12-05-11

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Eva Demski

 

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2008 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

Je bewoont al jaren

 

Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.

Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.

Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie

en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.

Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont

ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.

 

 

 

''Kijk eens''

 

hengelt haar rechterbeen
onophoudelijk in de lucht,
hinken vliegensvlug haar vingers
rond het linker op en neer
en gaan in één armbeweging over
naar haar haren.
Haar handen likt ze alsof,
en strijkt ermee langs haar gezicht.
Steeds hoger kruipt haar rokje
maar daar gaat het nu niet om.
Het gaat erom, dat zij de vlieg nadoet.

 

 

 

 

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

 

Lees meer...

Sabine Imhof, Werner Bräunig, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti, Cäsar Flaischlen, Edward Lear

 

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook mijn blog van 1 juli 2009en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

patentrezept für einen gelungenen regentag

ein schiff aus papier im rinnstein
ein loch im schuh und deshalb nasse socken
der verliebte junge steht vor einer pfütze und denkt daran

er hat geld für eine handvoll zucker
die frau im kiosk löst kreuzworträtsel
hofft auf eine urlaubsreise für zwei und denkt daran

ihr mann macht liebe mit einem fernseher
bevor er ihn aus dem fenster wirft
er zieht die gardinen zu und denkt daran

zwei harmlose diebe verpassen den krimi
trinken den besten kaffee der stadt hinter glas
sie reden nicht viel und denken daran

die bedienung hat nichts zu verlieren
schminkt sich im trüben licht auf der toilette
sie ist wunderschön und denkt daran

der liebhaber träumt von der sehnsucht
er nimmt ein mittel gegen die zeit
er denkt daran und verliert

schläft ein am bauch einer schnurrenden katze.

 

 

 


Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)

 

 

Lees meer...

Diana Raznovich, Andrej Amalrik, Maurice Carême, Massimo Bontempelli, Nicolaas Anslijn

 

De Argentijnse schrijfster, theatermaakster en caricaturiste Diana Raznovichwerd geboren op 12 mei 1945 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Herbstzeitlose  (Vertaald door Gerd-Rainer Prothmann)

 

“GRISELDA Und es ist Karneval?
ROSALIA Es ist Donnerstag, der 22. September. Und ich habe vor einem Monat

eine Freundin, die Señorita, die bei mir lebt, sagen wir meine Mieterin,

eingeladen, die ganze Nacht mit mir wach zu bleiben.

GRISELDA Du hast recht. Entschuldige. Ich bin eingeschlafen. Sag mir, was ich zu

tun habe. Was trinkst du in deinen schlaflosen Nächten?

ROSALIA Milch.

GRISELDA Milch?

ROSALIA Whisky.

GRISELDA Importierten?

ROSALIA Gib du dich mit 'm einheimischen zufrieden.

GRISELDA Importierten!

ROSALIA geht hinaus. GRISELDA schläft wieder ein. Beim

Zurückkommen sieht ROSALIA sie schlafen. Sie schenkt ihr ein und weckt

sie.

ROSALIA Ich hab 'n Termin bei Félix.

GRISELDA Du hast immer 'n Termin bei Félix.

ROSALIA Immer zu einer anderen Zeit.

GRISELDA Welche Zeit?

ROSALIA Um halb vier nachmittags.

GRISELDA Dann versäumst du das Teletheater.

ROSALIA Ich werde da sein. Du wirst schon sehn. Ich muss zu Félix. Jupiter steht

schlecht über meinem Mond, aber diese Woche befreie ich mich. Ich habe

beschlossen, eine andere zu werden.

GRISELDA Ich auch. Gib mir noch mehr Whisky”.

 

 

 

Diana Raznovich (Buenos Aires,12 mei 1945)

 

 

Lees meer...

In Memoriam Clark Accord

 

In Memoriam Clark Accord

 

De Surinaamse schrijver Clark Accord is woensdag op 50-jarige leeftijd overleden. Hij was ernstig ziek. Accord stierf in het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam.  Accord is maandag nog door de Surinaamse president onderscheiden met de Ere-orde van de Gele Ster. Die wordt toegekend ’voor verdiensten voor de staat en het volk’. Clark Accord werd op 6 maart 1961 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 6 maart 2011.

 

Uit: Shirley in Allochtonie

 

„In tegenstelling tot de centrale markt brengen hier voornamelijk Marronvrouwen hun waar aan de man. Rondom liggen de meest uiteenlopende producten uitgestald: pimpadoti, bita, luwanguteté, sangafu, dibriká, enzovoorts – stuk voor stuk garanderen ze de spirituele gezondheid.   “Als je ’t om vier uur ’s nachts inneemt, dan heb je om zeven uur effect. De rest van de dag hoef je je geen zorgen meer te maken.”    “Hoef ik voor de rest van de dag dan niet meer te gaan?”    “Als het goed is niet...” Ze kijkt om zich heen. “Meestal niet,” verbetert ze zichzelf. “Het kan zijn dat je er nog één of twee keer last van hebt.” Alsof het heel breekbaar is, reikt ze me het doorschijnende plastic flesje met de bruingroene vloeistof aan. Die nacht kom ik om drie uur ’s nachts thuis drijfnat van een tropische regenbui. Het zien van het flesje op de aanrecht maakt mij in één slag nuchter. Terwijl ik mijn natte kleding op de achterveranda neerleg, bereid ik mij voor op de aanranding van mijn smaakpapillen. Langzaam schroef ik de witte dop van het flesje. Ik haal een paar keer diep adem en sla de inhoud met tegenzin achterover. Ik wacht. Het protest van mijn lichaam blijft uit. Ik herken de smaak van melasse.“

 

 

 


Clark Accord (6 maart 1961 - 11 mei 2011)

 

 

11-05-11

Jan Hendrik Leopold

 

De Nederlandse dichter  en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook mijn blog van 11 mei 2010 en eveneens alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

 

Om mijn oud woonhuis peppels staan

 

Om mijn oud woonhuis peppels staan
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
een smalle laan
van natte blaren, het vallen komt.

Het regent, regent eender te horen
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
en altijd door en
den treuren uit, de wind verstomt.

Het huis is hol en vol duisternis
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
gefluister is
boven op zolder, het dakgebint.

Er woont er een voorovergebogen
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
met lege ogen
en die zijn vrede en rust niet vindt.

 

 

 

 

O nachten van gedragene extase

 

O nachten van gedragene extase
en diep gedronkene verzadiging,
als elk met zijn geluk te rade ging
en van alleenzijn langzaam wij genazen.

Te denken de ononderbroken uren
aan de volkomen overvloed van dit
verwezenlijkte; onvervreemd bezit,
dat blijven zal en ongeschonden duren;

het onbesefbare van deze gave
van ene andere en die naast ons was
ter vereenzelviging en zelve pas
het inzicht vond van banden, die begaven.

Te horen naar de rustig ingezogen
teugen des ademens en het geruis,
dat op en af het geheimzinnig huis
doorstroomde, in een eb en vloed bewogen.

En innerlijker naar de drift te horen
van de verborgen donkre hartenklop,
de wortelstok des levens; wat look op
en wat werd in de arbeidsnacht geboren?

En eindelijk het nauw te speuren zweven
van de twee wimpers, van de wonderlicht
bewerktuigde, die werden slank gezwicht
en dan oneindig slepende geheven;

waaraan wij in het donker open wisten
de andere ogen, die het nu behaald
geluk bewaakten en die onverdwaald
op oog en mond, al het dierbare rustten.

 

 

 

 

ZO stil, als lang nog na een onweersbui

 

ZO stil, als lang nog na een onweersbui
het laatste vocht zijgt van de zomertakken,
de avond valt, maar in het ronde drupt het
zo gul, zo stil:

Zo stil zinkt weemoed neder in mijn ziel,
gedachten, die een zacht verdriet meebrengen,
druppelen neer en vloeien effen uit
zo droef, zo stil.

 

 

 

 

J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

Hardstenen reliëf bij het Erasmiaans gymnasium in Rotterdam

 

20:49 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: j. h. leopold, romenu |  Facebook |

Ida Gerhardt, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rose Ausländer

 

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook mijn blog van 11 mei 2010 en eveens alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

 

Wieg

 

Geur van honing
en jonge melk
van een nestdiertje
dat slaapt.
Een ademhalen van dons
En speurbaar
aan de neusvleugels
de geur van wat er gebeurd is;
geboorte,
geheim.

 

 

 

De akelei (Dürer)

 

Toen hij het kleine plantje vond,
boog hij aandachtig naar de grond
en dan, om wortels en om mos
groef hij de fijne aarde los,
voorzichtig - dat zijn hand niets schond.
Behoedzaam rondom aangevat
droeg hij het langs het slingerpad
van bos en akker voor zich uit,
en schoof het thuis in 't licht der ruit
zoals hij het gevonden had.

Dan, fluitende en welgezind
mengde hij zoekend eerst de tint;
diepblauw en zwart ineengevloeid,
met enk'le druppels rood doorgloeid,
dat het tot purper samenbindt.

En uur aan uur trok stil voorbij;
zó diep verzonken werkte hij,
dat het hem soms was of zijn hand
de vezels tastte van de plant-
zo glanzend kwam de omtrek vrij.

Totdat het gaaf te prijken stond:
de wortels scheem'rend afgerond,
het uitgesprongen groene blad
scherp in zijn karteling gevat
tegen de lichte achtergrond;

de bloemkroon purper violet,
de hokjes om het hart gebed
en boven de geknikte steel
de honingsporen, het juweel
vijfvlakkig: kantig neergezet.

In 't vallend donker toefde hij
nog dralend bij zijn akelei;
dan, in het laatste licht van 't raam
schreef hij de letters van zijn naam
en 't jaartal glimlachend erbij.

 

 

 

 

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

 

Lees meer...

Rachel Billington, Carl Hauptmann, Latīf Nāzemī, Ethel Lilian Voynich, Leopoldo de Luis

 

De Britse schrijfster Rachel Billington werd geboren op 11 mei 1942 in Londen. Zie ook mijn blog van 11 mei 2009.

 

Uit: Dancemoon

 

‘We’re dancing to the moon,’ said Arthur, moving, it has to be admitted, a little stiffly like the old man he was. ‘Oh, darling,’ agreed Poppy, although her eyes, often out of control (they were large and blue) sidled towards Gary who was, admittedly gay, but perhaps not irremediably. ‘And what a moon!’ she added because, after all, Arthur was her husband, probably her final husband. ‘I think I’ll regain the fire,’ said Arthur puffily. ‘The fire that warms the heart. The heart that warms the blood.’

Poppy, still swaying, watched as he sank comfortably into a large armchair. She thought he talked too much – she’d noticed this fault on their first meeting – but it became particularly obvious at moments like this when bodily expression was the currency. Or should be. Flinging her arms above her pretty head, she swung round in Gary’s direction. Unfortunately, he, too, was sinking into the upholstery. That’s the trouble about gays, thought Poppy bitterly. They consort with too many clever older men who, like Arthur, think words can compete with the moon! Abruptly changing tack, Poppy glided out of the French windows and onto the terrace where the moon was even more spectacular.

The music reached her quite easily and she swooped about for some time, the moon and its lugubrious smile as good a dancing partner as any other. It was when she paused for a breather that she noticed a dark shadow on the parapet, near the end where the fig tree grew and beyond that the mountains on the other side of the valley and beyond that the open sky. The figure was hunched and human, she thought, bending forward with the suppleness of her recent exercise, most likely a fellow houseguest. Certainly, male.”

 

 

 

Rachel Billington (Londen, 11 mei 1942)

 

 

Lees meer...

Andre Rudolph

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 en ook mijn blog van 8 juni 2010

 

Uit: Vollendung einer Kathedrale

 

„Also anfangen. Sich an die mäandernden Sätze gewöhnen, die wuchernden Attribute und Einschübe. Der erste Teil des ersten Bandes heißt Combray und besteht wiederum aus Teil I und II. Combray I, siebzig Seiten lang, ist nicht gerade handlungsintensiv, man ächzt – um dann, wenn man vielleicht schon aufgeben will, mit Combray II in die erste jener Einzelgeschichten zu gleiten, die das Suchtpotential der Recherche ausmachen: eine Kindheits- und Feriengeschichte in einem gleichsam ewigen Sommer. Jedes Jahr reist das Kind Marcel mit den Eltern aufs Land, nach Combray, wo Großtante Leonie ein Haus besitzt, in dem sich auch die Großeltern und die Schwestern der Großmutter einfinden, alle betreut von Françoise, der ergebenen Dienerin und vorzüglichen Köchin. Man isst gut, geht spazieren und wartet abends auf die Besuche von Monsieur Swann, der leider, leider eine Frau geheiratet hat, die man nicht empfängt. Tag um Tag vergeht im sommerlichen Nichtstun, und zwischen all den Verwandten, Freunden und Fremden bewegt sich das schauende und lesende Kind, das, als Erzähler, gleichzeitig ein Erwachsener ist. Wer Frankreich liebt, wer ihm quasi in seiner Essenz begegnen will, dem offenbart es sich in diesem Buch. Die Kleinstadt Combray entpuppt sich als Mikrokosmos, aus dem der Makrokosmos der französischen Gesellschaft entspringt, der in den folgenden Bänden der Recherche bis ins einzelne ziseliert wird. Aus Combray stammen die adligen Guermantes, die bürgerliche Familie Marcels, der unglückliche Komponist Vinteuil, um nur einige zu nennen, und wer da nicht wohnt, kommt zu Besuch. In Combray sind sie alle beisammen, in einer lichterfüllten Landschaft, und so warmherzig, so nachsichtig geschildert in all ihrer Komik und Beschränktheit wie später nie mehr.“

 

 

 


Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

14:16 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: andre rudolph, marcel proust, romenu |  Facebook |

10-05-11

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Petra Hammesfahr, Ralf Rothmann, Jeremy Gable

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook mijn blog van 10 mei 2010 en eveneens alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

 

Rondeel

 

De korte liefde en 't lange lijden,
Het wordt een ding, dat men vergeet.
Herdenkt men 't nog, dan zegt men: 'k weet,
Het was destijds niet te vermijden.

Benijdt men soms de niet-bevrijden
Tot deze afwezigheid van leed?
Toch, korte liefde en langer lijden,
Het wordt een ding dat men vergeet.

's Verleden levens koud en heet
Voelt men zich in de loop der tijden
Vanzelf gelijk het uur ontglijden.
O jeugd, was 't dit waarom men kreet?
Men wordt een ding en men vergeet.

 

 

 

 

Herfst

 

Van 't najaar keren weer de schone dagen -

Van het hoeveelste? en hoeveel malen nog?

Tot het ontrijzen aan zijn nederlagen

Lokt den verslagene zijn zoet bedrog.

 

Dit is de tijd, dat men zou moeten lopen,

Gerooide velden langs of door een laan,

Aan 't eind waarvan een vergezicht gaat open

Op herfstland en een edeler bestaan.

 

En, thuisgekeerd, bij een vroeg vuur gezeten,

Den avond rekken met een schaarse kout,

Een enkel woord over de diepst-geweten

Bewogenheden, die het hart behoudt.

 

Of in de stad, voor licht-beslagen ruiten,
Terwijl een dunne mist de grijze gracht

Befloerst, te zien, hoe 't schemerende buiten

Geleidelijk teloor gaat in den nacht.

 

De nacht, die naderkomt, duister en heerlijk,

En even heul brengt voor de levenspijn

In de armen van het hier alleen begeerlijk

Geluk: bemind en niet gekend te zijn.

 

In stede: Dag. Een gemelijk ontwaken

In de slagschaduw der toekomstige plicht,

In slaafse haast zich wreevlig op te maken

Naar geestloze arbeid, wrokkende verricht.

 

Avond. De gang terug. Vermoeid, versmeten,

Voor elke daad te ledig, onbemind,

Den slaap te zoeken in dit ene weten:

Dat morgen 't eeuwig eendre herbegint.

 

Zo is het dag na dagen. Om der wille

Van wat? Van enkle verzen, die vergaan?

En de herfsthemel straalt, waar grote stille

Wolken verheven en doorschenen staan.

 

 

 

 

J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

 

Lees meer...

Roberto Cotroneo, Jayne Cortez, Barbara Taylor, Benito Pérez Galdós, Johann Peter Hebel

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook mijn blog van 10 mei 2008 en ook mijn blog van 10 mei 2009 en ook mijn blog van 10 mei 2010.

 

Uit: Die Jahre aus Blei (Vertaald door Karin Krieger)

 

„Es war an einem Dienstag, ein paar Minuten vor neun Uhr abends. Am Dienstag, dem 4. Juli. Die Piazza Mattei in Rom lag verlassen da. Wegen der Fußballweltmeisterschaft strebten die wenigen Passanten alle schnell nach Hause: Italien spielte gegen Deutschland. Ich saß in einem Restaurant im

Freien, ohne daß mich die Kellner auch nur eines Blickes würdigten. Sie waren alle drinnen und schauten sich die Fernsehbilder aus dem Dortmunder Westfalenstadion an. Die Tische vor mir waren leer. Als ich so wartete, hçrte ich Schritte und eine Männerstimme, die sich erkundigte, ob man hier

essen kçnne. Widerwillig bejahte der Kellner dies. Eine Frau sprach leise und lachte. Man wies ihnen einen Tisch nur wenige Meter von meinem entfernt. Ich sah den Mann an und erkannte ihn sofort: Es war Cristiano Costantini, ein Exterrorist. Die Frau saß mit dem Rücken zu mir, doch obwohl ich ihr nicht ins Gesicht sehen konnte, war ich mir sicher, daß sie Giulia Moresco war. Ein Irrtum war ausgeschlossen, in meinem letzten Arbeitsjahr hatte ich Dutzende Photos von den beiden gesehen. Ich hatte unzählige Seiten gelesen, Briefe und alle mçglichen Unterlagen.

In dieser unwirklichen Stille mit der Reporterstimme aus dem Fernseher des Restaurants saßen mir zwei Spukgestalten gegenüber. Denn Giulia und Cristiano waren für alle, die sie kannten und suchten, am 21. April 2005 bei einem Verkehrsunfall auf der Strecke Rom-L’Aquila ums Leben gekommen. Das Auto war ausgebrannt, und auf Giulias Identität war man gekommen, weil der Wagen gemietet war. Was Cristiano anging, bestand für die Polizei kein Zweifel daran, daß es sich um ihn handelte, obwohl die Leichen nicht identifiziert werden konnten.“

 

 

Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 

Lees meer...

Antonine Maillet, Ivan Cankar, Martin Boelitz, Ariel Durant, Leonard Buys, Fritz von Unruh

 

De Canadese schrijfster Antonine Mailletwerd geboren op 10 mei 1929 in Bouctouche, New Brunswick. Zie ook mijn blog van 10 mei 2009 en ook mijn blog van 10 mei 2010.

 

Uit: La Sagouine

 

J’ai peut-être ben la face nouère pis la peau craquée, ben j’ai les mains blanches, Monsieur ! J’ai les mains blanches parce que j’ai eu les mains dans l’eau toute ma vie. J’ai passé ma vie à forbir. Je suis pas moins guénillouse pour ça… j’ai forbi sus les autres. Je pouvons ben passer pour crasseux : je passons notre vie à décrasser les autres. Frotte, pis gratte, pis décolle des tchas d’encens… ils pouvont ben aouère leux maisons propres. Nous autres, parsoune s’en vient frotter chus nous. […]

            Trop mal attifés pour aller à l’église, t’as qu’à ouère ! C’est pour aller à l’église que le monde met ses plus belles hardes. Pour aller à l’église le dimanche. Nous autres, j’avons pas de quoi nous gréyer pour une église de dimanche. CA fait que j’y allons des fois sus la semaine. Mais y en a qui voulont pus y retorner, parce que les prêtres leur avont dit que la messe en semaine, ça comptait pas. Ils faisiont rien qu’un péché de plusse d’aller communier le vendordi matin avec leu messe de dimanche sus la conscience. Quand c’est que Gapi a vu ça, il a arrêté d’y aller aussi ben le vendordi coume le dimanche et asteur j’y retornons pas souvent. […]

            Ca c’est de quoique Gapi a jamais pu comprendre. Asteur pouvez-vous me dire, qu’i’ dit, quoi c’est qu’une persoune peut ben voulouère aller qu’ri’ au loin quand c’est qu’elle a toute chus eux ? […]”

 

 

 

Antonine Maillet (Bouctouche, 10 mei 1929)

 

 

Lees meer...

Libris Literatuur Prijs 2011 voor Yves Petry

 

De Vlaamse schrijver Yves Petry heeft maandag de Libris Literatuur Prijs gewonnen met zijn roman “De maagd Marino”. Juryvoorzitter Philip Freriks, voormalig presentator van het NOS journaal, maakte dat bekend in het Amstel Hotel in Amsterdam. Aan de prijs is een bedrag van 50.000 euro verbonden. Zie ook mijn blog van 26 juli 2009 en eveneens mijn blog van 26 juli 2010.

 

Uit: De maagd Marino

 

„Wat daarover ook allemaal gezegd is en wat niet, ik wil hier uitdrukkelijk stellen dat het aanvankelijk nog eerder Marino’s huis dan Marino zelf was dat me deed geloven mijn bestemming te hebben bereikt. Als hij me naar een locatie had gebracht van dezelfde kleurloosheid als zijn wagen of zijn kleren, was er niet veel gebeurd. Dan zou ik na die stupide doos in ontvangst te hebben genomen, meteen vertrokken zijn, vanbinnen onaangenaam leeg als een kind dat eigenlijk helemaal niet blij was met het speeltuig waar het zo lang om had gezeurd. Maar nu was er die grote rode beuk achteraan in de tuin, waarvan de blaadjes in de alsmaar verzadigder tinten van de avond stuk voor stuk opflakkerden als lekkende vlammetjes. Er was het machinale geraas van de ringweg in de verte, dat door de klimop werd beantwoord of tegengesproken met zacht geruis. Het zal ook wel gelegen hebben aan de funeraire stemming waarin de autorit me had gebracht, dat het leek of het rood van een bed papavers op het punt stond me in te wijden in de ultieme betekenis van zijn zinderende felheid, maar alleen op voorwaarde dat ik bereid was onmiddellijk daarna te sterven - en anders niet. De bakstenen achtermuur van het huis, waarlangs een oranje gloed omhoogkroop, oefende een zuigkracht op me uit, en wel in die mate dat ik me al met gespreide armen naar dit warme, ruwe, poreuze vlak zag  toestappen terwijl ik erin slaagde elk verzet te laten varen, elk greintje weerstand dat het bezit van een lichaam me ingaf, om ten slotte als een spook, nee, niet door de muur heen te lopen, maar erin op te lossen, niets achterlatend dan een schaduw, een vochtvlek, een donkere afdruk met gestrekte vleugels...

 



 

Yves Petry (Tongeren, 26 juli 1967)

09-05-11

Jotie T'Hooft, Charles Simic, Pieter Boskma, Jan Drees, Bulat Okudzhava, Leopold Andrian

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. Zie ook mijn blog van 9 mei 2009 en ook mijn blog van 9 mei 2010.

 

 

En wat dan?

 

Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend.
Want wie als ik nooit heeft
gebouwen laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan?

Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen? Te doen?
'Het was waar' zult gij zeggen 'hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen.' Zo bleek
zal ik zijn.

In u...

en wat dan...?

 

 

 

Toerisme

 

We zagen de spraakwatervallen van Speed,
hangende tuinen, verre sterrebeelden
die toch nabijer dan medereizigers waren.

In een bus vol naasten bezochten we
en werden we bezocht door nachtmerries,
visioenen van heiligen en engelen
zongen ons doof en we ontwaakten
in hotel Harmonie.

Twee spiegels, tegenover elkaar geplaatst
boden ons een oneindig perspektief.

En toch, dacht ik, er moet meer zijn.

 

 

 

 

Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)

 

 

Lees meer...

Alan Bennett, Lucian Blaga, Mona Van Duyn, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie, Pitigrilli

 

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008 en ook mijn blog van 9 mei 2009 en ook mijn blog van 9 mei 2010.

 

Uit: The Clothes They Stood Up In

 

"Perhaps they wrapped the stereo in the carpet," said Mrs. Ransome.
Mr. Ransome shuddered and said her fur coat was more likely, whereupon Mrs. Ransome started crying again.
It had not been much of a Così. Mrs. Ransome could not follow the plot and Mr. Ransome, who never tried, found the performance did not compare with the four recordings he possessed of the work. The acting he invariably found distracting. "None of them knows what to do with their arms," he said to his wife in the interval. Mrs. Ransome thought it probably went further than their arms but did not say so. She was wondering if the casserole she had left in the oven would get too dry at Gas Mark 4. Perhaps 3 would have been better. Dry it may well have been but there was no need to have worried. The thieves took the oven and the casserole with it.
The Ransomes lived in an Edwardian block of flats the color of ox blood not far from Regent's Park. It was handy for the City, though Mrs. Ransome would have preferred something farther out, seeing herself with a trug in a garden, vaguely. But she was not gifted in that direction. An African violet that her cleaning lady had given her at Christmas had finally given up the ghost that very morning and she had been forced to hide it in the wardrobe out of Mrs. Clegg's way. More wasted effort. The wardrobe had gone too.
They had no neighbors to speak of, or seldom to. Occasionally they ran into people in the lift and both parties would smile cautiously. Once they had asked some newcomers on their floor around to sherry, but he had turned out to be what he called "a big band freak" and she had been a dental receptionist with a timeshare in Portugal, so one way and another it had been an awkward evening and they had never repeated the experience. These days the turnover of tenants seemed increasingly rapid and the lift more and more wayward
. People were always moving in and out again, some of them Arabs.”

 

 

 

Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

 

Lees meer...