Cynthia Mc Leod, Herbert Kranz, Roy Alton Blount Jr, Hugh McCrae


De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri Mc Leod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia Mc Leod op dit blog.


Uit: Hoe duur was de suiker?


„Aan de voorkant van het prachtige grote huis waren echter niet alle vensters meer gesloten. Op de eerste verdieping was er een geopend raam en daar stond de 17-jarige Elza en keek uit over het groene gazon dat zich voor het huis uitstrekte tot aan de waterkant waarlangs de brede Surinamerivier langzaam stroomde. Een heerlijke ochtend, het begin van een fijne dag. Vandaag 11 oktober 1765 ging de familie naar Joden-Savanna voor de 65e verjaardag van grootmama. Dat zou de volgende dag zijn, de 12e oktober en tegelijk ook de verjaardag van de synagoge op Joden-Savanna zelf die dan de 80e verjaardag vierde.

Grootmama was er altijd zo trots op dat zij geboren was op 12 oktober 1700, de dag dat de synagoge Beracha Ve Shalom (Zegen en Vrede) in haar geboorteplaats in Suriname 15 jaar oud was. Elza had zich verheugd op de komende 2 weken, niet zozeer om grootmama, maar om de logeerpartij en alle feesten die er zouden zijn. Vele vrienden en kennissen zouden daar zijn en menige tentboot was de afgelopen dagen al voorbij gevaren en soms was het gezelschap voor een paar uur uitgestapt op plantage Hébron, of had er overnacht omdat die precies halverwege van Paramaribo naar Joden-Savanna lag en men op 't getij moest wachten. De hele Joodse gemeenschap in Suriname maakte er een gewoonte van, om op hoogtijdagen voor enkele dagen naar Joden-Savanna te reizen. En dit jaar viel het Loofhuttenfeest in dezelfde week als grootmamma's verjaardag. De logeerpartijen waren altijd leuk en gezellig, hoewel Elza zelf wel besefte dat zij toch een enigszins aparte plaats innam daar ze wel een Joodse vader en dus een Joodse naam had, maar zelf geen Jodin was. En er waren genoeg lieden die niet altijd even vriendelijk tegen haar waren. Ze had vaak een gevoel van bewondering voor haar vader als ze eraan dacht dat hij het had gepresteerd om 25 jaar geleden tegen de wens van zijn moeder te handelen. Natuurlijk was zij toen nog lang niet geboren, maar ze had verhalen gehoord, vooral van Ashana, haar moeders lijfslavin.“



Cynthia Mc Leod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

Lees meer...

Jacky Collins, André Salmon, Juliette Adam, Eugène Pottier


De Britse schrijfster Jacky Collins werd geboren in Londen op 4 oktober 1937. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2009 en ook mijn blog van 4 oktober 2010


Uit: Goddess of Vengeance


It was early evening and the garden restaurant was only half full. The patrons were trying to play it cool, because after all, this was L.A. and stars abounded. However, most of them couldn’t resist an occasional surreptitious glance over at Venus, the platinum-blond, world-famous superstar, as she picked at a chopped vegetable salad.

Sitting at the table with her was Lucky Santangelo, a dark-haired beauty who’d experienced her own share of controversial headlines and scandals over the years. Lucky, the former owner and head of Panther Studios, was a businesswoman supreme who currently owned the luxurious hotel, casino, and apartment complex The Keys in Las Vegas.

The two of them made a formidable couple. In Hollywood, where looks were everything, Venus and Lucky ruled. Venus with her in-your-face blondness, startling blue eyes, and toned and muscled shape. And Lucky—a dangerously seductive woman with blacker-than-night eyes, deep olive skin, sensuous full lips, a tangle of long jet hair, and a lithe body.

“I’m beginning to think you’re a sex addict,” Lucky said lightly, smiling at her close friend.

Excuse me,” Venus retorted, raising a perfectly arched and penciled eyebrow. “Last week you called me a cougar, and now I’m a sex addict. Seriously, Lucky?”

Pushing back her mane of unruly black curls, Lucky grinned. “Yeah. I’m so wrong,” she drawled sarcastically. “It wasn’t you who slept with your twenty-two-year-old costar last week, and it wasn’t you who screwed your sixty-year-old director two days later.”



Jacky Collins (Londen, 4 oktober 1937)


Lees meer...


Bernard Cooper, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Sergej Jesenin, Alain-Fournier


De Amerikaanse schrijver Bernard Cooper werd geboren op 3 oktober 1951 in Hollywood, California. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2009 en ook mijn blog van 3 oktober 2010.


Uit: The Bill from My Father


“He leaned close. "Let me ask you something."

I wanted to be as frank as possible. If there was a medical ordeal ahead, maybe we'd have a last chance at attachment. I looked into his eyes. "Ask me anything you want."

"Why...," he said, then hesitated.

"Go on." I urged him.

"Why are you reading the Ladies' Home Journal?"


"Why did you pick that magazine out of all the magazines in the waiting room? There must be I don't know how many others to chose from and you picked that."

The March issue had been lying on my lap, opened to a double-page photo of the creamiest seafood bisque I've ever seen, a kind of culinary centerfold. I thought I'd cook it for Brian and was about to rip out the recipe. Even in a time of crisis, Dad found a way to goad me like a pro. "Nobody here cares if I'm reading a men's magazine or a women's magazine!" I glanced around the waiting room to see if I could spot a man reading Today's Bride or a woman reading Popular Mechanics, but where is proof when you really need it? "Ideas about masculinity and femininity are different now than they were in your day." I thought back to the hot afternoon I'd been cinched into my father's jumpsuit, drunk on rum punch and basted in my own perspiration, staggering through a backyard filled with dykes disguised as housewives who were really machines. "People today are more...flexible."

"I'll bet," he said.

The man in the wheelchair wasn't even pretending not to listen. His eyes met mine and glistened with interest. His posture improved.

I said, "You were trying to change the subject is what you were trying to do. Then we wouldn't have to talk about why you're here. Well, it's not going to work." But it had, of course, worked like a charm. Conversation between us ceased. We folded our arms and glowered straight ahead.

"Dad," I said, "I hate that one of us always has to be right."

"I'm not the one who always has to be right. You are."



Bernard Cooper (Hollywood, 3 oktober 1951)


Lees meer...

Louis Aragon, Thomas Wolfe, James Herriot, Wolf Klaussner, Johann Peter Uz


De Franse dichter, schrijver en essayist Louis Aragon werd geboren in 1897 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2007 en ook mijn blog van 3 oktober 2008 en ook mijn blog van 3 oktober 2009 en ook mijn blog van 3 oktober 2010



Que serais-je sans toi


Que serais-je sans toi qui vins à ma rencontre

Que serais-je sans toi qu'un coeur au bois dormant
Que cette heure arrêtée au cadran de la montre

Que serais-je sans toi que ce balbutiement.


J'ai tout appris de toi sur les choses humaines

Et j'ai vu désormais le monde à ta façon

J'ai tout appris de toi comme on boit aux fontaines

Comme on lit dans le ciel les étoiles lointaines

Comme au passant qui chante on reprend sa chanson

J'ai tout appris de toi jusqu'au sens du frisson.


Que serais-je sans toi qui vins à ma rencontre

Que serais-je sans toi qu'un coeur au bois dormant

Que cette heure arrêtée au cadran de la montre

Que serais-je sans toi que ce balbutiement.


J'ai tout appris de toi pour ce qui me concerne

Qu'il fait jour à midi, qu'un ciel peut être bleu

Que Le bonheur n'est pas un quinquet de taverne

Tu m'as pris par la main dans cet enfer moderne

Où l'Homme ne sait plus ce que c'est qu'être deux

Tu m'as pris par la main comme un amant heureux.


Que serais-je sans toi qui vins à ma rencontre

Que serais-je sans toi qu'un coeur au bois dormant

Que cette heure arrêtée au cadran de la montre

Que serais-je sans toi que ce balbutiement.


Qui parle de Bonheur a souvent les yeux tristes

N'est-ce pas un sanglot que la déconvenue

Une corde brisée aux doigts du guitariste

Et pourtant je vous dis que le bonheur existe

Ailleurs que dans le rêve, ailleurs que dans les nues.

Terre, terre, voici ses rades inconnues.


Que serais-je sans toi qui vins à ma rencontre

Que serais-je sans toi qu'un coeur au bois dormant

Que cette heure arrêtée au cadran de la montre

Que serais-je sans toi que ce balbutiement.


Je sais je sais Tout est à faire

Dans ce siècle où la mort campait

Et va voir dans la stratosphère


Si c'est la paix


Éteint ici là-bas qui couve

Le feu court on voit bien comment

Quelqu'un toujours donne à la louve


Un logement


Quelqu'un toujours quelque part rêve

Sur la table d'être le poing

Et sous le manteau de la trêve


Il fait le point




C'est la paix qui force le crime

À s'agenouiller dans l'aveu

Et qui crie avec les victimes


Cessez le feu



Louis Aragon (3 oktober 1897 – 24 december 1982)

Lees meer...


Dimitri Verhulst, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius


De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.


Uit: Godverdomse dagen op een godverdomse bol


„’t Kan vruchtenplukken en in zijn neus peuteren zonder daarvoor zijn stap te moeten onderbreken. Hoekoddig.
Honderd en twintig centimeter groot is ’t daarmee, genoeg om over de grassen der savannen te kijken.
In zijn halvelings kokende kop schuilt, behalve hier en daar wat snot, een 650 kubiekecentimeter metende drek: hersenen, beveelheren van het neuken en het vreten. 650 kubieke centimeter pure levensvreugd, dat volume zou, jawel, zelfs nog wat grotermogen worden.
Gaat dat?
Maar er is niks om te bikken en de teven zitten vol of hebben kleintjes aan hun spenenhangen, hetgeen hen lusteloos en onvruchtbaar maakt. Als de melkproductie van de wijfjes niet wordt afgebroken laten ze zich niet bespringen, zo simpel zit het. En dus zit ermaar één ding op: de kleintjes de kop in slaan. Infanticide!
Zie de uitgelatenheid waarmee het paar dagen oude, nog onder de baarmoederslijmenzittende schepsel bij de achterpoten wordt gepakt en met zijn hoofd tegen de stenen gesmakt. Het bloed gutst alle kanten op, de stront pruttelt eruit bij wijze van overlijdensact.

Kindje dood. Eindelijk kan ’t zijn achtentwintig kilogrammen op de moeder smijten, zijn putlucht in haar tronie hijgen naast het lijk waar zij maar blíjft naar kijken.
Maar, als dat een troost mag zijn, lang hoeft de teef niet op haar tanden te bijten: ’t kreeg reeds een stijve van het moorden en ’t bezit geen woorden om zijn smeerlapperijen eerst nog wat te verpakken in hofmakerij.
Erin en eruit en gedaan. Dat is vooral veel tijd bespaard. Veel tijd, en veel gezeik.En dan nu: eten! Maar wat? Er is niks te rapen in deze gore droogte en de honger is tegroot om geduldig wat te scharten in de aarde naar een wortel. Het gras is rost en wordtmeteen weer uitgekotst. ’t Heeft daar de maag niet voor. Ziet ’t er soms uit als een herkauwer, misschien? Vlees moet ’t hebben, er is geen andere keus! En ’t staart naar de lucht, zijn ogen doen er zeer van, en ziet de gieren schietvizieren cirkelen in het blauw dat zij beheersen. Dáár zou ’t moeten zijn.
Maar ’t komt te laat. De karkassen zijn verwerkt, de vetten van de dode reeds door de vogels in vlieguren omgezet, en ’t moet zich tevreden stellen met het afval dat in de borstkas overblijft. Vuiligheid. ’t Grabbelt een stuk maag uit het karkas van wat daarnet nog een gnoe was, en zuigt het leeg. Het is vunzig maar het smaakt, als vele vunzigheden, naar meer“



Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

Lees meer...

Göran Sonnevi, Waltraud Anna Mitgutsch, Jan Morris


De Zweedse dichter en vertaler Göran Sonnevi werd geboren in Lund op 2 oktober 1939. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Göran Sonnevi op dit blog.


Uit: Mozart's Third Brain (Vertaald door Rika Lesser)



another bird, that flew upward, in the Forum Romanum
up toward the Rostra Maybe a serin, but
I don't know Flowers were in bloom, flowers I don't recognize
What may have been acanthus, growing like lupins
And a red flower, close to the ground White butterflies
At the house of the Vestals roses bloomed Up above
the palace and the ruins of villas a falcon flew
Sudden silence of birds At what sort of rostrum do what sorts
of speakers appear I listen to the voices of Europe
I feel no confidence; not even in my own distrust
STEER! We all carry the sparkling diamond oar
Hard; like the gates of Hades Shadows full of unrest
The Curia, restored in the '30s, in the face of new imperial power
Which senate meets there; which tribunes of the people, if they would now
have audience, even in Hades We move through the centuries
Faced with destitution's images The blood of the martyrs is clasped, cradled
As if Agave were clutching the head of Pentheus; the blood runs
down into a bowl; a grail The Etruscan votive sculptures
are thin as sticks; are by Giacometti What do the dead
see? What do they see that even the dying do not see? What
Hesperian fruits, shining Pomegranates; golden fruits?
By the Baths of Diocletian are orange trees Hidden
inside there, Michelangelo's basilica, is full
of power, stone-dead, of the living Small flames burn for believers
Policemen stand in groups, some with bulletproof vests, submachine guns
The door to a bordello stands open Private health clubs
with sauna, massage At Stazione Termini are all kinds of people;
from all over the planet Everything stands wide open, glowing poverty
A beggar woman, emaciated, a shawl over her head, a half-
grown child in her arms, also sleeping, does not wake when you give
her money Which ones listen Which hear the invisible voice The one
with no platform, no altar, who is not even heard at the sacrificial spring in the under-
world, welling up from the rock; clear green water You want
to touch the water, but I stop you Maybe it is also
polluted? We go to the Colosseum, sit there together
on a marble bench, the fragment of one, behold the endless stream
of tourists Shadows in the planetary Hades; we among them
On the Palatine there's a wedding; we talk to the cats a while Look at
more flowers, butterflies One wholly ordinary sparrow, but a little different
In our hotel room afterwards we make love; fiercely, with great intensity



Göran Sonnevi (Lund, 2 oktober 1939)

Lees meer...


P. N. van Eyck, Khlaid Boudou, Charles Cros, Günter Wallraff, Michael Schindhelm


De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.





Soms luister ik lang naar het zwijgen
Van die donkre viool, mijn hart,
En scheemring na schemering zijgen
Door een stilte die sluimert en mart.

Doch eindlijk begint het te trillen,
Of een zucht langs de snaren streelt,
Of een enkel met liedren te stillen
Verlangen er droomt vóór het speelt.

En een mijmring van tonen zingt éven
Uit de stilte, als de huivrende geest
Eener geur die schaduws deed beven...
Maar mijn ziel is vervúld geweest.

En hetgeen in haar duister blijft hangen,
Een levende smart schoon ze zwijgt,
Is de snik van een eindloos verlangen
Uit een droefheid die woordenloos hijgt.





Verzegelde fontein


Groen-omlommerd, wit-betegeld,
Springfontein, nog immer zwijgt gij?
Stil-bekommerd, dicht-verzegeld,
Ziel in 't donker, woordeloos, híjgt gij?

Zie de purperen bloemtros bengelen
In 't geblaarte. Hóor de lente,
Zoet als 't lief in Kedars tente,
Loof- en vogelstemmen mengelen.

Moet uw hof nog langer wachten?
Breek het zegel voor de noen:
Stort de pijn der donkere nachten
In de drift van 't lustseizoen.




P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

Lees meer...

John Hegley, Tim O'Brien, Louis Untermeyer, Inge Merkel, Sergej Aksakov


De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009 en ook mijn blog van 1 oktober 2010



A Somewhat Absent Minded Attempt to Be Politically Correct


Someone I don't know that well

tells me they have a little boy.

"Oh yes," I enquire, "and how old is he or she?"




Bonfire Night


the doors open

everyone comes out

everyone is ready

for fireworks

all except the dog


he is shut up in the sheddie

even out of doors we have indoor fireworks

Dad says it is better to be safe than dead

the air is full of the smell of next doors fireworks

Mum says they are very good this year

this year Christopher is allowed

to help his dad to light the fireworks

he is very excited

he is very proud

he is twenty-eight


John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

Lees meer...


Truman Capote, Hendrik Marsman, Zhang Ailing, Edzard Schaper, Hermann Sudermann


De Amerikaanse schrijver Truman Capote werd geboren op 30 september 1924 als Truman Streckfus Persons in New Orleans. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Truman Capote op dit blog.


Uit: The Walls Are Cold (The Complete Stories of Truman Capote)


"Really, isn't that charming? I mean the coincidence." She smoothed her hair and smiled with her too dark lips.

They went into the den and she knew the sailor was watching the way her dress swung around her hips. She stooped through the door behind the bar.

"Well," she said, "what will it be? I forgot, we have scotch and rye and rum; how about a nice rum and coke?"

"If you say so," he grinned, sliding his hand along the mirrored bar's surface, "you know, I never saw a place like this before. It's something right out of a movie."

She whirled ice swiftly around in a glass with a swizzle stick. "I'll take you on a forty-cent tour if you like. It's quite large, for an apartment, that is. We have a country house that's much, much bigger."

That didn't sound right. It was too supercilious. She turned and put the bottle of rum back in its niche. She could see in the mirror that he was staring at her, perhaps through her.

"How old are you?" he asked.

She had to think for a minute, really think. She lied so constantly about her age she sometimes forgot the truth herself. What difference did it make whether he knew her real age or not? So she told him.


"And never been kissed. .. ?"

She laughed, not at the cliché but her answer.

"Raped, you mean."

She was facing him and saw that he was shocked and then amused and then something else.

"Oh, for God's sake, don't look at me that way, I'm not a bad girl." He blushed and she climbed back through the door and took his hand. "Come on, I'll show you around."

She led him down a long corridor intermittently lined with mirrors, and showed him room after room. He admired the soft, pastel rugs and the smooth blend of modernistic with period furniture.

"This is my room," she said, holding the door open for him, "you mustn't mind the mess, it isn't all mine, most of the girls have been fixing in here."

There was nothing for him to mind, the room was in perfect order. The bed, the tables, the lamp were all white but the walls and the rug were a dark, cold green.

"Well, Jake. .. what do you think, suit me?"

"I never saw anything like it, my sister wouldn't believe me if I told her. .. but I don't like the walls, if you'll pardon me for saying so. .. that green. .. they look so cold."

She looked puzzled and not knowing quite why, she reached out her hand and touched the wall beside her dressing-table.“



Truman Capote (30 september 1924 – 25 augustus 1984)

Foto door Robert Mapplethorpe, 1981

Lees meer...

Eli Wiesel, Roemi, Henk Spaan, Ferdinand von Saar, Jurek Becker


De Joods-Roemeens-Frans-Amerikaanse schrijver Eli Wiesel werd geboren op 30 september 1928 in Sighet (nu Sighetu Marmaţiei), Roemenië. ook mijn blog van 30 september 2007 en en ook mijn blog van 30 september 2008 en ook mijn blog van 30 september 2009 en ook mijn blog van 30 september 2010


Uit: And the Sea is Never Full


Why death, Primo? To tell us what truth about whose 1ife?
Did he want to reach to the very end of his thoughts, his memories? Truly enter death? I don't remember why, but I called him shortly before his death. A premonition? His voice sounded thick, heavy. "Things are not good," he said slowly, "not good at all." "What's not good, Primo?" "Oh, the world, the world's no good." And he doesn't know what he is doing in a world that's going so badly. "Are you having problems, Primo?" No, he has no problems. In Italy and elsewhere he is read, admired, honored, but it's going badly. We speak of mutual friends, of his plans, of his son, Renzo. I suggest he come to New York, spend some time with me. He doesn't say no, he doesn't say yes; he doesn't answer, as though he were already elsewhere, behind other walls. To cheer him up I describe to him the success of his works on American campuses. No reaction. "Are you there, Primo? Do you hear me?" Yes, he hears me--but he's no longer there.

An American novelist publishes an article that shocks quite a few of us. He says that Primo's friends should have urged him to get treatment, and that a good therapist could have cured him. This is a typical banalization: Here we have existential evil, the lifelong incandescent wound of a soul, reduced to a nervous breakdown common among writers whose inspiration becomes blocked, or among men of a certain age.



Eli Wiesel (Sighet, 30 september 1928)


Lees meer...

In Memoriam Hella Haasse


In Memoriam Hella Haasse



De Nederlandse schrijfster Hella Haasse is gisteravond in haar woonplaats Amsterdam na een kort ziekbed overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie het bericht op Trouw.nl ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .



Uit: De scharlaken stad


“Soms dreef onhoudbaar verlangen naar frisse lucht hem naar buiten. Hij liep rond door de straten van Florence zonder te weten waar hij zich bevond of wat er om hem heen gebeurde. Hij hoorde klokken luiden, merkte de gloed van avond- of ochtendhemel op, hij had het koud of warm, hij herkende de vertrouwde omtrekken van bepaalde gebouwen. Een enkele maal ging hij welbewust naar een plek buiten de stadsmuren, in de richting van Fiesole, of voorbij San Miniato, om de brede golvende lijnen van het landschap in zich op te nemen. Zijn lichaam, zijn handen vonden een ogenblik rust. Maar nooit en nergens rust voor zijn gedachten. Zijn lichaam, zijn handen, slaven in dienst van de slaven die Julius' mausoleum zouden schragen. Zijn geest vluchtte in visioenen van het werk waar hij nu naar verlangde als naar de eeuwige gelukzaligheid zelf.- het Medici-monument in San Lorenzo. Wat hij niet had kunnen vinden vóór hij naar Rome ging, de zin en dus de uiteindelijke vorm van die compositie, zag hij nu voor zich met bovenaardse helderheid. Een antwoord op de roep die jaren lang in hem weergalmd had, Adam sta op. Uit het leven over het geheim van de dood heen opstaan naar de eeuwige waarheid. Opstaan uit de kerker die het lichaam is, opstaan uit de macht van het onverbiddelijke lot, opstaan uit de dwang van ruimte en tijd, naar het waarachtige leven van de ziel. Het bestaan op aarde, een droom. Daarna, het verwonderd wakker worden in de dag, in de helderheid van de wereld der ideeën.”




Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)




Willem G. van Maanen


De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Hij groeide op in een links liberaal milieu. Zijn vader was de hoogleraar Engelse taal- en letterkunde Willem van Maanen. Tijdens de tweede wereldoorlog was Van Maanen lid van een verzetsgroep en bood hij samen met een vriend onderdak aan Joden. Schuld, maar dan niet als religieuze notie, is een belangrijk thema in zijn oeuvre. Na de oorlog werd hij schrijvend journalist, later werkte hij voor de Wereldomroep. Van Maanen debuteerde als schrijver in 1953 met Droom is 't leven. In 1955 ontving Van Maanen de Van der Hoogtprijs voor zijn roman De onrustzaaier (1954). In 2004 werd hem voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygensprijs toegekend. In 2007 werd Heb lief en zie niet om genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Van Maanen verhuisde op latere leeftijd naar Friesland.


Uit: De bewonderde meester


„Het is begonnen in mijn jeugd. Ik maakte kennis met de schrijver toen ik veertien jaar was, te vroeg waarschijnlijk. Niet, zoals men zou kunnen denken, via Ina Damman, die in 1934 verscheen, maar via een heel ander meisje, een dienstmeisje nota bene, de Duitse Else Böhler, die een jaar later haar gezicht liet zien, en niet alleen haar gezicht, maar ook haar korte benen, vertegenwoordigster van het schmalschultrige, breithüftige, kurzbeinige Geschlecht, zoals ik dat jaren later bij Schopenhauer tegenkwam. Mijn moeder, die overigens geen dienstmeisje uit Duitsland had maar een zowel lichamelijk als geestelijk zeer rijzige en rechtzinnige uit mijn geboortestad Kampen, mijn moeder dan had de taak op zich genomen om voor een vriendin die naar Batavia was vertrokken om zich daar met een hoge ambtenaar te verenigen, de hedendaagse Nederlandse literatuur bij te houden, en haar na lezing en goedkeuring van een nieuwe roman - dichtbundels deden niet mee - de desbetreffende uitgave per zeepost toe te sturen. Wij woonden toen in Rotterdam, waar mijn vader na zijn Kamper periode als leraar carrière wilde maken, op een bovenhuis in een deftige buurt, en daar bracht een bediende van Voorhoeve & Dietrich op gezette tijden een doos met nieuw verschenen boeken. Mijn moeder, een zeer belezen vrouw met goede smaak, vond niets heerlijker dan de doos te openen en die toen nog zo lekker ruikende boeken door haar handen te laten gaan. Ik mocht er ook wel eens mijn neus in steken en ze betasten, met schone handen want, let wel, die boeken waren op zicht en moesten, als ze niet werden gekocht, zo niet ongelezen dan toch onbeschadigd en onbevuild terug naar de winkel van Voorhoeve & Dietrich. Ina Boudier Bakker: weg ermee, Walschap mag blijven, Jeanne van Schaik eveneens, Fabricius, nou ja, literatuur was er niet alleen om de lezer te verdiepen maar ook om hem van tijd tot tijd te verstrooien, en bovendien was de schrijver in ons Indië geboren, Van Schendel jazeker, Debrot eveneens, Anton Coolen nou nee, Du Perron nou ja, Vestdijk mmm, Ina Damman was goed bevonden en naar de Oost verzonden, het Duitse juffie daarentegen moest genoegen nemen met een retourtje Duitsland, wat ze in de roman dan ook doet.“




Willem G. van Maanen (Kampen, 30 september 1920)

11:21 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: willem g. van maanen, romenu |  Facebook |


Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno



De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.



Back (in your love)


when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are runnin’ round
tryin’ to get underneath my chamber door
anything I can think of
won’t seem to be enough


when I smell the stench
of your sweatstained sheet
and I see this french chick lickin’ my speed
friends with your daddy & your dog
it won’t seem to be enough


when the snow is wettin’
my old wooden chair
and the crabs are paddin’& runnin’ around
in my pubic hair
anything I can think of
won’t seem to be enough


damn this cruel November
days shift into nights
I wish I could remember
how you drifted from my sight
anything I can think of
won’t seem to be enough


when all my old sollicitors
come around, only have needles for a pay
and all me brand-new visitors
only have spoons to give away
anything, anything
won’t seem to be enough


all my precious pleasures
she took away with all her charms
and all my solitary treasures
made a strainer of my arms
friends with your daddy & your dog
that won’t seem to be enough


when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are tryin’
to get underneath my chamber door
anything I can think of
never seems to be enough



(Tekst: Pé Hawinkels, Muziek: Herman Brood)



Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

Cover van een Hawinkels bundel

Lees meer...

Miguel de Cervantes, Ingrid Noll, Colin Dexter, Akram Assem, Lanza del Vasto


De Spaanse dichter en schrijver Miguel de Cervantes werd geboren op 29 september 1547 in Madrid. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Cervantes op dit blog.


Uit: Don Quichot van La Mancha (Bewerkt door J.J.A. Goeverneur)


„De vreemde verwarring zijner begrippen bracht hem tot het nog vreemder voornemen, om tot vermeerdering van zijn roem en tot heil der wereld een dolend ridder te worden, in ridderlijke wapenrusting het land door te trekken en even zoo groote heldendaden te verrichten, als waarvan hij in de oude romans gelezen had. Zijne verbeelding spiegelde hem met levendige kleuren de ongehoorde avonturen en gevaren voor de oogen, door welker heldhaftig bestaan hij zich een onvergankelijken roem verzekeren moest. Door de kracht van zijn arm zag hij zich zelf reeds tot machtig keizer gekroond, en hij meende, dat het hem althans zeker gelukken moest een koningskroon te veroveren, gelijk al verschillende dolende helden dat in den ouden tijd hadden gedaan. Hij gaf zich meer en meer aan deze streelende gedachten over en achtte nu eindelijk den tijd gekomen, om zijn dolzinnig besluit ten uitvoer te brengen.

Zijn eerste werk was, dat hij aan het opknappen en schoonmaken van eene overoude, door een zijner voorzaten gedragen wapenrusting ging, welke hij uit een donkeren hoek van de rommelkamer had opgeschommeld. In ’t zweet zijns aanschijns wreef hij er met een wollen lap en puimsteen de roestvlekken af, en hij was innig voldaan, als hij na uren poetsen weer een deel van het harnas goed glad en blank had gekregen. Eerst toen hij hiermee eindelijk klaar was, bemerkte hij tot zijn niet geringe schrik, dat nog een zeer belangrijk stuk aan zijne uitrusting ontbrak: de helm namelijk.

Deze ongelukkige omstandigheid bracht hem in de grootste verlegenheid en gaf hem veel kommer en zorg. In de hoop van den ontbrekenden helm op te sporen, haalde hij in de rommelkamer alles onderstboven, doch vond niets dan een oude stormkap, die bij de overige wapenstukken volstrekt niet paste en vroeger denkelijk aan den een of anderen geringen voetknecht had toebehoord. Desniettemin was hij met die vondst niet weinig ingenomen en wist zijne scherpzinnigheid zeer spoedig middelen te vinden, om de stormkap in een behoorlijken, schoon al niet prachtigen helm te herscheppen. Hij nam bordpapier, waarvan hij met veel moeite en getob de benedenhelft van den helm knutselde, hechtte die aan de stormkap, verfde alles staalkleurig en kreeg zoo een ding, dat wel nagenoeg het fatsoen van een ridderlijk hoofddeksel had.“




Miguel de Cervantes (29 september 1547 – 23 april 1616)

Standbeeld op de Place d’Espagne, Brussel

Lees meer...