23-08-11

Dolce far niente 2

 

Romenu had opnieuw even vrij vandaag. Morgen weer de gebruikelijke berichten en ook de schrijvers van de 23e augustus.

 

  

Raamgedicht


Ik heb de Zaan nog nooit bezongen
Die nauwelijks stromende rivier
Waar ik voor in zwom als jongen
Tussen de IJsberen en 't wier
Ik stak haar over met het pontje
Ik heb haar dikwijls overbrugd
Jarenlang hetzelfde rondje
Oostzij heen en Westzij terug

Ik heb boven op de brug staan pissen
Op een onderdoor varende boot
Ik heb er vaak in staan te vissen
En wat ik ving was vooral dood
Ik dagdroomde van verre landen
Als ik aan haar oevers zat
Ik zag haar water even branden
Toen het Zaansch Veem had vlamgevat

De Zaan mist de allure van de Loire
Ze smaakt meer naar azijn dan wijn
De Zaan mist van de Waal het ware
Het internationale van de Rijn
De Zaan mist de lengte van de Amazone
Ze droogt al op bij Krommenie

Hier op de plek van dit theater
Keek ik ooit uit over de Zaan
Zonder besef dat ik daar later
Nog eens op het toneel zou staan
Waar ik altijd terug zou komen
Ik zie de planken als een vlot
Waarop ik spelen kan en dromen
Als onechte zoon van Don Quichot

De Zaan mist het Vlaamse van de Schelde
Alsook het pittoreske van de Vecht
Zo saai als de Zaan is een rivier slechts zelden
Ze kabbelt en daar is alles mee gezegd
De Zaan mist het blauwe van de Donau
En toch bezing ik haar hier fier
Want ach wie neemt het als hij jong is zo nauw
O Zaan mijn jeugd is mijn lievelingsrivier

 

 

 

 

 

Freek de Jonge (Westernieland, 30 augustus 1944)

Molenpanorama aan de Zaan, Frans Mars (1903 - 1973)

 

 



Kinkerstraatjes lopen samen

 

Kinkerstraatjes lopen samen
meestal door de Kinkerstraat

en hun geblondeerde haren
zijn als de manen van een paard

Kinkerstraatjes hebben witte
tanden en ze blijven altijd jong

want ze hebben niets om handen
Kinkerstraatjes zijn niet dom

en hun dochter is hun alles
met hun moeder zijn ze rijk

meestal in de straat van Kinker
en soms op de Haarlemmerdijk

 

 

 



Guus Luijters
(Amsterdam, 3 november 1943)

Gezicht op de Westerkerk, Amsterdam, Jan van der Heyden (1637 – 1712)

 

 

 


Onbekommerd toont Amsterdam...


Onbekommerd toont Amsterdam
haar rotte gebit, haar aan aardgas
stervende bomen, haar onrein water
waarin de zon zich weerkaatst.
Uit ontelbare vervuilde neusgaten
blaast ze kwaadsappige dampen
over haar daken vol televisie-antennes
en duiven, waarboven de hemel
licht wordt en weer donker, sterren
balanceren een paar minuten op de spits
van een kerktoren, carillons
mengen hun valse stemmen in
de oorverdovende musique concrète
van auto's, ambulances, pneumatische
boren, sloophamers, hei-installaties
en overal kruipen mensen in en uit
de schulp van hun huis, hun krot,
hun dierbare, gehate puinhoop.

 

 

 



Hanny Michaelis
(19 december 1922 - 11 juni 2007)

Amsterdam, gezicht op de St. Nicolaaskerk, D.J. van Haaren (1878 – 1953)

22-08-11

Annie Proulx, Dorothy Parker, Willem Arondeus, Krijn Peter Hesselink

 

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007 en ook mijn blog van 22 augustus 2008 en ook mijn blog van 22 augustus 2009 en ook mijn blog van 22 augustus 2010.

 

Uit The Old Ace in The Hole

 

“Irrigated circles of winter wheat, dotted with stocker calves, grew on land as level as a runway. In other fields tractors lashed tails of dust. He noticed the habit of slower drivers to pull into the breakdown lane -- here called the "courtesy lane" -- and wave him on.

Ahead cities loomed, but as he came close the skyscrapers, mosques and spires metamorphosed into grain elevators, water towers and storage bins. The elevators were the tallest buildings on the plains, symmetrical, their thrusting shapes seeming to entrap kinetic energy. After a while Bob noticed their vertical rhythm, for they rose up regularly every five or ten miles in trackside towns. Most were concrete cylinders, some brick or tile, but at many sidings the old wood elevators, peeling and shabby, still stood, some surfaced with asbestos shingles, a few with rusted metal loosened by the wind. Rectilinear streets joined at ninety-degree angles. Every town had a motto: "The Town Where No One Wears a Frown"; "The Richest Land and the Finest People"; "10,000 Friendly People and One or Two Old Grumps." He passed the Kar-Vu Drive-In, a midtown plywood Jesus, dead cows by the side of the road, legs stiff as two-by-fours, waiting for the renderer's truck. There were nodding pump jacks and pivot irrigation rigs (one still decked out in Christmas lights) to the left and right, condensation tanks and complex assemblies of pipes and gauges, though such was the size of the landscape and their random placement that they seemed metal trinkets strewn by a vast and careless hand. Orange-and-yellow signs marked the existence of underground pipelines, for beneath the fields and pastures lay an invisible world of pipes, cables, boreholes, pumps and extraction devices, forming, with the surface fences and roads, a monstrous three-dimensional grid. This grid extended into the sky through contrails and invisible satellite transmissions. At the edge of fields he noticed brightly painted V-8 diesel engines (most converted to natural gas), pumping up water from the Ogallala aquifer below. And he passed scores of anonymous, low, grey buildings with enormous fans at their ends set back from the road and surrounded by chain-link fence. From the air these guarded hog farms resembled strange grand pianos with six or ten white keys, the trapezoid shape of the body the effluent lagoon in the rear”.

 

 

 

Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

Lees meer...

Jeroen Theunissen, Gustaf Fröding, Panait Istrati, Jean Regnault de Segrais, Wolfdietrich Schnurre, Irmtraud Morgner, Georges de Scudéry

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jeroen Theunissen werd geboren in Gent op 22 augustus 1977. Zie ook mijn blog van 1 juni 2009 en ook mijn blog van 1 juni 2010 en ook mijn blog van 22 augustus 2010.

 

 

Wij zouden gaan wonen in schoonheid

 

Wij zouden gaan wonen in schoonheid
van augustus, surfend op het net vonden
we de plek, spraken zacht, medelijden
zouden we met die anderen hebben.
Die dwazen, die maar werkten. En er
zou ook regen zijn maar vooral veel zon.
En we zouden weten welke maand
in augustusland past.
Zwerven zouden wij door wat ons langzaam
en dagelijks overstijgt, seizoenen,
de ochtend eten, drinken, jeugdig en rijp.
En ten slotte zouden we de boel
kort en klein slaan, we zouden spelend
na de vernieling terugkeren.

 

 

 

Jeroen Theunissen (Gent, 22 augustus 1977)

 

Lees meer...

21-08-11

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

 

Uit: Kameraad Scheermes

 

 

Toen ik eindelijk huilde, barstte er
onweer los boven de stad, het

is bijna te gemakkelijk, zo’n beeld,
maar het is gebeurd; veel was bijna

te gemakkelijk, maar gebeurde eveneens:
vrouwen, een soort liefde die ik voelde.

weggaan bij iemand, alle menselijkheid

vertrappen, snel en zonder al te veel
overwegingen, gedreven door iets dat valt

onder de psychiatrie, of onder de dierlijkheid.
Ik brak het manke been van mijn vader,

nam hem het lopen af, brak het zieke hart
van mijn moeder, nam haar het kloppen af,

en wilde toen plotseling leven en niet meer
hangen aan een gekromde boom langs het water.

 

 

 

Uit: Dagen in Budapest

 

 

Een kettingbrug tussen twee

rivieroevers; aan beide zijden

zonverlichte huizen.

Ik wandel met mijn vader,

maar midden op de brug moet hij

even stilstaan.

Zijn hartslag doet mij schrikken;

wij spreken niet van doodgaan

maar van een afgebroken kinderziekenhuis,

een etherslaap die langer dan het leven

duurde.

 

 

 

Winter

 

De vogels in de stad verkolen:

avondlicht daalt neer over

de tuinen waarin zij geluidloos

zullen overnachten.

 

Vroeger heb ik ook in tuinen willen

slapen, met mijn vader kijken

naar de sterren van een wintermaand.

 

In de stad opent de nacht als

een oude vrouwenmond; lantarens

geven amper licht, mijn vader zwijgt.

De tuinen van de stad vriezen opnieuw

dicht.

 

 

 


Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

Lees meer...

Aubrey Beardsley, Gennadi Ajgi, Lukas Holliger, Pete Smith, Frédéric Mitterrand, M. M. Kaye

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Aubrey Vincent Beardsley werd geboren op 21 augustus 1872, Brighton. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007 en ook mijn blog van 21 augustus 2008 en ook mijn blog van 21 augustus 2009 en ook mijn blog van 21 augustus 2010

 

 

The Ivory Piece

A fragment of verse

 

Carelessly coiffed, with sash half slipping down
Cravat mis-tied, and tassels left to stream,
I walked haphazard through the early town,
Teased with the memory of a charming dream.

 

I recollected a great room. The day,
Half dead, lit faintly on the walls the pale
And sudden eyes that showed the formal play
Of woven actors in some curious tale.

 

In fabulous gardens, where romantic trees
Perched on the branches birds without a name.

 

 

 

Aubrey Beardsley (21 augustus 1872 - 16 maart 1898)

 

Lees meer...

20-08-11

Etgar Keret

 

De Israëlische schrijver Etgar Keret werd geboren op 20 augustus 1967 in Ramat Gan. Hij is het derde kind van ouders die de Holocaust overleefden. Hij doceert aan de Ben-Gurion Universiteit van de Negev in Beer Sheva, en van Tel Aviv University. Keret's eerste gepubliceerde werk was “Tzinorot” uit 1992 (Eng: Pipelines). Zijn tweede boek “Ga'aguai le-Kissinger” (Eng: Missing Kissinger) verscheen in 1994.Keret is co-auteur van verschillende stripverhalen, waaronder “Lo Banu leihanot” (Eng: Nobody Said It Was Going to Be Fun) uit 1996 met Rutu Modan en “Simtaot Hazaam” (Eng: Streets of Fury uit 1997 met Asaf Hanuka. In 1999 werden vijf van zijn verhalen in het Engels vertaald en bewerkt tot"grafic novellas" onder de verzameltitel “Jetlag”. In 1998 publiceerde Keret “Hakaytana Shel Kneller (Eng: Kneller's Happy Campers), een verzameling van korte verhalen. Het titelverhaal, het langste in de collectie, volgt een jonge man die zelfmoord pleegt en op zoek gaat naar liefde in het hiernamaals. Keret publiceerde een aantal van zijn werken op de website "Bima Hadashah", een website in de Hebreeuwse taal. Ook werkte hij voor de Israëlische televisie en film, waaronder drie seizoenen als schrijver voor de populaire sketch show The Cameri Quintet. Hij schreef ook het verhaal voor de 2001 tv-film Aball'e met Shmil Ben Ari. Etgar en zijn vrouw Shira regisseerden de film Jellyfish uit 2007, gebaseerd op een verhaal, geschreven door Shira.

 

Uit: Suddenly, a Knock at the Door (Vertaald door Miriam Shlesinger, Sondra Silverston en Nathan Englander)

 

"Tell me a story," the bearded man sitting on my living-room sofa commands. The situation, I must say, is anything but pleasant. I'm someone who writes stories, not someone who tells them. And even that isn't something I do on demand. The last time anyone asked me to tell him a story, it was my son. That was a year ago. I told him something about a fairy and a ferret--I don't even remember what exactly--and within two minutes he was fast asleep. But the situation is fundamentally different. Because my son doesn't have a beard, or a pistol. Because my son asked for the story nicely, and this man is simply trying to rob me of it.

I try to explain to the bearded man that if he puts his pistol away it will only work in his favor, in our favor. It's hard to think up a story with the barrel of a loaded pistol pointed at your head. But the guy insists. "In this country," he explains, "if you want something, you have to use force." He just got here from Sweden, and in Sweden it's completely different. Over there, if you want something, you ask politely, and most of the time you get it. But not in the stifling, muggy Middle East. All it takes is one week in this place to figure out how things work--or rather, how things don't work. The Palestiniansasked for a state, nicely. Did they get one? The hell they did. So they switched to blowing up kids on buses, and people started listening. The settlers wanted a dialogue. Did anyone pick up on it? No way. So they started getting physical, pouring hot oil on the border patrolmen, and suddenly they had an audience. In this country, might makes right, and it doesn't matter if it's about politics, or economics or a parking space. Brute force is the only language we understand.

Sweden, the place the bearded guy made aliya from, is progressive, and is way up there in quite a few areas. Sweden isn't just ABBA or IKEA or the Nobel Prize. Sweden is a world unto itself, and whatever they have, they got by peaceful means. In Sweden, if he'd gone to the Ace of Base soloist, knocked on her door, and asked her to sing for him, she'd have invited him in and made him a cup of tea. Then she'd have pulled out her acoustic guitar from under the bed and played for him. All this with a smile! But here? I mean, if he hadn't been flashing a pistol I'd have thrown him out right away.“

 

 

Etgar Keret (Ramat Gan, 20 augustus 1967)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: etgar keret, romenu |  Facebook |

Arno Surminski, Ernst-Jügen Dreyer, Maren Winter, Edgar Guest

 

De Duitse schrijver Arno Surminski werd geboren op 20 augustus 1934 in Jäglack in Oostpruisen. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008. en ook mijn blog van 20 augustus 2009 en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

 

Uit: Irina oder die Uhr

 

“Kennen Sie Leningrad? Nicht das zerschossene, belagerte, ausgehungerte Leningrad, in dem die Kinder von Ratten und Mäusen lebten. Ich meine das heitere Leningrad mit dem geschäftigen Newski-Prospekt1 und den geheilten Wunden. Die Endstation gemütlicher Bummelfahrten über die Ostsee. Sonnenuntergänge über der Newa 2.

Da fuhr im heißen Sommer 75 ein Reisebus durch die nordische Stadt, erträglich klimatisiert, grünlich mattierte Fensterscheiben. Zwanzig, vielleicht auch fünfundzwanzig Menschen, die nur mit Mühe ihren westlichen Wohlstand verbergen konnten, fuhren aus, um einen Schauer Oktoberrevolution über ihren Rücken zu jagen.

Neben dem Fahrer stand Irina, Studentin der Architektur. In ihrer Freizeit führte sie Leningrad vor. Ein Mädchen von natürlicher Frische. Ein Kranz blonder Haare, nicht schön, aber auch nicht hässlich. Irina war stolz auf ihre Stadt und die Heldengeschichte Leningrads. Solche Menschen braucht man zum Vorführen. 

>Drüben liegt der Kreuzer Aurora, seine Kanonen gaben 1917 das Signal zur Revolution.< Irina sprach in eckigem Schuldeutsch und gab ihre private Erläuterung des schönen Namens: >Aurora hieß die römische Göttin der Morgenröte.

Und das, was Sie hier sehen, war die Morgenröte der großen Weltrevolution.<

Na also.

Die Reisenden blickten in das träge fließende Wasser der Newa, in dem die Morgenröte für alle Ewigkeiten vor Anker gegangen war.

Nur die Frau in der zweiten Reihe nicht. Sie war weder vom Sturm auf das Winterpalais des Zaren noch von der Kanonade des Kreuzers Aurora zu beeindrucken. Sie starrte Irina an, als wäre sie eine alte Bekannte, deren Name in Vergessenheit geraten ist, die man sicher zu kennen glaubt, aber doch nicht erkennen kann.

>Vor dem Besuch der Eremitage4 machen wir einen Abstecher zum Ehrenfriedhof für die Opfer der Belagerung<, sprach Irina über die Köpfe hinweg. >Da haben wir Zeit für eine Gedenkminute.< Oh, Gedenkminuten sind immer gut. Die Frau in der zweiten Reihe nahm das Wort auf, begann zu denken, dachte immer weiter zurück ... von wegen Gedenkminuten, das wurden Jahre und Jahrzehnte.

>Für den Skythenschatz haben wir nur eine Viertelstunde.<

Das war Irina, die ihnen den Weg wies, die ihre Gruppe zusammenhielt, die alles wusste ... “

 

 


Arno Surminski (Jäglack, 20 augustus 1934)

Lees meer...

Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Sylvie Richterova, Salvatore Quasimodo, Boleslaw Prus, Menno Lievers, Vasili Aksjonov, Jacqueline Susann

 

De Belgische schrijver Charles de Coster werd geboren in München op 20 augustus 1827.  Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008 en ook mijn blog van 20 augustus 2009 en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

 

Uit: De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

 

“- Daar, sprak Klaas, neem eerst die zeven duiten voor uwe moeite en heb geen vrees.

Als de twee vrouwen Lamme zagen, liepen zij naar hem toe, en beiden wilden hem slaan, de moeder omdat hij haar onrust aangedaan had en de zuster uit gewoonte.

Lamme verschool zich achter Klaas en riep:

- Ik heb zeven duiten verdiend, ik heb zeven duiten verdiend, slaat me niet.

Doch de moeder kuste en zoende hem reeds, terwijl het meisje Lamme's handen wilde openwringen, om hem zijn geld af te nemen. Maar Lamme schreeuwde:

- 't Is 't mijne, ge zult het niet hebben... 't Is 't mijne!

En hij balde de vuisten.

Doch Klaas trok de kleine meid geducht bij de ooren en sprak:

- Als het U nog voorvalt leed te doen aan uw broer, die goed en zacht is als een lammeken, steek ik U in een donker koolkot, en daar zal ik U niet meer bij de ooren trekken, maar de roode duivel uit de hel; hij zal U aan stukken trekken met zijne groote klauwen en zijne tanden, die op vorken gelijken.

Op die woorden dorst de meid Klaas niet meer bezien, of haren broeder niet meer naderen; zij ging zich achter de rokken harer moeder verbergen. Doch, als zij in de stad kwam, ging zij overal huilen:

- De kooldrager heeft mij geslagen; hij heeft een duivel in zijnen kelder.

Nochtans dorst zij Lamme niet meer slaan; doch als zij groot was, deed zij hem haar werk doen. En de goede sul gehoorzaamde gewillig.

Onderweg had Klaas zijne vangst verkocht aan een pachter, die een lekkerbek was. Als hij weer t'huis kwam, zegde hij tot Soetkin:

- Zie, dat heb ik gevonden in den buik van vier snoeken, van negen karpers en in eene volle ben paling.”

 

 


Charles de Coster (20 augustus 1827 - 7 mei 1879)

Uilenspiegel, beeldje in Alverna (Wijchen, Gld)

Lees meer...

19-08-11

Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmannwerd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Louis Th. Lehmann op dit blog.

 

 

Bij het bericht dat er weer een uit is

 

In een onderaards gewelf

in de tuin van Vestdijk zelf,

waar geen Doornaar hen kan zoeken,

zitten, schrijvend Vestdijks boeken,

negenhonderd negerslaven

(allen met bijzondere gaven).

En als Vestdijk soms eens niet

(wat sporadisch slechts geschiedt)

zelf ook nijver zit te schrijven,

loopt hij langs de noeste lijven,

in zijn listge ijzren greep

kwispelt stil de denkerszweep.

 

 

 

Ode aan de Middellandse Zee

 

Varend op de zee der zeeën

met dolfijnen om de boeg,

 

Aan mijn linkerhand Saguntum

en Carthago ergens rechts,

 

zie'k Majorca, paars en roze.

 

Hier alleen zijn wel de golven

glazen huizen voor de vissen,

 

en de mensen staan in boten,

boten klein als vruchtenschillen,

 

treffen vissen thuis en zaaien

's nachts de vonken op de zee.

 

 

 


Louis Th. Lehmann (Rotterdam, 19 augustus 1920)

Lees meer...

Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden, Samuel Richardson, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

De Iers-Amerikaanse schrijver Frank McCourt werd geboren op 19 augustus 1930 in New York. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frank McCourt op dit blog.

 

Uit: Angela's Ashes

 

She spat twice on my head.
Grandma, will you please stop spitting on my head.
If you have anything to say, shut up. A little spit won't kill you. Come on, we'll be late for the Mass.
We ran to the church. My mother panted along behind with Michael in her arms. We arrived at the church just in time to see the last of the boys leaving the altar rail where the priest stood with the chalice and the host, glaring at me. Then he placed on my tongue the wafer, the body and blood of Jesus. At last, at last.
It's on my tongue. I draw it back.
It stuck.
I had God glued to the roof of my mouth. I could hear the master's voice, Don't let that host touch your teeth for if you bite God in two you'll roast in hell for eternity. I tried to get God down with my tongue but the priest hissed at me, Stop that clucking and get back to your seat. God was good. He melted and I swallowed Him and now, at last, I was a member of the True Church, an official sinner.
When the Mass ended there they were at the door of the church, my mother with Michael in her arms, my grandmother. They each hugged me to their bosoms. They each told me it was the happiest day of my life. They each cried all over my head and after my grandmother's contribution that morning my head was a swamp.
Mam, can I go now and make The Collection?
She said, After you have a little breakfast.
No, said Grandma. You're not making no collection till you have a proper First Communion breakfast at my house. Come on.
We followed her. She banged pots and rattled pans and complained that the whole world expected her to be at their beck and call. I ate the egg, I ate the sausage, and when I reached for more sugar for my tea she slapped my hand away”.

 

 

 

Frank McCourt (19 augustus 1930 – 19 juli 2009)

Lees meer...

18-08-11

Marc Degens, Ulrich Woelk, Jami

 

De Duitse schrijver Marc Degens werd geboren op 18 augustus 1971 in Essen. Zie ook mijn blog van 18 augustus 2007 en ook mijn blog van 18 augustus 2008 en ook mijn blog van 18 augustus 2009 en ook mijn blog van 18 augustus 2010.

 

Uit: Hier keine Kunst

 

“Sogleich nahmen die beiden anderen Mädchen wieder ihre Plätze ein. Sie hoben das Seil auf, griffen die Enden und ließen es im hohen Bogen um das Mädchen kreisen. Freudig und aufgeregt fielen sie in den Gesang mit ein:

 

Teddybär, Teddybär
mach dich krumm
Teddybär, Teddybär
hüpf auf einem Bein
Teddybär, Teddybär
das muß sein

 

Reizend. Kurz überlegte ich, das Trio zu bitten, mich auf meinem Gang zu begleiten. Wir würden uns an die Hände fassen, einen christlichen Kanon anstimmen und tanzend in die Fußgängerzone einfallen ... Doch nein, schließlich hatte ich eine Aufgabe und ein Ziel vor Augen: Ich wollte Lottokönig werden! Ich hatte schon fast die Lottoannahmestelle am Marktplatz erreicht, als durch die Glastür von Erikas Friseursalon Latte hinausstolziert kam und mir direkt in die Arme lief.
– Hey, Alter. Was für ein Zufall. Hab mir grad die Spitzen schneiden lassen. Wie gefällt es dir?
– Sieht gut aus, echt. Und sonst? Alles paletti?
– Klar, Mann. Hab gestern acht Stunden am Stück gefickt. Du rätst nicht wen.
– Ich will es auch gar nicht wissen.
– Alter, du bist so verklemmt, das ist dein Problem. Ey, was rauchst du denn da für ne Priemel?
– Hat mir der alte Höttges geschenkt. Zum Geburtstag. Ich bin heute dreiunddreißig geworden.
– Im Ernst? Siehst älter aus. Komm, ich lad dich auf nen Kaffee ein. In mein neues Stammcafé. Hier lang.
– Wo willst du denn hin?
– Na, in die Wullie.
Tatsächlich lotste mich Latte geradewegs in die Woolworth. Vor dem Geschäft verabschiedete ich mich von meiner Zigarre, dann betraten wir die heiligen Hallen. Mit der Rolltreppe fuhren wir in die erste Etage, hier waren die Haushaltswaren- und Bekleidungsabteilung angesiedelt. Noch nie zuvor hatte ich einen Fuß in dieses Stockwerk gesetzt. Latte steuerte in die Ecke mit den Umkleidekabinen. Ta ta, da stand er! Erhaben und unerschütterlich. Ein dunkelbrauner, mannshoher Getränkeautomat für Selbstbediener. Genauso ein Leuchtturm bewacht auch die Kopiergeräte in der Stadtbibliothek.
– Alter, was darf es sein? Kaffee? Schokolade? Zitronentee? Mocca? Oder vielleicht eine Tomatensuppe?
– Einen Kaffee, bitte.
– Mit Milch? Zucker? Extra viel Milch?
– Einfach nur schwarz.
– Krass, Alter. Ach, hast du vielleicht ein bißchen Kleingeld? Der hier nimmt keine Scheine.
– Sicher.”

 

 

 


Marc Degens (Essen,  18 augustus 1971)

Lees meer...

19:22 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marc degens, ulrich woelk, jami, romenu |  Facebook |

Susanne Fischer, Luciano de Crescenzo, A Brian Aldiss, lain Robbe-Grillet, Hugo Bettauer, Václav Bolemír Nebeský

 

De Duitse schrijfster Susanne Fischer werd geboren op 18 augustus 1960 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2007 en ook mijn blog van 16 augustus 2008en ook mijn blog van 18 augustus 2009 en ook mijn blog van 18 augustus 2010.

Uit: Die Platzanweiserin

Max und ich gingen schon seit einem Jahr in Häuser in der ganzen Stadt. Häuser, die verkauft werden sollten. Wer etwas losschlagen will, läßt jeden herein, auch eine durchschnittliche Frau mit einem fünfjährigen Kind. Es hätte ja sein können, daß der Herr Gemahl, wie sich die Makler meistens ausdrückten, teurer gekleidet war, das konnte man den Frauen schon lange nicht mehr ansehen. Dabei war ich gar nicht verheiratet, und das Kind gehörte auch nicht mir, sondern meiner Nachbarin.
Häuser mag ich wirklich sehr gern, und als ich selbst noch bei einem Makler gearbeitet hatte, mußte ich mir manchmal Häuser ansehen, wenn er es für richtig hielt, mit einer Assistentin aufzutreten, um einen professionellen Eindruck zu hinterlassen, wie er es nannte. Ich glaube nicht, daß ich irgend etwas hinterließ. Doch so sah ich große und teure Häuser, Häuser von alten Menschen, die gerade gestorben oder ins Altersheim gejagt worden waren. Traurige Häuser, das sage ich jetzt nicht nur so, weil es paßt, sondern weil es stimmt. Man könnte sich die Häuser schließlich auch glücklich denken; endlich werden sie den säuerlichen Geruch der Alten los, ihre faden Gewohnheiten, ihre trockene Haut, die sich an den Mauern reibt und schuppt seit hundert Jahren. ) jedenfalls erleichtert könnte so ein Haus schon mal wirken, aber das ist es nicht. Es ächzt unter fünf Schichten Tapete und Makulatur, unter den vielen Lackhäutchen und den toten Schritten. Es ist nicht erleichtert. Es muß sich erst einmal erholen.
Natürlich verkaufen auch junge Leute ihre Häuser, das ist wahr. Das heißt aber noch lange nicht, daß diese Häuser glücklich sind.
"Vor dem Krieg hat man ja noch ganz anders gebaut", die Witwe riß mich aus meinen Gedanken, indem sie mit der Faust gegen die Wände klopfte auf eine alberne Art, die gar nichts bewies. "Hagen" stand an der Tür, ein handgetöpfertes Schild, auf dem sich die weißen Buchstaben wie blasse Erdwürmer kringelten. Als sie mit der Hand gegen die Wand schlug, hörte ich sofort die Flicken aus Gips, all die hineingebohrten und halbherzig wieder verstopften Löcher, die ausgerissenen Putzbrocken von schiefen Bildernägeln und kleinen Nippeskostbarkeiten, die über das Linoleum gepoltert waren. Elektrische Leitungen waren verschmort und ungeschickt ersetzt worden, Leckagen abgedichtet, geplatzte Heizungsrohre nur unvollkommen wieder geflickt und zugespachtelt, ach, man hätte das ganze Haus abreißen sollen, aber, wer weiß, ein Reihenhaus, das letzte in der Reihe, da fallen die anderen, die mit dran hängen, um wie die Dominosteine. Eine ganze Stadt könnte man so vielleicht aufribbeln, wenn man es richtig anfängt und sich gut konzentriert dabei. Wahrscheinlich hatte die Witwe recht, das Haus war vor dem Krieg gebaut worden, aber die Mauern waren innen um und umgefügt, hier ein Durchbruch, dort etwas dicht gemauert, eine praktische Durchreiche hineingestemmt, zwanzig Jahre später aus der Mode, wieder armselig zugeklebt.

 

 



Susanne Fischer  (Hamburg, 18 augustus 1960)

Lees meer...

Jonathan Franzen, V. S. Naipaul, Herta Müller, Oliver St. John Gogarty

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Jonathan Franzen werd geboren op 17 augustus 1959 in Western Springs, Illinois. Zie ook mijn blog van 17 augustus 2007 en ook mijn blog van 17 augustus 2008 en ook mijn blog van 17 augustus 2009 en ook mijn blog van 17 augustus 2010.

 

Uit: The Corrections 

 

“Ringing throughout the house was an alarm bell that no one but Alfred and Enid could hear directly. It was the alarm bell of anxiety. It was like one of those big cast-iron dishes with an electric clapper that send schoolchildren into the street in fire drills. By now it had been ringing for so many hours that the Lamberts no longer heard the message of "bell ringing" but, as with any sound that continues for so long that you have the leisure to learn its component sounds (as with any word you stare at until it resolves itself into a string of dead letters), instead heard a clapper rapidly striking a metallic resonator, not a pure tone but a granular sequence of percussions with a keening overlay of overtones; ringing for so many days that it simply blended into the background except at certain early-morning hours when one or the other of them awoke in a sweat and realized that a bell had been ringing in their heads for so long as they could remember; ringing for so many months that the sound had given way to a kind of metasound whose rise and fall was not the beating of compression waves but the much, much slower waxing and waning of their consciousness of the sound. Which consciousness was particularly acute when the weather itself was in an anxious mood. Then Enid and Alfred -- she on her knees in the dining room opening drawers, he in the basement surveying the disastrous Ping-Pong table -- each felt near to exploding with anxiety.”

 

 

 


Jonathan Franzen (Western Springs, 17 augustus 1959)

Lees meer...

Ted Hughes, Theodor Däubler, Fredrika Bremer, Tsegaye Gabre-Medhin, Roger Peyrefitte, Nicola Kraus, Robert Sabatier, Anton Delvig, Jozef Wittlin

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Ted Hughes werd geboren op 17 augustus 1930 in Mytholmroyd, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 17 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Ted Hughes op dit blog.

 

 

The Harvest Moon

 

The flame-red moon, the harvest moon,
Rolls along the hills, gently bouncing,
A vast balloon,
Till it takes off, and sinks upward
To lie on the bottom of the sky, like a gold doubloon.
The harvest moon has come,
Booming softly through heaven, like a bassoon.
And the earth replies all night, like a deep drum.

So people can't sleep,
So they go out where elms and oak trees keep
A kneeling vigil, in a religious hush.
The harvest moon has come!

And all the moonlit cows and all the sheep
Stare up at her petrified, while she swells
Filling heaven, as if red hot, and sailing
Closer and closer like the end of the world.

Till the gold fields of stiff wheat
Cry `We are ripe, reap us!' and the rivers
Sweat from the melting hills.

 

 

 

Work and Play

 

The swallow of summer, she toils all the summer,
A blue-dark knot of glittering voltage,
A whiplash swimmer, a fish of the air.
But the serpent of cars that crawls through the dust
In shimmering exhaust
Searching to slake
Its fever in ocean
Will play and be idle or else it will bust.

The swallow of summer, the barbed harpoon,
She flings from the furnace, a rainbow of purples,
Dips her glow in the pond and is perfect.
But the serpent of cars that collapsed on the beach
Disgorges its organs
A scamper of colours
Which roll like tomatoes
Nude as tomatoes
With sand in their creases
To cringe in the sparkle of rollers and screech.

The swallow of summer, the seamstress of summer,
She scissors the blue into shapes and she sews it,
She draws a long thread and she knots it at the corners.
But the holiday people
Are laid out like wounded
Flat as in ovens
Roasting and basting
With faces of torment as space burns them blue
Their heads are transistors
Their teeth grit on sand grains
Their lost kids are squalling
While man-eating flies
Jab electric shock needles but what can they do?

They can climb in their cars with raw bodies, raw faces
And start up the serpent
And headache it homeward
A car full of squabbles
And sobbing and stickiness
With sand in their crannies
Inhaling petroleum
That pours from the foxgloves
While the evening swallow
The swallow of summer, cartwheeling through crimson,
Touches the honey-slow river and turning
Returns to the hand stretched from under the eaves -
A boomerang of rejoicing shadow.

 

 

 

 

Ted Hughes (17 augustus 1930 – 28 oktober 1998)

Lees meer...