24-06-11

Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Kurt Kusenberg, Madelon Székely-Lulofs

 

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires.Ernesto Sabato overleed op 30 april van dit jaar, 55 dagen voor zijn 100e verjaardag. Zie ook mijn blog van 24 juni 2007 en ook mijn blog van 24 juni 2008 en ook mijn blog van 24 juni 2009 en ook mijn blog van 24 juni 2010.

 

Uit: Before the End (Vertaald door Marina Harss))

 

How many of those immigrants continued to gaze longingly toward their own mountains and rivers, through the distance of sadness and years, from this huge, chaotic factory, this city constructed on a port, which by then had become a desert of accumulated solitudes?

As I walk through this terrible Leviathan, along the shoreline which was first beheld by thousands of immigrants, I can almost hear the melancholy plaint of Aníbal Troilo's bandoneón.

When the gloom and tumult of Buenos Aires, Make me feel even more alone, I go to the outskirts at nightfall, and Through the murky landscape of A half century, enriched and destroyed By love and disillusionment, I look back at the boy I once was. Ruefully, I recall Hearing the first drops of rain On the dried-out streets, on the Zinc roofs, "Que llueva, que llueva, la vieja está en la cueva,"3 Until the birds would begin to sing, and We ran, barefoot, To play with our boats made out of paper. That was the time of Tom Mix, Of colored playing chips, Of Tesorieri, Mutis, and Bidoglio, The time of carousels with horses, Of warm peanuts on winter afternoons, Of the toy train and its whistle. A world we can catch sight of When we are very alone, In this chaos of noise and cement, That has no place for courtyards filled with Honeysuckle and carnations.

Among that multitude of colonizers, my parents arrived on these shores with the hope of sowing their seed in this "Promised Land" that extended beyond their tears.

My father descended from a family from the mountains in Italy, people accustomed to the asperities of life. But my mother, who came from an old, established Albanian family, was forced to tolerate the deprivations of her life with dignity.

They settled down in Rojas, which, like many of the old towns on the Pampas, had been one of the many forts built by the Spaniards to mark the borderline of Christian civilization.

In this town in the Pampas my father eventually ran a small flour mill, which became the locus of my daydreams when, on Sundays, he would work in the shop, and my brother Arturo and I would climb up on the sacks of wheat, and secretly, as if committing some mysterious act, spend the afternoon eating biscuits.

  



Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

Lees meer...

Ambrose Bierce, Jean-Baptiste Boyer d'Argens, Johannes van het Kruis, Carolina Trujillo, Jurre van den Berg

 

De Amerikaanse satiricus, schrijver van korte verhalen en criticus, uitgever en journalist Ambrose Gwinnett Bierce werd geboren in Meigs County, Ohio op 24 juni 1842. Zie ook mijn blog van 24 juni 2007 en ook mijn blog van 24 juni 2009 en ook mijn blog van 24 juni 2010.

 

Uit: The Devil’s Dictionary

 

DAMN, v. A word formerly much used by the Paphlagonians, the meaning of which is lost. By the learned Dr. Dolabelly Gak it is believed to have been a term of satisfaction, implying the highest possible degree of mental tranquillity. Professor Groke, on the contrary, thinks it expressed an emotion of tumultuous delight, because it so frequently occurs in combination with the word _jod_ or _god_, meaning "joy." It would be with great diffidence that I should advance an opinion conflicting with that of either of these formidable authorities.

DANCE, v.i. To leap about to the sound of tittering music, preferably with arms about your neighbor's wife or daughter. There are many kinds of dances, but all those requiring the participation of the two sexes have two characteristics in common: they are conspicuously innocent, and warmly loved by the vicious.

 

DANGER, n.

A savage beast which, when it sleeps,

Man girds at and despises,

But takes himself away by leaps

And bounds when it arises.

Ambat Delaso

DARING, n. One of the most conspicuous qualities of a man in security.

DATARY, n. A high ecclesiastic official of the Roman Catholic Church, whose important function is to brand the Pope's bulls with the words _Datum Romae_. He enjoys a princely revenue and the friendship of God.

 

DAWN, n. The time when men of reason go to bed. Certain old men prefer to rise at about that time, taking a cold bath and a long walk with an empty stomach, and otherwise mortifying the flesh. They then point with pride to these practices as the cause of their sturdy health and ripe years; the truth being that they are hearty and old, not because of their habits, but in spite of them. The reason we find only robust persons doing this thing is that it has killed all the others who have tried it.

 

 

Ambrose Bierce (24 juni 1842 - ? 1913/1914)

Lees meer...

23-06-11

Pascal Mercier, David Leavitt, Jean Anouilh, Anna Achmatova, Richard Bach

 

De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009 en ook mijn blog van 23 juni 2010.

 

Uit: Nachttrein naar Lissabon (Vertaald door Gerda Meijerink)

 

“De dag in het leven van Raimund Gregorius, na welke niets meer zo zou zijn als voordien, begon zoals talloze andere dagen. Hij kwam om kwart voor acht van de Staatsstraat en ging de Kerkveldbrug op, die van de stadskern naar het Gymnasium leidt. Dat deed hij elke schoolgaande werkdag, en het was altijd kwart voor acht. Toen de brug eens versperd was, beging hij de eropvolgende Griekse les een vergissing. Dat was nog nooit voorgekomen, en het kwam daarna ook nooit meer voor. De hele school sprak dagenlang over deze fout. Hoe langer de discussie erover duurde, hoe talrijker diegenen, die hem aan een begripsverwarring toedichtten. Uiteindelijk kreeg deze overtuiging ook bij scholieren, die erbij waren geweest, de overhand. Het was eenvoudigweg niet denkbaar, dat Mundus, zoals iedereen hem noemde, in Grieks, Latijns of Hebreeuws een fout maakte.”

(...)

 

‘Ik woon nu in mijzelf als in een rijdende trein. Ik ben niet vrijwillig ingestapt, had geen keus en weet niet waar we heen gaan...Ik kan de spoorbaan en de richting niet veranderen. Ik bepaal niet het tempo. Ik zie de locomotief niet en weet ook niet of de machinist te vertrouwen is...Wat kan ik doen tijdens de reis? De coupé opruimen. De dingen vastzetten, zodat ze niet meer rammelen...De reis duurt lang. Er zijn dagen waarop ik hoop dat de reis eindeloos zal zijn. Dat zijn zeldzame, kostbare dagen. Er zijn andere dagen waarop ik blij ben met de wetenschap dat er een laatste tunnel zal zijn waarin de trein voor altijd tot stilstand komt.’

 

 


Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)

 

Lees meer...

Cornelia Schmerle, Urs Jaeggi, Wolfgang Koeppen, Robert C. Hunter, Philip Weiss

 

De Duitse dichteres Cornelia Schmerle werd geboren op 23 juni 1973 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 23 juni 2010.

 

 

Aufenthalte

 

»Wenn du abends kommst und mich besuchst,

bring mir immer einen Strang Seide mit.

Ich werde daraus ein Seil flechten.

Wenn es fertig ist, klettern wir beide

daran herunter und fliehen.«

 

aus Rapunzel

 

 

I

 

Hin und wieder gerät Madrid in die Klaue des Tigers;

du zählst es aus, verlangst mich dazu,

mein Beistehen in dieser grauenvollen Stunde

deiner Wolllust, eine Stadt dem Boden gleich zu machen.

 

Es sind die Seminare deines kühlen Kopfes,

von denen ich wenig halte; halten aber muss

in den Puppengelenken, die von vorsichtigen Händen

in einer einzigen Nacht nur gemacht sind,

 

ich weiß es – ich bezahle unser Heim, die Luft,

an der wir gedeihen und verderben: grün, blau und

rot bei Licht; bei Projektur der Tage, die – das glaube mir –

nicht zu zerstören ist, so einfach wie dein Wild.

 

 

II

 

Du brauchst den Anhaltspunkt, dieses:

Halt an! Hier!

Und ich –

vielleicht schwebe oder schwimme ich

dir zu und fort und wieder hin;

das Rückenmark aus Zitrone,

die Essenz einer nicht verdauten Oblate.

 

Mein schwierigstes Unterfangen:

zu bergen, was ich liebe.

Ich beginne mit den Berührungen

an dir, an mir, an den plötzlichen Schnittstellen,

die ausfahrn aus beleidigtem Himmel,

Aufmerksamkeit reißen, natürlich –

das Kindlein ist ausgerückt,

 

entrückt, verrückt mehr als die geschworne Sekunde;

mein Beileid, den neu entdeckten Leberflecken

auf Haut und Wort, dem Kanon

der Naturen, die sich nicht erklärn;

der Ertrag des Zauberhaften

liegt wie mein Kopf schon ungehalten

hier im Korb vor dir, ein Bukett des Ganzen.


 

 

 

 

Cornelia Schmerle (Berlijn, 23 juni 1973)

Lees meer...

Franca Treur

 

De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Na de middelbareschooltijd ging ze psychologie studeren aan de Universiteit Leiden. Later switchte ze naar Nederlands en literatuurwetenschap. In Leiden werd ze lid van de reformatorische studentenvereniging Panoplia. Tijdens haar studie kwam ze in aanraking met verhalen uit de Griekse en Romeinse mythologie en de vermeende overeenkomsten tussen deze verhalen en die uit de Bijbel. Ook nam ze kennis van de Schriftkritiek. Daardoor verloor ze uiteindelijk haar geloof.

Treur won in 2006 met „Maak iets van je leven! Maar wat?“ een essaywedstrijd die uitgeschreven was door Contrast Magazine en nrc.next met het thema 'Macht en onmacht'. In oktober 2009 verscheen haar eerste boek, „Dorsvloer vol confetti“. Door onderwerpen en achtergrond wordt zij regelmatig vergeleken met de schrijvers Jan Siebelink en Maarten 't Hart, evenals zij afkomstig uit een streng-gereformeerd milieu waarmee ze eveneens hebben gebroken. In 2010 won Franca Treur de Selexyz debuutprijs. „Dorsvloer vol confetti“ werd meerdere malen genomineerd, waaronder voor de NS Publieksprijs.

 

Uit: Dorsvloer vol confetti:

 

„Het is tweede pinksterdag en Katelijne zit op haar onopgemaakte bed. Met haar vingers volgt ze de bloemen van haar kussensloop. Meegaan, niet meegaan, meegaan, niet meegaan. Ze zijn een paar

uur terug van de kerk en ze gaan een rondje rijden. Het is niet echt wat je noemt een uitstapje; ze gaan niet ver weg, gewoon wat rondrijden, zoals je nu eenmaal doet op een hoogdag. Ze zullen opgestapeld zitten in de stationwagen, de oudste vier op de achterbank, de drie kleinsten met hun rug naar hen toe onder de achterklep. Ze zullen ruzie krijgen, omdat iedereen vindt dat de ander te breed zit, terwijl breed zitten er nu niet bepaald bij is. Katelijne wil eigenlijk thuisblijven, maar je weet nooit wat je dan mist. Misschien krijgen ze wel een ijsje ergens onderweg.

Ze rijden langzaam, met de ramen open, omdat het warm is en om Lourens niet te ruiken, die net voor het vertrek zijn handen heeft geprobeerd te wassen onder de gasoliepomp. Katelijne heeft zijn laarsjes moeten leeggooien. Rogier houdt ze uit het raam om ze te laten drogen.

Ze beoordelen de akkers op de hoeveelheid onkruid die boven de gewassen uitsteekt en schelden op de eigenaar ervan. ‘Die Dommisse, dat is een vuilak, zeg, en kijk daar dan: dat is een vies lapje; dat is van Jaap Geschiere, toch pa? Die zou ook eens een beetje moeten gaan kappen.’

‘Jaapje Geschiere en kappen!’ schampert de vader. ‘Die weet niet eens hoe hij een houweel moet vasthouden.’ Ze moeten er allemaal hard om lachen, behalve Katelijne, die de grap herhaalt voor de kleintjes, die hem achterin niet hadden gehoord.

Bij hun eigen maïsveld aan een smal wegje stoppen ze en stappen ze allemaal uit. De vader en de jongens zwermen over het land om de piepjonge maïsplantjes te bekijken. Katelijne kijkt toe hoe

ze naar de grond duiken om een aangevreten blaadje te inspecteren of om wat melkwiet uit te trekken. Kleine Lourens loopt achter de vader aan en botst met zijn hoofd tegen zijn billen als hij plotseling stopt en bukt om iets van dichtbij te bekijken. De vader wijst hem iets aan wat hij uit de grond kan trekken, wat niet echt snugger is, want het gaat veel sneller als hij het gewoon zelf zou doen.“

 

 


Franca Treur (Meliskerke,23 juni 1979)

15:27 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: franca treur, romenu |  Facebook |

22-06-11

Nescio, Jaap Robben, Henry Rider Haggard, Erich Maria Remarque, Dan Brown, Xavier Grall

 

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008 en ook mijn blog van 22 juni 2009.

 

Uit: Titaantjes

 

"Jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten zien hoe 't moest. We, dat waren wij, met z'n vijven. Alle andere menschen waren 'ze'. 'Ze', die niets snapten en niets zagen. 'Wat?' zei Bavink, 'God? je praat over God? Hun warme eten is hun God.' Op enkele 'goeie kerels' na werd iedereen door ons veracht. Heel stilletjes zeg ik daar nu bij: 'En niet ten onrechte', maar dat mag niemand hooren. Ik ben nu geen held meer. Je weet niet hoe je de menschen nog eens noodig kunt hebben. En Hoyer vindt ook dat je geen aanstoot moet geven. Van Bekker zie of hoor je niks meer. En Kees Ploeger praat van die rare kerels die 'm op den slechten weg brachten. Maar toen waren we in de dagen onzer dwaasheid, de uitverkorenen Gods, ja God zelf. Verstandig zijn we nu, alweer behalve Bavink, en we kijken mekaar aan en glimlachen en ik zeg tegen Hoyer: 'we zijn er niet op vooruit gegaan.' Maar Hoyer is al te ver heen, hij begint bij de bonzen van de S.D.A.P. te hooren, en maakt een gebaar van twijfel met z'n handen en z'n schouders.“

(…)


 

 


Titaantjes in het Oosterpark, beeld door Hans Bayens, Amsterdam



Schilderen? Wie kon er nog schilderen, als je Bavink hoorde? Alles lieten de lui zich voorzetten, letterlijk alles. Ik moest maar eens een schilderij maken. Dat was ik zelf, Koekebakker. Hij zou me zeggen wat ik doen moest. 'Je schildert twee horizontale banen, onder elkaar, even breed, een blauwe en een goudgele en in 't midden van die blauwe baan maak je een ronde goudgele vlek. En dan zetten we in den catalogus: No.666 De Gedachte, schilderij. En zenden we 't in op mijn naam: Johannes Bavink, 2de Jan Steenstraat, nummer zooveel en we prijzen 't voor
.008¦Je zult een zien wat ze er in ontdekken. Van alles, waar je zelf nooit een flauw benul van gehad hebt.'




Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)

Lees meer...

Tadeusz Konwicki, Anne Morrow Lindbergh, Johannes Baader, Ida von Hahn-Hahn, Jacques Delille

 

De Poolse schrijver en regisseur Tadeusz Konwicki werd geboren op 22 juni 1926 in Nowa Wilejka bij Vilnius. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2009.

 

Uit: A Minor Apocalypse (Vertaald door Richard Lourie)

 

„Here comes the end of the world. It’s coming, it’s drawing closer, or rather, it’s the end of my own world which has come creeping up on me. The end of my personal world. But before my universe collapses into rubble, disintegrates into atoms, explodes into the void, one last kilometer of my Golgotha awaits me, one last lap in this marathon, the last few rungs up or down a ladder that is without meaning.

...more

I wake at the gloomy hour at which autumn’s hopeless days begin. I lay in bed looking at a window full of rain clouds, but it was really one great cloud resembling a carpet darkened with age. This was the hour for doing life’s books, the hour of daily accounting. At one time people did their accounts at midnight before a good night’s sleep, now they beat their breasts in the morning, woken by the thuds of their dying hearts.
There was blank paper close at hand, in the bureau. The nitroglycerine of the contemporary writer, the narcotic of the wounded individual. You can immerse yourself in the flat white abyss of the page, hide from yourself and your private universe, which will soon explode and vanish. You can soil that defenseless whiteness with bad blood, furious venom, stinking phlegm, but no one is going to like that, not even the author himself. You can pour the sweetness of artificial harmony, the ambrosia of false courage, the cloying syrup of flattery onto the vacant whiteness and everyone will like it, even the author himself.
Which way to turn in this last lap? To the bitter left or sweet right? The same cloud was still outside the window, or a collective of clouds made uniform. On long, thin legs the rain flitted across the rusted windowsill. Once there had been something there. Forms, colors, scraps of emotion in violent movement. My life, or somebody else’s. Most likely some made-up life. A collage of readings, incompletions, old films, unfinished fantasies, legends, dreams which did not come true. My life. A cutlet made of protein and cosmic dust.“

 

Tadeusz Konwicki (Nowa Wilejka, 22 juni 1926)

 

Lees meer...

Willie Verhegghe

 

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Hij studeerde journalistiek aan het Pershuis te Brussel en was tot 2003 verbonden aan het Departement WVC, afdeling Muziek, Letteren en Podiumkunsten, eveneens te Brussel. Hij was redactiesecretaris van Open Deur, het maandblad van het voormalige Ministerie van Cultuur te Brussel en schreef recensies voor Vooruit, De Morgen, Ons Erfdeel, Knack, Wij, Poëziekrant en Het Volk. Hij is vast medewerker aan het Amsterdamse wielertijdschrift 'De Muur'. Verhegghe werd op Gedichtendag 2004 voor de periode van 2 jaar aangesteld als Stadsdichter van Ninove.

 

 

MAKKER MONGOOL

voor Dirk V.D.S.

 

De kleine dikke hand die hij me drukt

komt zó uit zijn groot hart

en in zijn verzonken oogjes brandt een licht

dat aan een trouwe zaklamp denken doet.

 

Naar het volk van Djengis Chan werd hij genoemd, maar zijn

rijk is klein en niet van onze wereld;

het geven van bevelen is hem vreemd,

daarvoor is het te dikwijls kermis in zijn hoofd.

 

Hem helemaal begrijpen doen we niet,

zijn kennis werd in stille eenvoud

en zonder hulp van boeken opgevuld.

Hij studeerde simpelweg voor mens.

Doctor Honoris Causa Humana.

Een klopje op zijn goeie rug

maakt hem nog kleiner dan hij is:

echte vriendschap doet soms krimpen,

zéker in een wereld waarin ieder

voor zichzelf versterkte burchten bouwt.

 

 

 

 

Hope rides again

 

Het boek van deze Tour licht definitief dichtgeklapt,
valpartijen, zweet, bloed en de zwoele warmte
van de zegeroes vormen een gele smeltkroes
van verleden en voorgoed voorbij.

 

Maar.
Alles gaat nu gewoon zijn doodgewone gang,
ook na de dag waarop de lynx van the Isle of Man
de grandeur van de Parijse Champs Elysees
met een paar lendenrukken aan splinters sprintte
en Alberto toch even op zijn voetstuk wankelde
nu vriendje Andy voor altijd met een taaie derailleur
op de maag ligt en bij gebrek aan afdoend digestief
een schamele 38 seconden moet ontberen.

 

Mooi toch hoe tot slot the Old Boss bij het overschrijden
van de eindmeet een bemoedigend Katusha-klopje
op de moegestreden scherpe schouders kreeg,
er zijn er die hun klassiekers kennen.
Hope rides again, weet ik,
zeker nu mijn kleinste kleinzoon Vic deze week
en amper 14 maanden jong zijn eerste fietsje
onder het pamperkontje kreeg.

 

 

 

 

Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)

09:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: willie verhegghe, romenu |  Facebook |

Juliën Holtrigter

 

De Nederlandse dichter Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren op 22 juni 1946 in Hilversum. Zie ook mijn blog van 27 juli 2010.

 

 

Kleine pastorale

 

In D. heerst de rust van een nacht op het land.
De inwoners slapen. De schoorstenen stomen
hun zweetlucht naar buiten, het blaffen der honden
verstomt. De lijven draaien zich nog eens om,
hun kleine lusten steken de kop in dromen.

In dit dorp, waar het kwaad niet kan komen,
rust zacht de hand, luiert de pols op de rand van
het bed, sluipt de weemoedige wesp langs
het laken omhoog, bevuilen de luizen
de eens zo blanke agenda.

Lazarus lepelt de wacht zijn eieren uit,
totdat hij zich wakker zal braken.
Aan de muur een verouderde kaart van Europa.

 

 

 


Juliën Holtrigter
(Hilversum, 22 juni 1946)

08:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: juliën holtrigter, romenu |  Facebook |

21-06-11

Ian McEwan, Alon Hilu, Françoise Sagan, Patrick Lowie, Wulf Kirsten

 

De Britse schrijver Ian McEwan werd op 21 juni 1948 geboren in de Engelse garnizoensplaats Aldershot. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008 en ook mijn blog van 21 uni 2009.

 

Uit: Atonement

 

The play, for which Briony had designed the posters, programmes and tickets, constructed the sales booth out of a folding screen tipped on its side, and lined the collection box in red crepe paper, was written by her in a two-day tempest of composition, causing her to miss a breakfast and a lunch. When the preparations were complete, she had nothing to do but contemplate her finished draft and wait for the appearance of her cousins from the distant north. There would be time for only one day of rehearsal before her brother arrived. At some moments chilling, at others desperately sad, the play told a tale of the heart whose message, conveyed in a rhyming prologue, was that love which did not build a foundation on good sense was doomed. The reckless passion of the heroine, Arabella, for a wicked foreign count is punished by ill fortune when she contracts cholera during an impetuous dash towards a seaside town with her intended. Deserted by him and nearly everybody else, bed-bound in a garret, she discovers in herself a sense of humour. Fortune presents her a second chance in the form of an impoverished doctor--in fact, a prince in disguise who has elected to work among the needy. Healed by him, Arabella chooses judiciously this time, and is rewarded by reconciliation with her family and a wedding with the medical prince on 'a windy sunlit day in spring'.
Mrs Tallis read the seven pages of The Trials of Arabella in her bedroom, at her dressing table, with the author's arm around her shoulder the whole while. Briony studied her mother's face for every trace of shifting emotion, and Emily Tallis obliged with looks of alarm, snickers of glee and, at the end, grateful smiles and wise, affirming nods. She took her daughter in her arms, onto her lap--ah, that hot smooth little body she remembered from its infancy, and still not gone from her, not quite yet--and said that the play was 'stupendous', and agreed instantly, murmuring into the tight whorl of the girl's ear, that this word could be quoted on the poster which was to be on an easel in the entrance hall by the ticket booth.“


Ian McEwan (Aldershot, 21 juni 1948)

Lees meer...

Robert Menasse, Jean-Paul Sartre, Machado de Assis, Chitra Gajadin, Helmut Heißenbüttel

 

De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse werd geboren op 21 juni 1954 in Wenen. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008 en ook mijn blog van 21 uni 2009.

 

Uit: Permanente Revolution der Begriffe

 

“Arbeit ist ein Verhängnis.

Diesen ersten Satz, der noch nicht unbedingt etwas bedeutenmuss, brauchte ich aus zwei Gründen: erstens, weil man immer einen ersten Satz braucht, und zweitens, weil ich seit Stunden einen zweiten Satz habe, der aber leider nicht als erster Satz taugt. Ich brauchte also nicht nur wie immer einen

ersten Satz, was schon kompliziert genug ist, sondern einen, der zu einem ganz bestimmten zweiten Satz hinführt.

Nun führt allerdings jeder erste Satz zum zweiten Satz, zumindest erscheint uns das imNormalfall so, aber ich glaube mit einigem Recht vermuten zu dürfen, dass Sie sich noch nie mit der Frage auseinandergesetzt haben, was es bedeutet, die Arbeitslogik auf den Kopf stellen zu müssen: also

einen ersten Satz zu finden, der dem zweiten so entspringt, dass er ihm vorangestellt werden kann, auf eineWeise, dass Sie dann glauben, dass es der zweite ist, der logisch dem ersten entspringt.

Ich habe – wie gesagt – Stunden damit zugebracht, Arbeitsstunden, nach denen ich aber kein Arbeitsprodukt vorweisen konnte.

Ist das korrekt? Kann man all die Stunden als Arbeitsstunden bezeichnen, in denen nicht einmal das Produkt »erster Satz« hergestellt wurde? Man kann diese Stunden zweifellos imvordergründigen Sinnemeines ersten Satzes als »Verhängnis « bezeichnen, aber nicht als Arbeit.Warum? Nicht deshalb, weil nichts produziert wurde, sondern deshalb, weil man diese Stunden nicht einrechnen kann in die Zeit, die es im gesellschaftlichen Durchschnitt braucht, einen Satz zu schreiben oder schreiben zu lassen, der einigermaßen im Kontext von Ort, Zeit und Anlass funktioniert. Kein Mensch, der eine wichtige und richtige Arbeit hat, kann es sich leisten, einen halben Tag mit nichts anderem zuzubringen als damit, keinen ersten Satz zu schreiben, nur deshalb, weil er eingeladen wurde, »ein paar Worte zu sagen«.

 

 

Robert Menasse (Wenen, 21 juni 1954)

Lees meer...

Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Anne Carson, Adam Zagajewski, Georg Lentz

 

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007, mijn blog van 21 maart 2008en ook mijn blog van 21 juni 2008 en ook mijn blog van 21 uni 2009.

 

 

Museum

 

Het kinderjurkje dat al is geweven

voor er romaans gedacht werd of gebouwd

bestaat. Het slaapt niet ver in een vitrine.

Veel nachtblauw heeft de stof bewaard.

 

De mouwen liggen uitgespreid,

zodat het nog gedachten kan omhelzen,

die in dat leven niet zijn uitgesproken

en van dat sterven niet zijn afgeleid.

 

 

 

Inscriptie

 

Een wereldbeeld ontsnapte ons

toen wij een halfrond vergden

om er alleen te zijn,

het andere bleven bewenen.

 

Wij legden achter ons leven

een tuin aan, ook een register

van allen met wie wij nog zouden

bijpraten, staren, verhelen.

 

Wij meden de liefde

en lieten de tastzin,

schreven hooghartig

de toekomst af.

 

Zoek ons niet meer,

wij eisten voor alles verzekerd

een eigen piramide; daarin

een sober onvindbaar graf

 

 

 

Asiel

 

Je zou niet denken dat ze spelen,

viool, harmonica en tambourijn,

voor vijf verwaaiden op dit groot terras

en stoelen bij elkaar op schoot gezeten.

 

Hoor dan ons kaal en puur applaus

of wij al lang begrepen hebben

dat wij de schuld zijn van hun kou

en wat er meer lijkt op verdriet.

 

Zij spelen het gedreven of wij van

de wind hier op dit lege plein

voortaan wel hadden kunnen leven

als zij blijven konden, anders niet.

 

 

 

Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

Foto: Chris van Houts

Lees meer...

Henry S. Taylor, Mary McCarthy, Aleksandr Tvardovsky, Fyodor Gladkov, Frans de Cort

 

De Amerikaanse dichter Henry S. Taylor werd geboren op 21 juni 1942 in Loudoun County, Virginia. Zie ook mijn blog van 21 uni 2009.

 

 

A Crosstown Breeze

 

A drift of wind

when August wheeled

brought back to mind

an alfalfa field

 

where green windrows

bleached down to hay

while storm clouds rose

and rolled our way.

 

With lighthearted strain

in our pastoral agon

we raced the rain

with baler and wagon,

 

driving each other

to hold the turn

out of the weather

and into the barn.

 

A nostalgic pause

claims we saved it all,

but I’ve known the loss

of the lifelong haul;

 

now gray concrete

and electric light

wear on my feet

and dull my sight.

 

So I keep asking,

as I stand here,

my cheek still basking

in that trick of air,

 

would I live that life

if I had the chance,

or is it enough

to have been there once?

 

 

Henry S. Taylor (Loudoun County, 21 juni 1942)

Lees meer...

19:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-06-11

Vikram Seth, Paul Muldoon, Kurt Schwitters, Jean-Claude Izzo, Silke Andrea Schuemmer

 

De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook mijn blog van 20 juni 2009.

 

Uit: An Equal Music

 

„The branches are bare, the sky tonight a milky violet. It is not quiet here, but it is peaceful. The wind ruffles the black water towards me.

There is no one about. The birds are still. The traffic slashes through Hyde Park. It comes to my ears as white noise.

I test the bench but do not sit down. As yesterday, as the day before, I stand until I have lost my thoughts. I look at the water of the Serpentine.

Yesterday as I walked back across the park I paused at a fork in the footpath. I had the sense that someone had paused behind me. I walked on. The sound of footsteps followed along the gravel. They were unhurried; they appeared to keep pace with me. Then they suddenly made up their mind, speeded up, and overtook me. They belonged to a man in a thick black overcoat, quite tall--about my height--a young man from his gait and attitude, though I did not see his face. His sense of hurry was now evident. After a while, unwilling so soon to cross the blinding Bayswater Road, I paused again, this time by the bridle path. Now I heard the faint sound of hooves. This time, however, they were not embodied. I looked to left, to right. There was nothing.

As I approach Archangel Court I am conscious of being watched. I enter the hallway. There are flowers here, a concoction of gerberas and general foliage. A camera surveys the hall. A watched building is a secure building, a secure building a happy one.

A few days ago I was told I was happy by the young woman behind the counter at Etienne's. I ordered seven croissants. As she gave me my change she said: "You are a happy man."

 

 


Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

Lees meer...