02-10-11

Dimitri Verhulst, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius

 

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

 

Uit: Godverdomse dagen op een godverdomse bol

 

„’t Kan vruchtenplukken en in zijn neus peuteren zonder daarvoor zijn stap te moeten onderbreken. Hoekoddig.
Honderd en twintig centimeter groot is ’t daarmee, genoeg om over de grassen der savannen te kijken.
In zijn halvelings kokende kop schuilt, behalve hier en daar wat snot, een 650 kubiekecentimeter metende drek: hersenen, beveelheren van het neuken en het vreten. 650 kubieke centimeter pure levensvreugd, dat volume zou, jawel, zelfs nog wat grotermogen worden.
Gaat dat?
Maar er is niks om te bikken en de teven zitten vol of hebben kleintjes aan hun spenenhangen, hetgeen hen lusteloos en onvruchtbaar maakt. Als de melkproductie van de wijfjes niet wordt afgebroken laten ze zich niet bespringen, zo simpel zit het. En dus zit ermaar één ding op: de kleintjes de kop in slaan. Infanticide!
Zie de uitgelatenheid waarmee het paar dagen oude, nog onder de baarmoederslijmenzittende schepsel bij de achterpoten wordt gepakt en met zijn hoofd tegen de stenen gesmakt. Het bloed gutst alle kanten op, de stront pruttelt eruit bij wijze van overlijdensact.

Kindje dood. Eindelijk kan ’t zijn achtentwintig kilogrammen op de moeder smijten, zijn putlucht in haar tronie hijgen naast het lijk waar zij maar blíjft naar kijken.
Maar, als dat een troost mag zijn, lang hoeft de teef niet op haar tanden te bijten: ’t kreeg reeds een stijve van het moorden en ’t bezit geen woorden om zijn smeerlapperijen eerst nog wat te verpakken in hofmakerij.
Erin en eruit en gedaan. Dat is vooral veel tijd bespaard. Veel tijd, en veel gezeik.En dan nu: eten! Maar wat? Er is niks te rapen in deze gore droogte en de honger is tegroot om geduldig wat te scharten in de aarde naar een wortel. Het gras is rost en wordtmeteen weer uitgekotst. ’t Heeft daar de maag niet voor. Ziet ’t er soms uit als een herkauwer, misschien? Vlees moet ’t hebben, er is geen andere keus! En ’t staart naar de lucht, zijn ogen doen er zeer van, en ziet de gieren schietvizieren cirkelen in het blauw dat zij beheersen. Dáár zou ’t moeten zijn.
Maar ’t komt te laat. De karkassen zijn verwerkt, de vetten van de dode reeds door de vogels in vlieguren omgezet, en ’t moet zich tevreden stellen met het afval dat in de borstkas overblijft. Vuiligheid. ’t Grabbelt een stuk maag uit het karkas van wat daarnet nog een gnoe was, en zuigt het leeg. Het is vunzig maar het smaakt, als vele vunzigheden, naar meer“

 

.

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

Lees meer...

Göran Sonnevi, Waltraud Anna Mitgutsch, Jan Morris

 

De Zweedse dichter en vertaler Göran Sonnevi werd geboren in Lund op 2 oktober 1939. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Göran Sonnevi op dit blog.

 

Uit: Mozart's Third Brain (Vertaald door Rika Lesser)

 

LXIV

another bird, that flew upward, in the Forum Romanum
up toward the Rostra Maybe a serin, but
I don't know Flowers were in bloom, flowers I don't recognize
What may have been acanthus, growing like lupins
And a red flower, close to the ground White butterflies
At the house of the Vestals roses bloomed Up above
the palace and the ruins of villas a falcon flew
Sudden silence of birds At what sort of rostrum do what sorts
of speakers appear I listen to the voices of Europe
I feel no confidence; not even in my own distrust
STEER! We all carry the sparkling diamond oar
Hard; like the gates of Hades Shadows full of unrest
The Curia, restored in the '30s, in the face of new imperial power
Which senate meets there; which tribunes of the people, if they would now
have audience, even in Hades We move through the centuries
Faced with destitution's images The blood of the martyrs is clasped, cradled
As if Agave were clutching the head of Pentheus; the blood runs
down into a bowl; a grail The Etruscan votive sculptures
are thin as sticks; are by Giacometti What do the dead
see? What do they see that even the dying do not see? What
Hesperian fruits, shining Pomegranates; golden fruits?
By the Baths of Diocletian are orange trees Hidden
inside there, Michelangelo's basilica, is full
of power, stone-dead, of the living Small flames burn for believers
Policemen stand in groups, some with bulletproof vests, submachine guns
The door to a bordello stands open Private health clubs
with sauna, massage At Stazione Termini are all kinds of people;
from all over the planet Everything stands wide open, glowing poverty
A beggar woman, emaciated, a shawl over her head, a half-
grown child in her arms, also sleeping, does not wake when you give
her money Which ones listen Which hear the invisible voice The one
with no platform, no altar, who is not even heard at the sacrificial spring in the under-
world, welling up from the rock; clear green water You want
to touch the water, but I stop you Maybe it is also
polluted? We go to the Colosseum, sit there together
on a marble bench, the fragment of one, behold the endless stream
of tourists Shadows in the planetary Hades; we among them
On the Palatine there's a wedding; we talk to the cats a while Look at
more flowers, butterflies One wholly ordinary sparrow, but a little different
In our hotel room afterwards we make love; fiercely, with great intensity

 

 



Göran Sonnevi (Lund, 2 oktober 1939)

Lees meer...

01-10-11

P. N. van Eyck, Khlaid Boudou, Charles Cros, Günter Wallraff, Michael Schindhelm

 

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

 

 

Mysterie

 

Soms luister ik lang naar het zwijgen
Van die donkre viool, mijn hart,
En scheemring na schemering zijgen
Door een stilte die sluimert en mart.

Doch eindlijk begint het te trillen,
Of een zucht langs de snaren streelt,
Of een enkel met liedren te stillen
Verlangen er droomt vóór het speelt.

En een mijmring van tonen zingt éven
Uit de stilte, als de huivrende geest
Eener geur die schaduws deed beven...
Maar mijn ziel is vervúld geweest.

En hetgeen in haar duister blijft hangen,
Een levende smart schoon ze zwijgt,
Is de snik van een eindloos verlangen
Uit een droefheid die woordenloos hijgt.

 

 

 

 

Verzegelde fontein

 

Groen-omlommerd, wit-betegeld,
Springfontein, nog immer zwijgt gij?
Stil-bekommerd, dicht-verzegeld,
Ziel in 't donker, woordeloos, híjgt gij?

Zie de purperen bloemtros bengelen
In 't geblaarte. Hóor de lente,
Zoet als 't lief in Kedars tente,
Loof- en vogelstemmen mengelen.

Moet uw hof nog langer wachten?
Breek het zegel voor de noen:
Stort de pijn der donkere nachten
In de drift van 't lustseizoen.

 

 

 

P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

Lees meer...

John Hegley, Tim O'Brien, Louis Untermeyer, Inge Merkel, Sergej Aksakov

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009 en ook mijn blog van 1 oktober 2010

 

 

A Somewhat Absent Minded Attempt to Be Politically Correct

 

Someone I don't know that well

tells me they have a little boy.

"Oh yes," I enquire, "and how old is he or she?"

 

 

 

Bonfire Night

 

the doors open

everyone comes out

everyone is ready

for fireworks

all except the dog

Eddie

he is shut up in the sheddie

even out of doors we have indoor fireworks

Dad says it is better to be safe than dead

the air is full of the smell of next doors fireworks

Mum says they are very good this year

this year Christopher is allowed

to help his dad to light the fireworks

he is very excited

he is very proud

he is twenty-eight



 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

Lees meer...

30-09-11

Truman Capote, Hendrik Marsman, Zhang Ailing, Edzard Schaper, Hermann Sudermann

 

De Amerikaanse schrijver Truman Capote werd geboren op 30 september 1924 als Truman Streckfus Persons in New Orleans. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Truman Capote op dit blog.

 

Uit: The Walls Are Cold (The Complete Stories of Truman Capote)

 

"Really, isn't that charming? I mean the coincidence." She smoothed her hair and smiled with her too dark lips.

They went into the den and she knew the sailor was watching the way her dress swung around her hips. She stooped through the door behind the bar.

"Well," she said, "what will it be? I forgot, we have scotch and rye and rum; how about a nice rum and coke?"

"If you say so," he grinned, sliding his hand along the mirrored bar's surface, "you know, I never saw a place like this before. It's something right out of a movie."

She whirled ice swiftly around in a glass with a swizzle stick. "I'll take you on a forty-cent tour if you like. It's quite large, for an apartment, that is. We have a country house that's much, much bigger."

That didn't sound right. It was too supercilious. She turned and put the bottle of rum back in its niche. She could see in the mirror that he was staring at her, perhaps through her.

"How old are you?" he asked.

She had to think for a minute, really think. She lied so constantly about her age she sometimes forgot the truth herself. What difference did it make whether he knew her real age or not? So she told him.

"Sixteen."

"And never been kissed. .. ?"

She laughed, not at the cliché but her answer.

"Raped, you mean."

She was facing him and saw that he was shocked and then amused and then something else.

"Oh, for God's sake, don't look at me that way, I'm not a bad girl." He blushed and she climbed back through the door and took his hand. "Come on, I'll show you around."

She led him down a long corridor intermittently lined with mirrors, and showed him room after room. He admired the soft, pastel rugs and the smooth blend of modernistic with period furniture.

"This is my room," she said, holding the door open for him, "you mustn't mind the mess, it isn't all mine, most of the girls have been fixing in here."

There was nothing for him to mind, the room was in perfect order. The bed, the tables, the lamp were all white but the walls and the rug were a dark, cold green.

"Well, Jake. .. what do you think, suit me?"

"I never saw anything like it, my sister wouldn't believe me if I told her. .. but I don't like the walls, if you'll pardon me for saying so. .. that green. .. they look so cold."

She looked puzzled and not knowing quite why, she reached out her hand and touched the wall beside her dressing-table.“

 

 

Truman Capote (30 september 1924 – 25 augustus 1984)

Foto door Robert Mapplethorpe, 1981

Lees meer...

Eli Wiesel, Roemi, Henk Spaan, Ferdinand von Saar, Jurek Becker

 

De Joods-Roemeens-Frans-Amerikaanse schrijver Eli Wiesel werd geboren op 30 september 1928 in Sighet (nu Sighetu Marmaţiei), Roemenië. ook mijn blog van 30 september 2007 en en ook mijn blog van 30 september 2008 en ook mijn blog van 30 september 2009 en ook mijn blog van 30 september 2010

 

Uit: And the Sea is Never Full

 

Why death, Primo? To tell us what truth about whose 1ife?
Did he want to reach to the very end of his thoughts, his memories? Truly enter death? I don't remember why, but I called him shortly before his death. A premonition? His voice sounded thick, heavy. "Things are not good," he said slowly, "not good at all." "What's not good, Primo?" "Oh, the world, the world's no good." And he doesn't know what he is doing in a world that's going so badly. "Are you having problems, Primo?" No, he has no problems. In Italy and elsewhere he is read, admired, honored, but it's going badly. We speak of mutual friends, of his plans, of his son, Renzo. I suggest he come to New York, spend some time with me. He doesn't say no, he doesn't say yes; he doesn't answer, as though he were already elsewhere, behind other walls. To cheer him up I describe to him the success of his works on American campuses. No reaction. "Are you there, Primo? Do you hear me?" Yes, he hears me--but he's no longer there.

An American novelist publishes an article that shocks quite a few of us. He says that Primo's friends should have urged him to get treatment, and that a good therapist could have cured him. This is a typical banalization: Here we have existential evil, the lifelong incandescent wound of a soul, reduced to a nervous breakdown common among writers whose inspiration becomes blocked, or among men of a certain age.

 

 


Eli Wiesel (Sighet, 30 september 1928)

 

Lees meer...

In Memoriam Hella Haasse

 

In Memoriam Hella Haasse

 

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse is gisteravond in haar woonplaats Amsterdam na een kort ziekbed overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie het bericht op Trouw.nl ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .

 

 

Uit: De scharlaken stad

 

“Soms dreef onhoudbaar verlangen naar frisse lucht hem naar buiten. Hij liep rond door de straten van Florence zonder te weten waar hij zich bevond of wat er om hem heen gebeurde. Hij hoorde klokken luiden, merkte de gloed van avond- of ochtendhemel op, hij had het koud of warm, hij herkende de vertrouwde omtrekken van bepaalde gebouwen. Een enkele maal ging hij welbewust naar een plek buiten de stadsmuren, in de richting van Fiesole, of voorbij San Miniato, om de brede golvende lijnen van het landschap in zich op te nemen. Zijn lichaam, zijn handen vonden een ogenblik rust. Maar nooit en nergens rust voor zijn gedachten. Zijn lichaam, zijn handen, slaven in dienst van de slaven die Julius' mausoleum zouden schragen. Zijn geest vluchtte in visioenen van het werk waar hij nu naar verlangde als naar de eeuwige gelukzaligheid zelf.- het Medici-monument in San Lorenzo. Wat hij niet had kunnen vinden vóór hij naar Rome ging, de zin en dus de uiteindelijke vorm van die compositie, zag hij nu voor zich met bovenaardse helderheid. Een antwoord op de roep die jaren lang in hem weergalmd had, Adam sta op. Uit het leven over het geheim van de dood heen opstaan naar de eeuwige waarheid. Opstaan uit de kerker die het lichaam is, opstaan uit de macht van het onverbiddelijke lot, opstaan uit de dwang van ruimte en tijd, naar het waarachtige leven van de ziel. Het bestaan op aarde, een droom. Daarna, het verwonderd wakker worden in de dag, in de helderheid van de wereld der ideeën.”

 

 

 

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

 

 

 

Willem G. van Maanen

 

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Hij groeide op in een links liberaal milieu. Zijn vader was de hoogleraar Engelse taal- en letterkunde Willem van Maanen. Tijdens de tweede wereldoorlog was Van Maanen lid van een verzetsgroep en bood hij samen met een vriend onderdak aan Joden. Schuld, maar dan niet als religieuze notie, is een belangrijk thema in zijn oeuvre. Na de oorlog werd hij schrijvend journalist, later werkte hij voor de Wereldomroep. Van Maanen debuteerde als schrijver in 1953 met Droom is 't leven. In 1955 ontving Van Maanen de Van der Hoogtprijs voor zijn roman De onrustzaaier (1954). In 2004 werd hem voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygensprijs toegekend. In 2007 werd Heb lief en zie niet om genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Van Maanen verhuisde op latere leeftijd naar Friesland.

 

Uit: De bewonderde meester

 

„Het is begonnen in mijn jeugd. Ik maakte kennis met de schrijver toen ik veertien jaar was, te vroeg waarschijnlijk. Niet, zoals men zou kunnen denken, via Ina Damman, die in 1934 verscheen, maar via een heel ander meisje, een dienstmeisje nota bene, de Duitse Else Böhler, die een jaar later haar gezicht liet zien, en niet alleen haar gezicht, maar ook haar korte benen, vertegenwoordigster van het schmalschultrige, breithüftige, kurzbeinige Geschlecht, zoals ik dat jaren later bij Schopenhauer tegenkwam. Mijn moeder, die overigens geen dienstmeisje uit Duitsland had maar een zowel lichamelijk als geestelijk zeer rijzige en rechtzinnige uit mijn geboortestad Kampen, mijn moeder dan had de taak op zich genomen om voor een vriendin die naar Batavia was vertrokken om zich daar met een hoge ambtenaar te verenigen, de hedendaagse Nederlandse literatuur bij te houden, en haar na lezing en goedkeuring van een nieuwe roman - dichtbundels deden niet mee - de desbetreffende uitgave per zeepost toe te sturen. Wij woonden toen in Rotterdam, waar mijn vader na zijn Kamper periode als leraar carrière wilde maken, op een bovenhuis in een deftige buurt, en daar bracht een bediende van Voorhoeve & Dietrich op gezette tijden een doos met nieuw verschenen boeken. Mijn moeder, een zeer belezen vrouw met goede smaak, vond niets heerlijker dan de doos te openen en die toen nog zo lekker ruikende boeken door haar handen te laten gaan. Ik mocht er ook wel eens mijn neus in steken en ze betasten, met schone handen want, let wel, die boeken waren op zicht en moesten, als ze niet werden gekocht, zo niet ongelezen dan toch onbeschadigd en onbevuild terug naar de winkel van Voorhoeve & Dietrich. Ina Boudier Bakker: weg ermee, Walschap mag blijven, Jeanne van Schaik eveneens, Fabricius, nou ja, literatuur was er niet alleen om de lezer te verdiepen maar ook om hem van tijd tot tijd te verstrooien, en bovendien was de schrijver in ons Indië geboren, Van Schendel jazeker, Debrot eveneens, Anton Coolen nou nee, Du Perron nou ja, Vestdijk mmm, Ina Damman was goed bevonden en naar de Oost verzonden, het Duitse juffie daarentegen moest genoegen nemen met een retourtje Duitsland, wat ze in de roman dan ook doet.“

 

 

 

Willem G. van Maanen (Kampen, 30 september 1920)

11:21 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: willem g. van maanen, romenu |  Facebook |

29-09-11

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

 

Back (in your love)

 

when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are runnin’ round
tryin’ to get underneath my chamber door
anything I can think of
won’t seem to be enough

 

when I smell the stench
of your sweatstained sheet
and I see this french chick lickin’ my speed
friends with your daddy & your dog
it won’t seem to be enough

 

when the snow is wettin’
my old wooden chair
and the crabs are paddin’& runnin’ around
in my pubic hair
anything I can think of
won’t seem to be enough

 

damn this cruel November
days shift into nights
I wish I could remember
how you drifted from my sight
anything I can think of
won’t seem to be enough

 

when all my old sollicitors
come around, only have needles for a pay
and all me brand-new visitors
only have spoons to give away
anything, anything
won’t seem to be enough

 

all my precious pleasures
she took away with all her charms
and all my solitary treasures
made a strainer of my arms
friends with your daddy & your dog
that won’t seem to be enough

 

when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are tryin’
to get underneath my chamber door
anything I can think of
never seems to be enough

 

 

(Tekst: Pé Hawinkels, Muziek: Herman Brood)

 

 



Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

Cover van een Hawinkels bundel

Lees meer...

Miguel de Cervantes, Ingrid Noll, Colin Dexter, Akram Assem, Lanza del Vasto

 

De Spaanse dichter en schrijver Miguel de Cervantes werd geboren op 29 september 1547 in Madrid. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Cervantes op dit blog.

 

Uit: Don Quichot van La Mancha (Bewerkt door J.J.A. Goeverneur)

 

„De vreemde verwarring zijner begrippen bracht hem tot het nog vreemder voornemen, om tot vermeerdering van zijn roem en tot heil der wereld een dolend ridder te worden, in ridderlijke wapenrusting het land door te trekken en even zoo groote heldendaden te verrichten, als waarvan hij in de oude romans gelezen had. Zijne verbeelding spiegelde hem met levendige kleuren de ongehoorde avonturen en gevaren voor de oogen, door welker heldhaftig bestaan hij zich een onvergankelijken roem verzekeren moest. Door de kracht van zijn arm zag hij zich zelf reeds tot machtig keizer gekroond, en hij meende, dat het hem althans zeker gelukken moest een koningskroon te veroveren, gelijk al verschillende dolende helden dat in den ouden tijd hadden gedaan. Hij gaf zich meer en meer aan deze streelende gedachten over en achtte nu eindelijk den tijd gekomen, om zijn dolzinnig besluit ten uitvoer te brengen.

Zijn eerste werk was, dat hij aan het opknappen en schoonmaken van eene overoude, door een zijner voorzaten gedragen wapenrusting ging, welke hij uit een donkeren hoek van de rommelkamer had opgeschommeld. In ’t zweet zijns aanschijns wreef hij er met een wollen lap en puimsteen de roestvlekken af, en hij was innig voldaan, als hij na uren poetsen weer een deel van het harnas goed glad en blank had gekregen. Eerst toen hij hiermee eindelijk klaar was, bemerkte hij tot zijn niet geringe schrik, dat nog een zeer belangrijk stuk aan zijne uitrusting ontbrak: de helm namelijk.

Deze ongelukkige omstandigheid bracht hem in de grootste verlegenheid en gaf hem veel kommer en zorg. In de hoop van den ontbrekenden helm op te sporen, haalde hij in de rommelkamer alles onderstboven, doch vond niets dan een oude stormkap, die bij de overige wapenstukken volstrekt niet paste en vroeger denkelijk aan den een of anderen geringen voetknecht had toebehoord. Desniettemin was hij met die vondst niet weinig ingenomen en wist zijne scherpzinnigheid zeer spoedig middelen te vinden, om de stormkap in een behoorlijken, schoon al niet prachtigen helm te herscheppen. Hij nam bordpapier, waarvan hij met veel moeite en getob de benedenhelft van den helm knutselde, hechtte die aan de stormkap, verfde alles staalkleurig en kreeg zoo een ding, dat wel nagenoeg het fatsoen van een ridderlijk hoofddeksel had.“

 

 

 

Miguel de Cervantes (29 september 1547 – 23 april 1616)

Standbeeld op de Place d’Espagne, Brussel

Lees meer...

28-09-11

Ellis Peters, Ben Greenman, Prosper Mérimée, Thijs Zonneveld

 

De Engelse schrijfster Ellis Peters werd op 29 september 1913 als Edith Pargeter geboren in Horsehay. Zie ook mijn blog van 28 september 2009 en ook mijn blog van 28 september 2010.

 

Uit: The Confession of Brother Haluin

 

„…December came in with heavy skies and dark, brief days that sagged upon the rooftrees and lay like oppressive hands upon the heart. In the scriptorium there was barely light enough at noon to form the letters, and the colors could not be used with any certainty, since the unrelenting and untimely dusk sapped all their brightness.

The weather-wise had predicted heavy snows, and in midmonth they came, not with blizzard winds, but in a blinding, silent fall that continued for several days and nights, smoothing out every undulation, blanching all color out of the world, burying the sheep in the hills and the hovels in the valleys, smothering all sound, climbing every wall, turning roofs into ranges of white, impassable mountains, and the very air between earth and sky into an opaque, drifting whirlpool of flakes large as lilies. When the fall finally ceased, and the heavy swags of cloud lifted, the Foregate lay half buried, so nearly smoothed out into one white level that there were scarcely any shadows except where the tall buildings of the abbey soared out of the pure pallor, and the eerie, reflected light made day even of night, where only a week before the ominous gloom had made night of day.“

 

 


Ellis Peters (28 september 1913 – 14 oktober 1995)

Lees meer...

Albert Vigoleis Thelen, Francis Turner Palgrave, Rudolf Baumbach, Noël Laflamme, Waclaw Berent, Agnolo Firenzuola

 

De Duitse schrijver en criticus Albert Vigoleis Thelen werd geboren in Süchteln op 28 september 1903. Zie ook mijn blog van 28 september 2007 en ook mijn blog van 28 september 2008 en ook mijn blog van 28 september 2009 en ook mijn blog van 28 september 2009 en ook mijn blog van 28 september 2010.

 

Uit: Die Insel des zweiten Gesichts

 

„Ringsum hatte sich die graue Schicht der Nacht gehoben, als wir das Achterdeck betraten, unausgeschlafen, wie aus der Naht getrennt, leicht fröstelnd in der Brise, die den Kimm reinfegte und uns bald schon das Schauspiel der näher rückenden Steilküste Mallorcas bot. Am Vorabend hatte eine Trübung des Himmels den in jedem Reise­handbuch anempfohlenen letzten Blick auf die ins Meer versinkende Kette des sagenhaften Monsalwatsch verwehrt. Nun wurden wir reich­lich entschädigt, und ich um so mehr, je weniger mich die Land­schaft, das Schöne in der Natur als ihr großes Los zu fesseln vermag. Denn daß mir die Welt so hin und wieder durch ihre Laterna magica eine berühmte Ansichtskarte in ihrer vorbildlichen Form vor die Augen stellt, ist nicht mehr als billig, sehe ich es von dem Standpunkte eines Beobachters, der sein Dasein immer noch nicht als eine kleine Ver­gnügungsreise mit Plaid und Parapluie auffassen kann. Ich bin kein Parvenu, ich wüßte ja nicht einmal, woraus und woran ich empor­kommen könnte; aber so an der Reling neben Beatrice stehend, hatte ich alles an mir von einem eitlen Fant, der das, was ihm da geboten wird, schon tausendmal schöner und erhabener gesehen hat. Gesehen aber hatte ich in meinem Leben fast noch nichts. Ein paar Reisen in Deutschland, der Tschechoslowakei, in Holland und in der Schweiz, zu mehr hatte es nicht gelangt. Doch wäre das schon übergenug gewesen, hätte ich nicht ständig meine Augen nach innen gerichtet gehalten, auf die Landschaft meiner selbst. Da gab es fürwahr nicht viel zu besichtigen, verglichen mit der Loreley, den Tulpenfeldern in Lisse, dem Hradschin oder einem Luzerner Gletscherschliff mit Er­klärungen von Professor Heim. Bei meiner Gletschermühle hätte auch der eingeschwätzteste Cicerone mit einem Mund voller Zähne dagestanden, denn da bot sich nur der Anblick einer Schlackenhalde, aus der freilich nie ein Escorial würde entstehen können.“

 

 


Albert Vigoleis Thelen (28 september 1903 - 9 april 1989)

In 1935 op Palma de Mallorca

Lees meer...

27-09-11

Irvine Welsh, Kay Ryan, Josef Škvorecký, Esther Verhoef, Christian Schloyer

 

De Schotse schrijver Irvine Welsh werd geboren op 27 september 1958 in Leith, Edinburgh. Zie ook mijn blog van 27 september 2008 en ook mijn blog van 27 september 2009 en ook mijn blog van 27 september 2010.

 

Uit: Skagboys

 

“The copper stares at us in utter contempt. Nae wonder; aw he sees in front ay um is this mingin cunt, twitchin n spazzin oan this hard seat in the interview room. -Ah’m oan the program, ah tell um. -Check if ye like. Ah’m aw seek cause they nivir gied us enough methadone. They sais they hud tae fine-tune ma dosage. Check wi the lassie at the clinic if ye dinnae believe us.

-Boo-fucking-hoo, he sais, a mean expression oan his face. -Why am I not tearing up on your behalf, my sweet, sweet friend?

This cunt has cold black eyes set in a white face. If he didnae huv a dark pudding-basin haircut and his neb wis bigger, he’d be like one ay Moira and Jimmy’s budgies. The other polisman, a louche, slightly effeminate-looking blonde boy, is playing the benign role. -Just tell us who gives you that stuff, Mark. Come on pal, give us some names. You’re a good lad, far too sensible tae get mixed up in aw this nonsense, he shakes his heid and then looks up at me, lip curled doon thoughfully, -Aberdeen University, no less.

-But if ye check yi’ll find that ah’m oan the program…at the clinic likes.

-Bet these student birds bang like fuck! In they halls ay residence. It’ll be shaggin aw the time in thair, eh pal, the Pudding Basin Heided Cunt goes.

-Just one name, Mark. C’mon pal, begs Captain Sensible.

-Ah telt ye, ah say, as sincerely as ah kin, -ah see this boy up at the bookies, ah jist ken him as Olly. Dinnae even know if that’s his right name. Gen up. The staff at the clinic’ll confirm-

-Ah suppose prison’s like the halls ay residence, apart fae one thing, Pudding Basin goes, -no much chance ay a ride thair. At least, he laughs, -no the sort ay ride ye’d want, anywey!”

 

 


Irvine Welsh (Edinburg, 27 september 1958)

Lees meer...

Ignace Schretlen, Louis Auchincloss, William Empson, Bernat Manciet, Edvard Kocbek

 

De Nederlandse dichter, schrijver, kunstenaar en huisarts Ignace Schretlen werd geboren in Tilburg op 27 september 1952. Al tijdens zijn gymnasiumtijd manifesteerde zich bij hem een grote belangstelling voor muziek, literatuur en fotografie. Ofschoon hij op al deze gebieden actief is geweest of nog actief is, ging hij in Nijmegen geneeskunde en filosofie studeren om uiteindelijk te kiezen voor een loopbaan als huisarts in 's-Hertogenbosch (1984-2002). Over het Franstalige lied publiceerde hij tientallen artikelen en drie bundels. Zijn interesse voor tekeningen en schilderwerken van kinderen resulteerde in de oprichting van de Stichting "Kijk op Krabbels". Als beeldend kunstenaar exposeerde hij op vele plaatsen, waaronder enkele musea. Op medisch gebied kreeg Schretlen vooral bekendheid als auteur van kritische publicaties, waaronder het boek Anatomie van het gevoel (dagboek van een co-assistent), geschreven onder het pseudoniem van Alexander van Es. Vanaf 1971 verschenen van hem verhalen in bloemlezingen en bundels. In 2007 verscheen een selectie uit zijn poëzie en aforismen onder de titel „Een onvermoede bocht“.

 

 

Onder vrienden

 

1

 

Je treft hen op een bergweg en

nooit aan zee, noch op een ladder

 

ze tekenen geen rechte lijnen en

weten dat cirkels niet bestaan

 

halverwege raken ze verweesd

in wolken die de verte bedekken.

 

 

2

 

Kennen planten een moment van sterven

hoe gaan dieren dood en hoe wij

 

wie heeft ons tot dit tempo opgejaagd

wij weken ons los van vlees en bloed

 

nooit zullen wij onze moedertaal verleren

onze onbekende metgezel begrijpen

 

 

3

 

Allengs verworden ze tot contouren

lossen op of trekken zielloos weg

 

wat valt er nu nog op het laatst te leren

anders dan dat hun zwijgen vele talen kent?

 

 

 

Ignace Schretlen (Tilburg, 27 september 1952)

Lees meer...