09-10-11

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 9 oktober 2009 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

 


Proofs

Death will not correct
a single line of verse
she is no proof-reader
she is no sympathetic
lady editor

a bad metaphor is immortal

a shoddy poet who has died
is a shoddy dead poet

a bore bores after death
a fool keeps up his foolish chatter
from beyond the grave

 

The Return

Suddenly the window will open
and Mother will call
it's time to come in

the wall will part
I will enter heaven in muddy shoes

I will come to the table
and answer questions rudely

I am all right leave me
alone. Head in hand I
sit and sit. How can I tell them
about that long
and tangled way.

Here in heaven mothers
knit green scarves

flies buzz

Father dozes by the stove
after six days' labour.

No--surely I can't tell them
that people are at each
other's throats.


  

Vertaald door Adam Czerniawski




Tadeusz Różewicz
(Radomsko, 9 oktober 1921)


 

Lees meer...

Mário de Andrade, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andradewerd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Mário de Andradeop dit blog.

 

 

 

VARIATION ON THE BAD FRIEND

 

At least, we are no longer friends.

You walk easily, lightly,
In the labyrinth of complications.
What subtlety! what dancing grace!...
It is true that there always remains
Some dust from your wings
On the branches, on the thorns,
Even on the blossoms of that wood…
And I also noticed several times
That your wings are ragged at the edges…
But the essential thing, the important thing,
Is that despite the raggedness you can still fly.

I am not like that.
I am heavy, I am rather clumsy,
I have no wings and not much breeding.
I need a broad and straight road.
If I lack space, I break everything,
I get hurt, I get tired… I finally fall.

In the middle of the wood I stop, unable to go on.
I cannot stand it any longer.

You… you may still call me a friend…
Although you lose a bit of your wing,
You sit on my thorn bush and can still fly.
Yet I, I suffer it is true,
But I am no longer your friend.
You are friend of the sea, you are friend of the river…

 

 

 

Vertaald door John Nist enYolanda Leite

 

 

 


Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

Borstbeeld door Bruno Giorgi in Sao Paulo

Lees meer...

Ivo Andrić, Johannes Theodor Baargeld, Christian Reuter, Holger Drachmann

 

De Servisch-Kroatische schrijver Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

Uit: The Pasha's Concubine (Vertaald door Joseph Hitrec e.a.)

 

„In the forenoon of the second day, as he was returning from the drill field, the Pasha and his escort found themselves in the bazaar. They rode cautiously over the thawing ice. It was a market day, and in front of the Garić Bakery their way was blocked by some peasants' horses laden with wood. While the flustered farmers began to hop and skip around the stubborn horses, the Pasha cast a glance into the bakery. Next to the closed brick oven stood the old baker Ali, stoop-shouldered, with rheumy, wizened eyes out of which tears kept oozing on his great white mustache. At the wide-open shopwindow, among the bread loaves and pans of meat and pies, was his daughter Mara. On her knees and propped on the counter with one arm, she had stretched the other for a platter on a shelf underneath. When she heard the shouts of the soldiers and the stamping of the peasants' horses, she lifted her head, and the Pasha, seeing her wrapped like this around the counter, fell in love with her round, childish face and her merry eyes.

When he rode that way again in the afternoon, the bakery was deserted, the window half-shuttered, and on the sill was a purring cat with signed white hair.

He gave orders that the girl be found and brought to him. The noncommissioned officers and town constables ran eagerly to carry them out. He stayed over till noon of the third day, when they reported that the matter could be arranged. The girl had no one except her father. Her mother had been well-known Jelka, named Hafizadić after the old Mustaybey Hafizadić, who had kept her for several years and then married her off to this Garić, a quiet and simple-minded young man, to whom he had also given money to open the bakery.

The Pasha left some money and entrusted the matter to his old acquaintance Teskeredžić. And toward the end of March, on another market day, they brought the girl to him at Sarajevo.

The Pasha had not been wring in his judgment. She was the kind of woman he had always sought and particularly esteemed, the only kind that still attracted him. She was not quite sixteen. She had big eyes of a dovelike shade and muted porcelain luster, which moved languidly. Her hair was quite fair, heavy, and thick, such as was seldom seen on women in this region. Both her face and her arms were covered with a fine, light down that was noticeable only in sunlight.“

 

 

Ivo Andrić (9 oktober 1892 – 13 maart 1975)

Lees meer...

08-10-11

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker

 

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

 

Winterslaap

Laat mij koud en schitterend zijn,
en zonder mens. Van steen
wil ik zijn, een beeld in het park,
en niets kan mij raken,
en ik raak niets. Ik sta
en bekijk de seizoenen.

Maar zet mijn hoofd in koele aarde.
Dan kan ik in de loop van jaren
wortelen in het donker,
waar grondwater zachtjes sijpelt
en koele bezoekers geluidloos
voorbijglijden. Heel langzaam

ga ik als boom een winter in.
Het blad heb ik reeds afgeworpen,
de wind waait door mij heen,
kaal tot in de kleinste vertakking
ben ik, maar diep van binnen
stroomt het sap.

 

 

 

Gedicht gevonden in een aardewerken pot

We zijn gekomen op voeten van leem
en gestegen op vleugels van rook.
Van oeroude eiken reiken de wortels
inmiddels tot het middelpunt der aarde.

Wat nu?
Nu moet het snel gaan.
Nu moet het gebeuren.

Koninkrijken kwamen en gingen,
de ijstijd is voorbij en ook het Krijt
kunnen we zo langzamerhand
als afgesloten beschouwen.

Ikzelf ben nu al over de dertig
en mijn zus is twee jaar ouder.
Wie kan zich nog heugen
dat vrouwen van ribben en mannen
van modder werden gemaakt?

Het begin is dus voorbij.
Madagaskar ligt op zijn plek
en de Alpen staan. We moeten door.
We kunnen niet langer wachten.
Er is geen tijd meer, geen seconde.

 

 

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Lees meer...

07-10-11

Simon Carmiggelt, James Whitcomb Riley, Thomas Keneally

 

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

 

Uit: Vroeger kon je lachen - De drank

 

“In het Vondelpark kwam een man naast me zitten op het bankje en zei: ‘Negenenvijftig ben ik. En weet je hoe lang ik al droog sta?’

Hij zag er fris uit, dus het zou best eens lang kunnen zijn.

‘Vijf jaar,’ riep hij, ‘dat is een hele tijd. Maar 't was ook wel hard nodig. Ik zat er lelijk aan - aan het huppelwater. Als je alles wat ik gezopen heb uitstortte bij de afsluitdijk, had je een nieuwe Zuiderzee. 's Ochtends om halfnegen nam ik er al een. 'n Eye-opener, noemen de Yanks dat. Gelukkig ben ik nooit aan vrouw en kinderen begonnen, dus andere levens heb ik niet verwoest. Ik was alleen mezelf aan 't slopen, met regeringssubsidie, Ziektewet, weet je. Maar de aa heeft me van de drank afgeholpen. Dat moet ik ze nageven. Geen drup meer, vijf jaar. Weet je wat ik gedaan heb vrijdagavond? Ik ben eens flink doorgezakt, in een café. Tegen sluitingstijd zat ik weer net zo slap te ouwehoeren als vroeger. Ik hóórde 't mezelf doen, of ik een grammofoonplaat afdraaide. Dat was goed. Dat had ik verworven in die vijf jaar. Zal ik jou eens vertellen wat 't is, met die aa?’

‘Doe 't,’ zei ik. Want al mijn kennis van de Anonieme Alcoholisten stamt uit de boekjes.

‘Ze helpen je er vanaf,’ zei hij, ‘dat is mooi. Maar zodra je droog staat, ga je op die vergaderingen komen. Daar vertelt iedereen op z'n beurt hoe diep hij gezonken was voor hij de neut liet staan. Net oude temeies, die geen klanten meer hebben, maar er zo graag nog eens over praten. Ik ook hoor. Ik ging er helemaal in op. Als een ander aan 't getuigen was dacht ik: “Ik wou dat-ie klaar was, dan kan ik weer.” En tegen natte drinkers gedroeg ik me net als een dominee, die bereid is een ander z'n strot af te snijden voor z'n geloof. Jij moet dit en jij moet dat. Maar omdat m'n geest steeds helderder ging werken begon ik langzaam iets in te zien. Ik dacht - waar ze hier mee bezig zijn, is je bang maken voor de drank. En dat is niet goed. Je moet jezelf leren kennen. Want wat weet je van jezelf?’

Hij keek me aan met een heldere, doordringende blik waarin een lichte spot twinkelde. Een oorspronkelijke denker. Je kon hem geen enkele uitgestoomde waarde verkopen.

‘Weet je wat de doorslag gaf?’ zei hij. ‘De verjaardag van me zuster. Die woont in Diemen. Ze zaten daar natuurlijk allemaal te peren, al bleef het amateurwerk. En ik hield het op colaatje-colaatje-colaatje. Je krijgt er wel het lendewater van, maar je blijft bij de tijd. Ik ging terug met de nachtbus. Kijk, een natte zuiper, die mist de nachtbus, maar een droge zuiper haalt 'm. Nou zat er, voor we uit Diemen vertrokken, al een vent in die bus die naar een bruiloft of zo iets was geweest, want hij had 'n mombakkes voor. Zo'n plastic kop van een ouwe vrek met hangwangen. En zwaar ingenomen had-ie óók. Dat hoorde ik meteen aan z'n gezwets. Maar hij liet het niet bij zwetsen. D'r zat een jonge vrouw en die begon hij lastig te vallen. Eerst met woorden en toen met z'n handen. Die vrouw probeerde hem af te weren, maar ze kon 'm niet baas.’

Hij glimlachte een beetje bitter."

 

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

Borstbeeld bij de Weteringschans, Amsterdam.

 

Lees meer...

Dirkje Kuik, Steven Erikson, Wilhelm Müller

 

De Nederlandse schrijfster en beeldend kunstenares Dirkje Kuik werd geboren in Utrecht op 7 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 7 maart 2008 en ook mijn blog van 7 oktober 2009 en ook mijn blog van 7 oktober 2010

 

 

Studie van een wilg, tekening

 

 

Etalageroos

 

Paars-rose roos, fijnbesneden, shantung roos

verdroogde pioen in het fruitglas

speel met mijn gedachten

gaas en eeuwig als de nachtvlinder

of nog minder
de laagste trap, de orde van plezier

der dames,

verwelkt dier uit naald en draad

masker, make-up zonder reden

scherf van het gelaat.

 

 

 

Dirkje Kuik (7 oktober 1929 – 18 maart 2008)

Hier met vriend Jos te Water Mulder (rechts)

Lees meer...

Victor Vroomkoning, Ulrike Ulric, Horst Bingel, Heinrich Federer, Ludwig Begley, Maria Dąbrowska, Peter Gosse

 

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

 

Slaap

 

Maak mij dood
van elf tot acht, laat
zo weinig van mijn dromen
heel dat ik ontwaak

alsof ik word geboren
en niet met zoveel vragen
meer tot leven kom dan waar-
mee ik ingeslapen ben.

Wat betekenen tenslotte
negen uren dood
op zoveel geeuwen leven.

 

 

 

 

ik hou van mensen die blijven...

 

ik hou van mensen die blijven, zei hij,
we stonden samen onder het afdak te turen
naar het kantwerk van de winterbomen
en door zijn woorden had ik moeite om weg te gaan

hij voerde me door de geschonden lanen van zijn jeugd,
langs vergane boomgaarden, nabij tere beken,
voor een gesloopt huis hield hij halt en
keek heimelijk door het venster van zijn eerste liefde
aarzelend sloop er zomer in zijn stem
en ik zag dat hij even weg was

 

 

 

Stemmen

 

Geef mij de stem van die ene mens,
geef mij de stem van mijn vader
in mijn oren tot mijn verre ogen
hem ontwaren tussen de tenoren
tot ik weer zijn handen voel
waarmee ik die van mij ging meten,
welpenhandjes met de vuisten van een vent.

En dat dan de stem van mijn zoon
mij roept met de stem van mij
met de stem waarom ik roep.

 

 

 


Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

Lees meer...

06-10-11

Nobelprijs voor literatuur voor Tomas Tranströmer

 

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer krijgt dit jaar de Nobelprijs voor literatuur. Transtömer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook mijn blog van 15 april 2009 en ook mijn blog van 15 april 2010.

 

 

 

Wolkbreuk boven het binnenland

 

De regen hamert op de autodaken.

Het onweer rommelt. Het verkeer mindert vaart.

Autolichten midden op de zomerdag ontstoken.

 

De rook slaat neer in de schoorstenen.

Alles wat leeft duikt in elkaar, sluit de ogen.

Een naar binnen gekeerde beweging, voel het leven heviger.

 

De auto is bijkans blind. De man stopt,

ontsteekt zijn eigen vuur en rookt

terwijl het water langs de ruiten stroomt.

 

Hier op een bosweg, kronkelend en afgelegen

vlakbij een meer met waterlelies en

een langgerekte berg verdwijnend in de regen.

 

Daarboven liggen de steenhopen

uit het ijzeren tijdperk toen dit een plek was

voor stamtwisten, een koudere Kongo

 

en het gevaar dreef vee en mensen bijeen

tot een gemurmel achter muren,

achter de struiken en stenen op de bergkam.

 

Een donkere helling, iemand die log

omhoog klimt met zijn schild op zijn rug

daaraan denkt hij terwijl de auto staat.

 

Het wordt licht, hij draait het raampje open.

Een vogel fluitkletst in zichzelf

in een steeds dunnere stille regen.

 

Het meeroppervlak staat gespannen. De onweershemel

fluistert dwars door de lelies tegen de modder.

De ramen van het bos gaan langzaam open.

 

Maar de donder knalt regelrecht uit de rust!

Een oorverdovende klap. En daarna de leegte

waarin de laatste druppels dalen.

 

In de stilte hoort hij een antwoord komen.

Van verre. Een soort ruwe kinderstem.

Vanaf de berg stijgt een geloei op.

 

Een gejammer van samengekitte tonen.

Een lange hese trompet uit de ijzertijd.

Misschien vanuit zijn eigen binnenste.

 

 


Vertaald door J. Bernlef

 

 

 


Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931)

05-10-11

Flann O’Brien, Charlotte Link, José Donoso, Václav Havel

 

De Ierse schrijver Flann O’Brien werd geboren op 5 oktober 1911 in Strabane, County Tyrone. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2008 en ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010.

 

Uit: The Third Policeman

 

'Policeman MacCruiskeen put the lamp on the table, shook hands with me and gave me the time of day with great gravity. His voice was high, almost feminine, and he spoke with delicate careful intonation. Then he put the lamp on the counter and surveyed the two of us'Is it about a bicycle?' he asked.

'Not that' said the Sergeant. 'This is a private visitor who says he did not arrive in the townland upon a bicycle. He has no personal name at all. His dadda is in far Amurikey.'

'Policeman MacCruiskeen put the lamp on the table, shook hands with me and gave me the time of day with great gravity. His voice was high, almost feminine, and he spoke with delicate careful intonation. Then he put the lamp on the counter and surveyed the two of us.

'Is it about a bicycle?' he asked.

'Not that' said the Sergeant. 'This is a private visitor who says he did not arrive in the townland upon a bicycle. He has no personal name at all. His dadda is in far Amurikey.'

'Which of the two Amurikeys?' asked MacCruiskeen.

'The Unified Stations,' said the Sergeant.

'Likely he is rich by now if he is in that quarter,' said MacCruiskeen, 'because there's dollars there, dollars and bucks and nuggets in the ground and any amount of rackets and golf games and musical instruments. It is a free country too by all accounts.'

'Free for all,' said the Sergeant. 'Tell me this,' he said to the policeman, 'Did you take any readings today?'

'I did,' said MacCruiskeen.

'Take out your black book and tell me what it was like a good man,' said the Sergeant. Give me the gist of it till I see what I see,' he added.

MacCruiskeen fished a small black book from his breast pocket.

'Ten point six,' he said.

'Ten point six,' said the Sergeant. 'And what reading did you notice on the beam?'

'Seven point four.'

'How much on the lever?'

'One point five'

There was a pause here. The Sergeant put on an expression of great intricacy as if he were doing far-from-simple sums and calculations in his head. After a time his face cleared and he spoke again to his companion“.

 

 

Flann O’Brien (5 oktober 1911 – 1 april 1966)

Portret door Daniel Krall

Lees meer...

Roberto Juarroz, Stig Dagerman, Denis Diderot, Ervin Sinko

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2008 en ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010.

 

 

Woorden zijn kleine hefbomen...

 

Woorden zijn kleine hefbomen,
maar wij hebben hun steunpunt nog niet gevonden.

 

Wij laten ze op elkaar steunen
en het bouwwerk geeft mee.
Wij laten ze steunen op het gezicht van de gedachte
en zijn masker slokt ze op.
Wij laten ze steunen op de rivier van de liefde
en ze gaan ervandoor met de rivier.

 

En wij blijven hun som zoeken
op één enkele hefboom,
maar we weten niet wat we willen optillen,
het leven of de dood,
de handeling van het spreken
of de gesloten cirkel van het mens-zijn.

 

 

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

 

 

Il pleut sur la pensée

 

Il pleut sur la pensée.

 

Et la pensée pleut sur le monde

comme les restes d'un filet décimé

dont les mailles ne parviennent pas à s'assembler.

 

Il pleut dans la pensée.

 

Et la pensée déborde et pleut dans le monde,

comblant depuis le centre tous les récipients,

même les mieux gardés et scellés.

 

Il pleut sous la pensée.

 

Et la pensée pleut sous le monde,

diluant le soubassement des choses

pour fonder à nouveau l'habitation de l'homme et de la vie.

 

Il pleut sans la pensée.

 

Et la pensée

continue de pleuvoir sans le monde,

continue de pleuvoir sans la pluie,

continue de pleuvoir.

 

 

 

Vertaald door Martine Broda



 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

Lees meer...

04-10-11

Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Gabriel Loidolt

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

 

Uit: A Man Leaping Into the Future

 

“In the aeroplane there was still the semblance of an ordered existence. I was flying from Rome to Palermo on a Thursday evening in March - that much was certain. I sat in the window seat I had been assigned, I had watched the stewardess when she indicated where the life jackets were kept and demonstrated how to place the oxygen mask over one’s face, I had used my safety belt when we took off, I did not smoke, since it was forbidden in this section of the plane, I made no unnecessary noises - in short, I submitted completely to the order of air travel. The impression of an ordered existence was strengthened by the appearance and activities of my fellow-travellers. I was surrounded by businessmen in elegantly cut suits, all immaculate. Most of them were working: an expensive attaché case full of papers on their knees, a calculator on the arm of their seat, a fountain pen in their hand. A stewardess walked down the aisle, bending to left and right, and made herself useful by pouring tiny cups of mineral water - a sobriety that seemed appropriate to this cool world of calculating brains, calculators and controlled lust.
I drank mineral water and leafed through my travel guide, I looked at the sea which lay glittering in blue and gold tints after the setting of the sun, and slowly but surely became full of anxious presentiments, because if I try to be a model passenger, if I keep eagerly to every rule, if I have the urge to pluck imaginary bits of fluff from my jacket, madness is lying in wait for me.”

 

 


Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

Lees meer...

Cynthia Mc Leod, Herbert Kranz, Roy Alton Blount Jr, Hugh McCrae

 

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri Mc Leod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia Mc Leod op dit blog.

 

Uit: Hoe duur was de suiker?

 

„Aan de voorkant van het prachtige grote huis waren echter niet alle vensters meer gesloten. Op de eerste verdieping was er een geopend raam en daar stond de 17-jarige Elza en keek uit over het groene gazon dat zich voor het huis uitstrekte tot aan de waterkant waarlangs de brede Surinamerivier langzaam stroomde. Een heerlijke ochtend, het begin van een fijne dag. Vandaag 11 oktober 1765 ging de familie naar Joden-Savanna voor de 65e verjaardag van grootmama. Dat zou de volgende dag zijn, de 12e oktober en tegelijk ook de verjaardag van de synagoge op Joden-Savanna zelf die dan de 80e verjaardag vierde.

Grootmama was er altijd zo trots op dat zij geboren was op 12 oktober 1700, de dag dat de synagoge Beracha Ve Shalom (Zegen en Vrede) in haar geboorteplaats in Suriname 15 jaar oud was. Elza had zich verheugd op de komende 2 weken, niet zozeer om grootmama, maar om de logeerpartij en alle feesten die er zouden zijn. Vele vrienden en kennissen zouden daar zijn en menige tentboot was de afgelopen dagen al voorbij gevaren en soms was het gezelschap voor een paar uur uitgestapt op plantage Hébron, of had er overnacht omdat die precies halverwege van Paramaribo naar Joden-Savanna lag en men op 't getij moest wachten. De hele Joodse gemeenschap in Suriname maakte er een gewoonte van, om op hoogtijdagen voor enkele dagen naar Joden-Savanna te reizen. En dit jaar viel het Loofhuttenfeest in dezelfde week als grootmamma's verjaardag. De logeerpartijen waren altijd leuk en gezellig, hoewel Elza zelf wel besefte dat zij toch een enigszins aparte plaats innam daar ze wel een Joodse vader en dus een Joodse naam had, maar zelf geen Jodin was. En er waren genoeg lieden die niet altijd even vriendelijk tegen haar waren. Ze had vaak een gevoel van bewondering voor haar vader als ze eraan dacht dat hij het had gepresteerd om 25 jaar geleden tegen de wens van zijn moeder te handelen. Natuurlijk was zij toen nog lang niet geboren, maar ze had verhalen gehoord, vooral van Ashana, haar moeders lijfslavin.“

 

 

Cynthia Mc Leod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

Lees meer...

Jacky Collins, André Salmon, Juliette Adam, Eugène Pottier

 

De Britse schrijfster Jacky Collins werd geboren in Londen op 4 oktober 1937. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2009 en ook mijn blog van 4 oktober 2010

 

Uit: Goddess of Vengeance

 

It was early evening and the garden restaurant was only half full. The patrons were trying to play it cool, because after all, this was L.A. and stars abounded. However, most of them couldn’t resist an occasional surreptitious glance over at Venus, the platinum-blond, world-famous superstar, as she picked at a chopped vegetable salad.

Sitting at the table with her was Lucky Santangelo, a dark-haired beauty who’d experienced her own share of controversial headlines and scandals over the years. Lucky, the former owner and head of Panther Studios, was a businesswoman supreme who currently owned the luxurious hotel, casino, and apartment complex The Keys in Las Vegas.

The two of them made a formidable couple. In Hollywood, where looks were everything, Venus and Lucky ruled. Venus with her in-your-face blondness, startling blue eyes, and toned and muscled shape. And Lucky—a dangerously seductive woman with blacker-than-night eyes, deep olive skin, sensuous full lips, a tangle of long jet hair, and a lithe body.

“I’m beginning to think you’re a sex addict,” Lucky said lightly, smiling at her close friend.

Excuse me,” Venus retorted, raising a perfectly arched and penciled eyebrow. “Last week you called me a cougar, and now I’m a sex addict. Seriously, Lucky?”

Pushing back her mane of unruly black curls, Lucky grinned. “Yeah. I’m so wrong,” she drawled sarcastically. “It wasn’t you who slept with your twenty-two-year-old costar last week, and it wasn’t you who screwed your sixty-year-old director two days later.”

 

 

Jacky Collins (Londen, 4 oktober 1937)

 

Lees meer...

03-10-11

Bernard Cooper, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Sergej Jesenin, Alain-Fournier

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Cooper werd geboren op 3 oktober 1951 in Hollywood, California. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2009 en ook mijn blog van 3 oktober 2010.

 

Uit: The Bill from My Father

 

“He leaned close. "Let me ask you something."

I wanted to be as frank as possible. If there was a medical ordeal ahead, maybe we'd have a last chance at attachment. I looked into his eyes. "Ask me anything you want."

"Why...," he said, then hesitated.

"Go on." I urged him.

"Why are you reading the Ladies' Home Journal?"

"What?"

"Why did you pick that magazine out of all the magazines in the waiting room? There must be I don't know how many others to chose from and you picked that."

The March issue had been lying on my lap, opened to a double-page photo of the creamiest seafood bisque I've ever seen, a kind of culinary centerfold. I thought I'd cook it for Brian and was about to rip out the recipe. Even in a time of crisis, Dad found a way to goad me like a pro. "Nobody here cares if I'm reading a men's magazine or a women's magazine!" I glanced around the waiting room to see if I could spot a man reading Today's Bride or a woman reading Popular Mechanics, but where is proof when you really need it? "Ideas about masculinity and femininity are different now than they were in your day." I thought back to the hot afternoon I'd been cinched into my father's jumpsuit, drunk on rum punch and basted in my own perspiration, staggering through a backyard filled with dykes disguised as housewives who were really machines. "People today are more...flexible."

"I'll bet," he said.

The man in the wheelchair wasn't even pretending not to listen. His eyes met mine and glistened with interest. His posture improved.

I said, "You were trying to change the subject is what you were trying to do. Then we wouldn't have to talk about why you're here. Well, it's not going to work." But it had, of course, worked like a charm. Conversation between us ceased. We folded our arms and glowered straight ahead.

"Dad," I said, "I hate that one of us always has to be right."

"I'm not the one who always has to be right. You are."

 

 

Bernard Cooper (Hollywood, 3 oktober 1951)

 

Lees meer...