20-09-11

Donald Hall, Javier Marías, Joseph Breitbach, Adolf Endler, Henry Arthur Jones

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Donald Hall werd geboren in Hamden, New Haven County, Connecticut op 20 september 1928. Zie ook mijn blog van 20 september 2009 en ook mijn blog van 20 september 2010.

 

 

A Poet at Twenty

 

Images leap with him from branch to branch. His eyes

brighten, his head cocks, he pauses under a green bough,

alert.

And when I see him I want to hide him somewhere.

The other wood is past the hill. But he will enter it, and find the particular maple. He will walk through the door of the maple, and his arms will pull out of their sockets, and the blood will bubble from his mouth, his ears, his penis, and his nostrils. His body will rot. His body will dry in ropey tatters. Maybe he will grow his body again, three years later. Maybe he won't.

There is nothing to do, to keep this from happening.

It occurs to me that the greatest gentleness would put a bullet into his bright eye. And when I look in his eye, it is not his eye that I see.

 

 

 

Villanelle

 

Katie could put her feet behind her head

Or do a grand plié, position two,

Her suppleness magnificent in bed.

 

I strained my lower back, and Katie bled,

Only a little, doing what we could do

When Katie tucked her feet behind her head.

 

Her torso was a C-cup'd figurehead,

Wearing below its navel a tattoo

That writhed in suppleness upon the bed.

 

As love led on to love, love's goddess said,

"No lovers ever fucked as fucked these two!

Katie could put her feet behind her head!"

 

When Katie came she never stopped. Instead,

She came, cried "God!," and came, this dancer who

Brought ballerina suppleness to bed.

 

She curled her legs around my neck, which led

To depths unplumbed by lovers hitherto.

Katie could tuck her feet behind her head

And by her suppleness unmake the bed.

 



Donald Hall (Hamden, 20 september 1928)

Lees meer...

Cyriel Buysse, Stevie Smith, Upton Sinclair, Hanns Cibulka

 

De Vlaamse schrijver Cyriel Buysse werd geboren op 20 september 1859 in Nevele. Zie ook mijn blog van 20 september 2007. Zie ook mijn blog van 20 september 2007en ook mijn blog van 20 september 2008 en ook mijn blog van 20 september 2009 en ook mijn blog van 20 september 2010.

 

Uit: Broeder en zuster

 

„Zij keek, half over het portier gebogen, door het open venstertje, als de trein in het station aankwam. Hij stond haar af te wachten; doch eerst herkende hij haar schier niet meer. Het was zoolang geleden dat zij elkaar[1] gezien hadden. Hij nam haar vriendelijk bij beide handen, terwijl zij blozend en glimlachend van den spoorbaanwagen stapte, en kuste haar bewogen op beide hare wangen. Zij zag er zoo goed uit, sprak hij. Hij droeg haar pakje in de hand en leidde haar tot aan zijn rijtuig, dat naar hen stond te wachten. Zij namen plaats nevens elkander. Dáár zaten zij nu nog bijeen, de broeder en de zuster, na zulke lange scheiding. Eenige grijze haren doorkruisten reeds als zilverdraadjes zijne zwarte lokken; zij kwam slechts in den bloei des levens. Zij was ook lang en slank van gestalte zooals hij, doch iets kleiner; zij had ook donkerbruin haar, bruine oogen, en op haar aangezicht iets zachts en liefelijks, dat thans onder den indruk van hare gevoelens in een weemoedvollen glimlach scheen te versmelten. Van het verledene werd niet gesproken; hij vroeg haar niet, waarom zij sinds tien jaren niet eens bij hem gekomen was, niet eenmaal had geschreven; hij zei haar enkel, dat hij zoo gelukkig was haar terug te zien en zij zoo verschoond en zoo veranderd was, dat hij haar nimmermeer erkend zou hebben. Hij sprak haar ook van Tante, die gestorven was, en vroeg of deze gedurende hare ziekte veel had geleden. Een stille traan schoot langzaam in haar oog.

"O! zooveel!" zuchtte zij. Zij bleven beiden eene wijle stilzwijgend en lieten hunnen blik langs wederskanten van den weg over het landschap drijven, terwijl het open rijtuig hen door de zachte avondschemering naar hunne woning voerde. Zij dacht aan Tante, die zij zoo bemind had en die voor haar steeds zoo goed was geweest; aan Tante, die zij wellicht nooit zou verlaten hebben, hadde deze nog mogen leven. En hij dacht ook aan zijne eenzame en treurige levenswijze, en of zijne zuster het bij hem wel gewoon zou kunnen worden. Zij kwamen met de duisternis te M... aan, het dorp waar René woonde. Sinds den dood van vader was zij tehuis niet meer geweest. Hij leidde haar op de kamer, die hij voor haar had doen bereiden, en wees haar de kast en de commodes aan, waarin zij hare kleederen kon leggen. "Hier was het steeds uw vertrek," sprak hij, "als gij kind waart." Zij glimlachte bewogen en stak een binnendeurken open, en terwijl een traan van zachte ontroering haar oog schielijk verduisterde: "En hier was het de kamer van Moeder," antwoordde zij. Zij zagen elkander met aandoening aan. Hij leidde haar door al de plaatsen van het huis en zegde, dat zij alles volgens haren zin zou mogen schikken. En zij bedankte hem erkentelijk en dacht, dat hij toch goed was voor haar.“

 

 

Cyriel Buysse (20 september 1859 - 25 juli 1932)

Lees meer...

19-09-11

100 Jaar William Golding, Crauss, Patrick Marber, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels

 

Honderd jaar William Golding

 

De Engelse schrijver Sir William Gerald Golding werd geboren in St. Columb Minor, Newquay, Cornwall, op 19 september 1911. Dat is vandaag precies honderd jaar geleden. Zie ook mijn blog van 19 september 2007 en ook mijn blog van 19 september 2008 en ook mijn blog van 19 september 2009 en ook mijn blog van 19 september 2010.

 

Uit: Heer der vliegen (Vertaald door H.U. Jessurun d'Oliveira)

 

“Als je je ogen kon sluiten voor het langzaam omlaag zuigen van de zee en het kokende terugkeren, als je kon vergeten hoe onherbergzaam en ongerept het struikgewas van varens aan weerszijden was, dan had je een kans dat je het wilde beest uit je gedachten kon zetten en een tijdje kon dromen. De zon was over zijn hoogtepunt heen en de middaghitte besloop het eiland.”

(…)

 

“Samneric maakte nu deel uit van de stam. Ze bewaakten de Burchtrots tegen hem. De kans om hen te redden en een ballingenstam te vormen aan de andere kant van het eiland was verkeken. Samneric waren wilden als de rest; Biggie was dood, en de schelp tot poeder geslagen.”

(…)

 

“Een ogenblik had hij een vluchtig beeld van de vreemde betovering waarmee de stranden eens bekleed waren geweest. Maar het eiland was opgeschroeid als dood hout — Simon was dood — en Jack had… De tranen begonnen te vloeien en snikken schokten door hem heen. Hij gaf zich voor de eerste keer op het eiland nu aan hen over; grote huiverende krampen van verdriet die zijn hele lichaam schenen te verwringen. Zijn stem verhief zich onder de zwarte rook voor de brandende puinhoop van het eiland, en aangestoken door deze aandoening begonnen de andere jochies mee te schokken en te snikken. En midden tussen hen, met een smerig lichaam, een woeste haardos en een ongesnoten neus, huilde Ralph om het einde van de onschuld, de duisternis van het mensenhart, en de val door de lucht van de trouwe, verstandige vriend die Biggie heette.
De officier, omgeven door deze geluiden, was bewogen en lichtelijk verlegen. Hij wendde zich af om hun tijd te geven zich te vermannen; en liet zijn ogen onder het wachten rusten op de keurige kruiser in de verte.”

 

 


William Golding (19 september 1911 – 19 juni 1993)

Lees meer...

Jean-Claude Carrière, Stefanie Zweig, Curt Meyer-Clason, Mika Waltari, Hartley Coleridge

 

De Franse romanschrijver, regisseur, acteur, toneel- en scenarioschrijver Jean-Claude Carrière werd geboren op 19 september 1931 in Colombières-sur-Orb, Hérault. Zie ook mijn blog van 19 september 2009 en ook mijn blog van 19 september 2010.

 

Uit: Trente ans à peine

 

„Josiane - Cela dit, nous avons trente ans de plus.
Estelle
- Tous ceux qui ont plus de trente ans peuvent en dire autant.
Philippe
- Ca console un peu.
Josiane
- Mais à peine.
Estelle
- Et ceux qui n'ont pas encore trente ans les auront un jour.
Josiane
- Ca ne fait aucun doute. Il n'empêche que nous avons trente ans de plus.
Alain
- Ou trente ans de moins.
Josiane
- Qu'est-ce que tu veux dire ?
Alain
- Trente ans de moins à vivre.
Josiane
- C'est à peine plus gai.
Alain
- Et c'est trente ans qui ont passé vite.
Josiane
- Très vite.
Estelle
- Plus vite que pour les autres, vous croyez ?
Philippe
- Non, pas plus vite que pour les autres. Il ne manquerait plus que ça.
Josiane
- Ils sont rares, les gens qui trouvent que leur vie a passé lentement.
Alain - Surtout leur jeunesse.“

 

 

Jean-Claude Carrière (Colombières-sur-Orb, 19 september 1931)

 

Lees meer...

18-09-11

Armando, Ton Anbeek, Michaël Zeeman, Doris Mühringer, Stephan Sarek

 

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2006.en ook mijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

 

Voorzichtig

 

Ze liepen voorzichtig,
en lieten het landschap binnenkomen,
ze merkten dat hun tred bewonderd werd.
Heel voorzichtig gingen ze door de deuren,
langs het lusteloze strand, bezichtigden de bomen,
ze dachten dat de struiken ontvlambaar waren
en de hemel onder handbereik.
Zie, ze houden zich voorzichtig vast.

 

 

 

Der Horizont, 2010

 

 

 

Vierkant

 

vierkant.
in rijen.

nummers vierkant.
volgorde.

hees vierkant.
getallen angst.

nummers tucht.
dood vierkant.
orde.

 

 

 

Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

Lees meer...

Einar Már Gudmundsson, Jens Rehn, William March, Jayne-Ann Igel, Justinus Kerner

 

De IJslandse dichter en schrijver Einar Már Gudmundsson werd op 18 september 1954 geboren in Reykjavík. Zie ook mijn blog van 18 september 2010.

 

 

Homer, Singer of Tales

 

One rainy afternoon,

on a ship from a much-travelled dream,

Homer the singer of tales arrived in Reykjavík.

He walked from the quayside

and took a cab that drove him

along rain-grey streets

where sorry houses passed by.

At the crossroads Homer the singer of tales turned

to the driver and said:

'How can it be imagined

that here in this rain-grey

monotony lives a nation of storytellers?'

'That's exactly why,' answered the cab diver,

'you never want to hear

a good tale as much as when the drops

beat on the windows.'

 

When the drops beat on the windows

and the fog gliding into the bay

covers mountain and ocean alike,

nothing worth the telling

except the slush on the streets,

no enchanting song,

no singing sun,

only footprints that vanish

like rain into the ocean,

into the void and the wind

that sings and blows...

Cloaked in grey

time passes along the streets,

the odd bird hovers

dreamlessly above the town,

the clouds' veils of rain

tighten around the throat

and the dark of night pours

like a net over the world.

A man sails a boat out into the ocean,

there is a singing wave,

there is a sleeping house,

a sail wrung in a dream,

the world ripples

across a black sea

and the lights pass

like flames along the streets.

 

 

Vertaald door Bernard Scudder

 

 



Einar Már Gudmundsson (Reykjavík, 18 september 1954)

 

Lees meer...

Samuel Johnson, Omer Karel De Laey, Jan Mens, Tomás de Iriarte, Judite Maria de Carvalho

 

De Britse lexicograaf, dichter, essayist en criticusSamuel Johnson werd geboren in Lichfield op 18 september 1709. Zie ook mijn blog van 18 september 2008 en ookmijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

 

A Short Song of Congratulation

 

LONG-EXPECTED one and twenty

Ling'ring year at last has flown,

Pomp and pleasure, pride and plenty

Great Sir John, are all your own.

 

Loosen'd from the minor's tether,

Free to mortgage or to sell,

Wild as wind, and light as feather

Bid the slaves of thrift farewell.

 

Call the Bettys, Kates, and Jenneys

Ev'ry name that laughs at care,

Lavish of your Grandsire's guineas,

Show the spirit of an heir.

 

All that prey on vice and folly

Joy to see their quarry fly,

Here the gamester light and jolly

There the lender grave and sly.

 

Wealth, Sir John, was made to wander,

Let it wander as it will;

See the jocky, see the pander,

Bid them come, and take their fill.

 

When the bonny blade carouses,

Pockets full, and spirits high,

What are acres? What are houses?

Only dirt, or wet or dry.


If the Guardian or the Mother

Tell the woes of willful waste,

Scorn their counsel and their pother,

You can hang or drown at last.

 

 

Samuel Johnson (18 september 1709 – 13 december 1784)

Portret door Joshua Reynolds

 

Lees meer...

17-09-11

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg

 

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

 

Grote Beuk

 

Hij is het zwijgen rechtop de hemel in;
de wind, de hitte en regen hieuwen zijn stam
en takken, zijn wortels als houten fonteinen
wellend uit de bronnen. Alle seizoenen

krijgen kwartier, hij is het opgetaste
korte en lange jaar, in de zomer fluistert
nog de witte sneeuwjacht in zijn blad en bronzen
herfst omarmt stormend zijn schors in de meimaand.

Toen de bleke, felle bliksems kwamen die hun
harpoenen plantten in jouw hart en vier takken
woedend versplinterden, sapstromen dempten

die opstijgen wilden na de winter, wachtte,
grote beuk, achter je de kuil (doodkalm kraken
slaapt in het veld) slechts voor jou daar gegraven.

 

 

 

 

De peppels

 

In hun windschermen tegen 't noodweer
Vielen kijkgaten voor verspieders;
In hun marskramerskist geen proviand;
Niet langer land van melk en honing.

Het jaagt drukdoend door je bladeren,
Peppels. Wijk niet voor de klompenmakers.
Met groot materieel rukt de nacht uit,
Langs je stammen siddert wind en geest.

 

 

 

 

Het mooie wandbord

 

Het stamt uit de hoeve; van rendierhoeders,
ergens waar de weg ophoudt en elektriciteit
eindigt; uit een noordelijk land. De luxe
specialiteit van die herberg is kluizenarij.

Er werden stroppen verkocht, te nauw
voor de hals. Maar als Noorderlicht straalde
daar het wandbord, bol als een drinkend oog,
blauwe en rode bloemen op zwart hout.

Ik zweer niet zo bij wandborden, maar deze
ernstig op hout geverfde verbeelding toonde
een samenhang die voorheen ooit bestond.
blik van 't innerlijk oog en van de bergen.

 

 

 

H.H. ter Balkt (Usselo, 17 september 1938)

 

Lees meer...

Ludwig Roman Fleischer, Dilip Chitre, Albertine Sarrazin, Mary Stewart

 

De Oostenrijkse schrijver Ludwig Roman Fleischer werd geboren op 17 september 1952 in Wenen. Zie ook mijn blog van 17 september 2008 en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

 

Uit: Seewinkler Dodekameron

 

„Das Zeichenbuch

Wieder einmal Probleme mit dem vaterlosen Vaterhaus im Grenzdorf. Andreas ist in der Stadt geblieben, bei der Mutter, und wird nach der Mutter greinen: vaterloses Einzelkind. Seufzend lenkt sie ihren Kleinwagen an der gedrungenen Kirche vorbei in die Untere Hauptstraße: zwei Reihen ebenerdig hingeduckter Vaterhäuser, deren bestes die Fassade ist. Hier wohnt ein halb bankrotter Landwirt, da ein versoffener Winzer, dort ein Jungbauer, der keine Frau bekommt, weil er Jungbauer ist. Die Dorfmehrheit wird von Nebenerwerbstätigen und Alten gestellt, die Jungen pendeln oder wandern ab: ein Niemandsland, in dem sich jeder Ort hundertfach wiederholt, dazwischen grenzenlose Leere, wie geschaffen, sie mit eigenen Bildern zu füllen.
Sie parkt den Wagen vor dem Haustor, zwischen den beiden Rasenrechtecken, so, wie Tante Agathe es nie haben wollte, denn wozu haben wir die Einfahrt? Im Grenzdorf wird alles hinter geschlossenen Toren verwahrt. Der Rasen ist vor kurzem gemäht worden, von der Nachbarin, die dafür an jedem Neujahrstag für zwölf Monate im voraus bezahlt werden muß.
Sie öffnet ihre Handtasche und kramt nach dem Schlüssel. Dein Vaterhaus mußt du halt jetzt ganz allein erhalten, gell, Andrea, ich mit meiner Mindestrente kann dir nicht helfen. Um Tante Agathes Drachennüstern zuckte es mißbilligend. Sie hatte Andrea die Scheidung nie verziehen. Schon für den Buben mußt du das Haus erhalten, der ist ja schließlich der Stammhalter. Euch jungen Leuten geht's zu gut, drum könnt's ihr nicht zusammenhalten.“

 

 

Ludwig Roman Fleischer (Wenen, 17 september 1952)

Lees meer...

16-09-11

Breyten Breytenbach, James Alan McPherson, Michael Nava, Hans Arp

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

 

Voor Juan Carvajal

 

het vlees van hoeren is treurig
ik heb ze zien staan
met de donkere kreet tussen de dijen
langs de boulevard die de zee
omzoomde en afstootte
onder een hemel vol sterren
als dode vissen

 

het vlees van hoeren is triest
ik heb ze naakt zien liggen
in de woorden en de handen
van dichters en schilders
die de dood in leven
probeerden te houden
dingen zijn de verdonkeremaande
betekenis van dingen

 

ik heb in de tuin gezeten
en de schelle kreet van de papegaai
in de palmboom gehoord
en het hartzeer van het leven
groeide in mij aan
als een donkere vrucht
als een hoerenhart


 

Blind op reis

 

ek het in die skadu van Witberg oornag
maar om die berg se hoë slape
oor die silwer slaaprnus van ewige sneeu
kon ek die kranse lig sien beef
so groot so onaantasbaar so wit
so hoog kom my begrip nooit na bo
en deur my vingers het ek die bidkrale
van sterre probeer tel
om jou naam weer te proe
om jou bitter naam soos ligte druppels
reën op my tong te vang om jou naam
soos' n afgod in my droom se grond te plant
‘n god om my verdere reis te seën
want met die roep van jou naam
met die bloed van jou naam in my mond
kruip ek al hoe yler al hoe witter skuinstes uit

 

 

 

Vertaald door: Krijn PeterHesselink

 

 

 

Das Treffen

 

wenn mein Herz zu mir kommt

durch die Nacht

duften die Gassen wo Pferdekarren

klappernd schwarze Abfallsäcke

sammeln

nach den verlorenen Blüten

des Frangipani-Baums

 

wenn mein Herz zu mir kommt

durch die Nacht

stelle ich einen Tisch ans Fenster

mit Brot und Wein und süßen

dunklen Trauben

 

und schreibe dieses kleine Gedicht

wie ein ausgereifter Papiermond

aus Warten

ein Echo jenes anderen aus weißem Stein

der dort draußen

durch die Nacht reist

wo dunkle Männer ihre Pferde antreiben

 

wenn mein Herz zu mir kommt

durch die Nacht

wenn das Warten

voller Worte ist

essen wir die Feigen, trinken den Wein

und schlafen mit dem Mond

 


Vertaald door Uljana Wolf

 

 

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Lees meer...

Justin Haythe, Andreas Neumeister, Anna Bosboom - Toussaint, Frans Eemil Sillanpää

 

De Amerikaanse schrijver Justin Haythe werd geboren op 16 september 1973 in Londen. Zie ook mijn blog van 16 september 2008 en ook mijn blog van 16 september 2010

 

Uit: The Honeymoon

 

„After lunch we waited at the table for him to finish packing. We could hear him banging closets and drawers until he reappeared wearing a hat. We followed him into the hallway and waited for the elevator. He stood amongst his luggage; my mother and I amongst ours. 'Be careful of the Arab children in the park,' he told me. He turned to Maureen. 'Petits voleurs,' he explained. She smiled although she did not understand. She would look it up as soon as he had gone. He picked up his cases and stepped into the elevator. She blew him a kiss. 'Bon voyage!' she called.

When he was gone, the reflection of Maureen and me looked back from the mirrored elevator doors. I wore a white canvas hat and a pair of favourite copper corduroys. Maureen had yet to remove her pink silk jacket.

'Don't listen to him,' she said. 'He's trying to impress you.

Only men need to impress children. You don't need to be any more careful with one person than another.'

She began her inspection of the apartment the way she entered a gallery: as if she had money to spend. She passed from room to room with increasing excitement. When she found one more impressive than another, she called out for me to come and have a look. There was a pink study with a fireplace and a pair of French doors looking out onto the street; a small toilet off the hallway containing a gold-painted sink; and the kitchen with three Thai-wicker umbrellas bound to form a single lampshade. She could not stand still and almost as soon as I entered a room, she left it. She was like a child receiving a gift long obsessed over - slightly panicked by a world in which dreams are realized.

Marcel had inherited his money. The apartment was large for a bachelor living alone, with both a guest room and maid's quarters. It was substantially larger than our place in New York, and had a view of the park across the street and, in the evenings, of the patches of setting sun reflected from the windows onto the tops of the trees. Marcel directed documentary films, usually about the Amazon. Several years later, Maureen took me to see one when it was playing in New York.“

 

 


Justin Haythe (Londen, 16 september 1973)

 

Lees meer...

15-09-11

Jan Slauerhoff, Lucebert, Chimamanda Ngozi Adichie, Orhan Kemal

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

 

De zee

 

De zee, het enige leven dat strekt
Van begin tot einde
- Terwijl alle andre, voor kort gewekt,
Gedwee en weerloos verdwijnen -
Geeft in eeuwige breking
De grote, zachte verzekering
Dat, wanneer allen versterven, verstijven,
Zij bevallig zal blijven.

En als ik ga gehaast,
Genaderd en genaast
Door de jagende dood,
Hoor ik de troost
Van 't eendre golfgeruis,
Dat is als het vermengd gejuich
Van al haar schipbreuklingen, al haar meeuwen,
Aanbreken over de eeuwen,
Die mij verzwijgen en verteren.

Zij heeft geen andre vormen
Dan de borsten van haar golven,
En geen andre woorden dan de volle
Koren van haar branding en haar stormen.
Maar sidderend belijdt
Elk leven, hoe verfijnd
En schoon 't in 't licht verschijnt,
De wankele kortstondigheid
Van zijn bekoorlijkheid
Voor de geweldige eentonigheid van 't grootse
En de onsterflijke lieflijkheid van 't doodse.

 

 

 

Sterrenkind

 

Een sterrennacht op de wereld geworpen,
In sneeuw begraven door de wind,
Houthakkers brachten naar hun verre dorpen
Als een gevonden schat het sterrenkind.

Zij dachten hun vrouwen gelukkig te maken
Omdat zijn mantel van zilver was,
Maar zij moesten hem voeden en bij hem waken
Als was hij een kind van hun eigen ras.

De mantel konden zij niet verkopen,
Geen zilversmid geloofde er aan;
De pope wou de vondeling niet dopen,
Dat heidenkind gevallen van de maan.

Geen timmerman wilde hem laten werken,
Die tere prins, wat had men er aan?
De kosters joegen hem uit hun kerken,
Het heidenkind dat peinzend stil bleef staan.

En op een nacht is hij weer verdwenen;
Het dorp telde vele kindren minder,
Terwijl opeens veel meer sterren schenen.
Het was zeven jaar geleden. En weer winter.



 

Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

Lees meer...

Gunnar Ekelöf, Agatha Christie, Jim Curtiss, Ina Seidel

 

De Zweedse dichter en schrijver Bengt Gunnar Ekelöf werd geboren op 15 september 1907 in Stockholm. Zie ook mijn blog van 15 september 2007 en ook mijn blog van 16 september 2008 en ook mijn blog van 15 september 2009 en ook mijn blog van 15 september 2010

 

 

De bloemen

 

de bloemen slapen voor het raam en de lamp staart licht

en het raam staart gedachteloos in het donker daarbuiten

de schilderÿen tonen onntzield de hun toevertrouwde oinhoud

en de vliegen staan stil op de muur en denken

 

de bloemen leunen tegen de nacht en de lamp spint licht

in de hoek spint de kat wollen draden om mee te slapen

op het fornuis snurkt de koffieketel af en toe met welbehagen

en de kinderen spelen stil met woorden op de vloer

 

de wit gedekte tafel wacht op iemand

wiens stappen nooit de trap opkomen

 

een trein die in de verte de stilte doorboort

ontsluiert het geheim der dingen niet

maar het lot telt de slagen van de klok in decimalen.

 

 

 

 

Ik geloof in de eenzame mens

 

Ik geloof in de eenzame mens,

in hem die eenzaam dwaalt,

die niet als een hond zijn reuk achterna rent,

die niet als een wolf de reuk van mensen mijdt:

mens en anti-mens tegelijk.

 

Hoe gemeenschap te vinden?

Mijd de hoge buitenweg:

wat vee is in anderen is ook vee in jou.

Neem de lage binnenweg:

wat bodem is in jou is ook bodem in anderen.

Moeilijk om aan jezelf te wennen.

Moeilijk jezelf te ontwennen.

 

Wie het doet wordt toch nooit alleen gelaten.

Wie het doet blijft toch altijd soldair.

Het onpraktische is het enig praktische

op den duur.

 

 

 

Vertaald door H.C. ten Berge en Marguérite Törnqvist

 


Gunnar Ekelöf (15 september 1907 – 16 maart 1968)

Lees meer...

14-09-11

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Bernard MacLaverty, Martyn Burke, Ivan Klima

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

Rozenmond ligt languit in haar bad

 

en wil er niet uit. Zij rekt zich uit
en maakt met haar handen van die
schokkende bewegingkjes boven haar hoofd.

De wind is intussen gaan liggen.
Het riet beweegt niet meer en op
de plavuizen vloer is ook
mijn schaduw vervluchtigd.

Rozenmond in haar denken is leeg.
Gedachtenloos strijkt zij de kleine
luchtbelletjes uit haar schaamhaar,
van haar dijen. Rozenmond ligt

in bad, wil niet uit bad, komt ook
niet uit bad. Zij draait de mengkranen
open, duwt het hefboompje omhoog
en laat het nog uren en uren
regenen op haar schouders,
op haar zo mooie hoofd.

 

 

 

Zodat ik uitzie

 

Zodat ik uitzie
door het oog
van mijn naald

en sneeuwblind herken
de zwerfsteen,
sterfsteen onder

mijn tong: splinter
voor spinter

slaagt hij erin
niets te wegen,
niets voor te stellen.

 

 

 


Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Lees meer...