02-06-11

In memoriam Willem Duys

 

In memoriam Willem Duys

 


De vandaag overleden radio en tv-presentator
Willem Duys is als media-monument tot ons culturele erfgoed gaan behoren. Hier bij wijze van laatste groet enkele voorbeelden:

 

 

 

Het lied van de kleine man


De waarheid is dat je ziek bent

Eentonig leven, dezelfde tram

's morgens en 's avonds

De Telegraaf in je aktetas


De meisjes van 't kantoor

Onbenaderbaar

 

De zure lucht van regenjassen

Tussen de middag

In de snackbar

 

Met tientallen anderen

Bladeren in obscene boekjes

 

Neem me neem me hijgde ze

En spreidde haar benen

 

Geen vriendin

Niet eens geld voor de hoeren

 

's avonds tv

voetbal je avontuur

willem duys je cultuur

 

boterham met cervelaat

voor je naar bed gaat met je vrouw

die niet van je houdt

en die je niet haat

 

de waarheid is

dat je met je ziekte

dik tevreden bent

 

"het had zoveel erger kunnen zijn…"

 

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

 

 

 

 

Uit: Doris Day (1982)

 

Bah Bah wat 'n misère
Als Marco staat te blèren
Of 'n documantaire
Kan dan niemand ons bevrijden
Van Willem Duys en Van der Meyden

En hoor ze nou es slissen
In spelletjes en kwissen
'N mens kan zich vergissen
Maar dit is toch al te lullig
Imbeciel en onbenullig

Hé!
Er is geen bal op de tv
Alleen 'n film met Doris Day
En wat dacht je van net twee
Ein Wiener operette
Nee!

 

 

 

Doe Maar (1978 – heden)

 

 

 

 

 

Willem Duys (17 augustus 1928 - 2 juni 2011)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e juni ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
 

Marcel Reich-Ranicki, Jim Knipfel, Sibylle Berg, Carol Shields, Max Aub

 

De Duitse schrijver en literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki werd geboren op 2 juni 1920 in Włocławek, Polen. Zie ook mijn blog van 2 juni 2009. en ook mijn blog van 2 juni 2010

 

Uit: Sieben Wegbereiter

 

Als Arthur Schnitzler sechzig Jahre alt wurde, veröffentlichte die »Neue Rundschau« zusammen mit anderen Geburtstagsartikeln auch einen kurzen Gruß von Thomas Mann. Neben einigen eher konventionellen Wendungen – so über »die Vereinigung von Leidenschaft und Weisheit, Strenge und Güte« – fällt hier der Versuch auf, den Jubilar in die Nähe eines ebenfalls 1862 geborenen Dichters zu rücken, nämlich Gerhart Hauptmanns. Beide seien, meinte Thomas Mann, »in eine ähnlich repräsentative Stellung hineingewachsen«1. Hauptmann und Schnitzler als ebenbürtige Figuren der zeitgenössischen Literatur? Damit deutete Thomas Mann nur an, wie es seiner Ansicht nach sein sollte, nicht aber, wie es tatsächlich war. Denn die Rolle, die Schnitzler damals, 1922, in der Öffentlichkeit spielte, ließ sich mit dem hohen Ansehen, in dem Hauptmann stand, kaum vergleichen.

»Wie ein Baum zieht er seine Säfte aus der schlesischen Erde, aber seine Krone ragt in den Himmel …« – heißt es über Hauptmann in Klabunds populärer Literaturgeschichte.Bei dem Namen Schnitzler dachte man nicht gerade an die Säfte der Erde, sondern eher an das Pflaster der Großstadt; und nicht die Erinnerung an den Himmel rief er wach, sondern an die Dachkammer des süßen Mädels und an das Boudoir der Femme fatale.

Der eine galt als Poet aus dem sagenumwobenen Riesengebirge, der andere nur als Literat aus dem Wiener Kaffee- haus. Hauptmann feierte man als Seher, der tastend und raunend den Weg zu den Müttern suche und zugleich die deutsche Zwietracht mitten ins Herz zu treffen wisse. Schnitzler hingegen hatte den Ruf eines mehr oder weniger charmanten Leichtgewichtlers, ja, eines Erotikers, was in der Vorstellung vieler deutscher Leser gleichbedeutend war mit dem Zug zum Frivolen und der Neigung zum Schlüpfrigen.“

 

 

Marcel Reich-Ranicki (Włocławek, 2 juni 1920)

Lees meer...

Dorothy West, Thomas Hardy, Markies De Sade, Karl Gjellerup, Barbara Pym

 

De Amerikaanse schrijfster Dorothy West werd geboren op 2 juni 1907 in Boston. Zie ook mijn blog van 2 juni 2007 en en ook mijn blog van 2 juni 2009 en ook mijn blog van 2 juni 2010

 

Uit: Mammy

 

„The young Negro welfare investigator, carrying her briefcase, entered the ornate foyer of the Central Park West apartment house. She was making a collateral call. Earlier in the day she had visited an aging colored woman in a rented room in Harlem. Investigation had proved that the woman was not quite old enough for Old Age Assistance, and yet no longer young enough to be classified as employable. Nothing, therefore, stood in the way of her eligibility for relief. Hers was a clear case of need. This collateral call on her former employer was merely routine.

The investigator walked toward the elevator, close on the heels of a well-dressed woman with a dog. She felt shy. Most of her collaterals were to housewives in the Bronx or supervisors of maintenance workers in office buildings. Such calls were never embarrassing. A moment ago as she neared the doorway, the doorman had regarded her intently. The service entrance was plainly to her left, and she was walking past it. He had been on the point of approaching when a tenant emerged and dispatched him for a taxi. He had stood for a moment torn between his immediate duty and his sense of outrage. Then he had gone away dolefully, blowing his whistle.

The woman with the dog reached the elevator just as the door

slid open. The dog bounded in, and the elevator boy bent and roughhoused with him. The boy's agreeable face was black, and the investigator felt a flood of relief.

The woman entered the elevator and smilingly faced front. Instantly the smile left her face, and her eyes hardened. The boy straightened, faced front, too, and gaped in surprise. Quickly he glanced at the set face of his passenger.

"Service entrance's outside," he said sullenly.

The investigator said steadily, "I am not employed here. I am here to see Mrs. Coleman on business."

"If you're here on an errand or somethin' like that," he argued doggedly, "you still got to use the service entrance."

 

 

Dorothy West (2 juni 1907 – 16 augustus 1998)

Lees meer...

Jean Nelissen

 

De Nederlandse sportjournalist en schrijver Jean Nelissen werd geboren in Geleen op 2 juni 1936. Hij was jarenlang chef sport bij dagblad De Limburger maar werd vooral bekend als wielerverslaggever bij Studio Sport. De Neel, zoals zijn collega Mart Smeets hem steevast aanduidde, was een van de bekendste wielercommentatoren en -verslaggevers van Nederland. Hij was befaamd om zijn encyclopedische kennis van de wielergeschiedenis. Nelissen schreef 23 boeken, waaronder De bijbel van de Tour de France, waarin onder andere alle uitslagen uit de Tourgeschiedenis staan vermeld. Tot en met 2007 verscheen hij nog op televisie als onderdeel van het programma De Avondetappe.

 

Uit: De 100 Beste Wielrenners Van De Wereld

 

MERCKX, Eddy BEL 'Baron' Eddy verpulverde alle records. Elf grote ronden gewonnen, vier wereldtitels behaald, in 32 klassiekers gezegevierd, een werelduurrecord gevestigd, 133 etappes in diverse ronden gewonnen, in totaal 445 zeges behaald als prof, 183 keer leider geweest in een grote ronde, Eddy Merckx heeft álle records verpulverd. Zijn erelijst is uniek en nimmer overtroffen. Hij tilde het kleine België naar het niveau van een grote sportnatie. Drie keer werd hij gekozen als de beste sportman van de wereld. Ondanks Mohammed Ali en Pele. Geen wonder dat de koning hem in de adelstand verhief 'Baron' Merckx, door Jacques Goddet'Le Géant'en 'De Kannibaal' genoemd, was in alle disciplines onstuitbaar In de bergen domineerde hij de klimmers, in vlakke tijdritten en ook in klimtijdritten de specialisten in het solorijden, hij sprintte met succes tegen de snelste renners van het peloton, hij was een specialist in het afdalen en hij kon ook nog met de beste pistiers duelleren op de wielerbanen, waardoor hij zeventien zesdaagsen op zijn naam schreef De meeste kampioenen hadden toch ook enige beperkingen. Fausto Coppi en Gino Bartali waren matige sprinters, Bartali was bovendien geen specialist in het tijdrijden, Jacques Anquetil was geen sterke klimmer. In feite benadert Bernard Hinault de veelzijdigheid van Eddy Merckx nog het meest.

Want ook Hinault kon tegen de beste specialisten klimmen, afdalen, tijdrijden en sprinten. Hinault verscheen echter zelden op de wielerbaan. Hij ploegde 's-winters liever als crosser door de velden. Eddy Merckx domineerde zijn generatie, zoals nooit tevoren iemand had gekund. Hij werd gedreven door een onblusbare ambitie. Of het nu de Tour de France, Milaan-San Remo, een etappe in Parijs-Nice of een onbelangrijk criterium rond de kerktoren was, hij wilde altijd winnen.”

 

 

 


Jean Nelissen (2 juni 1936 - 1 september 2010)

14:51 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jean nelissen, romenu |  Facebook |

01-06-11

Patrick Besson, John Masefield, Ferdinand Raimund, Peter de Mendelssohn

 

De Franse schrijver en journalist Patrick Besson werd geboren op 1 juni 1956 in Montreuil. Zie ook mijn blog van 1 juni 2007 en ook mijn blog van 1 juni 2008 en ook mijn blog van 1 juni 2009. en ook mijn blog van 1 juni 2010.

 

Uit: Le deuxième couteau

 

“Gaston Cooper avait une quarantaine d'années. De père américain et de mère française, il était bilingue. Il avait commencé dans l'édition comme lecteur et traducteur. Il lui arrivait aussi de donner des articles littéraires au Paris-Métro. Un héritage lui permit, en 1977, de fonder sa propre maison d'édition, et le succès espéré mais tout de même inattendu, en été 1978, d'un roman-reportage traduit de l'américain lui permit de la garder. En automne de la même année, il engagea Jérôme Bernotte.

Au bout du couloir, dans un cagibi qui tenait lieu de bureau à l'attachée de presse, Cooper, debout, feuilletait un journal. Il portait un costume rose, des mocassins noirs. Il tourna la tête vers Bernotte.

- Alors, ce déjeuner ? demanda-t-il aussitôt.

" Il ne sait rien ", pensa Bernotte. Il se demanda comment c'était possible, puis se souvint que Cooper lui avait dit qu'il mangeait sur les Champs-Elysées en compagnie d'une de ses lectrices qui était également mannequin, assistante de production et sans doute bien d'autres choses encore. Bernotte l'avait aperçue plusieurs fois, rue des Saints-Pères. C'était une grande blonde au regard glacé et dont le visage dans sa perfection exprimait une sorte de haine concentrée contre le monde.

- Il s'est passé une chose épouvantable, dit Bernotte.

- Elle ne veut plus signer ?

Bernotte secoua la tête. La porte de l'appartement s'ouvrit dans son dos et il reconnut Pauline, l'attachée de presse, à son parfum, quelque chose de fort et de poivré qui lui donnait toujours un peu la nausée quand il s'approchait de trop près trop longtemps“.

 

 

Patrick Besson (Montreuil, 1 juni 1956)

Lees meer...

Colleen McCullough, Macedonio Fernández, Dennis Gaens, Daan Doesborgh

 

De Australische schrijfster Colleen McCullough werd geboren op 1 juni 1937 in Wellington. Zie ook mijn blog van 1 juni 2010 en eveneens alle tags voor Colleen McCulloughop dit blog.

 

Uit: The Thorn Birds

 

„Hughie noticed the joint in the doll's wrist, and whistled. "Hey, Jack, look! It can move its hand!"

"Where? Let's see."

"No!" Meggie hugged the doll close again, tears forming. "No, you'll break herl Oh, Jack, don't take her away-you'll break her!"

"Pooh!" His dirty brown hands locked about her wrists, closing tightly. "Want a Chinese bum? And don't be such a crybaby, or I'll tell Bob." He squeezed her skin in opposite directions until it stretched whitely, as Hughie got hold of the doll's skirts and pulled. "Gimme, or I'll do it really hard!"

"Nol Don't, Jack, please don'tl You'll break her, I know you will! Oh, please leave her alone! Don't take her, please!" In spite of the cruel grip on her wrists she clung to the doll, sobbing and kicking.

"Got it" Hughie whooped, as the doll slid under Meggie's crossed forearms.

Jack and Hughie found her just as fascinating as Meggie had; off came the dress, the petticoats and long, frilly drawers. Agnes lay naked while the boys pushed and pulled at her, forcing one foot round the back of her head, making her look down her spine, every possible contortion they could think of. They took no notice of Meggie as she stood crying; it did not occur to her to seek help, for in the Cleary family those who could not fight their own battles got scant aid or sympathy, and that went for girls, too.

 

 

Scene uit de tv-serie met Richard Chamberlain en Rachel Ward, 1983

 

 

She clasped the doll against her chest and shook her head. "No, she's mine! I got her for my birthday!"

"Show us, go on! We just want to have a look."

Pride and joy won out. She held the doll so her brothers could see. "Look, isn't she beautiful? Her name is Agnes."

"Agnes? Agnes?" Jack gagged realistically. "What a soppy name! Why don't you call her Margaret or Betty?"

"Because she's Agnes!"

Hughie noticed the joint in the doll's wrist, and whistled. "Hey, Jack, look! It can move its hand!"

"Where? Let's see."

 

 

Colleen McCullough (Wellington, 1 juni 1937)

Lees meer...

In Memoriam Hans Keilson

 

In Memoriam Hans Keilson

 

 

De Duits-Nederlandse schrijver en psychoanalyticus Hans Keilson is gisteren op 101-jarige leeftijd overleden in een ziekenhuis in Hilversum. Keilson werd op 12 december 1909 geboren in het Duitse Freienwalde. Zie ook mijn blog van 12 december 2010.

 

Uit: Daar staat mijn huis

 

„Moeder had veel lekkere recepten om asperges te bereiden: met eieren, ham, bruine boter of bij rosbief. (We aten thuis weliswaar ham, maar voor de rest geen varkensvlees.) In de eerste jaren van hun huwelijk leidden mijn ouders een orthodoxe huishouding, melk- en vleesproducten werden strikt van elkaar gescheiden gehouden, zoals de rituele spijswetten voorschrijven. Dat ze die levensstijl vervolgens opgaven, kwam volgens mijn ouders doordat die in de provinciestad moeilijk vol te houden was. Soms, als hij in Berlijn inkopen was gaan doen, bracht mijn vader bij wijze van troost koosjere vleeswaren mee naar Freienwalde.

Door de jaren heen werd ik mij, eerst in het religieuze domein, niet alleen van de andere levensstijl van ons Joden bewust, maar ook van de zo onvergelijkbaar geringe grootte van onze gemeenschap. ‘Onze kille’ – het Hebreeuwse woord kehilla omschreef de religieuze tempelgroep die zich op onze feestdagen in de onopvallende synagoge in de Fischerstrasse verzamelde, een buurt met kleine huurhuizen van slechts één verdieping waarin arbeiders woonden – ‘onze kille is klein,’ zei mijn moeder. Mijn vader knikte instemmend. Op de grote feestdagen sloot hij zijn zaak en ging in een zwart kostuum met hogehoed naar de eredienst. Maar zijn Joodse opvoeding was vergeleken met die van moeder minimaal. Hij kon slechts met moeite de Hebreeuwse teksten lezen van de gebeden die opgezegd moesten worden. Moeder fluisterde hem vaak de woorden in.“

 

 

 

Hans Keilson (12 december 1909 – 31 mei 2011)

 

 


 

31-05-11

Walt Whitman, Frank Goosen, Gabriel Barylli, Gerd Hergen Lübben, Serge Brussolo

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook mijn blog van 31 mei 2010 en eveneens alle tags voor Whalt Whitmanop dit blog.

 

Mannahatta

 

I was asking for something specific and perfect for my city,

Whereupon lo! upsprang the aboriginal name.

 

Now I see what there is in a name, a word, liquid, sane,

unruly, musical, self-sufficient,

I see that the word of my city is that word from of old,

Because I see that word nested in nests of water-bays,

superb,

Rich, hemm'd thick all around with sailships and

steamships, an island sixteen miles long, solid-founded,

Numberless crowded streets, high growths of iron, slender,

strong, light, splendidly uprising toward clear skies,

Tides swift and ample, well-loved by me, toward sundown,

The flowing sea-currents, the little islands, larger adjoining

islands, the heights, the villas,

The countless masts, the white shore-steamers, the lighters,

the ferry-boats, the black sea-steamers well-model'd,

The down-town streets, the jobbers' houses of business, the

houses of business of the ship-merchants and money-

brokers, the river-streets,

Immigrants arriving, fifteen or twenty thousand in a week,

The carts hauling goods, the manly race of drivers of horses,

the brown-faced sailors,

The summer air, the bright sun shining, and the sailing

clouds aloft,

The winter snows, the sleigh-bells, the broken ice in the

river, passing along up or down with the flood-tide or

ebb-tide,

The mechanics of the city, the masters, well-form'd,

beautiful-faced, looking you straight in the eyes,

Trottoirs throng'd, vehicles, Broadway, the women, the

shops and shows,

A million people--manners free and superb--open voices--

hospitality--the most courageous and friendly young

men,

City of hurried and sparkling waters! city of spires and masts!

City nested in bays! my city!

 

 

 

Among The Multitude

 

Among the men and women the multitude,

I perceive one picking me out by secret and divine signs,

Acknowledging none else, not parent, wife, husband, brother, child, any nearer than I am,

Some are baffled, but that one is not--that one knows me.

Ah lover and perfect equal,

I meant that you should discover me so by faint indirections,

And I when I meet you mean to discover you by the like in you.

 

 

 

Uit:Calamus Poems

 

6.

 

Not heaving from my ribbed breast only,

Not in sighs at night, in rage, dissatisfied with myself,

Not in those lang-drawn, ill-suppressed sighs,

Not in many an oath and promise broken,

Not in my willful and salvage soul's volition,

Not in the subtle nourishment of the air,

Not in this beating and pounding at my temples and wrists,

Not in the curious systole and diastole within, which will one day cease,

Not in many a hungry wish, told to the skies only,

Not in cries, laughter, defiances, thrown from me when alone, far in the wilds,

Not in husky pantings through clenched teeth,

Not in sounded and resounded words -- chattering words, echoes, dead words,

Not in the murmers of my dreams while I sleep,

Nor in the limbs and senses of my body, that take you and dismiss you continually -- Not there,

Not in any of all of them, O adhesiveness! O pulse of my life!

Need I that you exist and show yourself, any more than in these songs.

 

 

 

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)

 

 

Lees meer...

Konstantin Paustovski, Saint-John Perse, Georg Herwegh, Ludwig Tieck

De Russische schrijver Konstantin Paustovski werd geboren op 31 mei 1892 in Moskou. Zie ook mijn blog van 31 mei 2009 en ook mijn blog van 31 mei 2010

 

Uit: Verre Jaren (Vertaald door Wim Hartog)

 

's Winters kwam tante Dozja altijd uit Gorodisjtsje een paar dagen bij ons op bezoek. Mama vond het heerlijk om haar mee te nemen naar het theater. De nacht ervoor sliep tante Dozja slecht. Al een paar uur voor het zover was, deed zij haar wijde bruinsatijnen jurk met ingeweven gele bloemen en bladeren aan, sloeg de bijpassende stola om haar schouders en verfrommelde zenuwachtig een klein kanten zakdoekje. Vervolgens ging zij, tien jaar jonger en een beetje angstig, in een huurkoetsje met mama op weg naar het theater. Zij knoopte een zwart hoofddoekje met roosjes om, net als de Oekraïense boerenvrouwen. In het theater waren alle ogen op tante Dozja gevestigd maar zij ging zo op in het stuk dat zij hier niets van merkte. Op een keer was tante Dozja midden onder het stuk opgesprongen en had in het Oekraïens tegen de verrader geschreeuwd: ‘Wat doe je daar, smeerlap? Je moest je ogen uit je hoofd schamen!' Het publiek lachte zich halfdood. Het doek moest neergelaten worden. De hele volgende dag zat tante Dozja te huilen, zo schaamde ze zich; zij vroeg mijn vader om vergiffenis en wij wisten niet hoe we haar tot bedaren moesten brengen.'

 

Konstantin Paustovski (31 mei 1892 – 14 juli 1968)

Rond 1915

Lees meer...

30-05-11

Elizabeth Alexander, Countee Cullen, Alfred Austin, Emmanuel Hiel

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook mijn blog van 30 mei 2008 en ook mijn blog van 30 mei 2009 en ook mijn blog van 30 mei 2010.

 

 

Fugue

 

1. Walking (1963)

after the painting by Charles Alston

 

You tell me, knees are important, you kiss

your elders’ knees in utmost reverence.

 

The knees in the painting are what send the people forward.

 

Once progress felt real and inevitable,

as sure as the taste of licorice or lemons.

The painting was made after marching

in Birmingham, walking

 

into a light both brilliant and unseen.

 

 

2. 1964

 

In a beige silk sari

my mother danced the frug

to the Peter Duchin Band.


Earlier that day

at Maison Le Pelch

the French ladies twisted

 

her magnificent hair

into a fat chignon

while mademoiselle watched,

 

drank sugared, milky tea,

and counted bobby pins

disappearing in the thickness

 

as the ladies worked

in silence, adornment

so grave, the solemn toilette,

 

and later, the bath,

and later, red lipstick,

and later, L’Air de Temps.

 

My mother without glasses.

My mother in beige silk.

My mother with a chignon.

My mother in her youth.

 

 

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

Lees meer...

Michail Bakoenin, Georg Schaumberg, Randolph Bourne, Jan Geerts, Henri François Rikken, Robert Prutz, Félix Arnaudin, Pita Amor, Eddy Bruma

 

De Russische schrijver en anarchist Michail Alexandrowitsj Bakoenin werd geboren in Prjamuchino op 30 mei 1814. Zie ook mijn blog van 30 mei 2010.

 

Uit: Statism and Anarchy

 

„The Russian people possess to a great extent two qualities which are in our opinion indispensable preconditions for the Social Revolution ... Their sufferings are infinite, but they do not patiently resign themselves to their misery and they react with an intense savage despair which twice in history produced such popular explosions as the revolts of Stenka Razin and Pugachev, and which even today expresses itself in continuous peasant outbreaks.

What then prevents them from making a successful revolution? It is the absence of a conscious common ideal capable of inspiring a genuine popular revolution... . [Fortunately,] there is no need for a profound analysis of the historic conscience of our people in order to define the fundamental traits which characterize the ideal of our people.

The first of these traits is the conviction, held by all the people, that the land rightfully belongs to them. The second trait is the belief that the right to benefit from the soil belongs not to an individual but to the rural community as a whole, to the Mir which assigns the temporary use of the land to the members of the community. The third trait is that even the minimal limitations placed by the State on the Mir’s autonomy arouse hostility on the part of the latter toward the State.“

 

 

Michail Bakoenin (30 mei 1814 – 13 juni 1876)

Lees meer...

29-05-11

André Brink, G. K. Chesterton, Eduard Escoffet, Leah Goldberg, Mohsen Makhmalbāf, Hans Weigel

De Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink werd geboren op 29 mei 1935 in Vrede. Zie ook mijn blog van 29 mei 2007 en ook mijn blog van 29 mei 2008.en ook mijn blog van 29 mei 2009 en ook mijn blog van 29 mei 2010.

Uit: A dry white season

 

„It all really began, as far as Ben was concerned, with the death of Gordon Ngubene. But from the notes he made subsequently, and from newspaper cuttings, it is obvious that the matter went back much further. At least as far as the death of Gordon's son Jonathan at the height of the youth riots in Soweto. And even beyond that, to the day, two years earlier -- represented in Ben's papers by a receipt with a brief note scribbled on it when he'd started contributing to the schooling of the then fifteen year old Jonathan.

Gordon was the black cleaner in the school where Ben taught History and Geography to the senior classes. In the older journals there are occasional references to "Gordon N." or just "Gordon"; and from time to time one finds, in Ben's fastidious financial statements, entries like "Gordon -- R5.oo"; or "Received from Gordon (repayment) -- R5.00", etc. Sometimes Ben gave him special instructions about notes on his blackboard; on other occasions he approached him for small personal jobs. Once, when some money disappeared from the classrooms and one or two of the teachers immediately blamed Gordon for it, it was Ben who took the cleaner under his wing and instituted inquiries which revealed a group of matric boys to be the culprits. From that day Gordon took it upon himself to wash Ben's car once a week. And when, after Linda's difficult birth, Susan was out ofaction for some time, it was Gordon's wife Emily who helped them out with housework.

As they came to know each other better Ben discovered more about Gordon's background. As a young boy he had arrived from the Transkei with his parents when his father had found employment in the City Deep Mine. And since he showed interest in reading and writing from an early age he was sent to school -- no cheap or easy undertaking for a man in his father's position. Gordon made steady progress until he'd passed Standard Two, but then his father died in a rockfall in the mine and Gordon had to leave school and start working to supplement his mother's meagre income as a domestic servant.“


 

André Brink (Vrede, 29 mei 1935)

Lees meer...

Bernard Clavel, T. H. White, Max Brand, Anne d'Orléans de Montpensier, Alfonsina Storni, Till Mairhofer

De Franse schrijver Bernard Charles Henri Clavel werd geboren op 29 mei 1923 in Lons-le-Saunier. Zie ook mijn blog van 29 mei 2009 en ook mijn blog van 29 mei 2010.

 


Uit:
Le seigneur du fleuve

 


Tandis qu’il bourrait le tabac, le vieux eut un ricanement.

- Toi aussi, tu as les mains qui tremblent, remarqua-t-il, mais ça n’est pas à cause de l’âge. C’est parce que tu es furieux... Et je vais te dire, parce que je te connais bien, c’est après toi que tu es furieux.

- Ecoutez, père...

- Non, laisse-moi dire. Tu es furieux. Et je te connais bien parce que j’ai été exactement comme tu es. L’âge m’a fait passer tout ça. Sinon, en entrant ici, je te calottais comme tu as calotté ce pauvre Adrien. Il ne pouvait rien faire parce que tu es plus fort que lui ! toi, tu ne pouvais rien faire parce que je suis ton père.

- Mais enfin, père...

Philibert essayait d’interrompre le vieux, et pourtant, si le vieux l’avait laissé parler, il n’aurait probablement rien dit de censé.

- Je te connais tellement bien que je vais dire ce que tu penses en ce moment. Tu penses : J’ai foutu le camp parce que tout le monde me mettait mal à l’aise. Après ce que j’avais fait, j’ai préféré foutre le camp. Mais j’ai fait une connerie de plus. Les autres me respectent. Ils m’auraient regardé de travers, mais ils m’auraient foutu la paix. Le vieux, c’est pas pareil. Il va m’emmerder pendant une heure d’horloge... Voilà ce que tu penses. En ce moment. Maintenant. Là. En bourrant ta pipe et en me reluquant par-dessous comme un sournois. Voilà ce que tu penses !... Je le sais. Et je sais que tu n’oseras pas prétendre le contraire... Allons, dis... dis si je me trompe ?

A mesure que le père parlait, sa voix avait changé . De la colère mal contenue, il avait viré sur la moquerie, et, en finissant, il donnait l’idée d’un homme qui a envie de rigoler un bon coup.“



 

 

Bernard Clavel (29 mei 1923 – 5 oktober 2010)

Lees meer...

28-05-11

Leo Pleysier, Frank Schätzing, Maeve Binchy, K. Satchidanandan, Thomas Moore

 

De Belgische schrijver Leo Pleysier werd geboren in Rijkevorsel op 28 mei 1945. Zie ook mijn blog van 28 mei 2007en ook mijn blog van 28 mei 2008 en ook mijn blog van 28 mei 2009en ook mijn blog van 28 mei 2010

 

Uit: Dieperik

 

“En terwijl hij zit te smullen, strooit hij er geregeld nog een paar lepels witte suiker over uit. (Bruine suiker is voor op mijn boterham met plattekaas. Of anders voor op een bord koude rijstebrij, vaders lievelingsdessert.)
‘Er zit al suiker in hoor!’
‘Wat?’
‘Dat er al suiker in zit!’
En dus nog een lepel witte suiker. En nog een.
En nog een.

(…)

 

Razend kwaad en helemaal over zijn toeren was nonkel Wies. En dat bleef hij toen nog geruime tijd ja. Al stak hij me op het einde, en anders dan gewoonlijk, bij het afdrogen en terug aankleden een handje toe.
‘Gaat het?’
Ik knikte en snikte van ja. Waarop hij met zijn eigen zakdoek mijn tranen bette en mijn neus en mond nog eens afdroogde.”

 

 



Leo Pleysier (Rijkevorsel, 28 mei 1945)

Lees meer...