19-06-11

Max Temmerman

 

De Vlaamse dichter, producent, regisseur en organisator Max Temmerman werd geboren in Brasschaat op 19 juni 1975. Temmerman werkte in cultuurcentra en produceerde en regisseerde literaire voorstellingen met Vlaamse auteurs in binnen- en buitenland. Tesamen met collega-dichters Michaël Vandebril en Andy Fierens maakte hij van 2003 tot en met 2005 deel uit van het artistieke kernteam ABC2004 dat de Unesco-titel Antwerp World Book Capital de nodige luister en ruchtbaarheid gaf. Nadien bleef hij bij Antwerpen Boekenstad werken, onder andere als begeleider van de Antwerpse stadsdichters. In 2007 werd Max Temmerman directeur van cultuurcentrum De Kern te Wilrijk.

 

 

Overmoed

Laat in de middag van die hoogpollige zomer vol overmoed
namen wij de maat op van lucht, ruimte en geld
in een verlaten villa uit 1970. We lieten namen vallen
van Scandinavische ontwerpers en bepaalden
met de oprechte zelfoverschatting van succes
waar de witte, ronde eettafel moést komen.

Cash was niet het probleem. Mensen kochten huizen
en mensen kochten kunst. Slimme mensen kochten huizen
met grote, rechte muren om schilderijen aan te hangen.

Ik kocht een stilleven van de grote, groenbemoste serre
waar mijn moeder na al die jaren nog steeds haar tomaten kweekt.

We lachten om niets. Dronken pinot grigio
en beleefden spannende uren op nachtelijke terrassen.

We maakten erg weinig mee, rustten uit, knapten zichtbaar op
en formuleerden toekomstdromen. Sommigen planden een jaar in Berlijn.
Anderen nog een stuk of wat kinderen en nog anderen niet minder
dan de diplomatie.

We hadden allemaal muren. Rechte, witte ononderbroken muren.
We maakten ons geen zorgen. Het regende nergens binnen.

 

 

 

Max Temmerman (Brasschaat, 19 juni 1975)

19:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: max temmerman, romenu |  Facebook |

Friedrich Huch, Gustav Schwab, Claudia Gabler, Anneke Claus, Christian Teissl

 

De Duitse dichter en schrijver Friedrich Huch werd geboren op 19 juni 1873 in Braunschweig. Zie ook mijn blog van 19 juni 2007 en ook mijn blog van 19 juni 2009.

 

Uit: Enzio

 

„Es war ein weites, bequem eingerichtetes Gemach, das noch soeben von zwei Stimmen erfüllt gewesen war, die lebhaft, hoffnungsvoll und heiter redeten, befreit von einem schweren Druck. Eine verstaubte Flasche alten Weines stand auf dem Flügel, der schräg die Mitte des Zimmers beherrschte, neben ihr zwei halbgeleerte Gläser, undeutlich beleuchtet von einer elektrischen Stehlampe mit grünem Seidenschirm. Ihr Schein fiel voll auf eine Partitur, deren Zeichen vielfach durchstrichen, verbessert und noch nicht vollendet waren. An den Wänden hingen sehr große Lorbeerkränze mit goldbedruckten roten Bändern.

Jetzt öffnete sich die Tür wieder, und der Kapellmeister trat herein. Er stieß einen langen Seufzer der Erleichterung aus und ließ sich in einen Sessel fallen, wie jemand, der nach langem Kranksein, nach schließlicher Operation endlich aus dem Hospital entlassen, sich auf diesen Augenblick mit einem abschließenden: Gott sei Dank schon tagelang gefreut hat.

Alles glücklich überstanden! murmelte er für sich, alles am Ende noch gut abgelaufen, aber es hat meine Nerven doch sehr heruntergebracht. – Er starrte in einen Winkel, fühlte eine leise Übelkeit, der sich sogleich der Wunsch anreihte, sich zu stärken, und sah verlangend nach der Weinflasche. Aber sollte er schon wieder aufstehen von seinem schönen weichen Sitze? Nach kurzem Schwanken erhob er sich, trat langsam zum Flügel, sah die beiden Gläser an und wußte nun nicht mehr, welches sein eigenes und welches das Glas des Arztes gewesen sei. Mit leidendem Gesicht füllte er sie beide, trank das eine aus und stellte das andere vor sich auf die Flügelplatte, auf der er dann selber mit beiden Ellenbogen für seinen Kopf einen Stützpunkt fand.“

 

 


Friedrich Huch (19 juni 1873 – 12 mei 1913)

Lees meer...

18-06-11

Richard Powers, Raymond Radiguet, Geoffrey Hill, Bert Schierbeek

 

De Amerikaanse schrijver Richard Powers werd geboren op 18 juni 1957 in Evanston, Illinois. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008 en ook mijn blog van 18 juni 2009.

 

Uit: Generosity: An Enhancement

 

„This mutant Second City is home to a talk show. Lots of world cities and even some non-world ones have talk shows to call their own. The genre dates back to the book of Job, and it has spawned more variants than wolves have spawned dogs. But the world has seen no talk show like the one that has evolved in this particular Chicago. It's less a show than a sovereign multinational charter. And its host is, by any measure, the most influential woman in the world. Her own story is a remarkable mix of motifs from American creative fiction, from Alger to Zelazny. Say only that she has grown from an impoverished, abused child into an adult who gives away more money than most industrialized nations. She has the power to create instant celebrities, sell hundreds of millions of books, make or break entire consumer industries, expose frauds, marshal mammoth relief efforts, and change the spoken language. All this by being tough, warm, vulnerable, and empathetic enough to get almost any other human being to disclose the most personal secrets on international television. If she didn't exist, allegory would have to invent her. Her name is O'Donough and she is the richest Irish American woman in history, but she, her show, her publishing house, and her chain of personaloverhaul boutiques are known the world over simply as Oona. The guiding principle of her program -- the one that has made Oona the most-watched human of the last two decades -- is the belief that fortune lies not in our stars but in our changing selves. She has told several thousand guests that blaming any destiny -- whether biological or environmental--just isn't going to cut it. Even in her own much-publicized battles with moods, mother, and metabolism, Oona has always insisted that anyone can escape any fate by a daily application of near-religious will. Every person has at least enough will on tap to overcome any statistically reasonable adversity and to become if not intercontinentally successful, then at least solvent.“

 

Richard Powers (Evanston, 18 juni 1957)

Lees meer...

Aster Berkhof, Karin Fellner, Mirjam Pressler, Günter Seuren, Utta Danella, George Essex Evans, Ivan Gontsjarov, Jean-Claude Germain, Martin Greif

 

De Vlaamse schrijver Aster Berkhof (eig. Louis van den Bergh werd geboren in Rijkevorsel op 18 juni 1920. Zie en ook mijn blog van 18 juni 2009.

 

Uit: Veel geluk professor

 

„Toen hij, beneden in het dal, uit het station kwam, bleef hij enkele ogenblikken met zijn valies in de hand voor de uitgang staan, en hij keek rond. Het dal lag als een reusachtige schelp onder de blauwe hemel. Het besneeuwde stadje leek uit een sprookjesboek geknipt. De bergen die het omsloten, waren als belegd met hermelijn. De pijnbomen die tegen de hellingen optorenden, zagen eruit als grote kerstbomen, behangen met zilver en diamant, en de huisjes in de verte leken met hun laaghangend sneeuwdak en hun zwarte stijlen op kabouterhuisjes.

Het was wonderbaar. Pierre ademde diep, en de lucht was zo dun en zo ijl, dat zijn hoofd er duizelig van werd.

‘Als je de bus wilt nemen, moet je je haasten, broeder’, riep iemand.

Hij keek om en zag de autobus staan, die zijn richting uitging en waarin verscheidene reizigers met hun pakken en hun ski's hadden plaatsgenomen. De chauffeur hing naar buiten en bleef op hem wachten.

‘Rij maar door!’ riep Pierre opgewekt. ‘Ik ga te voet.’

‘Je hebt meer moed dan ik’, zei de chauffeur, terwijl hij het raampje dichtschoof, de motor aanzette en vertrok.

Pierre keek de bus na, en glimlachte. Laat ze maar in die muffe ruimte zitten, dacht hij. Ik heb de lucht en de zon en de sneeuw. En hij keek omhoog naar het kasteel, helemaal boven op de berg, waar hij moest zijn, omvatte nog eens met één blik al de heerlijkheid daarrond en begon te gaan. Een kilometer of drie, dacht hij. Als ik het spoor van de autobus volg, kan ik niet verkeerd lopen.“

 

 

Aster Berkhof (Rijkevorsel, 18 juni 1920)

Lees meer...

17-06-11

Peter Rosei, Gail Jones, Ward Ruyslinck, Max Dendermonde

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ookmijn blog van 17 juni 2009 en eveneens alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

 

Uit: Das große Töten

 

„Ein nicht mehr ganz junger Mann saß vorgebeugt an einem weiß angestrichenen, simplen Küchentisch und betrachtete in Gedanken versunken das Photo eines anderen, eines, im Vergleich zu ihm, jüngeren Mannes. Er hielt das Photo, das mit einer einfachen Leiste aus gebeiztem Holz gerahmt war, in der schweren Hand. Das eine oder andere Mal beugte er sich zu dem Bild vor, wie um zu ihm zu reden oder, wenn möglich, es noch genauer ins Auge zu fassen.

Das verblichene Photo zeigte einen Uniformierten, einen Mann in Uniform, einen Soldaten. Auf dem Käppchen oder Schiffchen, das er schief und unternehmungslustig auf dem Kopf trug, war eine runde Kokarde befestigt, in deren Mitte das Hakenkreuz stand.

Der Mann auf dem Bild lächelte. Oder versuchte er bloß zu lächeln, tapfer zu lächeln, wie man sagt?

Seine Lippen standen ein wenig offen, was ihn fast kindlich und jedenfalls unerfahren aussehen ließ. Dieser Eindruck wurde noch verstärkt durch die Ebenheit und offene Durchsichtigkeit seines glattrasierten Gesichtes, durch die etwas abstehenden Ohren. Haare sah man auf dem Bild nicht, nur ein paar ganz kurze, helle Stoppeln rechts und links des Käppchens.

Der Mund war breit, vielleicht ein wenig zu breit im Verhältnis zur Größe des Gesichts, zur Nase - die man erst zweimal anschauen mußte, um sie zu sehen, so unausgeprägt war sie.

Der Mann drehte das Bild um: Auf der Hinterseite, auf grauem Karton, der mit angerosteten Stecknadeln am Rahmen befestigt war, stand, mit Bleistift hingeschrieben: 1939, Oberwart.

 

 

Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

Lees meer...

Hanna Johansen, Henry Lawson, Ferdinand Freiligrath, Henrik Wergeland, John Hersey, Felix Hartlaub, Ossip Schubin

 

De Zwitserse schrijfster Hanna Johansen (eig. Hanna Margarete Meyer) werd geboren op 17 juni 1939 in Bremen. Zie ook mijn blog van 17 juni 2009

 

Uit: Lena

 

Um vier will sie hiersein.

Mit dem Zug, sagt sie. Nicht daß sie kein Auto hätte. Autos sind zum Fahren da, sage ich. Ach, Lena, sagt sie. Sie weiß, daß ich alles über die Klimaveränderung weiß, und ist so lieb, mich nicht daran zu

erinnern. Wie spät? Noch nicht mal eins, Zeit genug, den Tisch zu decken. Hier vorne in der Veranda, wo sie so gern sitzt und auf die Straße sieht. Zwetschgenkuchen hat sie sich wieder gewünscht,

wenn's geht, hat sie gesagt, und Zwetschgenkuchen geht heutzutage sogar im November. Daß sie ausgerechnet am zwölften kommen will, wundert mich. Ich glaube, sie weiß gar nicht, daß das Ludwigs Geburtstag ist.

Ich habe es ihr jedenfalls nie gesagt. Nicht mal fünfundneunzig, als sie bei mir gewohnt hat. Ein ganzes Jahr mit Phia, das habe ich mir oft gewünscht. Und es ist so schön gewesen. In dem Jahr habe ich mir überlegt, ob ich sie mitnehmen sollte auf den Friedhof, weil es sein Sechzigster war. Mein kleiner Bruder, mit achtundvierzig. Er ist immerhin ihr Onkel. Aber wir hätten damit rechnen müssen, seiner Witwe in die Arme zu laufen, und das wollte ich ihr ersparen. Schließlich weiß sie nichts über all die Vorwürfe, die in der Luft liegen, und was soll ich sie damit belasten. Habe ich gedacht. Vielleicht war das falsch. Wir müssen darüber reden, wenn sie kommt.

Kalt war es heute, so früh am Morgen. Aber ich friere nicht nur morgens, und der Friedhof ist immer windig, im November erst recht, wenn das ganze Laub schon unten ist. Früher hat mir diese Jahreszeit gefallen, aber jetzt wird es glatt mit all den nassen Blättern. Ich gehe trotzdem zu Fuß. Lächerlich käme ich mir vor, in einem Taxi. So viele Krähen wie heute morgen sind sonst nie dagewesen. Krähen wie früher, wenn ich den langen Weg auf der Heerstraße in die Schule gegangen bin. Und genauso laut. Oben in den Eichen hatten sie ihre Nester. Erst in der vierten Klasse habe ich keine Angst mehr gehabt vor ihnen.“

 

 

Hanna Johansen (Bremen, 17 juni 1939)

Lees meer...

16-06-11

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu

 

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blog van 16 juni 2010 en eveneens alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Ischa Meijer, De interviewer en de schrijvers.August Willemsen

 

„Van meet af aan ben ik geïntrigeerd geweest door het fenomeen taal.

In het begin van de oorlog waren er in een school bij ons om de hoek Duitse soldaten gelegerd, en ik herinner me nog hoe ik gefascineerd werd door hun spraak, die vreemde, boeiende klanken. 's Avonds in bed probeerde ik die te imiteren, dan probeerde ik op mijn heel eigen manier Duits te spreken. Zoals andere jongetjes van mijn leeftijd met autootjes speelden, was ik met taal in de weer. In Duitsland leerde ik vrij snel Duits praten, en vervolgens kwamen daar die twee Franse krijgsgevangenen aanzetten, met wie ik zeer goed kon opschieten - ja, dat werden mijn Grote Vrienden; vooral die ene, die Rémy heette, een vrij jonge, mooie kerel, in wiens taal ik buitengewoon geïnteresseerd raakte, en op den duur kon ik toch wel echt met hem converseren in een mengelmoesje van Frans en Duits. Ik zat de hele tijd bij die twee Franse jongens in onze schuur. En ze gingen dood.

Mei '45 gingen we weer terug naar Nederland. Ik was volkomen rustig. Pas veel later heb ik me gerealiseerd hoe chaotisch en verwarrend het toen om ons heen moet zijn geweest. Mijn moeder, mijn zuster en ik reisden met vrachtwagens en treinen door dat ontredderde land - die trip was wel georganiseerd, maar ik weet nog steeds niet hoe of door wie.

Mijn middelste broer heeft de oorlog grotendeels doorgebracht in een Oostenrijks jeugdstormkamp en hij is, als dertienjarige jongen, op eigen houtje naar Amsterdam teruggekeerd; ik weet nog steeds niet op welke wijze. Daar heeft men het in de familie ook nooit over gehad. Die was er ineens ook weer. Mijn oudste broer van achttien had in de tussentijd op het huis gepast en naar het schijnt een behoorlijk ruige periode doorgemaakt. Hij was het helemaal niet eens met mijn vader en wilde absoluut niet met zijn moeder, zusje en mij naar Duitsland. Met hem praat ik nog wel eens over vroeger - maar dan hebben wij het voornamelijk over de familiegeschiedenis, oftewel: hoe heeft het zover kunnen komen dat mijn vader die fatale keuze maakte?

In het kort komt het hierop neer: hij heeft zijn niet onaanzienlijke kapitaal tijdens de beurskrach van '29 verloren, weet dat lot aan De Joden en zag vervolgens Het Heil uit Duitsland komen.“

 

 

 

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

Lees meer...

Ferdinand Laholli,Torgny Lindgren, Elfriede Gerstl, Theo Thijssen, Erich Segal

 

De Albanese dichter en vertaler Ferdinand Laholli werd geboren op 16 juni 1960 in Gradishta. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

THE SAVRA INTERNMENT CAMP
[where Mr Lakolli languished for his first 30 years]

 

Here you are afraid to speak,
afraid to be silent.
Here you are afraid to smile,
afraid to be sad.
Here you are afraid
not to be afraid.

 

HERE

 Here the law
is the eye of death
encompassing
all Albania.
Here the people
cringe more and more cravenly
lest they are ever noticed.

  

 Vertaald door Zana Banci en Anthony Weird

 

 



Ferdinand Laholli (Gradishta, 16 juni 1960)

Lees meer...

Giovanni Boccaccio, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, John Cleveland, Frans Roumen

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

Uit: Decamerone

 

„Lisabetta werd wakker en huilde naar aanleiding van deze droom bittere tranen, want zij geloofde heilig in de waarheid ervan. 's Morgens stond zij op en zonder iets aan haar broers te durven vertellen besloot zij op de aangegeven plek te gaan kijken of dat wat zij in haar slaap had gezien waar was. Ze kreeg verlof voor een klein uitstapje buiten de stad, en in gezelschap van een vrouw, die wel eens vaker met Lorenzo en haar was meegegaan en die van heel hun doen en laten op de hoogte was, begaf zij zich zo spoedig rnogelijk naar de bewuste plaats. Ze haalde de dorre bladeren weg die daar lagen, en begon op een punt waar de grond haar minder hard leek te graven. En het duurde niet lang of zij stuitte daarbij op het lichaam van haar ongelukkige minnaar, dat nog volledig gaaf en ongeschonden was. En daaruit kon ze duidelijk afleiden dat het droomgezicht waar was geweest. Ofschoon zij bedroefder was dan wie ook, begreep zij dat het daar niet de juiste plaats was voor tranen. En hoewel ze, als dat mogelijk was geweest, graag heel het lichaam had meegenomen om het op een meer passende manier te begraven, zag ze wel in dat dat niet kon. Ze sneed daarom zo goed en zo kwaad als het ging met een mes het hoofd van de romp en wikkelde het in een doek, waarna zij het aan haar gedienstige overhandigde. Nadat zij de rest van het lichaam weer had begraven, ging zij vervolgens, zonder dat zij door iemand was opgemerkt, van die plaats weg en keerde naar huis terug.“


 

 

Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

Italiaanse school, Portretgalerij,Schloss Ambras, Innsbruck

Bewaren

Lees meer...

15-06-11

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

 

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009 en ook mijn blog van 15 juni 2010.

 

Uit: De tienduizend dingen

 

„Het woei daarboven altijd.
De koeien van mevrouw van Kleyntjes werden in de heuvels geweid, en de wilde hertjes kwamen er stilletjes grazen.
De drie kleine meisjes speelden daar wel, 's middags in de zon, als er niemand was — de afgevallen rozenblaadjes hadden weer overal in het rond gelegen! — zei de koeherder, 'laat ze maar' zei mevrouw van Kleyntjes.
En soms, niet dikwijls, zaten zij alle drie naast elkaar gehurkt op het strandje aan de binnenbaai onder de plataanbomen, een eind van het huis af, om te kijken wat voor horentjes er aangespoeld waren? Zij krabbelden het zand wat weg (dat was later duidelijk te zien) horentjes verstoppen zich wel — ssst.“

(...)

 

“Felicia kwam met de lege melkprauw mee terug uit de stad aan de buitenbaar. Er was post: een brief van Himpies. Hij schreef bijna nooit en dan ineens een ellenlang epistel over alles en nog wat: hij zette wel eens ten eerste, ten tweede voor aan een regel als om het voor zich zelf uit elkaar te houden.

Ten eerste was hier: nu geef ik u te raden! Mingoes teruggevonden na bijna twintig jaar (nou meneer Himpies, zo lang is het nog niet). Hij zegt wel eens toean Himpies in plaats van toean luitnant tot groot vermaak van de rest. Zonder toean gaat het blijkbaar niet; waarom eigenlijk niet?

Hij is nu onze door een ieder geëerbiedigde sergeant!”

 

 

 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

 

Lees meer...

14-06-11

Lieve Joris, Laurence Yep, Allard Schröder, Dieter Forte, Peter O. Chotjewitz, Thomas Graftdijk

 

De Vlaamse schrijfster Lieve Joris werd geboren op 14 juni 1953 in Neerpelt. Zie ook mijn blog van 14 juni 2007 en ook mijn blog van 14 juni 2008 en ook mijn blog van 14 juni 2009 en ook mijn blog van 14 juni 2010.

 

Uit: De hoogvlaktes

 

Na drieënhalf uur lopen zagen we Mikalati liggen. Op de heuvelflank stonden honderden koeien met gewelfde hoorns; daartussen liepen mannen met hoeden en stokken heen en weer, keurend, prijzend. Uit het dal steeg een zacht gegons op, dat sterker werd naarmate we, laverend tussen de koeien, dichterbij kwamen. In de gekleurde vlek in de diepte tekenden zich strooien afdaken af. Daartussen krioelde het van pratende, lachende, gebarende marktgangers. Zodra ze ons in de gaten kregen, stootten ze elkaar aan en algauw draaide de menigte zich als één man onze kant op.’

(…)

 

'We waren laat, marktgangers kwamen ons uit tegengestelde richting tegemoet. Eén man had een kip in zijn raffia rugzakje gestopt; ze stak haar hoofd boven zijn schouders uit en volgde nieuwsgierig de commotie op het pad. Vrouwen hielden hun hand voor de mond als ze me in het oog kregen en riepen: 'Mana-wéééh' Mijn God! Vier mannen droegen een zieke die op een laken tussen twee bamboestokken lag. Een voorbijganger ving mijn blik: 'Muzungu, vous voyez la souffrance des Africains?''

 

 

Lieve Joris (Neerpelt, 14 juni 1953)

Lees meer...

Hermann Kant, Peter Mayle, Jerzy Kosinski, Harriet Beecher Stowe, René Char

 

De Duitse schrijver Hermann Kant werd op 14 juni 1926 in Hamburg geboren. Zie ook mijn blog van 14 juni 2007 en ook mijn blog van 14 juni 2008 en ook mijn blog van 14 juni 2009 en ookmijn blog van 14 juni 2010.

 

Uit: Die Aula

 

„Sie kamen in einen Raum, der wie eine Schulklasse aussah und Robert setzte sich in die letzte Reihe. Er gab ihnen ihre neugierigen Blicke wütend zurück, und er ärgerte sich, dass er nicht wie sie eine Mappe mitgebracht hatte. Als ein alter Mann den Raum betrat, klopften die anderen mit den Knöcheln auf die Bänke und trampelten mit den Füßen. Robert wusste, dass Studenten so grüßten. Früher. Und er wunderte sich, dass es dies immer noch gab. Und außerdem waren sie vorerst doch noch Arbeiter und Bauern, die zu einer Eignungsprüfung gekommen waren, und keine Studenten.“

(...)

 

„‘Selten sah man einen‘, sagte der alte Mann und hielt Robert, der zur Tür wollte, am Ärmel fest, ‚den es so zu einer Prüfung zog wie diesen hier. Aber verweilen Sie doch noch einen Augenblick, lieber Arbeiter, oder sind Sie ein lieber Bauer? Sie sollten sich so fremd nicht fühlen unter uns; der Hirtenstand ist uns doch sehr nahe, und der Hasenjäger in der ersten Reihe da ist eines Häuslers Sohn, nicht wahr, Hasenjäger?‘ Ein untersetzter Bursche stand auf und sagte: ‚Jawohl, Herr Professor, aus Spandowerhagen!‘ ‚Sehen Sie‘, sagte der Professor, ‚von der Scholle einer wie Sie. Und unser aller Herr, dessen Lehre zu verbreiten wir uns hier präparieren, war eines Zimmermannes Kind. Am Ende sind Sie auch eines Zimmermannes Kind?‘ ‚Nein‘, sagte Robert, ‚mein Vater war Straßenfeger!‘.“

(...)

 

"O herrlicher sächsischer Lügenbold, gepriesen sei dein vielgeschmähter Name! Dank dir, du genialer Spinner aus Hohenstein-Ernstthal, dank dir für tausendundeine Nacht voller Pulverdampf und Hufedonnern. Heißen Dank für Äquatorsonne und Präriewind und Wüstensand und Steppengras, für Shatterhand und Hadschi, für Winnetou und Geierschnabel, ungeschmälerten Dank dafür, was immer sie dir auch nachsagen.“

(...)

 

"Hier ist niemand tot, und hier ist auch niemand zornig, und hier wird schon noch geredet werden."



 

Hermann Kant (Hamburg, 14 juni 1926)

Lees meer...

13-06-11

Pinksteren (Muus Jacobse), Gonzalo Torrente Ballester, Fernando Pessoa, Willem Brakman, Marcel Theroux

 

Prettige Pinksterdagen!

 

 

Pfingsten, Jozseph Ignaz Mildorfer (1719 –1775), rond 1750

 

 

 

Pinksteren

Gij hebt dit graf gebroken nu
En wij kunnen niet blijven staan
Nu Gij daaruit zijt opgestaan,
Maar toch, hoe was het vol van U.

Het hart dat gij geschapen hebt
Werd ledig van Uw hemelvaart,
En 't oog heeft blind omhoog gestaard
Omdat Gij het verlaten hebt.

Het is zo vreemd geworden nu,
Want wij, uw kindren, zijn verweesd
En wachten ledig op Uw Geest,
En toch, wij zijn niet zonder U.

Ach, dat wij op dezelfde tijd
Verweesde zijn en deelgenoot,
Horen aan leven en aan dood,
Verlossing en verlorenheid.




Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)

Lees meer...

Hector de Saint-Denys Garneau, William Butler Yeats, Bruno Frank, Leopoldo Lugones

 

De Frans-Canadese dichter en schilder Hector de Saint-Denys Garneau werd geboren op 13 juni 1912 in Montréal. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007. en ook mijn blog van 13 juni 2008en ook mijn blog van 13 juni 2009 en ook mijn blog van 13 juni 2010.

 

 

J'avais son bras

 

J'avais son bras d'eau fraîche autour de mon cou
Et la brûlure de son ventre sous mon épaule
Et ma tête était portée sur le spasme misérable
de son corps
Roulée sur cette suffocation misérable
Sur cette respiration malade
Et dans mes yeux qu'on ne peut fermer
L'horreur d'un plafond bas et blanc
Et cependant autour de mon cou
Son bras incroyable restait d'eau fraîche

 

 

Les pommiers

 

 

 

On dirait que sa voix

 

On dirait que sa voix est fêlée
Déjà?
Il rejoint parfois l'éclat du rire
Mais quand il est fatigué
Le son n'emplit pas la forme
C'est comme une voix dans une chaudière
Cela s'arrête au milieu
Comme s'il ravalait le bout déjà dehors
Cela casse et ne s'étend pas dans l'air
Cela s'arrête
et c'est comme si ça n'aurait pas dû commencer
C'est comme si rien n'était vrai

Moi qui croyais que tout est vrai à ce moment
Déjà?
Alors, qu'est-ce qui lui prend de vivre
Et pourquoi ne s'être pas en allé?

 

 

 

Hector de Saint-Denys Garneau (13 juni 1912 – 24 oktober 1943)

Lees meer...