08-07-11

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen

 

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook mijn blog van 8 juli 2010 en eveneens alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

 

Rozen

 

voor je verjaardag koop ik 42 rozen
ik zet ze op mijn altaar neer ik geef ze water
en dan laat ik ze drinken en verwelken later
nog wacht ik tot de cirkel van verdorde loze

blaadjes bruin en knisperend is ik tel hun broze
stiltes dat weet je niet je viert het niet je gaat er-
van uit dat ik er niet meer ben de waarheid staat er
te lezen blad na rozenblad tijd die gekozen

is nu ga ik weg ga jij weg als ik dood kus ken
ik verlangen het blijft over in krullend rood en
geur het verwelkt nog niet het is ingehouden meer

van mij als alle stelen kaal zijn leg ik ze neer
in een vuilniszak in een krant voorzichtig dorens
niet scheuren ik mag vergeten ik ben geboren.

 

 

 

 

Nieuwsdienst

 

Hij staat met een plastic tas in zijn hand
en weet niet welke kant hij uit moet.
Linksonder loopt de klok met grote snelheid door.

Later zie ik hem met geopende mond
achterover liggen: een paardebloem
bloeit tot pluis toe tussen zijn lippen.

Het is diep geworteld: werkelijkheid,
verval, eierdoppen die krakend
barsten onder schoenzolen.

Van karton ben ik, bespat aan twee kanten,
met druppels die kleurstof achterlaten.
Ik kan nat worden, en zachtjes gaan liggen.

 

 

 

 

Knekel

 

hoofd dat mijn beenderas bevat voor later
spreek met een mond vol aarde van het leven
ik voel de zon en ja, ik blijf nog even
mijn ogen tranen maar ook dat is water

woorden bewogen door de wind - dat staat er
in elke beendervel volop geschreven -
vormen de liefste zin aan mij gegeven
zolang mijn schedelmond nog praat - ik schater

mij schuimend, bottend, brandend, stormend naar de
vier elementen die zich zingend mengen
met mij, de lichtste, aether, als hun hemel

die schedeldak mag vullen met gewemel
van wormen, rijmend kronkelend in strengen
ten slotte is mijn vruchtbaarheid mijn waarde

 

 

Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

Lees meer...

Jean de La Fontaine, Martin Jankowski, Wouter van Heiningen, Thijs Zonneveld, Mart Smeets, Eva Roman, Hanns Johst

 

De Franse dichter en schrijver Jean de La Fontaine werd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry inChampagne. Zie ook mijn blog van 8 juli 2010 en eveneens alle tags voor Jean de La Fontaine op dit blog.

 

 

De twee muilezels

 

Muilezels, twee. Haver droeg 't eerre dier,

Belastinggeld droeg d'andre van de muilen.

Het rijksbeest had, op 't rijksvertrouwen fier,

Voor nog zoo veel zijn last niet willen ruilen.

Het stapte, rink'lend met zijn bellen van pleizier.

Tot plotsling een troep oorlogslién,

Die 't op het rijksgeld had voorzien,

Den ezel overvalt, hem bij den teugel pakt,

Hem tegenhoudt, met knuppels op hem hakt.

Het arme dier, mishandeld, half gesmoord,

Zucht: „Dat is anders, dan 'k had kunnen drooment

Mijn makker, die mij volgde, is aan 't gevaar ontkomen,

Ik loop erin en word vermoord."

 

„Vriend," riep zijn kameraad hem tegen,

„Een hooge post brengt niet altoos geluk. voorwaar;

Was jouw baas, als de mijne, een simpel molenaar,

je hadt 't niet zóó te kwaad gekregen."

 

 

 


Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

Beeld van Pierre Julien in het Louvre, Parijs

Lees meer...

07-07-11

Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Jeff VanderMeer, Reinhard Baumgart, Kuno Bärenbold, János Székely

 

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007 en ook mijn blog van 7 juli 2008 en ook mijn blog van 7 juli 2009 en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: Die Geschwister Oppermann

 

“Plötzlich wurde die Tür aufgerissen. Stürmisch, in breiter Front, brach Donnerwölkchen in den Raum ein. Gewaltig kam sie auf den schmalen François zu, umbauscht von ihrem Schlafrock. So erfüllt war sie von dem, was sie zu sagen hatte, daß es ihr die Sprache verschlug. Wortlos knallte sie ein großes, entfaltetes Zeitungsblatt auf den Schreibtisch, so daß es das Manuskript, die Bände der alten Klassiker, den Klopstock fast völlig überdeckte.

Es war die heutige Ausgabe des Berliner Organs der Völkischen. „Da“, brachte Frau Emilie François heraus, nichts weiter, uind stand da, dasleibgewordene Verhängnis. François las. Es war ein Artikel über die Zustände am Königin-Luise-Gmnasium. Diese Schule, längst eine Züchtungsanstalt von Landesverrätern, hieß es, sei jetzt vollends verrottet. Ein jüdischer Schüler, ein hoffnungsvoller Sproß der Familie Oppermann, habe in einem Schulvortrag vor versammelter Klasse Hermann den Befreier aufs wüstete geschmäht, ohne daß es bis jetzt seinem nationalen Klassenlehrer geglückt wäre, das Früchtchen zur Rechenschaft zu ziehen. Beschützt von dem verwelschten Vorstand der Anstalt, einem typischen Vertreter des Systems, spreitzte sich noch immer der freche Judenjunge in der

Glorie des Landesverrats. Wann endlich werde die nationale Regierung diesen unerhörten

Zuständen ein Ende bereiten?

François nahm die Brille ab, blinzelte. Er fühlte sich sehr elend. „Nun?“ fragte drohend Donnerwölkchen.

François wußte nicht, was antworten. „Was für ein entsetzliches Deutsch“, sagte er

nach einer Weile.

Er hätte es besser nicht gesagt. denn diese Äußerung endlich entfesselte Donnerwölkchen. Was? Der Mann hat sich und seine Familie durch seine ewige, phlegmatische Unentschlossenheit ruiniert, und jetzt hat er gegen den Angreifer nichts vorzubringen, als daß sie schlechtes Deutsch sprachen? War er wahnsinnig?

Die Portiersfrau hat ihr den Artikel gebracht, morgen werden ihr zehn Freundinnen den Artikel bringen. Sieht er denn nicht, daß es aus ist? Mit Schmach und Schande wird man ihn aus dem Amt jagen.

Fraglich, ob man ihm Pension zuerkennt. Was dann? Zwölftausendsiebenhundert Mark haben sie auf der Bank. Die Papiere stehen nicht mehr ihre vollen Hundert. Wovon soll man leben? Er, sie und die Kinder? „Von dem da?“ fragte sie und schlug mit der Hand auf sein Manuskript; sie erreichte aber nur das Zeitungsblatt.“

 

 

Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)

Hier met de schrijver Bertolt Brecht (links)

Lees meer...

Miroslav Krleza, Clemens Haipl, Ludwig Ganghofer, Joseph Winckler, Hasan Abidi

 

De Kroatische schrijver Miroslav Krleza werd geboren op 7 juli 1893 in Zagreb. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007 en ook mijn blog van 7 juli 2008 en ook mijn blog van 7 juli 2009 en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: The Banquet in Blitva (Vertaald door Edward Dennis Goy and Jasna Levinger)

 

„But who are we who live while our Blitva has not perished? I, Nielsen, and that Blitvinian they've arrested and whom they're leading in chains across the empty square, under the monument of the Blitvinian genius. In a rubber raincoat that poor bugger passed by, pale and upright, defiant, surrounded by a patrol of cuirassiers, and from under his left shoulder blade, as though drawn in bright red lipstick (almost cadmium), over the muddy and drenched rubber flowed perpendicularly an intensely red stream of fresh human blood. It was morning. A gray, dark, guttering, slimy, antipathetic, muddy Blitvinian morning, and in the distance, from around the corner, where stood the frowning scaffolding of a new five-story building, from the new Blitvinian corso came the sound of "Tango-Milango" from the Hotel Blitvania. That the Hotel Blitvania, as Barutanski's headquarters, had served as a central torture chamber during the years '17, '18, and '19 and that in the cellars of that accursed hotel several hundred people had been slaughtered was known to all in the city and over the whole of Blitva, and for years people made a detour around it in silence and with bowed heads, but today, on that very same place of execution, they were dancing the Tango-Milango.

In the newspapers of that mythical period, when Barutanski ruled from that accursed hotel as the first Protector, one might read in some texts consisting of cleverly infiltrated lines, between two or three words, timidly and cautiously, hints that once again someone had been massacred in the Hotel Blitvania, that someone had given evidence in court from a stretcher, that someone had been blinded, that someone had had needles stuck under his nails, and another with broken joints, but today it was all forgotten, today the Hotel Blitvania had been renovated as a first-class hotel. Today the Hotel Blitvania was a center for tourist traffic. Today rich foreigners and foreign diplomats of high rank stayed there. Today, for whole nights, they danced the Tango-Milango. And in general, in all Europe there wasn't a square centimeter on which somebody had not been blinded or had his joints broken or been beaten to death like a dog.“



Miroslav Krleza (7 juli 1893 – 29 december 1981)

Buste in Pecs

Lees meer...

Ivo Victoria

 

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey)werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem(Antwerpen) Hij studeerde communicatiewetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Als zanger van de inmiddels ter ziele gegane popband Kamino bracht hij diverse albums uit en toerde hij door de Benelux. Hij werkte bij verschillende Belgische platenmaatschappijen en was betrokken bij de organisatie van het Lowlands-festival. Tegenwoordig werkt hij als freelanceprojectmanager om meer tijd te kunnen maken voor zijn ware passie: schrijven.

 

Uit: Gelukkig zijn we machteloos

 

`Billie was door het dolle heen. Regenwater en modder spatten op haar broek en shirt iedere keer wanneer haar voeten in het gras landden. Ze kronkelde als een bergrivier, haar handen gleden als vissen langs haar gezicht over haar kleine boezem en haar gladde buik, over haar buik naar haar voeten tot ze opgekruld als een egel dicht tegen de grond zat en dan sprong ze weer op en spreidde haar armen en benen, strekte haar lichaam zo ver ze kon en het leek alsof ze minutenlang in de lucht bleef hangen, gedragen door de wind en de regen - en ze zong.`

(...)

 

De waarheid is een schuinsmarcheerder. Een hypocriet. Zo eentje die lacht en beweert dat hij het alleen maar zegt in mijn eigen belang. De waarheid heeft geen belang. Ze bestaat niet eens echt, ze sluipt door ons leven als een dief, een stille zucht- niemand heeft haar ooit gezien. We kennen haar van horen zeggen: dat is de basis van elk geloof.

 


 


Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

16:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ivo victoria, romenu |  Facebook |

06-07-11

Bodo Kirchhoff, William Wall, Bernhard Schlink, Marius Hulpe

 

De Duitse schrijver Bodo Kirchhoff werd geboren op 6 juli 1948 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 6 juli 2007 en ook mijn blog van 6 juli 2008 en ook mijn blog van 6 juli 2009 en ook mijn blog van 6 juli 2010.

Uit: Erinnerungen an meinen Porsche

“Regel Nummer eins: Wer ein Buch schreiben will, muss Zeit und Geld haben und wenigstens einen guten Grund. Zeit hatte ich genug unter all den Prominentenleichen im Waldhaus, ebenso Geld, ob in Übersee oder hier, und mein Grund lag auf der Hand, wenn ich an mir heruntersah; dazu kam die Weltlage in diesem Herbst, womit ich das allgemeine Finanzchaos meine. Fehlte noch der Anstoß, um aus Notizen ein Buch zu machen, und da reichte es, dass gleich zwei ungebremste Frauen am selben Wochenende in der Kurklinik auftauchen wollten: die Frau, ohne die es keinerlei Grund gäbe, überhaupt nachzudenken, und meine liebe Ursel, die mich zur Welt gebracht hat.
Wie immer, wenn sie Ideen hatte, rief sie am späteren Abend an, meine rauchende, nachtmenschige, irgendwie immer noch linke Mutter – ab und zu sollte man sich diesen nicht mehr zu steigernden Verwandtschaftsgrad schriftlich vor Augen führen –, und kaum hatte sie ihren Besuch angekündigt und nebenbei nach meinem Befin-den gefragt, kam der übliche Schwall zur Lage der Dinge aus Sicht ihrer Alters-WG. Dein Kapitalismus ist am Ende, rief sie, es gibt nur noch Schulden, die ganze Welt ist verschuldet, wie soll das weitergehen? Kein Wunder, wenn bei uns die Sozis mit Kommunisten paktieren, nur kann ich leider keine Frau wählen, die anderen den Mund verbietet: Isch-Basta heißt die bei mir nur – am Anfang vom Ende steht immer der Größenwahn! Etwas mehr Bescheidenheit, Dannymann, und du wärst nie in dieser Klinik gelandet und könntest nach wie vor Dinge tun, auf die Männer so stolz sind! Hier holte Ursel zum ersten Mal Luft, und hier hole auch ich Luft: für einen Rückblick – auch wenn Rückblicke nicht bei allen beliebt seien, wie mir ein schreiberfahrener Mitpatient zu bedenken gab; nur sollte sich einer, der’s ernst meint, nicht gleich bei allen beliebt machen wollen: Regel Nummer zwei für mein Gefühl.”



Bodo Kirchhoff (Hamburg, 6 juli 1948)

Lees meer...

Peter Hedges, Wadih Saadeh, Fabrice Colin, Tobias Sommer

 

De Amerikaanse schrijver, draaiboekauteur en regisseur Peter Hedges werd geboren in West Des Moines, Iowa, op 6 juli 1962. Zie ook mijn blog van 6 juli 2007 en ook mijn blog van 6 juli 2008. en en ook mijn blog van 6 juli 2009 en ook mijn blog van 6 juli 2010.

Uit: The Heights

“That morning we woke to find our street buried in snow. The stoops, the sidewalk, the row of parked cars were a blanket of white; the trees looked as if they’d been dipped in frosting, and the whole of Oak Lane—with its impeccably preserved century-old brownstones—had the look of a vintage photograph. Only the loud scrape from an approaching snowplow betrayed what Tim, my history-teaching husband, would like to believe: Erase the plow, remove the light poles and the telephone wires, toss out all electrical appliances, and it could be any other Brooklyn Heights morning, circa 1848 or 1902.
Staring down from our fourth-floor apartment, I made out the faint prints from Tim’s boots. Before sunrise, he’d crossed between two parked cars and trudged with his backpack full of graded papers toward Montague Street, where he’d climbed the steps to the Montague Academy. During the night, the thick flakes had fallen gently, but now it was morning, and the wind blew in gusts that rattled the windows of the living room/dining room/toy room where I was standing. I felt a chill.
Sam came running down the hall, his diaperless pants at his knees, crying, “Mommy, pee-pee! Pee-pee!” Teddy, newly four, followed, saying, “Sam made a mess!” Minutes before, I’d abruptly left the kitchen because, between the repeated calls of “More milk, Mommy” and “I’m hungry, Mommy” and “Mommy, Sam’s hitting me,” I knew either they’d stop, as asked, or I would snap. With few places to look, it took no time for them to find me.
Teddy had been up early due to a bad dream, and Sam had eaten hardly any breakfast, feeding himself only the brightly colored mini-marshmallows from his favorite sugared cereal. “This will not do,” I announced grandly. But, of course, it would. It did.
When Tim phoned from school, I had to shout over Sam, who was shrieking, while Teddy kept pushing the button that made the phone go on speaker. Tim asked, “How’s it going?” more out of habit, I suppose, because one little moment of listening, and he’d know.“

 

 


Peter Hedges (West Des Moines, 6 juli 1962)

Lees meer...

Eino Leino, Serge Pey, Walter Flex, Paul Keller

 

De Finse dichter en schrijver Eino Leino (eig. Armas Eino Leopold Lönnbohm) werd geboren op 6 juli 1878 in Paltamo. Zie ook mijn blog van 6 juli 2007 en en ook mijn blog van 6 juli 2009 en ook mijn blog van 6 juli 2010.


The Heart

 

I.
Heart, what are you sawing?
are you sawing planks,
four planks for me
to lie down in,
a pleasant place to lie down?

It’s iron I’m sawing
I’m breaking your chains
so that your soul
will be free,
your unhappy soul will be free.

II.
Heart, what are you whispering?
Are you whispering the wondrous
path of the daylight
a pass through the mountains
toward the stars in the sky?

It’s darkness I’m whispering
dark Tuoni’s poems
chasms, trouble,
uttering nothing,
the blessedness of pride.


 

Vertaald door by Lola Rogers




Eino Leino (6 juli 1878 – 10 januari 1926)

Standbeeld in Helsinki

Lees meer...

Miquel Bulnes

 

De Nederlandse schrijver Miquel Bart Ekkelenkamp Bulnes werd geboren op 6 juli 1976 in Bloomington, Indiana (Verenigde Staten van Amerika). Hij groeide op in Zoetermeer en Ugchelen en behaalde zijn gymnasiumdiploma in Apeldoorn in 1994. Datzelfde jaar begon hij met zijn medicijnenstudie aan de Universiteit van Utrecht. Tijdens deze studie deed hij een half jaar onderzoek aan de Universiteit van Texas. Na zijn afstuderen in de geneeskunde in 2001, werkte hij eerst een jaar als co-assistent interne geneeskunde, pneumologie en cardiologie in het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda. In 2002 begon hij zowel aan onderzoek i.v.m. zijn proefschrift als aan zijn verdere opleiding in het UMC. In 2007 volgde een sabbatical jaar om te reizen en te schrijven. Sinds november 2008 werkt hij als arts-microbioloog aan het Utrechts Universitair Medisch Centrum. Daarnaast publiceert hij reglmatig romans, columns en artikelen. Bulnes debuteerde in 2003 met de roman „Zorg“. In 2005 volgde zijn tweede roman „Lab“, in 2007 „Attaque“.

 

Uit:Het bloed in onze aderen

 

„Mensen die menen dat de hel een plek is onder de grond, met veel vuur en duivels die je prikken, hebben duidelijk nog nooit een zomer doorgebracht in het Rif.
Met slepende voeten trekt luitenant Emilio Amores een spoor naar zijn tent. Hij haat Afrika. Hij wil naar huis. Hij wil een overplaatsing naar een regiment op het Iberisch schiereiland, een rustige post op het platteland. Of het nu de heuvels van Asturias zijn of de vlaktes van Castilië, de Andalusische droogte of zelfs Galicië, waar het altijd regent, het is hem om het even. Emilio is geen afrikanist, hij is een ambtenaar, hier heeft hij niets te zoeken. De stationering in het Rif begint haar tol te eisen. De mens is niet gemaakt om in de woestijn te leven en een langdurig verblijf ontneemt elke man zijn rede. Het drijft mensen tot waanzin, zoals kapitein Santamaría, een fanaticus die alle greep op de realiteit is kwijtgeraakt, een slavendrijver die zijn soldaten midden op de dag door de woestijn laat marcheren, die hen in het brandende zand laat opdrukken wanneer ze achterblijven. En het leidt tot kaalheid. Als Emilio de handen door zijn haar haalt, laten er tegenwoordig hele plukken los. De inhammen van zijn haarlijn lopen steeds verder naar achteren, terwijl hij in Spanje door de vrouwen werd geprezen om zijn verzorgde volle bos.
Emilio is acht weken verwijderd van zijn zesentwintigste verjaardag, en tien weken van het vaderschap. Thuis in de Rioja wacht een zwangere echtgenote op zijn terugkeer. De luitenant hoopt op een dochter, die hij Carmen wil noemen, naar zijn overleden moeder. Zoons geven alleen maar verdriet, weet hij. Zijn oudste broer is omgekomen bij de rellen in Barcelona en zijn jongste broertje is bezweken aan de tyfus. Dan is er nog een derde, waar nooit over wordt gesproken. Amores’ twee zussen zijn de enigen die zijn vader op diens oude dag enige troost, warmte en afleiding bieden. Ze bereiden zijn maaltijden, lezen hem voor en helpen bij het beheer van de wijngaard.
Amores weet dat sommige rekruten met brandnetels in hun wonden wrijven om ze tot zweren te maken, of tabak eten om hun huid geel te doen worden als bij een leverziekte. Alles om maar weg te komen uit het protectoraat. Zelf heeft hij overwogen zich in het been te schieten, maar uiteindelijk durfde hij dit niet. Emilio Amores wil niet toegeven aan de wanhoop. Wanhoop brengt zelfvernietiging.“

 

 


Miquel Bulnes (Bloomington, 6 juli 1976)

15:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: miquel bulnes, romenu |  Facebook |

05-07-11

Jean Cocteau, Felix Timmermans, Michael Blake, Jacqueline Harpman, Jean Raspail, Barbara Frischmuth

 

De Franse dichter, romanschrijver, toneelschrijver, ontwerper en filmmaker Jean Cocteau werd op 5 juli 1889 in Maisons Lafitte geboren. Zie ook mijn blog van 5 juli 2010 en eveneens alle tags voor Jean Cocteau op dit blog.

 

 

Die Strafe

 

Wenn du alleine schläfst, sehe ich
Deine Träume fortlaufen wie Diebe.
Wenn du lügst, bist du so häßlich!
Schön macht dich der Schlaf und die Liebe;
So jung finde ich dein Gesicht,
Wenn die Wahrheit von dem Schlafe
Auf ihm erscheint in schwarzem Licht.
Dich schauen ist meine ewige Strafe.

 

 

 

 

Changements à vue

 

Clef de sol, n’êtes-vous la clef des champs ? Je raye

Ta vitrine, fleuriste éprise de wagons

La mer, la mer murmure au fond de notre oreille

S’il faut partir je pars, tu pars, nous naviguons

 

Ces Livres sont trop gros pour la belle qui charme

Les serpents enroulés aux arbres interdits

Méfions-nous, souvent le serpent est une arme

Sa tête un révolver dans la main des bandits

 

L’hercule du tréteau, qui mange de la neige

Vous a vaincu, monsieur l’athlète déloyal !

Rendez cinquante francs, on vous tendait un piège

On ne s’attaque pas au grand tigre royal

 

La princesse imprudente a meublé sa piscine

Avec des anges nus, habitants de Chaillot

Dame, si vous voulez que l’on vous assassine

C’est simple : montrez-leur votre grâce en maillot

 

Dans ce chiffre superbe écrit en majuscules

On voit singes grimpeurs, œuvre de l’amiral

Qui dessinait parfois, ou bien, au crépuscule

En bouteille mettait lui-même son journal

 

 

 

 

Marie Laurencin

 

Entre les fauves et les cubistes

Prise au piège, petite biche

 

Une pelouse, des amémies

Pâlissent le nez des amies

 

France, jeune fille nombreuse

 

Clara d'Ellébeuse

Sophie Fichini

 

Bientôt la guerre sera finie

Pour que se cabre un doux bétail

Aux volets de votre éventail

 

Vive la France!

 

 

Jean Cocteau (5 juli 1889 – 11 oktober 1963)

Portret door Frederico de Madrazo. 1910 / 1912

Lees meer...

Tin Ujević, Josef Haslinger, Marcel Achard, Ilse Gräfin v. Bredow, Walter Matthias Diggelmann, Marcel Arland

 

De Kroatische dichter Tin Ujević werd geboren op 5 juli 1891 in Vrgorac in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije. Zie ook mijn blog van 5 juli 2009 en ook mijn blog van 5 juli 2010

 

 

The Necklace (XXXII)

 

The Gulf! Whole oceans scaled over my head,
and gold fish fashioned out of crystallites,
I ask where Madam Moonlight’s lain abed,
and blue horizons haze blue mountain heights.

 

The dawn is spiked with delicate clear dread,
thought’s needles – piercing, lucid – snap and freeze.
No scales or spirals raise me, spirited,
nor mirrorings of rocked realities.

 

The heart’s a world unfathomed, fertile, deep,
and man, beneath his lead sky, breaks and sinks,
while life, a seagull, soars above his head.

 

Aye, well-fed easy woman, stuffed on bread,
thought’s rhythms broke our last connecting links,
but oh, how heart and pulse beat, beat and leap.

 

 

 

Star on High

 

He loves no less who does not waste his words,
but asks and cares too much, though seeming dumb,
and his whole scope of loving (like some crumb
of bread to feed to hungry teeth), he hoards,
preserving it to give some star on high –
his soul, his heart, his distant destiny.

 

His silence says: in this world’s alien loneliness,
flowers and poems occupy my dreams,
with plant-pots perched on seasoned wooden beams –
our poverty’s pure, simple lines of loveliness.
beneath the veil of day and night’s clean blue,
i’m dreaming: I shall come, I’ll come for you.

 

 

Vertaald door Richard Burns en Daša Marić

 

 

Tin Ujević (5 juli 1891 – 12 november 1955)

Standbeeld in Zagreb

Lees meer...

Jacob Groot

 

De Nederlandse dichteren schrijver Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Hij werkte als journalist voor het weekblad de Haagse Post en studeerde Nederlands in Amsterdam. Hij publiceerde regelmatig in De Revisor.Groot debuteerde onder het pseudoniem Jacob der Meistersänger met de dichtbundel Net Als Vroeger (1970). Hiermee was hij een van de pioniers van de neo-romantiek. Daarna volgden de bundels Topgeluk (1986), Natuurlijke Liefde (1998), Zij Is Er (2002), Heerlijkheid Van Luchtmetaal (2005) Lofzang (2009) en Divina Noir (2010). Groot publiceerde ook proza zoals Nieuwe Muziek, een Herman Gorter-boek en essays over popmuziek die gebundeld werden onder de titel Gelukkige Lippen (2004). In 2008 verscheen de roman Billy Doper..Jacob Groot was van 1994 tot 1999 redacteur van De Revisor. Hij woont en werkt in Amsterdam.

 

Het was het mooiste vlees

Je hebt de melkbus geopend en in de bron gestaard
van je dorst; het deksel paste precies op je hoofd;
zo zwom je met je tong in het witste dat je waste;
je dronk het mooiste vlies, doordrenkt van lucht,

opgespaard uit de bus, deed je het wonder dicht; je
hoorde hoe de melk getild werd naar de avond toe;
op het schelpenpad stond je, zonder handen voor je
wagenwijde ogen, verspild in het reinste licht over

de grond vol van het terugkerende vee; schoon likte
zich de dag; alsof je, naakt aan het vlees beloofd, nu
in het mooiste vlees mocht, dat zijn tint nooit doofde;

je zag hoe dat licht naar je haakte in plaats van
andersom, en hoe je verlangen ernaar achterbleef
bij de manier waarop het zich meester van je maakte.

 

 

 

Buig

 

Ik sprak mijn woorden niet uit.
Ze werden gezegd. Ook ik hoorde ze
En, min of meer verwijfeld, probeerde ik
de bijbehorende bewegingen. Ongeveer
het omgekeerde van hoe een partituur
werkt: niet eerst schrift en dan spel,
maar eerst gespeeld en dan pijlsnel,
vrijwel vergeefs, geschreven. Of een
piano: de toetsen bewegen, en mijn
handen zijn steeds, een fraktie
maar, te laat. Te laat. Ik zat
te doen of deze woorden de mijne
waren. Ik bewoog wanhopig mijn lippen.
Ik schudde met mijn schouders. Ik boog
mij toe naar degene die dezelfde woorden
dacht te horen. Ik boog mij voor diezelfde.
Die was mijn enige geborgenheid.

 

 

 

Jacob Groot (Venhuizen, 5 juli 1947)

18:58 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jacob groot, romenu |  Facebook |

04-07-11

Neil Simon, Mao Dun, Walter Wippersberg, Rob van Erkelens, Sébastien Japrisot, Robert Desnos

 

De Amerikaanse toneelschrijver Neil Simon werd in New York op 4 juli 1927 geboren. Zie ook mijn blog van 4 juli 2007 en ook mijn blog van 4 juli 2009 en ook mijn blog van 4 juli 2010.

 

Uit: The Play Goes On, A Memoir

 

„In the days and weeks following, I walked through the streets of New York like a somnambulist, having to look up at corner signs to see where I was. Not that I was walking in any particular direction, or with any specific destination in mind. I walked through Bloomingdale's, fingering shirts or jackets without the slightest intention of buying anything. I was constantly looking at everyone who passed by, with the preposterously illogical hope that I might see Joan. There was always the possibility that the doctors had been mistaken about her death, or, just as unlikely, that I merely dreamt she died, which would explain the foggy, half-awake state in which I existed. The memory flashed in my mind how sometimes, before Joan ever got ill, I would be walking down a street and would glance up and see her looking in a store window. She would turn and see me, and we would both smile, thinking the same thing: "We just had a free one" -- meaning an extra time of seeing each other, one we hadn't planned on.

I climbed the steps of the Metropolitan Museum of Art on Fifth Avenue, and wandered through the great exhibition halls, delving into Egyptian antiquity. Then I went up the stairs to the paintings of Matisse and Renoir, Van Gogh and Rembrandt; I stared at the John Sargents I loved so well, remembering when I first saw them with Joan. With her at my side, I had the added advantage of having her fill me in with minute details of the painter's art, most of which I might not have noticed on my own. For me she was like one of those tape-recorded talking guides you rent as you enter the museum, except with this one, you were allowed to hold the hand of this guide, or watch her hair bobbing up and down as she tried to peer over the crowd to see the museum's latest and most talked about acquisition.

On the day I chose to revisit the museum alone, I suddenly heard a voice directly behind me.

"Neil?"

I turned and looked.

"I'm Carol Mantz."

She said her name as though I should know it, but I didn't have a clue as to who she was. Or maybe I did know her, but like everything else in my life at that moment, I couldn't fit the pieces together.“

 

 


Neil Simon (New York, 4 juli 1927)

Lees meer...

Christine Lavant, Lionel Trilling, Benjamin Péret, Christian Gellert, Nathaniel Hawthorne, Michel-Jean Sedaine

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook mijn blog van 4 juli 2010 en eveneens alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

 

Verschriener Tod

 

Verschriener Tod, für mich bist du so schön!
Schon morgens denk ich dich als Hütte aus,
in die ich einziehn werde schon am Abend,
und daß ein Stern darüber scheinen wird.
Nicht einmal vor dem Umzug hab ich Angst!
Man wird zwar viel vorher verbrennen müssen,
den Leib gewiß mit allen seinen Süchten
und von der Seele das, was sie sich hier
zusammentrug an Mut und Freudigkeit.
Nur meine Liebe, Tod, die bring ich mit!
Für die mußt du, wenn du mein Obdach bist,
den besten Winkel meiner Hütte richten
und, wenn es sein kann, baue auch ein Fenster,
damit der Stern, der gute, den ich meine,
ihr dort zu Diensten geht mit allem Trost,
den ich ihr hier niemals hab' geben können.

 

 

 

 

Aus den Steinen bricht der Schweiß

 

Aus den Steinen bricht der Schweiß,
Schwalben irren sich noch tiefer
und das Wasser glänzt wie Schiefer
um den gelben Sonnenkreis.

 

Eine Königskerze, fahl,
brennt herab am Weg zum Ufer,
dreimal gellt der Regenufer
und die Wolken segeln schmal.

 

Umgeschlagen hat der Wind -;
dort, die Sonne dreht sich gläsern
zu den sauren Grummetgräsern,
die schon halb verhungert sind.

 

Bald ist nichts mehr, wie es war
gestern um dieselbe Stunde,
nur der Wirbel rinnt die Runde
schwarz und lockend immerdar.

 


Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)

Lees meer...