07-02-11

Lioba Happel, Laura Ingalls Wilder, Thomas Killigrew, Johann Nepomuk Vogl, Rhijnvis Feith, Ludwig Winder

 

De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Lioba Happel werd geboren op 7 februari 1957 in Aschaffenburg. Zie ook mijn blog van 7 februari 2009.

 

 

wollen wir einen spaziergang machen
fragt er nimmt das kind an die hand

 

geht davon zwischen bäumen verschwindet
sein riechendes fleisch

 

das kind sagt er sei
vor vielen jahren verstorben

 

und lange noch winkend
da fällt sie herab die

 

wie schnee weisse hand
zurück bleibt das kind

 

auf einem baum stumpf sitzt es
im zimmer und schweigt

 

 

 

 

Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

 

 

Lees meer...

06-02-11

Dermot Bolger, Felix Mitterer, Heinz Kahlau, Thomas von Steinaecker, Annelies Verbeke, Pramoedya Ananta Toer, John Henry Mackay

 

De Ierse schrijver en uitgever Dermot Bolger werd geboren op 6 februari 1959 in Dublin. Zie ook mijn blog van 6 februari 2009 en ook mijn blog van 6 februari 2010. 

 

Uit: Walking The Road

 

„FRANK: Hear the whispers of men whose bodies were never found. I was a blind mouse tussled up in a grain sack, scurrying about with no way in and no way out.

COMPANION: I wanted someone to hold me amid the bullets and screaming.

FRANK: I want someone to find my remains – a splintered skull and some buttons, two rows of teeth biting into a rusted identity tag.

COMPANION: (Rises) Feel them pass, Frank? Another shoal of souls from Ypres, another flock of swallows searching for Africa. Always at the end, one confused soul is struggling to keep up, clinging onto the past, unable to accept that it’s simply too cold to stay here. It’s time you took flight too, Frank, time to try and walk this road home again.

FRANK: I don’t know how. I’m still just not ready.

COMPANION: Think of one night, Frank. One night when you knew you were truly walking home. 

FRANK: Creeping down the back stairs of Mr Daly’s shop, crossing the main street of Rathfarnham village, walking through the dark of South Dublin. (He rises and starts to walk around the extremities of the stage) I carry my first poem close to my breast and I’m walking home. Will I be there by daybreak?

COMPANION: We’ll all be there by daylight. There and back again, Sir.

FRANK: (Approaches COMPANION, as they are both facing each other, centre stage) For ninety years now I have been walking home. My name is Wolfgang and I am walking home. My name is Hans and Gunter and Gabriel…

COMPANION: (Overlapping with him) My name is Alasdair and Alexander and Dirk and Dieter.

FRANK: My name is Frederick and Flavio and Fritz and Felix.

COMPANION: My name is Jan and Jonas and Jasper and Jammet.

FRANK and the COMPANION turn to face the audience, side by side. 

FRANK: My name is forgotten by every living being. I have lost my legs and arms.

COMPANION: The mustard gas in my lungs still burns even though my lungs were eaten by worms.“

 

 

 

Dermot Bolger (Dublin, 6 februari 1959)

 

Lees meer...

Irmgard Keun, Ernst Wilhelm Lotz, Ugo Foscolo, Wilhelm Schmidtbonn, Alfred Mombert, Christopher Marlowe, Sergio Corazzini

 

De Duitse schrijfster Irmgard Keun werd geboren op 6 februari 1905 in Charlottenburg. Zie ook mijn blog van 6 februari 2007 en ook mijn blog van 6 februari 2009 en ook mijn blog van 6 februari 2010.

 

 

Die fremde Stadt  

 

Fremde Stadt,

Ich liebe dich um deiner Fremdheit willen.

Du könntest das Verlangen nach Verlorenem mir stillen,

Nach dem, was ich verließ.

Laß mich vollenden, was ich einst verhieß;

Einmal als Kind.

Laß mich noch einmal sein, wie Kinder sind,

Die eines Menschen Fuß noch nicht getreten hat,

Fremde Stadt.

Berge mich hinter deinen Mauern,

Fremde Stadt.

Laß mich in deiner Sicherheit trauern,

Fremde Stadt,

Nur eine Stunde,

Nur kurze Zeit.

Hunger und Hunde

Jagen das Leid,

Jage nicht du mich auch, fremde Stadt.

Laß mich ruhn unter deines Himmels Regen,

Fremdes Land.

Gott gab dir den Himmel, mir gab er den Segen

Für dich, fremdes Land.

Nur eine Stunde, nur kurze Zeit

Wärme uns Arme die Ewigkeit:

Der Himmel über dir, fremdes Land.

 

 

 

Irmgard Keun (6 februari 1905 – 5 mei 1982)

Keun in 1933

 

Lees meer...

05-02-11

Geert Buelens, William S. Burroughs, Joris-Karl Huysmans, Terézia Mora, Rudolf Lorenzen, Luc Indestege

 

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook mijn blog van 5 februari 2010.

 

 

Waar Haydn is kan niets gebeuren 

 

Zijn we gezoken in de Donau
zijn we als een pas op de plaats

Wat hier allemaal meespeelt
twaalf vibrafonisten die een liefde delen
voor plaatstaal

Hier kan niets gebeuren
want het anker hangt als een bel
aan het oor
we luisteren het af

Achter die boom heb ik je gekust
je mond gaf mee

Wat we verwachten van harmonie
wat van de vuurpijl en de klap

 

 

 

uur negen

 

nee, wij zijn niet gauw content, nee
maar dit gaat echt te ver
dit is geen bezoek meer, veeleer een invasie
een klopjacht op een verslapte spier
die hier al wekenlang bloot ligt
te kloppen en krimpt wanneer er op koude tegels
wordt gedanst door zogenaamde derden
tijd dat jullie opkrassen, kortom
dat jullie je plaats kennen
in de kelders van al wat is

 

 

 

 

Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

 

Lees meer...

Johan Ludvig Runeberg, Henriette Hardenberg, Albert Paris Gütersloh, Madame de Sévigné, Honorat de Bueil, Sandra Paretti, Reto Finger

 

De Fins-Zweedse dichter en schrijver Johan Ludvig Runeberg werd geboren op 5 februari 1804 in Jakobstad. Zie ook mijn blog van 5 februari 2009 en ook mijn blog van 5 februari 2010. 

 

Uit: Sven Duva (Fragment, vertaald door Judy Moffett)

 

His father, once a sergeant, was poor and old and gray,

For he had fought in 'eighty-eight, was old then, you might say.

And now he farmed a bit of ground his daily bread to gain

And had around him children nine, the youngest one was Sven.

That old man Duva had himself enough of brains to share

Among a brood as large as his, one hardly could declare.

He surely gave the elder ones too much of his small wit.

For to the son that last was born was left the tiniest bit.

Sven Duva grew up just the same, was strong and broad of chest.

Toiled like a slave in field or wood with unremitting zest.

Was willing, gay, and kind of heart, far more than clever folk,

^Would turn his hand to anything, but was in all a joke.

"In gracious heaven's name, poor son, what can you ever be?"

The old man often said to him in sad perplexity.

But when such talk would never end, Sven Duva's patience failed.

At last he set his head to work for all that it availed.

So one tine day it chanced when Sergeant Duva cooed again

The old unanswered song: " What will become of you, my Sven ?"

The old man started backward in astonishment, because

"I'll be a soldier," said the son, and spread his uncouth jaws.

 

 

 

Johan Ludvig Runeberg (5 februari 1804 – 6 mei 1877)

Standbeeld in Helsinki

 

Lees meer...

Rikkert Zuiderveld

 

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Rikkert Zuiderveld werd geboren in Groningen op 5 februari 1947. Zuiderveld groeide op in een onderwijzersgezin en kreeg bijna als vanzelfsprekend de liefde voor muziek en taal mee. Tijdens de middelbare schoolperiode hield hij zich bezig met het schrijven van gedichten en liedjes. Als student geschiedenis in Amsterdam leerde hij Jop Pannekoek kennen. Via hem kwam hij in contact met platenmaatschappij Philips, waarvoor hij in 1967 de lp "Achter Glas" opnam. Pannekoek bracht hem ook in contact met Elly Nieman. Al snel waren Elly en Rikkert een paar. Ze trouwden in 1968 en kregen drie kinderen. In de loop van hun carrière trad het zangduo naar buiten als wedergeboren christenen. Voor de in een socialistisch gezin opgegroeide Zuiderveld betekende dit een volledige bekering.

 

 

Abraham

 

Het is weer lammertijd. Het jongvee blaat
en springt en dartelt, zinderend van leven.
Zo ook de zoon die U mij hebt gegeven:
hij rent, zich niet bewust van enig kwaad,

 

met op zijn rug een stapel takkenbossen
gehoorzaam naar de berg die ik hem wijs.
Maar waarom hij? Of ik? En welke prijs,
welk offer is genoeg om te verlossen?

 

Bloed moet er vloeien, zoveel is wel zeker,
maar niet mijn jongen. Laat toch deze beker
aan mij voorbijgaan. Doods en doodsbenauwd

 

buig ik mijn kop, durf bijna niet te vragen:
zoek toch een lam dat deze last kan dragen,
geen vader legt zijn zoon ooit op het hout.

 

 

Rikkert Zuiderveld (Groningen, 5 februari 1947)


 

12:22 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rikkert zuiderveld, romenu |  Facebook |

Philip Weiss

De Oostenrijkse schrijver Philip Weiss werd geboren op 5 februari 1982 in Wenen. Philip Weiss studeerde Germanistik, filosofie en Duits als vreemde taal aan de Universiteit van Wenen. Als een master's thesis schreef hij een essay over deconstructivist Peter Handke's A Sorrow Beyond Dreams. Na zijn afstuderen, in 2008, doceerde hij aan de universiteit van Bakoe, Azerbeidzjan. Zijn theatertekstEgon”verscheen in 2008 bij Passagen Verlagen werd in het ​​Leopold Museum in Wenen gepresenteerd als een geënsceneerde lezing en performance. Weiss nam met zijn tekst “Blätterliebe” deel aan de Ingeborg Bachmann-prijs in 2009 en verraste met het feit dat hij aan het einde van de lezing een pagina van zijn tekst op at.

 

Uit: Blätterliebe

 

„Ich schreibe mit der linken Hand und streiche mit der rechten durch. Manchmal ist es anders. Ich schreibe dann mit der rechten Hand, die linke dient mir dazu durchzustreichen. An seltenen Tagen schreibe ich beidhändig, streiche beidhändig durch. Weshalb ich beinahe nur durchgestrichene Worte, Texte, Geschichten geschrieben habe, ich mir also eine ständig wachsende Sammlung ausgestellt unhaltbarer Sätze zugelegt habe. Nur in seltenen Fällen, wenn eine der Hände müde wird durch die Arbeit des ständigen Streichens, erschlafft, zuerst nachhinkt, zunehmend erlahmt, schließlich daliegt, auf dem Schreibtisch, und der Stift unberührt daneben, ungeöffnet, ebenso daliegt, sodass die andere, die schreibende Hand, in einer plötzlichen Freiheit, Improvisation, sich über das Papier zu bewegen beginnt, alle Vorsicht ablegt, sich überbietet in Unsinnigkeiten, Verrücktheiten, übermütig wird, immer weiter, wilder, so lange, bis die andere, die ihre Streicharbeit vernachlässigende Hand, sich notgedrungen wieder regt, widerständig wird und eingreift, diesem Spiel ein Ende zu machen versucht, den Füller ergreift, ihn zwischen Daumen und Zeigefinger öffnet und schließlich durchzustreichen beginnt, nur in diesen seltenen Fällen, diesem Fallen des Körpers also entstehen meine Texte. In dieser Nachlässigkeit, dieser Blöße des Körpers entstehen meine Texte. In dieser Reglosigkeit, Starre, nur in diesem Geschlampe des Körpers, in diesem Körpertheater entstehen meine Texte.“

 

 

 

Philip Weiss (Wenen, 5 februari 1982)

09:38 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: philip weiss, romenu |  Facebook |

04-02-11

Stewart O'Nan, Louis Ferron, Robert Coover, Werner Schwab, E. J. Pratt, Norman Ohler

 

De Amerikaanse schrijver Stewart O'Nan werd geboren op 4 februari 1961 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2008 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: The speed queen

 

"I love you," he said, still gasping. He didn't even say my name.

And what was I supposed to say? That I felt sick, that I wished I hadn't let him?

I said it back.

"Are you okay?" he said.

I knew there would be blood but not so much. I wiped my thighs with the blanket and folded it over.

"I'm okay," I said. "I just need to clean up."

"I've got Kleenex," he said, and reached through the back window of the cab and handed me the box. He knelt there staring at me.

"Watch the movie," I said.

I stuffed some up there, but I still felt sick, so I put on my top and my old underwear and my shorts and found my clogs. Monty wouldn't leave me alone. "I'm okay," I kept telling him. "I just need to use the bathroom." He wanted to come with me, but I finally shouted at him, and he let me go.

I jumped down from the tailgate and almost fell. My legs were shaky and my stomach was churning like a washing machine. Everything down there stung. I stumbled over the dusty mounds toward the red flourescents outlining the snack bar. It was circular and shaped like a witches hat, the projector in the top part. You could see the movie scissoring through the air. We were in the back, like a mile away. The last hundred feet were deserted. A green light burned on each unused speaker like an eye. Halfway there, I knew I wasn't going to make it. I stopped and leaned against a speaker pole and heaved up everything I'd eaten--the Champale and the mustard fries, the nachos and the Dots--all of it splashing hot over my Dr. Scholl's. I spit to clean my mouth and kicked dust over everything and went on.

My thighs were sticky, and getting sick made me cry, so my face was a mess. I knew the bathrooms were by the front, so I walked around the outside and slipped in, hoping no one would see me.“

 

 

 

Stewart O'Nan (Pittsburgh,  4 februari 1961)

 

 

Lees meer...

Grigore Vieru, Georg Brandes, Alfred Andersch, Jacques Prévert, Jean Richepin, Carl Michael Bellman

 

De Moldavische dichter en schrijver Grigore Vieru werd geboren in Pereita op 4 februari 1935. Zie ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

 

When

 

When I die

bury me

in the light of your eyes.

The people

coming to my grave

will always bend their knees

in front of you.

Lest anyone

Should stamp their feet on my tomb,

Lest I should be laid, like my ancestors,

under grass and ground–

bury me in the light

of your eyes,

my last woman,

my first woman.

 

 

 

My dear one

 

What is falling – unperceived –

From the branches

Are our leaves.

What about the apple?

The golden apple?

 

What is sounding – far away –

In a song

Are our words.

What about that song?

And its celebrations?

 

What is running – clearly –

To the sea

Are our water springs.

What about the sea?

And its free wideness?

 

Whose is the sky?

And its silence?

When the stars are falling

They are our stars

In deep sorrow falling.

 

Broken is lying the looking-glass

Of the days when

– amazed – I discovered

Your peerless face,

The Love.

 

It’s your eyes and my eyes

That are in sorrow closed

Towards silence now.

Silence

Falling down on silence one can only hear.

My dear one!

 

 

Vertaald door Camelia en Constantin Manea 

 

 

 


Grigore Vieru (4 februari 1935 - 18 januari 2009)

Portret door Igor Vieru

 

Lees meer...

03-02-11

Georg Trakl, Gertrude Stein, Ferdinand Schmatz, Michael Scharang

 

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

 

Ballade

 

Ein schwüler Garten stand die Nacht.
Wir verschwiegen uns, was uns grauend erfaßt.
Davon sind unsre Herzen erwacht
Und erlagen unter des Schweigens Last.

 

Es blühte kein Stern in jener Nacht
Und niemand war, der für uns bat.
Ein Dämon nur hat im Dunkel gelacht.
Seid alle verflucht! Da ward die Tat.

 

 

 
Passion

 

Wenn Orpheus silbern die Laute rührt,

Beklagend ein Totes im Abendgarten,

Wer bist du Ruhendes unter hohen Bäumen?

Es rauscht die Klage das herbstliche Rohr,

Der blaue Teich,

Hinsterbend unter grünenden Bäumen

Und folgend dem Schatten der Schwester;

Dunkle Liebe

Eines wilden Geschlechts,

Dem auf goldenen Rädern der Tag davonrauscht.

Stille Nacht.

 

Unter finsteren Tannen

Mischten zwei Wölfe ihr Blut

In steinerner Umarmung; ein Goldnes

Verlor sich die Wolke über dem Steg,

Geduld und Schweigen der Kindheit.

Wieder begegnet der zarte Leichnam

Am Tritonsteich

Schlummernd in seinem hyazinthenen Haar.

Daß endlich zerbräche das kühle Haupt!

 

Denn immer folgt, ein blaues Wild,

Ein Äugendes unter dämmernden Bäumen,

Dieser dunkleren Pfaden

Wachend und bewegt von nächtigem Wohllaut,

Sanftem Wahnsinn;

Oder es tönte dunkler Verzückung

Voll das Saitenspiel

Zu den kühlen Füßen der Büßerin

In der steinernen Stadt.

 

 

 

Elis

 

1

 

Volmaakt is de stilte van deze gouden dag.

Onder oude eiken

Verschijn jij, Elis, een rustende met ronde ogen.

 

Hun blauwte spiegelt de sluimer der geliefden.

Op je mond

Verstomden hun rozige vruchten.

 

's Avonds haalde de visser de zware netten in.

Een goede herder

Leidt zijn kudde langs de bosrand.

O! hoe rechtvaardig zijn, Elis, al je dagen.

 

Zachtjes zinkt

Tegen kale muren de blauwe stilte van de olijfboom,

Sterft het donkere gezang van een grijsaard weg.

 

Een gouden bootje

Schommelt, Elis, je hart aan de eenzame hemel.

 

 

 

Vertaald door Frans Roumen 

 

 

 


Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

Aquarel door Christoph M Frisch

 

Lees meer...

Paul Auster, Johannes Kühn, Andrzej Szczypiorski, Lao She, Henning Mankell

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Paul Auster werd geboren op 3 februari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Sunset Park

 

For almost a year now, he has been taking photographs of abandoned things. There are at least two jobs every day, sometimes as many as six or seven, and each time he and his cohorts enter another house, they are confronted by the things, the innumerable cast-off things left behind by the departed families. The absent people have all fled in haste, in shame, in confusion, and it is certain that wherever they are living now (if they have found a place to live and are not camped out in the streets) their new dwellings are smaller than the houses they have lost. Each house is a story of failure—of bankruptcy and default, of debt and foreclosure—and he has taken it upon himself to document the last, lingering traces of those scattered lives in order to prove that the vanished families were once here, that the ghosts of people he will never see and never know are still present in the discarded things strewn about their empty houses.

The work is called trashing out, and he belongs to a four-man crew employed by the Dunbar Realty Corporation, which subcontracts its "home preservation" services to the local banks that now own the properties in question. The sprawling flatlands of south Florida are filled with these orphaned structures, and because it is in the interest of the banks to resell them as quickly as possible, the vacated houses must be cleaned, repaired, and made ready to be shown to prospective buyers. In a collapsing world of economic ruin and relentless, ever-expanding hardship, trashing out is one of the few thriving businesses in the area. No doubt he is lucky to have found this job. He doesn't know how much longer he can bear it, but the pay is decent, and in a land of fewer and fewer jobs, it is nothing if not a good job.“

 

 

 

Paul Auster (Newark, 3 februari 1947)

 

 

Lees meer...

Richard Yates, Sarah Kane, James A. Michener, Annette Kolb, Ernst von Wildenbruch

 

De Amerikaanse schrijver Richard Yates werd geboren op 3 februari 1926 in Yonkers, New York. Zie ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Revolutionary Road 

 

"See you tomorrow!" they called, as happy as children, and riding home under the moon they found they could roll down the windows of their cars and let the air in, with its health-giving smells of loam and young flowers. It was the first time many of the Laurel Players had allowed themselves to acknowledge the coming of spring.

The year was 1955 and the place was a part of western Connecticut where three swollen villages had lately been merged by a wide and clamorous highway called Route Twelve. The Laurel Players were an amateur company, but a costly and very serious one, carefully recruited from among the younger adults of all three towns, and this was to be their maiden production. All winter, gathering in one anther's living rooms for excited talks about Ibsen and Shaw and O'Neill, and then for the show of hands in which a common-sense majority chose The Petrified Forest, and then for preliminary casting, they had felt their dedication growing stronger every week.

 

 

 

Scene uit de film met Kate Winslet en Leonardo DiCaprio

 

 

They might privately consider their director a funny little man (and he was, in a way: he seemed incapable of any but a very earnest manner of speaking, and would often conclude his remarks with a little shake of the head that caused his cheeks to wobble) but they liked and respected him, and they fully believed in most of the things he said. "Any play deserves the best that any actor has to give," he'd told them once, and another time: "Remember this. We're not just putting on a play here. We're establishing a community theater, and that's a pretty important thing to be doing."

The trouble was that from the very beginning they had been afraid they would end by making fools of themselves, and they had compounded that fear by being afraid to admit it. At first their rehearsals had been held on Saturdays--always, it seemed, on the kind of windless February or March afternoon when the sky is white, the trees are black, and the brown fields and hummocks of the earth lie naked and tender between curds of shriveled snow.“

 

 

 

Richard Yates (3 februari 1926 – 7 november 1992)

 

Lees meer...

02-02-11

Kees Torn

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en cabaretier Kees Torn werd geboren in Oostburg op 2 februari 1967, maar groeide op in Maassluis. Na zijn middelbare school studeerde hij twee jaar piano aan het conservatorium. Na een afgebroken marketingstudie bezichtTorn enkele jaren de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en werkte hij voor het stripblad Barwoel, dat later zou opgaan in Zone 5300. Op de kunstacademie werd hij uitgedaagd om teksten te schrijven voor een programma. In 1994 won hij in zijn eentje het Leids Cabaret Festival, nadat hij door twee vrienden ongevraagd was ingeschreven. Ruim een jaar later maakt hij zijn officiële solo-debuut met het programma 'Laat maar laaien'. In 1999 won Kees Torn de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het beste theaterlied van 1998 voor zijn lied 'Streepjescode'. In november 2007 volgde de VSCD Poelifinario voor het indrukwekkendste theaterprogramma van het seizoen 2006-2007: 'Dood en Verderf',

 

 

Misgreep

 

Ober, ik heb niks aan u

Oesters, mosselen en slakken-

U zou toch de dagkaart pakken?

Dit is meer een weekmenu!

 

 

 

Tand Door M'n Lip

 

Ik kwam altijd thuis met een tand door m'n lip
Ik viel van de schommel, ik viel van de wip
Ik viel van de glijbaan en brak elke keer
Een knieschijf, een wervel, een kaak of een rib

Ik schoot in m'n oog met een speelgoedgeweer
Ik stak in m'n huig met een rubberen speer
Ik raakte op straat met m'n step in de slip
En eens ben ik bijna gestikt in m'n beer

Nu ben ik zo suf en onhandig niet meer
Behalve als ik me niet concentreer
Dan kan het, terwijl ik m'n teennagels knip
Dat ik een of twee van m'n tepels bezeer

Of dat ik vernis op m'n boterham smeer
Een tangetje aan m'n soldeerbout soldeer
De as van m'n peuk in m'n whiskyglas tip
Of diep in m'n kuit snij terwijl ik me scheer

Ik val uit m'n bed als ik ergens logeer
Ik val uit m'n slaapzak wanneer ik kampeer
En stoot, als ik wild aan m'n whiskyglas nip
M'n tand door m'n lip, want die is nogal teer

Als straks in de wind aan de rand van een klip
Ik over mijn eigen bananeschil glip
En later als olifant reincarneer
Herkent u me vast aan een tand door m'n lip

 

 

 

 

Kees Torn (Oostburg, 2 februari 1967)

21:37 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kees torn, romenu |  Facebook |

Hella Haasse, James Joyce, Eriek Verpale, Monica Camuglia, Michel Marc Bouchard

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010. 

 

Uit: De scharlaken stad

 

„Hij wist nauwelijks hoeveel maanden er waren voorbijgegaan sinds zijn terugkeer in Florence. Hij had zich ingegraven in het werk, zoals een mol zich ingraaft in zijn onderaardse koker. Hij was blind en doof voor de buitenwereld. Toen hij, in Rome, onder het vaderlijk knikken en aanmoedigend gesticuleren van paus Clemens, tenslotte zijn handtekening zette onder het nieuwe contract met de heren Della Rovere, had hij beseft dat hij zichzelf onherroepelijk veroordeelde tot dwangarbeid. Hij was bereid slaaf te zijn, niets dan slaaf, verbeten te zwoegen aan zijn taak. Hij wist wel dat hij zich nooit bevrijd zou voelen van schuld vóór die taak beëindigd was. Maar waarom werd hem niet de genade gegund ongestoord te volbrengen wat hij zijn plicht achtte, ongestoord te boeten voor een oud verzuim? In een slotwoord, vóór de audiëntie beëindigd werd, had de paus het vonnis over hem uitgesproken, luid: 'Het grafmonument wordt voltooid, heren, dat staat nu vast, onze waarde kunstenaar hier heeft het zojuist zwart op wit bevestigd, nu is deze onaangename kwestie wel uit de wereld hopen wij,' en, fluisterend, alleen voor hém verstaanbaar: 'maar vergeet intussen het werk aan de Medici-kapel niet, ik reken erop dat u zich ook houdt aan het contract dat u met mij gesloten hebt.'

Sindsdien weer die innerlijke verscheurdheid waarbij ieder ander leed in het niet verzonk. In zijn dromen rees Julius' mausoleum voor hem op, gezwollen tot geweldige afmetingen, een groep van gestalten reikend tot in de wolken, Mozes, Paulus, Rachel en Lea, giganten van marmer, omhoog gestoten door de aarde zelf, zoals gebergten ontstaan. Langs de plooien van hun gewaden, reusachtige stenen riffen, trachtte hij omhoog te klimmen. een mier, een pover zwak wezen op trillende poten, hoger, hoger, tot waar de personificaties van hemel en aarde de sarcofaag hieven waarin zijn kwelgeest sliep, Julius, wiens hoogmoed hem dit had aangedaan. De macht van die paus-veroveraar verheerlijken, meer dan tien jaren na diens dood, op een tijdstip dat het pauselijk gezag een aanfluiting was en de veroverde gebieden beefden voor de komst van een nog gevreesder vijand - dat scheen hem méér dan dwaasheid, een smaad, een leugen.“

 

 


Hella Haasse (Batavia, 2 februari 1918)

 

Lees meer...