14-04-11

Roman Graf

 

De Zwitserse dichter en schrijver Roman Graf werd geboren geboren op 14 april 1978 in Winterthur, Zwitserland. Hij voltooide een opleiding tot boswachter, werkte met  gehandicapten op een school en als journalist. Daarnaast studeerde hij Media / Journalistiek aan de Hogeschool voor Toegepaste Taalkunde (SAL) in Zürich en behaalde hij een diploma aan het Deutsche Literaturinstitut Leipzig. Hij leidde een workshop schrijven voor studenten germanistiek in Osijek, Kroatië. Tegenwoordig is hij als freelance schrijver woonachtig in Leipzig en Winterthur. In 2009 verscheen zijn debuutroman Herr Blanc. Zie

ook mijn blog van 18 april 2010.

 

 

GEBURTSTAG

Stand am Waldrandweg.
Nachmittagszögern. Das Ziehen
Der Elster, scheinheilig leise.
Heute keine Vögel, die nicht fliegen,
Kein Frühlingsraub. Laub hängt noch
(Der Tod ein Alter); dutzende Meter
Breit fließt erntebringende Elster.
Der Mann (ein Freund?) steht unbeschränkt,
Sein Finger sinkt, das Wehr geöffnet, ganz.
Freigelegt der Ufersand,
Sinkt die Opfernehmende.
Kein Vogel fliegt, keine Kinder-
Seele. Fest stand ich. Kein Geburts-
                                                         Tagskind.

 

 

 



Roman Graf (Winterthur, 14 april 1978)

 

19:38 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: roman graf, romenu |  Facebook |

Alexandre Jardin, Landolf Scherzer, Tjitse Hofman, Péter Esterházy, Gabriele Stötzer

 

De Franse schrijver Alexandre Jardin werd geboren in Neuilly op 14 april 1965. Zie ook mijn blog van 14 april 2007 en ook mijn blog van 14 april 2008 en ook mijn blog van 14 april 2009 en ookmijn blog van 14 april 2010.

 

Uit: Des gens très bien

 

„Né Jardin, je sais qu'il n'est pas nécessaire d'être un monstre pour se révéler un athlète du pire. Mon grand-père - Jean Jardin dit le Nain Jaune - fut, du 20 avril 1942 au 30 octobre 1943, le principal collaborateur du plus collabo des hommes d'Etat français : Pierre Laval1, chef du gouvernement du maréchal Pétain. Le matin de la rafle du Vél d'Hiv, le 16 juillet 1942, il était donc son directeur de cabinet ; son double. Ses yeux, son flair, sa bouche, sa main. Pour ne pas dire : sa conscience. 

Pourtant, personne - ou presque - n'a jamais fait le lien entre le Nain Jaune et la grande rafle, étirée sur deux jours, qui coûta la vie à la presque totalité des 12 884 personnes arrêtées ; dont 4 051 enfants. 

En tout cas pas les Jardin ; et certainement pas mon père Pascal Jardin, dit le Zubial. Trop habitué à congédier le réel. 

Les secrets de famille les mieux gardés s'affichent parfois sous leur meilleur profil. Dans une lumière éblouissante qui les rend presque invisibles. Comme ces toiles de maître volées sous Hitler à des collectionneurs juifs puis accrochées aux murs des salons allemands. Les héritiers actuels ont beau les avoir sous le nez, éclairées avec soin, aucun ne voit leur origine glaçante. Ma famille fut, pendant un demi-siècle, championne toutes catégories de ce sport-là : s'exhiber pour se cacher. Mettre du plein soleil là où, chez nous, il y avait eu trop de nuit et de brouillard. En ayant le chic pour enrober l'intolérable de bonne humeur, d'ingénuité et de pittoresque.“ 

 

 

 

Alexandre Jardin (Neuilly,  14 april 1965)

 

 

Lees meer...

Charles Lewinsky, Martin Kessel, Roberto Schopflocher, Helene Hübener, Gerhard Rohlfs

 

De Zwitserse schrijver en draaiboekauteur Charles Lewinskywerd geboren op 14 april 1946 in Zürich. Zie ook mijn blog van 14 april 2009. en ook mijn blog van 14 april 2010.

 

Uit: Der A-Quotient

 

„Wir haben ein Arschloch als Individuum definiert, auf dessen Verhalten der AQ größeren Einfluss hat als der IQ. So allgemein gefasst ist diese Aussage aber noch nicht praktikabler als die Feststellung, dass ein durchschnittliches deutsches Ehepaar 1,9 Kinder hat. Das mag zwar statistisch durchaus richtig sein, trotzdem werden Sie nie in die Lage kommen, einem befreundeten Ehepaar zur Geburt von null komma neun Babies gratulieren zu müssen.

So wie sich die 1,9 Kinder aus den ganz verschiedenen Nachwuchszahlen von Millionen von Ehepaaren errechnen, so wird auch mit der Aussage „Dieser Mensch ist ein Arschloch“ immer nur ein statistischer Durchschnittswert beschrieben. Im großen Ganzen, sagen wir damit, wird dieses Individuum mehr vom AQ als vom IQ bestimmt; in Einzelbereichen seiner Persönlichkeit kann das AQ/IQ-Verhältnis aber ganz anders aussehen.

Am einfachsten kann man diese Aussage anhand der weit verbreiteten Spezies des Autofahr-Arschlochs belegen. Jeder von uns kennt diesen Typus, der mit der Drehung des Zündschlüssels von Kopf- auf Arschdenk umzuschalten scheint. Da spüren die mildesten Müslis plötzlich den Tiger im Tank, koppeln sich mit dem ersten Tritt auf die Kupplung von jedem vernünftigen Verhalten ab, kämpfen um eine Parklücke wie ein Kreuzritter um den heiligen Gral und sind immer, immer im Recht, selbst wenn sie gerade mit Vollgas in falscher Richtung durch eine Einbahnstraße brausen. Und kaum haben sie den Wagen abgestellt, sind sie wieder feinsinnig wie eh und je.“

 

 


Charles Lewinsky
(Zürich, 14 april 1946)

 

 

Lees meer...

13-04-11

Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook mijn blog van 13 april 2008. en ook mijn blog van 10 april 2009. en ookmijn blog van 13 april 2009 en ook mijn blog van 13 april 2010.

 

De dubbelganger

 

Hij begint niet als eerste
te vechten maar wacht af en laat de ander
de regels kiezen en hij vertelt
niemand zijn oordeel als hij iemand beoordeeld heeft
en evenmin maakt hij het openbaar
en hij troost niemand die door de troost te ontvangen
zich bij hem in de schuld gebracht zou kunnen voelen.

Bekenden omgeven hem
en uit datgene wat zij voor hem over hebben
bouwt hij zich een dubbelganger om hen te verwarren.
Maar hun vrijgevigheid maakt dat deze dubbelganger
groter dan hij is en daarom anders gebouwd
(bredere beenderen om meer gewicht te dragen)
en voor hem wordt hij een toegevoegde bekende
die doet alsof hij bij hem in de schuld staat.

Er zijn ook vanzelf ontstane dubbelgangers
die elkaar pas later in hun leven ontmoeten
of die elkaar nooit ontmoeten en zich daarom verlaten voelen.

 

 

 

 

Mijn hart volgen zonder de regels te overtreden

 

Mij aan de regels houden zonder mij aan de regels te houden
door daarheen te gaan waar de regels niet meer van toepassing zijn.
Ik zou mij ook daar aan de regels kunnen houden door ze toe te passen op wat van grote afstand kan lijken op waar de regels over gaan
Maar waarom zou ik dat doen, om iemand die mij van grote afstand ziet niet in de war te brengen?
Achter vanochtend maakt de ochtend zich klaar wanneer de regels
alles zijn wat ik heb.

 

 

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

Lees meer...

Seamus Heaney, Stephan Hermlin, Orhan Veli, Tim Krabbé

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook mijn blog van 13 april 2007en ook mijn blog van 13 april 2008 en ook mijn blog van 13 april 2009 en ook mijn blog van 13 april 2010.

 

 

Strange Fruit

 

Here is the girl's head like an exhumed gourd.
Oval-faced, prune-skinned, prune-stones for teeth.

They unswaddled the wet fern of her hair
And made an exhibition of its coil,
Let the air at her leathery beauty.
Pash of tallow, perishable treasure:
Her broken nose is dark as a turf clod,
Her eyeholes blank as pools in the old workings.
Diodorus Siculus confessed
His gradual ease with the likes of this:
Murdered, forgotten, nameless, terrible
Beheaded girl, outstaring axe
And beatification, outstaring
What had begun to feel like reverence.

 

 

 

Twice Shy

 

Her scarf a la Bardot,
In suede flats for the walk,
She came with me one evening
For air and friendly talk.
We crossed the quiet river,
Took the embankment walk.

Traffic holding its breath,
Sky a tense diaphragm:
Dusk hung like a backcloth
That shook where a swan swam,
Tremulous as a hawk
Hanging deadly, calm.

A vacuum of need
Collapsed each hunting heart
But tremulously we held
As hawk and prey apart,
Preserved classic decorum,
Deployed our talk with art.

Our Juvenilia
Had taught us both to wait,
Not to publish feeling
And regret it all too late -
Mushroom loves already
Had puffed and burst in hate.

So, chary and excited,
As a thrush linked on a hawk,
We thrilled to the March twilight
With nervous childish talk:
Still waters running deep
Along the embankment walk.

 

 

 

 

Seamus Heaney (County Derry, 13 april 1939)

 

 

Lees meer...

12-04-11

Antje Rávic Strubel, Scott Turow, Tom Clancy, Alan Ayckbourn, Agnes Sapper

 

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook mijn blog van 12 april 2007 en ook mijn blog van 12 april 2008 en ook mijn blog van 12 april 2009 en ook mijn blog van 12 april 2010.

 

Uit: Colder Layers of Air (Vertaald door Zaia Alexander)

 

„About light they knew everything.

They knew it in every shade. They had seen how it made the sky appear brittle and torn, or waxed blue-black. They knew how the light looked under foaming clouds; how it fell diagonally over the Fjell; how it struck the rocks over the forest and the thick underbrush. They knew how fleeting, how illusive it was. If the lake had just shone turquoise to the bottom, the next moment it lay leaden and sealed like asphalt. They had seen how the light made the pines and blackberry bushes appear matt in the rain; they had seen how the roads looked at four in the morning, devastated by falling rocks, and at noon on neatly mown Swedish front lawns. They knew it in the shimmering yellow from the heat, in the greenish glow of the evening; they could say how it looked above the roof of the tool-shed on overcast days.

They knew how faces change when glaring light falls upon them. Every morning, when they left their tents and went to the wash area, they had to cross the grassy field that had been cleared from the forest. There the faces became stable. They changed from milky-gray, the color of night, into a harsh, polished tan. They knew it. They saw it every morning.

And later, when only a few clouds were left in the sky, this tan had a certain sharpness, as faces only here have, on this peninsula. It was brutal how the sun shone.

Nobody spoke about the light.

There were other things to discuss. They had to take care of the tent walls that had torn in the storm and were lying on the field like shed skins in need of mending. They had to replenish the supplies and food that came every Saturday from Berlin; they telephoned often. They reordered potatoes and coffee, charcoal and sausages and rice, and they never forgot fruit, because fruit was particularly expensive this summer in Sweden. They sent the newly arrived youth groups to the lakes, first to the small Stora Le and then to the wind-whipped Foxen; they gave the crew photocopies of outdoor cookbooks so they knew how many cans of chili to empty into the pans at night. In the kitchen tents, they packed weekly supplies in waterproofed plastic barrels.“

 

 

 

Antje Rávic Strubel (Potsdam,  12 april 1974)

 

 

Lees meer...

José Gautier Benítez, Alexander Ostrovski, Guillaume-Thomas Raynal, Edward de Vere, Constantin Göttfert

 

De Puertoricaanse dichterJosé Gautier Benítez werd geboren op 12 april 1848 in Caguas. Zie ook mijn blog van 12 april 2007 en ook mijn blog van 12 april 2009en ook mijn blog van 12 april 2010.

 

Uit: Puerto Rico (Fragment)

 

Above the waters of the sea, which you rule;

A vase of flowers, swaying

Among foam and coral, perfumes and pearls;

You, that at evening pour over the sea,

With the colors that your sunset put on,

Another ocean of floating flames;

You, that give me the air I breathe,

And life, and the song that breaks forth of its own accord! . . .

of this (American) world, you are the most beautiful fragment,

 

O my fatherland! broken off and flung into the sea

By a violent cataclysm.

But you brought only the beauty of the vast continent.

Without copying its pomp, or the terrors of its greatness.

Upon your mountains, neither the tiger, the lion, nor the jaguar

Utters its fierce and terrifying cry,

Nor does the boa constrictor coil upon the plains,

Nor does the untamed and savage alligator

Disturb the pure, transparent water

Of your gentle rivers . . .

Nor do your mountains, shaken upon their foundations,

Sound with sudden tumult.

When, with hoarse, titanic breathing,

Orizaba and Cotopaxi roar.

 

No Niagara makes your soil tremble

With the fall of its immense cataract.

Where Iris, painter of heaven,

Joins to its borders of shining silver,

Gold and crimson, purple and topaz.

While the condor, monarch of space,

Mirrors himself proudly in its crystal;

 

 

 

José Gautier Benítez (12 april 1848 – 24 januari 1880)

Standbeeld in Caguas, Puerto Rico

 

 

Lees meer...

11-04-11

Leonard Nolens, Mark Strand, Walid Soliman

 

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook mijn blog van 11 april 2008 en ook mijn blog van 11 april 2009 en ook mijn blog van 11 april 2010.

 

 

Proloog

 

Ik heb niets meer. Ik ben niets meer.
Mijn boek is bij voorbaat kapot.
En ik die werkelijkheid wou maken.

Ik wil eindelijk wakker worden uit jullie
omgangsvormen van mij.
Ik wil eindelijk genezen van mijn antieke
geschiedenis met jullie.

Maar mijn bestaan is in beslag genomen.
Mijn tong wordt oud. Ik ben onderweg.
En er is niets om dichterbij te komen.

Ik ben toch een aparte verschijning van jou.
En ik heb toch een bloedeigen lijf sinds jullie.
Ik wil mijn persoonlijk verhaal.

Maar ik heb geen geheim. Ik ben een geheim.
En ik die werkelijkheid wou maken.

Dit alles met een hand van leer gezegd.

 

 

 

Niets

 

Je weet niet wat er is. Je bent gestruikeld
In je slaap, een zon heeft je geslagen
Om de hoek en je koopt blind een brood,
Verdwaalt. De straat gaat met je op de loop.

Een vreemde brengt je thuis, het is je vrouw
Die napraat over je begrafenis.
Je lag te roken in je kist, zegt zij,
En pakt een pan en bakt je dode hart.

Je weet niet wat er is. Je zit al dagen
Als een schaduw van je schaduw thuis.
De dokter komt, betokkelt je contouren
En vindt niets. Je bent het met hem eens.

 

 

 

Uit de tijd

 

Ik rijd naar huis in de bellende leegte
Van de laatste tram. Het wordt mijn tijd.
Verlaten straten komen samen, gaan uiteen
Op steeds dezelfde, stroevende punten.

Ik zit in mijn ijzer, lees de haltes, steeds
Dezelfde, door het raam dat wie weerkaatst.

Ik zoen de koude naam op de achterkant
Van mijn adres, verscheur de enige brief.

Het maanwit heeft weer niets verklaard.
De nacht bezit geen grond om op te rusten.

Het is vroeg in de slapende stad.
Het is laat in mijn slapeloos leven.

 

 

 

Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

 

 

Lees meer...

Attila József, Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Rolf Schilling

 

De Hongaarse dichter Attila József werd geboren op 11 april 1905 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 11 april 2007 en ook mijn blog van 11 april 2008 en ook mijn blog van 11 april 2009 en ook mijn blog van 11 april 2010.

 

 

There was a beauty

 

There was a beauty. There was sweetness.
I contemplated
a delicate rose.
And reality smashed down on me
like a loose boulder.

 

The boulder is just an image.
It'll be best to
tell everything.
The daily grind's edifying
and has the whip-hand.

 

My instinct followed the right track.
When that man came in
it boomed like breakers:
"I know him. Electricity.
He'll switch off the mains."

 

I was sharpening my pencil
the knife in my hand.
If I stab this man
I know that I shall be at peace,
at last reconciled.

 

I was embittered. Well, all right.
The whole flat will be
dark and depressing.
An animal can protect its home.
This war's different.

 

Violence will just be futile.
I'll get beaten up,
turn sick and twisted.
And no light. Where there's rule of law
cash is armament.

 

The technology of war's changed.
The splendid hero
needn't draw his sword.
Five pound notes are bomb explosions,
pennies are shrapnel.

 

That's the way I reasoned it out.
So I said: "Hallo"
and stepped aside.
At nightfall the generous moon
smiled at the outcome.

 

 

 

Vertaald door Nicolas Krasso en Lucien Rey.

 

 

 

Attila József (11 april 1905 – 3 december 1937)

 

 

Lees meer...

Hartmut Barth-Engelbart, Barbara Köhler, Marlen Haushofer, Sándor Márai, David Westheimer, Bernard O'Dowd

 

De Duitse schrijver, dichter, musicus, liedjesmaker, zanger en graficus Hartmut Barth-Engelbart werd geboren op 11 april 1947 in Michelstadt. Zie ook mijn blog van 11 april 2007 en ook mijn blog van 11 april 2009 en ookmijn blog van 11 april 2010.

 

 

Kinder sind wie Bäume

 

Kinder sind wie Bäume
Bäume sind wie Kinder
Sie brauchen Schlaf und Träume
und ganz allein Zusammensein
den dunklen Wald, versteckte Winkel
und große helle Räume

 

Und wer sie zwingt zu blühen
im Herbst oder im Winter
der kann sich noch so mühen
Kinder sind wie Bäume
Bäume sind wie Kinder

 

Lässt du den Bäumen
Zeit zum Träumen
dann sind die Blüten
nicht mehr weit
sie kommen von alleine
wie Kinder auf die Beine

 

 

 

Brotlos

(Für die warnstreikende ABB-Belegschaft in Alzenau)

Die Literaturpreise
fallen
nicht vom Himmel
wenn wir nicht für ihre Interessen schreiben
die da für unsre Zukunft
streiken
werden sie uns nicht vergeben
die Literaturpreise
liegen
auf der Straße
warten vor der Arbeitsagentur
Ob unsre Lieder
sie verdienen
werden wir erst dann verstehen
wenn wir von unsren Denkmalsockeln steigen
und uns denen zeigen
sie denen und mit
denen singen
die uns unser täglich Brot
nächtlich backen täglich bringen
und für einen Hungerlohn
davon zur Not
noch leben können
Ohne sie
wär Kunst
nur brotlos

 

 

 

 

Hartmut Barth-Engelbart (Michelstadt, 11 april 1947)

 

 

Lees meer...

Antoine Blondin, Luise Gottsched, Anastasius Grün, Johann Heinrich Merck, Christopher Smart, Lev Blatný

 

De Franse schrijver Antoine Blondin werd geboren op 11 april 1922 in Parijs. Zie ook mijn blog van 11 april 2009 en ook mijn blog van 11 april 2010.

 

Uit: Un singe en hiver

 

« La plage était déserte sur des kilomètres, à l’exception d’un petit grouillement de silhouettes multicolores, dans une crique arrondie au pied de la falaise. Je me suis approché à l’abri des rochers, retrouvant de la jeunesse et un goût amer à cet exercice, ne sachant trop si j’étais grotesque, immonde ou sublime. Marie a de jolies jambes brunes qui me flattèrent, peu ou pas de poitrine, mais je ne me suis pas attardé. Elle trônait le plus souvent au centre d’un conciliabule qui se formait et se désassemblait au gré de son caprice. Ainsi, je découvrais cette meneuse espiègle dont j’avais entendu pârler. Quand tout le monde se précipitait jusqu’au bord de l’eau, je ne la distinguais plus qu’à son maillot clair sur lequel elle portait un gros chandail troué qui ne parvenait point à l’épaissir. Je me suis dit que j’essaierais de saisir le sens de ces évolutions, la règle de ces divertissements; je me suis proposé également d’acheter des jumelles. Jusqu’ici les décrets de Marie me sont demeurés impénétrables; quant aux lorgnettes, j’ai craint d’avoir l’air d’un cochon. Mais je pouvais m’asseoir là, appuyé au varech, jeter de temps en temps un regard sur Marie, me donner l’illusion qu’elle était sous ma surveillance, que nous passions enfin nos vacances ensemble, "Alors on serait…on serait…", proclament volontiers ces enfants quand ils demandent au jeu de déguiser la vie: on serait des marchands…on serait dans un sous-marin… on serait en Amérique… Eh bien, de ce côté-ci des rochers, on jouait au papa sans la maman; on était un père plein de sollicitude, d’indulgence et de discrétion. En somme, c’était la vie rêvée. Dans ce système imaginaire, Marie cessait d’être une orpheline. Et il me sembalit qu’elle l’était effectivement beaucoup moins que les autres, chaque fois que je la regardais. »

 

 


Antoine Blondin (11 april 1922 – 7 juni 1991)

 

 

Lees meer...

10-04-11

Leo Vroman, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner

 

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook mijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009 en ook mijn blog van 10 april 2010.

 

 

Regeneratie

 

Ieder gedicht
dat ik schrijf
is het laatste,
is mijn dood.

Dan smelt mijn gezicht
bijzonder groot
uit mijn lijf,
in mijn schoot.

Als ik wegloop
mors ik een hoop
dode manen
en kruip-organen,

en ikzelf dool,
zo dun dan
zo fijn van vrees
als een Chinees
symbool
voor 'man',

(een lijn
voor gebaar,
en een voor voet,
waaruit bij mij
nog wat inkt bloedt)

heen.

Schaamte: het oor
groeit het eerst weer aan,
spitst, st:leest iemand dit voor
Dan zwelt een oogbal,

ontluikt en tuurt: weent iemand al?
En dan spruit bang mijn ellendige
bonzende inwendige uit.

Om zich te bevredigen
staat daar dan
vlak achter de lezende
een geheel volledige
dodelijk vrezende
Vroman.

 

 

 

De oorlog

 

Het is een heldere zomermorgen
Door een heldhaftig mens
is het leventeken gegeven,
en zijn troepen trekken even
over de grens.

Overal op straat en
achter deuren, onder stoelen
worden de vijanden gevonden.
De halfslachtende soldaten
slaan vreemde mannen op hun smoelen,
griezelen even van hun wonden
en door de gebroken ruiten
storten zij zich weer naar buiten.

 

 

 

Steen

 

Drie stenen zitten op een steen.
Acht stenen liggen er om heen.
Daar onder liggen er nog negen.
Andere daar naast en tegen.
Een steen steekt half uit het zand naar buiten
om zich nog eventjes te uiten.
Leert, kinderen, dit uit zijnen mond:
houdt steeds een vuist boven de grond.

 

 

 

 

Leo Vroman (Gouda, 10 april 1915)

Getekend door Peter van Dongen

 

 

Lees meer...

William Hazlitt, Marcel van Maele, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

 

De Engelse schrijver en essayist William Hazlitt werd geboren op 10 april 1778 in Maidstone. Zie ookmijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009 en ook mijn blog van 10 april 2010.

 

Uit: Notes of a journey through France and Italy

 

Paris is a beast of a city to be in—to those who cannot get out of it. Rousseau said well, that all the time he was in it, he was only trying how he should leave it. It would still bear Rabelais' double etymology of Par-ris and Lutetia *. There is not a place in it where you can set your foot in peace or comfort, unless you can take refuge in one of their hotels, where you are locked up as in an old-fashioned citadel, without any of the dignity of romance. Stir out of it, and you are in danger of being run over every instant. Either you must be looking behind you the whole time, so as to be in perpetual fear of their hackney-coaches and cabriolets; or, if you summon resolution, and put off the evil to the last moment, they come up against you with a sudden acceleration of pace and a thundering noise, that dislocates your nervous system, till you are brought to yourself by having the same startling process repeated. Fancy yourself in London with the footpath taken away, so that you are forced to walk along the middle of the streets with a dirty gutter running through them, fighting your way through coaches, waggons, and handcarts trundled along by large mastiff-dogs, with the houses twice as high, greasy holes for shop-windows, and piles of wood, green-stalls, and wheelbarrows placed at the doors, and the contents of wash-hand basins pouring out of a dozen stories—fancy all this and worse, and, with a change of scene, you are in Paris.

* The fronts of the houses and of many of the finest buildings seem (so to speak) to have been composed in mud, and translated into stone—so little projection, relief, or airiness have they. They have a look of beiDg stuck together.

 

  

 

William Hazlitt (10 april 1778 – 18 september 1830)

Portret door John Hazlitt

 

 

Lees meer...

09-04-11

Charles Baudelaire, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski, Julius Hart

 

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook mijn blog van 9 april 2007 ,mijn blog van 25 juli 2006 en ook mijn blog van 9 april 2008 en ookmijn blog van 9 april 2009 en ook mijn blog van 9 april 2010.

 

 

Le mort joyeux

 

Dans une terre grasse et pleine d'escargots
Je veux creuser moi-même une fosse profonde,
Où je puisse à loisir étaler mes vieux os
Et dormir dans l'oubli comme un requin dans l'onde,

Je hais les testaments et je hais les tombeaux ;
Plutôt que d'implorer une larme du monde,
Vivant, j'aimerais mieux inviter les corbeaux
A saigner tous les bouts de ma carcasse immonde.

Ô vers ! noirs compagnons sans oreille et sans yeux,
Voyez venir à vous un mort libre et joyeux ;
Philosophes viveurs, fils de la pourriture,

A travers ma ruine allez donc sans remords,
Et dites-moi s'il est encor quelque torture
Pour ce vieux corps sans âme et mort parmi les morts !

 

 

 

 

De Ramen

 

Wie van buiten af door een open raam kijkt ziet nooit zoveel als iemand die een gesloten raam bekijkt. Er is geen voorwerp dieper, mysterieuzer, rijker, duisterder, en verblindender dan een venster, dat wordt verlicht door een kaars. Wat men in het zonlicht kan zien is altijd minder interessant dan wat zich achter een glasruit afspeelt. In dat donkere of lichte gat leeft het leven, droomt het leven, lijdt het leven.

Over de golven van daken heen zie ik een rijpe vrouw, al gerimpeld, altijd over iets heen gebogen, en die nooit de deur uit gaat. Met haar gezicht, haar kleding, haar gebaren, met bijna niets, heb ik de geschiedenis van deze vrouw gereconstrueerd, of liever haar legende, en soms vertel ik die mezelf in tranen.

Als het een arme oude man was geweest had ik de zijne met evenveel gemak bedacht.

En ik ga slapen, trots dat ik heb geleefd en geleden in anderen dan mezelf.

Misschien zegt u me: "Ben je er zeker van dat deze legende de juiste is?" Wat maakt het uit wat de werkelijkheid buiten mij om kan zijn, als ze me heeft geholpen te leven, te voelen dat ik ben en wie ik ben?

 

 

Vertaald door Jacob Groot

 

 

An eine die vorüberging

 

Der wilde Straßenlärm betäubend mich umfing.
In tiefer Trauer, groß und schlank, ein Bild des Leides
Kam eine Frau vorbei und hob den Saum des Kleides
Mit zierlich feiner Hand, da sie vorüberging,

In stolzer Freiheit, wie ein Marmorbild, das schreitet.
Ich aber trank gebannt und gleichsam wie im Wahn
Aus ihren Augen, wie ein Himmel im Orkan,
Die Süße die entzückt, die Lust die Tod bereitet.

Ein Blitz ... und wieder Nacht! —O Schönheit, die mir flieht,
Und die mit ihrem Blick mich plötzlich neu geboren,
Ob vor der Ewigkeit mein Aug dich wiedersieht?

Vorbei! zu spät! vielleicht für immer mir verloren!
Du weißt nicht, wer ich bin, ich weiß nicht, wie du heißt,
Doch hätt ich dich geliebt und weiß, daß du es weißt!

 

 

 
Vertaald door Carl Fischer

 

 

 


Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)

Portret door Emile Deroy, 1844

 

 

Lees meer...