30-09-11

Willem G. van Maanen

 

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Hij groeide op in een links liberaal milieu. Zijn vader was de hoogleraar Engelse taal- en letterkunde Willem van Maanen. Tijdens de tweede wereldoorlog was Van Maanen lid van een verzetsgroep en bood hij samen met een vriend onderdak aan Joden. Schuld, maar dan niet als religieuze notie, is een belangrijk thema in zijn oeuvre. Na de oorlog werd hij schrijvend journalist, later werkte hij voor de Wereldomroep. Van Maanen debuteerde als schrijver in 1953 met Droom is 't leven. In 1955 ontving Van Maanen de Van der Hoogtprijs voor zijn roman De onrustzaaier (1954). In 2004 werd hem voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygensprijs toegekend. In 2007 werd Heb lief en zie niet om genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Van Maanen verhuisde op latere leeftijd naar Friesland.

 

Uit: De bewonderde meester

 

„Het is begonnen in mijn jeugd. Ik maakte kennis met de schrijver toen ik veertien jaar was, te vroeg waarschijnlijk. Niet, zoals men zou kunnen denken, via Ina Damman, die in 1934 verscheen, maar via een heel ander meisje, een dienstmeisje nota bene, de Duitse Else Böhler, die een jaar later haar gezicht liet zien, en niet alleen haar gezicht, maar ook haar korte benen, vertegenwoordigster van het schmalschultrige, breithüftige, kurzbeinige Geschlecht, zoals ik dat jaren later bij Schopenhauer tegenkwam. Mijn moeder, die overigens geen dienstmeisje uit Duitsland had maar een zowel lichamelijk als geestelijk zeer rijzige en rechtzinnige uit mijn geboortestad Kampen, mijn moeder dan had de taak op zich genomen om voor een vriendin die naar Batavia was vertrokken om zich daar met een hoge ambtenaar te verenigen, de hedendaagse Nederlandse literatuur bij te houden, en haar na lezing en goedkeuring van een nieuwe roman - dichtbundels deden niet mee - de desbetreffende uitgave per zeepost toe te sturen. Wij woonden toen in Rotterdam, waar mijn vader na zijn Kamper periode als leraar carrière wilde maken, op een bovenhuis in een deftige buurt, en daar bracht een bediende van Voorhoeve & Dietrich op gezette tijden een doos met nieuw verschenen boeken. Mijn moeder, een zeer belezen vrouw met goede smaak, vond niets heerlijker dan de doos te openen en die toen nog zo lekker ruikende boeken door haar handen te laten gaan. Ik mocht er ook wel eens mijn neus in steken en ze betasten, met schone handen want, let wel, die boeken waren op zicht en moesten, als ze niet werden gekocht, zo niet ongelezen dan toch onbeschadigd en onbevuild terug naar de winkel van Voorhoeve & Dietrich. Ina Boudier Bakker: weg ermee, Walschap mag blijven, Jeanne van Schaik eveneens, Fabricius, nou ja, literatuur was er niet alleen om de lezer te verdiepen maar ook om hem van tijd tot tijd te verstrooien, en bovendien was de schrijver in ons Indië geboren, Van Schendel jazeker, Debrot eveneens, Anton Coolen nou nee, Du Perron nou ja, Vestdijk mmm, Ina Damman was goed bevonden en naar de Oost verzonden, het Duitse juffie daarentegen moest genoegen nemen met een retourtje Duitsland, wat ze in de roman dan ook doet.“

 

 

 

Willem G. van Maanen (Kampen, 30 september 1920)

11:21 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: willem g. van maanen, romenu |  Facebook |

29-09-11

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

 

Back (in your love)

 

when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are runnin’ round
tryin’ to get underneath my chamber door
anything I can think of
won’t seem to be enough

 

when I smell the stench
of your sweatstained sheet
and I see this french chick lickin’ my speed
friends with your daddy & your dog
it won’t seem to be enough

 

when the snow is wettin’
my old wooden chair
and the crabs are paddin’& runnin’ around
in my pubic hair
anything I can think of
won’t seem to be enough

 

damn this cruel November
days shift into nights
I wish I could remember
how you drifted from my sight
anything I can think of
won’t seem to be enough

 

when all my old sollicitors
come around, only have needles for a pay
and all me brand-new visitors
only have spoons to give away
anything, anything
won’t seem to be enough

 

all my precious pleasures
she took away with all her charms
and all my solitary treasures
made a strainer of my arms
friends with your daddy & your dog
that won’t seem to be enough

 

when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are tryin’
to get underneath my chamber door
anything I can think of
never seems to be enough

 

 

(Tekst: Pé Hawinkels, Muziek: Herman Brood)

 

 



Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

Cover van een Hawinkels bundel

Lees meer...

Miguel de Cervantes, Ingrid Noll, Colin Dexter, Akram Assem, Lanza del Vasto

 

De Spaanse dichter en schrijver Miguel de Cervantes werd geboren op 29 september 1547 in Madrid. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Cervantes op dit blog.

 

Uit: Don Quichot van La Mancha (Bewerkt door J.J.A. Goeverneur)

 

„De vreemde verwarring zijner begrippen bracht hem tot het nog vreemder voornemen, om tot vermeerdering van zijn roem en tot heil der wereld een dolend ridder te worden, in ridderlijke wapenrusting het land door te trekken en even zoo groote heldendaden te verrichten, als waarvan hij in de oude romans gelezen had. Zijne verbeelding spiegelde hem met levendige kleuren de ongehoorde avonturen en gevaren voor de oogen, door welker heldhaftig bestaan hij zich een onvergankelijken roem verzekeren moest. Door de kracht van zijn arm zag hij zich zelf reeds tot machtig keizer gekroond, en hij meende, dat het hem althans zeker gelukken moest een koningskroon te veroveren, gelijk al verschillende dolende helden dat in den ouden tijd hadden gedaan. Hij gaf zich meer en meer aan deze streelende gedachten over en achtte nu eindelijk den tijd gekomen, om zijn dolzinnig besluit ten uitvoer te brengen.

Zijn eerste werk was, dat hij aan het opknappen en schoonmaken van eene overoude, door een zijner voorzaten gedragen wapenrusting ging, welke hij uit een donkeren hoek van de rommelkamer had opgeschommeld. In ’t zweet zijns aanschijns wreef hij er met een wollen lap en puimsteen de roestvlekken af, en hij was innig voldaan, als hij na uren poetsen weer een deel van het harnas goed glad en blank had gekregen. Eerst toen hij hiermee eindelijk klaar was, bemerkte hij tot zijn niet geringe schrik, dat nog een zeer belangrijk stuk aan zijne uitrusting ontbrak: de helm namelijk.

Deze ongelukkige omstandigheid bracht hem in de grootste verlegenheid en gaf hem veel kommer en zorg. In de hoop van den ontbrekenden helm op te sporen, haalde hij in de rommelkamer alles onderstboven, doch vond niets dan een oude stormkap, die bij de overige wapenstukken volstrekt niet paste en vroeger denkelijk aan den een of anderen geringen voetknecht had toebehoord. Desniettemin was hij met die vondst niet weinig ingenomen en wist zijne scherpzinnigheid zeer spoedig middelen te vinden, om de stormkap in een behoorlijken, schoon al niet prachtigen helm te herscheppen. Hij nam bordpapier, waarvan hij met veel moeite en getob de benedenhelft van den helm knutselde, hechtte die aan de stormkap, verfde alles staalkleurig en kreeg zoo een ding, dat wel nagenoeg het fatsoen van een ridderlijk hoofddeksel had.“

 

 

 

Miguel de Cervantes (29 september 1547 – 23 april 1616)

Standbeeld op de Place d’Espagne, Brussel

Lees meer...

28-09-11

Ellis Peters, Ben Greenman, Prosper Mérimée, Thijs Zonneveld

 

De Engelse schrijfster Ellis Peters werd op 29 september 1913 als Edith Pargeter geboren in Horsehay. Zie ook mijn blog van 28 september 2009 en ook mijn blog van 28 september 2010.

 

Uit: The Confession of Brother Haluin

 

„…December came in with heavy skies and dark, brief days that sagged upon the rooftrees and lay like oppressive hands upon the heart. In the scriptorium there was barely light enough at noon to form the letters, and the colors could not be used with any certainty, since the unrelenting and untimely dusk sapped all their brightness.

The weather-wise had predicted heavy snows, and in midmonth they came, not with blizzard winds, but in a blinding, silent fall that continued for several days and nights, smoothing out every undulation, blanching all color out of the world, burying the sheep in the hills and the hovels in the valleys, smothering all sound, climbing every wall, turning roofs into ranges of white, impassable mountains, and the very air between earth and sky into an opaque, drifting whirlpool of flakes large as lilies. When the fall finally ceased, and the heavy swags of cloud lifted, the Foregate lay half buried, so nearly smoothed out into one white level that there were scarcely any shadows except where the tall buildings of the abbey soared out of the pure pallor, and the eerie, reflected light made day even of night, where only a week before the ominous gloom had made night of day.“

 

 


Ellis Peters (28 september 1913 – 14 oktober 1995)

Lees meer...

Albert Vigoleis Thelen, Francis Turner Palgrave, Rudolf Baumbach, Noël Laflamme, Waclaw Berent, Agnolo Firenzuola

 

De Duitse schrijver en criticus Albert Vigoleis Thelen werd geboren in Süchteln op 28 september 1903. Zie ook mijn blog van 28 september 2007 en ook mijn blog van 28 september 2008 en ook mijn blog van 28 september 2009 en ook mijn blog van 28 september 2009 en ook mijn blog van 28 september 2010.

 

Uit: Die Insel des zweiten Gesichts

 

„Ringsum hatte sich die graue Schicht der Nacht gehoben, als wir das Achterdeck betraten, unausgeschlafen, wie aus der Naht getrennt, leicht fröstelnd in der Brise, die den Kimm reinfegte und uns bald schon das Schauspiel der näher rückenden Steilküste Mallorcas bot. Am Vorabend hatte eine Trübung des Himmels den in jedem Reise­handbuch anempfohlenen letzten Blick auf die ins Meer versinkende Kette des sagenhaften Monsalwatsch verwehrt. Nun wurden wir reich­lich entschädigt, und ich um so mehr, je weniger mich die Land­schaft, das Schöne in der Natur als ihr großes Los zu fesseln vermag. Denn daß mir die Welt so hin und wieder durch ihre Laterna magica eine berühmte Ansichtskarte in ihrer vorbildlichen Form vor die Augen stellt, ist nicht mehr als billig, sehe ich es von dem Standpunkte eines Beobachters, der sein Dasein immer noch nicht als eine kleine Ver­gnügungsreise mit Plaid und Parapluie auffassen kann. Ich bin kein Parvenu, ich wüßte ja nicht einmal, woraus und woran ich empor­kommen könnte; aber so an der Reling neben Beatrice stehend, hatte ich alles an mir von einem eitlen Fant, der das, was ihm da geboten wird, schon tausendmal schöner und erhabener gesehen hat. Gesehen aber hatte ich in meinem Leben fast noch nichts. Ein paar Reisen in Deutschland, der Tschechoslowakei, in Holland und in der Schweiz, zu mehr hatte es nicht gelangt. Doch wäre das schon übergenug gewesen, hätte ich nicht ständig meine Augen nach innen gerichtet gehalten, auf die Landschaft meiner selbst. Da gab es fürwahr nicht viel zu besichtigen, verglichen mit der Loreley, den Tulpenfeldern in Lisse, dem Hradschin oder einem Luzerner Gletscherschliff mit Er­klärungen von Professor Heim. Bei meiner Gletschermühle hätte auch der eingeschwätzteste Cicerone mit einem Mund voller Zähne dagestanden, denn da bot sich nur der Anblick einer Schlackenhalde, aus der freilich nie ein Escorial würde entstehen können.“

 

 


Albert Vigoleis Thelen (28 september 1903 - 9 april 1989)

In 1935 op Palma de Mallorca

Lees meer...

27-09-11

Irvine Welsh, Kay Ryan, Josef Škvorecký, Esther Verhoef, Christian Schloyer

 

De Schotse schrijver Irvine Welsh werd geboren op 27 september 1958 in Leith, Edinburgh. Zie ook mijn blog van 27 september 2008 en ook mijn blog van 27 september 2009 en ook mijn blog van 27 september 2010.

 

Uit: Skagboys

 

“The copper stares at us in utter contempt. Nae wonder; aw he sees in front ay um is this mingin cunt, twitchin n spazzin oan this hard seat in the interview room. -Ah’m oan the program, ah tell um. -Check if ye like. Ah’m aw seek cause they nivir gied us enough methadone. They sais they hud tae fine-tune ma dosage. Check wi the lassie at the clinic if ye dinnae believe us.

-Boo-fucking-hoo, he sais, a mean expression oan his face. -Why am I not tearing up on your behalf, my sweet, sweet friend?

This cunt has cold black eyes set in a white face. If he didnae huv a dark pudding-basin haircut and his neb wis bigger, he’d be like one ay Moira and Jimmy’s budgies. The other polisman, a louche, slightly effeminate-looking blonde boy, is playing the benign role. -Just tell us who gives you that stuff, Mark. Come on pal, give us some names. You’re a good lad, far too sensible tae get mixed up in aw this nonsense, he shakes his heid and then looks up at me, lip curled doon thoughfully, -Aberdeen University, no less.

-But if ye check yi’ll find that ah’m oan the program…at the clinic likes.

-Bet these student birds bang like fuck! In they halls ay residence. It’ll be shaggin aw the time in thair, eh pal, the Pudding Basin Heided Cunt goes.

-Just one name, Mark. C’mon pal, begs Captain Sensible.

-Ah telt ye, ah say, as sincerely as ah kin, -ah see this boy up at the bookies, ah jist ken him as Olly. Dinnae even know if that’s his right name. Gen up. The staff at the clinic’ll confirm-

-Ah suppose prison’s like the halls ay residence, apart fae one thing, Pudding Basin goes, -no much chance ay a ride thair. At least, he laughs, -no the sort ay ride ye’d want, anywey!”

 

 


Irvine Welsh (Edinburg, 27 september 1958)

Lees meer...

Ignace Schretlen, Louis Auchincloss, William Empson, Bernat Manciet, Edvard Kocbek

 

De Nederlandse dichter, schrijver, kunstenaar en huisarts Ignace Schretlen werd geboren in Tilburg op 27 september 1952. Al tijdens zijn gymnasiumtijd manifesteerde zich bij hem een grote belangstelling voor muziek, literatuur en fotografie. Ofschoon hij op al deze gebieden actief is geweest of nog actief is, ging hij in Nijmegen geneeskunde en filosofie studeren om uiteindelijk te kiezen voor een loopbaan als huisarts in 's-Hertogenbosch (1984-2002). Over het Franstalige lied publiceerde hij tientallen artikelen en drie bundels. Zijn interesse voor tekeningen en schilderwerken van kinderen resulteerde in de oprichting van de Stichting "Kijk op Krabbels". Als beeldend kunstenaar exposeerde hij op vele plaatsen, waaronder enkele musea. Op medisch gebied kreeg Schretlen vooral bekendheid als auteur van kritische publicaties, waaronder het boek Anatomie van het gevoel (dagboek van een co-assistent), geschreven onder het pseudoniem van Alexander van Es. Vanaf 1971 verschenen van hem verhalen in bloemlezingen en bundels. In 2007 verscheen een selectie uit zijn poëzie en aforismen onder de titel „Een onvermoede bocht“.

 

 

Onder vrienden

 

1

 

Je treft hen op een bergweg en

nooit aan zee, noch op een ladder

 

ze tekenen geen rechte lijnen en

weten dat cirkels niet bestaan

 

halverwege raken ze verweesd

in wolken die de verte bedekken.

 

 

2

 

Kennen planten een moment van sterven

hoe gaan dieren dood en hoe wij

 

wie heeft ons tot dit tempo opgejaagd

wij weken ons los van vlees en bloed

 

nooit zullen wij onze moedertaal verleren

onze onbekende metgezel begrijpen

 

 

3

 

Allengs verworden ze tot contouren

lossen op of trekken zielloos weg

 

wat valt er nu nog op het laatst te leren

anders dan dat hun zwijgen vele talen kent?

 

 

 

Ignace Schretlen (Tilburg, 27 september 1952)

Lees meer...

Tanja Kinkel, Wacław Rolicz-Lieder, Henri-Frédéric Amiel, Grazia Deledda, Michael Denis

 

De Duitse schrijfster Tanja Kinkel werd geboren op 27 september 1969 in Bamberg. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Tanja Kinkel op dit blog.

 

Uit: Venuswurf

 

»König der Missgeburten, meinst du wohl«, sagte Fausta. Dann versank sie wieder in dem gleichen dumpfen Schweigen, das der Rest der Gefangenen sich teilte.

Es roch nach Schweiß, nach Angst und Pisse, und trotz ihrer Aufregung spürte Tertia, wie ihr Magen sich zusammenkrampfte. Aber sie wusste auch, dass die anderen sie zwingen würden, in ihrem Erbrochenen zu sitzen, nicht einmal aus Bosheit, sondern weil sonst kein Platz in dem engen Verschlag war. Der Händler hatte dafür gesorgt, dass sein Karren an allen Seiten von hohen Wänden begrenzt wurde, für den Fall, dass jemand an Flucht dachte. Es gab noch nicht einmal die Möglichkeit, den Kopf darüber in die frische Luft zu strecken. Also versuchte sie alles, um sich zu beherrschen. Und dabei auch einen Gedanken zu unterdrücken: dass sie sich ihr neues Leben anders vorgestellt hatte.

Inmitten von Lärm und Gestank zählte sie an den Fingern ihre wichtigsten Zahlen ab: Drei mal fünf, so alt war sie. Drei Kühe, die sich ihr Vater für das Geld kaufen konnte, das er für sie bekommen hatte. So viel Geld, wie sein Bruder in zwei Jahren in der Legion verdiente, hatte er zu Tertias Mutter gesagt. Auf eine dritte Drei brachte sie es nicht, denn sie war nur zwei Fuß und einen Spann hoch. Mit vier Jahren war sie nicht mehr weiter gewachsen. Tertia hatte sich schon lange damit abgefunden, dass sie nie größer werden würde. Und sie wusste, dass Fausta Recht hatte: Es war ein Glück, dass man sie damals nicht einfach aussetzte. Ein Mädchen, das ein Zwerg war, konnte nur ein unnützer Esser bleiben, den nie jemand heiratete und der noch nicht einmal richtig auf dem Hof zupacken würde. Aber was Fausta nicht wusste, war, dass es keinen Grund gab, Tertia zu bedauern. O nein.

 

 

Tanja Kinkel (Bamberg, 27 september 1969)

Lees meer...

26-09-11

T. S. Eliot, Bart Chabot, Luís Fernando Veríssimo,Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer

 

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor T. S. Eliot op dit blog.

 

Uit: Little Gidding (Fragment)

 

I

Midwinter spring is its own season
Sempiternal though sodden towards sundown,
Suspended in time, between pole and tropic.
Whem the short day is brightest, with frost and fire,
The brief sun flames the ice, on pond and ditches,
In windless cold that is the heart’s heat,
Reflecting in a watery mirror
A glare that is blindness in the early afternoon.
And glow more intense than blaze of branch, or brazier,
Stirs the dumb spirit: no wind, but pentecostal fire
In the dark time of the year. Between melting and freezing
The soul’s sap quivers. There is no earth smell
Or smell of living thing. This is the spring time
But not in time’s covenant. Now the hedgerow
Is blanched for an hour with transitory blossom
Of snow, a bloom more sudden
Than that of summer, neither budding nor fading,
Not in the scheme of generation.
Where is the summer, the unimaginable
Zero summer?

 

If you came this way,
Taking the route you would be likely to take
From the place you would be likely to come from,
If you came this way in may time, you would find the hedges
White again, in May, with voluptuary sweetness.
It would be the same at the end of the journey,
If you came at night like a broken king,
If you came by day not knowing what you came for,
It would be the same, when you leave the rough road
And turn behind the pig-sty to the dull facade
And the tombstone. And what you thought you came for
Is only a shell, a husk of meaning
From which the purpose breaks only when it is fulfilled
If at all. Either you had no purpose
Or the purpose is beyond the end you figured
And is altered in fulfilment. There are other places
Which also are the world’s end, some at the sea jaws,
Or over a dark lake, in a desert or a city—
But this is the nearest, in place and time,
Now and in England.

 

 

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)

Lees meer...

Mark Haddon, William Self, Jane Smiley, Vladimir Vojnovitsj, Cyprian Ekwensi, Peter Turrini, Edwin Keppel Bennett, Joseph Furphy

 

De Engelse schrijver Mark Haddon werd geboren op 26 september 1962 in Northampton. Zie ook mijn blog van 26 september 2010

 

Uit: The Curious Incident of the Dog in the Night-Time

 

„My name is Christopher John Francis Boone. I know all the countries of the world and their capital cities and every prime number up to 7,057.
Eight years ago, when I first met Siobhan, she showed me this picture
[sad face]
and I knew that it meant 'sad,' which is what I felt when I found the dead dog.
Then she showed me this picture
[smiley face]
and I knew that it meant 'happy', like when I'm reading about the Apollo space missions, or when I am still awake at 3 am or 4 am in the morning and I can walk up and down the street and pretend that I am the only person in the whole world.
Then she drew some other pictures
[various happy, sad, confused, surprised faces]
but I was unable to say what these meant.
I got Siobhan to draw lots of these faces and then write down next to them exactly what they meant. I kept the piece of paper in my pocket and took it out when I didn't understand what someone was saying. But it was very difficult to decide which of the diagrams was most like the face they were making because people's faces move very quickly.
When I told Siobhan that I was doing this, she got out a pencil and another piece of paper and said it probably made people feel very
[confused face]
and then she laughed. So I tore the original piece of paper up and threw it away. And Siobhan apologised. And now if I don't know what someone is saying I ask them what they mean or I walk away.“

 

 


Mark Haddon (Northampton, 26 september 1962)

Lees meer...

25-09-11

Andrzej Stasiuk, Carlos Ruiz Zafón, William Faulkner, Rebecca Gablé

 

De Poolse schrijver en letterkundige Andrzej Stasiuk werd geboren op 25 september 1960 in Warschau. Zie ook mijn blog van 25 september 2008 en ook mijn blog van 25 september 2009 en ook mijn blog van 25 september 2010.

 

Uit: Hinter der Blechwand (Vertaald door Renate Schmidgall)

 

“Diese Stadt deprimierte mich, aber ich wußte, ich würde keine bessere finden. Ich betrachtete die Taxifahrer, die den ganzen Tag am Marktplatz standen, und spürte, daß ich im Grunde ein Glückspilz war. Ich hatte noch nie gesehen, daß einer von ihnen mit einem Kunden weggefahren wäre. Stundenlang standen sie da, redeten, gingen dann zu ihren Kutschen, lasen Zeitung, lösten Kreuzworträtsel: Fluß in Afrika, drei Buchstaben, erster "N", letzter "L", dann kehrten sie wie- der zu den anderen zurück, zu ihrem Gerede darüber, welches Auto wieviel auf freier Strecke verbrauchte und wieviel in der Stadt, daß die Juden die arabischen Ölfelder gekauft und jetzt das russische Gas im Auge hätten, also würde sich in ein, zwei Jahren gar nichts mehr lohnen, auch das Rumstehen in der Sonne und im Staub würde sich nicht mehr lohnen, nichts, nie mehr, in Ewigkeit amen. Das war der Refrain dieser Stadt: "Es lohnt sich nicht." Außer Stehen und Warten versuchten sie gar nichts, es hätte sich schließlich nicht gelohnt. Ja, diese Angst des Bauern, daß er wie ein Idiot dasteht, daß man ihn anpißt, daß die Wirklichkeit ihn nach Strich und Faden verarscht, hing über der Stadt wie eine Dunstglocke. Nur regloses Abwarten gab den Leuten das Gefühl von Sicherheit. Sie standen neben ihren Kutschen, klopften ihnen aufs Dach und öffneten die Türen, um die Fürze rauszulassen. Sie waren mir ein Trost. Verächtlich betrachteten sie den rostenden Ducato, wenn ich vorsichtig zwischen ihre herausgeputzten Mercedes rollte, die sie aus dem Reich angeschleppt hatten und mit denen sie in fünf Jahren fünftausend Kilometer fuhren. Ich glitt mit meiner nie gewaschenen Spaghettikiste an den fetten, auf Hochglanz polierten Hintern der deutschen Schrottwagen vorbei, und an der Ecke beim Tabakladen, wo wir uns gewöhnlich verabredeten, hielt ich Ausschau nach meinem Partner. Dort gab es die billigsten Zigaretten in der Stadt, dort deckte er sich ein. Ich fuhr ganz langsam, er lief mit und sprang herein, fiel auf den Sitz, holte Luft und fragte:

"Hast du getankt?"

"Halb", erwiderte ich. "Für mehr hat’s nicht gereicht."

"Das heißt?"
"Für circa vierhundert Kilometer, knapp die Hälfte." "In Mariafalva ist heute große Kirchweih."

 

 


Andrzej Stasiuk (Warschau, 25 september 1960)

Lees meer...

Lu Xun, Patricia Lasoen, Maj Sjöwall, August Kühn

 

De Chinese schrijver Lu Xun werd in 1881 in Shaoxing in de provincie Zhejiang geboren als Zhou Shuren. Zie ook mijn blog van 25 september 2008en ook mijn blog van 25 september 2009 en ook mijn blog van 25 september 2010

 

Uit: Kong Yiji

“The layout of the wine taverns in Lu Town is quite different from those in other towns. There is always an L-shaped counter facing the street. Hot water is kept available at the counter so that it can be used to warm the yellow wine at any time. Laborers, back from work at noon or dusk, would spend 4 coppers to get a bowl of yellow wine – that was the price over 20 years ago and a bowl of wine costs 10 coppers now—where they lean over the counter, drink the warm wine and have their “happy hour“. With one more copper, you can get a dish of salted bamboo shoots or anise beans to go with the wine. If you are willing to pay over 10 coppers, you can buy a meat dish,. But most of the customers are the “Short Jackets” who cannot afford such luxuries, whereas, those who wear robes would stride to the back room, order their wine with some dishes and sit there taking their time to eat and drink.
At age 12, I started to work as a busboy at Xianheng wine tavern located at the entrance of the town. The tavern keeper said that I had a dumb looking face and was probably not smart enough to serve the “robed clientele,” and thus should only work in the front room. The “short jackets” in the front room, although usually easy going, were no less troublesome. Some wouldn’t be satisfied until they saw me scoop out the wine from the wine jar with their own eyes, to make sure that there was no water at the bottom of the pitcher. And even watched me put the pitcher in the hot water. Under such tight surveillance, it was impossible to water down the wine. Therefore, after a few days, the tavern keeper said I couldn’t even do that. Fortunately, due to the influence of my patron, the tavern keeper didn’t dismiss me but he assigned me to the insignificant task of just heating wine.“

 

 

Lu Xun (25 september 1881 – 19 oktober 1936)

Lees meer...

Manouchehr Atashi, William Michael Rossetti, Charles Robert Maturin, Herbert Heckmann

 

De Iraanse dichter, schrijver en journalist Manouchehr Atashi werd geboren op 25 september 1931 in Dashtestan, in de provincie Bushehr. Zie ook mijn blog van 25 september 2010.

 

 

The Lay of Regret

 

One morning
- One true morning -
If the sun rises according to your wishes;

A frame of mountain and valley,
A frame of window, if the bird had reaches you -


A wide plain, wet tulips!
No!
A laughing sepal,
A sigh of contentment and peace
- O you melancholy and persistent one -
O living stone, an embodiment of patience! -
A defeated life would have been your portion.

 

 

Manouchehr Atashi (25 september 1931 - 20 november 2005)

 

Lees meer...

24-09-11

Mark Boog, F. Scott Fitzgerald, Shamim Sarif, Fernand Ouellette, Yves Navarre

 

De Nederlandse dichter en schrijver Mark Boog werd geboren op 24 september 1970 in Utrecht. Zie ook mijn blog van 24 september 2009 en ook mijn blog van 24 september 2010.

 

 

Naast iedere wieg

 

Naast iedere wieg een fee.
Moeder wringt. Vader knarst.
De fee zegt: ‘Nou ja, we zien wel.
Ik wil mijn voorspelling
later graag preciezer formuleren.’

Aan de lianen die het licht ons toewerpt,
zwaaien wezentjes van wezenlijk
onbegrepen aard: wild, vrolijk, angstaanjagend ook.

En geen zonsondergang om tegemoet te rijden,
geen dagboek om in te lezen.
De uren volgen zich genummerd op.

Sterrenstof! Een kamer vol van sterrenstof!
Wij hebben geleerd ons op ons gemak te voelen,
thuis te zijn, dat wil zeggen: nergens heen te kunnen.

 

 

 

Klein Huis

 

Klein huis, maar gooi er eens een bal doorheen
en het wordt groot. Zie al die meters,
zijn ze niet van ons? En slenter eens alsof
je niet weet waar je heen gaat: ruimte rekt
zich geeuwend uit tussen de muren. Zie:
het dwalen dat de kamers met elkaar
verbindt is witgeverfd. Er is een trap,
een kapstok in een kast, wat deuren. Als
een landweg zo toevallig ligt het, doel
en startpunt bij de weg gezocht in plaats
van omgekeerd, zo lijkt het. Als je brood
haalt en weer terugkomt zul je zien dat we
een picknick kunnen houden. Snel, ga nu!
Het krimpen kan onmogelijk ver weg zijn.

 

 

 

Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970)

Lees meer...