26-07-11

Arthur Japin, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook mijn blog van 26 juli 2008 en ook mijn blog van 26 juli 2009 en ook mijn blog van 26 juli 2010.

 

Uit: Een schitterend gebrek

 

„Zo word ik het minst opgemerkt. Ik kan hen echter op mijn gemak bestuderen. Dat deed ik ook die avond, deels voor mijn plezier, deels met het oog op mijn professie.
In de bocht van de Herengracht vielen mij twee heren op. De een was Jan Rijgerbos, een handelaar aan de beurs, die voor mij geen vreemde was. Het is een vriendelijke, welopgevoede weduwnaar, fris en goedgebouwd en niet veeleisend. Zijn metgezel kende ik niet. Die had een donker voorkomen met een opvallend profiel. Het was dat laatste dat mij onmiddellijk trok. Zijn aanblik raakte mij zonder dat ik begreep waarom. Ik vroeg de bootsman sneller te roeien, zodat wij het stel nog even bij konden houden. Ik bestudeerde de onbekende. Hij had een ovaal gelaat en droeg een blonde pruik, die het beter liet uitkomen. Hij was niet bijzonder knap maar wekte dadelijk mijn lust, op een manier die ik van mijzelf niet kende.
Dit ergerde mij.
Ik ben gewend degene te zijn die de lusten wekt.
Hij was me toch te mager, besloot ik. Bovendien ging hij volgens de laatste Parijse mode gekleed in een kniebroek van gele zijde, die zijn kousen bloot liet, wat hem in dit gure weer potsierlijk stond. Ik verloor mijn interesse en keek alweer rond naar andere wandelaars. Terwijl we onder de Leidsebrug door voeren, staken Rijgerbos en zijn vriend die juist over en ik ving alsnog een flard op van hun gesprek. Zij spraken in het Frans, de een moeizaam, de ander vloeiend. De stem van die Fransman stond me aan. Ik liet de bootsman stilhouden onder de bogen van de brug. Daar wachtten wij in de schaduw tot het stel uit het zicht was.
Het is dat mijn decolleté onverantwoord diep was uitgesneden; het is dat ik bepaald niet zonder zonden ben; het is dat mijn gedachten die avond verre van verheven waren; het is dat ik niet het soort vrouw ben aan wie een hogere macht ook maar een kwartiertje van zijn tijd zou verdoen, anders zou je nog denken dat God zelf of anders de duivel voor zijn vermaak in de hele opzet een handje heeft gehad. Een samenloop als deze! Hoe zelden is ons een glimp vergund op het grotere verband waarbinnen de voorvallen uit ons leven een plaats krijgen? „

 

 


Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

Lees meer...

George Bernard Shaw, Claude Esteban, Antonio Machado, Anré Maurois, Paul Gallico, Hans Bergel

 

De Ierse toneelschrijver, socialist en theatercriticus George Bernard Shaw werd geboren in Dublin op 26 juli 1856. Zie ook mijn blog van 26 juli 2010 en eveneens alle tags voor George Bernard Shaw op dit blog.

 

Uit: Lilith

 
„LILITH. They have accepted the burden of eternal life. They have taken the agony from birth; and their life does not fail them even in the hour of their destruction. Their breasts are without milk: Their bowels are gone: the very shapes of them are only ornaments for their children to admire and caress without understanding. Is this enough; or shall I labor again? Shall I bring forth something that will sweep them away and make an end of them as they have swept away the beasts of the garden, and made an end of the crawling things and the flying things and of all them that refuse to live for ever? I had patience with them for many ages: they tried me very sorely. They did terrible things: I stood amazed at the malice and destructiveness of the things I had made: Mars blushed as he looked down on the shame of his sister planet: cruelty and hypocrisy became so hideous that the face of the earth was pitted with the graves of little children among which living skeletons crawled in search of horrible food. The pangs of another birth were already upon me when one man repented and lived three hundred years; and I waited to see what would come of that. And so much came of it that the horrors of that time seem now but an evil dream. They have redeemed themselves from their vileness, and turned away from their sins. Best of all, they are still not satisfied: the impulse I gave them in that day when I sundered myself in twain and launched Man and Woman on the earth still urges them: after passing a million goals they press on to the goal of redemption from the flesh, to the vortex freed from matter, to the whirlpool in pure intelligence that, when the world began, was a whirlpool in pure force. And though all that they have done seems but the first hour of the infinite work of creation, yet I will not supersede them until they have forded this last stream that lies between flesh and spirit, and disentangled their life from the matter that has always mocked it. I can wait: waiting and patience mean nothing to the eternal. I gave the woman the greatest of gifts: curiosity. By that her seed has been saved from my wrath; for I also am curious; and I have waited always to see what they will do tomorrow.“

 

  


George Bernard Shaw (26 juli 1856 – 2 november 1950)

Lees meer...

25-07-11

Elias Canetti, Max Dauthendey, Jovica Tasevski – Eternijan, Annette Pehnt

 

De Duitstalige schrijver Elias Canetti werd geboren op 25 juli 1905 in Russe in Bulgarije. Zie ook mijn blog van 25 juli 2010 en eveneens alle tags voor Elias Canetti op dit blog.

 

Uit: Die gerettete Zunge

 

„Sie las mir einen Satz Deutsch vor und ließ mich ihn wiederholen. Da ihr meine Aussprache missfiel, wiederholte ich ihn ein paar Mal, bis er ihr erträglich schien. Das geschah aber nicht oft, denn sie verhöhnte mich für meine Aussprache, und da ich um nichts in der Welt ihren Hohn ertrug, gab ich mir Mühe und sprach es bald richtig. Dann erst sagte sie mir, was der Satz auf englisch bedeute. Das aber wiederholte sie nie, das musste ich mir sofort ein für allemal merken. ... Sie entließ mich, sagte: "Wiederhole dir das für dich. Morgen machen wir weiter." Sie behielt das Buch, und ich war ratlos mir selber überlassen. ... Wenn sie besonders ungeduldig wurde, schlug sie die Hände über dem Kopf zusammen und rief: "Ich habe einen Idioten zum Sohn!" ... oder "Dein Vater hat doch auch deutsch gekonnt, was würde dein Vater dazu sagen!" ... Sie achtete nicht darauf, dass ich vor Kummer wenig aß. Den Terror, in dem ich lebte, hielt sie für pädagogisch.“

(…)

 

„Ob wir es wahrhaben wollten oder nicht, solange wir zusammenlebten, waren wir einander Rechenschaft schuldig. Jeder wusste nicht nur, was der andere tat, jeder spürte auch die Gedanken des anderen, und was das Glück und die Dichte dieses Verständnisses ausmachte, war auch seine Tyrannei.“

 

 



Elias Canetti (25 juli 1905 - 14 augustus 1994)

Lees meer...

Ottokar Kernstock, Sytze van der Zee, Albert Knapp, Kazim Ali, Louise Boege

 

De Oostenrijkse dichter, priester en Augustijner Koorheer Ottokar Kernstock werd geboren op 25 juli 1848 in Marburg an der Drau. Zie ook mijn blog van 25 juli 2007 en ook mijn blog van 25 juli 2009 en ook mijn blog van 25 juli 2010

 

 

Im Dichterheim

 

Es wanderten durch den rauschenden Tann

Drei Mädel, flink wie die Wiesel,

Den Bergpfad zur ragenden Feste hinan

Die Ilse, die Gretel, die Lisel.

 

Sie rasteten unter dem Lindengeäst,

Durchs Burgtor sind sie gezogen.

Sie fanden des Singvogels heimliches Nest,

Doch der Sänger war ausgeflogen.

 

Ihr lieblichen Wanderer macht euch nichts draus,

Weil heute im Hause ich fehle!

In meinen Liedern bin ich zu Haus,

Im Sange wohnt meine Seele.

 

Dort habt ihr manch trauliches Stündlein geweilt

Beim Dichter, dem Bringer des Schönen.

Habt Wonne und Wehmut mit mir geteilt,

Mein Lächeln und meine Tränen.


Ergründet habt ihr mein innerstes Sein

Und meine Sendung gesegnet -

So wurde ich euer, so wurdet ihr mein,

Obgleich wir uns niemals begegnet.

 

Und kommt jetzt das Herbsten und kommt das Verblüh’n,

Ich weiß doch, trotz Blättergeriesel

Bleibt mir ein herziges Kleeblatt grün:

Die Ilse, die Gretel, die Lisel.

 

 

 


Ottokar Kernstock (25 juli 1848 – 5 november 1928)

Bronzen medaille uit 1928

Lees meer...

24-07-11

Robert Graves, Johan Andreas der Mouw, Banana Yoshimoto, Rosemarie Schuder

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Graves werd geboren in Londen (Wimbledon) op 24 juli 1895. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007 en ook mijn blog van 24 juli 2008 en ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

 

The Naked And The Nude

 

For me, the naked and the nude

(By lexicographers construed

As synonyms that should express

The same deficiency of dress
Or shelter) stand as wide apart

As love from lies, or truth from art.

 

Lovers without reproach will gaze

On bodies naked and ablaze;

The Hippocratic eye will see

In nakedness, anatomy;

And naked shines the Goddess when

She mounts her lion among men.

 

The nude are bold, the nude are sly

To hold each treasonable eye.

While draping by a showman's trick

Their dishabille in rhetoric,

They grin a mock-religious grin

Of scorn at those of naked skin.

 

The naked, therefore, who compete

Against the nude may know defeat;

Yet when they both together tread

The briary pastures of the dead,

By Gorgons with long whips pursued,

How naked go the sometime nude!

 

 

 

Symptoms of Love

 

Love is universal migraine,

A bright stain on the vision

Blotting out reason.

 

Symptoms of true love

Are leanness, jealousy,

Laggard dawns;

 

Are omens and nightmares -

Listening for a knock,

Waiting for a sign:

 

For a touch of her fingers

In a darkened room,

For a searching look.

 

Take courage, lover!

Could you endure such pain

At any hand but hers?

 

 

 

Smoke-Rings

 

BOY

 

Most venerable and learned sir,

Tall and true Philosopher,

These rings of smoke you blow all day

With such deep thought, what sense have they?

 

PHILOSOPHER

 

Small friend, with prayer and meditation

I make an image of Creation.

And if your mind is working nimble

Straightway you’ll recognize a symbol

Of the endless and eternal ring

Of God, who girdles everything—

God, who in His own form and plan

Moulds the fugitive life of man.

These vaporous toys you watch me make,

That shoot ahead, pause, turn and break—

Some glide far out like sailing ships,

Some weak ones fail me at my lips.

He who ringed His awe in smoke,

When He led forth His captive folk,

In like manner, East, West, North, and South,

Blows us ring-wise from His mouth.

 

 

Robert Graves (24 juli 1895 - 7 december 1985)

Lees meer...

Katia Mann, Junichirō Tanizaki, Frank Wedekind, Hermann Kasack

 

De Duitse schrijversvrouw Katia Mann, steun en toeverlaat van de Duitse schrijver Thomas Mann, werd geboren als Katharina Pringsheim op 24 juli 1883 in Feldafing. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007 en ook mijn blog van 24 juli 2008 en ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

Uit: Katia Mann: Meine ungeschriebenen Memoiren

 

“Der Boykott der Nazis war schon 1930 offenkundig, und seine Unbeliebtheit in diesen Kreisen hatte Thomas Mann schon damals augenscheinlich dokumentiert bekommen.
Er hielt im Oktober 1930 im Berliner Beethovensaal einen Vortrag namens "Deutsche Ansprache. Ein Appell an die Vernunft". Er war eigens hingefahren, um auf dieser Veranstaltng vor den Nazis zu warnen und gegen sie aufzutreten. Der Abend ist mir, mit all dem Aufruhr und all der Aufregung, die er beschwor, unvergeßlich. Von einem wohlmeinenden Publikum war der Saal halb ausverkauft, oben auf der Galerie jedoch saß Herr Arnolt Bronnen mit einigen anderen Gesinnungsgenossen, Pro-Nazi, aggressiv, und sie hätten am liebsten die Ansprache gesprengt. Sie haben furchtbaren Krach gemacht, Thomas Mann immer wieder unterbrochen und: Unsinn! Schluß! und ähnliches von der Galerie gerufen, daß mein Mann für eine Weile zu sprechen aufhören mußte. Es herrschte große Aufregung im Saal.
Da drehte sich das gesamte Publikum gegen die Galerie und rief: Wir wollen Thomas Mann hören. Ruhe da oben!
Es ging daraufhin ziemlich ungestört weiter. Ich saß in der ersten Reihe, auf dem Podium saß Frau Fischer, und Frau Fischer flüsterte immer: Recht bald Schluß machen. Möglichst bald Schluß machen! Aber mein Mann ließ sich gar nicht stören und führte den Vortrag vollständig zu Ende.
Dann kam Bruno Walter zu uns in das Künstlerzimmer und sagte: Wissen Sie, ich würde jetzt nicht die Haupttreppe hinuntergehen. Da kann man nicht wissen, was passiert. Ich bin ja hier zu Hause, im Beethovensaal. Ich führe Sie auf der Hintertreppe hinunter. So geschah es denn auch. Über die Hintertreppe und einige Verbindungsgänge gelangten wir ins Freie, und Bruno Walter führte uns zu seinem Wagen, den er in einem Hof abgestellt hatte, und brachte uns sicher fort.”

 

 


Katia Mann (24 juli 1883 – 25 april 1980)

Thomas en Katia Mann

Lees meer...

Alexandre Dumas père, E. F. Benson, Betje Wolff, Willie Verhegghe

 

De Franse dramaturg en schrijver Alexandre Dumas père werd geboren in (Villers-Cotterêts (Aisne) op 24 juli 1802. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007 en ook mijn blog van 24 juli 2008 en ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

Uit: The Three Musketeers (Vertaald doorWilliam Barrow)

 

“In those times panics were common, and few days passed without some city or other registering in its archives an event of this kind. There were nobles, who made war against each other; there was the king, who made war against the cardinal; there was Spain, which made war against the king. Then, in addition to these concealed or public, secret or open wars, there were robbers, mendicants, Huguenots, wolves, and scoundrels, who made war upon everybody. The citizens always took up arms readily against thieves, wolves or scoundrels, often against nobles or Huguenots, sometimes against the king, but never against cardinal or Spain. It resulted, then, from this habit that on the said first Monday of April, 1625, the citizens, on hearing the clamor, and seeing neither the red-and-yellow standard nor the livery of the Duc de Richelieu, rushed toward the hostel of the Jolly Miller. When arrived there, the cause of the hubbub was apparent to all.

A young man--we can sketch his portrait at a dash. Imagine to yourself a Don Quixote of eighteen; a Don Quixote without his corselet, without his coat of mail, without his cuisses; a Don Quixote clothed in a woolen doublet, the blue color of which had faded into a nameless shade between lees of wine and a heavenly azure; face long and brown; high cheek bones, a sign of sagacity; the maxillary muscles enormously developed, an infallible sign by which a Gascon may always be detected, even without his cap--and our young man wore a cap set off with a sort of feather; the eye open and intelligent; the nose hooked, but finely chiseled. Too big for a youth, too small for a grown man, an experienced eye might have taken him for a farmer’s son upon a journey had it not been for the long sword which, dangling from a leather baldric, hit against the calves of its owner as he walked, and against the rough side of his steed when he was on horseback.”

 

 

Alexandre Dumas père (24 juli 1802 - 5 december 1870)

Portret door Ernestine Philippain

Lees meer...

23-07-11

Frans Erens, Thea Dorn, Lisa Alther, Irina Liebmann, Kai Meyer

 

De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007en ook mijn blog van 23 juli 2008en ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: Vervlogen jaren

 

Jongensjaren

Mijn ouderlijk huis stond aan den weg, die loopt van Heerlen over Nieuwenhagen door Waubach naar de Duitsche grens, waarvan de afstand tot bij ons maar een halfuur was. Tegenover ons aan de andere zijde van den weg was een hooge haag van beukenhout, stokken, die over de honderd jaar oud waren en waaronder kippen hun eieren legden. Naast het huis was een langwerpige poel, waaruit het water voor het vee werd gehaald, beschaduwd door een reusachtigen kastanje, een paar oude knotwilgen en eenige kwetsenboomen. Daarnaast stond een hooge plataan, waarvan ik het omhakken nooit zal vergeten door het gekraak en den smak, waarmee hij op den grond viel. Vóór het huis stonden twee zware lindeboomen in waaiervorm. Zij moeten wel zeer oud zijn geweest; als kind heb ik daar nooit aan gedacht, maar in latere jaren heb ik ze geschat op ongeveer driehonderd jaar.

Een man en zijn vrouw, afkomstig uit Zaandam, die in Indië geld hadden verdiend, waren in de achttiende eeuw daar gaan rentenieren. Zij hadden er het woonhuis laten bouwen en waarschijnlijk hetgeen zij op die plaats vonden, laten afbreken. Zekerheid daaromtrent heb ik uit de traditie niet kunnen achterhalen, maar de twee groote lindeboomen wijzen er op dat er reeds vroeger op die plaats een huis moet hebben gestaan. Volgens de traditie zouden die twee Zaanlanders Schrek hebben geheeten en ik heb altijd hooren vertellen, dat zij Zondagsmiddags op een bank vóór het huis zaten thee te drinken, waarbij de man een lange Goudsche pijp rookte en de vrouw thee schonk met een mooie zijden japon aan. De herinnering aan de thee en de Goudsche pijp was bewaard gebleven, omdat in die streken deze twee dingen in dien tijd onbekend waren.

Het Zaanlandsche echtpaar was te vroeg gaan rentenieren en er kwam voor hen een moment, dat zij hun huis niet konden blijven bewonen. Het werd door mijn grootvader gekocht en mijn grootmoeder heeft mij verteld, dat de Schrekken, zooals ze bij ons werden genoemd, daarna in een klein huisje waren gaan wonen opzij van onze wei en dat zij er zoo slecht aan toe waren geweest, dat zij hun iederen dag het eten had laten brengen, zoolang zij nog hadden geleefd.“

 

 

 

Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)

In 1931

Lees meer...

Hubert Selby jr., Raymond Chandler, Matthias Spiegel, Thomas Frahm, Jean Nelissen

 

De Amerikaanse schrijver Hubert Selby jr. werd op 23 juli 1928 in Brooklyn, New York geboren. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007en ook mijn blog van 23 juli 2008 en ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: Last Exit to Brooklyn

 

“... She didn't need any goddamn skell to buy her a drink. She could get anything she wanted in Willies. She had her kicks. Shed go back to Willies where what she said goes. That was the joint. There was always somebody in there with money. No bums like these cruds. Did they think shed let any goddamn bum in her pants and play with her tits for a few bucks. Shit! She could get a seamans whole payoff just sittin in Willies. ...“
(...)

“... Afterwards the kids who were watching and waiting to take a turn took out their disappointment on Tralala and tore her clothes to small scraps put out a few cigarettes on her nipples pissed on her jerked off on her jammed a broomstick up her snatch then bored they left her lying amongst the broken bottles rusty cans and rubble of the lot and Jack and Fred and Ruthy and Annie stumbled into a cab still laughing and they leaned toward the window as they passed the lot and got a good look at Tralala lying naked covered with blood urine and semen and a small blot forming on the seat between her legs as blood seeped from her crotch and Ruth and Annie happy and completely relaxed now that they were on their way downtown.“

 

 

Hubert Selby jr. (23 juli 1928 – 26 april 2004)

Lees meer...

22-07-11

Arno Geiger, Tom Robbins, Stephen Vincent Benét, Maria Janitschek

 

De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger werd geboren op 22 juli 1968 in Bregenz, Vorarlberg. Zie ook mijn blog van 22 juli 2007 en ook mijn blog van 22 juli 2008 en ook mijn blog van 22 juli 2009 en ook mijn blog van 22 juli 2010.

 

Uit: Der alte König in seinem Exil

 

„Das gemeinschaftliche Versagen am Anfang lag hinter uns, und die unangenehmen Erinnerungen verloren rasch an Schärfe, denn wir gingen jetzt behutsamer mit dem Vater um, außerdem hielt uns der Alltag mit immer neuen Überraschungen auf Trab. Wir schauten damals wenig zurück und viel nach vorn, denn die Krankheit stellte uns vor ständig neue Herausforderungen. Wir waren Neulinge und versuchten die ohnehin unsichere Herrschaft über unser aller Leben aufrechtzuerhalten – auf der Grundlage von fehlendem Wissen und fehlender Kompetenz.
Der Vater ging viel auf Wanderschaft, meistens zu meinem älteren Bruder Peter, der schräg vis-à-vis wohnt und drei Töchter hat. Doch immer öfter gingen die Ausflüge über den gewohnten Radius hinaus, manchmal mitten in der Nacht, nur unzureichend bekleidet, ängstlicher Blick. Zwischendurch war der Vater nicht auffindbar, weil er sich in eines der Kinderzimmer verirrt und dort in ein Bett gelegt
hatte, manchmal stöberte er in den Schränken und wunderte sich, wenn ihm Werners Hosen nicht passten. Irgendwann beschrifteten wir seine Tür mit August und sperrten die Zimmer daneben zu.
Oft war sein Schädel blutig oder er kam mit aufgeschlagenen Knien zurück, weil er auf dem Weg hinunter zu seinem Elternhaus über den steilen und stellenweise verwachsenen Bühel gestürzt war. Einmal drang er in sein Elternhaus ein und stand plötzlich bei der Schwägerin im ersten Stock und erkundigte sich nach dem Bruder Erich.
Noch in meiner Kindheit war der Riegel an der Tür durch ein Loch im Holz, in das man den Zeigefinger führte, leicht zu öffnen gewesen. Der Vater hatte es bestimmt mehrfach probiert, nicht wissend, dass der Mechanismus nicht mehr griff. Die Vergeblichkeit seiner Versuche muss ihn vollends verunsichert haben, so dass er sich entschloss, die Tür aufzubrechen.“

 

 


Arno Geiger (Bregenz, 22 juli 1968)

Lees meer...

Oskar Maria Graf, Emma Lazarus, Per Hojholt, Jakob Lorber

 

De Duitse schrijver Oskar Maria Graf werd geboren op 22 juli 1894 in Berg am Starnberger See. Zie ook mijn blog van 22 juli 2007 en ook mijn blog van 22 juli 2009 en ook mijn blog van 22 juli 2010.

 

Uit: Das Leben meiner Mutter

 

„Sie hieß Theres Heimrath oder vielmehr Resl, wie man sie in gewohntem Dialekt nannte, und war die vierte von neun Geschwistern. Zwei davon waren, kaum halbjährig, gestorben, bevor sie zur Welt gekommen war, und wiederum zwei, darunter der einzige Sohn, starben, als sie noch nicht zur Schule ging. Man schrieb den 1. November 1857. Am Nachmittag dieses Allerheiligentages, da die Leute nach altem Brauch im Gottesacker des nahen Pfarrdorfes Aufkirchen die Gräber ihrer Verstorbenen aufsuchten, erblickte sie das Licht des Tages. Ihre Mutter soll, so wird erzählt, schon in den Wehen gelegen haben, als der Bauer und die Dienstboten das Haus verließen. Die religiöse Pflicht erschien

ihnen wichtiger als bedrängte Mutterschaft und Kindsgeburt. Niemand war in der Ehekammer als die einjährige Genovev, die plappernd auf dem Boden herumkroch, manchmal ans Bett der Mutter kam, deren heiße, verkrampfte Hände betastete, verwundert aufschaute, erschreckt von den wimmernden Wehlauten der Gebärenden, zu weinen anfing und wieder wegtappte. Zwischen Tod und Leben schwebend, betete die Heimrathin in ihrem Schmerz und überstand alles. Erst beim Hereinbruch der

Dunkelheit kamen die Ihrigen zurück und fanden neben der erschöpften Mutter das neugeborene, schreiende Kind. Die kleine Genovev hatte sich unter einer Bettstatt verkrochen.

Vielleicht war die Nachwirkung all dieser Umstände der Grund, weshalb der Tod im Leben der Resl, wie im Leben aller durchaus gesunden Menschen, eine so beherrschende Rolle spielte. Sie fürchtete ihn als Kind ebenso wie als Greisin, und sie empfand ihn, wenn er nicht sie und die Ihren bedrohte, stets als den großen gerechten Ausgleicher, der den Armen auslöscht und auch nicht halt macht vor Glanz und Reichtum, vor Macht und Größe.“

 

 

Oskar Maria Graf (22 juli 1894 - 28 juni 1967)

Portret door Walter Schulz-Matan, 1927

Lees meer...

21-07-11

Ernest Hemingway, Belcampo, Hart Crane, Mohammed Dib

 

De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Zie ook mijn blog van 21 juli 2010 en eveneens alle tags voor Ernest Hemingway op dit blog.

 

Uit: Green Hills Of Africa

 

„Every morning now it took the heavy, woolly sky an hour or so longer to clear and you could feel the rains coming, as they moved steadily north, as surely as though you watched them on a chart.
Now it is pleasant to hunt something that you want very much over a long period of time, being outwitted, outmanoeuvred, and failing at the end of each day, but having the hunt and knowing every time you are out that, sooner or later, your luck will change and that you will get the chance that you are seeking. But it is not pleasant to have a time limit by which you must get your kudu or perhaps never get it, nor even see one. It is not the way hunting should be. It is too much like those boys who used to be sent to Paris with two years in which to make good as writers or painters, after which, if they had not made good, they could go home and into their fathers' businesses. The way to hunt is for as long as you live against as long as there is such and such an animal; just as the way to paint is as long as there is you and colours and canvas, and to write as long as you can live and there is pencil and paper or ink or any machine to do it with, or anything you care to write about, and you feel a fool, and you are a fool, to do it any other way“.

 

 

Ernest Hemingway (21 juli 1899 – 2 juli 1961)

Lees meer...

Hans Fallada, Brigitte Reimann, Anton Schnack, Matthew Prior

 

De Duitse schrijver Hans Fallada (eig. Rudolf Ditzen) werd geboren in Greifswald op 21 juli 1893 als de zoon van een jurist. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007 en ook mijn blog van 21 juli 2008 en ook mijn blog van 21 juli 2009. en ook mijn blog van 21 juli 2010

 

Uit: Bauern, Bonzen und Bomben

 

„Ecke Calvin- und Propstenstraße stoßen die Gärten vom Engroskaufmann Manzow und dem Produktenhändler Meisel zusammen. Beide sind demokratische Stadtverordnete. Manzow sogar – infolge eines Abkommens mit der SPD – Stadtverordnetenvorsteher, während Meisel der Hansdampf in allen Gassen ist, das kommunale Nachrichtenbüro von Altholm.
Es ist ein schöner Julivormittag, nicht zu warm, ein kühler Wind geht von der See und frischt die Sonne auf, bewegt die Blätter des Gartens, in dem Manzow sich ergeht. Er ist eben aus dem Bett gekrochen, hat eine Kanne schwarzen Kaffee getrunken und versucht jetzt, mit viel Priem den Geschmack von der gestrigen Sauferei aus dem Munde zu kriegen.
Manzow hat in Altholm zwei Spitznamen: »der weiße Neger « und »der Kinderfreund«. Weißer Neger wegen seines Gesichtes, das mit den aufgeworfenen Lippen, der fliehenden Stirn, dem krausen schwarzen Haar viel Negerhaftes hat, Kinderfreund darum, weil …
Gewohnheitsmäßig späht er über die Zäune in die Nachbargärten, trotzdem er weiß, daß die Mütter ihren Kindern streng verboten haben, im Garten ihr Geschäftchen zu verrichten, überhaupt in die Nähe des Manzowschen Zaunes zu kommen. Es könnte doch mal sein, daß so eine süße kleine Krabbe von acht oder zehn Jahren …
Es ist aber nur der Fraktionskollege Meisel, Herr über ein vierstöckiges Lagerhaus und siebzig Lumpensammler, den er erblickt.
»Morgen, Franz.«
»Morgen, Emil.«

»Gestern noch lange geblieben?«
»Bis fünf. Irgend so ein dämlicher Stadtpolizist wollte um drei Polizeistunde bieten. Ich hab ihm was gepfiffen.«

 

Hans Fallada (21 juli 1893 – 5 februari 1947)

 

Lees meer...

20-07-11

Hans Lodeizen, Uwe Johnson, Simin Behbahāni

 

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

 

je hebt me alleen gelaten

 

je hebt me alleen gelaten
maar ik heb het je al vergeven

want ik weet dat je nog ergens bent
vannacht nog, toen ik door de stad
dwaalde, zag ik je silhouet in het glas
van een badkamer

en gisteren hoorde ik je in het bos lachen
zie je, ik weet dat je er nog bent

laatst reed je me voorbij met vier
andere mensen in een oude auto
en ofschoon jij de enige was die
niet omkeek, wist ik toch dat jij
de enige was die mij herkende de enige die
zonder mij niet kan leven

en ik heb geglimlacht

ik was zeker dat je me niet verlaten zou
morgen misschien zul je terugkomen
of anders overmorgen of wie weet wel nooit

maar je kunt me niet verlaten

 

 

 

Hij die de wind

 

Hij die de wind
had na willen bootsen in haar
meest intieme bewegingen;
nu ligt hij als een steen
in de beek, zwijgend in het
spelende water.

Hij die zijn hand
wou laten regeren over de
dingen is moe, en een klacht
draagt hij op zijn hoofd als
een doornenkroon, maar hij lacht
in de herfstzon.

 

 

 

ik wou dat ik je ergens vinden kon

 

ik wou dat ik je ergens vinden kon
de nacht is uitgegaan als een kaars
de wind heeft haar uitgeblazen
waar komt de muziek vandaan?

de wereld heeft haar versierselen afgedaan
er is een kaal huis, red mij, kom;
ik wil niet alleen zijn

maar ik weet dat je nergens bent
alleen zal ik leven
alleen doodgaan.

 

 

 


Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

Hier met zijn vader

Lees meer...