13-01-12

Edmund White, Jay McInerney, Daniel Kehlmann, Lorrie Moore, Jurgis Kunčinas, Clark Ashton Smith

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

 

Uit: Sacred Monsters

 

“When I was fifteen I fell in love with this statue—not as an art fancier or potential collector or historian, but the way a lover would. Literally. I was a lonely gay kid living in the dorms at an all boys’ school where I would have been beat up if anyone had guessed my inclinations. I was quietly arty—I listened to classical records over at the music building and on my own turntable during the two fifteen-minute periods when we were free to do what we wanted to. I read novels and by the time I had graduated I’d even written two of them (still unpublished).
My boy’s school was Cranbrook, outside Detroit, now long since co-ed but at that time strictly segregated from its sister school, Kingswood, and from the art academy, which was just across the street. The academy trained college-age students in all the arts, from silkscreening to sculpture. In our own small school library I discovered a big book on Rodin with black and white illustrations. I checked it out and took it to my room (we each lived in private rooms).
There I pored over the picture of the statue for weeks on end while I was supposed to be studying and by flashlight after bedtime and lights out. I had no friends, certainly no lovers, but the life-size statue of this 22-year-old Belgian soldier, whose name I learned was Auguste Neyt, became the center of all my fantasies. The statue, at least to the eyes of Rodin’s contemporaries, seemed so disturbingly lifelike that he’d been accused of casting it from life, of pressing the plaster moulds directly to the model’s flesh, as if he were a George Segal avant la lettre. Although Rodin had made a trip to Italy and looked at various Michelangelos while working on The Age of Bronze (the neutral, mysterious title he gave to the work when it was eventually cast in bronze and exhibited in Paris), nevertheless the figure is less heavily muscled than the sculpture of the Renaissance—and modeled in such a way that it made the light falling on it shimmer”.

 

 

Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)

In zijn woning in Parijs

 

Lees meer...

12-01-12

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz, Fatos Kongoli

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

 

1969


We lagen bij het avondlijke water
We waren 15, 16, en dan gaat er
Geen prikkeling voorbij aan jonge lijven

Wat loos gestoei en dan opeens, dan staat er
Iets strak, een bijna pijnlijk hard verstijven –
Iets wat voorbij moet gaan maar ook moet blijven

De zomeravond valt, je explodeert
Je hebt je teder aan elkaar bezeerd

Apollo daalde zachtjes naar de maan
Diezelfde nacht waarin jij had beslist
Dat jij die dag je zaad niet had verkwist

Wat daar begon, zou nooit meer overgaan
Jij kon de mensen en de toekomst aan
Je was geland en wist nu wat je wist

 

 

 

 

DE DOKTER EN DE DOOD


I

 

Awater was de naam die Nijhoff hoorde
Bij dokter Koch (de vader) op bezoek
Een naam die zich door diepe lagen boorde -
Als twee maal water was dit woord een bron

 

Een klein geschenk, uit onverwachte hoek
Awater was de naam, de man was ziek
Het ging niet goed, of dokter komen kon
Maar die had net de dichter bij hem thuis...

 

"Awater," dacht de dichter "hoe uniek
Een man met twee maal water in zijn naam
Met twee maal leven toch de dood in huis"

 

De dichter staarde peinzend uit het raam
En zag in Beek de allereerste geest
Van water dat de aanvang was geweest

 

 

 

DE NACHT


De nacht is maanloos, een gerezen kilte
Trekt langs je koude botten naar omhoog
Je stapt door nevelslierten. Hard als steen
Voelt aan je voet de aarde, hard en droog

Het kraakt nu en het krast, je hoort de stilte
Je kijkt met beide oren om je heen
Je proeft beweging, mist het katteoog
Maar tastbaar ben je meer dan niet alleen

Het park geeft zijn geheimen moeizaam prijs
Aan wie het duister niet als taal verstaat –
Toch hangt hier jachtlust, hunker en verlangen

En laat het prooidier zich gewillig vangen
Wanneer de roes het hazehart verslaat –
De nacht wordt dan trofee en eerbewijs

 

 

 

Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

 

Lees meer...

11-01-12

Jasper Fforde, Katharina Hacker, Marc Acito, Nikos Kavvadias, Mart Smeets, Oswald de Andrade, Eduardo Mendoza

 

De Britse schrijver en cameraman Jasper Fforde werd geboren op 11 januari 1961 in Londen. Zie ook alle tags voor Jasper Fforde op dit blog.

 

Uit: Something Rotten


“Bradshaw looked across at me and raised an eyebrow quizzically. As the Bellman—the head of Jurisfiction—I shouldn't really be out on assignment at all, but I was never much of a desk jockey, and capturing the Minotaur was important. He had killed one of our own, and that made it unfinished business.
During the past week, we had searched unsuccessfully through six Civil War epics, three frontier stories, twenty-eight high-quality westerns and ninety-seven dubiously penned novellas before finding ourselves within Death at Double-X Ranch, right on the outer rim of what might be described as acceptably written prose. We had drawn a blank in every single book. No Minotaur, nor even the merest whiff of one, and believe me, they can whiff.
"A possibility?" asked Bradshaw, pointing at the PROVIDENCE sign.
"We'll give it a try," I replied, slipping on a pair of dark glasses and consulting my list of potential Minotaur hiding places. "If we draw a blank, we'll stop for lunch before heading off into The Oklahoma Kid."
Bradshaw nodded and opened the breech of the hunting rifle he was carrying and slipped in a cartridge. It was a conventional weapon, but loaded with unconventional ammunition. Our position as the policing agency within fiction gave us licensed access to abstract technology. One blast from the eraserhead in Bradshaw's rifle and the Minotaur would be reduced to the building blocks of his fictional existence: text and a bluish mist—all that is left when the bonds that link text to meaning are severed. Charges of cruelty failed to have any meaning when at the last Beast Census there were over a million almost identical Minotaurs, all safely within the hundreds of books, graphic novels and urns that featured him. Ours was different—an escapee.“

 

 

Jasper Fforde (Londen, 11 januari 1961)

Lees meer...

10-01-12

Antonio Muñoz Molina, Annette von Droste-Hülshoff, Dennis Cooper, Adrian Kasnitz, Mies Bouhuys, Harrie Geelen

De Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina werd geboren op 10 januari 1956 in Úbeda in de provincie Jaén. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010 en ook mijn blog van 10 januari 2011.

 

Uit: Die Nacht der Erinnerungen (Vertaald doorWilli Zurbrüggen)

 

„Inmitten des T rubels der Pennsylvania Station ist Ignacio Abel stehen geblieben, als er jemanden seinen Namen rufen hört. Zuerst sehe ich ihn von ferne in der zu den Zügen strömenden Menge, zwergenhaft im Vergleich zur Architektur ringsum, eine männliche Gestalt, die sich nicht von anderen

unterscheidet, wie auf einer Fotografie aus jener Zeit: leichte Übergangsmäntel, Trenchcoats und Hüte; Damenhüte mit schräger Krempe und kleinen Federn an der Seite; rote Schirmmützen von Gepäckträgern und Schaffnern; undeutliche Gesichter in der Ferne; offene Mäntel mit wehenden

Schößen des rasch Dahinschreitenden; sich begegnende Menschenströme, die jedoch nie zusammenstoßen. Jeder Mann und jede Frau eine Gestalt, die den anderen ähnelt und dennoch

eine Identität besitzt, so einzigartig wie der Weg, den sie nimmt, um an ihr Ziel zu gelangen: Richtungspfeile, Tafeln mit Ortsnamen und Abfahrts- und Ankunftszeiten, hallende Eisentreppen, die unter dem Ansturm der Schritte erbeben; Uhren, die von eisernen Bögen hängen oder vertikale Anzeigetafeln mit großen Kalenderblättern krönen, auf denen schon von ferne das Datum abzulesen ist. Man sollte sich alles genau merken: Die Buchstaben und Zahlen, vom gleichen tiefen Rot wie die Mützen der Eisenbahnbediensteten, zeigen einen Tag gegen Ende Oktober 1936. Auf den beleuchteten Zifferblättern der Uhren, die wie Fesselballons hoch über den Köpfen der Menschen hängen, ist es zehn vor vier am Nachmittag. Zu dieser Zeit geht Ignacio Abel durch die Bahnhofshalle, einen luftigen Raum mit Marmor, hohen Eisenkonstruktionen und rußigen Bogenfenstern, durch die ein gelbliches Licht hereinfällt, in dem flirrender Staub und der Klang von Stimmen und Schritten träge dahintreiben.“

 

 

Antonio Muñoz Molina (Úbeda, 10 januari 1956)

 

Lees meer...

09-01-12

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Simone de Beauvoir, Theodor Holman, Danny Morrison, Kurt Tucholsky

 

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

 

Uit: Echt zien

 

‘De menselijke verbeelding trekt een sluier voor de werkelijkheid. Het is de literatuur die die sluier afrukt, paradoxaal genoeg door middel van de fictie, het verhaal. Het is de literatuur die de mythe ontmythologiseert, die het cliché, het gemakzuchtig in goed en kwaad denken in een ander licht zet.’

(…)

 

 

"Altijd is en blijft er het gevaar dat de roman in zijn eigen verhaal verdwaalt, dat de vormen en conventies van het verhaal de blik beperken in plaats van verruimen. In het mediatijdperk hangen er (om met Kundera te spreken) meer weefsels dan ooit tussen onze blik en de wereld. Om die te kunnen scheuren, moet de romanschrijver zijn en onze blik opnieuw richten. Wat van hem gevraagd wordt is dezelfde morele betrokkenheid bij de wereld die zijn grote voorgangers toonden: Cervantes, Flaubert, James, Couperus, Conrad. Hun vormen, die tot conventies zijn geworden, moet hij achter zich laten. Hun worsteling, de worsteling met woord en wereld , is nog altijd de zijne. Echt zien.'

 

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

Lees meer...

08-01-12

Juan Marsé, Waldtraut Lewin, Gaston Miron, Ko Un, Béla Zsolt

 

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

 

Uit: Calligraphie des rêves (Vertaald door Jean-Marie Saint-Lu)

 

„Torrente de las Flores. Il avait toujours pensé qu’une rue portant ce nom ne pourrait jamais être le

théâtre d’une tragédie. Depuis le haut de la Travesera de Dalt, elle amorce une forte pente qui s’atténue jusqu’à mourir dans la Travesera de Gracia, croise quarante-six rues, a une largeur de sept mètres et demi, est bordée d’immeubles peu élevés et compte trois bars. En été, durant les jours parfumés de la fête patronale, endormie sous un toit ornemental de bandes de papier de soie et de guirlandes multicolores, la rue abrite une agréable rumeur de roselière bercée par la brise et une lumière sous-marine et ondulante, comme d’un autre monde. Lors des nuits étouffantes, après dîner, la rue est un prolongement du foyer familial.

Tout cela est arrivé il y a bien longtemps, quand la ville était moins vraisemblable qu’aujourd’hui, mais

plus réelle. Un peu avant deux heures, un dimanche après-midi de juillet, le soleil resplendissant et une averse soudaine se fondent durant quelques minutes, laissant en suspens dans l’air une lumière frisottante, une transparence hérissée et trompeuse tout au long de la rue. Cet été est torride et la peau noirâtre de la chaussée est si chaude à cette heure-là que la pluie finissante s’évapore avant même de la toucher. Sur le trottoir du bar-marchand de vin Rosales, l’averse passée, un pain de glace laissé là par la camionnette du livreur et mal enveloppé dans une toile de jute commence à fondre sous le soleil inclément. Le gros Agustín, le patron, ne tarde pas à sortir, un seau et un

pic à la main, et, accroupi, il s’empresse de casser le pain.

Sur le coup de deux heures et demie, un peu audessus du bar et sur le trottoir d’en face, dans le tronçon de la rue le plus propice aux mirages, Mme Mir sort en courant du 117, visiblement perturbée, comme si elle venait d’échapper à un incendie ou à une hallucination, et se plante au milieu de la chaussée, en pantoufles et vêtue de sa blouse blanche d’infirmière mal boutonnée, sans craindre de laisser voir ce qu’elle ne doit pas montrer.“

 

 

Juan Marsé (Barcelona, 8 januari 1933)

Lees meer...

07-01-12

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Max Gallo

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

 

Uit: Mystiek Lichaam

 

Hij was achter in de twintig toen hij naar New York was gekomen. Hij geloofde in de gezondheid van zijn smaak en meende er groots werk te kunnen verrichten. Maar hij had al snel ontdekt dat smaak overbodig was geworden in de hemel der ideeën. Smaak heeft de pad die naar de weegbree kruipt wanneer hij door een spin gebeten is. Smaak leidt het varken naar de truffel, de misselijke hond naar het gras, de bison over duizenden mijlen naar de zoutsteen. Smaak heeft de zwaluw die de blindheid van haar jongen wil genezen en vanzelf de weg vindt naar het sap van de stinkende gouwe. Smaak is weten wat goed voor je is, maar op de steenrots waar de hoogmoed zijn kerk had gebouwd waren alle functies van het instinct uitbesteed aan specialisten en hun technologie.

(…)

 

“De angst voor het niets vervalst zelfs het enige dat authentiek en oprecht is in de nicht, zijn liefde. Ook die wordt na-aperij in zijn mannenwereld. Nergens ontmoet je zoveel Don Juans en nymfomane hotemetoten als juist daar. Hofmakerij, echtverbintenissen compleet met trouw totterdood, jaloezie, gooi-en-smijtwerk, alle vormen van conventies die zijn voortgekomen uit de zorg om het kroost worden er zonder enige noodzaak en daarom lachwekkend geimiteerd. De homoseksualiteit, de buiten de geschiedenis staat en geen eigen vormen heeft, is tot imiteren en overdrijven gedoemd. Ze wordt door iedere homo opnieuw uitgevonden. Met iedere homo begint ze opnieuw. En omdat hij niemand is, een naakte adam, imiteert hij de man en wordt een Blauwbaard. Of hij imiteert de vrouw en wordt een grande cocotte. De homo schmiert, omdat hij nergens bestaat, behalve in het oog van de geschiedenismakende hetero. Wat in de heterowereld gebeurt als tragedie, herhaalt zich in de homowereld als klucht. De liefde daar is trouw aan de vorm van de rachtgeaarde liefde en verraderlijk naar de inhoud. Die liefde is parodie.”

 

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

Portret door Kees Knopper, rond 1980

 

Lees meer...

06-01-12

Am Feste der heiligen drei Könige (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Bij het feest van Driekoningen

 

 

 

Aanbidding door de drie koningen, Hendrick ter Brugghen, 1619

 

 

 

 

Am Feste der heiligen drei Könige

 

Durch die Nacht drei Wandrer ziehn,
Um die Stirnen Purpurbinden,
Tiefgebräunt von heißen Winden
Und der langen Reise Mühn.
Durch der Palmen säuselnd Grün
Folgt der Diener Schar von weiten;
Von der Dromedare Seiten
Goldene Kleinode glühn,
Wie sie klirrend vorwärts schreiten,
Süße Wohlgerüche fliehn.

 

Finsternis hüllt schwarz und dicht
Was die Gegend mag enthalten;
Riesig drohen die Gestalten:
Wandrer, fürchtet ihr euch nicht?
Doch ob tausend Schleier flicht
Los' und leicht die Wolkenaue:
Siegreich durch das zarte Graue
Sich ein funkelnd Sternlein bricht.
Langsam wallt es durch das Blaue,
Und der Zug folgt seinem Licht.

 

Horch, die Diener flüstern leis:
"Will noch nicht die Stadt erscheinen
Mit den Tempeln und den Hainen,
Sie, der schweren Mühe Preis?
Ob die Wüste brannte heiß,
Ob die Nattern uns umschlangen,
Uns die Tiger nachgegangen,
Ob der Glutwind dörrt' den Schweiß:
Augen an den Gaben hangen
Für den König stark und weiß."

 

Sonder Sorge, sonder Acht,
Wie drei stille Monde ziehen
Um des Sonnensternes Glühen,
Ziehn die Dreie durch die Nacht.
Wenn die Staublawine kracht,
Wenn mit grausig schönen Flecken
Sich der Wüste Blumen strecken,
Schaun sie still auf jene Macht,
Die sie sicher wird bedecken,
Die den Stern hat angefacht.

 

O ihr hohen heil'gen Drei!
In der Finsternis geboren
Hat euch kaum ein Strahl erkoren,
Und ihr folgt so fromm und treu!
Und du meine Seele, frei
Schwelgend in der Gnade Wogen,
Mit Gewalt ans Licht gezogen,
Suchst die Finsternis aufs Neu!
O wie hast du dich betrogen;
Tränen blieben dir und Reu!

 

Dennoch, Seele, fasse Mut!
Magst du nimmer gleich ergründen,
Wie du kannst Vergebung finden:
Gott ist über Alles gut!
Hast du in der Reue Flut
Dich gerettet aus der Menge,
Ob sie dir das Mark versenge
Siedend in geheimer Glut,
Läßt dich nimmer dem Gedränge,
Der dich warb mit seinem Blut.

 

Einen Strahl bin ich nicht werth,
Nicht den kleinsten Schein von oben.
Herr, ich will dich freudig loben,
Was dein Wille mir beschert!
Sei es Gram, der mich verzehrt,
Soll mein Liebstes ich verlieren,
Soll ich keine Tröstung spüren,
Sei mir kein Gebet erhört:
Kann es nur zu dir mich führen,
Dann willkommen Flamm' und Schwert!

 

 

 

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Jeugdportret, rond 1820

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Khalil Gibran, Hester Knibbe, Romain Sardou

 

De Libanese dichter en romanschrijver Khalil Gibran werd geboren op 6 januari 1883 in Bischarri. Zie ook alle tags voor Khalil Gibran op dit blog.

 

 

Lied van de ziel

 

In de diepte van mijn ziel is

Een woordeloos lied - een lied dat woont

In het zaad van mijn hart.

Het weigert om samen te smelten met inkt

Op papier. Het overspoelt mijn gevoelens

In een transparante mantel en vloeit,

Maar niet over mijn lippen.

 

Hoe kan ik het verlangen? Ik ben bang dat

Het zich vermengt met aardse ether.

Voor wie zal ik het zingen? Het woont

In het huis van mijn ziel, in vrees voor

Verharde oren.

 

Toen ik in mijn innerlijk zocht,

Zag ik de schaduw van haar schaduw.

Als ik mijn vingertoppen aanraak,

Voel ik haar trillingen.

De daden van mijn handen zien haar

Aanwezigheid zoals een meer de schittering

Van de sterren weerspiegelt. Mijn tranen

Onthullen haar, zoals heldere dauwdruppels

Het geheim van een verwelkte roos onthullen.

 

Het is een lied ontstaan in gedachten

En uitgevoerd in stilte,

Gemeden door schreeuwers,

En omhelsd door waarheid,

Herhaald door dromen,

En begrepen door liefde,

Verborgen bij het ontwaken

En gezongen door de ziel.

 

Het is het lied van de liefde.

Welke Kaïn of Ezau kan het zingen?

Het is geuriger dan jasmijn.

Welke stem kan het tot slaaf maken?

 

Het is een hartsgeheim zoals dat van een maagd.

Welke snaar kan het doen trillen?

Wie durft het gebulder van de zee te verenigen

Met het zingen van de nachtegaal?

Wie durft het geloei van de storm te vergelijken

Met de zucht van een kind?

Wie durft de woorden hardop uit te spreken

Die bedoeld zijn voor het menselijk hart?

Welke mens durft het

Lied van God te zingen?

Als je staat aan het begin van je kennen,
sta je aan het begin van je voelen.
Wie alleen kan zien wat het licht onthult
en alleen kan horen wat het geluid verkondigt,
ziet en hoort eigenlijk niets.

De werkelijkheid van iemand anders
is niet gelegen in het feit wat hij je onthult
maar in wat hij je niet kan onthullen.
Als je hem dus wilt begrijpen
luister dan niet naar wat hij zegt,
maar veel meer naar wat hij niet zegt.

Jij en ik blijven vreemden voor het leven,
voor elkaar en voor onszelf,
tot de dag waarop jij spreekt en ik luister
omdat ik meen dat jouw stem mijn eigen stem is
en ik, wanneer ik voor je sta,
meen dat ik mezelf zie staan voor een spiegel.

 

 

 

Khalil Gibran (6 januari 1883– 10 april 1931)

Zelfportet, rond 1911

 

Lees meer...

Carl Sandburg, Jens Johler, E. L. Doctorow, Anja Meulenbelt

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

 

Our Prayer of Thanks

 

For the gladness here where the sun is shining at evening on the weeds at the river,

Our prayer of thanks.

 

For the laughter of children who tumble barefooted and bareheaded in the summer grass,

Our prayer of thanks.

 

For the sunset and the stars, the women and the white arms that hold us,

Our prayer of thanks.

 

God,

If you are deaf and blind, if this is all lost to you,

God, if the dead in their coffins amid the silver handles on the edge of town, or the reckless dead of war days thrown unknown in pits, if these dead are forever deaf and blind and lost,

Our prayer of thanks.

 

God,

The game is all your way, the secrets and the signals and the system; and so for the break of the game and the first play and the last.

Our prayer of thanks.

 

 

Carl Sandburg (6 januari 1878 - 22 juli 1967)
Carl Sandburg en zijn vrouw Lillian

Lees meer...

05-01-12

Umberto Eco, Friedrich Dürrenmatt, Ngũgĩ wa Thiong'o, Paul Ingendaay, László Krasznahorkai, Forough Farokhzad

 

De Italiaanse schrijver Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook mijn blog van 5 januari 2007 en ook mijn blog van 5 januari 2008 en ook mijn blog van 5 januari 2009 en ook mijn blog van 5 januari 2010 en ook mijn blog van 5 januari 2011.

 

Uit:De begraafplaats van Praag (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

 

“Ik voel een zekere gêne nu ik me aan het schrijven zet, net alsof ik mijn ziel blootleg, op bevel – nee, laten we zeggen: op instigatie – van een Duitse Jood (of een Oostenrijkse, maar dat komt op hetzelfde neer). Wie ben ik? Wellicht kan ik mezelf beter vragen stellen over de hartstochten waardoor ik wellicht nog gedreven word dan over de feitelijkheden van mijn leven. Van wie hou ik? Er komen me geen geliefde gezichten voor de geest. Ik weet dat ik van lekker eten hou: alleen al bij het horen van de naam La Tour d’Argent trekt er een siddering door mijn hele lichaam. Is dat liefde?
Wie haat ik? Joden, zou ik bijna zeggen, maar het feit dat ik zo slaafs zwicht voor de aansporingen van die Oostenrijkse (of Duitse) arts, toont aan dat ik niets tegen die verdomde Joden heb.
Het enige wat ik over de Joden weet, is wat mijn grootvader me heeft geleerd: - Ze zijn het atheïstische volk par excellence, zei hij. Ze gaan uit van de visie dat het goede hier verwezenlijkt dient te worden, en niet aan geen zijde van het graf. En dientengevolge zetten ze zich uitsluitend in voor de verovering van deze wereld.
Mijn jeugdjaren zijn verziekt door hun spookbeeld. Grootvader vertelde me over hun ogen die je beloerden, ogen waar je bleek van wegtrok, over hun valse glimlachjes, hun lippen die ze als hyena’s over hun tanden omhoog krulden, die dreigende, ontaarde, dierlijke blikken van ze, die altijd zo gekwelde, door haat gedolven groeven tussen hun neus en lippen, die neus van ze, net de snavel van een roofvogel… En hun ogen… o, die ogen… Ze wentelen koortsig rond een pupil met de kleur van geroosterd brood en verraden ziektes van een lever die is aangevreten door de secreties van een achttien eeuwen durende haat, ze plooien zich over duizenden rimpeltjes die mettertijd steeds geprononceerder worden: als een Jood twintig is, lijkt hij al een oude kerel, zo verschrompeld is hij. Als hij lacht, gaan zijn dikke oogleden zo ver dicht dat er nog maar net een spleetje open blijft, kenmerk van sluwheid volgens sommigen, van wellust, preciseerde mijn grootvader…

 

 

Umberto Eco (Allasandria, 5 januari 1932)

Lees meer...

04-01-12

Emil Zopfi, Fernand Handtpoorter, David Berman, Andreas Altmann, Max Eastman

 

De Zwitserse schrijver Emil Zopfi werd geboren op 4 januari 1943 in Wald. Zie ook mijn blog van 4 januari 2009 en ook mijn blog van 4 januari 2010 en ook mijn blog van 4 januari 2011.

 

Uit: Londons letzter Gast

 

Auf einem Tisch türmen sich rechteckige Kartonstücke mit runden Löchern, die mit Leinenstreifen zusammengeklebt und wie eine Handharmonika gefalteten sind. "Was ist das?" Der Professor stellt eine Prüfungsfrage.

Alex antwortet gehorsam: "Das Programm."

"Richtig! Ada hat es geschrieben. Also ich meine, Ann ... Ein zyklischer Algorithmus, der sich endlos wiederholt und in einem immer exakteren Resultat konvergiert. Ada bezeichnete die Analytical Engine als ?die Maschine, die sich in den eigenen Schwanz beisst?. Wie recht sie hatte, beweisen die Ereignisse dieser Tage."

"Was leistet das Programm?"

"Berechnung der Zahl Pi ..." Liebevoll lässt Crick die Programmharmonika durch seine Finger schnarren. Dann flüstert er: "In allen Geschichtsbüchern steht, Babbage sei gescheitert. Er habe seine Maschine nie vollendet. Eine Lüge. Was sie hier sehen, ist seine Konstruktion. Es ist das Original, gebaut von Joseph Clement. Ich habe sie hier im Keller entdeckt, in einem gefangenen Raum, nachdem wir das Haus gekauft hatten. Ada hat sie programmiert. Sie funktioniert. Hier ist der Beweis ..." Er schreitet zu den Zahlensäulen, liest die Ziffern von den Rädern "3.1415926535. Pi auf elf Stellen, wie finden Sie das?"

"Moderne Computer haben Pi auf Millionen von Stellen berechnet. Was soll das?"

"Sie hatten! Die Analytical Engine ist der einzige Computer in London, der noch zuverlässig arbeitet. Er war der letzte und wird der erste sein. Wie es in der Bibel steht."

Alex schaut zu, wie Crick mit einem Schraubenzieher im Mechanismus stochert. Er wird das Gefühl nicht los, es habe sich nichts bewegt ausser der Handkurbel und ein paar Zahnrädern. Alles ist Betrug, man spielt ihm etwas vor, hat ihn in eine Falle gelockt. Oder dann ist Crick wirklich ein Verrückter, von der Geschichte besessen wie Laurie, der Ripperologe. Vom gleichen Wahn gepackt, nur in der Vergangenheit würden sich die Lösungen finden für die Probleme der Zukunft.“

 

 

Emil Zopfi (Wald, 4 januari 1943)

 

Lees meer...

03-01-12

J.R.R. Tolkien, Marie Darrieussecq, Alex Wheatle, Cicero, Elsa Asenijeff, John Gould Fletcher

 

De Engelse schrijver J.R.R. Tolkien werd geboren op 3 januari 1892 in Bloemfontein, Zuid-Afrika. Zie ook alle tags voor J.R.R. Tolkien op dit blog.

 

 

Uit: The Lord of the Rings

 

Roads Go Ever On


Roads go ever ever on,
Over rock and under tree,
By caves where never sun has shone,
By streams that never find the sea;
Over snow by winter sown,
And through the merry flowers of June,
Over grass and over stone,
And under mountains in the moon.

Roads go ever ever on,
Under cloud and under star.
Yet feet that wandering have gone
Turn at last to home afar.
Eyes that fire and sword have seen,
And horror in the halls of stone
Look at last on meadows green,
And trees and hills they long have known.

The Road goes ever on and on
Down from the door where it began.
Now far ahead the Road has gone,
And I must follow, if I can,
Pursuing it with eager feet,
Until it joins some larger way,
Where many paths and errands meet.

The Road goes ever on and on
Down from the door where it began.
Now far ahead the Road has gone,
And I must follow, if I can,
Pursuing it with weary feet,
Until it joins some larger way,
Where many paths and errands meet.
And whither then? I cannot say.

The Road goes ever on and on
Out from the door where it began.
Now far ahead the Road has gone.
Let others follow, if they can!
Let them a journey new begin.
But I at last with weary feet
Will turn towards the lighted inn,
My evening-rest and sleep to meet.”


 

 

J.R.R. Tolkien (3 januari 1892 – 2 september 1973)

Lees meer...

Peter Ghyssaert

 

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Ghyssaert studeerde viool en piano aan de conservatoria van Brussel en Antwerpen. Hij werkt als beroepsmuzikant en geeft muzieklessen.Vanaf 1990 begon hij poëzie te publiceren in tal van tijdschriften in Nederland en Vlaanderen, zoals Hollands Maandblad, Maatstaf, De Revisor, Tirade, Dietsche Warande & Belfort, Nieuw Wereldtijdschrift en De Vlaamse Gids. In 1991 verzamelde hij zijn gedichten in Honingtuin, een bundel die als zijn debuut kan gelden. In 1993 volgde de bundel Cameo, die bekroond werd met de Poëzieprijs van De Vlaamse Gids en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs in 1995.

 

 

Museum

 

Iets van grote zeggingskracht
was op de muur geklonken. Een metalen
stem, verfrommeld van ontroering,
legde uit.

De gouden kamer uit vervlogen tijden
lag één verdieping hoger. Banen glanzend
in het stof getrokken wezen
eerder nagebootste ontucht aan.

Vervormend was de hitte van voltooid verleden niet,
hoewel suppoosten altijd achterbleven,
hun grijze kant versmolten
in de uitgestalde tijdvakken.

 

 

 

Oude mannen in korte broeken

 

Ze wandelen heel gemoedelijk voorbij,
hun seizoen is een apart seizoen.
Ze hebben geen behoefte aan een wandelstok,
ze gaan met een reserve aan kracht
begonnen in de de winters van hun jeugd.

En als ze stilstaan om naar iets te kijken
staan ze zonder beven stil;
de zon maakt van hun oude, montere, blote benen
iets bijzonders als een pose
op een plein vol licht.

Maar mooier nog zijn hun gepolitoerde knieën
of de glaswol op hun kuiten.
Zo worden ze bekeken
door bewonderaars die anoniem blijven
terwijl ze zelf met mildheid naar de dingen kijken,
naar de groene bomen en de witte klok

die beter loopt dan zij
en iets vertelt over hun afgezaagde tijd;
zij kennen hem van buiten.

 

 

 

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

09:57 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peter ghyssaert, romenu |  Facebook |