03-08-11

Rupert Brooke, Leon Uris, Marica Bodrozic, Mirko Wenig

 

De Britse dichter Rupert Brooke werd geboren in Rugby, Engeland, op 3 augustus 1887. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rupert Brooke op dit blog.

 

 

Sonnet Reversed

 

Hand trembling towards hand; the amazing lights

Of heart and eye. They stood on supreme heights.

 

Ah, the delirious weeks of honeymoon!

Soon they returned, and, after strange adventures,

Settled at Balham by the end of June.

Their money was in Can. Pacs. B. Debentures,

And in Antofagastas. Still he went

Cityward daily; still she did abide

At home. And both were really quite content

With work and social pleasures. Then they died.

They left three children (besides George, who drank):

The eldest Jane, who married Mr Bell,

William, the head-clerk in the County Bank,

And Henry, a stock-broker, doing well.

 

 

 

The Hill

 

Breathless, we flung us on the windy hill,
Laughed in the sun, and kissed the lovely grass.
You said "Through glory and ecstasy we pass;
Wind, sun, and earth remain, and birds sing still,
When we are old, are old...." "And when we die
All's over that is ours; and life burns on
Through other lovers, other lips" said I,
"Heart of my heart, our heaven is now, is won!"


We are Earth's best, that learnt her lesson here.
Life is our cry. We have kept the faith!" we said;
"We shall go down with unreluctant tread
Rose-crowned into the darkness!".... Proud we were,
And laughed, that had such brave true things to say.
-- And then you suddenly cried, and turned away.

 

 

 

Rupert Brooke (3 augustus 1887 – 23 april 1915)

 

Lees meer...

Radek Knapp, Christoph Geiser, Leonhard Huizinga, Steven Millhauser

 

De Pools-Oostenrijkse schrijver Radek Knapp werd geboren op 3 augustus 1964 in Warschau. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2007 en ook mijn blog van 3 augustus 2008 en ook mijn blog van 3 augustus 2009 en ook mijn blog van 3 augustus 2010

 

Uit: Die Stille nach dem Sturm (Der Spiegel, 2000)

 

„Es ist ein offenes Geheimnis, dass Polens Literatur in zwei ungleiche Lager geteilt ist. Dem Riesen Lyrik steht eine Hand voll bedeutender Prosaisten gegenüber. Aber ausgerechnet deren erfolgreichster wird nicht anwesend sein. Stanislaw Lem, dessen Bücher weltweit die Auflage von 30 Millionen erreicht haben, bleibt in Krakau, um sich die "Buchmesse im Fernsehen anzuschauen". Anwesend werden seine Bücher sein. Sein charmantester Klassiker "Robotermärchen" gehört zu jenen Werken, die Generationen von Polen zuerst als Kinder mit der Taschenlampe unter der Bettdecke und dann noch mal als Erwachsene unter dem Schreibtisch im Büro gelesen haben. Die Geschichte von einem Wesen namens "Bleichling", der verglichen mit den wohlproportionierten und glänzenden Roboterkörpern wie "ein ekelhafter Klumpen aus Lehm und Erde" dasteht, ist eine Metapher, die noch immer keinen Rost angesetzt hat.

Anders als Lem hat Ryszard Kapuscin ski, der Reiseschriftsteller und Journalist, der in Afrika und Lateinamerika schon mehrmals knapp dem Tode und einmal einem Exekutionskommando entgangen war, die Reise nach Frankfurt nicht gescheut (siehe auch das Interview Seite 176). Sein Klassiker "König der Könige" hat ihn in den achtziger Jahren weltberühmt gemacht. Kapuscin ski recherchierte ein Jahr lang unter den Untergebenen des äthiopischen Kaisers Haile Selassie. Heraus kam das Porträt eines Machtbesessenen, von dem man annehmen könnte, er hätte das Herrscherhandwerk bei Kafka gelernt, wäre nicht der einst mächtigste Mann Afrikas ein Feind alles Geschriebenen gewesen.“

 

 

Radek Knapp (Warschau, 3 augustus 1964)

Lees meer...

02-08-11

Isabel Allende, James Baldwin, Caleb Carr, Philippe Soupault

 

De Chileense schrijfster Isabel Allende werd geboren in Lima op 2 augustus 1942. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2007 en ook mijn blog van 2 augustus 2008 en ook mijn blog van 2 augustus 2009 en ook mijn blog van 2 augustus 2010.

 

Uit: Zorro (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

“Let us begin at the beginning, at an event without which Diego de la Vega would not have been born. It happened in Alta California, in the San Gabriel mission in the year 1790 of Our Lord. At that time the mission was under the charge of Padre Mendoza, a Franciscan who had the shoulders of a woodcutter and a much younger appearance than his forty well-lived years warranted. He was energetic and commanding, and the most difficult part of his ministry was to emulate the humility and sweet nature of Saint Francis of Assisi. There were other Franciscan friars in the region supervising the twenty-three missions and preaching the word of Christ among a multitude of Indians from the Chumash, Shoshone, and other tribes who were not always overly cordial in welcoming them. The natives of the coast of California had a network of trade and commerce that had functioned for thousands of years. Their surroundings were very rich in natural resources, and the tribes developed different specialties. The Spanish were impressed with the Chumash economy, so complex that it could be compared to that of China. The Indians had a monetary system based on shells, and they regularly organized fairs that served as an opportunity to exchange goods as well as contract marriages.
Those native peoples were confounded by the mystery of the crucified man the whites worshipped, and they could not understand the advantage of living contrary to their inclinations in this world in order to enjoy a hypothetical well-being in another. In the paradise of the Christians, they might take their ease on a cloud and strum a harp with the angels, but the truth was that in the afterworld most would rather hunt bears with their ancestors in the land of the Great Spirit. Another thing they could not understand was why the foreigners planted a flag in the ground, marked off imaginary lines, claimed that area as theirs, and then took offense if anyone came onto it in pursuit of a deer.”

 

 

Isabel Allende (Lima, 2 augustus 1942)

Lees meer...

Félix Leclerc, Arnold Kübler, Adolf Friedrich von Schack, Kamiel Verwer, Zoltán Egressy

 

De Frans-Canadese dichter, schrijver, acteur, zanger en politiek activist Félix Leclerc werd geboren op 2 augustus 1914 in La Tuque, Quebec, Canada. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2007 en ook mijn blog van 2 augustus 2010

 

 

Le petit bonheur

 

C'est un petit bonheur que j'avais ramassé

Il était tout en pleurs sur le bord d'un fossé

Quand il m'a vu passer il s'est mis à crier

"Monsieur, ramassez-moi, chez vous emmenez-moi

Mes frères m'ont oublié, je suis tombé, je suis malade

Si vous ne me cueillez point, je vais mourir, quelle ballade

Je me ferai petit, tendre et soumis, je vous le jure

Monsieur, je vous en prie, délivrez-moi de ma torture"

 

J'ai pris le petit bonheur, l'ai mis sous mes haillons

J'ai dit: "Faut pas qu'il meurt, viens-t'en dans ma maison"

Alors le petit bonheur a fait sa guérison

Sur le bord de mon coeur, y'avait une chanson

Mes jours, mes nuits, mes peines, mes deuils, mon mal, tout fut oublié

Ma vie de désoeuvré, j'avais le dégoût de la recommencer

Quand il pleuvait dehors ou que mes amis me faisaient des peines

Je prenais mon petit bonheur et je lui disais: "C'est toi ma reine"

 

Mon bonheur a fleuri, il a fait des bourgeons

C'était le paradis, ça se voyait sur mon front

Or un matin joli que je sifflais ce refrain

Mon bonheur est parti sans me donner la main

J'eus beau le supplier, le cajoler, lui faire des scènes

Lui montrer le grand trou qu'il me faisait au fond du coeur

Il s'en allait toujours la tête haute, sans joie, sans haine

Comme s'il ne pouvait plus voir le soleil dans ma demeure

 

J'ai bien penser de mourir de chagrin et d'ennui

J'avais cessé de rire, c'était toujours la nuit

Il me restait l'oubli, il me restait le mépris

Enfin que je me suis dit, il me reste la vie
J'ai repris mon bâton, mes deuils, mes peines et mes guenilles

Et je bats la semelle dans des pays de malheureux

Aujourd'hui quand je vois une fontaine ou une fille

Je fais un grand détour ou bien je me ferme les yeux

Je fais un grand détour ou bien je me ferme les yeux

 

 

Félix Leclerc (2 augustus 1914 – 8 augustus 1988)

Lees meer...

01-08-11

Gerrit Krol, Edward van de Vendel, Frans Pointl, Jim Carroll

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Uit: Laatst met een vrouw

 

„Als emoties waren voorzien van een nummer, zou ik er beter mee overweg kunnen en dat geldt vrees ik ook voor mijn filosofische gedachten. Het is elke keer anders. Hoe vaak niet heb ik de wereld al begrepen doordat ik mijn zaken op orde had en de volgende dag is er – door weer geheel nieuwe input – van die orde al niet veel meer over. Die wordt overstemd door zeg maar nieuwe geluiden, welke interessanter zijn dan de oude en zo blijf je aan de gang. Ik denk dat iedereen dat heeft, zo niet met nieuwe gedachten, dan wel met bijvoorbeeld nieuwe kleren. Een nieuwe jas – dan heb je de oude opeens niet meer nodig.
Punt is dit. Een mens heeft zijn voorstellingen. Daardoor leeft hij voornamelijk in het verleden en in de toekomst en aan het heden komt hij nauwelijks toe. Je bent op vakantie en je neemt een foto ‘voor later’, wanneer dit moment verleden tijd is. Ooit nam je op vakantie vijf foto’s en tegenwoordig neem de van dezelfde soort vakantie vijftig foto’s of nog veel meer. Zelfs de negatieven worden bewaard. Allemaal voor later: dat je weet hoe het vroeger was. Het heden doet er niet meer zo toe – lijkt wel. Bewust van alles, op de hoogte van alles, ben je ontzettend bewust en serieus persoon geworden, niks aan. ingeklemd tussen gisteren en morgen, tussen zo straks en straks is het heden maar een uiterst dunnen strook, dunner dan een seconde; hoe meer je erover nadenkt des te meer werk je je filosofisch in de nesten. Je kunt beter foto’s blijven nemen, en video.
Ik vind dat jammer. Dat het heden zo aan je voorbijvliegt. Grijp de gelegenheid, roep ik mezelf wel ’s toe, pluk de dag, maar voor ik het weet zit ik weer te lezen en verkeer ik met mijn eeuwige gedachten in gebieden die niet het heden zijn. Het lijkt wel of je, om in het heden te leven, geen gedachten moet hebben.
Hic et nunc – dat is het devies. De vraag is of het je nog lukt. Het heden is een evenwichtsbalk waar je voortdurend vanaf valt, zij het links (de toekomst), zij het rechts (het verleden); het vermogen eenvoudig in het heden voor te gaan, te ‘handelen’, heeft de altijd denkende mens verloren. Wat is daaraan te doen? Hoe kun je handelen zonder te denken? Wat zou de lol van dit soort handelen zijn? Een mens is geen dier.“

 

 


Gerrit Krol (Groningen, 1 augustus 1934)

Lees meer...

Ko Un, Juan Filloy, Anne Hébert, Herman Melville

 

De Koreaanse dichter Ko Un werd geboren op 1 augustus 1933 in Gunsan. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2007 en ook mijn blog van 1 augustus 2008 en ook mijn blog van 1 augustus 2009 en ook mijn blog van 1 augustus 2010.

 

Uit: Blüten des Augenblicks

 

 

19­­. April,
die erste­­ Schlan­­ge in diese­­m Frühling­­ tauch­­te auf
un­­d starb­­.
Ich, ich habe schon­­ zu lange­­ geleb­­t.

 

»Ich bin gekom­­men, Liebst­­e,
der stren­­ge Winter­­, er ist vorbe­­i.«
Das Grab seine­­r Frau lacht­­ leise­­.

 

 

An der Stelle, wo letzten Sommer

ein Tankwagen mit Wasser vorbeifuhr,

blühte in diesem Herbst eine Chrysantheme.

 

 

Ko Un (Gunsan, 1 augustus 1933)

Lees meer...

Ernst Jandl, Frederick Busch, Guus Kuijer. Francis Scott Key

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ernst Jandl werd geboren in Wenen op 1 augustus 1925. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2007 en ook mijn blog van 1 augustus 2008 en ook mijn blog van 1 augustus 2010.

 

 

vom leben der bäume

auch die harten schwarzen
knospen, auch die säumigen
knospen öffnet das licht.

auch die schönen weißen
blüten, auch die duftenden
blüten zerstreut der wind.

auch die schönen grünen
blätter, auch die sonnigen
blätter zerreibt der wind.

auch die alten großen
bäume, auch die beständigen
bäume bricht die zeit.

 

 

sommerlied

wir sind die menschen auf den wiesen
bald sind wir die menschen unter den wiesen
und werden wiesen, und werden wald
das wird ein heiterer landaufenthalt

 

 

Ernst Jandl (1 augustus 1925 – 9 juni 2000)

Lees meer...

31-07-11

Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook mijn blog van 31 juli 2010 en eveneens alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

 

 

Zoals regen...

 

zoals regen zoekt een natuurlijk versmelten
en planten hun aarde ten zeerste bevroeden

zo drijvend op een lange zijden zeewind
blies jij in mijn gebied je oevers, mistiger,
heb jij verdriet voortdurend op mij ingesproken
zoals ook regen steeds zoekt een natuurlijk versmelten.

en groeit nu dit bitter stromen rustiger, zijns ondanks, en
opgesierd met vreemde dingen van het maanspel -
het blijft mijn grondwater van dagelijks versterven
en jij en ik is dood en verder machteloos.

 

 

 

Romantische herfst

 

schimmig vanavond jaagt die mist de velden
de maan sluipt terug in dodelijke bomen

nu is de grote rafelaar gekomen
een herfst een doodgaan een gekwelde smeekstem
hoor... ademend beweegt de aarde van heimwee
om mensen te bezetten met een adem van verdriet
om koeien zwaar en zwijgend in zich vast te zetten
als schepen, vastgegroeid aan het lichaam van de zee
of de dood, levend aan het gezicht van de mensen,
mééademend, méésprekend.

 

 

 

Iets

 

Het leven
je zou het je moeten kunnen
herinneren
als een buitenlandse reis
en er met vrienden of vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
Het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen

en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen.

En ook verder kunnen ze niets.

 

 

Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

Lees meer...

Primo Levi, Daniel Bielenstein, Hans-Eckardt Wenzel

 

De Italiaanse schrijver Primo Levi werd geboren op 31 juli 1919 in Turijn. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007 en ook mijn blog van 31 juli 2008 en ook mijn blog van 31 juli 2009 en ook mijn blog van 31 juli 2010

 

 

Reveille

 

In the brutal nights we used to dream
Dense violent dreams,
Dreamed with soul and body:
To return; to eat; to tell the story.
Until the dawn command
Sounded brief, low
'Wstawac'
And the heart cracked in the breast.

Now we have found our homes again,
Our bellies are full,
We're through telling the story.
It's time. Soon we'll hear again
The strange command:
'Wstawac'

 

 

Shema

 

You who live secure
In your warm houses
Who return at evening to find
Hot food and friendly faces:

Consider whether this is a man,
Who labours in the mud
Who knows no peace
Who fights for a crust of bread
Who dies at a yes or a no.
Consider whether this is a woman,
Without hair or name
With no more strength to remember
Eyes empty and womb cold
As a frog in winter.

Consider that this has been:
I commend these words to you.
Engrave them on your hearts
When you are in your house, when you walk on your way,
When you go to bed, when you rise.
Repeat them to your children.
Or may your house crumble,
Disease render you powerless,
Your offspring avert their faces from you.

 



Vertaald door Ruth Feldman en Brian Swann

 

 

Primo Levi (31 juli 1919 – 11 april 1987)

 

Lees meer...

Alain Nadaud, Ahmed Zitouni, Munshi Premchand, Peter Rosegger, Ahmad Akbarpour, Triztán Vindtorn

 

De Franse schrijver Alain Nadaud werd geboren op 31 juli 1948 in Parijs. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007 en ook mijn blog van 31 juli 2008 en ook mijn blog van 31 juli 2009 en ook mijn blog van 31 juli 2010

 

Uit: Comment je ne suis jamais devenu écrivain

 

"Parmi les héros dont je partageais les aventures dans les livres que j'empruntais à la bibliothèque de la pension : agents secrets, bandits de grand chemin, chevaliers en armure, coureurs des bois, détectives privés, explorateurs, etc., il y en avait un qui demeurait auréolé de mystère et dont l'activité restait pour moi énigmatique : celui-là même qui avait donné naissance à tous ces personnages et qui, invisible en arrière-fond, en tirait les ficelles. J'enviais sa capacité à me tenir en haleine au récit des dangers qu'il leur faisait courir et qui me poussaient à prendre fait et cause pour eux comme s'ils existaient vraiment, à me transporter page après page dans des paysages créés par les seules puissances de son imagination, à me faire croire des choses qui n'avaient jamais eu lieu.
Voilà, c'est dans ce rôle-là que j'aurais aimé être : à contre-jour sous la lampe, solitaire face au clavier de ma machine à écrire et néanmoins susceptible de me déplacer à volonté dans les mondes inexplorés de mes fantasmagories ; maître des rêves d'autrui, souverain de l'improbable."

 

 

Alain Nadaud (Parijs, 31 juli 1948)

Lees meer...

30-07-11

Patrick Modiano, Cherie Priest, Salvador Novo, Emily Brontë

 

De Franse schrijver Patrick Modiano werd geboren in Boulogne-Billancourt op 30 juli 1945. Zie ook mijn blog van 30 juli 2007 en ook mijn blog van 30 juli 2008 en ook mijn blog van 30 juli 2009 en ook mijn blog van 30 juli 2010.

 

Uit: Die Kleine Bijou (Vertaald door Peter Handke)

 

„An dem Abend, da ich in der Metro meine Mutter wiederzuerkennen glaubte, war es schon länger her, daß ich dem begegnet war, der sich entweder Moreau oder Badmaev nannte. Das war in der

Buchhandlung Mattei gewesen, am Boulevard de Clichy. Die hatte am Abend lange offen. Ich suchte einen Kriminalroman. Um Mitternacht waren wir die beiden einzigen Kunden, und er empfahl mir einen Titel der Série Noire. Wir gingen dann miteinander den Boulevard entlang und unterhielten uns. Momentweise betonte er die Worte eigentümlich, was mich auf den Gedanken brachte, er sei

Ausländer. Später erklärte er mir, der Name Badmaev stamme von seinem Vater, den er kaum gekannt habe, einem Russen. Doch seine Mutter sei Französin gewesen. Auf dem Stück Papier, auf das er mir an jenem ersten Tag seine Adresse notiert hatte, stand: Moreau-Badmaev.

Wir redeten über alles und nichts. In jener Nacht erzählte er mir nicht viel von sich, außer daß er in der Nähe der Porte d’Orléans wohne, und er sei nur zufällig in die Gegend gekommen. Und das sei ein glücklicher Zufall gewesen, er habe mich getroffen. Er wollte wissen, ob ich noch andere Bücher läse, nicht bloß Kriminalromane. Ich habe ihn begleitet bis zur Metrostation Pigalle. Er hat mich gefragt, ob wir uns wiedersehen könnten. Und mit einem Lächeln hinzugefügt:

Auf diese Weise werden wir versuchen, klarer zu sehen.

Dieser Satz hatte mich sehr beeindruckt. Es war, als errate er meine Gedanken. Ja: ich befand mich in einer Periode meines Lebens, da ich klarer sehen wollte.

Alles erschien mir so verworren, von Anfang an, seit meinen frühesten Kindheitserinnerungen... Manchmal streiften sie mich gegen fünf Uhr früh, in der gefährlichen Stunde, da man nicht mehr

einschlafen kann. So wartete ich, bevor ich hinaus auf die Straße ging; ich wollte sicher sein, daß die ersten Cafés schon offen hätten. Denn ich wußte: mit dem Moment, da ich ins Freie träte,

würden diese Erinnerungen sich verflüchtigen wie die Fetzen eines bösen Traums. Und das zu gleichwelcher Jahreszeit.“

 

 


Patrick Modiano (Boulogne-Billancourt, 30 juli 1945)

Lees meer...

Alexander Trocchi, Pauline van der Lans, Jacques de Kadt, Paul Rigolle

 

De Schotse schrijver Alexander Trocchiwerd geboren op 30 juli 1925 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 30 juli 2007 en ook mijn blog van 30 juli 2008 en ook mijn blog van 30 juli 2009 en ook mijn blog van 30 juli 2010

 

Uit: Young Adam

 

“Salt?” I said, the monosyllable carrying the cynical weight of my disbelief.

“Starin’ you in the face,” she said.

It was damp. I had to scrape it from the side of the dish with my knife. Ella ignored the scratching sound and Leslie, his face twitching as it sometimes did, went on reading the paper. It was only when I had began to eat my bacon that it occurred to me they’d had an egg. I could see the traces on the prongs of their forks. And after I’d gone all the way across the dock to the telephone… Leslie got up noisily, without his second cup of tea. He was embarrassed. Ella had her back to me and I swore at her under my breath. A moment later she too went up on deck, taking the kid with her, and I was left alone to finish my breakfast. young adam

We were all on deck when the ambulance arrived. It was one of those new ambulances, streamlined, and the men were very smart. Two policemen arrived at the same time, one of them a sergeant,

and Leslie went ashore to talk to them. Jim, the kid, was sitting on an upturned pail near the bows so that he would get a good view. He was eating an apple. I was still annoyed and I sat down on a hatch and waited. I looked out across the water at the black buffalo-like silhouette of a tug which crept upstream near the far shore. Beyond it on the far bank, a network of cranes and girders closed in about a ship. “To sail away on a ship like that,” I thought, “away. Montevideo, Macao, anywhere. What the hell am I doing here? The pale North.” It was still early and the light was still thin but already a saucer of tenuous smoke was gathering at the level of the roofs.

Then the ambulance men came across the quay and on to the

barge and I pointed to where we had put the body under the sacks. I left them to it. I was thinking again of the dead woman and the egg and the salt and I was bored by the fact that it was the beginning of the day and not the end of it, days being each the same as the other as they were then, alike as beads on a string, with only the work on the barge, and Leslie to talk to.”

 

 

Alexander Trocchi (30 juli 1925 – 15 april 1984)

In 1967

 

Lees meer...

29-07-11

Harry Mulisch, Chang-Rae Lee, Wolfgang Bittner, Stanley Kunitz, Sten Nadolny

 

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 29 juli 2010 en eveneens alle tags voor Harry Mulisch op dit blog.

 

Uit: Archibald Strohalm en het paradijs

 

„Een beetje schutterig draaide hij zich om. Aangedaan met een opgetogen witlinnen jasje en een broek met een levensgevaarlijke plooi naderde lachend en geweldig Boris Bronislaw. Hij liep snel en maakte begroetingsgebaren met een arm; aan de andere trok hij een grote vrouw met zich mee, die niet zo vlug kon lopen en achterover helde van haar zware zwangerschap. Ze droeg breed en prachtig in haar heupen.

‘Dag familie van me!’ riep hij, en sloeg archibald met twee handen op de schouders. ‘Leef je nog steeds? Haha! Hoe is het er mee, neef?’ De schilder was in een beste stemming; alleen dat oog knipperde nog net zo als een half jaar geleden. ‘Hier, dit is mijn vrouw. Hilde - Strohalm.’ Hij gebaarde heen en weer.

‘Ik ben strohalm,’ zei deze en stak zijn hand uit.

‘Aangenaam,’ zei Hilde. Ze begon archibald strohalms hand te schudden; op en neer schudde ze hem; het was duidelijk dat ze niet vaak handen gaf.

‘Bravo!’ riep Bronislaw. ‘Kom, laten we een eindje gaan wandelen. Of nee, wat vind je, liefje - zullen we liever op die bank gaan zitten? Je mag je niet te moe maken. Geen gepraat verder! We wandelen niet, maar gaan op die bank zitten!’ Ze namen plaats; de schilder in het midden. ‘Ziezo! Zit je goed, schat?’

Hilde knikte. Toen ze zag dat hij haar aankeek, glimlachte ze.

‘Goedzo! Als ik geld had,’ wendde hij zich tot archibald strohalm, ‘zou ik wel op koffie trakteren, maar ik heb het niet. Ik geef alles uit aan luiers en spenen. Haha!’ lachte hij en porde archibald strohalm in de zij. ‘Ik heb me voortgeplant, kerel! Ik heb de soort in stand gehouden! Het kost een hoop geld. Ik zou wel gemainteneerd willen worden, wil je dat geloven; maar ik zou het zelf verpesten. Tegen iedere rijke patser, die me geld wilde geven, zou ik zeggen dat hij de moordenaar is van alle mensen die van armoe kreperen, terwijl hij nog geld heeft. Ik ben een verschrikkelijk sociaal mens, moet je weten.“

 

 

Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)

 

Lees meer...

Thomas Rosenlöcher, Eyvind Johnson, Michail Zostsjenko, August Stramm, Marja Brouwers

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2008 en ook mijn blog van 29 juli 2009 en ook mijn blog van 29 juli 2010

 

 

Der Mensch

Er sitze auf der Bank vor seiner Laube,
den Regenbogen häuptlings hingestellt.
Mit Laub und Äpfeln rings bestückt die Bäume,
Gänseblümchengezwitscher tief im Gras.

Indes der Wurm des umgebrochnen Beetes
den Kopf erhebt und stumm herüberblickt.
Sich fragend, ob der Mensch denn ewig lebe.
Silberne Tropfen fallen ins Wasserfaß.

 

 

 

Die Hoffnungsstufen

Dass ich den Birnbaum vorm Haus wieder sehe.
Ich meine den, den ich jeden Tag sehe.

Dass mich eine Frau im Dunkeln entkleidet
und mit silbernen Fingern was Finstres vorfindet.

Dass wir, im Schlaf zu Staub entrückt,
des Birnbaums Blüten donnern hören.



 

Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947)

 

Lees meer...