21-04-17

Ahmed Arif

 

De Turkse dichter van Koerdische afkomst Ahmed Arif werd geboren op 21 april 1927 in Diyarbakır, Zijn echte naam was Ahmed Önal, Hij veranderde zijn achternaam naar die van zijn vader Arif Hikmet Zijn moeder stierf al vroeg. Arif groeide op in Diyarbakir en Siverek in een multiculturele omgeving en naast het Turkse beheerste hij ook Dimilkî (Zazaki), Kurmancien en Arabisch. Hij ging naar de middelbare school in Urfa en Afyon. Later ging hij naar Ankara om aan de universiteit filosofie te studeren. Tussen 1944 en 1955 publiceerde hij veel gedichten in verschillende tijdschriften. Om politieke redenen zat hij van 1950 tot 1952 in de gevangenis. Ahmed Arif werd een van de populairste dichters in Turkije. Met zijn dichtkunst bereikte hij vanwege zijn uitbeelding van Anatolische folklore en door zijn originaliteit een groot publiek. Tot op heden zijn er 49 nieuwe uitgaven van zijn boek verschenen, en er zijn talloze illegale exemplaren gedrukt. Daarnaast gebruikten veel linkse muziekgroepen en zangers delen uit zijn gedichten in hun teksten. Tijdens zijn leven publiceerde Arif slechts een verzameling gedichten, in 1968, getiteld “Hasretinden Prangalar Eskittim”. (“Door mijn verlangen naar jouw heb ik ketenen versleten”). Zijn zoon publiceerde in 2003 een andere collectie getiteld "Yurdum Benim Şahdamarım".

 

Through my longing for you I have worn out fetters

Being able to tell about you,
To good guys and heroes.
Being able to tell about you,
To the disgraceful, rude
Filthy lie.

How many ice cold winters have passed?
The wolves sleep, the birds sleep, the dungeons sleep.
Outside life keeps going on, roaring…
Only I don’t sleep,
Damn, how many springtimes,
Have I, through my longing for you, worn out fetters?
Let me put bloodroses in your hairs,
Once on this side,
Then on that side…

Being able to scream you out,
Into bottomless pits,
To a falling star,
To somebody that reaches a matchstick
A matchstick that is fallen
On the most barren wave of an ocean.

To him who has lost the passion of first loves,
Who has lost the kisses,
Who shows no interest in the sudden dusk
Who dreams away over a cigarette and a drink
Being able to tell about you, to him…
Your absence is another word for hell
I’m cold, don’t close your eyes…

 

 

So early falls the night over our prison

It does not help
even if you were a dragon
even if you are fight competent
even if you are a handsome smart-hearted
nothing of use to you
it is Sneaking sharply
to bring you the sorrow and longing
so early falls the night over our prison
with its seven iron arms
with his seven gates
beyond one of it .. Your crying garden
against and below the wall
three branched night prime rose
three wet-rooted violet flowers
the same fears are there with the beloved
same clouds and same strikes of the waves
prison is putting the darkness
suffering of the soul
one maltian sings the song " a pride fro kurdistan "
I am residing in the floor bed
I do everything
clown .. Butler … or a fresh one
sometimes I say .. I am to be shot or fade away
get naked in the fight
I pretend being a hero
sometimes a friend and others as an enemy
I am neither this nor that
passing by barrels with peaks
and barrels full of sharp peaks
and police patrol

watching my weapon
finished the half of my cigarette with one breath
filling my chest with the smoke
or killing my self
you may say " what you are doing "
but early the night will fall
outside the spring with its youth
I love you
crazily

 

 
Ahmed Arif (21 april 1927 - 2 juni 1991)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ahmed arif, romenu |  Facebook |

20-04-17

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson, Arto Paasilinna, Michel Leiris

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Want wat dood is is dood,
maar wat vermoord is leeft voort,
leeft voortaan minder gestoord
dan wat onbestorven leeft.
De daad die men naliet heeft
meer kwaad dan de daad gedaan.
Om gestorven dood te gaan
is genade, maar wee hem die
als in dubbele agonie
levens- en stervenspijn
tegelijk voelt: hij moet het ravijn
des doods over zonder brug.

Hij liep betrekkelijk vlug,
de man, maar niet vlug genoeg
of ieder raam besloeg
door de adem uit de mond
die zich sperde, maar woorden niet vond
al sperde hij zich nog zo wijd.
En tegelijkertijd
met dit onnoemlijk wee
bracht de muziek met zich mee,
- let wel, in een straat die liefst niet
rept, als het kan, van verdriet,
die, integendeel, opgewekt,
zich slechts het leed aantrekt
dat een ander ondergaat, -
let wel, in zulk een straat,
toen daar achter raam aan raam
de stamelingen tezaam
een infernale taal
aanhieven, - nog eenmaal,
geen kreet brak uit dan gesmoord, -

 

 

Twee reddeloozen

Zij gaat 's nachts vaak naar de haven
Waarheen ze vroeger met mij ging,
Aan de eeuwige zee, aan de sterren,
Vraagt ze waarom het voorbij ging -

En de wind en de lichten der schepen
Zeggen dat al wat voorbijgaat
Op een reis is zonder thuisreis
Naar een einde waar niemand ons bijstaat -

In mijn hooge verlichte venster
Tusschen schoorsteene' en torenklokken
Heb ik tegenover den hemel
Een eenzame voorpost betrokken.

In alles te kort geschoten,
Staar ik bij het raam op de stad
En vraag: was ik grooter geworden
Wanneer ik had liefgehad?

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Hier met Adriaan Roland Holst (links)

Lees meer...

Marieke Rijneveld

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marieke Rijneveld werd geboren in Nieuwendijk op 20 april 1991. Zie ook alle tags voor Marieke Rijneveld op dit blog.

 

Aanwezigheid

Zoals stemmen geheimen begonnen te fluisteren in het trappenhuis
het haalde de zomer uit ons en ik weet nog dat je lucht liet ontsnappen

dat ik even dacht aan de opblaasbare vluchtauto, dat ik je zou kunnen
opvouwen als je zo plat was geworden om in een strandtas te passen maar je
lichaam bleef zijn vormen houden, de traptreden kraakten, nee, het was iemands
lach die af en toe brak als een plastic koffielepeltje dat een wachtruimte beroert.

Een meisjesstem fluisterde in het Frans steeds opnieuw varkenskop, varkenskop
hoe ze ontdekt had dat geen enkel potlood die kleur goed kon nabootsen
net als mensenhuid, dat dit door de slager kwam, mooi roze zou beter verkopen.

Alsof iemand zijn vingers op haar adamsappel drukte, veranderde
het meisje in een oude dame die alleen nog maar in herinneringen kon leven
zoals er mensen zijn die zich eeuwig laten vastleggen op een ansichtkaart
met een wit strand op de achtergrond dat ooit vergeelt, de groetjes blijven doen.

Dat ze met de architect trouwde van de brug waar haar zus iedere ochtend
voordat het gras drooggeföhnd werd door de wind, langs de reling liep, probeerde
in te schatten hoe lef eruit zou zien, of het haar zou staan, haar armen klapwiekte

désolé: spijt is dat wat als water op de wegen in het vooruitzicht blijft liggen
steeds als we het willen inhalen, verschuift het zich, het zal er altijd blijven.

Er klinkt zenuwachtig gegiechel als de vrouw weer jonger wordt, kinderen leven
binnenstebuiten als truien met een waslabel waar alles te zien is wat ze nodig hebben
wat hen stuk maakt, na het twaalfde jaar keer je naar binnen, krijg je een dikkere huid
komt er nog maar weinig zonlicht in een lichaam.

Waar zou het ons brengen als we al onze geheimen op deze trap loslaten
zouden we plat worden en de vraag overblijven wie ons opbergt en met
warme adem een dagje strand of een verjaardag in zal blazen

of lachen we tot onze ribben in tentharingen veranderen, steken, daarna
godzijdank niet iedere keer meer onze jeugd erbij hoeven te halen als er in ons
het fluisteren klinkt: hoe spijt een lek gestoken vluchtauto is
hij brengt je niet verder maar ook niet meer terug.

 

 
Marieke Rijneveld  (Nieuwendijk, 20 april 1991)

19:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marieke rijneveld, romenu |  Facebook |

19-04-17

Martin Michael Driessen, Marjoleine de Vos, Manuel Bandeira, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Louis Amédée Achard, Pierre-Jean de Béranger, Gudrun Reinboth, Werner Rohner

 

De Nederlandse schrijver, vertaler en regisseur Martin Michael Driessen werd geboren op 19 april 1954 in Bloemendaal. Zie ook alle tags voor Martin Michael Driessen op dit blog.

Uit: Rivieren

“De kade stond onder water en er was maar nauwelijks genoeg ruimte om onder de eerste brug door te varen. Hij duwde af. Op deze zondagochtend was Sainte-Menehould even slaperig als hij. Er was niemand te bekennen. Hij stuurde de kano naar het midden van de stroom en bukte onder de middelste boog van de brug. Toen hij aan de andere kant het licht in voer en zich weer oprichtte, gingen er in een huis aan de linkeroever roestige vensterluiken open. Drie donkere, kroesharige kleine meisjes doken op en wuifden hem opgewonden toe. Hij zwaaide terug.
De kano stuurde goed, alleen stak de punt te veel omhoog, hoewel hij alle bagage voorin had gestouwd. Het was een lange aluminium Canadees, eigenlijk te groot voor een man alleen. Hij had hem aan zijn zoon cadeau gedaan op diens zestiende verjaardag. Ze waren er die zomer samen de Loire mee afgevaren, een groot stuk althans, langs Chambord en de andere beroemde kastelen. Dat was na de veelbelovende beginrepetities voor Don Carlos geweest. Later was hij zijn rol kwijtgeraakt omdat hij de regieassistente had geslagen. Waar hij tot op de dag van vandaag geen spijt van kon hebben. Wie geen respect heeft, begrijpt niets van theater. De rivier stroomde nu tussen overhangende bomen en struiken, zoals het nog tientallen kilometers zou doorgaan, althans volgens de vooroorlogse kanogids die hij de avond tevoren had geraadpleegd. ‘De Aisne,’ had hij gelezen, ‘is een gemoedelijke rivier, die zich in tallooze meanders door het lieflijke Noord-Fransche landschap slingert. Behalve incidenteele boomhindernissen zijn er tot aan de groote barrage van Autry generlei bijzondere problemen te verwachten.’ Des te beter, dacht hij, bijzondere problemen heb ik al genoeg aan boord.
Het was stil. De bomen met hun bollen van maretakken staken af tegen de parelgrijze morgenhemel. Bisamratten plonsden in het water en doken onder, als ze door het verschijnen van zijn kano verrast werden. Zwaluwen stortten zich uit hun nestgaten in de hoge, afgekalfde lemen oevers in de buitenbochten van de stroom en zochten een veilig heenkomen. La France Profonde, dacht hij terwijl hij met rustige peddelslagen koers hield, wat wil je meer.”

 

 
Martin Michael Driessen (Bloemendaal, 19 april 1954)

Lees meer...

18-04-17

Wam de Moor, Bas Belleman, Roos van Rijswijk, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall, Katharina Schwanbeck

 

De Nederlandse schrijver, dichter, neerlandicus en literatuurcriticus Willem Anton Marie (Wam) de Moor werd geboren in Zevenaar op 18 april 1936. Zie ook alle tags voor Wam de Moor op dit blog.

 

Rotstekening

De hemel vloeit blauw
langs de grauwrotsige hand
van het land.
Mijn liefste danst in het water.

Ze heeft haar been
als een vogel opgeheven
als een rose flamingo
Haar hoofd

wiegt op haar hals
Mijn liefste slaapt
in de zachtrode huid
van haar geurige lichaam.

Zal ik haar doen ontwaken
met de bloem van mijn mond?
Zal ik voorzichtig
haar hand aanraken?

 

 

Ik raak je aan

Ik raak je aan. Niet langer in het vlees
maar in de geest. Noem het bedaard.
Noem het bedeesd. Ik raak je aan.

Ik regel woorden die je raken.
Die dat waard zijn. Die het meest.
Ik raak aan lippen die mijn woorden

aten. Ik raak aan oren, die horen
willen wat verloren leek. Ik
raakte zo in alle staten, uitgelaten

en op streek. Hier aan de grens van
mijn bestaan raak ik je aan.
het is volbracht, gedaan. Wees maar

gerust, geraakt, ja, wees vanaf
vandaag maar eindeloos en
totterdood voldaan.

 

 
Wam de Moor (18 april 1936 – 12 januari 2015)

Lees meer...

17-04-17

Pasen (Gabriël Smit)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 
Noli me Tangere door Abrham Janssens (figuren) en Jan Wildens (landschap), ca. 1620

 

 

Pasen

Alles aan U doet nog pijn.
Drie dagen slapen is niet genoeg,
U bent wel opgestaan, maar te vroeg,
zelfs U kunt nog niet beter zijn.

U bent Uzelf nog niet, U bent
nog de tuinman, een man van
groen dat nog uitbotten kan,
nog niet klaar, niet herkend.

De zon gaat wel op, maar is
nog niet opgegaan, er hangt
nevel die naar U verlangt,
even bedeesd als Uzelf nog is.

U wijkt uit: ‘Raak mij niet aan!’
Uw wonden trekken, wij hebben U
zo verschrikkelijk pijn gedaan.
Straks misschien kan het, niet nu.

Maar dat straks is genoeg. Het moet
zeggen: U bent er al, maar
U komt. Haal diep adem, sta klaar.
Je hebt Mij altijd tegoed.

 

 

 
Gabriël Smit (25 februari 1910 – 23 mei 1981)
Utrecht, de Dom. Gabriël Smit werd geboren in Utrecht.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 17e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

11:33 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pasen, gabriël smit, romenu |  Facebook |

Antoon Coolen, Ida Boy-Ed, Nick Hornby, Vincent Corjanus, Thornton Wilder, Karen Blixen, David Wagner, R.J. Pineiro

 

De Nederlandse schrijver Antoon Coolen werd geboren in Wijlre in Zuid-Limburg op 17 april 1897. Zie ook alle tags voor Antoon Coolen op dit blog.

Uit:De goede moordenaar

“In diejen tijd was de kluizenaar zijn huis aan het bouwen. Fons van Willemiene ging ten laatste alle dag naar de herberg van Jan het Man, Jan, die de suikerziekte heeft. Marjanneke den Schilder woonde in het ouderwetsche huis neven Nol Bonk, in haar huis was een tweede woning, daar woonde Pietje Pinksteren in. Nol Bonk was toentertijd voerman, hij had een bedrijf, hij voer meestentijds den klot uit de peel naar het dorp. Voor de menschen deed hij dat, voor zóóveel de kar. Hij trok, groot en zwaar naast den kop van het paard, door de dorpsstraten en door d'akker en langs de wegen in de peelvlakte. Zijn treden gingen in het geluid der bellen van den paardenhaam, in het gedokker, het gestoot van de wielen. Daar stond de regen over. De regen of de zon. En de groote wind.
Pietje Pinksteren was eenen zeventigjarigen weduwman. Pietje zijn vrouw was jaren geleden gestorven, hij had haar vroeg af moeten geven, hij was altijd nog al goed gemutst, het oude ventje, hij leefde vroolijk in zijn eentje. In die dagen is naderhand de horlogemaker Havé uit den Haag mee zijn jongeren broer en zijn dochter Celine in het dorp gekomen. Ze zijn later weer vertrokken. Er is toen nog veel praat over geweest, dat de zoon van slachter van Leunen op trouwen had gestaan met Celine. Die Celine was een aardige een, de menschen mochten achteraf maar blij zijn, dat die heele Haagsche familie weer weg deed.
Intussen waren er van allerlei dingen gebeurd, Pietje Pinksteren en Nol Bonk en later den kluizenaar, het is een heel geschiedenis geweest. En mee Fons van Willemiene is het leelijk afgeloopen.
Eenen molen op het dorp. De kerk mee den hoogen toren boven de lindeboomen uit, de boomen bij de paar uitspanningen aan het klein marktveld. Wij leefden hier zoo met zijn allen te samen, God en de duivel waren ook hier onder ons menschen. Het hemelrijk en het aardrijk, daar ligt een afstand tusschen, een breuk in de zielen. De menschen doen goed en kwaad, er zijn er die hebben een duistere vreemdigheid alsof ze van den duivel bezeten zijn. In vroeger eeuwen hebben onze schepenen een onschuldigen mensch, dien ze ten onrechte van moord beschuldigden, opgehangen buiten het dorp.”

 

 
Antoon Coolen (17 april 1897 – 9 november 1961)

Lees meer...

Anton Wildgans, Rolf Schneider, Cynthia Ozick, Helen Meier, Rolf Kalmuczak, Karl Henckell, Henry Vaughan, John Ford

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Anton Wildgans werd geboren op 17 april 1881 in Wenen. Zie ook alle tags voor Anton Wildgans op dit blog.

 

An den Schlaf

O, sanfter Schlaf, der du auf zarten Sohlen
Durchs Dunkel herkommst, keinem Wesen fehlend,
Und alles Erdenweh und Menschenelend
Begütigest mit freundlichen Idolen,

Dort, wo die Liebste, sichrer Hut befohlen,
Entschlummert ruht, den kühlen Pfühl beseelend,
Mal’ du in ihren Traum ein friedenstehlend,
Ein schrecklich Bild mit allen Leids Symbolen.

Und so mir ähnlich mögest du’s vollenden,
Und solche Blässe künde meine Pein,
Daß sie erwachend muß Erbarmen spenden.

Und ließest du mir Dieses angedeihn,
Will ich dir schweigend und aus leisen Händen
Zwei neue Kränze frischen Mohnes weihn.

 

 

An ein Buch

Ich lese dich, und deine Zeichen weben
Schleier auf Schleier um den wunden Sinn,
Abdämpfend rings das allzu laute Leben,
Von dem ich, tausendfältig hingegeben,
Kaum mehr als Spiegelbild und Echo bin.

Und wie sich die Gewirke dichter bauschen,
Wird's immer stiller, und es steht die Zeit,
Vergess' ich dich und hebe an zu lauschen
Auf meines Blutes heilig Stromesrauschen
In mir von Ewigkeit zu Ewigkeit.

Nun öffnet sich von geisterhaftem Wehen
Der Schleier luftig zauberhaft Gezelt,
Und vor mir liegt in ruhigem Bestehen,
Zum erstenmal geschaffen und gesehen
Vom eignen Aug', die Welt.

 

 
Anton Wildgans (17 april 1881 – 3 mei 1932)
Portret door Rudolf Hirschenhauser, 1927

Lees meer...

16-04-17

Osterwind (Hilde Domin)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 
De verrijzenis van Christus door Nicolas Bertin, ca. 1730

 

 

Osterwind

Wir haben es den Blumen und Bäumen voraus:
Unsere Jahreszeiten
sind schneller.

Der Tod
steigt im Stengel unseres Traumes
alle Blüten werden dunkel
und fallen.
Kaum ein Herbst.
Der Winter kommt
in einer Stunde.

Doch da ist keine Wartezeit,
sicheres Warten
für kahle Zweige.

So wie der Vogel
innehält und sich wendet im Flug,
so jäh, so ohne Grund
dreht sich das Klima des Herzens.
Weisse Flügelsignale im Blau,
Auferstehung
all unserer toten

Blumen
im Osterwind
eines Lächelns.

 

 

 
Hilde Domin (27 juli 1909 - 22 februari 2006)
Keulen, Grote St. Martin en Dom. Hilde Domin werd in Keulen geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e april ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

11:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pasen, hilde domin, romenu |  Facebook |

Sarah Kirsch, Thomas Olde Heuvelt, Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Tristan Tzara, Ewald Vanvugt, Sibylle Lewitscharoff

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Hirtenlied

Ich sitz über Deutschlands weißem Schnee
Der Himmel ist aufgeschlitzt
Wintersamen
Kommt auf mich wenn nichts Schlimmres
Haar wird zum Helm
Die Flöte splittert am Mund

Der Wald steht schwarz es kriecht
Draht übern Felsen es riecht
Nach Brand da hüte ich
Die vier Elemente am Rand des Lands

Meine Federn am Kleid
Mein ängstlicher Schuh
Seid ruhig ruhig tragt
Mich nicht fort

Ich knote an Bäume mich lieg unter Steinen
Streu Eis mir ins Hemd ich schneide
Das Lid vom Aug da bleibe ich wach:
Meine tückische Herde
Die sich v
ereinzelt die sich vermengt
Meine dienstbare tückische Herde
Wird Wolke sonst: winters noch
Ist sie zerkracht

 

 

Das grüne Meer mit den Muschelkämmen

Das grüne Meer mit den Muschelkämmen
Dampft in der Winternacht
Sanften Auges der Leuchtturmwärter
Setzt Laternen ein, hau ruck
Einfach so, vor dem Neuen Jahr
Ging seine Frau übers Wasser
Keine Fische wollte sie schuppen
Nicht unterm Nebelhorn schlafen
Ach, die Laternen des Leuchtturmwärters
Finden nur Muschelkämme.

 

 
Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

Lees meer...

Jan Luyken, Rolf-Dieter Brinkmann, Anatole France, Eberhard Panitz, Spike Milligan, John Millington Synge, Konstantin Vaginov

 

De Nederlandse dichter en etser Jan Luyken werd geboren in Amsterdam op 16 april 1649. Zie ook alle tags voor Jan Luyken op dit blog.

 

De Morgenstond

ô Welkom, schone Dageraad,
Die uit een gulden kamer gaat,
Met glans van held're stralen;
'k Ontsluit mijn venster voor uw licht,
Om met een vrolijk aangezicht
U minnelijk in te halen.
Gij wacht niet als ik open doe,
Maar dringt teneerste mild'lijk toe;
Ja, eer ik kom t'ontsluiten,
En nog in 't nare duister zij,
Zo staat en wacht gij al na mij,
Voor toegeloken ruiten.
Zo ook de Meester, die u riep
En tot een licht der wereld schiep,
Die grote Zon der Zonnen,
Schijnt met een glans van eeuwig goed
Voor 't venster van het toe gemoed,
Met opdoen was 't gewonnen.
Stofwormpje onder 't dak van stro,
In 't leeme huis, hoe zijt gij zo?
Het is een Heer der Heren,
Die voor uw arme hutje staat
En uwe kleinheid niet versmaadt,
Om zich tot u te keren.
Laat in, laat in de waarde Gast,
Opdat uw heil voorspoedig wast,
Hij komt met grote zegen,
En brengt een blijde boodschap mee,
Een eeuwig wel, voor eeuwig wee,
Daar leit u aan gelegen.

 

 
Jan Luyken (16 april 1649 – 5 april 1712)

Lees meer...

15-04-17

Stille Zaterdag (Nel Benschop)

 

Bij Stille zaterdag

 

 
De kruisafneming door Jacopo Tintoretto, ca.1518-1594

 

 

Stille Zaterdag

't Is morgen Pasen - God, maar overal is dood;
en zou ik dan van leven moeten spreken?
Mijn denken blijft bij Goede Vrijdag steken,
want daar leed Jezus onze diepste nood.

't Is morgen Pasen - maar waar blijft de zon
die onze zieke wereld kan genezen?
Ik sta met Uw discipelen in angst en vrezen
bij 't lege graf, waar 'k U niet vinden kon.

't Is morgen Pasen - feest van het gericht
dat U gevoerd hebt tegen dood en lijden,
feest van voorbijgaan van de dood, feest van bevrijden;
Heer, doe ons opstaan in Uw levenslicht!

 

 

 
Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)
De Grote Kerk in Den Haag. Nel Benschop werd in Den Haag geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e april ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

10:53 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: stille zaterdag, nel benschop, romenu, pasen |  Facebook |

Tomas Tranströmer, Daniël Samkalden, Jérôme Lambert, Patrick Bernauw, Benjamin Zephaniah, Henry James, Wilhelm Busch, Ina Boudier-Bakker

 

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

Streets in Shanghai

1
The white butterfly in the park is being read by many.
I love that cabbage-moth as if it were a fluttering corner of truth itself!

At dawn the running crowds set our quiet planet in motion.
Then the park fills with people. To each one, eight faces polished like jade, for all situations, to avoid making mistakes.
To each one, there's also the invisible face reflecting "something you don't talk about."
Something that appears in tired moments and is as rank as a gulp of viper schnapps
with its long scaly aftertaste.

The carp in the pond move continuously, swimming while they sleep, setting an example for the faithful: always in motion.

2
It's midday. Laundry flutters in the gray sea-wind high over the cyclists
who arrive in dense schools. Notice the labrinths on each side!

I'm surrounded by written characters that I can't interpret, I'm illiterate through and through.
But I've paid what I owe and have receipts for everything.
I've accumulated so many illegible receipts.
I'm an old tree with withered leaves that hang on and can't fall to the ground.

And a gust from the sea gets all these receipts rustling.

3
At dawn the trampling hordes set our quiet planet in motion.
We're all aboard the street, and it's as crammed as the deck of a ferry.

Where are we headed? Are there enough teacups? We should consider ourselves lucky to have made it aboard this street!
It's a thousand years before the birth of claustrophobia.

Hovering behind each of us who walks here is a cross that wants to catch up with us, pass us, unite with us.
Something that wants to sneak up on us from behind, put its hands over our eyes and whisper "Guess who!"

 

Vertaald door Patty Crane

 

 
Tomas Tranströmer (15 april 1931 - 26 maart 2015)

Lees meer...

Bliss Carman, Beate Morgenstern, Jeffrey Archer, Bernhard Lassahn, Erich Arendt, Pol De Mont, Staf Weyts, Hans Egon Holthusen

 

De Canadese dichter Bliss Carman werd geboren in Fredericton, in de provicincie New Brunswick op 15 april 1861. Zie ook alle tags voor Bliss Carman op dit blog.

 

A Creature Catechism by Bliss Carman

I
Soul, what art thou in the tribes of the sea?

LORD, said a flying fish,
Below the foundations of storm
We feel the primal wish
Of the earth take form.

Through the dim green water-fire
We see the red sun loom,
And the quake of a new desire
Takes hold on us down in the gloom.

No more can the filmy drift
Nor draughty currents buoy
Our whim to its bent, nor lift
Our heart to the height of its joy.

When sheering down to the Line
Come polar tides from the North,
Thy silver folk of the brine
Must glimmer and forth.

Down in the crumbling mill
Grinding eternally,
We are the type of thy will
To the tribes of the sea.

 

 

The Rainbird

Far off I hear a rainbird. Listen!
How fine and clear
His plaintive voice comes ringing
With rapture to the ear!

Over the misty wood-lots,
Across the first spring heat,
Comes the enchanted cadence,
So clear, so solemn-sweet.

How often I have hearkened
To that high pealing strain,
Across the cedar barrens,
Under the soft gray rain!

How often I have wondered,
And longed in vain to know
The source of that enchantment —
That touch of long ago!

O brother, who first taught thee
To haunt the teeming spring
With that divine sad wisdom
Which only age can bring?

 

 
Bliss Carman (15 april 1861 – 8 juni 1929)

Lees meer...