même en plein été, même quand le soleil a roussi jusqu’au dernier brin d’herbe. (…)“ 

 

 

 

Olivier Delorme (Chalon-sur-Saône, 14 maart 1958)

 

 

Lees meer...

Albert Robida, Theodore de Banville, Alexandru Macedonski, Algernon Blackwood, Paul Ilg

 

De Franse schrijver, tekenaar, schilder, karikaturist en journalist Albert Robida werd geboren op 14 maart 1848 in Compiègne. Zie ook mijn blog van 14 maart 2007 en ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010.

 

Uit: The Monkey King (Fragment uit: Voyages très extraordinaires de Saturnin Farandoul,

vertaald door Brian Stableford)

 

„The entire natural world was their oyster. They appeared to be enjoying the admirable view with a tranquil proprietary right that no anxiety could trouble. There, as if in a magical looking-glass, all the beauties of the tropics were spread out: all the glorious flowers that the equatorial sun could bring into bloom, marvellous plants, giant trees and a thousand-fold weave of lianas.

Four little monkeys of various heights gambolled on the grass, swinging from descending lianas as they went past, and chasing one another around the coconut palms under the protective eye of their father and mother -- more serious individuals, who were content to mark their joy at the good weather's return by quietly shaking their hindquarters with perfect panache.

The mother, a lovely she-monkey with an elegant figure and a graceful demeanour, carried in her arms a fifth offspring, which she suckled as she walked, with a candour and a dignified serenity that would have tempted the chisel of a Praxiteles.

Suddenly, their tranquillity was disturbed. The father, at the sight of an object extended on the beach, turned two or three somersaults -- a gesture which, among the monkeys of these distant climes, signifies the most colossal astonishment. The mother -- without ceasing to nurse her infant -- and the four little monkeys likewise turned half a dozen simultaneous somersaults before coming to rest on all fours, unnerved. If they were alarmed it was that the object perceived by the monkey was stirring and struggling, desperately twirling its arms and legs, as a crab does when one plays the practical joke of setting it down on its back.“

 

 

 

Albert Robida (14 maart 1848 – 11 oktober 1926)

Illustratie bij Les Aventures extraordinaires de Saturnin Farandoul

 

 

Lees meer...

13-03-11

Mahmoud Darwish, Yuri Andrukhovych, Vladimir Makanin, Didier Decoin

 

De Palestijnse dichter Mahmoud Darwish werd geboren in Al-Birwa, Palestina, op 13 maart 1941. Zie ook mijn blog van 13 maart  2009 en ook mijn blog van 13 maart 2010.

 

 

Sonnet V          

 

I touch you as a lonely violin touches the suburbs of the faraway place

patiently the river asks for its share of the drizzle

and, bit by bit, a tomorrow passing in poems approaches

so I carry faraway's land and it carries me on travel's road

 

On a mare made of your virtues, my soul weaves

a natural sky made of your shadows, one chrysalis at a time.

I am the son of what you do in the earth, son of my wounds

that have lit up the pomegranate blossoms in your closed-up gardens

 

Out of jasmine the night's blood streams white. Your perfume,

my weakness and your secret, follows me like a snakebite. And your hair

is a tent of wind autumn in color. I walk along with speech

to the last of the words a bedouin told a pair of doves

 

I palpate you as a violin palpates the silk of the faraway time

and around me and you sprouts the grass of an ancient place—anew

 

 

Vertaald door Fady Joudah

 

 


My Mother

 

I yearn for my mother’s bread

My mother’s coffee

My mother’s touch

Childhood grows within me

Day upon daybreak

And I love my life because I

When I die

Am ashamed of my mother’s tears

 

Take me, if I come back someday

As a cloak for your eyelashes

Cover my bones with grass

An intending from the purity of your bosom

And pull my bonds tight

With a lock of hair

With a thread that trails from the back of your dress

I may become a god

A god I become

Whenever I touch the depths of your heart

 

Leave me, whenever I return

As fuel to feed your fire

As a clothes-line over the roof of your home

Because I lose suspension

Without your day-prayer

I am old; bring back the stars of childhood

To consult with you

The smallest of sparrows

The road of return

To the nest of your awaiting 

 

 

Vertaald door C. Lindley Cross

 

 

 

Mahmoud Darwish (13 maart 1941 - 9 augustus 2008)

 

Lees meer...

Melih Cevdet Anday, Yeghishe Charents, Oskar Loerke, Inge Müller

 

De Turkse dichter Melih Cevdet (eig. Melih Cevdet Anday) werd geboren op 13 maart 1915 in Istanboel. Zie ook mijn blog van 13 maart 2007 en ook mijn blog van 13 maart 2008 en ook mijn blog van 13 maart  2009 en ook mijn blog van 13 maart 2010. 

 

 

Brief von einem toten Freund

 

Ich lebe so wie früher
Gehe spazieren und denke...
Nur fahre ich ohne Fahrkarte mit dem Schiff und dem Zug
Und kaufe ein ohne feilschen zu müssen.

 

Nachts bin ich in meiner Wohnung, es geht mir gut
(Könnte ich doch auch das Fenster öffnen, wenn es mir
[langweilig wird)
Ach ... mich am Kopf kratzen, Blumen pflücken,
Hände drücken möchte ich manchmal.



 

Vertaald door Yüksel Pazarkya

 

 

 

Our Table

 

On the way back from the funeral cocks were crowing

Upon the April soil of an empty afternoon.

 

The sky, like a small morning-glory,

Suddenly faced us. We went into a tavern.

 

Our table gave little crackling sounds,

The tree remembering it had been alive.

 

 

Vertaald door Nermin Menemencioglu

 

 

 

Gypsies

"Do you recall the sea, the deep sea
"Which drives the birds crazy in November?
"The sun, too, that goes sizzling into the sea?
"You don't say? How about the tree under which
"The gypsies were sitting? Thin too slipped your mind?
"How many years since the time of death?

 

Vertaald door Talat Sait Halman

 

 

 

 

Melih Cevdet Anday (13 maart 1915 – 28 november 2002)

 

Lees meer...

Hugh Walpole, Paul Morand, Richard Zoozmann, Moritz Graf von Strachwitz, Oscar Blumenthal, Hermine de Graaf, W. O. Mitchell

 

De Britse schrijver Hugh Seymour Walpole werd geboren op 13 maart 1884 in Auckland, Nieuw Zeeland. Zie ook mijn blog van 13 maart 2007 en ook mijn blog van 13 maart  2009 en ook mijn blog van 13 maart 2010.

 

Uit: Jeremy and Hamlet  (Come out of the Kitchen)

 

There was a certain window between the kitchen and the pantry that was Hamlet's favourite. Thirty years ago--these chronicles are of the year 1894--the basements of houses in provincial English towns, even of large houses owned by rich people, were dark, chill, odourfull caverns hissing with ill-burning gas and smelling of ill-cooked cabbage. The basement of the Coles' house in Polchester was as bad as any other, but this little window between the kitchen and

the pantry was higher in the wall than the other basement windows, almost on a level with the iron railings beyond it, and offering a view down over Orange Street and, obliquely, sharp to the right and

past the Polchester High School, a glimpse of the Cathedral Towers themselves.

Inside the window was a shelf, and on this shelf Hamlet would sit for hours, his peaked beard interrogatively a-tilt, his leg sticking out from his square body as though it were a joint-leg and worked like the limb of a wooden toy, his eyes, sad and mysterious, staring into Life.. ..

It was not, of course, of Life that he was thinking; only very high- bred and in-bred dogs are conscious philosophers. His ears were stretched for a sound of the movements of Mrs. Hounslow the cook, his nostrils distended for a whiff of the food that she was manipulating, but his eyes were fixed upon the passing show, the pageantry, the rough-and-tumble of the world, and every once and again the twitch of his Christmas-tree tail would show that something was occurring in this life beyond the window that could supervene, for a moment at any rate, over the lust of the stomach and the lure of the clattering pan.“

 

 

 

Hugh Walpole (13 maart 1884 – 1 juni 1941)

Portret door Stephen Bone

 

 

Lees meer...

12-03-11

Naomi Shihab Nye, Dave Eggers, Jack Kerouac, Carl Hiaasen, Edward Albee

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 12 maart 2009 en ook mijn blog van 12 maart 2010.

 

 

Hidden

 

If you place a fern
under a stone
the next day it will be
nearly invisible
as if the stone has
swallowed it.

If you tuck the name of a loved one
under your tongue too long
without speaking it
it becomes blood
sigh
the little sucked-in breath of air
hiding everywhere
beneath your words.

No one sees
the fuel that feeds you.

 

 

 

 

Making a Fist 

 

For the first time, on the road north of Tampico,

I felt the life sliding out of me,

a drum in the desert, harder and harder to hear.

I was seven, I lay in the car

watching palm trees swirl a sickening pattern past the glass.

My stomach was a melon split wide inside my skin.

 

"How do you know if you are going to die?"

I begged my mother.

We had been traveling for days.

With strange confidence she answered,

"When you can no longer make a fist."

 

Years later I smile to think of that journey,

the borders we must cross separately,

stamped with our unanswerable woes.

I who did not die, who am still living,

still lying in the backseat behind all my questions,

clenching and opening one small hand.

 

 

 

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis,12 maart 1952)

 

 

Lees meer...

Kathrin Schmidt, Henrike Heiland, M. A. Numminen, Gabriele d'Annunzio, De Schoolmeester

 

De Duitse dichteres en schrijfster Kathrin Schmidt werd geboren op 12 maart 1958 in Gotha. Zie ook mijn blog van 12 maart 2009en ook mijn blog van 12 maart 2010.

 

 

ein, aus


gebe ich einen laut ins luft?
zupfe ich aus dem luft einen laut?
das luft steht ausgegossen wie spülicht (höricht, fühlicht)
zwischen den hauszeilen, deren knotige schriften
ins verlassene driften zum ortsrand hin, nebelgelenke
verbinden die domizile der wachsamkeit, das luft hat den fuß
in der tür, die hand an der klinke, schwelt, sickert ins
fadenkreuz der gebogenen brauen, von wo es ein
katzsprung ist ins kalkül, durch den kopf
schießt das luft mit gedoppelter flinte, die tinte
vergessens löscht aus, was da war, war da was?,
das luft wird naß vom gebrauch, schmaucht
aus den lungen ins spülicht zurück, fühl ich,
hör ich, mein laut hat den ausgang gefunden,
ins luft, aus luft



 

 

 

Kathrin Schmidt (Gotha, 12 maart 1958)

 

 

Lees meer...

Irving Layton, Helga Goetze, Françoise d'Eaubonne, Antony Deschamps, Sergej Michalkov

 

De Canadese dichter en schrijver Irving Layton werd geboren als Israel Pincu Lazarovici op 12 maart 1912 in Tîrgu Neamt, Roemenië. Zie ook mijn blog van 12 maart 2007 en ook mijn blog van 12 maart 2009 en ook mijn blog van 12 maart 2010.

 

 

Berry Picking

Silently my wife walks on the still wet furze
Now darkgreen the leaves are full of metaphors
Now lit up is each tiny lamp of blueberry.
The white nails of rain have dropped and the sun is free.

And whether she bends or straightens to each bush
To find the children's laughter among the leaves
Her quiet hands seem to make the quiet summer hush--
Berries or children, patient she is with these.

I only vex and perplex her; madness, rage
Are endearing perhaps put down upon the page;
Even silence daylong and sullen can then
Enamor as restraint or classic discipline.

So I envy the berries she puts in her mouth,
The red and succulent juice that stains her lips;
I shall never taste that good to her, nor will they
Displease her with a thousand barbarous jests.

How they lie easily for her hand to take,
Part of the unoffending world that is hers;
Here beyond complexity she stands and stares
And leans her marvelous head as if for answers.

No more the easy soul my childish craft deceives
Nor the simpler one for whom yes is always yes;
No, now her voice comes to me from a far way off
Though her lips are redder than the raspberries.



 

Irving Layton 12 maart 1912 – 4 janauri 2006)

Boekomslag

 

 

Lees meer...