14-11-11

Fondane Benjamin, Eric Malpass, Taha Hussein, Aleardo Aleardi, Adam Oehlenschläger, Herbert Zand, Jakob Schaffner

 

De Roemeens-Franse dichter, toneelschrijver, literair criticus, regisseur en vertaler Fondane Benjamin (eig. Benjamin Wechsler) werd geboren op 14 november 1898 in Iaşi. Zie ook mijn blog van 14 november 2010.

 

 

Préface en prose (Fragment)

 

C’est à vous que je parle, homme des antipodes,

Je parle d’homme à homme,

avec le peu en moi qui demeure de l’homme

avec le peu de voix qui me reste au gosier,

mon sang est sur les routes, puisse-t-il, puisse-t-il

ne pas crier vengeance !

L’hallali est donné, les bêtes sont traquées,

laissez-moi vous parler avec ces mêmes mots

que nous eûmes en partage –

il reste peu d’intelligibles !

 

Un jour viendra, c’est sûr, de la soif apaisée,

nous serons au-delà du souvenir, la mort

aura parachevé les travaux de la haine,

je serai un bouquet d’orties sous vos pieds,

- alors eh bien sachez que j’avais un visage

comme vous. Une bouche qui priait, comme vous.

 

Quand une poussière entrait, ou bien un songe,

dans l’oeil, cet oeil pleurait un peu de sel. Et quand

une épine mauvaise égratignait ma peau,

il y coulait un sang aussi rouge que le vôtre !

Certes, tout comme vous j’étais cruel, j’avais

soif de tendresse, de puissance, d’or, de plaisir, de

douleur.

Tout comme vous j’étais méchant et angoissé

solide dans la paix, ivre dans la victoire,

et titubant, hagard, à l’heure de l’échec !

 

Oui, j’ai été un homme comme les autres hommes,

nourri de pain, de rêve, de désespoir. Eh oui, j’ai

aimé, j’ai pleuré, j’ai haï, j’ai souffert,

j’ai acheté des fleurs et je n’ai pas toujours

payé mon terme. Le dimanche j’allais à la

campagne pêcher, sous l’oeil de Dieu, des poissons

irréels,

je me baignais dans la rivière

qui chantait dans les joncs et je mangeais des frites

le soir. Après, après, je rentrais me coucher

fatigué, le coeur las et plein de solitude,

le coeur plein de pitié pour moi,

plein de pitié pour l’homme,

cherchant, cherchant en vain sur un ventre de

femme cette paix impossible que nous avions

perdue naguère, dans un grand verger où fleurissait

au centre, l’arbre de la vie …

 

 



Fondane Benjamin (14 november 1898 - 2e of 03 oktober 1944)

Portret door Victor Brauner

Lees meer...

13-11-11

José Carlos Somoza, Peter Härtling, Inez van Dullemen, Timo Berger, Hadjar Benmiloud

 

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

 

Uit: The Athenian Murders (Vertaald door Sonia Soto)

 

"Your report, Physician?"

The doctor, Aschilos, took his time to answer, not even looking up at the captain. He disliked being addressed as "Physician," even more when the speaker seemed contemptuous of every man save himself. Aschilos might not be a soldier, but he came from an old aristocratic family and had had a most refined education: He was conversant with The Aphorisms, observed the Hippocratic oath, and had spent long periods on the island of Cos, studying the sacred art of the Asclepiads, disciples and heirs of Asclepius. He was not, therefore, someone a captain of the border guard could easily humiliate. And he already felt insulted: He had been awakened by soldiers in the dark hours of the early morning and called to examine, in the middle of the street, the corpse of the young man brought down on a litter from Mount Lycabettus. And he was no doubt expected to draw up some kind of report. But as everyone well knew, he, Aschilos, was a doctor of the living, not the dead, and he believed that this shameful task discredited his profession. He lifted his hands from the mangled body, trailing a mane of bloody humors. His slave hurriedly cleansed them with a cloth moistened with lustral water. He cleared his throat twice and said, "I believe he was attacked by a hungry pack of wolves. He's been bitten and mauled . . . The heart is missing. Torn out. The cavity of the hot fluids is partially empty."

The murmur, with its long mane, ran through the crowd.

"You heard him, Hemodorus," one man whispered to another. "Wolves."

"Something must be done," his companion replied. "We will discuss the matter at the Assembly."

"His mother has been informed the captain announced, the firmness of his voice extinguishing all comments. "I spared her the details; she knows only that her son is dead. And she is not to see the body until Daminus of Clazobion arrives. He is the only man left in the family, and he will determine what is to be done." Legs apart, fists resting on the skirt of his uniform, he had a powerful voice, accustomed to imposing obedience. He appeared to address his men, but also evidently enjoyed having the attention of the common people. "As for us, our work here is done!"

He turned to the crowd of civilians and added, "Citizens, return to your homes! There is nothing more to see! Sleep if you can . . . Part of the night remains!"

 

 

José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

Lees meer...

Nico Scheepmaker, Stanisław Barańczak, Humayun Ahmed, Dacia Maraini

 

De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmaker werd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook alle tags voor Nico Scheepmaker op dit blog.

 

 

Dommepraat

 

Ik lees nog wel zo lief een detective
als de memoires van Nadjezda Mandelstam.
Een mens wordt wel eens moe van het gedram
waarmee zo’n boek de mensheid wil gerieven.

En dat geldt idem dito voor de beelden
waarmee de televisie ons ontwricht.
Met uppercuts slaat zij de ogen dicht
van wie zich bij Mies Bouwman niet verveelden.

Natuurlijk is dit dommepraat. En rechts.
Ik ben het ook oneens met wat hier staat
zolang het om het een óf ander gaat.

Het werkelijke leven ken je slechts
als je behalve Mandelstams memoires
ook onderkent dat Pietje Keizer waar is.

 

 

 

Een blijvertje

 

Het feit dat ik in Holland ben geboren,
en bovendien precies in Amsterdam,
bewijst toch wel dat ik ben uitverkoren:
ik kreeg de hamvraag en ik won de ham.

Een ander wordt geboren in Vietnam
of raakt bij voorbaat in Algiers verloren,
maar ik, die zo terloops ter wereld kwam,
mag rustig tot de blijvertjes behoren.

En ook het tijdstip was perfect gekozen:
te jong voor crisis, oorlog en verzet.
Wat dat betreft zat ik dus ook op rozen,
want niemand gaf mij later een brevet
van onvermogen in het goede of boze.

Mijn leven is een aangenaam verpozen,
een ander krijgt de schillen en de dozen.

 

 

 

Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)

Lees meer...

William Gibson, Gérald Godin, Karl Jakob Hirsch, Robert Louis Stevenson, Esaias Tegnér

 

De Amerikaanse schrijver William Gibson werd geboren op 13 november 1914 in New York. Zie ook mijn blog van 13 november 2010.

 

Uit: A Cry Of Players

 

„Ned: "Listen to them. Today they guffawed at the death scene."
Will: "Oafs, yes, I agree with ..."
Heming: "Ned thinks we'd have a glorious stage if we'd only get rid of the damned audience."
Pope: "Wasn't the scene, Willie (Kemp) was ogling a wench in the front."
Ned: "Ogling a..."
Kemp (Willie): "I wasn't ogling a wench."
Ned: "What were you doing?"
Kemp (Willie): "Humoring the scene."
Ned (shocked): "Humoring a death scene? Willie ..."
Kemp (Willie): "Well, don't draw it out so."

(...)

 

Ned: "Why can't he watch?"
Kemp (chortling): "He can, he can! Watch, act, rule the realm, he'll talk his way into anything. Midnight?"
Will: "Midnight." (They are setting the time to go poaching for deer)
Ned: "It's exactly that, and the issue is are we to compromise it to entertain the vulgar, or..." Pope: "For God's sake, what's wrong with entertaining the folk? It's what we're for."
Ned: "It's not what I am for."
Kemp: "It's what he's against. Ned, there's your throne."
Ned: "No, we're either practitioners of an art going back to the ancients or a pack of clowning beggars, and I won't be bound to the level of a herd of dolts."



William Gibson (13 november 1914 - 25 november 2008)

 

Lees meer...

12-11-11

Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Michael Ende

 

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

 

 

Actuele stemming in weer een interbellum

Omdat de dingen zijn zoals ze zijn, zullen de dingen nooit blijven zoals ze zijn.
– Bertold Brecht –


in één van die slapeloze nachten
waar geen troostbeer aan hielp
met het verlangen naar een slee
zonder remmen in het ijsselmeer
en meer van zulks benauwde
als bootvluchtelingen aan de kust
van mijn overstromende brein

(toen jij voor het eerst langskwam
had je iemand nodig die er voor je
was die je vasthield wanneer je je
knokkels stuksloeg op de gesausde
muur het mes op je aders zette

jij liet me achter in de puinhopen
van een postrelationele depressie

wie won wie verloor
wie deed wat aan wie
wie kreeg wat wanneer en hoe
in het sobere licht van een doodlopende derde weg)

in fijn stof en het natriumoranje schijnsel van lichtmasten
op de ringweg voor mijn slaapkamerraam schilderde ik
hartstochtelijk op een spandoek de tekst eigenzinnig eerst

 

 

 

 

Maaskant

 

maria omschreef mij het uitzicht van hotel new york
drijvende dokken een kraan tilde hout als een baby omlaag
ze vroeg zich af wat ze moest doen om dichtbij hem te blijven

 

ik kende dat uitzicht wel dus ik vertelde
zag je dat verliefde stel dat is allang uit elkaar
zij wilde hem perse leuk vinden maar het werkte niet

 

verder vertelde ik haar het was reeds vijf in de morgen
zag je die bedrukte voorman die zolang heeft gezworven
hij wilde perse rijk worden maar hij werkte niet

 

waar wij nu zitten kijk hier bij de rivier
met zalm op het bord en wijn in het glas
volgens maria de mooiste plek langs de kade

 

de enige constante in deze transithaven
de richting van de maas naar de noordzee
een wapperende wimpel op de landkaart

 

altijd klotsend tegen de kant van het terras
de beukende hartslag van het nieuw rotterdam
een meisje kust haar vriend een voorman fluit

 

dit is de dag om even dichtbij me te blijven

 



Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

Lees meer...

Hans Werner Richter, Roland Barthes, Juana Inès de la Cruz, Oskar Panizza, Jacobus Bellamy

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Werner Richter op dit blog.

 

Uit: Mit vierzig Mark begannen wir eun neues Leben (In Der Spiegel n.a.v. 20 jaar D-Mark, 1968)

 

„Das Fest, auf dem ich mich in der Nacht der Währungsreform befand, hatte zwei Anlässe: den Abschluß einer internationalen Jugendwoche in München und die ab Mitternacht eintretende Geldumstellung. Man trank schlechten Alkohol und amüsierte sich in diesem Zwischenstadium, in dieser Nacht zwischen den Zeiten, leichtsinnig und ohne jeden Gedanken an das Morgen. Ab Mitternacht häuften sich die Reichsmarkscheine auf der Toilette, aufgespießt auf einen Haken, als Toilettenpapier. Es machte anscheinend jedermann Vergnügen, sich damit- Verzeihung -- den Arsch zu wischen.

Mit dem neuen Geld kamen wir uns am anderen Morgen noch armseliger vor als in den vergangenen Jahren. Zwar gefielen uns die Scheine, sie fühlten sich zuverlässig an und sahen wertbeständig aus, aber vierzig Mark und das für viele Wochen, Monate vielleicht? So gaben wir sie sofort aus.

Denn als wir zurück zu unserer Einzimmerwohnung gingen, erlebten wir die große Überraschung: Alle Geschäftsauslagen waren vollgestopft mit Waren, die wir seit Jahren nicht mehr gesehen hatten. Heinzelmännchen oder sonstige Wunderwesen mußten sie über Nacht herangeschafft haben. Niemand wußte, wo sie plötzlich herkamen. Jetzt packte uns eine Freß-, Sauf- und Kaufgier ohnegleichen. Morgen schon oder in einer Stunde konnte alles wieder ebenso geheimnisvoll verschwunden sein.

Wir kamen an einem Gemüsegeschäft vorbei, in dem es bis dahin kaum eine Schwarzwurzel gegeben hatte, aber jetzt lag alles vor der Tür: Radieschen, Spinat, Kohlrabi, Rotkohl, Wirsingkohl, Weißkohl, Kartoffeln, Rettich. Meine Frau konnte nicht widerstehen. Sie lief auf das Geschäft zu und begann hemmungslos zu kaufen. Sie kaufte -- und ich weiß es noch genau -- für 18,90 Mark. Es war viel zuviel Gemüse, aber sie konnte es nicht lassen, sie sagte immer wieder: "Morgen gibt es das doch nicht mehr."

 

 

Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)

 

Lees meer...

11-11-11

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Kurt Vonnegut, Nilgün Yerli

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

 

Call it love

 

Jetzt summen in den nackten Häusern die Körbe

auf und nieder

lodern die Lampen

betäubend

schlägt der April durchs gläserne Laub

springen den Frauen die Pelze im Park auf

ja über den Dächern preisen die Diebe den Abend

als hätte wie eine Taube aus weißem Batist

als hätte unvermutet und weiß und schimmernd

die Verschollene hinter den Bergen, den Formeln,

die Ausgewiesne auf den verwitterten Sternen,

ohne Gedächtnis verbannt

ohne Paß ohne Schuhe

sich niedergelassen auf ihre bittern

todmüden Jäger

Schön ist der Abend.

 

 

 

 

Das Nelkenfeld

 

Wie dein Gesicht, eine tausendblättrige Alba, so hell,

eine Schar sich öffnender Tage:

und ich, mich freuend an dem was unzählig ist, zähle,

bis es dunkel wird, den Duft dieser Wimpern,

wie sie die kurze Zeit bebend blühn in der Brise,

und rate ratlos, wohin

wird das Unglück die Schneisen zeichnen

für den Einflug der Fledermäuse,

die fallen herab ins zarte Feld

wie Neurosen des Himmels,

ins zarte Feld, das nichts verderben kann,

und nichts kann es retten,

das nichts und niemand erretten kann,

und niemand kann es verderben.

 

 

 

 

Obsession

 

Im Rauch, auf seinem Schleudersitz denkt der Pilot,

im Sturzflug, auch in seiner Zelle der Ausgehungerte,

auch der betäubte Greis in der Klinik, auch der Einsiedler

in der Wüste denkt, wie ich, wie der überflüssige,

der auf den Füßen geht über den trüben Boulevard

 

an Frauen, an dunkle Frauen, die blond sind, fieberhaft,

an ihren Geruch, an das Perlmutt der Fingernägel

auf dem blonden Haar der dunklen Frauen, die schlaflos

und matt an den heiligen Mann in der Klinik denken,

an den Stürzenden auf seinem Strohsack, in seinerWüste,

selbst an den überflüssigen denken sie flüchtig, der wirr

und süchtig auf demWeg zum Fluß mit sich selber spricht

und an nichts denken kann, nur an die Frauen,

die dunklen Frauen, die jetzt vielleicht an ihn denken,

wie er hungrig über die Brcke taumelt im Dunkeln.

 



Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

Lees meer...

Luigi Malerba, Christina Guirlande, Andreas Reimann, Noah Gordon, Louis de Bougainville

 

De Italiaanse schrijver Luigi Malerba werd geboren op 11 november 1927 in Berceto. Zie ook mijn blog van 12 november 2006 en ook mijn blog van 11 november 2008 en ook mijn blog van 11 november 2010

 

Uit: Het meisje in het grijs (Vertaald door Marc Vingerhoedt)

 

Ik ben het in het grijs geklede meisje dat elke vrijdagavond links op het televisiescherm te zien is in het reclamespotje voor ‘Multigust’-snoepgoed. Dat andere meisje, altijd rechts op het scherm, met kleurige kleren en strikjes in haar haar als een vogelverschrikker, ken ik niet, ik weet alleen dat ze in porno-

films gespeeld heeft, van die zogenaamde hard porno, en dat ze dat snoepgoedspotje gedaan heeft om reclame te maken voor zichzelf. Acteurs moeten te pas en te onpas hun gezicht laten zien, anders vergeet het publiek ze en is het afgelopen met hun carrière. De benen tellen ook mee, uiteraard, maar het gezicht is het belangrijkst. Als je het publiek alleen de benen van een heel beroemde actrice laat zien, is er niemand die ze herkent. Benen kunnen mooi of lelijk zijn, maar ze hebben geen persoonlijkheid.

Toen ze mij die reclame voor ‘Multigust’-snoepgoed aanboden, heb ik meteen enthousiast toegezegd, niet alleen omwille van het geld, maar omdat ik zes maanden lang eenmaal per week op televisie zou verschijnen, op een piekuur, vlak voor het nieuws. Miljoenen en miljoenen kijkers. Ik tekende een contract voor een maand werk en met het voorschot deed ik de eerste afbetaling voor een kleurentelevisie.

De avond dat mijn spotje voor het eerst werd uitgezonden, nodigde ik twee vriendinnen uit. Ik was nogal nerveus en terwijl we op de uitzending wachtten, at ik een zakje ‘Multigust’-snoepjes leeg.

Ze zijn lekker, al schijnen ze vol kleurstoffen te zitten. En nu komt het: mijn probleem. Toen ik mezelf daar op het scherm zag, verstarde ik. Niet alleen mijn kleren waren grijs, ik was helemaal grijs, ook mijn gezicht en ook mijn benen. Ik weet niet hoe ze het gedaan hebben en wat voor trucs ze allemaal gebruikt hebben, maar had ik het geweten, ik had de opdracht denkelijk nooit aanvaard, of ik had mij het dubbele laten betalen. Ik zou in ieder geval geen geld hebben uitgegeven aan een kleurentelevisie, mijn zwart-wit-toestel was meer dan goed genoeg. Ik denk dat ze tijdens de opnamen speciale lichteffecten of zoiets gebruikt hebben, maar het resultaat was ronduit afschuwelijk. In het spotje ben ik natuurlijk degene die geen ‘Multigust’-snoepjes eet, terwijl dat andere meisje, dat met die kleuren, aldoor zit te snoepen.“

 

 

Luigi Malerba (11 november 1927 – 8 mei 2008)

 

Lees meer...

10-11-11

Friedrich Schiller, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Jacob Cats

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

 

Uit: Der Verbrecher aus verlorener Ehre

 

„In der ganzen Geschichte des Menschen ist kein Kapitel unterrichtender für Herz und Geist als die Annalen seiner Verirrungen. Bei jedem großen Verbrechen war eine verhältnismäßig große Kraft in Bewegung. Wenn sich das geheime Spiel der Begehrungskraft bei dem matteren Licht gewöhnlicher Affekte versteckt, so wird es im Zustand gewaltsamer Leidenschaft desto hervorspringender, kolossalischer, lauter; der feinere Menschenforscher, welcher weiß, wie viel man auf die Mechanik der gewöhnlichen Willensfreiheit eigentlich rechnen darf und wie weit es erlaubt ist, analogisch zu schließen, wird manche Erfahrung aus diesem Gebiete in seine Seelenlehre herübertragen und für das sittliche Leben verarbeiten.

Es ist etwas so Einförmiges und doch wieder so Zusammengesetztes, das menschliche Herz. Eine und eben dieselbe Fertigkeit oder Begierde kann in tausenderlei Formen und Richtungen spielen, kann tausend widersprechende Phänomene bewirken, kann in tausend Charakteren anders gemischt erscheinen, und tausend ungleiche Charaktere und Handlungen können wieder aus einerlei Neigung gesponnen sein, wenn auch der Mensch, von welchem die Rede ist, nichts weniger denn eine solche Verwandtschaft ahndet. Stünde einmal, wie für die übrigen Reiche der Natur, auch für das Menschengeschlecht ein Linnäus auf, welcher nach Trieben und Neigungen klassifizierte, wie sehr würde man erstaunen, wenn man so manchen, dessen Laster in einer engen bürgerlichen Sphäre und in der schmalen Umzäunung der Gesetze jetzt ersticken muß, mit dem Ungeheuer Borgia in einer Ordnung beisammen fände.

Von dieser Seite betrachtet, läßt sich manches gegen die gewöhnliche Behandlung der Geschichte einwenden, und hier, vermute ich, liegt auch die Schwierigkeit, warum das Studium derselben für das bürgerliche Leben noch immer so fruchtlos geblieben. Zwischen der heftigen Gemütsbewegung des handelnden Menschen und der ruhigen Stimmung des Lesers, welchem diese Handlung vorgelegt wird, herrscht ein so widriger Kontrast, liegt ein so breiter Zwischenraum, daß es dem letztern schwer, ja unmöglich wird, einen Zusammenhang nur zu ahnden. Es bleibt eine Lücke zwischen dem historischen Subjekt und dem Leser, die alle Möglichkeit einer Vergleichung oder Anwendung abschneidet und statt jenes heilsamen Schreckens, der die stolze Gesundheit warnet, ein Kopfschütteln der Befremdung erweckt.“

 

 

 

Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)

Anton Graff werkte tussen 1786 en 1791 aan dit portret: „Er hatte kein Sitzfleisch,“ zei hij over Schiller.

Lees meer...

Aka Morchiladze, August De Winne, Oliver Goldsmith, Alejandro Zambra, Werner Söllner, Willem Penning, Pieter Frans van Kerckhoven

 

De Georgische schrijver Aka Morchiladze werd geboren op 10 november 1966 in Tbilisi. Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Santa Esperanza

 

„As I had saved a considerable sum of money long beforehand, and had a strong intention to visit the Isles once more, I decided to avoid the "human bondage" of getting the British visa, then going to London and suffering a lot more from getting the Johnish visa, and found a shorter and safer way: I planned an easier trip to Istanbul, where I would search for the Office of the third Supreme Commissioner.
The Commissioner hated Georgians… Or rather didn't very much approve of them (to put it mildly to sound more European). He might have had some serious reasons for his disapproval, but he didn't trouble much to reveal those to me. Strangely enough, he was a Georgian himself, but spoke exceptionally English.
In the course of our conversation, I inserted a couple of Georgian words into my speech, as I felt rather short of my English. But the man replied in English, saying he didn't understand my Georgian (he himself spoke the Johnish variety of the language). In the end, he ordered me to come back three hours later.
When I was back to his office, he kept inquiring, for good twenty minutes, about my occupation and the reasons for my need of a six-month visa. I did my best to make my answers sound impressive. The whole procedure felt like being at an exam, a rather stiff one. He made me answer numerous questions from the history of his own country. My answers must have sounded too ambiguous, for the only information I had about the past of the country had been obtained from a tiny brochure by a Mr. Nebieridze. I was quite certain though, that the Commissioner had already given me the visa, and even stamped it in my passport, but he hated to tell me about it.
In the end he somehow managed to give the passport to me, and advised me to go by sea. That was a really good piece of advice, for it proved to be much cheaper that way.
So, this is how I went to John's Isles for the second time and stayed there for half a year.
During the last two months of my stay, I had been living in a rented apartment in the coastal quarter.
February was already there, and I had to return home. The winters are generally very mild on those Isles, and one doesn't actually have to think about the frost at all. On the other hand, it's rather damp all around, especially for those who dwell near the sea, but it's always dry downtown. The sea is often stormy, and along the shore, twenty feet into the land, it seems to be drizzling non-stop. The sun is very rare in this season, but very welcome and very lovely. Such is the winter in Santa City.“

 

 

Aka Morchiladze (Tbilisi, 10 november 1966)

 

Lees meer...

In Memoriam F. Springer

 

In Memoriam F. Springer

 

De Nederlandse schrijver en oud-diplomaat F. Springer, pseudoniem van Carel Jan Schneider, is maandagavond op 79-jarige leeftijd in Den Haag overleden. Dat heeft uitgeverij Querido dinsdag bekend gemaakt.F. Springer debuteerde in 1962 met de verhalenbundel Bericht uit Hollandia. Daarna schreef hij onder meer de romans Bougainville (1981), Bandoeng-Bandung (1993) en Kandy (1998). In 1990 schreef hij het Boekenweekgeschenk Sterremeer. Voor zijn gehele oeuvre ontving Springer in 1995 de Constantijn Huygensprijs. Zie ook mijn blog van 15 januari 2011.

 

Uit: Bougainville

 

“Ze ging door. Haar stralende herinnering aan die vierentwintig uur in het Marriott Hotel veranderde na enige tijd in irritatie. De heer Vaulant was zijn streken dus nog niet kwijt. Waarom had zij kunnen denken dat wij op ons vijfenveertigste anders handelen dan wanneer we twintig zijn. Les jeux sont faits, nietwaar? Ze dacht, barst Tommie Vaulant, minnaars genoeg, bewonderaars bij het dozijn, jawel, niet lachen Bo (ik lachte niet), dus een hele drukke tijd, veel reizen, veel aanloop van buitenlandse relaties op het kantoor in Amsterdam, hij kon barsten, Tommie Vaulant. Dagen achtereen dacht ze geen seconde aan hem, arrogante big shot van de Verenigde Naties.

Maar die vierentwintig uur: als ze een enkele keer alleen thuis zat, omdat er werkelijk niets meer te verzinnen was aan werk, uitgaan, weg zijn, dan kwamen die vierentwintig uur glashelder terug, minuut na minuut. Er waren ogenblikken dat ze het zo allemaal had kunnen opschrijven. (O god, ook zij, dacht ik, en misschien zou zij haar opstel dan ook wel bij haar vriendje Bo inleveren.) Maar het zou er nooit van komen. September vorig jaar, vlak na een teleurstellende ervaring met een zogenaamd begripvolle minnaar had ze, eigenlijk toch nijdig op zich zelf, toegegeven aan haar verlangen en een brief naar New York geschreven, naar Mr Vaulant in het hoofdkwartier van de VN. Er kwam een briefje terug. De inhoud kende ze uit haar hoofd. ‘Dear Madam, I sincerely regret to inform you that Mr Thomas Vaulant met with a fatal accident while on a recent official mission in South East Asia. I herewith duly return your letter.’

Haar auto stond op de Gevers Deynootweg. Ik zoende haar wangen. Tak Tong Hie, bonsde het belachelijk in mijn hoofd. Tak Tong Hie.

‘Madeleen,’ zei ik, ‘wat ik nog...’

‘Je bent lief, Bo,’ zei ze, een vinger tegen mijn lippen leggend, ‘je bent altijd lief geweest en jij kunt er ook niets aan doen. Ik weet zeker dat je van onze reünie vanavond een heel mooi verhaal zult maken.’

Ze stapte in, startte de motor, draaide het raampje open. ‘Good luck, Bo,’ zei ze. Ik streelde haar nog even over haar haren. Ze gaf al gas voordat ik nog iets kon zeggen om haar tegen te houden.

‘Bougainville,’ had ik willen zeggen, ‘Bougainville, Bougainville.’

 

 

 

F. Springer (15 januari 1932 –7 november 2011)

 

 

11:50 Gepost door Romenu in In Memoriam, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, f. springer, romenu |  Facebook |

09-11-11

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Velemir Chlebnikov, Anne Sexton, Karin Kiwus

 

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

 

Uit: Faust (Vertaald door Dorothea Trottenberg)

 

“Von Pavel Aleksandrovič B… an
Semjon Nikolaevič V…
Landgut M., 6.Juni 1850
Vor drei Tagen bin ich hier angekommen, lieber Freund, und wie versprochen, greife ich zur Feder und schreibe Dir. Seit dem Morgen geht ein leichter Sprühregen nieder: Man kann nicht nach draußen; außerdem will ich mit Dir plaudern. Da bin ich nun wieder in meinem alten Nest, wo ich – ich getraue mich kaum, es zu sagen – neun ganze Jahre nicht gewesen bin. Was ist nicht alles geschehen in diesen neun Jahren! Wahrhaftig, wenn man so überlegt, ist es, als sei ich ein anderer Mensch geworden. Und tatsächlich, ich bin ein anderer: Erinnerst Du Dich noch an den kleinen, angelaufenen Spiegel meiner Urgroßmutter im Salon, den mit den seltsamen Schnörkeln in den Ecken– Du hast immer überlegt, was er wohl vor hundert Jahren gesehen haben mag – ; gleich nach meiner Ankunft stellte ich mich davor und war unwillkürlich betroffen. Plötzlich sah ich, wie alt ich geworden bin und wie ich mich in letzter Zeit verändert habe. Im übrigen bin nicht nur ich älter geworden. Mein Häuschen, schon lange baufällig, steht gerade eben noch, es ist krumm und schief und in den Boden eingesunken. Meine gute Vasiljevna, die Beschließerin (Du hast sie sicher nicht vergessen: Sie hat Dich immer mit so feiner Konfitüre bewirtet), ist ganz mager geworden und hat einen krummen Rücken bekommen; als sie mich sah, konnte sie nicht einmal rufen oder weinen, sondern sie ächzte und hustete nur, setzte sich erschöpft auf einen Stuhl und winkte ab. Der alte Terentij ist noch ganz munter, er hält sich gerade, wie früher, und stellt beim Gehen die Füße nach außen, die Beine noch immer in die gleichen gelblichen NankingHosen gekleidet, die Füße noch immer in den gleichen knarzenden Ziegenlederschuhen mit dem hohen Spann und den Schleifen, über die Du oftmals ganz gerührt warst… Aber mein Gott! Wie diese Hosen jetzt um seine mageren Beine schlottern! Wie weiß sein Haar geworden ist! Und sein Gesicht ist auf Faustgröße zusammengeschrumpft; aber als er anfing, mit mir zu sprechen, als er anfing, im Nachbarzimmer Anweisungen und Befehle zugeben, da mußte ich über ihn lachen, und gleichzeitig tat er mir leid. Alle Zähne sind ihm ausgefallen, und er nuschelt pfeifend und zischend vor sich hin. Dafür ist der Garten wunderschön geworden: Die kleinen bescheidenen Sträucher, der Flieder, die Akazien, das Geißblatt (weißt Du noch, wir haben sie zusammen gepflanzt) sind zu prachtvollen, dichten Büschen herangewachsen; die Birken, die Ahornbäume – sie alle sind in die Höhe geschossen und in die Breite gegangen; die Lindenalleen sind besonders schön geworden.”

 

 

 

Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

Borstbeeld in Baden-Baden

Lees meer...

Roger McGough, Mohammed Iqbal, Karin Kiwus, Imre Kertész, Carl Sagan, Raymond Devos

 

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2009 en ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

The Leader

 

I wanna be the leader

I wanna be the leader

Can I be the leader?

Can I? I can?

Promise? Promise?

Yippee I'm the leader

I'm the leader

 

 

 

The Identification

 

So you think its Stephen?

Then I'd best make sure

Be on the safe side as it were.

Ah, theres been a mistake. The hair

you see, its black, now Stephens fair ...

Whats that? The explosion?

Of course, burnt black. Silly of me.

I should have known. Then lets get on.

 

The face, is that the face mask?

that mask of charred wood

blistered scarred could

that have been a child's face?

The sweater, where intact, looks

in fact all too familiar.

But one must be sure.

 

The scoutbelt. Yes thats his.

I recognise the studs he hammered in

not a week ago. At the age

when boys get clothes-conscious

now you know. Its almost

certainly Stephen. But one must

be sure. Remove all trace of doubt.

Pull out every splinter of hope.

 

Pockets. Empty the pockets.

Handkerchief? Could be any schoolboy's.

Dirty enough. Cigarettes?

Oh this can't be Stephen.

I dont allow him to smoke you see.

He wouldn't disobey me. Not his father.

But that's his penknife. Thats his alright.

And thats his key on the keyring

Gran gave him just the other night.

Then this must be him.

 

I think I know what happened

... ... ... about the cigarettes

No doubt he was minding them

for one of the older boys.

Yes thats it.

Thats him.

Thats our Stephen.

 

 

Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)

Lees meer...

08-11-11

Kazuo Ishiguro, Elfriede Brüning, Joshua Ferris, Detlef Opitz, Zinaida Gippius

 

De Japanse schrijver Kazuo Ishiguro werd op 8 november 1954 geboren in Nagasaki. Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Kazuo Ishiguro op dit blog.

 

Uit: Nocturnes

 

The morning I spotted Tony Gardner sitting among the tourists, spring was just arriving here in Venice. We’d completed our first full week outside in the piazza — a relief, let me tell you, after all those stuffy hours performing from the back of the cafe, getting in the way of customers wanting to use the staircase. There was quite a breeze that morning, and our brand-new marquee was flapping all around us, but we were all feeling a little bit brighter and fresher, and I guess it showed in our music.
But here I am talking like I’m a regular band member. Actually, I’m one of the ‘gypsies’, as the other musicians call us, one of the guys who move around the piazza, helping out whichever of the three cafe orchestras needs us. Mostly I play here at the Caffè Lavena, but on a busy afternoon, I might do a set with the Quadri boys, go over to the Florian, then back across the square to the Lavena. I get on fine with them all — and with the waiters too — and in any other city I’d have a regular position by now. But in this place, so obsessed with tradition and the past, everything’s upside down. Anywhere else, being a guitar player would go in a guy’s favour. But here? A guitar! The café won’t like it. Last autumn I got myself a vintage jazz model with an oval sound-hole, the kind of thing Django Reinhardt might have played, so there was no way anyone would mistake me for a rock-and-roller. That made things a little easier, but the cafe managers, they still don’t like it. The truth is, if you’re a guitarist, you can be Joe Pass, they still wouldn’t give you a regular job in thissquare.
There’s also, of course, the small matter of my not being Italian, never mind Venetian. It’s the same for that big Czech guy with the alto sax. We’re well liked, we’re needed by the other musicians, but we don’t quite fit the official bill. Just play and keep your mouth shut, that’s what the cafe managers always say. That way the tourists won’t know you’re not Italian. Wear your suit, sunglasses, keep the hair combed back, no one will know the difference, just don’t start talking.“

 

 

Kazuo Ishiguro (Nagasaki, 8 november 1954)

 

Lees meer...