11-04-11

Antoine Blondin, Luise Gottsched, Anastasius Grün, Johann Heinrich Merck, Christopher Smart, Lev Blatný

 

De Franse schrijver Antoine Blondin werd geboren op 11 april 1922 in Parijs. Zie ook mijn blog van 11 april 2009 en ook mijn blog van 11 april 2010.

 

Uit: Un singe en hiver

 

« La plage était déserte sur des kilomètres, à l’exception d’un petit grouillement de silhouettes multicolores, dans une crique arrondie au pied de la falaise. Je me suis approché à l’abri des rochers, retrouvant de la jeunesse et un goût amer à cet exercice, ne sachant trop si j’étais grotesque, immonde ou sublime. Marie a de jolies jambes brunes qui me flattèrent, peu ou pas de poitrine, mais je ne me suis pas attardé. Elle trônait le plus souvent au centre d’un conciliabule qui se formait et se désassemblait au gré de son caprice. Ainsi, je découvrais cette meneuse espiègle dont j’avais entendu pârler. Quand tout le monde se précipitait jusqu’au bord de l’eau, je ne la distinguais plus qu’à son maillot clair sur lequel elle portait un gros chandail troué qui ne parvenait point à l’épaissir. Je me suis dit que j’essaierais de saisir le sens de ces évolutions, la règle de ces divertissements; je me suis proposé également d’acheter des jumelles. Jusqu’ici les décrets de Marie me sont demeurés impénétrables; quant aux lorgnettes, j’ai craint d’avoir l’air d’un cochon. Mais je pouvais m’asseoir là, appuyé au varech, jeter de temps en temps un regard sur Marie, me donner l’illusion qu’elle était sous ma surveillance, que nous passions enfin nos vacances ensemble, "Alors on serait…on serait…", proclament volontiers ces enfants quand ils demandent au jeu de déguiser la vie: on serait des marchands…on serait dans un sous-marin… on serait en Amérique… Eh bien, de ce côté-ci des rochers, on jouait au papa sans la maman; on était un père plein de sollicitude, d’indulgence et de discrétion. En somme, c’était la vie rêvée. Dans ce système imaginaire, Marie cessait d’être une orpheline. Et il me sembalit qu’elle l’était effectivement beaucoup moins que les autres, chaque fois que je la regardais. »

 

 


Antoine Blondin (11 april 1922 – 7 juni 1991)

 

 

Lees meer...

10-04-11

Leo Vroman, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner

 

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook mijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009 en ook mijn blog van 10 april 2010.

 

 

Regeneratie

 

Ieder gedicht
dat ik schrijf
is het laatste,
is mijn dood.

Dan smelt mijn gezicht
bijzonder groot
uit mijn lijf,
in mijn schoot.

Als ik wegloop
mors ik een hoop
dode manen
en kruip-organen,

en ikzelf dool,
zo dun dan
zo fijn van vrees
als een Chinees
symbool
voor 'man',

(een lijn
voor gebaar,
en een voor voet,
waaruit bij mij
nog wat inkt bloedt)

heen.

Schaamte: het oor
groeit het eerst weer aan,
spitst, st:leest iemand dit voor
Dan zwelt een oogbal,

ontluikt en tuurt: weent iemand al?
En dan spruit bang mijn ellendige
bonzende inwendige uit.

Om zich te bevredigen
staat daar dan
vlak achter de lezende
een geheel volledige
dodelijk vrezende
Vroman.

 

 

 

De oorlog

 

Het is een heldere zomermorgen
Door een heldhaftig mens
is het leventeken gegeven,
en zijn troepen trekken even
over de grens.

Overal op straat en
achter deuren, onder stoelen
worden de vijanden gevonden.
De halfslachtende soldaten
slaan vreemde mannen op hun smoelen,
griezelen even van hun wonden
en door de gebroken ruiten
storten zij zich weer naar buiten.

 

 

 

Steen

 

Drie stenen zitten op een steen.
Acht stenen liggen er om heen.
Daar onder liggen er nog negen.
Andere daar naast en tegen.
Een steen steekt half uit het zand naar buiten
om zich nog eventjes te uiten.
Leert, kinderen, dit uit zijnen mond:
houdt steeds een vuist boven de grond.

 

 

 

 

Leo Vroman (Gouda, 10 april 1915)

Getekend door Peter van Dongen

 

 

Lees meer...

William Hazlitt, Marcel van Maele, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

 

De Engelse schrijver en essayist William Hazlitt werd geboren op 10 april 1778 in Maidstone. Zie ookmijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009 en ook mijn blog van 10 april 2010.

 

Uit: Notes of a journey through France and Italy

 

Paris is a beast of a city to be in—to those who cannot get out of it. Rousseau said well, that all the time he was in it, he was only trying how he should leave it. It would still bear Rabelais' double etymology of Par-ris and Lutetia *. There is not a place in it where you can set your foot in peace or comfort, unless you can take refuge in one of their hotels, where you are locked up as in an old-fashioned citadel, without any of the dignity of romance. Stir out of it, and you are in danger of being run over every instant. Either you must be looking behind you the whole time, so as to be in perpetual fear of their hackney-coaches and cabriolets; or, if you summon resolution, and put off the evil to the last moment, they come up against you with a sudden acceleration of pace and a thundering noise, that dislocates your nervous system, till you are brought to yourself by having the same startling process repeated. Fancy yourself in London with the footpath taken away, so that you are forced to walk along the middle of the streets with a dirty gutter running through them, fighting your way through coaches, waggons, and handcarts trundled along by large mastiff-dogs, with the houses twice as high, greasy holes for shop-windows, and piles of wood, green-stalls, and wheelbarrows placed at the doors, and the contents of wash-hand basins pouring out of a dozen stories—fancy all this and worse, and, with a change of scene, you are in Paris.

* The fronts of the houses and of many of the finest buildings seem (so to speak) to have been composed in mud, and translated into stone—so little projection, relief, or airiness have they. They have a look of beiDg stuck together.

 

  

 

William Hazlitt (10 april 1778 – 18 september 1830)

Portret door John Hazlitt

 

 

Lees meer...

09-04-11

Charles Baudelaire, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski, Julius Hart

 

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook mijn blog van 9 april 2007 ,mijn blog van 25 juli 2006 en ook mijn blog van 9 april 2008 en ookmijn blog van 9 april 2009 en ook mijn blog van 9 april 2010.

 

 

Le mort joyeux

 

Dans une terre grasse et pleine d'escargots
Je veux creuser moi-même une fosse profonde,
Où je puisse à loisir étaler mes vieux os
Et dormir dans l'oubli comme un requin dans l'onde,

Je hais les testaments et je hais les tombeaux ;
Plutôt que d'implorer une larme du monde,
Vivant, j'aimerais mieux inviter les corbeaux
A saigner tous les bouts de ma carcasse immonde.

Ô vers ! noirs compagnons sans oreille et sans yeux,
Voyez venir à vous un mort libre et joyeux ;
Philosophes viveurs, fils de la pourriture,

A travers ma ruine allez donc sans remords,
Et dites-moi s'il est encor quelque torture
Pour ce vieux corps sans âme et mort parmi les morts !

 

 

 

 

De Ramen

 

Wie van buiten af door een open raam kijkt ziet nooit zoveel als iemand die een gesloten raam bekijkt. Er is geen voorwerp dieper, mysterieuzer, rijker, duisterder, en verblindender dan een venster, dat wordt verlicht door een kaars. Wat men in het zonlicht kan zien is altijd minder interessant dan wat zich achter een glasruit afspeelt. In dat donkere of lichte gat leeft het leven, droomt het leven, lijdt het leven.

Over de golven van daken heen zie ik een rijpe vrouw, al gerimpeld, altijd over iets heen gebogen, en die nooit de deur uit gaat. Met haar gezicht, haar kleding, haar gebaren, met bijna niets, heb ik de geschiedenis van deze vrouw gereconstrueerd, of liever haar legende, en soms vertel ik die mezelf in tranen.

Als het een arme oude man was geweest had ik de zijne met evenveel gemak bedacht.

En ik ga slapen, trots dat ik heb geleefd en geleden in anderen dan mezelf.

Misschien zegt u me: "Ben je er zeker van dat deze legende de juiste is?" Wat maakt het uit wat de werkelijkheid buiten mij om kan zijn, als ze me heeft geholpen te leven, te voelen dat ik ben en wie ik ben?

 

 

Vertaald door Jacob Groot

 

 

An eine die vorüberging

 

Der wilde Straßenlärm betäubend mich umfing.
In tiefer Trauer, groß und schlank, ein Bild des Leides
Kam eine Frau vorbei und hob den Saum des Kleides
Mit zierlich feiner Hand, da sie vorüberging,

In stolzer Freiheit, wie ein Marmorbild, das schreitet.
Ich aber trank gebannt und gleichsam wie im Wahn
Aus ihren Augen, wie ein Himmel im Orkan,
Die Süße die entzückt, die Lust die Tod bereitet.

Ein Blitz ... und wieder Nacht! —O Schönheit, die mir flieht,
Und die mit ihrem Blick mich plötzlich neu geboren,
Ob vor der Ewigkeit mein Aug dich wiedersieht?

Vorbei! zu spät! vielleicht für immer mir verloren!
Du weißt nicht, wer ich bin, ich weiß nicht, wie du heißt,
Doch hätt ich dich geliebt und weiß, daß du es weißt!

 

 

 
Vertaald door Carl Fischer

 

 

 


Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)

Portret door Emile Deroy, 1844

 

 

Lees meer...

Arnold Stadler, Bernard-Marie Koltès, Lev Kopelev, Carl Amery, Leonard Wibberley

 

De Duitse schrijver Arnold Stadler werd geboren op 9 april 1954 in Meßkirch. Zie ook mijn blog van 9 april 2007  en ook mijn blog van 9 april 2008 en ookmijn blog van 9 april 2009 en ook mijn blog van 9 april 2010.

 

Uit: Ein hinreissender Schrotthändler

 

„Eines Morgens Anfang Mai stand ein junger Mann in einer Adidas-Hose mit schwarz-rot-goldenen Seitenstreifen und Fitneß-Equipmenttasche vor mir und fragte, ob ich ein Auto zum Ausschlachten hätte. Wo sollte ich so schnell einen alten Wagen herbekommen? Ich hatte doch gerade meinen Mercedes gegen einen der neuesten Generation der E-Klasse in Zahlung gegeben. Ich sah, der junge Mann war unrasiert, bei einem kräftigen Haaransatz, einer, der sich zweimal am Tag rasieren muß. Bis auf einen fehlenden Frontzahn der oberen Reihe, der aber, wie er mir später sagte, bald durch ein Implantat bzw. einen Goldzahn ersetzt werden sollte, waren diese Zähne tadellos. Dann fragte er, ob er mal ins Bad dürfe, was ich ihm bei meiner christlichen Erziehung nicht verwehren konnte. Und an meiner Mutter geschult, die damals jedem Hausierer ein Vesper anbot, fragte ich ihn, ob er Hunger habe, bevor er verschwand. Und als er wieder herauskam, sah er aus, wie der Barberinische Faun ausgesehen hätte, wäre er aus seinem Schlaf erwacht und aufgestanden. Adrian hat von jenem Tag an bei uns gewohnt. Meine Frau, die mich noch von ihrer Praxis aus für verrückt erklärt hatte, als ich sie anrief, um ihr zu sagen, es sei ein fremder Mann da, der heute bei uns übernachte, griff meinen Gedanken dankbar auf und bestätigte, daß unser geräumiges Gästeappartement ohnehin nur leerstünde und leergestanden hätte. Es war unser Privileg, über soviel Platz zu verfügen und solche Einladungen auszusprechen, die nicht weh taten. Oder doch?
Meine Frau arbeitet als Handchirurgin, während ich, eben 42 Jahre alt geworden, aufgrund einer nicht behebbaren und kaum zu erklärenden vegetativen Dystonie vorläufig krankgeschrieben bin.“

 

 


Arnold Stadler (Meßkirch, 9 april 1954)

 

 

Lees meer...

08-04-11

Herinnering aan Gerard Reve, Hanz Mirck, Christoph Hein, Nnedi Okorafor, Barbara Kingsolver

 

Herinnering aan Gerard Reve

 

Vandaag is het precies 5 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie over Reve o.a. ook mijn blog van 14 december 2006. en mijn blog van 9 april 2006 en ook mijn blog van 10 april 2006 en mijn blog van 14 december 2009 en mijn blog van 8 april 2010. Alle bijdragen over Reve zijn te vinden via de tag Gerard Reve.

 

 

In uw handen

 

Niemand die zeggen kan, wanneer en hoe.

Misschien wel met geheven glas,

terwijl hij proestend poogt iets uit te leggen

dat wordt weggespoeld

op bulderende branding van gelach.

Dan piept opeens zijn stem, als uit het stof,

en klauwt zijn lege hand naar ’t arme hart,

waar nu het mes in staat van God.

Een flits, van droevig speelgoed, droeve sneeuw

en droef lantarenlicht. Meer niet.

Ziezo, het is volbracht.

‘Zoals hij heeft geleefd, zo is hij ook gestorven.’

 

 

(1965)

 

 

 

Gerard Reve (14 december 1923 -  8 april 2006)

Jaren 1960

 

 

Lees meer...

John Fante, Glendon Swarthout, Martin Grzimek, Hégésippe Moreau, Johann Christian Günther

 

De Amerikaanse schrijver John Fante werd geboren in Colorado op 8 april 1909. Zie ook mijn blog van 8 april 2007 en ook mijn blog van 8 april 2009en ook mijn blog van 8 april 2010

 

Uit: The Road to Los Angeles

 

I became a flunkie on a truck. All we did was move boxes of toilet tissue from the warehouse to the harbor grocery stores in San Pedro and Wilmington. Big boxes, three feet square and weighing fifty pounds apiece. At night I lay in bed thinking about it and tossing.
        My boss drove the truck. His arms were tattooed. He wore tight yellow polo shirts. His muscles bulged. He caressed them like a girl's hair. I wanted to say things that would make him writhe. The boxes were piled in the warehouse, fifty feet to the ceiling. The boss folded his arms and had me bring boxes down to the truck. He stacked them. Arturo, I said, you've got to make a decision; he looks tough, but what do you care?
        That day I fell down and a box bashed me in the stomach. The boss grunted and shook his head. He made me think of a college football player, and lying on the ground I wondered why he didn't wear a monogram on his chest. I got up smiling. At noon I ate lunch slowly, with a pain where the box bashed me. It was cool under the trailer and I was lying there. The lunch hour passed quickly. The boss came out of the warehouse and saw my teeth inside a sandwich, the peach for dessert untouched at my side.
        "I ain't paying you to sit in the shade," he said.
        I crawled out and stood up. The words were there, ready. "I'm quitting," I said. "You and your stupid muscles can go to hell. I'm through."
        "Good," he said. "I hope so."
        "I'm through."
        "Thank God for that."
        "There's one other thing."
        "What?"
        "In my opinion you're an overgrown sonofabitch."
        He didn't catch me.
        After that I wondered what had happened to the peach. I wondered if he had stepped on it with his heel. Three days passed and I went down to find out. The peach lay untouched at the side of the road, a hundred ants feasting upon it.“

 

 

 

John Fante(8 april 1909 – 8 mei 1983)

 

 

Lees meer...

07-04-11

William Wordsworth, Victoria Ocampo, Gabriela Mistral, Donald Barthelme, Johannes Mario Simmel

 

De Engelse dichter William Wordsworth werd geboren op 7 april 1770 in Cumberland. Zie ook mijn blog van 7 april 2007 en ook mijn blog van 7 april 2008 en ook mijn blog van 7 april 2009 en ook mijn blog van 7 april 2010.

 

 

Evening On Calais Beach

 

It is a beauteous evening, calm and free,

The holy time is quiet as a Nun

Breathless with adoration; the broad sun

Is sinking down in its tranquility;

The gentleness of heaven broods o'er the sea:

Listen! the mighty Being is awake,

And doth with his eternal motion make

A sound like thunder -- everlastingly.

Dear Child! dear Girl! that walkest with me here,

If thou appear untouch'd by solemn thought,

Thy nature is not therefore less divine:

Thou liest in Abraham's bosom all the year;

And worshipp'st at the Temple's inner shrine,

God being with thee when we know it not.

 

 

 

London, 1802

 

Milton! thou shouldst be living at this hour:

England hath need of thee: she is a fen

Of stagnant waters: altar, sword, and pen,

Fireside, the heroic wealth of hall and bower,

Have forfeited their ancient English dower

Of inward happiness. We are selfish men;

Oh! raise us up, return to us again;

And give us manners, virtue, freedom, power.

Thy soul was like a Star, and dwelt apart:

Thou hadst a voice whose sound was like the sea:

Pure as the naked heavens, majestic, free,

So didst thou travel on life's common way,

In cheerful godliness; and yet thy heart

The lowliest duties on herself did lay.

 

 

 

Mutability

 

From low to high doth dissolution climb,

And sink from high to low, along a scale

Of awful notes, whose concord shall not fail;

A musical but melancholy chime,

Which they can hear who meddle not with crime,

Nor avarice, nor over-anxious care.

Truth fails not; but her outward forms that bear

The longest date do melt like frosty rime,

That in the morning whiten'd hill and plain

And is no more; drop like the tower sublime

Of yesterday, which royally did wear

His crown of weeds, but could not even sustain

Some casual shout that broke the silent air,

Or the unimaginable touch of Time.

 

 

 

 

William Wordsworth (7 april 1770 – 23 april 1850)

Portret door Benjamin Robert Haydon, 1842. National Portrait Gallery Londen

 

 

Lees meer...

Jens Peter Jacobsen, Gustav Landauer, Roger Lemelin, Hervé Bazin, Flora Tristan

 

De Deense dichter en schrijver Jens Peter Jacobsen werd geboren op 7 april 1847 in Thisted. Zie ook mijn blog van 7 april 2007 en ook mijn blog van 7 april 2009 en ook mijn blog van 7 april 2010.

 

Uit: Niels Lyhne (Vertaald door Hanna Astrup Larsen)

 

“SHE had the black, luminous eyes of the Blid family, with delicate, straight eyebrows; she had their boldly shaped nose, their strong chin, and full lips. The curious line of mingled pain and sensuousness about the corners of her mouth was likewise an inheritance from them, and so were the restless movements of her head. But her cheek was pale, her hair was soft as silk and was wound smoothly around her head.

Not so the Blids; their coloring was of roses and bronze. Their hair was rough and curly, heavy as a mane, and their full, deep, resonant voices bore out the tales told of their forefathers, whose noisy hunting parties, solemn morning prayers, and thousand and one amorous adventures were matters of family tradition.

Her voice was languid and colorless. I am describing her as she was at seventeen. A few years later, after she had been married, her voice gained fullness, her cheek took on a fresher tint, and her eye lost some of its luster, but seemed even larger and more intensely black.

At seventeen she did not at all resemble her brothers and sisters; nor was there any great intimacy between herself and her parents. The Blid family were practical folk who accepted things as they were; they did their work, slept their sleep, and never thought of demanding any diversions beyond the harvest home and three or four Christmas parties. They never passed through any religious experiences, but they would no more have dreamed of not rendering unto God what was God's than they would have neglected to pay their taxes. Therefore they said their evening prayers, went to church at Easter and Whitsun, sang their hymns on Christmas Eve, and partook of the Lord's Supper twice a year.“

 

 

 

Jens Peter Jacobsen (7 april 1847 – 30 april 1885)

Portret door E. Josephson, 1879

 

 

Lees meer...

06-04-11

Jakob Ejersbo, John Pepper Clark, Günter Herburger, Uljana Wolf

 

De Deense schrijver en journalist Jakob Ejersbo werd geboren in Rødovre op 6 april 1968. Zie ook mijn blog van 6 april 2009.

 

Uit: Exile (Vertaald door Don Bartlett)

 

A metre and a half above me, as I kick off from the sandy bottom with my flippers, the surface of the water is living silvery blue. I turn onto my back and see the luminous underside of the small waves through my goggles. At my approach the small fish silently flee into the coral on the sea bed. It’s over. The summer holidays have come to an end. We’re going to drive my elder sister Alison to Kilimanjaro Airport – she’s catching the plane to England. In a few days I’ll be back at boarding school; without Alison. I kick my way to the surface and suck in air. The world is noisy. I remove my goggles and blink under the water. Salt water – so that no one can see I have been crying.
   I walk up the slope. Baobab Hotel is shrouded in silence – the main building with the reception area and the restaurant; bungalows scattered between the baobab trees. We don’t have many guests. Alison is at home packing. She’s going to live with my father’s sister and study hotel management at a school in Birmingham for six months, after which she will do her practical training at a hotel. I lean against the door frame to her bedroom.
   ‘Are you going to leave me all alone with the codgers?’ I ask.
   ‘Yes,’ says Alison.
   ‘They’ll do my head in,’ I say.
   ‘I’ve got to learn something,’ Alison says. Dad passes in the corridor. I turn my head after him.
   ‘I haven’t seen England for three years. We’ve lived here for twelve – I’ll end up as a Tanzanian,’ I say aloud. He continues on down the corridor.
   ‘You’ll get to England soon enough,’ he says without looking back.
   ‘I bloody need to go now,’ I say. Dad pulls up and eyes me.
   ‘Calm down now,’ he says. ‘I told you not to swear at home. You can go and visit Alison next year.’

 

 

 


Jakob Ejersbo (6 april 1968 - 10 juli 2008)

 

 

Lees meer...

Dan Andersson, Erich Mühsam, Georges Darien, Jean-Baptiste Rousseau, Alexander Herzen, Nicolas Chamfort

 

De Zweedse dichter en schrijver Dan Andersson werd geboren op 6 april 1888 in Skattlösberg (Dalarna). Zie ook mijn blog van 6 april 2009 en ook mijn blog van 6 april 2010.

 

Uit: Svarta visor (Fragment, vertaald door Klaus-Rüdiger Utschick)

 

Um den Bettler von Luossa saß das ganze Dorf im Ring
und am Lagerfeuer hörte seinen Sang
über Bettler, über Tippler, über manches Wunderding
und seine Sehnsucht eine ganze Mondnacht lang:

Irgendetwas hinter Bergen, jenseits Blumen und Gesängen,
irgendetwas hinter Sternen und dem heißen Herzen mein —
hört ihr? — etwas raunt und flüstert, will mich locken und bedrängen:
‘Komm zu uns, denn diese Erde kann dein Reich nicht länger sein.’

Oftmals lauschte ich ganz still dem leisen Wogenschlag am Strand,
und es rauschte still das wilde Meer im Traum,
und die Brandung warf mich sanft in jenes formenlose Land,
wo die Liebsten, die wir kannten, haben Raum.

Für ein ewig wildes Sehnen haben Mütter uns geboren,
aus den Wehen der Geburt stieg unser erster Jammerlaut,
und zu Gaukelspiel und Taumel hat die Erde uns erkoren,
als wir spielten Elch und Löwe, Bettler, Schmetterling und Gott.

 

 

 

 

Dan Andersson (6 april 1888 – 16 september 1920)

 

 

Lees meer...

Brigitte Schwaiger, Julien Torma, Levon Shant, Aasmund Olavsson Vinje

 

De Oostenrijkse schrijfster Brigitte Schwaiger werd geboren op 6 april 1949 in Freistadt. Zie ook mijn blog van 6 april 2007 en ook mijn blog van 6 april 2009 en ook mijn blog van 6 april 2010.

 

Uit: Reisen mit dem Neunundvierziger

 

„Vielleicht noch zum Sacher und mich mit einer Gräfin verwechseln lassen, was mir einmal geschah. Es ist 1979 gewesen, als ich im Hotel Sacher etwas abzuholen hatte. Dort saß Paul Wittgenstein, der Cousin des Philosophen Ludwig Wittgenstein, im Foyer. Er trug keine Schuhe, denn die wurden gerade geputzt. Paul Wittgenstein litt an der manisch-depressiven Krankheit, womit wir beim Thema wären. Paul Wittgenstein soll seiner Familie auf die Nerven gegangen sein mit seiner Krankheit. In der Manie tut einer, was ihm gerade einfällt, und er hört nicht auf. Bis sie merken, dass er eine Manie hat, und dann zwingen sie ihn mehr oder weniger, ins Spital zu gehen. Früher hat man Zwangsjacken gegeben, Arme hineingesteckt, hinten zugebunden. Heute gibt man Medikamente. Dann tritt eine Phase der Beruhigung ein, und zur Sicherheit wird man meist auch "weggesperrt". Also, ein Beruhigungsmittel, dann ein spezielles Medikament, und die Patientin sabbert, wenn sie wieder herumgeht, es tropft ihr der Speichel von der Unterlippe, ich glaube, ich habe das schon beschrieben. Dann erfolgt eine Phase der Depression, das ist notwendig, sagt man, damit der Patient dann aus der Tiefe der Sinnlosigkeitsgefühle wieder in die Höhe kommt, aber eine Manie darf es nicht werden. Zu Hause soll er, soll sie dann brav die Medikamente nehmen. Jedem wäre die Manie lieber, nur endet sie halt so, dass einer oder eine nicht mehr Herr, Herrin seiner, ihrer Sinne ist.

Bei uns im Bezirk waren mehrere schon auf der Baumgartner Höhe. Man trifft einander in der Kaiserstraße, in der Westbahnstraße, Zieglergasse, Neubaugasse, man grüßt einander oder auch nicht: Es möchte nicht jeder, jede dadurch, dass er, sie alte Bekannte trifft, an Steinhof erinnert werden, es schauen also einige weg.“

 

 

 

Brigitte Schwaiger (6 april 1949 – 26 juli 2010)

 

 

Lees meer...

Kazim Ali

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Kazim Ali werd geboren op 6 april 1971 in Croydon, Engeland. Hij behaalde zijn Bachelor of Arts (1993) en Master of Arts (1995) in Albany (NY) en zijn Master of Fine Arts aan de New York University in 2001.KazimisAliisde schrijver vantwee bundels poëzie,The Far Mosque (2005) enThe Fortieth Day (2008). Als vertalerpubliceerde hijWater's Footfall doorSohrabSepehri(2011).Verder schreef hij de romansQuinn’s Passage (2005) en The Disappearance of Seth (2009),BrightFelon: Autobiography and Cities (2009) en Orange Alert: Essays on Poetry, Art and the Architecture of Silence (2010), enFasting for Ramadan,2011.Hij isassistent-professorCreativeWritingaan het OberlinCollege endoceert aan deUniversity of SouthernMaine.Zijn werk isin veletijdschriften, zoals Best American Poetry 2007, American Poetry Review en de Boston Review gepubliceerd. Daarnaast is hij medeoprichter van uitgeverij Nightboat Books.

 

Uit: The Disappearance of Seth

 

„A week after the Manhattan sky revised itself and he had to abandon work on the building he was redesigning, a building that was now underneath tons of debris and ash, Saif meets Zel in a cafe near Washington Square, the air washing its hands with the thick quilt of ash, scraps of paper, dirt, a glittering net that billows.

Flesh leaking into me. A person casts themselves into the sky and dissolves. A theory Saif remembers reading about: that a person falling from a great height dies before hitting the ground: scares himself to death.

Unproveable.

Or the soul is like smoke. Likes that idea. A person casts himself into the clouds and the soul disperses. Maybe the soul is like water and once in the air, the soul can condense on any available surface, like a window, or a drinking glass.

Can rain down again into him.

The night can rain down again into him.

A night raining orange and ruin. The blue day cut with it.

He was like that: drinking the air and letting it burn his inside.

Zel doesn’t think it could happen like that. “They didn’t jump, Saif. I read in the paper that it was the change in air pressure due to the burning jet fuel. The windows were blown out and the people were pulled from the building into the air.”

Saif thnks two things at once, grotesque and sublime: first Gibreel and Saladin, falling from Rushdie’s airplane: bits of ash from the end of a cigar; and then: how strange that the sky pulled the people into itself.

Is he still human that he can think poetically about monstrosity?“

 

 

Kazim Ali (Croydon, 6 april 1971)

10:28 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kazim ali, romenu |  Facebook |

05-04-11

Hugo Claus, Algernon Swinburne, Bora Ćosić

 

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook mijn blog van 5 april 2007 , mijn blog van 19 maart 2008 mijn blog van 5 april 2008. en ook mijn blog van 20 maart 2009. en mijn blog van 5 april 2009 en mijn blog van 20 maart 2010 en ook mijn blog van 5 april 2010.

 

Uit: Het verdriet van België

 

Wij gaan ons moeten schikken,’ zei Bomama.
‘Wij hebben ons altijd moeten schikken. Wij hebben niets anders gedaan in onze vaderlandse geschiedenis!’
‘Ja, maar voor het eerst zijn we onder Germanen. Van dezelfde stam, onder elkaar.’
‘Wij zijn daar vet mee. Als ik iemand bezig hoor over “onder elkaar”, dan weet ik hoe laat het is.’
‘Hitler doet toch zijn best om de Vlaamse krijgsgevangenen eerder naar huis te sturen dan de Waalse. Hij ziet dus klaar in onze Vlaamse toestand, hij is op de hoogte dat we eeuwenlang uitgezogen geweest zijn.”

(...)

“Er zal nooit iets uit dat Vlaanderen van ons komen zolang we niet met zijn allen de dood onder ogen durven zien. Zolang we dat benauwde risicoloze laffe systeem van eigenbelangen de bovenhand laten krijgen. Het is maar op het terrein dat ge dat inziet. Daar en niet elders. Dat ge inziet dat ge als Vlaming de Duitse broeders niet alleen kunt laten vechten.”

(...)

“Het verdriet van België, dat zijt gij,’ zei Meerke en hapte naar adem met een rauw snurkje. Toen hoorde hij met zijn eigen flaporen Tante Violet binnensmonds vloeken. ‘Godverdegodver, rotte smeerlap, die in mijn sacoche zit, in mijn foto’s en in mijn brieven zit te snuffelen!’
(Haar sacoche! Weer moest hij grinniken en gieren van binnen, want Vlieghe zei het vlakbij in de verre monotone begraven mufstinkende tijd van dat ander Vrouwenhuis in Haarbeke, ‘Gij hebt in haar sacoche gezeten’ en bedoelde de handtas van vel en vlees en haar dat tussen vrouwenbenen zit.)” (...)

“Hij werd wakker met een korst in zijn neusgaten. Hij pulkte. Begon aan een nieuw schrift. Mama was nog zo stom niet toen ze vroeg of zijn verhaal over het Gesticht van Haarbeke ging. Gejaagd als Papa, koud als Peter tijdens zijn leven (en zeker nu, grijnsde Louis) schreef hij: ‘Dondeyne had een van de zeven Verboden Boeken onder zijn schort verstopt en mij meegelokt.’ Hij schrapte het woordje ‘mij’ en verving het door ‘Louis’.”

 

Hugo Claus, Algernon Swinburne, Bora Ćosić, Romenu

Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)

 

Lees meer...