24-08-11

Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, A. S. Byatt

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in Weimar. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010.

 

 

Uit: Jeder Satellit hat einen Killersatelliten

 

 

So wurde von keiner Berührung gestörtes in zweierlei Hinsicht 

Eins und das Selbe Betrachtend das Kind (die Ältern) 

mit griechischem Auge Was bleibt ihm denn praktisch übrig 

Das Haus ist zwar Turm und Echo kaum einer Hand voll Erde 

"Deutschland aber wo liegt es" Dort auf dem Berg den sie gruben 

In diese taubstumme Form des Himmels an Ilm oder Pegnitz 

 

 

 

HELL, HELLER

 

fix und fertig und der zins, von der geschichte in einen
aaaaagranatapfel
verwandelt. okay, war nichts, höchstens die wiederletzte
aaaaalektion für
einen notorischen selbststeller. mit dem revolutionskalender,
aaaaamit
den 30 tagen pro monat, dem wissen vom unteilbaren rest
aaaaaund dem
großen löffel geht es, alles in allem, noch schneller. chaos halb
göttliches: im anfang war wohl doch vernunft, sonst wär jetzt auch
kein bild am grund des tellers.

 

 

 

Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)

Lees meer...

Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho, Arthur West

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009 en ook mijn blog van 24 augustus 2010.

 

 

 

Uit: De wondere avonturen van Arretje Nof

 

“Sinds Arretje de zeven woudmannetjes in het donkere Uilenbosch vaarwel gezegd had en de richting naar Holland was ingeslagen, werden de dagen en de nachten kouder. Onze dreumes, die dat uit Perzië niet gewend was, bibberde wel eens als een natte poedel, wanneer hij zich in een tochtig schuurtje of onder een boom te slapen had gelegd, - maar een held keert nooit terug op een eenmaal ingeslagen weg, en Arretje deed het dus ook niet.

Ten slotte werd het zoo koud, dat Arretje zijn eigen adem zien kon; in die dagen gaf een medelijdend oud vrouwtje hem een wollen halsdoek present, en een reizend kleermakertje schonk hem van zijn eigen armoede een gelapten mantel, die onzen held wel een ridderlijk aanzien verleende, maar te dun was om hem goed tegen de kou te beschermen. Hij bibberde en klappertandde, en om jullie de waarheid te vertellen: hij waschte zich sochtends ook niet meer, streek alleen maar zoo even met den natten handdoek over het gezicht!

Op een héél kouden avond was Arretje, om toch maar warm te blijven, nog een eind in het donker doorgehold tot hij een onderdak had gevonden boven op een warmen hooiberg. En toen hij den volgenden morgen lekker uitgeslapen wakker werd en z'n oogen uitwreef .... toen zag hij, waarheen hij ook maar keek, Hollandsche watermolens, die hun blanke wieken vroolijk lieten rondscheren in den wind. Er liepen hooge vaarten door het lage, vlakke land, en daarin zeilden schepen voorbij met dartele wimpels in rood-wit-en-blauw en bolle zeilen, blinkend in 't vroege zonnetje. En de menschen liepen met witgeschuurde klompen over de dijken, en bij een hekje waren drie rakkers aan het kegelen met ronde Edammer kaasjes.”.

 

 

 

Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)

Hier met Yvonne Keuls 

 

Lees meer...

Ilija Trojanow, Willy Russell, Ephraïm Kishon

 

De Duitse schrijver en uitgever Ilija Trojanow werd geboren in Sofia, Bulgarije, op 23 augustus 1965. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2009 en ook mijn blog van 23 augustus 2010.

 

Uit: Der entfesselte Globus

 

“Bombay. Juni 2006

Es war ein schlimmer Monsun dieses Jahr. Zuerst regnete es einen Tag und eine Nacht lang, bis das Wasser nicht mehr abfließen konnte und derweil die Meeresflut anstieg auf den höchsten Pegelstand seit langem. Bombay wurde von oben und von unten überschwemmt, das Wasser sammelte sich in den Flächen, die dem Meer entrissen worden sind, in den Senken zwischen den Erhebungen, in den einstigen Lagunen zwischen den sieben Inseln (Mythen sind nicht nur auf Hügeln erbaut). Das Geschäftsleben setzte einige Schläge aus, Straßen wurden zu Kanälen, hunderttausende von Angestellten wateten knietief in Trübsal nach Hause, weil die Eisenbahnen, die das kommerzielle Herz im Süden mit dem Rest der Stadt verbinden, ausfallen, wenn die Gleise mehr als zwölf Zentimeter unter Wasser liegen. Jede überschwemmte Stadt ist ein unvergeßlicher Anblick – Bombay unter Wasser ist wie von einem Hieronymus Bosch auf Acid gemalt. Die Tempel schließen ihre Tore, um den gurgelnden Gebeten zu entkommen, Erdrutsche begraben Hütten und Werkstätten, Unglückselige werden von offenen Gullys verschlungen; auf den Dächern der Taxis hocken gestrandete Fahrer und starren in die dunklen Fluten wie kurzsichtige Reiher.

Bombay hatte kaum Zeit, sich von der Sintflut zu erholen, da verbreitete sich die Nachricht, am Stadtrand protestierten wütende Moslems, weil eine Chowki (kleine Station) der Polizei auf einem ihrer Friedhöfe erbaut werden sollte. Die Polizisten schossen in die Menge und trafen zwei Männer tödlich. Am Abend desselben Tages, etwa um 9.30 Uhr, rutschte das Motorrad zweier Polizisten auf nasser Straße aus, und ein aufgebrachter Mob bewarf die Polizisten mit Steinen und stach auf sie ein, bis sie tot waren. Die Polizei behauptete, kriminelle Kräfte wehrten sich gegen eine stärkere Präsenz der Ordnungshüter, moslemische Organisationen monierten, daß die Behörden ihr Anliegen nicht angehört und keine einvernehmliche Lösung angestrebt hätten. “

 

 

Ilija Trojanow
(Sofia, 23 augustus 1965)

Lees meer...

William Henley, Edgar Lee Masters, Albert Alberts, Charles Busch, Gustav Ernst, Aleksander Grin, Theobald Hock, Andrei Pleşiu

 

De Engelse dichter en schrijver William Ernest Henley werd geboren op 23 augustus 1849 in Gloucester. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2007 en ook mijn blog van 23 augustus 2008 en ook mijn blog van 23 augustus 2009 en ook mijn blog van 23 augustus 2010.

 

 

A New Song to an Old Tune

 

SONS of Shannon, Tamar, Trent,

Men of the Lothians, Men of Kent,

Essex, Wessex, shore and shire,

Mates of the net, the mine, the fire,

Lads of the wheel and desk and loom,

Noble and trader, squire and groom,

Come where the bugles of England play,

'Over the hills and far away!'

 

Southern Cross and Polar Star --

Here are the Britons bred afar;

Serry, O serry them, fierce and keen,

Under the flag of the Empress-Queen;

Shoulder to shoulder down the track,

Where, to the unretreating Jack,

The victor bugles of England play,

'Over the hills and far away!'

 

What if the best of our wages be

An empty sleeve, a stiff-set knee,

A crutch for the rest of life -- who cares,

So long as the One Flag floats and dares?

So long as the One Race dares and grows?

Death -- what is death but God's own rose?

Let but the bugles of England play,

'Over the hills and far away!'

 

 

 

A Child

 

A child,

Curious and innocent,

Slips from his Nurse, and rejoicing

Loses himself in the Fair.

 

Thro' the jostle and din

Wandering, he revels,

Dreaming, desiring, possessing;

Till, of a sudden

Tired and afraid, he beholds

The sordid assemblage

Just as it is; and he runs

With a sob to his Nurse

(Lighting at last on him),

And in her motherly bosom

Cries him to sleep.

 

Thus thro' the World,

Seeing and feeling and knowing,

Goes Man: till at last,

Tired of experience, he turns

To the friendly and comforting breast

Of the old nurse, Death.

 

 


William Henley (23 augustus 1849 – 11 juli 1903)

Lees meer...

23-08-11

Dolce far niente 2

 

Romenu had opnieuw even vrij vandaag. Morgen weer de gebruikelijke berichten en ook de schrijvers van de 23e augustus.

 

  

Raamgedicht


Ik heb de Zaan nog nooit bezongen
Die nauwelijks stromende rivier
Waar ik voor in zwom als jongen
Tussen de IJsberen en 't wier
Ik stak haar over met het pontje
Ik heb haar dikwijls overbrugd
Jarenlang hetzelfde rondje
Oostzij heen en Westzij terug

Ik heb boven op de brug staan pissen
Op een onderdoor varende boot
Ik heb er vaak in staan te vissen
En wat ik ving was vooral dood
Ik dagdroomde van verre landen
Als ik aan haar oevers zat
Ik zag haar water even branden
Toen het Zaansch Veem had vlamgevat

De Zaan mist de allure van de Loire
Ze smaakt meer naar azijn dan wijn
De Zaan mist van de Waal het ware
Het internationale van de Rijn
De Zaan mist de lengte van de Amazone
Ze droogt al op bij Krommenie

Hier op de plek van dit theater
Keek ik ooit uit over de Zaan
Zonder besef dat ik daar later
Nog eens op het toneel zou staan
Waar ik altijd terug zou komen
Ik zie de planken als een vlot
Waarop ik spelen kan en dromen
Als onechte zoon van Don Quichot

De Zaan mist het Vlaamse van de Schelde
Alsook het pittoreske van de Vecht
Zo saai als de Zaan is een rivier slechts zelden
Ze kabbelt en daar is alles mee gezegd
De Zaan mist het blauwe van de Donau
En toch bezing ik haar hier fier
Want ach wie neemt het als hij jong is zo nauw
O Zaan mijn jeugd is mijn lievelingsrivier

 

 

 

 

 

Freek de Jonge (Westernieland, 30 augustus 1944)

Molenpanorama aan de Zaan, Frans Mars (1903 - 1973)

 

 



Kinkerstraatjes lopen samen

 

Kinkerstraatjes lopen samen
meestal door de Kinkerstraat

en hun geblondeerde haren
zijn als de manen van een paard

Kinkerstraatjes hebben witte
tanden en ze blijven altijd jong

want ze hebben niets om handen
Kinkerstraatjes zijn niet dom

en hun dochter is hun alles
met hun moeder zijn ze rijk

meestal in de straat van Kinker
en soms op de Haarlemmerdijk

 

 

 



Guus Luijters
(Amsterdam, 3 november 1943)

Gezicht op de Westerkerk, Amsterdam, Jan van der Heyden (1637 – 1712)

 

 

 


Onbekommerd toont Amsterdam...


Onbekommerd toont Amsterdam
haar rotte gebit, haar aan aardgas
stervende bomen, haar onrein water
waarin de zon zich weerkaatst.
Uit ontelbare vervuilde neusgaten
blaast ze kwaadsappige dampen
over haar daken vol televisie-antennes
en duiven, waarboven de hemel
licht wordt en weer donker, sterren
balanceren een paar minuten op de spits
van een kerktoren, carillons
mengen hun valse stemmen in
de oorverdovende musique concrète
van auto's, ambulances, pneumatische
boren, sloophamers, hei-installaties
en overal kruipen mensen in en uit
de schulp van hun huis, hun krot,
hun dierbare, gehate puinhoop.

 

 

 



Hanny Michaelis
(19 december 1922 - 11 juni 2007)

Amsterdam, gezicht op de St. Nicolaaskerk, D.J. van Haaren (1878 – 1953)

22-08-11

Annie Proulx, Dorothy Parker, Willem Arondeus, Krijn Peter Hesselink

 

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007 en ook mijn blog van 22 augustus 2008 en ook mijn blog van 22 augustus 2009 en ook mijn blog van 22 augustus 2010.

 

Uit The Old Ace in The Hole

 

“Irrigated circles of winter wheat, dotted with stocker calves, grew on land as level as a runway. In other fields tractors lashed tails of dust. He noticed the habit of slower drivers to pull into the breakdown lane -- here called the "courtesy lane" -- and wave him on.

Ahead cities loomed, but as he came close the skyscrapers, mosques and spires metamorphosed into grain elevators, water towers and storage bins. The elevators were the tallest buildings on the plains, symmetrical, their thrusting shapes seeming to entrap kinetic energy. After a while Bob noticed their vertical rhythm, for they rose up regularly every five or ten miles in trackside towns. Most were concrete cylinders, some brick or tile, but at many sidings the old wood elevators, peeling and shabby, still stood, some surfaced with asbestos shingles, a few with rusted metal loosened by the wind. Rectilinear streets joined at ninety-degree angles. Every town had a motto: "The Town Where No One Wears a Frown"; "The Richest Land and the Finest People"; "10,000 Friendly People and One or Two Old Grumps." He passed the Kar-Vu Drive-In, a midtown plywood Jesus, dead cows by the side of the road, legs stiff as two-by-fours, waiting for the renderer's truck. There were nodding pump jacks and pivot irrigation rigs (one still decked out in Christmas lights) to the left and right, condensation tanks and complex assemblies of pipes and gauges, though such was the size of the landscape and their random placement that they seemed metal trinkets strewn by a vast and careless hand. Orange-and-yellow signs marked the existence of underground pipelines, for beneath the fields and pastures lay an invisible world of pipes, cables, boreholes, pumps and extraction devices, forming, with the surface fences and roads, a monstrous three-dimensional grid. This grid extended into the sky through contrails and invisible satellite transmissions. At the edge of fields he noticed brightly painted V-8 diesel engines (most converted to natural gas), pumping up water from the Ogallala aquifer below. And he passed scores of anonymous, low, grey buildings with enormous fans at their ends set back from the road and surrounded by chain-link fence. From the air these guarded hog farms resembled strange grand pianos with six or ten white keys, the trapezoid shape of the body the effluent lagoon in the rear”.

 

 

 

Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

Lees meer...

Jeroen Theunissen, Gustaf Fröding, Panait Istrati, Jean Regnault de Segrais, Wolfdietrich Schnurre, Irmtraud Morgner, Georges de Scudéry

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jeroen Theunissen werd geboren in Gent op 22 augustus 1977. Zie ook mijn blog van 1 juni 2009 en ook mijn blog van 1 juni 2010 en ook mijn blog van 22 augustus 2010.

 

 

Wij zouden gaan wonen in schoonheid

 

Wij zouden gaan wonen in schoonheid
van augustus, surfend op het net vonden
we de plek, spraken zacht, medelijden
zouden we met die anderen hebben.
Die dwazen, die maar werkten. En er
zou ook regen zijn maar vooral veel zon.
En we zouden weten welke maand
in augustusland past.
Zwerven zouden wij door wat ons langzaam
en dagelijks overstijgt, seizoenen,
de ochtend eten, drinken, jeugdig en rijp.
En ten slotte zouden we de boel
kort en klein slaan, we zouden spelend
na de vernieling terugkeren.

 

 

 

Jeroen Theunissen (Gent, 22 augustus 1977)

 

Lees meer...

21-08-11

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

 

Uit: Kameraad Scheermes

 

 

Toen ik eindelijk huilde, barstte er
onweer los boven de stad, het

is bijna te gemakkelijk, zo’n beeld,
maar het is gebeurd; veel was bijna

te gemakkelijk, maar gebeurde eveneens:
vrouwen, een soort liefde die ik voelde.

weggaan bij iemand, alle menselijkheid

vertrappen, snel en zonder al te veel
overwegingen, gedreven door iets dat valt

onder de psychiatrie, of onder de dierlijkheid.
Ik brak het manke been van mijn vader,

nam hem het lopen af, brak het zieke hart
van mijn moeder, nam haar het kloppen af,

en wilde toen plotseling leven en niet meer
hangen aan een gekromde boom langs het water.

 

 

 

Uit: Dagen in Budapest

 

 

Een kettingbrug tussen twee

rivieroevers; aan beide zijden

zonverlichte huizen.

Ik wandel met mijn vader,

maar midden op de brug moet hij

even stilstaan.

Zijn hartslag doet mij schrikken;

wij spreken niet van doodgaan

maar van een afgebroken kinderziekenhuis,

een etherslaap die langer dan het leven

duurde.

 

 

 

Winter

 

De vogels in de stad verkolen:

avondlicht daalt neer over

de tuinen waarin zij geluidloos

zullen overnachten.

 

Vroeger heb ik ook in tuinen willen

slapen, met mijn vader kijken

naar de sterren van een wintermaand.

 

In de stad opent de nacht als

een oude vrouwenmond; lantarens

geven amper licht, mijn vader zwijgt.

De tuinen van de stad vriezen opnieuw

dicht.

 

 

 


Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

Lees meer...

Aubrey Beardsley, Gennadi Ajgi, Lukas Holliger, Pete Smith, Frédéric Mitterrand, M. M. Kaye

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Aubrey Vincent Beardsley werd geboren op 21 augustus 1872, Brighton. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007 en ook mijn blog van 21 augustus 2008 en ook mijn blog van 21 augustus 2009 en ook mijn blog van 21 augustus 2010

 

 

The Ivory Piece

A fragment of verse

 

Carelessly coiffed, with sash half slipping down
Cravat mis-tied, and tassels left to stream,
I walked haphazard through the early town,
Teased with the memory of a charming dream.

 

I recollected a great room. The day,
Half dead, lit faintly on the walls the pale
And sudden eyes that showed the formal play
Of woven actors in some curious tale.

 

In fabulous gardens, where romantic trees
Perched on the branches birds without a name.

 

 

 

Aubrey Beardsley (21 augustus 1872 - 16 maart 1898)

 

Lees meer...

20-08-11

Etgar Keret

 

De Israëlische schrijver Etgar Keret werd geboren op 20 augustus 1967 in Ramat Gan. Hij is het derde kind van ouders die de Holocaust overleefden. Hij doceert aan de Ben-Gurion Universiteit van de Negev in Beer Sheva, en van Tel Aviv University. Keret's eerste gepubliceerde werk was “Tzinorot” uit 1992 (Eng: Pipelines). Zijn tweede boek “Ga'aguai le-Kissinger” (Eng: Missing Kissinger) verscheen in 1994.Keret is co-auteur van verschillende stripverhalen, waaronder “Lo Banu leihanot” (Eng: Nobody Said It Was Going to Be Fun) uit 1996 met Rutu Modan en “Simtaot Hazaam” (Eng: Streets of Fury uit 1997 met Asaf Hanuka. In 1999 werden vijf van zijn verhalen in het Engels vertaald en bewerkt tot"grafic novellas" onder de verzameltitel “Jetlag”. In 1998 publiceerde Keret “Hakaytana Shel Kneller (Eng: Kneller's Happy Campers), een verzameling van korte verhalen. Het titelverhaal, het langste in de collectie, volgt een jonge man die zelfmoord pleegt en op zoek gaat naar liefde in het hiernamaals. Keret publiceerde een aantal van zijn werken op de website "Bima Hadashah", een website in de Hebreeuwse taal. Ook werkte hij voor de Israëlische televisie en film, waaronder drie seizoenen als schrijver voor de populaire sketch show The Cameri Quintet. Hij schreef ook het verhaal voor de 2001 tv-film Aball'e met Shmil Ben Ari. Etgar en zijn vrouw Shira regisseerden de film Jellyfish uit 2007, gebaseerd op een verhaal, geschreven door Shira.

 

Uit: Suddenly, a Knock at the Door (Vertaald door Miriam Shlesinger, Sondra Silverston en Nathan Englander)

 

"Tell me a story," the bearded man sitting on my living-room sofa commands. The situation, I must say, is anything but pleasant. I'm someone who writes stories, not someone who tells them. And even that isn't something I do on demand. The last time anyone asked me to tell him a story, it was my son. That was a year ago. I told him something about a fairy and a ferret--I don't even remember what exactly--and within two minutes he was fast asleep. But the situation is fundamentally different. Because my son doesn't have a beard, or a pistol. Because my son asked for the story nicely, and this man is simply trying to rob me of it.

I try to explain to the bearded man that if he puts his pistol away it will only work in his favor, in our favor. It's hard to think up a story with the barrel of a loaded pistol pointed at your head. But the guy insists. "In this country," he explains, "if you want something, you have to use force." He just got here from Sweden, and in Sweden it's completely different. Over there, if you want something, you ask politely, and most of the time you get it. But not in the stifling, muggy Middle East. All it takes is one week in this place to figure out how things work--or rather, how things don't work. The Palestiniansasked for a state, nicely. Did they get one? The hell they did. So they switched to blowing up kids on buses, and people started listening. The settlers wanted a dialogue. Did anyone pick up on it? No way. So they started getting physical, pouring hot oil on the border patrolmen, and suddenly they had an audience. In this country, might makes right, and it doesn't matter if it's about politics, or economics or a parking space. Brute force is the only language we understand.

Sweden, the place the bearded guy made aliya from, is progressive, and is way up there in quite a few areas. Sweden isn't just ABBA or IKEA or the Nobel Prize. Sweden is a world unto itself, and whatever they have, they got by peaceful means. In Sweden, if he'd gone to the Ace of Base soloist, knocked on her door, and asked her to sing for him, she'd have invited him in and made him a cup of tea. Then she'd have pulled out her acoustic guitar from under the bed and played for him. All this with a smile! But here? I mean, if he hadn't been flashing a pistol I'd have thrown him out right away.“

 

 

Etgar Keret (Ramat Gan, 20 augustus 1967)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: etgar keret, romenu |  Facebook |

Arno Surminski, Ernst-Jügen Dreyer, Maren Winter, Edgar Guest

 

De Duitse schrijver Arno Surminski werd geboren op 20 augustus 1934 in Jäglack in Oostpruisen. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008. en ook mijn blog van 20 augustus 2009 en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

 

Uit: Irina oder die Uhr

 

“Kennen Sie Leningrad? Nicht das zerschossene, belagerte, ausgehungerte Leningrad, in dem die Kinder von Ratten und Mäusen lebten. Ich meine das heitere Leningrad mit dem geschäftigen Newski-Prospekt1 und den geheilten Wunden. Die Endstation gemütlicher Bummelfahrten über die Ostsee. Sonnenuntergänge über der Newa 2.

Da fuhr im heißen Sommer 75 ein Reisebus durch die nordische Stadt, erträglich klimatisiert, grünlich mattierte Fensterscheiben. Zwanzig, vielleicht auch fünfundzwanzig Menschen, die nur mit Mühe ihren westlichen Wohlstand verbergen konnten, fuhren aus, um einen Schauer Oktoberrevolution über ihren Rücken zu jagen.

Neben dem Fahrer stand Irina, Studentin der Architektur. In ihrer Freizeit führte sie Leningrad vor. Ein Mädchen von natürlicher Frische. Ein Kranz blonder Haare, nicht schön, aber auch nicht hässlich. Irina war stolz auf ihre Stadt und die Heldengeschichte Leningrads. Solche Menschen braucht man zum Vorführen. 

>Drüben liegt der Kreuzer Aurora, seine Kanonen gaben 1917 das Signal zur Revolution.< Irina sprach in eckigem Schuldeutsch und gab ihre private Erläuterung des schönen Namens: >Aurora hieß die römische Göttin der Morgenröte.

Und das, was Sie hier sehen, war die Morgenröte der großen Weltrevolution.<

Na also.

Die Reisenden blickten in das träge fließende Wasser der Newa, in dem die Morgenröte für alle Ewigkeiten vor Anker gegangen war.

Nur die Frau in der zweiten Reihe nicht. Sie war weder vom Sturm auf das Winterpalais des Zaren noch von der Kanonade des Kreuzers Aurora zu beeindrucken. Sie starrte Irina an, als wäre sie eine alte Bekannte, deren Name in Vergessenheit geraten ist, die man sicher zu kennen glaubt, aber doch nicht erkennen kann.

>Vor dem Besuch der Eremitage4 machen wir einen Abstecher zum Ehrenfriedhof für die Opfer der Belagerung<, sprach Irina über die Köpfe hinweg. >Da haben wir Zeit für eine Gedenkminute.< Oh, Gedenkminuten sind immer gut. Die Frau in der zweiten Reihe nahm das Wort auf, begann zu denken, dachte immer weiter zurück ... von wegen Gedenkminuten, das wurden Jahre und Jahrzehnte.

>Für den Skythenschatz haben wir nur eine Viertelstunde.<

Das war Irina, die ihnen den Weg wies, die ihre Gruppe zusammenhielt, die alles wusste ... “

 

 


Arno Surminski (Jäglack, 20 augustus 1934)

Lees meer...

Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Sylvie Richterova, Salvatore Quasimodo, Boleslaw Prus, Menno Lievers, Vasili Aksjonov, Jacqueline Susann

 

De Belgische schrijver Charles de Coster werd geboren in München op 20 augustus 1827.  Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008 en ook mijn blog van 20 augustus 2009 en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

 

Uit: De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

 

“- Daar, sprak Klaas, neem eerst die zeven duiten voor uwe moeite en heb geen vrees.

Als de twee vrouwen Lamme zagen, liepen zij naar hem toe, en beiden wilden hem slaan, de moeder omdat hij haar onrust aangedaan had en de zuster uit gewoonte.

Lamme verschool zich achter Klaas en riep:

- Ik heb zeven duiten verdiend, ik heb zeven duiten verdiend, slaat me niet.

Doch de moeder kuste en zoende hem reeds, terwijl het meisje Lamme's handen wilde openwringen, om hem zijn geld af te nemen. Maar Lamme schreeuwde:

- 't Is 't mijne, ge zult het niet hebben... 't Is 't mijne!

En hij balde de vuisten.

Doch Klaas trok de kleine meid geducht bij de ooren en sprak:

- Als het U nog voorvalt leed te doen aan uw broer, die goed en zacht is als een lammeken, steek ik U in een donker koolkot, en daar zal ik U niet meer bij de ooren trekken, maar de roode duivel uit de hel; hij zal U aan stukken trekken met zijne groote klauwen en zijne tanden, die op vorken gelijken.

Op die woorden dorst de meid Klaas niet meer bezien, of haren broeder niet meer naderen; zij ging zich achter de rokken harer moeder verbergen. Doch, als zij in de stad kwam, ging zij overal huilen:

- De kooldrager heeft mij geslagen; hij heeft een duivel in zijnen kelder.

Nochtans dorst zij Lamme niet meer slaan; doch als zij groot was, deed zij hem haar werk doen. En de goede sul gehoorzaamde gewillig.

Onderweg had Klaas zijne vangst verkocht aan een pachter, die een lekkerbek was. Als hij weer t'huis kwam, zegde hij tot Soetkin:

- Zie, dat heb ik gevonden in den buik van vier snoeken, van negen karpers en in eene volle ben paling.”

 

 


Charles de Coster (20 augustus 1827 - 7 mei 1879)

Uilenspiegel, beeldje in Alverna (Wijchen, Gld)

Lees meer...

19-08-11

Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmannwerd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Louis Th. Lehmann op dit blog.

 

 

Bij het bericht dat er weer een uit is

 

In een onderaards gewelf

in de tuin van Vestdijk zelf,

waar geen Doornaar hen kan zoeken,

zitten, schrijvend Vestdijks boeken,

negenhonderd negerslaven

(allen met bijzondere gaven).

En als Vestdijk soms eens niet

(wat sporadisch slechts geschiedt)

zelf ook nijver zit te schrijven,

loopt hij langs de noeste lijven,

in zijn listge ijzren greep

kwispelt stil de denkerszweep.

 

 

 

Ode aan de Middellandse Zee

 

Varend op de zee der zeeën

met dolfijnen om de boeg,

 

Aan mijn linkerhand Saguntum

en Carthago ergens rechts,

 

zie'k Majorca, paars en roze.

 

Hier alleen zijn wel de golven

glazen huizen voor de vissen,

 

en de mensen staan in boten,

boten klein als vruchtenschillen,

 

treffen vissen thuis en zaaien

's nachts de vonken op de zee.

 

 

 


Louis Th. Lehmann (Rotterdam, 19 augustus 1920)

Lees meer...

Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden, Samuel Richardson, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

De Iers-Amerikaanse schrijver Frank McCourt werd geboren op 19 augustus 1930 in New York. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frank McCourt op dit blog.

 

Uit: Angela's Ashes

 

She spat twice on my head.
Grandma, will you please stop spitting on my head.
If you have anything to say, shut up. A little spit won't kill you. Come on, we'll be late for the Mass.
We ran to the church. My mother panted along behind with Michael in her arms. We arrived at the church just in time to see the last of the boys leaving the altar rail where the priest stood with the chalice and the host, glaring at me. Then he placed on my tongue the wafer, the body and blood of Jesus. At last, at last.
It's on my tongue. I draw it back.
It stuck.
I had God glued to the roof of my mouth. I could hear the master's voice, Don't let that host touch your teeth for if you bite God in two you'll roast in hell for eternity. I tried to get God down with my tongue but the priest hissed at me, Stop that clucking and get back to your seat. God was good. He melted and I swallowed Him and now, at last, I was a member of the True Church, an official sinner.
When the Mass ended there they were at the door of the church, my mother with Michael in her arms, my grandmother. They each hugged me to their bosoms. They each told me it was the happiest day of my life. They each cried all over my head and after my grandmother's contribution that morning my head was a swamp.
Mam, can I go now and make The Collection?
She said, After you have a little breakfast.
No, said Grandma. You're not making no collection till you have a proper First Communion breakfast at my house. Come on.
We followed her. She banged pots and rattled pans and complained that the whole world expected her to be at their beck and call. I ate the egg, I ate the sausage, and when I reached for more sugar for my tea she slapped my hand away”.

 

 

 

Frank McCourt (19 augustus 1930 – 19 juli 2009)

Lees meer...