09-03-11

Peter Zantingh

 

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard en is tegenwoordig Utrechter. Hij studeerde Small Business in Alkmaar en Digitale Communicatie in Utrecht. Zantingh werkt mee aan nieuwswebsite nrc.nl en nrcnext.nl, lifestyleblogs iPhoneclub en iPadClub, online cultuurmagazine 8WEEKLY, Lowlandssite Lowlove en wielrenblog Het Is Koers. Ondertussen schrijft hij aan zijn debuutroman (werktitel Een uur en achttien minuten) bij uitgeverij De Arbeiderpers.

 

Twee sleuteltjes

 

In mijn brievenbus zat een envelop. Ik maakte hem open en vond alleen twee sleuteltjes. Geen brief, geen adressering, alleen het logo van een bedrijf dat ik niet kende. Ik googlede het, maar werd er niet wijzer van. Het waren gekke sleuteltjes. Niet van een deur of een fiets, maar van iets ongewoners, iets mysterieus. Ik bekeek ze en dacht na. Dit kon natuurlijk twee kanten op.

Eén: ik was zojuist in een Bassie en Adriaan-achtig verhaal terecht gekomen. Deze sleuteltjes zouden me leiden naar kleine briefjes met cryptische aanwijzingen. Ik zou zoiets als “daar waar Utrecht hoog is, maar onopgeleid” ontcijferen en onder de Domtoren de volgende aanwijzing vinden. Daarna kwam de rest van Europa aan de beurt. Overal waren er mannen die op twintig meter afstand toekeken, lange grijze jassen met antennes. Misschien waren er zelfs camera’s, dus ik moest vanaf nu veel grappige dingen zeggen en oppassen waar ik naar keek op internet.

We hebben je moeder. Ze heeft nog maar negen nagels.

Twee: schurken hadden het op mijn moeder voorzien. Ze hadden, door mij langere tijd nauwlettend te volgen, gezien dat ik een LCD-televisie had en vaak luxe taartjes kocht bij de Albert Heijn. Ze hadden de indruk gekregen dat ik rijk was en logischerwijs mijn moeder ontvoerd om losgeld te kunnen eisen. Er zou een race tegen de klok beginnen, langs kluisjes, postvakjes en andere sloten, een oneerlijke zoektocht waarin ik constant achter de feiten aanliep. Ze zouden me altijd een stap voor zijn. Ik vond het ook vervelend dat ze me anoniem zouden opbellen om gemene dingen te zeggen. “We hebben je moeder. Ze heeft nog maar negen nagels.”

Wat waren mijn opties? Ik kon geen actie ondernemen; er was teveel onduidelijkheid over de herkomst en bedoeling van de twee sleuteltjes. Ik zou moeten wachten op meer aanwijzingen voordat ik wist in welk avontuur ik de hoofdrol speelde.

Of zou ik hiermee de verwarming kunnen ontluchten? Dat probeerde ik en ach, verdomd, dat lukte.

Geen avontuur, en dat voelde toch wel vreemd. Als een meisje dat bang is dat ze zwanger is en als dan blijkt dat ze het niet is, mist ze toch haar kindje. Toch was ik ook wel blij dat alles goed ging met mijn moeder.

 

 

Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

 

12:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peter zantingh, romenu |  Facebook |

08-03-11

Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, John McPhee, Harry Thürk, Heinar Kipphardt

 

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook mijn blog van 8 maart 2007 en ook mijn blog van 8 maart 2008 en ook mijn blog van 8 maart 2009 en ook mijn blog van 8 maart 2010.

 

Üit: Spotvogel 

 

Het is tijd voor mijn geest om te ruien. Er valt veel te zeggen voor het schrijven met een veerpen, hoe geaffecteerd ook: met dode veren brengt men woorden tot leven. Hopelijk zichzelf ook. Het is tijd voor mij om hier, in dit berglandschap, vlak bij een rivier en de zee, te schrijven. Ik denk woorden te hebben gevonden, waaronder gedachten schuilen en niet enkel de wind die mijn geest zo lang heeft doorblazen.’

(...)

 

‘En als de avond als een bonte griffioen de manen liet neerhangen en op een bloederige ruïneuze horizon de zon verslond en nadat de donkerten als de hengsten van Yamm, de god van de oceaan, kwamen aangalopperen, de sterren als schuim opwierpen, wist Marfisa uit huis te sluipen en dicht tegen de muur gedrukt naar de ingang van de moskee te rennen, haar hart zo snel en luid kloppend dat het leek alsof de rossen van de nacht weer waren gewekt.’

(...)

 

‘Hoe ver in de tijd dit ook heeft afgespeeld, hoe miskleurig het geheugen mijn verhaal ook moge hebben opgepronkt met geleende kleuren: dit gebeurde in het land waar ik geboren werd en waar ik het liefst vertoefde, en dat land, mijn enige en lieve lezeres, is niet Marokko, maar een land in het Noorden, waar, zoals Plinius zei, de bomen onder de rivieren groeien – een Moerasland, een Houtland, een Neder Land.’

 

 


Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

 

Lees meer...

Mouloud Feraoun, Juana de Ibarbourou, Eric Linklater, Jan Potocki, Dominic Angeloch

 

De Algerijnse schrijver Mouloud Feraoun werd geboren op 8 maart 1913 in het bergdorp Tizi Hibel, Kabylie. Zie ook mijn blog van 8 maart 2010.

 

Uit: Journal 1955-1962

 

"N’ai-je pas écrit tout ceci au jour le jour, selon mon état d’âme, mon humeur, selon les circonstances, l’atmosphère créée par l’événement et le retentissement qu’il a pu avoir dans mon cœur ? Et pourquoi ai-je ainsi écrit au fur et à mesure si ce n’est pour témoigner, pour clamer à la face du monde la souffrance et le malheur qui ont rôdé autour de moi ? Certes, j’ai été bien maladroit, bien téméraire, le jour où j’ai décidé d’écrire, mais autour de moi qui eût voulu le faire à ma place et aurais-je pu rester aveugle et sourd pour me taire et ne pas risquer d’étouffer à force de rentrer mon désespoir et ma colère ? Et maintenant que c’est fait, que tout est là, consigné, bon ou mauvais, vrai ou faux, maintenant que nous entrevoyons la fin du cauchemar, faudra-il garder tout ceci pour moi ?
(…)Je sais combien il est difficile d’être juste, je sais que la grandeur d’âme consiste à accepter l’injustice pour éviter soi-même d’être injuste, je connais, enfin, les vertus héroïques du silence. Bonnes gens, j’aurais pu mourir, depuis bientôt dix ans, dix fois j’ai pu détourner la menace, me mettre à l’abri pour continuer de regarder ceux qui meurent. Ceux qui ont souffert, ceux qui sont morts pourraient dire des choses et des choses. J’ai voulu timidement en dire un peu à leur place. Et ce que j’en dis, c’est de tout cœur, avec ce que je peux avoir de discernement et de conscience" (17 août 1961).
 

 

 


Mouloud Feraoun (8 maart 1913 – 15 maart 1962)

 

Lees meer...

A. Marja

 

De  Nederlandse schrijver A. Marja (pseudoniem van Arend Theodoor Mooij werd geboren in Oude Leije op 8 maart 1917. In 1924 verhuisde het gezin Mooij naar Winschoten, waar Marja van 1930 tot 1936 de christelijke hbs bezocht. In 1934 ontmoette hij de dichter in de dop Koos Schuur, met wie hij tot zijn dood nauw bevriend zou blijven. Onder invloed van een leraar Duits publiceerde Marja, nog onder zijn eigen naam, op 2 februari 1935 een gedicht in Volk en Vaderland.  A. Marja debuteerde in 1937 met de dichtbundel “Stalen op zicht”. Zijn enige roman “Snippers op de rivier” beleefde vijf herdrukken en werd door critici bejubeld. Marja wordt door sommigen tot de Groninger School gerekend. Marja maakte furore met zijn 'practical jokes', rigoureuze grappen die hij uithaalde met collega-dichters en schrijvers, die hem niet altijd in dank werden afgenomen. Zijn biografie kenmerkt zich door ongeluk: hij kon van zijn scheppend werk niet leven, had moeite met het behouden van een vaste baan, hertrouwde tweemaal en had al vroeg hartklachten en diabetes. In oktober 2008 zorgden een heruitgave van Snippers op de rivier, een bloemlezing uit de gedichten van A. Marja en een speciale aflevering van het literaire tijdschrift Tzum voor een revival.

 

 

Een psychiater

 

Soms als er iemand op zijn divan ligt
zich los te kronkelen uit een neurose,
begint hij aan zijn binnenkant te blozen
om wat er gaapt tussen zijn overwicht

en 't knaapje dat nog altijd in hem leeft
met spillebenen, lokken, meide-kleren
en, later, dat hardnekkig masturberen
waarvan zijn moeder nooit geweten heeft.

De angst dat al die anderen 't begrijpen
kan af en toe nog zijn testikels knijpen,
maar laat hem los zodra hij spreekuur heeft.

Alleen die blos – omdat wie tot hem komen
niet weten hoe de droesem hunner dromen
cement wordt waarmee hij zijn vesting bouwt.

 

 

 

Een dorp

 

De groenbemoste boerenhuizen keren
beminnelijk hun mesthoop naar de straat,
waar zich de dorpsjeugd tracht te amuseren
en men op zondag statig kerkwaarts gaat.

 

Het hart, bedolven onder zoveel kleren,
houdt regelmaat, ook als het feller slaat:
wie hier zijn heilsleer tracht te propageren
ruikt mest en kent weer 's mensen aardse staat.

 

Ik rijd er rond en denk: de jaren kwamen
en gingen weer, zij waren matig boos
of matig goed; een vaag gerucht van namen


bleef zelfs wel de oorlog hier – maar na een poos
zie ik een bouwval met verwoeste ramen:
de synagoge, zin- en waardeloos.

 

 

 


A. Marja (8 maart 1917 – 10 januari 1964)

08:07 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: a. marja, romenu |  Facebook |

07-03-11

Bret Easton Ellis, Jürgen Theobaldy, Georges Perec, Milo Dor, Reinhard Kaiser

 

De Amerikaanse schrijver Bret Easton Ellis werd geboren op 7 maart 1964 in Los Angeles. Zie ook mijn blog van 7 maart 2007 en ook mijn blog van 7 maart 2008. en ook mijn blog van 7 maart 2009 en ook mijn blog van 7 maart 2010.

 

Uit: De Figuranten (Vertaald door Johannes Jonkers)

 

„Ze hadden een film over ons gemaakt. De film was gebaseerd op een boek dat geschreven was door iemand die wij kenden. Het boek was een niemendalletje over vier weken in de stad waarin we zijn opgegroeid en was grotendeels een accuraat portret. Het werd als fictie bestempeld, maar er waren slechts een paar details gewijzigd en onze namen waren niet veranderd en er stond niets in wat niet was gebeurd. Er was bijvoorbeeld echt een snuffmovie gedraaid in die slaapkamer in Malibu op een middag in januari, en ja, ik was het terras op gelopen dat uitkeek op de Stille Oceaan, waar de schrijver me probeerde te troosten door me te verzekeren dat het geschreeuw van de kinderen die gemarteld werden nep was, maar hij zei het glimlachend en ik moest me afwenden. Andere voorbeelden: mijn vriendin had inderdaad een coyote overreden in de canyons onder Mulholland, en een diner op kerstavond met mijn familie bij Chasen’s waarover ik terloops bij de auteur had geklaagd, was getrouw weergegeven. En er was echt een meisje van twaalf door een groep verkracht – ik was erbij in die kamer in West Hollywood, samen met de schrijver, die in het boek alleen een vage weerzin van mijn kant vermeldde en niet accuraat beschreef hoe ik me die avond werkelijk voelde – de geilheid, de schok, hoe bang ik was voor de schrijver, een blonde en geïsoleerde jongen op wie mijn toenmalige vriendin half verliefd was geworden. Maar de schrijver zou haar liefde nooit helemaal beantwoorden, omdat hij zo opging in zijn eigen passiviteit dat hij de door haar gewenste klik niet kon maken, en daarom had ze zich op mij gericht, maar toen was het al te laat, en omdat de schrijver niet kon uitstaan dat ze zich op mij had gericht, werd ik de mooie en versufte verteller, niet in staat tot liefde of vriendelijkheid. Zo werd ik de beschadigde partyboy die met een bloedneus door de wrakstukken zwierf en vragen stelde die geen antwoord behoefden. Zo werd ik de jongen die overal de ballen van snapte. Zo werd ik de jongen die naliet een vriend te redden. Zo werd ik de jongen die niet van het meisje kon houden.“


 

 

 

Bret Easton Ellis (Los Angeles, 7 maart 1964)

 

Lees meer...

Abe Kōbō, Manuel del Cabral, Jan Frederik Helmers, Manfred Gregor, Alessandro Manzon

 

De Japanse schrijver Abe Kōbō werd geboren op 7 maart 1924 in Tokyo. Zie ook mijn blog van 7 maart 2007 en ook mijn blog van 7 maart 2008 en ook mijn blog van 7 maart 2009 en ook mijn blog van 7 maart 2010.

 

Uit: The ruined map (Vertaald door E. Dale Saunders)

 

„On the left was a sharp rise with a high protective wall of stone blocks piled on top of each other. On the right was an almost perpendicular cliff, set off from the street by a minimally low guardrail and a ditch. I saw the drawn, pale face of the boy: he came sliding and tumbling down, as if he were holding the guardrail under his arm. My heart leapt thumping to my throat. I started to open the window with the thought of scolding the boy, but I flinched at the reproachful looks which the women cast at me. It would be easier to let him go on by, I supposed. It would be ridiculous if by agitating the women I found myself in the position of having to take responsibility for the boy's bruises. Nothing would jeopardize my situation more than their trumping up some story against me. I had to be without blemish for the present, at least around here.

I stepped on the accelerator. The car barely moved, and there was the smell of burning rubber. Suddenly the curve was there. The colors of the women, clustered around the boy who had missed death with neither loss of blood nor broken bones, flew to the side of my rear-view mirror, and clear sky appeared like the surface of a Braun tube after the picture has disappeared. The stretch of road was flat, and a small bus station lay in a wide space carved out of the hillside. There were benches with roofs to ward off the rain, a public telephone, and even a drinking fountain beside a brick enclosure that perhaps was a flower bed in summer.“

 

 


Abe Kōbō (7 maart 1924 – 22 januari 1993)

 

 

Lees meer...

06-03-11

Gabriel García Márquez, Günter Kunert, Elizabeth Barrett Browning, Stéphane Hoffmann, Teru Miyamoto, Nicolas Bouvier

 

De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez werd op 6 maart 1928 in de kustplaats Aracataca geboren. Zie ook mijn blog van 6 maart 2007 en ook mijn blog van 6 maart 2008 en ook mijn blog van 6 maart 2009 en ook mijn blog van 6 maart 2010.

Uit:  Die Erzählungen von Gabriel Garcia Marquez 
(Die dritte Entsagung, vertaald door
Curt Meyer-Clason)

Da war wieder dieser Lärm. Jener kalte, schneidende, senkrechte Lärm, den er schon so gut kannte; der sich jetzt aber als scharf und schmerzhaft erwies, als sei er ihm von einem Tag auf den anderen ungewohnt geworden.
Der Lärm kreiste in seinem leeren Schädel, dumpf und stechend. Eine Wabe hatte sich in den vier Wänden seiner Gehirnschale gebildet. Sie wuchs zunehmend in aufeinanderfolgenden Spiralen und schlug drinnen und ließ seine Wirbelsäule erzittern, unmäßig und misstönend, im sicheren Rhythmus seines Körpers. Etwas war in seinem stofflichen Aufbau eines festgefügten Menschen aus der Ordnung geraten; etwas, das »bei den anderen Malen« normal funktioniert hatte und nun in seinem Kopf hart und trocken hämmerte, mit den Knochen einer abgezehrten Hand hämmerte und ihn an alle bitteren Empfindungen des Lebens erinnerte. Er fühlte den animalischen Drang, die Fäuste gegen die blauen, vom Druck des verzweifelten Schmerzes violett angeschwollenen Adern seiner Schläfen zu pressen. Er hätte den Lärm, der den Augenblick mit seiner scharfen Diamantspitze durchbohrte, zwischen seinen beiden empfindlichen Handflächen orten mögen. Mit der Bewegung einer Hauskatze zogen sich seine Muskeln zusammen, als er sich vorstellte, wie er durch die gepeinigten Winkel seines fieberzerfetzten heißen Kopfes verfolgt wurde. Er würde ihn gleich einholen. Nein. Der Lärm hatte ein glattes, fast unberührbares Fell.

Aber er war entschlossen, ihn dank seiner gut geübten Strategie einzuholen und mit der ganzen Kraft seiner Verzweiflung lange und endgültig zu zerquetschen. Er würde nicht zulassen, dass er nochmals in sein Ohr dränge, dass er durch seinen Mund entweiche, durch jede einzelne seiner Poren oder durch seine Augen, die dabei aus den Höhlen treten und dem fliehenden Lärm aus der Tiefe ihrer ausweglosen Dunkelheit blind nachschauen würden.“ 

 

 

 

Gabriel García Márquez (Aracataca,  6 maart 1928)

 

Lees meer...

Jan Kjærstad, Michelangelo, Elisabeth Castonier, Johan Bojer, Stanisław Jerzy Lec , Victoria Benedictsson, Cyrano de Bergerac, Luigi Alamanni

 

De Noorse schrijver Jan Kjærstad werd geboren op 6 maart 1953 in Oslo. Zie ook mijn blog van 6 maart 2007 en ook mijn blog van 6 maart 2009 en ook mijn blog van 6 maart 2010

 

Uit: The Conquerer (Vertaald door Barbara J. Haveland) 

 

„I—the Professor—do not know whether or not to call this the irony of fate. Jonas Wergeland escaped disaster that time, but nothing could save him from the media earthquake triggered by his arrest and later trial—not surprisingly perhaps, seeing that Wergeland himself was the instigating factor. The public hoped, of course, for as long as they could, hoped that something was wrong, that someone,

somewhere had made a terrible and most unfortunate mistake. Rumour had it that Jonas Wergeland remained silent—and, others added, unmoved—and he refused to make any sort of statement to the police. He had accepted the lawyer appointed to defend him without demur and would not hear of engaging one of the big-time lawyers whom Daniel was sure would be able to help him.

I think everyone, including myself, awaited the trial in such a state of suspened to occupy the highly respected post of consultant physician.

“Do you know what the most surprising thing of all is?” my guest asked on the fourth evening on which she visited me, clad in her usual elegant black and as earnest as always. “The most surprising part

of all this washing of dirty laundry in public was one question that was never asked.

Obviously because it had nothing to do with the case. And yet it gets to the very nub of the matter. Because, if it were true that Jonas Wergeland possessed all those failings and evil inclinations, how could a whole nation fall under his spell? And that being the case, does this not say everything

about Norway, the cultural level of this country in the last decade before the millennium? That such an individual could wangle his way to such enormous power and popularity, I mean?” pense that you would have thought the honour of Norway was at stake.“

 

 


Jan Kjærstad (Oslo,  6 maart 1953)

 

 

Lees meer...

Clark Accord

 

De Surinaamse schrijver Clark Accord werd op 6 maart 1961 geboren in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo. Op zijn zeventiende vertrok hij naar Nederland, waar hij achtereenvolgens werd opgeleid tot verpleegkundige en visagist. Hij bleef betrokkenheid houden met zijn thuisland. In 2000 richtte hij in Suriname een stichting op voor de verstrekking van maaltijden aan hulpbehoevenden. Hij verwierf bekendheid in 1999 met zijn roman De koningin van Paramaribo, over de Surinaamse prostituee Maxi Linder. Het debuut van Accord ging ruim 100.000 keer over de toonbank, beleefde dertig drukken en verscheen ook in Duitsland, Spanje, Latijns-Amerika en Finland. Het verhaal werd bewerkt tot een toneelstuk en de filmrechten zijn verkocht. In januari 2005 verscheen zijn tweede roman: Tussen Apoera en Oreala. In februari 2007 verscheen Bingo!. Daarnaast schreef hij columns en artikelen voor tijdschriften en kranten zoals Elsevier, Het Parool, Linda en Marie-Claire.

 

Uit: De koningin van Paramaribo

 

„Aan het eind van de schaars verlichte nauwe gang vond hij de trap die naar boven voerde. Zijn stappen klonken gedempt op het met bloemen gedecoreerde gele linoleum. Onzeker zette hij zijn voeten van de ene tree op de volgende. Hij kwam terecht in een aangenaam ingerichte voorzaal. In tegenstelling tot die van de meeste hoeren werd Maxi's woning verlicht door gaslampen en niet door de gebruikelijke kokolampu. Hij hoefde zich geen zorgen te maken dat hij vanavond thuis zou komen met de geur van verbrande olie in zijn kleding...     Het grote mahoniehouten bed nam bijna de gehele kamer in beslag. Aan het voeteneinde stond een manshoge spiegel. Langs de muur tegenover het raam hingen verschillende jurken keurig aan hangers - door hun veelal felle kleuren gaven ze de muur een bont aanzicht. Op de kaptafel lag het assortiment potjes, tubes en flesjes zoals iedere vrouw zich dat wenste: Yarley lavendel, Peggy Sage-nagellak, Eau de quinine, Radiant Rose-poeder, Sweetheart-poeder, Ruby Red-lipstick en Casanova-cream boden door hun verscheidenheid aan kleur en verpakking een feestelijke aanblik. Naast de kaptafel hing een zwartwitfoto van een stralend lachende Maxi Linder, met haar witte poedel voor het hek van de Hervormde kerk aan het kerkplein.

Maxi Linder zat op een met rood fluweel beklede chaise longue. Op de grond ervoor lagen haar twee honden als wattenbollen behaaglijk tegen elkaar aan te slapen. Maxi's ogen waren zorgvuldig en beheerst opgemaakt en de lipstick op haar volle mond had de kleur van rijpe kersen. Op een paar rode opengewerkte lakschoenen en een uit drie rijen bladgouden rozen bestaand collier na was ze naakt. Ze had haar knieën tot aan haar borsten opgetrokken.“

 

 

 


Clark Accord (Paramaribo, 6 maart 1961)

08:37 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: clark accord, romenu |  Facebook |

05-03-11

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Danny King, Nelly Arcan, Jean Orizet, Leslie Marmon Silko

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2008 en ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

 

The Best of Youth

Lord, we are alone you call on us no more.
Year after year, day after day You look on us no more!
Darkness on our side and splendor on your side,
for our sins you feel neither anger nor compassion.
for thirty centuries, nothing, nothing has changed:
nations have united so, united, they wage wars
but our misery's the same as everybody's misery
and only You know how to sort out good from bad!
Work days, dead days! She pushes the wheel barrow
by the railroad tracks then towards the quiet square
and stops in front of the almost-finished staircase
where it crunches the stones baked by the sun.
The gates are shut, two trucks are parked
near the cement slag, flanked by dead bushes
and the old lady pushes the wheel barrow
while holding the tips of a scarf with her teeth.
A young man sits down to blow on his harmonica,
another younger one with horse whip in his hand
feeds hay to his charge then follows his friends
who are dancing carefree by the stands.
They sing, a bit drunk, by early morning
and wear their red hankies around the neck.
Hoarsely they order four liters of wine
and coffee for the girls who are silent and sad.
Come on, trains, take these singing youths
dressed in white shirt and English blazers.
Come on, trains, take them so very far away
roaming the earth to see what they have lost here.
Trains everywhere scatter these once happy men,
They will not laugh when leaving home forever.

 

 

 

Vertaald door Adeodato Piazza Nicolai 

 

 

 

 

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

Straatkunst in Rome

 

 

Lees meer...

Frank Norris, Fritz Usinger, Friedrich Schnack, Ennio Flaiano, Moritz Carrière, Karl August Timotheus Kahlert

 

De Amerikaanse schrijver Frank Norris werd geboren op 5 maart 1870 in Chicago. Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

Uit: The Pit 

 

„Chicago, the great grey city, interested her at every instant and under every condition. As yet she was not sure that she liked it; she could not forgive its dirty streets, the unspeakable squalor of some of its poorer neighbourhoods that sometimes developed, like cancerous growths, in the very heart of fine residence districts. The black murk that closed every vista of the business streets oppressed her, and the soot that stained linen and gloves each time she stirred abroad was a never-ending distress.  

    But the life was tremendous.  All around, on every side, in every direction the vast machinery of Commonwealth clashed and thundered from dawn to dark and from dark till dawn.  Even now, as the car carried her farther into the business quarter, she could hear it, see it, and feel in her every fibre the trepidation of its motion.  The blackened waters of the river, seen an instant between stanchions as the car trundled across the State Street bridge, disappeared under fleets of tugs, of lake steamers, of lumber barges from Sheboygan and Mackinac, of grain boats from Duluth, of coal scows that filled the air with impalpable dust, of cumbersome schooners laden with produce, of grimy rowboats dodging the prows and paddles of the larger craft, while on all sides, blocking the horizon, red in color and designated by Brobdignag letters, towered the hump-shouldered grain elevators.

    Just before crossing the bridge on the north side of the river she had caught a glimpse of a great railway terminus.  Down below there, rectilinear, scientifically paralleled and squared, the Yard disclosed itself.  A system of grey rails beyond words complicated opened out and spread immeasurably. Switches, semaphores, and signal towers stood here and there.  A dozen trains, freight and passenger, puffed and steamed, waiting the word to depart.  Detached engines hurried in and out of sheds and roundhouses, seeking their trains, or bunted the ponderous freight cars into switches; trundling up and down, clanking, shrieking, their bells filling the air with the clangour of tocsins.  Men in visored caps shouted hoarsely, waving their arms or red flags; drays, their big dappled horses, feeding in their nose bags, stood backed up to the open doors of freight cars and received their loads.“

 

 


Frank Norris (5 maart 1870 – 25 oktober 1902)

 

Lees meer...

Jurre van den Berg

 

De Nederlandse dichter Jurre van den Berg werd geboren in Thesinge op 5 maart 1986. Hij debuteerde officieel als dichter in het voorjaar van 2009 met de bundel Binnenvaart.In 2007 ontving hij het Hendrik de Vriesstipendium van de gemeente Groningen voor zijn poëzieproject ‘Ter verlichting van een naam’, een areligieuze, hedendaagse beschouwing op de taal en thematiek van het bijbelboek Job. Ook de gedichten die hier uit voortkwamen zijn in de reeks ‘Wij zijn hier pas sinds gisteren’ in Binnenvaart opgenomen. Tijdens het collegejaar 2005-2006 was Jurre van den Berg huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen. De gedichten die hij in deze functie schreef werden samen met andere verzen gebundeld in Avondkikkers.

 

 

HERFST

Ik was vergeten hoe de regen
de straten kon spoelen.

Naar boven kijken en grijs goud
zien eten, het land ligt reeds
begraven onder verwaaide paraplu's.

Ik was vergeten hoe de regen.

Wat geweest is, dat het terug komt
en niet los laat, storm niet uitraast.
Het land ligt reeds begraven.

Als ik denk dat het voorbij is zoals
onder herfstkastanjes na de regen.

Het is droog maar de wind
waait druppels van het blad.

 

 

 

Jurre van den Berg (Thesinge, 5 maart 1986)

11:22 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jurre van den berg, romenu |  Facebook |

04-03-11

Kristof Magnusson, Khaled Hosseini, Robert Kleindienst, Irina Ratushinskaya, J. Rabearivelo

 

De Duitse schrijver Kristof Magnusson werd geboren op 4 maart 1976 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009 en ook mijn blog van 4 maart 2010.

 

Uit: Summer of Love (Vertaald door Mike Mitchell)

 

“Outside my window a lemon tree is steaming in the rising heat. Eyes closed, I feel all over the large mattress, although I know there’s no one else there. I’m lying in bed in a hotel room in California reading about Australia in a guidebook. The trip round the world was the idea of the head of personnel who appointed me. For the first three months, he said, my position was free, after all the stress of the examinations I could take time out to live a little, to see something of life. The next day I paid three thousand marks for an air ticket with the words ‘Hamburg — London — New York — San Francisco — Hong Kong — Bombay — Hamburg’ printed on it in slightly smudged red ink. I’d already ticked off London, New York and San Francisco, I hadn’t seen anything of life there. To me the red double-decker buses, yellow taxis and cable cars looked like poor, dirty copies of the double-deckers, taxis and cable cars I knew from films. In each place I stayed one night and flew on, only in San Francisco did I stay two nights, because I had a hotel room with cable TV. I began to get accustomed to things, bought a second deodorant, a rather sweet-smelling one by Jean Paul Gaultier, which I used for my left armpit. For the right one I continued to use the Hugo by Boss which I’d bought for my job interview. It was fun being able to distinguish left and right, port and starboard, the two halves of this body that was to carry me through the world, by smell. On the fifth day of my trip round the world I hired a bicycle and rode across the red bridge and out of the city. Soon I had no idea where I was any more. I was riding through pinewoods along a country road with no markings and which wasn’t on my map. Coming round a curve, a village suddenly leapt out at me. It was simply there; without there having been any signposts or a board with the name, there were wooden houses in front of me with blue scraps of sea hung between them. I rode past a filling station with Save the Rainforest banners hanging out of the windows. Shortly after that I stopped and asked a man, who was sitting in the sun outside a house with paintings on the walls, where I could buy something to drink. The man had long grey hair and his beard was spattered with flecks of colour. He asked me how I liked his wall painting and pointed over his shoulder: animals, naked people and pink clouds, with flowers in all the colours of the rainbow twined round them. Above it was written: 30 Years Summer of Love 1967-1997.”

 

 

 

Kristof Magnusson (Hamburg, 4 maart 1976)

 

 

Lees meer...

Alan Sillitoe, Annette Seemann, F. W. Bernstein, Giorgio Bassani, Bernardo Ashetu

 

De Engelse schrijver Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009 en ook mijn blog van 4 maart 2010.

 

Uit: The Loneliness of the Long-Distance Runner

 

„As soon as I got to Borstal they made me a long-distance cross-country runner. I suppose they thought I was just the build for it because I was long and skinny for my age (and still am) and in any case I didn't mind it much, to tell you the truth, because running had always been made much of in our family, especially running away from the police. I've always been a good runner, quick and with a big stride as well, the only trouble being that no matter how fast I run, and I did a very fair lick even though I do say so myself, it didn't stop me getting caught by the cops after that bakery job.
You might think it a bit rare, having long-distance cross-country runners in Borstal, thinking that the first thing a long-distance cross-country runner would do when they set him loose at them fields and woods would be to run as far away from the place as he could get on a bellyful of Borstal slumgullion-but you're wrong, and I'll tell you why. The first thing is that them bastards over us aren't as daft as they most of the time look, and for another thing I'm not so daft as I would look if I tried to make a break for it on my long-distance running, because to abscond and then get caught is nothing but a mug's game, and I'm not falling for it. Cunning is what counts in this life, and even that you've got to use in the slyest way you can; I'm telling you straight: they're cunning, and I'm cunning. If only 'them' and 'us' had the same ideas we'd get on like a house on fire, but they don't see eye to eye with us and we don't see eye to eye with them, so that's how it stands and how it will always stand. The one fact is that all of us are cunning, and because of this there's no love lost between us. So the thing is that they know I won't try to get away from them: they sit there like spiders in that crumbly manor house, perched like jumped-up jackdaws on the roof, watching out over the drives and fields like German generals from the tops of tanks.“
 

 

 


Alan Sillitoe (Nottingham, 4 maart 1928)

Hier in 1973 

 

Lees meer...