23-02-11

César Aira, Robert Gray, Sonya Hartnett, Marjolijn Februari, Toon Kortooms

 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook mijn blog van 23 februari 2008 en ook mijn blog van 23 februari 2009 en ook mijn blog van 23 februari 2010.

 

Uit: Die Mestizin (Vertaald door Michaela Meßner en Matthias Strobel)

 

„Ein Treck zog langsam im Morgengrauen dahin, die Soldaten, die den Zug anführten, schaukelten, noch halb schlafend, auf ihren Reittieren hin und her, den Mund voll schaler Spucke. Man hieß sie jeden Tag ein paar Minuten früher aufstehen, je weiter das Jahr voranschritt, so dass sie viele Meilen schliefen, bis die Sonne aufging. Die Pferde bewegten sich, als habe man sie verhext oder als ängstige sie das unheimliche Geräusch ihrer Hufe auf dem Boden des Flachlandes, nicht weniger als der Kontrast zwischen der düsteren Erde und der durchscheinenden Tiefe der Luft. Es kam den Männern so vor, als klare der Himmel zu schnell auf und lasse der Nacht keine Zeit, sich aufzulösen.
Von ihren Gürteln hingen blanke Säbel; den Stoff ihrer Uniformen hatten ungeschickte Hände zugeschnitten; mit den zu großen Käppis auf ihren geschorenen Köpfen sahen sie aus wie kleine Jungen. Wer rauchte, war auch nicht wacher als die anderen; die Zigarette zum Mund führen, tief inhalieren, alles schlaftrunkene Gesten. Der Rauch verflüchtigte sich in der eisigen Brise. Die Vögel stoben lautlos in dem grauen Zwielicht auseinander. Alles war Stille, wirkte umso stiller, wenn hin und wieder der ferne Schrei eines Bronzekiebitzes erklang oder das ängstliche, sehr scharfe Schnauben der Pferde, die nur durch den Schlummer ihrer Reiter daran gehindert wurden, loszurennen bis zur Auflösung, so groß war das Grauen, das die Erde ihnen einflößte. Doch nichts löste sich aus diesen Schatten, mit Ausnahme eines schlaflosen Hasen, der durchs Gras Reißaus nahm, oder einer Motte mit sechs Flügelpaaren.
Die Ochsen hingegen, überaus kurzbeinige Viecher, die in dem Zwielicht wirkten wie in einem Morast herumkriechende Raupen, waren vollkommen stumm, niemand hatte sie je auch nur einen Mucks von sich geben hören.“

 

 

César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

Lees meer...

Jef Geeraerts, Erich Kästner, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Amoene van Haersolte

 

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 23 februari 2007 en ook mijn blog van 23 februari 2009 en ook mijn blog van 23 februari 2010.

 

Uit: De zaak Alzheimer 

 

Op ongeveer een kilometer in vogelvlucht daarvandaan, in de Seringenlaan, stond een man in de brede dreef recht tegenover nummer 15 B in de schaduw van een dikke beuk te wachten.

Hij was klein van postuur, maar opvallend breed gebouwd. Hij was van kop tot teen in het zwart

gekleed en zijn gestalte versmolt zo volmaakt met de omgeving, dat zelfs voorbijgangers hem met moeite zouden kunnen onderscheiden, maar daarvoor was geen gevaar: op dat uur lag de omgeving er als uitgestorven bij. De bewoners van wat zijzelf een exclusieve buurt noemden maar wat in werkelijkheid een enclave van nouveaux riches was, sliepen of zaten gezellig in hun comfortabele huizen, omgeven met grote tuinen, meestal voorzien van een stil alarmsysteem, een peperdure modetrend waar weinigen van wat in het jaar vijfentachtig voor de elite doorging, aan konden weerstaan. Telkens als er een wagen aan kwam rijden, keek de man met een katachtig rukje van zijn hoofd in die richting, maar bewoog verder niet. De wagens reden voorbij en dan werd het, afgezien van het drukke verkeer op de E3-Ring die vlakbij was, opnieuw relatief stil.

Net nadat hij op de verlichte wijzerplaat van zijn kwartshorloge had gezien dat het tien voor middernacht was, draaide een zware wagen geruisloos vanuit de Acacialaan de Seringenlaan in, vertraagde, stak zijn knipperlamp aan en stopte op twee meter van het hek. De man in de schaduw stak snel de straat over, bracht intussen de rechterhand omhoog, trok de ritssluiting van zijn jack open en haalde iets tevoorschijn. Het portier van de wagen ging open en een zwaargebouwde man die een sigaar rookte, stapte uit en zocht naar de sleutel om het hek te openen.

De man in de schaduw naderde. Net toen de andere zich vooroverboog om naar het sleutelgat te zoeken, was hij vlakbij en richtte het voorwerp dat hij zopas uit zijn jack had gehaald (en dat mat glansde in de straatverlichting) op het hoofd met de sigaar, dat zich abrupt omdraaide, hevige angst uitdrukte en iets uitstootte met een euh-klank erin.“

 

 


Jef Geeraerts (Antwerpen, 23 februari 1930)

 

Lees meer...

B. Traven, David Kalisch, Samuel Pepys, Josephin Soulary, Henri Meilhac

 

De Duitstalige schrijver B. Traven werd (vermoedelijk op 23 februari) 1890 geboren. Zie ook mijn blog van 23 februari 2010.

 

Uit: Das Totenschiff

 

„Ohne Skipper kann ein Schiff laufen, ohne Mannschaft nicht. Der Skipper könnte nicht mal dem Schiff etwas zu essen geben, weil er nicht versteht, wie er aufschmeißen muß, damit die Feuer nicht ausgehen und doch die meiste Hitze geben, ohne Verdauungsstörungen zu erzeugen. Mit der Mannschaft spricht das Schiff, mit dem Skipper und den Offizieren nie. Der Mannschaft erzählt das Schiff Märchen und wunderschöne Geschichten. Alle meine Seegeschichten haben mir die Schiffe erzählt und keine Menschen. Das Schiff läßt sich auch gern etwas erzählen von der Mannschaft. Ich habe gehört, daß Schiffe lachten und kicherten, wenn die Mannschaft Sonntag nachmittags auf Deck saß und sich Witze erzählte. Ich habe Schiffe weinen sehen, wenn traurige Geschichten erzählt wurden. Und ich habe ein Schiff bitterlich schluchzen hören, weil es wußte, daß es auf der nächsten Fahrt untergehen würde. Es kam auch nie wieder und stand später bei Lloyds auf der Liste >Verschollen<. Das Schiff ist immer auf seiten der Mannschaft, nie auf seiten des Skippers. Der Skipper arbeitet nicht für das Schiff, er arbeitet für die Kompanie. Die Mannschaft weiß häufig gar nicht, zu welcher Kompanie das Schiff gehört; sie macht sich keine Gedanken darüber. Sie kümmert sich nur darum, was das Schiff selbst angeht. Wenn die Mannschaft unzufrieden ist oder rebelliert, rebelliert das Schiff sofort mit. Streikbrecher haßt das Schiff mehr als den Boden des Meeres; und ich habe ein Schiff gekannt, das mit einer ganzen Horde von Streikbrechern auf der ersten Ausfahrt, beinahe noch in Sicht der Küste, glatt auf den Boden ging.“

 

 


B. Traven (vermoedelijk 1890 - 26 maart 1969)

 

 

Lees meer...

22-02-11

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Jane Bowles, Ishmael Reed

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009 en ook mijn blog van 22 februari 2010.

 

Uit: De asielzoeker

 

„Beck kijkt omhoog naar de asielzoeker, en die knikt hem welwillend toe. Zo van, houd je maar koest, we maken nog wel een echte man van je. Dit is waanzin, denkt Beck, mijn vrouw is waanzinnig, ik ben waanzinnig, de asielzoeker is waanzinnig, mijn leven is honderd procent waanzin geworden. Maar dan verwerpt hij die gedachte. Als je je geluk eenmaal terzijde hebt geschoven veranderen de categorieën, je houdt op je steeds af te vragen wat je eraan hebt, wat je eraan overhoudt, in plaats daarvan onderga je, je leeft voor een doel dat groter is dan je eigen geluk, en daarmee krijgt bijna elke vraag een antwoord, elke situatie zin: voor jou, voor jou, en nog eens voor jou.

Hij noemt het gelatenheid, maar zijn vrouw heeft iets tegen die term, ze vindt hem te negatief. 'Je laat gaan,' heeft Beck vaak gezegd, 'dat is gelatenheid, je legt je neer bij de kracht van het toeval. Er is geen rede, er bestaat geen verband.'

De getuige van de asielzoeker arriveert zonder kloppen. Het is een vrouw, een ondefinieerbaar iemand eigenlijk, Beck kan niet eens haar naam verstaan. Ze heeft cake bij zich, amandelcake in zilverpapier, die ze uitdeelt. Erg vriendelijk, maar Beck had het liever zonder amandelcake doorstaan.

'Bent u ook een,' begint de ambtenaar te vragen, maar dan onderbreekt hij zichzelf, kucht even en zegt: 'U bent ook niet van hier, neem ik aan?'

De vogel knabbelt aan haar stuk cake, maar moet die na een paar happen laten staan. Misselijk is ze de laatste weken, alsof ze zwanger is. Beck klopt de kruimels van haar schoot en legt ze op tafel. Hij wil haar mond schoonvegen, maar ze rukt hem het servet uit handen.

'Laten we beginnen,' zegt de ambtenaar. 'We hebben allemaal nog meer te doen vandaag.'

Beck veegt de nu vrijwel onzichtbare kruimels van de schoot van zijn vrouw. Overbodig, volstrekt overbodig. In de toewijding waarmee hij iedere dag zijn overbodige handelingen verricht schuilt zijn waardigheid.

De ceremonie is kort, maar redelijk aangenaam. De ambtenaar glimlacht een paar keer. Tot Becks verbazing zijn er zelfs ringen. Ze blijken uit een automaat te komen.“

 

 


Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

Lees meer...

Wayne C. Booth, Morley Callaghan, Jules Renard, James Russell Lowell, Edna St. Vincent Millay, Ottilie Wildermuth, Sean O'Faolain

 

De Amerikaanse letterkundige en literatuurwetenschapper Wayne Clayton Booth werd geboren op 22 februari 1921 in American Fork, Utah. Zie ook mijn blog van 22 februari 2010.

 

Uit: The Essential Wayne Booth

 

„Put even in its simplest terms, the problem Shakespeare gave himself in Macbeth was a tremendous one. Take a good man, a noble man, a man admired by all who know him-and destroy him, not only physically and emotionally, as the Greeks destroyed their heroes, but also morally and intellectually. As if this were not difficult enough as a dramatic hurdle, while you are transforming him into one of the most despicable mortals conceivable, maintain him as a tragic hero-that is, keep him so sympathetic that, when he comes to his death, the audience will pity rather than detest him; they must feel relieved to see him out of his misery rather than pleased to see him destroyed. Put in Shakespeare's own terms: take a "noble" man, full of "conscience" and "the milk of human kindness," and make of him a "dead butcher," yet keep him an object of pity rather than hatred.

If we thus artificially reconstruct the problem as it might have existed before the play was written, we see that, in choosing these "terminal points" and these terminal intentions, Shakespeare makes almost impossible demands on his dramatic skill, although at the same time he insures that, if he succeeds at all, he will succeed magnificently. If the trick can be turned, it will inevitably be a great one.

One need only consider the many relative failures in attempts at similar "plots" and effects to realize the difficulties involved. When dramatists or novelists attempt the sympathetic-degenerative plot, almost always one or another of the following failures or transformations occurs:

1. The feeling of abhorrence for the protagonist becomes so strong that all sympathy is lost, and the play or novel becomes "punitive"-that is, the reader's or spectator's chief pleasure depends on his satisfaction in revenge or punishment.

2. The protagonist is never really made very wicked, after all; he only seems wicked by conventional (and, by implication, unsound) standards and is really a highly admirable reform-candidate.

3. The protagonist reforms in the end and avoids his proper punishment.“

4. The book or play itself becomes a "wicked" work; that is, either deliberately or unconsciously the artist makes us side with his degenerated hero against "morality."

 

 

 

Wayne C. Booth (22 februari 1921 – 9 oktober 2005)

 

 

Lees meer...

21-02-11

Herman de Coninck, Chuck Palahniuk, Hans Andreus, Wystan Hugh Auden, Laure Limongi, David Foster Wallace

 

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 21 februari 2008 en ook mijn blog van 21 februari 2009 en ook mijn blog van 21 februari 2010.

 

 

Middenin de vlakte van juli

 

Middenin de vlakte van juli
kwam ik je tegen. Ik woon hier, zei je.
Ik keek naar de bloemen. Ja, dat zie ik,
zei ik, en waar leerde je de kunst
om niet lang te duren? Ook hier, zei je.

 

Je was lenig; en je woorden waren zo
doorschijnend, ik kon je er helemaal
door zien.
En daar lag ik al in het gras
en wat hield ik in mijn hand?
Een oortje, waarin het lange woord
'lieveling' uitgoot, zonder morsen.

 

 

 

Foto

 

Weemoed is een foto van voor twintig jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.

 

En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.

 

Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.

 

 

 

 

De spoorbaan ligt mijlen verder daarbuiten

 

De spoorbaan ligt mijlen verder daarbuiten.
De kamer is vol vrolijk gepraat.
En toch hoor ik die ene trein die er slechts staat
minstens tien keer per dag fluiten.

 

De hele nacht komt er geen trein voorbij.
De hele nacht is stil van slapen en van kreunen.
En toch zie ik de rode gensters uit zijn schouw
en hoor ik zijn machines steunen.

 

Mijn hart is vol van vrienden en van jou.
Beter gezelschap vind ik nooit meer in dit leven.
En toch is er geen trein die ik niet nemen zou,
waarheen is mij om het even.

 

 



Herman de Coninck (21 februari 1944 - 22 mei 1997)

 

 

Lees meer...

Ha Jin, Anaïs Nin, Raymond Queneau, Ingomar von Kieseritzky, Ishigaki Rin, José Zorrilla y Moral, Justus van Effen

 

De Chinees-Amerikaanse schrijver Ha Jin werd geboren op 21 februari 1956 in Jinzhou, China. Zie ook mijn blog van 21 februari 2009 en ook mijn blog van 21 februari 2010.

 

Uit: A Good Fall

 

„The Bane of the Internet

My sister Yuchin and I used to write each other letters. It took more than ten days for the mail to reach Sichuan, and usually I wrote her once a month. After Yuchin married, she was often in trouble, but I no longer thought about her every day. Five years ago her marriage began falling apart. Her husband started an affair with his female boss and sometimes came home reeling drunk. One night he beat and kicked Yuchin so hard she miscarried. At my suggestion, she filed for divorce. Afterward she lived alone and seemed content. I urged her to find another man, because she was only twenty-six, but she said she was done with men for this life. Capable and with a degree in graphic design, she has been doing well and even bought her own apartment four years ago. I sent her two thousand dollars to help her with the down payment.

Last fall she began e-mailing me. At first it was exciting to chat with her every night. We stopped writing letters. I even stopped writing to my parents, because she lives near them and can report to them. Recently she said she wanted to buy a car. I had misgivings about that, though she had already paid off her mortgage. Our hometown is small. You can cross by bicycle in half an hour; a car was not a necessity for her. It’s too expensive to keep an automobile there—the gas, the insurance, the registration, the maintenance, the toll fees cost a fortune. I told her I didn’t have a car even though I had to commute to work from Brooklyn to Flushing. But she got it into her head that she must have a car because most of her friends had cars. She wrote: “I want to let that man see how well I’m doing.” She was referring to her ex-husband. I urged her to wipe him out of her mind as if he had never existed. Indifference is the strongest contempt. For a few weeks she didn’t raise the topic again.

Then she told me that she had just passed the road test, bribing the officer with five hundred yuan in addition to the three thousand paid as the application and test fees. She e-mailed: “Sister, I must have a car. Yesterday Minmin, our little niece, came to town driving a brand-new Volkswagen. At the sight of that gorgeous machine, I felt as if a dozen awls were stabbing my heart. Everybody is doing better than me, and I don’t want to live anymore!”

 

 


Ha Jin (Jinzhou, 21 februari 1956)

 

 

Lees meer...

20-02-11

P. C. Boutens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, David Nolens, Georges Bernanos, William Carleton

 

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook mijn blog van 20 februari 2007 en ook mijn blog van 20 februari 2008 en ook mijn blog van 20 februari 2009 en ook mijn blog van 20 februari 2010.

 

 

Heimelijk verlangen

 

Die man lijkt mij godengelijk te wezen,

Die van tegenover gezeten toehoort

Hoe gij vlak nabij in uw zoete stemval

Over en weer praat

 

En verlangenstekelend lacht, wat noodschiks

In mijn borst het hart mij in angsten opjaagt;

Immers amper zie ik U aan - geen woord meer

Laat zich verklanken,

 

Maar mijn tong blijft star en gebroken; aanstonds

Onderloopt een sijpelend vuur mijn leden,

Niet meer kan ik zien uit mijn ogen, gonzend

Suizen mijn oren;

 

't Vocht breekt me alzijds uit, en van top tot tenen

Vangt mij beving, valer dan gras verbleek ik;

Nog een ogenblik, en in alverbijstring

Voel ik mij sterven.

 

 

 

Bij de lamp 

 

Bij de lamp blijf ik alleen.

Waar uw kus en lach verdween,

Sluit de stilte rond mij heen

 

Tot de effen glans waarin,

Liefelijkste droombegin,

Ik mij klaarst op u bezin.

 

En mijn ogen lezen niet

't Oud verhaal van vreemd verdriet,

Waar ik straks de wijzer liet ...:

 

Door bezonken wolkepracht,

Heel de dag om u herdacht,

Gaat de ziel in tot haar nacht:

 

Door zo helder avondrood

Naar een nacht zo diep en groot

Als uit leven naar de dood:

 

Of ge al zonder morgen ging

Buiten levens duistre ring

Rusten in verheerlijking,

 

Wijl ik hier bij 't lampelicht,

De ogen naar mijn boek gericht,

Nog wat van u droom en dicht,

 

Tot het uur van slapen slaat

En niets blijft dan uw gelaat

Als de droom in droom vergaat.

 

 

 

 

Daar ruimt de wind...

 

Daar ruimt de wind en vaagt de heemlen schoon.

Vanavond nog zult gij verheerlijkt zijn

Wanneer de winden sluimren aan uw troon,

De sterren vlammen in uw baldakijn:

 

Als tussen u en uw oneindigheid

De schaduw valt, en in dat klaar gewelf

Uw blank geluk dat god noch mens benijdt,

Niets ziet weerspiegeld dan zijn glimlach zelf:

 

O Ziel die alles wat uw wil bedroeft,

Van voor uw aangezicht hebt weggedaan,

Die alle schoon, zo vaak uw liefde 't hoeft,

Roept met één blik der ogen tot bestaan:

 

Vanavond nog zult gij verheerlijkt zijn

Wanneer de winden sluimren aan uw troon,

De sterren vlammen in uw baldakijn:

De ruime wind vaagt al de heemlen schoon.

 

 

 

 

Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

Gedenkpenning

 

 

Lees meer...

Pierre Boulle, Ludwig Steub, Johann Heinrich Voß, Johann Fr. Riederer, Cornelis Sweerts

 

De Franse schrijver Pierre Boulle werd geboren op 20 februari 1912 in Avignon. Zie ook mijn blog van 20 februari 2009 en ook mijn blog van 20 februari 2010.

 

Uit: La planète des singes

 

„Je reste frappé de stupeur, sans réaliser encore ce qu'implique cet événement. Je suis assailli d'abord par une foule de détails triviaux, et surtout tourmenté par une question inquiétante : Comment se fait-il qu'on ne m'en avait pas avisé ? Zira ne me laisse pas le temps de protester.

« Je m'en suis aperçue, il y a deux mois, à mon retour du voyage. Les gorilles n'y avaient vu que du feu. J'ai téléphoné à Cornélius , qui a eu , lui-même , une longue conversation avec l'administrateur . Ils ont été d'accord pour juger qu'il était préférable de garder le secret. Personne n'est au courant, sauf eux et moi. Elle est dans une cage isolée et c'est moi qui m'occupe d'elle. »

Je ressens cette dissimulation comme une trahison de la part de Cornélius et je vois bien que Zira est embarrassée. 11 me semble qu'une machination est en train de se tramer dans l'ombre.

« Rassure-toi. Elle est bien traitée et ne manque de rien. Je suis aux petits soins pour elle. Jamais la grossesse d'une femelle d'homme n'a été entourée de tant de précautions. »

Je baisse les yeux comme un collégien pris en faute sous son regard narquois. Elle se force à prendre un ton ironique, mais je sens qu'elle est troublée. Certes, je sais que mon intimité physique avec Nova lui a déplu, dès l'instant qu'elle a reconnu ma vraie nature, mais il y a autre chose que du dépit dans son regard. C'est son attachement pour moi qui la rend inquiète. Ces mystères au sujet de Nova ne présagent rien de bon. J'imagine qu'elle ne m'a pas dit toute la vérité, que le Grand Conseil est au courant de la situation et que des discussions ont eu lieu à un échelon très élevé.

Quand doit-elle accoucher ?

- Dans trois ou quatre mois. »

Le côté tragi-comique de la situation me bouleverse tout d'un coup. Je vais être père dans le système de Betelgeuse . Je vais avoir un enfant sur la planète Soror, d'une femme pour laquelle je ressens une grande attirance physique, parfois de la pitié, mais qui a le cerveau d'un animal. Aucun être, dans le cosmos, ne s'est trouvé engagé dans pareille aventure. J'ai envie de pleurer et de rire en même temps.

« Zira , je veux la voir ! »

 

 


Pierre Boulle (20 februari 1912 – 30 januari 1994)

 

 

Lees meer...

19-02-11

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer, Amy Tan

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2009 en ook mijn blog van 19 februari 2010.

 

Uit: Wat me lief was (Vertaald door Heleen ten Holt) 

 

„Ieder incident speelde zich af volgens hetzelfde vaste patroon: eerste de treurige ontdekking, dan de woede van de getroffene, dan Marks terugkomst en heftige ontkenningen. Ja, hij was weggelopen, maar hij had niets slechts gedaan. Hij had rondgelopen in de stad. Dat was alles. Hij had behoefte om alleen te zijn. Hij had niet ’s nachts in Philips auto gereden. Als er een deuk achter het portier zat, had iemand anders de stationwagon zeker gestolen. Ja, hij was die nacht van huis weggelopen, maar hij had geen geld gestolen. Violet vergiste zich, waarschijnlijk had ze het uitgegeven of verkeerd geteld. Marks verontwaardigde ontkenningen waren vreemd irrationeel. Alleen als hij met een direct bewijs werd geconfronteerd, bekende hij schuld. Als je erop terugkijkt was alles wat Mark deed akelig voorspelbaar, maar we keken toentertijd geen van allen terug, en hoewel zijn gedrag volgens een cyclus verliep, waren we niet helderziend. We konden de dag van zijn rebellie niet voorspellen.
Mark was een raadsel dat op verschillende manieren kon worden uitgelegd. Het kwam me voor dat er twee manieren waren om zijn gedrag te begrijpen, die allebei een vorm van dualisme betroffen. De eerste was manicheïstisch. Marks dubbele leven was een slinger die tussen licht en donker heen en weer zwaait. Een deel van hem wilde echt zijn best doen. Hij hield van zijn ouders en zijn vrienden, maar hij werd met regelmatige tussenpozen overvallen door plotselinge impulsen, waar hij aan toegaf.“

 

 

 

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

Lees meer...

Dmitri Lipskerov, Thomas Brasch, Carson McCullers, Alfredo Bryce Echenique, Björn Kuhligk

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008 en ook mijn blog van 19 februari 2009 en ook mijn blog van 19 februari 2010.

 

Uit: Le Dernier Rêve de la Raison

 

„Ilya disposait aussi d’un petit local supplémentaire, où l’on entreposait toutes sortes d’outils pour travailler les différentes espèces de poissons — des couteaux pour racler les écailles les plus résistantes, des crochets en fer forgé où l’on suspendait des poissons aux dimensions particulièrement imposantes, qui avaient été légèrement salés par le Tatare sur toute leur longueur, selon une recette unique, une recette qu’il avait inventée lui-même dans sa jeunesse, désormais bien lointaine, dans la Crimée couverte de pêchers, au bord de la mer Noire... Si l’on ouvrait le ventre d’un tel colosse avec une lame tranchante, les yeux du client enthousiasmé voyaient apparaître une chair d’un rouge très tendre, plutôt grasse, et de ce fait, d’un jaune translucide sur les bords, accrochée à de molles arêtes blanches. Il était rare, le client qui restait indifférent à un tel spectacle ; en général, il se mettait aussitôt à saliver et achetait un morceau de la délicatesse pour ses bambins, tout en se représentant la chair fine et tendre, étalée tel un drapeau rouge sur une tranche de pain de mie français enduite de beurre fondu. Au-delà, son imagination lui promettait une tasse de café crème et le mélange de sensations gustatives, sucrées et légèrement salées, si agréables pour commencer un dimanche ensoleillé.

Ilya le Tatare n’était pas propriétaire, même s’il travaillait dans une coopérative, mais il gérait son affaire en patron, prenait soin de son comptoir comme s’il lui avait appartenu, et le lavait à la fin du service au moyen d’un chiffon propre, veillant tout particulièrement à ce que l’odeur de poisson n’empire pas et n’effraie pas le client, le lendemain matin, en lui donnant l’impression que les

produits étaient avariés.“

 

 

 

Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

 

Lees meer...

Kay Boyle, Wolfgang Fritz, Yuri Olesha, André Breton, Paul Zech, Mark Prager Lindo, Heinrich L. Wagner

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Kay Boyle werd geboren op 19 februari 1902 in Saint Paul, Minnesota. ook mijn blog van 19 februari 2009 en ook mijn blog van 19 februari 2010. 

 

 

Monody to the Sound of Zithers

 

I HAVE wanted other things more than lovers … 

I have desired peace, intimately to know 

The secret curves of deep-bosomed contentment, 

To learn by heart things beautiful and slow. 

 

Cities at night, and cloudful skies, I’ve wanted;         

And open cottage doors, old colors and smells a part; 

All dim things, layers of river-mist on river— 

To capture Beauty’s hands and lay them on my heart. 

  

I have wanted clean rain to kiss my eyelids, 

Sea-spray and silver foam to kiss my mouth.         

I have wanted strong winds to flay me with passion; 

And, to soothe me, tired winds from the south. 

 

These things have I wanted more than lovers … 

Jewels in my hands, and dew on morning grass— 

Familiar things, while lovers have been strangers.         

Friended thus, I have let nothing pass.

 

 

 

 

Kay Boyle (19 februari 1902 – 27 december 1992)

 

Lees meer...

18-02-11

80 Jaar Toni Morrison, Nick McDonell, Bart FM Droog, Huub Beurskens, Elke Erb, Gaston Burssens, Níkos Kazantzákis

 

80 Jaar Toni Morisson

 

De Afro-Amerikaans schrijfster Toni Morrison werd geboren op 18 februari 1931 in Lorain, Ohio. Zie ook mijn blog van 18 februari 2007 en ook mijn blog van 18 februari 2009 en ook mijn blog van 18 februari 2010. Toni Morisson viert vandaag haar 80e verjaardag.

 

Uit: The Bluest Eye

 

Nuns go by as quiet as lust, and drunken men and sober eyes sing in the lobby of the Greek hotel. Rosemary Villanucci, our next-door friend who lives above her father's cafe, sits in a 1939 Buick eating bread and butter. She rolls down the window to tell my sister Frieda and me that we can't come in. We stare at her, wanting her bread, but more than that wanting to poke the arrogance out of her eyes and smash the pride of ownership that curls her chewing mouth. When she comes out of the car we will beat her up, make red marks on her white skin, and she will cry and ask us do we want her to pull her pants down. We will say no. We don't know what we should feel or do if she does, but whenever she asks us, we know she is offering us something precious and that our own pride must be asserted by refusing to accept.
School has started, and Frieda and I get new brown stockings and cod-liver oil. Grown-ups talk in tired, edgy voices about Zick's Coal Company and take us along in the evening to the railroad tracks where we fill burlap sacks with the tiny pieces of coal lying about. Later we walk home, glancing back to see the great carloads of slag being dumped, red hot and smoking, into the ravine that skirts the steel mill. The dying fire lights the sky with a dull orange glow. Frieda and I lag behind, staring at the patch of color surrounded by black. It is impossible not to feel a shiver when our feet leave the gravel path and sink into the dead grass in the field.
Our house is old, cold, and green. At night a kerosene lamp lights one large room. The others are braced in darkness, peopled by roaches and mice. Adults do not talk to us -- they give us directions. They issue orders without providing information. When we trip and fall down they glance at us; if we cut or bruise ourselves, they ask us are we crazy. When we catch colds, they shake their heads in disgust at our lack of consideration. How, they ask us, do you expect anybody to get anything done if you all are sick? We cannot answer them. Our illness is treated with contempt, foul Black Draught, and castor oil that blunts our minds.“

 

 

 

Toni Morrison (Lorain, 18 februari 1931)

 

 

Lees meer...

75 Jaar Jean M. Auel, Mór Jókai, Hedwig Courths-Mahler, Alexander Kielland, Audre Lorde, Wallace Stegner

 

75 Jaar Jean M. Auel

De Amerikaanse schrijfster Jean Marie Auel werd geboren op 18 februari 1936 in Chicago. Zie ook mijn blog van 18 februari 2007 en ook mijn blog van 18 februari 2008 en ook mijn blog van 18 februari 2009 en eveneens mijn blog van 18 februari 2010. Jean M. Auel viert vandaag haar 75e verjaardag. 

 

Uit: The Land of Painted Caves

 

The band of travelers walked along the path between theclear sparkling water of Grass River and theblack-streaked whitelimestone cliff, following the trail that paralleled the right bank. They went single fi le around the bend where the stone wall jutted out closerto the water’s edge. Ahead a smaller path split off at an angletowardthe crossing place, where the fl owing water spread out and becameshallower, bubbling around exposed rocks.Before they reached the fork in the trail, a young woman near thefront suddenly stopped, her eyes opening wide as she stood perfectly still, staring ahead. She pointed with her chin, not wanting to move.“Look! Over there!” she said in a hissing whisper of fear. “Lions!”Joharran, the leader, lifted his arm, signaling the band to a halt. Justbeyond the place where the trail diverged, they now saw  pale-tawny cave lions moving around in the grass. The grass was such effectivecamoufl age, however, that they might not have noticed them untilthey were much closer, if ithadn’t been for the sharp eyes of Thefona.The young woman from the Third Cave had exceptionally good vi-sion, and though she was quite young, she was noted for her ability tosee far and well. Her innate talent had been recognized early and they had begun training her when she was a small girl; she was their bestlookout.Near the back of the group, walking in front of three horses, Aylaand Jondalar looked up to see what was causing the delay.“

 

 

 

Jean M. Auel (Chicago,  18 februari 1936)

 

 

Lees meer...