22-07-16

Susan Hinton

 

De Amerikaanse schrijfster Susan Eloise Hinton werd geboren op 22 juli 1948 in Tulsa, Oklahoma. Hinton schreef in de jaren 1960 een aantal bekroonde romans voor jongeren. Met haar eerste “The Outsider”, die verscheen in 1967, werd de 19-jarige op slag beroemd en men beschouwde haar meteen als de stem van de jeugd. Maar de druk van de verwachtingen leidde tot een drie jaar durende schrijfblokkade, die zij pas in 1971 overwon met “That Was Then, This Is Now”. In 1975 volgde de roman “Rumble Fish”, die net als The Outsider aan het begin van de jaren '80 als een sjabloon voor films van Francis Ford Coppola diende, waarin veel acteurs van de zogenaamde “Brat Pack generatie” hun carrière begonnen. Matt Dillon speelde in “Rumble Fish” en ook in de filmversie van “Tex” de hoofdrol. In de eerste drie verfilmingen van haar boeken was Hinton ook zelf in een kleine rol te zien. In “The Outsider” speelde zij een verpleegkundige. Voor “Rumble Fish” schreef zij ook het scenario. Voor haar grote verdiensten voor de jeugdliteratuur ontving Hinton in 1988 de eerste Margaret A. Edwards Award van de American Library Association.

Uit: The Outsiders

"When I stepped out into the bright sunlight from the darkness of the movie house, I had only two things on my mind: Paul Newman and a ride home. I was wishing I looked like Paul Newman--- he looks tough and I don't--- but I guess my own looks aren't so bad. I have light-brown, almost-red hair and greenish-gray eyes. I wish they were more gray, because I hate most guys that have green eyes, but I have to be content with what I have. My hair is longer than a lot of boys wear theirs, squared off in back and long at the front and sides, but I am a greaser and most of my neighborhood rarely bothers to get a haircut. Besides, I look better with long hair.
I had a long walk home and no company, but I usually lone it anyway, for no reason except that I like to watch movies undisturbed so I can get into them and live them with the actors. When I see a movie with someone it's kind of uncomfortable, like having someone read your book over your shoulder. I'm different that way. I mean, my second-oldest brother, Soda, who is sixteen-going-on-seventeen, never cracks a book at all, and my oldest brother, Darrel, who we call Darry, works too long and hard to be interested in a story or drawing a picture, so I'm not like them. And nobody in our gang digs movies  and books the way I do. For a while there, I thought I was the only person in the world that did. So I loned it.
Soda tries to understand, at least, which is more than Darry does. But then, Soda is different from anybody; he understands everything, almost. Like he’s n ever hollering at me all the time the way Darry is, or treating me as if I was six instead of fourteen. I love  Soda more than I've ever loved anyone, even Mom and Dad. He's always happy-go-lucky and grinning, while Darry's hard and firm and rarely grins at all. But then, Darry's gone through a lot in his twenty years, grown up too fast. Sodapop'll never grow up at all. I don't know which way's the best. I'll find out one of these days. Anyway, I went on walking home, thinking about the movie, and then suddenly wishing I had some company. Greasers can't walk alone too much or they'll get jumped,“

 

 
Susan Hinton (Tulsa, 22 juli 1948)

14:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: :susan hinton, romenu |  Facebook |

21-07-16

Dolce far niente, Dennis Gaens, Ernest Hemingway, Belcampo, Boris Dittrich , Hans Fallada, Hart Crane

 

Dolce far niente – Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

 
Wandelaars richting Nijmegen via de Oosterhoutse dijk door Annemieke Martinus-Claus, 2008

 

 

Met afstand heeft het niets te maken

Het is kijken hoe zwaar je je lichaam kunt laten worden,
hoeveel pijn ademen kan veroorzaken. Het is je ogen op
de volgende bocht, rubber ruiken en teer trappen. Het is
weg van wat dan ook.

Het is lopen en laten gaan.

 

 
Dennis Gaens (Susteren, 1982)
Nijmegen tijdens de Vierdaagse. Dennis Gaens was in 2011 en 2012 stadsdichter van Nijmegen.

Lees meer...

David Boerljoek

 

De Russisch-Amerikaanse dichter, schrijver en schilder David Davidovitsj Boerljoek werd geboren in Semirotowschtschina, nabij Charkov, op 21 juli 1882. Samen met zijn broer Vladimir studeerde Boerljoek in 1902 af aan de Academie voor Schone Kunsten in München en later zette hij zijn studie voort aan de Hogeschool voor Schone Kunsten in Parijs. In 1907 keerde hij terug naar Rusland en nam daar deel aan talrijke avant-gardistische exposities en manifestaties. Eerste bekendheid kreeg hij door een bijdrage aan Kandinsky’s expressionistische almanak ”De blauwe ruiter” (1912) met zijn schilderij “De wilden van Rusland”. In dat jaar sloot hij zich ook aan bij de beweging van het futurisme en was (samen met onder andere Clebnikov, Majakovski en Igor Severjanin) co-auteur van het controversiële pamflet “Een kaakslag in het gezicht van de publieke smaak”, waarin afgerekend werd met de Russische literatuur tot dan toe en waarin het poëtische woord -met willekeurige, afgeleide woorden- centraal werd gesteld. In 1913-1914 organiseerde Boerljoek samen met Vladimir Majakovski en Vasili Kamenski een spraakmakende futuristische tournee door zeventien Russische steden, waarbij ze op extravagante wijze en met veel uiterlijk vertoon hun voor het publiek vaak onnavolgbare gedichten declameerden. In die periode gold Boerljoek als een soort mentor voor de jonge Majakovski en was hij van grote invloed op diens latere literaire carrière. Nadat Boerljoek -na een Bolsjewistische razzia tegen anarchisten- reeds eind 1918 vanuit Moskou was uitgeweken naar Siberië, verliet hij in 1920, teleurgesteld in de Russische Revolutie, de Sovjet-Unie. Hij reisde eerst naar Japan en emigreerde in 1922 naar de Verenigde Staten. Daar manifesteerde hij zich vooral als vitalistisch en expressief schilder (met een zekere verwantschap aan Van Gogh), maar hij bleef ook schrijven. Waardering genoten zijn autobiografische schetsen “Mijn voorvaderen; veertig jaar: 1890-1930”.

 

 
Teach us Spirit of Bird, 1930-1950

 

Teach us Spirit of Bird
What sweet thoughts are thine
have never heard
Praise of love a wine
That panted forth a flood of raptured
divine

 

 

Everyone Is Young

Everyone is young, young, young,
A hell-of-a-hunger in his stomach,
So follow me!
Behind my back!
I cry a proud shout!
A short speech!
We will eat stones, grass,
Sweets, acids, poisons!
We will devour emptiness,
Depth and height,
Birds, fish, animals, monsters,
Winds, clays, salt, the swell of the sea!
Everyone is young, young, young,
A hell-of-a-hunger in his stomach!
Everything we meet on the road is a feast,
Prepared for us!
And we will eat it!

 

Vertaald door Niholas Boerljoek

 

 
David Boerljoek (21 juli 1882 – 15 januari 1967)

13:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david boerljoek, romenu |  Facebook |

20-07-16

Dolce far niente, Frans Bastiaanse, Hans Lodeizen, Henk Hofland

 

Dolce far niente

 

 
Cattle Watering door Thomas Moran, 1888

 

 

Zomer

Ik zat waar zon op 't warme water scheen
En gele bloemen bloeiden aan de kant;
Het grazend vee ging door de weiden heen,
De zomerlucht hing walmend over 't land.

De wilgen waren zilverbleek en stil
Voor 't stralend blauw, van wolk en nevel vrij;
Een glazenmaker vloog, met lichtgetril
Op 't parelmoerig vleugelgaas, voorbij.

De schuwe vissen, in 't koeldonker diep,
Verschoten snel, of stonden lang op wacht,
Waar d'aarde zich, in beeld, nog schoner schiep,
Dromend de zomerdroom van eigen pracht.

En over 't hooiland, waar een wagen stond
Met vers-groen gras te geuren in de zon,
En verder waar het drachtig korenblond
Met brede golving boog ten horizon,

Tot waar een scheem'rend bos zich flauw verhief,
De wereld wegsmolt in der hemelen gloed,
Dreef mijn gedacht, hoe schoon de dag was, lief
Uw schone ziel verlangend tegemoet.

 

 
Frans Bastiaanse (14 mei 1868 - 12 juni 1947)
Utrecht, Oude Gracht, rond 1900. Frans Bastiaanse werd geboren in Utrecht.

Lees meer...

19-07-16

Dolce far niente, Prosper van Langendonck, Anna Enquist, Gottfried Keller

 

Dolce far niente

 

 
Mortlake Terrace door J. M. W. Turner, 1827

 

 

Zomeravond

O zomeravond, smachtend neergevlijd
op 't gele veld, in 't Westen goudgetint...
Teerkreunend ruisen van de avondwind,
die langs de vlakte in zware weemoed glijdt...
O melodie uit lang verleden tijd,
waarvan ik zin noch woorden wedervind...

O rust, o stilte, blauwige avonddoom!
Doorzichtig ligt ge op verre velden neer...
Zo schouwt mijn geest de beelden van weleer
door 't wazig scheemren van een weke droom.
't Verleden rimpelt, onbepaald en loom,
- verzonken stad in 't stilgevallen meer.

Verheerlijkt glinstren! onbereikbre trans!
O vloeiend zilverlicht zo hoog verbreid...
De zwoele nacht doortrilt uw majesteit,
de aarde is een matte weerschijn van uw glans;
zacht om mijn slapen vloeit uw stralenkrans;
mijn zwellend harte vult de onmeetlijkheid.

 

 

 
Prosper van Langendonck (15 maart 1862 – 7 november 1920)
Brussel op een zomeravond. Prosper van Langendonck werd geboren in Brussel

Lees meer...

18-07-16

Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Per Petterson, Elizabeth Gilbert, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, Aad Nuis, William M. Thackeray, Nathalie Sarraute

 

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Simon Vinkenoog op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Lastenia

Wat nog aan woorden
in mij wakker ligt
kan ik voor alle dag gebruiken
ik kan het bloed doen stollen
ik kan in andermans gedachten
wonen en er vruchten stelen
 
ik kan - als een hond geslagen -
huilen en ik kan spelend met vuur
mijzelf overwinnen
 
maar leven kan ik niet
het leven hangt buiten
het bereik van de klanken
zinnen en woorden
die ik als ledematen
lief heb gekregen
 
om een liefde die ik als zon
op het water heb zien schijnen
om een liefde die als licht
op mijn huid staat te branden

 

 

Photomaton

Zo'n foto is nooit weg,
en ze kosten maar vier voor een gulden
Kijk, het lijkt (na drie minuten)
en we staan er nog op, ook.

Omgekeerd natuurlijk, ik zat links
en op de foto's zit ik rechts.

We zijn bruiner
dan in werkelijkheid,
en de schaafwond op mijn neus
blitst overdreven.

Links voorop, dat ben jij.
Ik kan nog niet zo goed wijs uit wat ik zie,
o.a. een blikkerbril met donker glas
en een baard met een snor boven regenjas.
We kijken voorop, jij bovendien opzij-
jij hebt de twee andere.

Ik lach, jij kijkt.
Zo'n foto is nooit weg, tenslotte
en wat is de moeilijkheid? Kleingeld,
ooghoogte, de keuze uit witte achtergrond
of donker gordijn.
Kijken of het lijkt.

 


Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

17-07-16

Martin R. Dean, Rainer Kirsch, Eelke de Jong, Alie Smeding, James Purdy, Roger Garaudy, Clara Viebig

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog en ook mijn blog van 17 juli 2010.

Uit: Verbeugung vor Spiegeln

„Im vorliegenden Buch unternehme ich Spaziergänge durch die Gärten des Fremden, die, wie wäre es anders zu erwarten, das Eigene zum Vorschein bringen. Meine »Heimat« brauchte lange, um mir zum Gewohnten zu werden. Sie trug mir eine lebenslange Arbeit auf, nämlich das »Festland« zu verlassen, um in der Ferne mich des Eigenen zu bemächtigen Das Meer, das sich zwischen meiner Vaterinsel und dem Mutterland erstreckt, war lange der einzige Grund, von dem aus ich meine Selbsterkundung betreiben konnte. Ich musste mir Festland erschreiben. Schreibend mich meines Selbst vergewissern, indem ich es aufs Spiel setzte und mich in fiktiven Rollen weiter entwarf. In meinen Büchern gibt es keine Figur, die nicht die Sehnsucht in sich trüge nach dem, der ich, mangels fester Identitätszuschreibungen, auch gern gewesen wäre. Das andere Leben ist für den, der im Dazwischen lebt, eine stetige Versuchung. Schreiben bedeutete für mich also von Anfang an Selbsterhaltung wie Selbstverlust.
(…)

Meine früheste Erinnerung ist die ans Meer. Mein Kinderbett stand unter der Schwarzweißfotografie einer gischtenden Brandung, Wasser, dunkel an den schroffen Felsen von Toco in Trinidad aufschäumend. Kaum lag ich in den Kissen, toste es um meine Ohren. Aber mein Bett stand nicht in den Tropen, sondern in einem kleinen Aargauer Dorf. Und über mir wütete die Karibische See, die so wenig idyllisch ist, wie meine Kindheit war.
Mit meiner Mutter und dem ersten, dem leiblichen Vater – später auch mit dem zweiten – überquerte ich in einem Alter, in dem Sprechen noch kaum möglich war, auf dem Schiff mehrmals den Ozean. Am 25. November 1955, so ist der Passagierliste des englischen Schiffes zu entnehmen, stach ich mit meiner Mutter und meinem Vater Ralph von Liverpool aus in See Richtung Trinidad. Ich war damals etwas über vier Monate alt, und das Meer muss eine verschlingende Urgewalt gewesen sein. Das Tosen mein Urgeräusch, mit dem ich, unter der Fotografie liegend, Abend für Abend einschlief. Das Meeresrauschen war unheimlich und gab mir ein Gefühl der Unbehaustheit. Ich gehörte weder dahin noch dorthin, ich war im Dazwischen zuhause, das mich Nacht für Nacht zu verschlingen drohte.“

 

 
Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

Lees meer...

Bruno Jasieńsk, Mattie Stepanek, Jakob Christoph Heer, Shmuel Yosef Agnon, Christina Stead, Michio Takeyama, Lilian Loke

 

De Poolse futuristische schrijver Bruno Jasieński (eig. Wiktor Zysman) werd geboren op 17 juli 1901 in Klimontov.Zie ook alle tags voor Bruno Jasieński op dit blog.

Uit:I Burn Paris (Vertaald door Soren A. Gauger & Marcin Piekoszewski)

“The following day was the 14th of July.
Paris's intrepid shopkeepers, those who had stormed the Bastille to erect in its place an ugly hollow column "with a view of the city," twelve bistros, and three brothels for average citizens and one for homosexuals, were throwing a party in their own honor, as they did every year, with a traditional, republican dance.
Decorated from head to toe in sashes of tricolor bows, Paris looked like an aging actress dressed up like a country bumpkin to star in some folksy piece of trash at the church fair.
The squares, illuminated with tens of thousands of paper lanterns and light bulbs, slowly filled with the strolling crowd.
With the coming of dusk an unseen switch was flicked, and the gaudy footlights of the streets exploded in a gala show.
On platforms cobbled together from planks, drowsy, grotesque musicians — rightly assuming that a holiday meant a day of communal rest — blew a few bars of a fashionable dance tune out of their strangely warped trumpets every half-hour or so, and then rested long and extravagantly.
The gathering crowd, stuffed into the cramped gullies of the streets, thrashed impatiently like fish about to spawn.
Dancing broke out in places. With no space to dance in, the entwined bodies were reduced to a sequence of ritual gestures, soon thereafter performed in the solitude of the only truly democratic institutions, the nearby hotels, which were not observing this holiday of universal equality.
Over it all rose the smell of sweat, wine, and face powder, the ineffable, translucent summertime fog exuded by the surging rivers of crowds.
The smoldering houses endlessly perspired dozens of new residents. The temperature rose with each passing minute. In the scorching frying pans of the squares the crowd started to bubble like boiling water around the improvised lemonade and menthe glacée booths. Chilled glasses filled with the greenish and white liquids were snatched from one hand by another.”

 

 
Bruno Jasieński (17 juli 1901 – 17 september 1938)
Getekend door Stanisław Witkiewicz, 1921 

Lees meer...

16-07-16

Reinaldo Arenas, Georges Rodenbach, Tony Kushner, Anita Brookner, Jörg Fauser

 

De Cubaanse dichter en schrijver Reinaldo Arenas werd geboren op 16 juli 1943 in Holguin. Zie ook alle tags voor Reinaldo Arenas op dit blog.

Uit: The Color of Summer (Vertaald door Andrew Hurley)

Fifo: (enraged)
    What's that old faggot that I'm going to screw tonight muttering?
Virgilio Piñera: (desperately raising his voice to a shout, and changing his tune)
Don't go, Avellaneda—take my advice.
You're better off here by far.
If you go North you'll pay the price:
here, at least you're a star.
I beg you—reconsider, dear;
the Island's awfully nice.
Turn back now—there'll be no harm to you;
These dwarves will open their arms to you.
(To himself)
God, how could I write such awful lines!
I can't believe they're really mine!
But if I don't try as hard as I can
to lure Avellaneda back again
I'll never see tomorrow.
But hold on!
—Didn't Fifo put out a contract on yours truly?
That's what I was told, so surely
I'm damned if I do and damned if I don't!
And then when I'm dead and they've buried me,
that horrid Olga Andreu will pray for me
and Arrufat will grab my dictionary
and who knows what they'll say about me—
but screw 'em all—
I'll be vindicated by History, they'll see!
    Virgilio halfheartedly throws a little-betty kestrel egg, but as luck would have it, it hits Avellaneda right in the eye. Avellaneda, enraged, turns like the basilisk whose glance is fatal and picks up the anchor out of the bottom of her boat and throws it at the crowd on the Malecón, killing a midget—some say a hundred-headed one.
Fifo: (more enraged yet)“

 

 
Reinaldo Arenas (16 juli 1943 – 7 december 1990)
 

Bewaren

Lees meer...

Dag Solstad, Bernard Dimey, Andrea Wolfmayr, Pierre Benoit, Franz Nabl

 

De Noorsde schrijver Dag Solstad werd geboren op 16 juli 1941 in Sandefjord. Zie ook alle tags voor Dag Solstad op dit blog.

Uit: Armand V. (Vertaald door Ina Kronenberger)

„Von dort nahm er einen frühen Flieger zu einer mitteleuropäischen Stadt, wo er sich alsbald jenem Auftrag widmete, der das Ziel dieser Auslandsreise war. Wochenlang reiste er quer durch Europa, per Zug oder Flieger, bis er schließlich in eine der definitiv größten europäischen Metropolen kam, den letzten Aufenthalt seiner langen Auslandsreise, wo er für fünf Tage ein Hotelzimmer gebucht hatte. Allerdings verließ er die Metropole am nächsten Vormittag bereits wieder, weil ein Termin, den er für diesen Tag vereinbarthatte, abgesagt worden war, und da er im Übrigen anfing, an einem für ihn überraschenden, jedoch akuten Gefühl von Überdruss zu leiden darüber, dass er sich auf dieser Auslandsreise befand,
nicht zuletzt in dieser Metropole, in der er sich früher so gern aufgehalten hatte und der er erwartungsvoll entgegengeblickt hatte, die er mit eigenen Augen sehen wollte, durch deren so verlockende Straßen er unbedingt laufen wollte, beschloss er, sobald die Terminabsage Fakt war und er den Telefonhörer aufgelegt hatte, seine Koffer zu packen, den Fahrstuhl hinunter zur Rezeption zu nehmen und die Rechnung seines Hotelaufenthalts zu begleichen, um sodann in ein Taxi zum Flughafen zu steigen, wo er am SAS-Schalter sein Flugticket auf den nächsten freien Platz in einem Flieger nach Oslo umbuchen ließ, denn der Auftrag, der ihn zu dieser Auslandsreise bewogen hatte, war dergestalt, dass er mit Tickets ausgestattet war, die derlei
Umbuchungen und Verschiebungen durchaus möglich machten. Er kehrte noch am selben Tag nach Hause zurück, am späten Nachmittag landete der Flieger in Gardermoen.“

 

 
Dag Solstad (Sandefjord, 16 juli 1941)

Lees meer...

15-07-16

Jean Christophe Grangé, Driss Chraïbi, Iris Murdoch, Richard Russo, Jacques Rivière, Walter Benjamin, Rira Abbasi

 

De Franse schrijver Jean Christophe Grangé werd geboren op 15 juli 1961 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean Christophe Grangé op dit blog.

Uit: Congo Requiem

« L’ÉROPORT DE LUBUMBASHI, Congo-Kinshasa.
A L’embarquement avait des allures de foire d’empoigne.
L’avion avait été peint à la va-vite. L’odeur de kérosène empoisonnait l’air. Au pied de l’appareil, une pagaille d’hommes noirs et de ballots blancs. Des cris. Des gesticulations. Des boubous. Des cartons. Devait-on voir dans cette lutte une simple tradition locale ? ()u un stupéfiant exemple de régression sociale
Depuis longtemps, Grégoire Morvan ne se posait plus la question. Il savait qu’on vendait en bout de piste des morceaux de viande humaine à déguster en famille. Que le pilote recevait son fëticherur dans le cockpit avant le décollage. Que la plupart des pièces de rechange avaient déjà été fourguées afin d’être adaptées sur des moteurs rafistolés. Quant aux passagers...
Morvan ne prendrait pas ce vol. Il était venu effectuer les dernières vérifications en vue de son propre départ le lendemain – un Antonov spécialement affrété pour l’occasion, entièrement financé de sa poche. Il avait arrosé les officiers des douanes, les agents de l’immigration, les responsables militaires, sans oublier les « protocoles », innombrables parasites rôdant dans l’aéroport et se nourrissant exclusivement de bakchichs. Il avait fourni les documents nécessaires : plan de vol, immatriculation, contrats d’assurance, brevets, autorisations... Tout était faux. Ça ne dérangeait personne : au Congo il n’y a pas de modèle, seulement des copies.
Avec son fils Erwan, ils avaient atterri à Lubumbashi deux jours plus tôt après un bref transfert à Kinshasa. Neuf heures de vol pour atteindre la capitale de la République démocratique du Congo, quatre de plus pour gagner celle du Katanga, la province la plus riche de la RDC, toujours menacée par la guerre. Rien à signaler.
Ils voyageaient ensemble mais pas pour les mêmes raisons.
Erwan voulait tisonner les cendres du passé. Remonter, dans le détail, l‘enquête que Morvan lui-méme avait menée quarante ans auparavant sur un tueur en série qui s‘attaquait aux filles blanches de Lontano, une ville minière du Nord-Katanga."

 

 
Jean Christophe Grangé (Parijs, 15 juli 1961)

Lees meer...

14-07-16

Irving Stone, Volker Kaminski, Natalia Ginzburg, Jacques de Lacretelle, Gavrila Derzjavin, Béatrix Beck, Arthur Laurents

 

De Amerikaanse schrijver Irving Stone werd geboren op 14 juli 1903 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Irving Stone op dit blog.

Uit: Uit: Lust for Life

“The fields that push up the corn, and the water that rushes down the ravine, the juice of the grape, and the life of a man as it flows past him, are all one and the same thing. The sole unity in life is the unity of rhythm. A rhythm to which we all dance; men, apples, ravines, ploughed fields, carts among the corn, houses, horses, and the sun. The stuff that is in you, Gauguin, will pound through a grape tomorrow, because you and the grape are one. When I paint a peasant labouring in the field, I want people to feel the peasant flowing down into the soil, just as the corn does, and the soil flowing up into the peasant. I want them to feel the sun pouring into the peasant, into the field, the corn, the plough, and the horses, just as they all pour back into the sun. When you begin to feel the universal rhythm in which everything on earth moves, you begin to understand life….”
(…)

“I don’t know myself,” he said. “I sit down with a white board before the spot that strikes me, and I say, ‘That white board must become something!’ I work for a long time, I come back home dissatisfied, I put it away in the closet. When I have rested a little I go to look at it with a kind of fear. I am still dissatisfied because I have too clearly in my mind the splendid original to be content with what I have made of it. But after all, I find in my work an echo of what struck me. I see that nature has told me something, has spoken to me, and that I have put it down in shorthand. In my shorthand there may be words that cannot be deciphered, there may be mistakes or gaps, but there is something in it of what the woods or beach or figure has told me. Do you understand?” “No.”

 

 
Irving Stone (14 juli 1903 – 26 augustus 1989)
Kirk Douglas als Vincent van Gogh in de film “Lust for Life” uit 1956

Lees meer...

13-07-16

Wole Soyinka, Rebecca Salentin, Isaak Babel, Scott Symons, Claire Beyer, Gustav Freytag, John Clare

 

De Nigeriaanse dichter, schrijver en voorvechter van democratie Akinwande Oluwole "Wole" Soyinka werd geboren op 13 juli 1934 in Abeokuta. Zie ook alle tags voor Wole Soyinka op dit blog.

Uit: Aké, Jahre der Kindheit (Vertaald door Inge Uffelmann)

„All das überwucherte, hügelige Gelände gehört zu Aké. Wir empfanden mehr als bloße Loyalität gegenüber dem Pfarrhaus, und daraus erwuchs – nicht ohne stillen Groll – die Frage, warum es Gott gefiel, von der profanen Höhe Itokos aus auf seine fromme Zweigstelle, das Pfarreigelände, hinabzuschauen. Denn dort, fast auf dem Gipfel des Berges, gab es auch den geheimnisvollen Pferdestall des Chiefs mit lebendigen Pferden. Dahinter scherte dann der schwindelerregende Pfad ab, führte von einem lärmerfüllten Markt zum nächsten und gab schließlich über Ibàràpa und Ita Aké den Blick frei bis hinein in die tiefsten Schlupfwinkel des Pfarreigrundstücks.
An diesigen Tagen wurde die steile Anhöhe von Itoko eins mit dem Himmel. Wenn Gott vielleicht auch nicht wirklich dort oben wohnte, so gab es doch kaum Zweifel, daß er zuerst auf diesen Gipfel herabstieg, ehe er mit gigantischem Schritt über die lärmenden Märkte setzte – die es wagten, am Sonntag Waren feilzubieten – und die Kirche von St. Peter betrat. Danach besuchte er das Pfarrhaus und nahm mit dem Kanonikus den Tee. Immerhin gab es den kleinen Trost, daß er, trotz der Versuchung, zu Pferde herabzukommen, niemals zuerst beim Chief einkehrte, denn der war als Heide bekannt. Nie sah man den Chief bei einem Gottesdienst, außer am Jahrestag der Krönung des Alake. Nein, Gott schritt zur Morgenandacht geradewegs auf St. Peter zu, verweilte kurz bei der Mittagsmesse, behielt sich seine feierlichste und exotischste Audienz aber für die Abendandacht vor, die zu seinen Ehren immer auf englisch abgehalten wurde. Dann tönte die Orgel dunkel, rauchig-sonor; zweifellos wollte sie mit diesem Timbre eines egúngún ihren normalen Klang Gottes eigener Grabesstimme angleichen, mit der er auf die ihm dargebotenen Gebete antwortete.
Nur das Haus des Kanonikus konnte dem allwöchentlichen Gast Herberge bieten. Schon allein, weil es das einzige mehrstöckige Gebäude im Pfarreigelände war, quadratisch und massig wie der Kanonikus selbst, durchlöchert von schwarzen, holzgerahmten Fenstern. BishopsCourt war auch ein mehrstöckiges Gebäude, aber es wohnten nur Schüler darin, und folglich war es kein Haus.“

 

 
Wole Soyinka (Abeokuta, 13 juli 1934)

Lees meer...

12-07-16

Kees ‘t Hart, Pablo Neruda, Stefan George, Driek van Wissen, Carla Bogaards, Bruno Schulz, Henry David Thoreau

 

De Nederlandse dichter en schrijver Kees 't Hart is op 12 juli 1944 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Kees ’t Hart op dit blog.

Uit: Teatro Olimpico

“Ruim twee jaar geleden, op 20 augustus, maakte ik na onze Rousseau-voorstelling in het Theater aan het Spui in Den Haag kennis met Jim Staborowsky. Hij stelde zich in het Engels een beetje lacherig voor als een Rousseau-kenner en vertelde dat hij contacten had met theatermakers in Italië. Zijn vriendin was ‘intendante’ van een belangrijk theater in Vicenza, het Teatro Olimpico. Hij vond onze voorstelling interessant en ontroerend, de slotscène indrukwekkend en de mise-en-scène origineel. Hij complimenteerde ons vooral met het beeld van Rousseau dat we gaven. Dat sloot volgens hem aan bij actuele theateropvattingen in Italië.
Ik bood hem een biertje aan.
We zouden meer van hem horen, zei hij, hij moest eerst zijn contacten raadplegen. Volgens hem was de connectie van Rousseau met Italië erg interessant, daar was nog weinig aandacht aan besteed. Hij zou later in het jaar contact met ons opnemen, het kon nog even duren. Ik had zijn voornaam niet goed verstaan, die was niet wat je noemt Italiaans, net zomin als zijn achternaam. Ik vroeg hem zijn volledige naam op een bierviltje te schrijven.
Zijn voornaam sprak hij uit als Dzjiem.
Veel later hoorde ik dat zijn moeder uit Vicenza kwam en zijn vader een nazaat was van oude Poolse landadel die al meer dan tweehonderd jaar in Italië woont. Hij vertelde me dat een van zijn voorvaders Casanova heeft gekend en in diens autobiografie voorkomt.
Misschien interesseert u zich niet erg voor dit soort details, maar ze zijn van belang om de context van onze wederwaardigheden in Italië te begrijpen. Bovendien verzocht u enkele weken geleden in uw brief om een ‘gedetailleerd verslag, zodat de beoordelingscommissie een gedegen beeld kan krijgen van de situatie’.
Ik wist dat Rousseau in Venetië als secretaris had gediend bij een Franse diplomaat. Dit was niet een van de gunstigste episodes uit zijn leven, om het maar voorzichtig te zeggen. Hij zet zichzelf in Bekentenissen neer als een soort spion in Franse dienst, maar u moet zich hier niet te veel van voorstellen. Rousseau had de neiging zijn leven mooier en interessanter voor te stellen dan het was. Waarschijnlijk was hij in werkelijkheid een loopjongen van de tweede secretaris en mocht hij weleens brieven rondbrengen. Zie over feit en fictie bij Rousseau onder andere de biografie van Leo Damrosch (2005). Rousseau liet zich snel meeslepen door zijn ongebreidelde fantasie. Secretaris! Spionage! Belangrijke berichten!“

 

 
Kees 't Hart (Den Haag, 12 juli 1944)

Lees meer...