26-10-11

Marja Pruis

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Marja Pruis studeerde Nederlands en Algemene Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna ging zij aan de slag als literatuurredactrice bij De Groene Amsterdammer, waar zij sinds 2006 deel uitmaakt van de redactie. Sinds 1999 schrijft zij romans. Haar eerste roman, Bloem (2002), was een experimentele, impressionistische novelle over lust en seks, en over de afstand tussen twee mensen in een liefdesrelatie. In 2005 verscheen haar tweede roman De Vertrouweling. Deze leverde Pruis nominaties op voor de AKO Literatuurprijs en de Anna Bijns Prijs. De meest recente roman van Pruis, Atoomgeheimen, verscheen in 2008. Atoomgeheimen kwam op de longlist van de AKO Literatuurprijs. In 2011 heeft Pruis het literatuurkritische werk Kus me, straf me uitgegeven. Kus me, straf me haalde de shortlist van AKO Literatuurprijs.

 

Uit: Bloem

 

Seks, seks, seks.
Eigenlijk denkt Bloem wat anders, maar dit staat wel zo netjes. Ze kon het spel niet anders spelen dan door zich klein te maken, dan door te denken aan het meisje dat ze eens op televisie had gezien, dat met een zwaar Gronings accent zei dat ze dat ook welns wilde probeern, vastbindn en zo. Ze liet hem met een sigaret langzaam langs de binnenkant van haar dijen omhooggaan tot ze het voelde schroeien. Ze liet zich bekijken, om en om rollen. Als ze bij de bakker stond leek alles ervoor gemaakt om bij haar naar binnen te proppen, van harde puntjes tot kaasstengels, een handjevol graag. Ze ging naar de dokter omdat ze pijn in haar buik had en was bang dat de dokter iets zou uitroepen als hij tussen haar benen zou kijken, maar die vertrok geen spier en schreef alleen het recept voor een zalfje uit dat het schrijnen minder moest maken, en een antibioticum tegen blaasontsteking. Ze voelde zich een wandelende trechter. Het was alsof een gulzig zuigende slang zich van mond tot mond in haar had genesteld en voortdurend meer wilde. Meer, meer, meer. Ze kreeg ook meer, meer, meer, waardoor ze soms met verbazing op straat, in de trein, in de supermarkt, op het schoolplein, om zich heen keek en zich afvroeg in welke dorheid die mensen zich staande moesten zien te houden. Ze wist niet hoe gauw ze zich thuis op bed moest laten vallen, op haar buik, met haar hand tussen haar benen, met haar telefoon tussen haar benen, met de hele groentela tussen haar benen, en het kratje bier niet te vergeten. Ze was vol, maar het kon altijd nog voller. De splinters zaten in haar handpalmen, opgedroogd sperma in haar hals, maar het kon nog meer.“

 

 

 


Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)

20:06 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marja pruis, romenu |  Facebook |

Jan Wolkers, Andrew Motion, Stephen L. Carter, Karin Boye

 

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

 

Uit: Langpootmuggen

 

„Gek van het licht zeilen ze door het open raam naar binnen. Hun achterpoten slierten slap achter hun lichamen aan, willoos laten ze zich meevoeren. Maar hun voorpoten zwemmen begerig door de ruimte, omarmen schokkend het licht. Dan tuimelen ze verblind omlaag en blijven trillend op de grond zitten tot ze weer omhoog kunnen vliegen om in een laatste waanzin het gloeiende glas van de lamp te omhelzen. Met verbrande poten en vleugels vallen ze als een dor reepje boombast naar beneden.

- Ik moet het raam sluiten, mompelt hij.

Hij loopt naar het raam en sluit het.

Het zijn schepselen Gods, denkt hij. Ik mag ze niet willens en wetens door het executiepeloton van 150 Watt laten ombrengen. Jeltsma, ja, die vuilak. Die stak, op de verjaardag van Mies nog wel, de stekker van het elektrisch straalkacheltje in het stopkontakt. En maar op zijn dronken poten door de kamer waggelen. In de ene hand het brandende kacheltje en in de andere een stoel. En overal waar er een zat ging hij op de stoel staan en drukte het gloeiende deksel tegen het plafond. Het leek wel of er menselijk geluid uit die hete kabine kwam. Een deernis-wekkend gefluister dat overging in gesis van pijn. Ik moest ineens kotsen. Met samengeklemde kaken rende ik naar de W.C., maar terwijl ik de bril omhoog klapte zag ik dat er een motvisje in de pot liep. Ik kon niet op dat beestje kotsen en het met mijn bedorven eten doortrekken. Ik kotste naast de W.C. en met het maagzuur druipend van mijn kin zei ik tegen dat diertje:

- Ben jij zo laat nog aan de wandel, klein druppeltje kwik, voortschuivend traantje. Je kan hier niet meer uit, hè. Ik zal je helpen. Voordat die goorling komt en je boven op je kop schijt.

En ik pakte een W.C.-papiertje en liet hem er op lopen en zette hem

[p. 42]

op de grond.

- Ga maar gauw naar je moeder toe, zei ik.

Maar toen kwam Mies en die zei:

- Hoe heb ik het nou met je Johan, je zit naast de W.C. te kotsen. Je ziet alles dubbel.

Er was maar één motvisje, zei ik.

Ach, jij, je bent hartstikke teut, zei ze.

Ze trok me overeind en veegde in de keuken mijn gezicht af met een natte punt van de handdoek.

Toen ik de kamer weer binnenkwam had Jeltsma een krant op de tafel uitgespreid en daarboven keerde hij het straalkacheltje om. De krant lag vol afgebrande lucifers, kromgetrokken door de hitte.

- Willem Jeltsma, zei ik langzaam en nadrukkelijk, dat had je niet mogen doen. Je kan zelf nog geen spijker in de muur slaan, laat staan een langpootmug maken. God is duizenden jaren bezig geweest met die beesten. Ontwerpen... ontwerpen en nog eens helemaal opnieuw beginnen. Tot hij zag dat het goed was. Je kan het zien aan de vleugeltjes. Ze zijn van allemaal kleine stukjes aan elkaar gezet. Tot ze groot genoeg waren om te vliegen. En toen zei God:

Gaat heen en vermenigvuldigt u!

Maar die Jeltsma begint me straal in mijn gezicht uit te lachen.“

 

 

Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

Lees meer...

Trevor Joyce, Pat Conroy, Ulrich Plenzdorf, Sorley MacLean, Andrej Bely

 

De Ierse dichter Trevor Joyce werd geboren op 26 oktober 1947 in Dublin. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2008 en ook mijn blog van 26 oktober 2009 en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

 

Fast Rivers

for Michael Smith

 

right at the very

instant of delivery

the messengers

begin to fail

and are already

exhausted

 

when we see the moment so

instantaneously

spent

reckoning surely we regard

time not yet come

extinct

let not the fool delude himself

that which he foresees

will last

no longer than the bygone show

and all things thus

shall pass

 

our lives are fast rivers soon

delivered to the sea

of death

whereto go all dominions down

exhausted and

are quenched

there must find the slightest rill

with tributary stream

and flood

all then levelled utterly

daylabourer

and lord

 

this world is but a road to one

wherein is no abiding

grief

he needs due bearing who would not

from that true path

fall off

the setting out is at our birth

we travel as we live

dying

at last complete the course

and in that death

lie down

 

 

 

Trevor Joyce (Dublin, 26 oktober 1947)

Lees meer...

25-10-11

Anne Tyler, Peter Rühmkorf, Willem Wilmink, Harold Brodkey, Jakob Hein, Daniel Mark Epstein

 

De Amerikaanse schrijfster Anne Tyler werd geboren op 25 oktober 1941 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Anne Tyler op dit blog.

 

Uit: Breathing Lessons

 

„Maggie and Ira Moran had to go to a funeral in Deer Lick, Pennsylvania. Maggie’s girlhood friend had lost her husband. Deer Lick lay on a narrow country road some ninety miles north of Baltimore, and the funeral was scheduled for ten-thirty Saturday morning; so Ira figured they should start around eight. This made him grumpy. (He was not an early-morning kind of man.) Also Saturday was his busiest day at work, and he had no one to cover for him. Also their car was in the body shop. It had needed extensive repairs and Saturday morning at opening time, eight o’clock exactly, was the soonest they could get it back. Ira said maybe they’d just better not go, but Maggie said they had to. She and Serena had been friends forever. Or nearly forever: forty-two years, beginning with Miss Kimmel’s first grade.
They planned to wake up at seven, but Maggie must have set the alarm wrong and so they overslept. They had to dress in a hurry and rush through breakfast, making do with faucet coffee and cold cereal. Then Ira headed off for the store on foot to leave a note for his customers, and Maggie walked to the body shop. She was wearing her best dress—blue and white sprigged, with cape sleeves—and crisp black pumps, on account of the funeral. The pumps were only medium-heeled but slowed her down some anyway; she was more used to crepe soles. Another problem was that the crotch of her panty hose had somehow slipped to about the middle of her thighs, so she had to take shortened, unnaturally level steps like a chunky little windup toy wheeling along the sidewalk.
Luckily, the body shop was only a few blocks away. (In this part of town things were intermingled—small frame houses like theirs sitting among portrait photographers’ studios, one-woman beauty parlors, driving schools, and podiatry clinics.) And the weather was perfect—a warm, sunny day in September, with just enough breeze to cool her face. She patted down her bangs where they tended to frizz out like a forelock. She hugged her dress-up purse under her arm. She turned left at the corner and there was Harbor Body and Fender, with the peeling green garage doors already hoisted up and the cavernous interior smelling of some sharp-scented paint that made her think of nail polish.“

 

 

Anne Tyler (Minneapolis, 25 oktober 1941)

Lees meer...

John Berryman, Christine D'haen, Hélène Swarth, Karl Emil Franzos, Benjamin Henri Constant

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Allyn Berryman (eig. John Allyn Smith) werd geboren op 25 oktober 1914 in McAlester, Oklahoma. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2008 en ook mijn blog van 25 oktober 2009 en ook mijn blog van 25 oktober 2010

 

 

Dream Song 6: A Capital at Wells

 

During the father's walking—how he look

down by now in soft boards, Henry, pass

and what he feel or no, who know?—

as during hís broad father's, all the breaks

& ill-lucks of a thriving pioneer

back to the flying boy in mountain air,

 

Vermont's child to go out, and while Keats sweat'

for hopeless inextricable lust, Henry's fate,

and Ethan Allen was a calling man,

all through the blind one's dream of the start,

when Day was killing Porter and had to part

lovers for ever, fancy if you can,

 

while the cardinals' guile to keep Aeneas out

was failing, while in some hearts Chinese doubt

inscrutably was growing, toward its end,

and a starved lion by a water-hole

clouded with gall, while Abelard was whole,

these grapes of stone were being proffered, friend.

 

 

 

Dream Song 7: 'The Prisoner of Shark Island' with Paul Muni

 

Henry is old, old; for Henry remembers

Mr Deeds' tuba, & the Cameo,

& the race in Ben Hur,—The Lost World, with sound,

& The Man from Blankey's, which he did not dig,

nor did he understand one caption of,

bewildered Henry, while the Big Ones laughed.

 

Now Henry is unmistakably a Big One.

Fãonnee; he don't féel so.

He just stuck around.

The German & the Russian films into

Italian & Japanese films turned, while many

were prevented from making it.

 

He wishing he could squirm again where Hoot

is just ahead of rustlers, where William S

forgoes some deep advantage, & moves on,

where Hashknife Hartley having the matter taped

the rats are flying. For the rats

have moved in, mostly, and this is for real.

 

 


John Berryman (25 oktober 1914 – 7 januari 1972)

 

Lees meer...

24-10-11

Zsuzsa Bánk, August Graf von Platen, Onno Kosters, Norman Rush

 

De Duitse schrijfster Zsuzsa Bánk werd geboren op 24 oktober 1965 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2009 en ook mijn blog van 24 oktober 2010.

 

Uit: Die hellen Tage

 

„Ich kenne Aja, seit ich denken kann. Ich habe kaum eine Erinnerung an eine Zeit vor ihr, an ein Leben, in dem es sie nicht gegeben hat, keine Vorstellung, wie sie ausgesehen haben könnten, Tage ohne Aja. Aja gefiel mir sofort. Sie sprach laut und deutlich und kannte Wörter wie Wanderzirkus und Schellenkranz. Zwischen anderen sah sie winzig aus, mit ihren kleinen Händen und Füßen, und als müsse sie dem etwas entgegensetzen, sprach sie in langen Sätzen, denen kaum jemand folgte, als wolle sie beweisen, dass sie laut reden konnte, ohne Pause und ohne Fehler. Sie zog in dem Jahr zu uns, in dem für uns Kinder nichts lustiger war, als unsere Namen rückwärts aufzusagen und uns laut Retep oder Itteb zu rufen. Aja hieß immer nur Aja.
Wir fanden uns, wie sich Kinder finden, ohne zu zögern, ohne Umstände, und sobald wir unser erstes Spiel begonnen, unsere ersten Fragen gestellt hatten, verbrachten wir unsere Tage miteinander, fädelten sie auf wie an einer endlosen Kette, und hielten jede Unterbrechung, mit der andere uns trennten, für eine Zumutung. Wenn Aja zu mir kam, öffnete sie unser Hoftor lautlos. Niemand konnte unser Tor lautlos öffnen und schließen, weil es ein großes Tor auf Rollen war, das jeden Besuch vor den letzten Schritten zur Haustür ankündigte, und dessen Geräusch wir bis unters Dach und bis in die hintersten Winkel des Gartens hören konnten. Nur Aja öffnete unser Tor so leise, dass es niemandem auffiel, auch nicht, dass sie über den Hof lief, und ich wunderte mich, wie still sie sein, wie unbemerkt sie kommen und gehen konnte.
Wir müssen uns im Sommer begegnet sein, im Sommer, der Aja umgab, als gehöre er ihr, als gehörten sein Licht, sein Staub, seine langen hellen Abende ihr, und durch den sie sich ohne Jacke und Schuhe, mit einem gelben Hut, den sie im Schrank ihrer Mutter gefunden hatte, bewegte wie durch ein großes, lichtes Haus, dessen Zimmer ohne Türen ineinanderliefen.”

 

 

 

Zsuzsa Bánk (Frankfurt am Main, 24 oktober 1965)

 

Lees meer...

Denise Levertov, Ernest Claes, Robert Greacen, Yordan Radichkov

 

De Engels - Amerikaanse dichteres Denise Levertov werd geboren op 24 oktober 1923 in Ilford, Essex. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2008 en ook mijn blog van 24 oktober 2009 en ook mijn blog van 24 oktober 2010

 

 

A Map Of The Western Part Of The County Of Essex In England

 

Something forgotten for twenty years: though my fathers

and mothers came from Cordova and Vitepsk and Caernarvon,

and though I am a citizen of the United States and less a

stranger here than anywhere else, perhaps,

I am Essex-born:

Cranbrook Wash called me into its dark tunnel,

the little streams of Valentines heard my resolves,

Roding held my head above water when I thought it was

drowning me; in Hainault only a haze of thin trees

stood between the red doubledecker buses and the boar-hunt,

the spirit of merciful Phillipa glimmered there.

Pergo Park knew me, and Clavering, and Havering-atte-Bower,

Stanford Rivers lost me in osier beds, Stapleford Abbots

sent me safe home on the dark road after Simeon-quiet evensong,

Wanstead drew me over and over into its basic poetry,

in its serpentine lake I saw bass-viols among the golden dead leaves,

through its trees the ghost of a great house. In

Ilford High Road I saw the multitudes passing pale under the

light of flaring sundown, seven kings

in somber starry robes gathered at Seven Kings

the place of law

where my birth and marriage are recorded

and the death of my father. Woodford Wells

where an old house was called The Naked Beauty (a white

statue forlorn in its garden)

saw the meeting and parting of two sisters,

(forgotten? and further away

the hill before Thaxted? where peace befell us? not once

but many times?).

All the Ivans dreaming of their villages

all the Marias dreaming of their walled cities,

picking up fragments of New World slowly,

not knowing how to put them together nor how to join

image with image, now I know how it was with you, an old map

made long before I was born shows ancient

rights of way where I walked when I was ten burning with desire

for the world's great splendors, a child who traced voyages

indelibly all over the atlas, who now in a far country

remembers the first river, the first

field, bricks and lumber dumped in it ready for building,

that new smell, and remembers

the walls of the garden, the first light.

 

 

Denise Levertov (24 oktober 1923 – 20 december 1997)

 

Lees meer...

Adrian Mitchell, Marghanita Laski, Dorothea von Schlegel, Sarah Josepha Hale, Hubert Aquin

 

De Engelse dichter , dramaturg en schrijver Adrian Christopher William Mitchell werd geboren in Hampstead Heath op 24 oktober 1932. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2009 en ook mijn blog van 24 oktober 2010

 

 

There are not enough of us

How much verse is magnificent?
Point oh oh oh oh one per cent.
How much poetry is second-rate?
Around point oh oh oh oh eight.
How much verse is a botched hotch potch?
Ninety-eight per cent by my watch.
How much poetry simply bores?
None of mine and all of yours.



 

There are too many of us

Most poets are bad poets, the poor creatures.
Much worse than that: most teachers are bad teachers.




for mental patients

pull yourself together
that's what they always say
pull yourself together
throw your cares away
pull yourself together
but if they knew my heart
and how it kicks inside me
they'd say
pull yourself apart

all together now

 

 

 

 

Adrian Mitchell (24 oktober 1932 – 20 december 2008)

Lees meer...

23-10-11

Michel van der Plas, Masiela Lusha, Augusten Burroughs, Nick Tosches

 

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

 

Heilsoldaat

 

Er liep een hondje tussen de soldaten,
meisjes giechelden op de laatste rij,
toen zij een lange juichende cantate
over de hemel zongen: Maakt u vrij!
Het was een straat als alle andere straten
Ik zag een heilsoldaat, hoe hij
Haast jubelend zong, of hij 't nooit meer zou laten,
hij keek omhoog en leek onzegbaar blij.

Ik hoorde de trompet niet noch de hoorn,
ik zag alleen de wonderlijke lach
van een, die in verlangen stond verloren
en zong of hij de hemel open zag
en of hij stond tussen de engelenkoren
en of hij God zag op de jongste dag.

Ik die de moed nooit had om op een kist
van God te spreken met geheven handen
niet om in hete zon, regen en mist
met heul en troost bij pooiers te belanden--
maar ik heb nooit geweten, wat ik wist
en ik dacht koud te zijn, maar ik verbrandde,
ik ging een weg, maar ik heb slechts gegist
want ik kwam uit tegen mijn kamerwanden.

En als de dag komt, waar de heilsoldaat
haast jubelend van zong, zal ik als hij,
zo wonderlijk bereid, zo stil en vrij,
uitzien naar waar de Heer op wolken staat?
Als ik nu zing, zing ik dan niet te laat?
en waarom sta ik altijd nog terzij?

 

 

 

Michel van der Plas (Den Haag, 23 oktober 1927)

Lees meer...

Robert Bridges, Adalbert Stifter, Rodja Weigand, Gjergj Fishta, Restif de la Bretonne

 

De Engelse dichter, toneel- en prozaschrijver Robert Seymour Bridges werd geboren in Walmer, Kent, op 23 oktober 1844. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2009 en ook mijn blog van 23 oktober 2010

 

 

Nightingales

 

Beautiful must be the mountains whence ye come,

And bright in the fruitful valleys the streams, wherefrom

Ye learn your song:

Where are those starry woods? O might I wander there,

Among the flowers, which in that heavenly air

Bloom the year long!

 

Nay, barren are those mountains and spent the streams:

Our song is the voice of desire, that haunts our dreams,

A throe of the heart,

Whose pining visions dim, forbidden hopes profound,

No dying cadence nor long sigh can sound,

For all our art.

 

Alone, aloud in the raptured ear of men

We pour our dark nocturnal secret; and then,

As night is withdrawn

From these sweet-springing meads and bursting boughs of May,

Dream, while the innumerable choir of day

Welcome the dawn.

 

 

 

Robert Bridges (23 oktober 1844 - 21 april 1930)

Lees meer...

22-10-11

Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

 

Uit: The Grass is Singing

 

„Long before the murder marked them out, people spoke of the Turners in the hard, careless voices reserved for misfits, outlaws, and the self-exiled. The Turners were disliked, though few of their neighbours had ever met them, or even seen them in the distance. Yet what was there to dislike? They simply 'kept themselves to themselves'; that was all. They were never seen at district dances, or fêtes, or gymkhanas. They must have had something to be ashamed of; that was the feeling. It was not right to seclude themselves like that; it was a slap in the face of everyone else; what had they got to be so stuck-up about? What, indeed! Living the way they did! That little box of a house - it was forgivable as a temporary dwelling, but not to live in permanently. Why, some natives (though not many, thank heavens) had houses as good; and it would give them a bad impression to see white people living in such a way.

And then it was that someone used the phrase 'poor whites'. It caused disquiet. There was no great money-cleavage in those days (that was before the era of the tobacco barons), but there was certainly a race division. The small community of Afri­kaners had their own lives, and the Britishers ignored them. 'Poor whites' were Afrikaners, never British. But the person who said the Turners were poor whites stuck to it defiantly. What was the difference? What was a poor white? It was the way one lived, a question of standards. All the Turners needed were a drove of children to make them poor whites.

Though the arguments were unanswerable, people would still not think of them as poor whites. To do that would be letting the side down. The Turners were British, after all.

Thus the district handled the Turners, in accordance with that esprit de corps which is the first rule of South African society, but which the Turners themselves ignored. They ap­parently did not recognize the need for esprit de corps; that, really, was why they were hated.“

 

 

Doris Lessing (Kermanshah, 22 oktober 1919)

 

Lees meer...

Lévi Weemoedt, A. L. Kennedy, Ivan Boenin, Charles Leconte de Lisle

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

 

Onder lijn 4

 

De werkers kwamen fluitend van karwei,
staken de rijweg over, dromden rond de halte.
De adel van hun kracht beschaamde mij:
triest hing daartussen, zinloos, míjn gestalte.

Een eerlijk broodblik priemde in mijn kraag,
een zwaar beslagen schoen rustt' op mijn tenen.
Mijn leven had nog nooit zo leeg geschenen:
ík had alleen een plaat gekocht vandaag.

O! 't Liefst zou ik van hen hier voorman wezen
en legde in één gebaar de hele haven lam!

Maar ach! Voor morgen staat een boek op het program.
En dan maar weer een plaat, men kan niet eeuwig lezen.

 

 

 

De bedriegertjes

"wat 'n treurigheid! O, het is niet waar
toch?", snikte de psychiater.
"En dat heeft u al van uw derde jaar?
Ging dat nooit eens over later...?"

Ach, ik zei maar snel dat het overging
en haalde een glaasje water.

 

 

 

Don juan lul

 

'k Kan niet lezen en niet schrijven.
'k Ben de langzaamste in vlijt.
Maar het allerdroevigst ben ik
in sociale vaardigheid.

Nooit kan ik iets leuks verzinnen!
Sta ik voor een mooie meid,
ach, dan schiet mij slechts te binnen
dat ik dood wil. Heel de tijd.



 

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

Lees meer...

21-10-11

Doeschka Meijsing, Martin Bril, Tariq Ali, Mehdi Charef

 

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing werd geboren in Eindhoven op 21 oktober 1947. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doeschka Meijsing op dit blog.

 

Uit: Der Weg nach Caviano (Vertaald door Rosemarie Still)

 

„Die sieben Geschworenen sind fort. Vielleicht war die Jury zu klein, um zu einem einstimmigen Urteil zu gelangen, vielleicht ist ein Urteil auch gar nicht nötig. Das Zuschlagen der Autotüren dröhnt noch in meinen Ohren. Ihre Gerüche hängen noch in den Räumen, und Joeps Wassernapf, an den alle ständig gestoßen sind, ist verschwunden. Die alte Frau hatte schulterzuckend genickt, als ich sie fragte, ob ich sofort einziehen könne. Aber selbstverständlich, sie würde weiterhin jede Woche zum Saubermachen kommen. Sie bot mir Pfirsiche an und ließ mich in dem großen, leeren Haus allein. Ich fing an auszurechnen, wieviel ich ihr schuldig war, und hörte gelangweilt wieder damit auf. Schließlich hatte ich hier etwas anderes zu tun.Dieses Land, das ich von 1955 bis 1969 jeden Sommer in allen Einzelheiten erforscht hatte, von den geheimnisvollen Steinen in der Kinderzeit bis zu den erotischen Verwicklungen späterer Jahre - dieses Land empfing mich die letzten beiden Male, mehr als ein Vierteljahrhundert nachdem ich von ihm Abschied genommen hatte, nicht mit offenen Armen. Es zeigte sich auf eine Weise gefährlich und feindlich, gegen die mir die Fallgruben in meiner Kindheit wie flache Gräben vorkamen.Als Kind hatte ich einen wichtigen Entschluß gefaßt: Ich wollte jeden Augenblick festhalten und bewahren, mit der einen Einschränkung: jeden glücklichen Augenblick.Das Glück entdeckte ich im Alter von zehn Jahren. Ich saß auf der Schaukel auf dem Dachboden meines Elternhauses. Knaben schaukeln in dem Alter nur, wenn niemand in der Nähe ist. Vielleicht waren unten unangenehme Dinge vorgefallen, vielleicht waren sich meine Cousins und Cousinen, die bei uns wohnten, in die Haare geraten und auf die Straße geschickt worden, oder meine Mutter lag mit Migräne auf dem Sofa, was von seiten der Familie absolute Ruhe erforderlich machte. Oder vielleicht war die ganze Familie ins Auto gesprungen, um einen lautstarken, pädagogisch wertvollen Ausflug nach Hoorn, Enkhuizen und dem Afsluitdijk zu unternehmen. Jedenfalls war ich allein auf dem Dachboden. Links von mir die fast einen Meter lange knallrote Dampflokomotive auf Rädern, die aufeinandergestapelten Baukästen, der Puppenwagen aus Korbgeflecht von meiner Cousine und so weiter und so weiter. Rechts der große Schrank mit den Kleidersäcken für die Wintermäntel und den Sonntagsanzügen und -kostümen meiner Eltern. Hinter mir der dunkle Raum, in dem das Geheimnis des früheren Lebens meiner Eltern aufbewahrt war. Man riecht das Geheimnis, aber es schlummert noch unter der Oberfläche und lädt noch nicht zu genauerer Erforschung ein.“

 

 

 


Doeschka Meijsing (Eindhoven, 21 oktober 1947)

Bij de ontvangst van de AKO Literatuurprijs 2009

Lees meer...

Allen Hoey, Patrick Kavanagh, Nikos Engonopoulos

De Amerikaanse dichter, schrijver en criticus Allen Hoey werd geboren op 21 oktober 1952 in Kingston, New York. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 21 oktober 2009 en ook mijn blog van 21 oktober 2010

 

Uit: Provençal Light, a long poem

 

After the Orchard: "Souvenir de Mauve" (fragment)

 

At last! These are the days, filled with such light
a Dutchman could never dream, even steeped in absinthe,
I came seeking. If I thought my palette inadequate to the sky
damped with clouds, the fields and orchards sunk beneath
two feet of snow, how paler it seems with the sun finally streaming,
not mere atmospherics, but light, pure and intense--greens
beyond any in Holland or the chestnuts of a Paris arcade,
and cobalts and ultramarines--abandon your greys! Not pale but
chrome yellows, reds deep as the wine-colored Seine at dusk.
And you, down from Denmark, can your eyes be any less
dazzled than mine, reared under Dutch skies, soot-smudged
the year round, the close--some call them "cozy"--homes,
low-ceilinged and dark all day. No wonder Dutch painting is so murky,
all chiaroscuro and the varnished sheen applied after--nothing else
but the finish could glow. But here--the sun might burn
the eyes right out of the heads of cold-blooded painters like us,
schooled on shadow, our palettes tricked out with greys and bistre.
Earth tones? Here, the earth is tinged violet, the sky
carries the green of blossoming pears to cast heaven
azure, topaz--the chromatic scale at a sitting!
The whole day
spent in the orchard--and see this peach tree, the way the earth
seems by centering strokes to rise into the tree,
the violets and pinks of the soil, the slightest trace of shadow,
mirrored--no, itself come to bloom in the blossoms that grace
each limb, pink runners of flame to the thinnest twig,
and the clouds, released blossoms riding the wind, a meringue
whipped of plain air. The whole canvas wrenched from the mistral,
wind beating the canvas like sails, the easel pegged down, dust
driven into the pigment. See how the brusque strokes convey
color seized from the turmoil of growth, the traces--here and here--
where the canvas shows through. Enough of technique.



 

Allen Hoey (21 oktober 1952 – 16 juni 2010)

Lees meer...