07-10-11

Victor Vroomkoning, Ulrike Ulric, Horst Bingel, Heinrich Federer, Ludwig Begley, Maria Dąbrowska, Peter Gosse

 

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

 

Slaap

 

Maak mij dood
van elf tot acht, laat
zo weinig van mijn dromen
heel dat ik ontwaak

alsof ik word geboren
en niet met zoveel vragen
meer tot leven kom dan waar-
mee ik ingeslapen ben.

Wat betekenen tenslotte
negen uren dood
op zoveel geeuwen leven.

 

 

 

 

ik hou van mensen die blijven...

 

ik hou van mensen die blijven, zei hij,
we stonden samen onder het afdak te turen
naar het kantwerk van de winterbomen
en door zijn woorden had ik moeite om weg te gaan

hij voerde me door de geschonden lanen van zijn jeugd,
langs vergane boomgaarden, nabij tere beken,
voor een gesloopt huis hield hij halt en
keek heimelijk door het venster van zijn eerste liefde
aarzelend sloop er zomer in zijn stem
en ik zag dat hij even weg was

 

 

 

Stemmen

 

Geef mij de stem van die ene mens,
geef mij de stem van mijn vader
in mijn oren tot mijn verre ogen
hem ontwaren tussen de tenoren
tot ik weer zijn handen voel
waarmee ik die van mij ging meten,
welpenhandjes met de vuisten van een vent.

En dat dan de stem van mijn zoon
mij roept met de stem van mij
met de stem waarom ik roep.

 

 

 


Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

Lees meer...

06-10-11

Nobelprijs voor literatuur voor Tomas Tranströmer

 

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer krijgt dit jaar de Nobelprijs voor literatuur. Transtömer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook mijn blog van 15 april 2009 en ook mijn blog van 15 april 2010.

 

 

 

Wolkbreuk boven het binnenland

 

De regen hamert op de autodaken.

Het onweer rommelt. Het verkeer mindert vaart.

Autolichten midden op de zomerdag ontstoken.

 

De rook slaat neer in de schoorstenen.

Alles wat leeft duikt in elkaar, sluit de ogen.

Een naar binnen gekeerde beweging, voel het leven heviger.

 

De auto is bijkans blind. De man stopt,

ontsteekt zijn eigen vuur en rookt

terwijl het water langs de ruiten stroomt.

 

Hier op een bosweg, kronkelend en afgelegen

vlakbij een meer met waterlelies en

een langgerekte berg verdwijnend in de regen.

 

Daarboven liggen de steenhopen

uit het ijzeren tijdperk toen dit een plek was

voor stamtwisten, een koudere Kongo

 

en het gevaar dreef vee en mensen bijeen

tot een gemurmel achter muren,

achter de struiken en stenen op de bergkam.

 

Een donkere helling, iemand die log

omhoog klimt met zijn schild op zijn rug

daaraan denkt hij terwijl de auto staat.

 

Het wordt licht, hij draait het raampje open.

Een vogel fluitkletst in zichzelf

in een steeds dunnere stille regen.

 

Het meeroppervlak staat gespannen. De onweershemel

fluistert dwars door de lelies tegen de modder.

De ramen van het bos gaan langzaam open.

 

Maar de donder knalt regelrecht uit de rust!

Een oorverdovende klap. En daarna de leegte

waarin de laatste druppels dalen.

 

In de stilte hoort hij een antwoord komen.

Van verre. Een soort ruwe kinderstem.

Vanaf de berg stijgt een geloei op.

 

Een gejammer van samengekitte tonen.

Een lange hese trompet uit de ijzertijd.

Misschien vanuit zijn eigen binnenste.

 

 


Vertaald door J. Bernlef

 

 

 


Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931)

05-10-11

Flann O’Brien, Charlotte Link, José Donoso, Václav Havel

 

De Ierse schrijver Flann O’Brien werd geboren op 5 oktober 1911 in Strabane, County Tyrone. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2008 en ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010.

 

Uit: The Third Policeman

 

'Policeman MacCruiskeen put the lamp on the table, shook hands with me and gave me the time of day with great gravity. His voice was high, almost feminine, and he spoke with delicate careful intonation. Then he put the lamp on the counter and surveyed the two of us'Is it about a bicycle?' he asked.

'Not that' said the Sergeant. 'This is a private visitor who says he did not arrive in the townland upon a bicycle. He has no personal name at all. His dadda is in far Amurikey.'

'Policeman MacCruiskeen put the lamp on the table, shook hands with me and gave me the time of day with great gravity. His voice was high, almost feminine, and he spoke with delicate careful intonation. Then he put the lamp on the counter and surveyed the two of us.

'Is it about a bicycle?' he asked.

'Not that' said the Sergeant. 'This is a private visitor who says he did not arrive in the townland upon a bicycle. He has no personal name at all. His dadda is in far Amurikey.'

'Which of the two Amurikeys?' asked MacCruiskeen.

'The Unified Stations,' said the Sergeant.

'Likely he is rich by now if he is in that quarter,' said MacCruiskeen, 'because there's dollars there, dollars and bucks and nuggets in the ground and any amount of rackets and golf games and musical instruments. It is a free country too by all accounts.'

'Free for all,' said the Sergeant. 'Tell me this,' he said to the policeman, 'Did you take any readings today?'

'I did,' said MacCruiskeen.

'Take out your black book and tell me what it was like a good man,' said the Sergeant. Give me the gist of it till I see what I see,' he added.

MacCruiskeen fished a small black book from his breast pocket.

'Ten point six,' he said.

'Ten point six,' said the Sergeant. 'And what reading did you notice on the beam?'

'Seven point four.'

'How much on the lever?'

'One point five'

There was a pause here. The Sergeant put on an expression of great intricacy as if he were doing far-from-simple sums and calculations in his head. After a time his face cleared and he spoke again to his companion“.

 

 

Flann O’Brien (5 oktober 1911 – 1 april 1966)

Portret door Daniel Krall

Lees meer...

Roberto Juarroz, Stig Dagerman, Denis Diderot, Ervin Sinko

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2008 en ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010.

 

 

Woorden zijn kleine hefbomen...

 

Woorden zijn kleine hefbomen,
maar wij hebben hun steunpunt nog niet gevonden.

 

Wij laten ze op elkaar steunen
en het bouwwerk geeft mee.
Wij laten ze steunen op het gezicht van de gedachte
en zijn masker slokt ze op.
Wij laten ze steunen op de rivier van de liefde
en ze gaan ervandoor met de rivier.

 

En wij blijven hun som zoeken
op één enkele hefboom,
maar we weten niet wat we willen optillen,
het leven of de dood,
de handeling van het spreken
of de gesloten cirkel van het mens-zijn.

 

 

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

 

 

Il pleut sur la pensée

 

Il pleut sur la pensée.

 

Et la pensée pleut sur le monde

comme les restes d'un filet décimé

dont les mailles ne parviennent pas à s'assembler.

 

Il pleut dans la pensée.

 

Et la pensée déborde et pleut dans le monde,

comblant depuis le centre tous les récipients,

même les mieux gardés et scellés.

 

Il pleut sous la pensée.

 

Et la pensée pleut sous le monde,

diluant le soubassement des choses

pour fonder à nouveau l'habitation de l'homme et de la vie.

 

Il pleut sans la pensée.

 

Et la pensée

continue de pleuvoir sans le monde,

continue de pleuvoir sans la pluie,

continue de pleuvoir.

 

 

 

Vertaald door Martine Broda



 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

Lees meer...

04-10-11

Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Gabriel Loidolt

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

 

Uit: A Man Leaping Into the Future

 

“In the aeroplane there was still the semblance of an ordered existence. I was flying from Rome to Palermo on a Thursday evening in March - that much was certain. I sat in the window seat I had been assigned, I had watched the stewardess when she indicated where the life jackets were kept and demonstrated how to place the oxygen mask over one’s face, I had used my safety belt when we took off, I did not smoke, since it was forbidden in this section of the plane, I made no unnecessary noises - in short, I submitted completely to the order of air travel. The impression of an ordered existence was strengthened by the appearance and activities of my fellow-travellers. I was surrounded by businessmen in elegantly cut suits, all immaculate. Most of them were working: an expensive attaché case full of papers on their knees, a calculator on the arm of their seat, a fountain pen in their hand. A stewardess walked down the aisle, bending to left and right, and made herself useful by pouring tiny cups of mineral water - a sobriety that seemed appropriate to this cool world of calculating brains, calculators and controlled lust.
I drank mineral water and leafed through my travel guide, I looked at the sea which lay glittering in blue and gold tints after the setting of the sun, and slowly but surely became full of anxious presentiments, because if I try to be a model passenger, if I keep eagerly to every rule, if I have the urge to pluck imaginary bits of fluff from my jacket, madness is lying in wait for me.”

 

 


Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

Lees meer...

Cynthia Mc Leod, Herbert Kranz, Roy Alton Blount Jr, Hugh McCrae

 

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri Mc Leod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia Mc Leod op dit blog.

 

Uit: Hoe duur was de suiker?

 

„Aan de voorkant van het prachtige grote huis waren echter niet alle vensters meer gesloten. Op de eerste verdieping was er een geopend raam en daar stond de 17-jarige Elza en keek uit over het groene gazon dat zich voor het huis uitstrekte tot aan de waterkant waarlangs de brede Surinamerivier langzaam stroomde. Een heerlijke ochtend, het begin van een fijne dag. Vandaag 11 oktober 1765 ging de familie naar Joden-Savanna voor de 65e verjaardag van grootmama. Dat zou de volgende dag zijn, de 12e oktober en tegelijk ook de verjaardag van de synagoge op Joden-Savanna zelf die dan de 80e verjaardag vierde.

Grootmama was er altijd zo trots op dat zij geboren was op 12 oktober 1700, de dag dat de synagoge Beracha Ve Shalom (Zegen en Vrede) in haar geboorteplaats in Suriname 15 jaar oud was. Elza had zich verheugd op de komende 2 weken, niet zozeer om grootmama, maar om de logeerpartij en alle feesten die er zouden zijn. Vele vrienden en kennissen zouden daar zijn en menige tentboot was de afgelopen dagen al voorbij gevaren en soms was het gezelschap voor een paar uur uitgestapt op plantage Hébron, of had er overnacht omdat die precies halverwege van Paramaribo naar Joden-Savanna lag en men op 't getij moest wachten. De hele Joodse gemeenschap in Suriname maakte er een gewoonte van, om op hoogtijdagen voor enkele dagen naar Joden-Savanna te reizen. En dit jaar viel het Loofhuttenfeest in dezelfde week als grootmamma's verjaardag. De logeerpartijen waren altijd leuk en gezellig, hoewel Elza zelf wel besefte dat zij toch een enigszins aparte plaats innam daar ze wel een Joodse vader en dus een Joodse naam had, maar zelf geen Jodin was. En er waren genoeg lieden die niet altijd even vriendelijk tegen haar waren. Ze had vaak een gevoel van bewondering voor haar vader als ze eraan dacht dat hij het had gepresteerd om 25 jaar geleden tegen de wens van zijn moeder te handelen. Natuurlijk was zij toen nog lang niet geboren, maar ze had verhalen gehoord, vooral van Ashana, haar moeders lijfslavin.“

 

 

Cynthia Mc Leod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

Lees meer...

Jacky Collins, André Salmon, Juliette Adam, Eugène Pottier

 

De Britse schrijfster Jacky Collins werd geboren in Londen op 4 oktober 1937. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2009 en ook mijn blog van 4 oktober 2010

 

Uit: Goddess of Vengeance

 

It was early evening and the garden restaurant was only half full. The patrons were trying to play it cool, because after all, this was L.A. and stars abounded. However, most of them couldn’t resist an occasional surreptitious glance over at Venus, the platinum-blond, world-famous superstar, as she picked at a chopped vegetable salad.

Sitting at the table with her was Lucky Santangelo, a dark-haired beauty who’d experienced her own share of controversial headlines and scandals over the years. Lucky, the former owner and head of Panther Studios, was a businesswoman supreme who currently owned the luxurious hotel, casino, and apartment complex The Keys in Las Vegas.

The two of them made a formidable couple. In Hollywood, where looks were everything, Venus and Lucky ruled. Venus with her in-your-face blondness, startling blue eyes, and toned and muscled shape. And Lucky—a dangerously seductive woman with blacker-than-night eyes, deep olive skin, sensuous full lips, a tangle of long jet hair, and a lithe body.

“I’m beginning to think you’re a sex addict,” Lucky said lightly, smiling at her close friend.

Excuse me,” Venus retorted, raising a perfectly arched and penciled eyebrow. “Last week you called me a cougar, and now I’m a sex addict. Seriously, Lucky?”

Pushing back her mane of unruly black curls, Lucky grinned. “Yeah. I’m so wrong,” she drawled sarcastically. “It wasn’t you who slept with your twenty-two-year-old costar last week, and it wasn’t you who screwed your sixty-year-old director two days later.”

 

 

Jacky Collins (Londen, 4 oktober 1937)

 

Lees meer...

03-10-11

Bernard Cooper, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Sergej Jesenin, Alain-Fournier

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Cooper werd geboren op 3 oktober 1951 in Hollywood, California. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2009 en ook mijn blog van 3 oktober 2010.

 

Uit: The Bill from My Father

 

“He leaned close. "Let me ask you something."

I wanted to be as frank as possible. If there was a medical ordeal ahead, maybe we'd have a last chance at attachment. I looked into his eyes. "Ask me anything you want."

"Why...," he said, then hesitated.

"Go on." I urged him.

"Why are you reading the Ladies' Home Journal?"

"What?"

"Why did you pick that magazine out of all the magazines in the waiting room? There must be I don't know how many others to chose from and you picked that."

The March issue had been lying on my lap, opened to a double-page photo of the creamiest seafood bisque I've ever seen, a kind of culinary centerfold. I thought I'd cook it for Brian and was about to rip out the recipe. Even in a time of crisis, Dad found a way to goad me like a pro. "Nobody here cares if I'm reading a men's magazine or a women's magazine!" I glanced around the waiting room to see if I could spot a man reading Today's Bride or a woman reading Popular Mechanics, but where is proof when you really need it? "Ideas about masculinity and femininity are different now than they were in your day." I thought back to the hot afternoon I'd been cinched into my father's jumpsuit, drunk on rum punch and basted in my own perspiration, staggering through a backyard filled with dykes disguised as housewives who were really machines. "People today are more...flexible."

"I'll bet," he said.

The man in the wheelchair wasn't even pretending not to listen. His eyes met mine and glistened with interest. His posture improved.

I said, "You were trying to change the subject is what you were trying to do. Then we wouldn't have to talk about why you're here. Well, it's not going to work." But it had, of course, worked like a charm. Conversation between us ceased. We folded our arms and glowered straight ahead.

"Dad," I said, "I hate that one of us always has to be right."

"I'm not the one who always has to be right. You are."

 

 

Bernard Cooper (Hollywood, 3 oktober 1951)

 

Lees meer...

Louis Aragon, Thomas Wolfe, James Herriot, Wolf Klaussner, Johann Peter Uz

 

De Franse dichter, schrijver en essayist Louis Aragon werd geboren in 1897 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2007 en ook mijn blog van 3 oktober 2008 en ook mijn blog van 3 oktober 2009 en ook mijn blog van 3 oktober 2010

 

 

Que serais-je sans toi

 

Que serais-je sans toi qui vins à ma rencontre

Que serais-je sans toi qu'un coeur au bois dormant
Que cette heure arrêtée au cadran de la montre

Que serais-je sans toi que ce balbutiement.

 

J'ai tout appris de toi sur les choses humaines

Et j'ai vu désormais le monde à ta façon

J'ai tout appris de toi comme on boit aux fontaines

Comme on lit dans le ciel les étoiles lointaines

Comme au passant qui chante on reprend sa chanson

J'ai tout appris de toi jusqu'au sens du frisson.

 

Que serais-je sans toi qui vins à ma rencontre

Que serais-je sans toi qu'un coeur au bois dormant

Que cette heure arrêtée au cadran de la montre

Que serais-je sans toi que ce balbutiement.

 

J'ai tout appris de toi pour ce qui me concerne

Qu'il fait jour à midi, qu'un ciel peut être bleu

Que Le bonheur n'est pas un quinquet de taverne

Tu m'as pris par la main dans cet enfer moderne

Où l'Homme ne sait plus ce que c'est qu'être deux

Tu m'as pris par la main comme un amant heureux.

 

Que serais-je sans toi qui vins à ma rencontre

Que serais-je sans toi qu'un coeur au bois dormant

Que cette heure arrêtée au cadran de la montre

Que serais-je sans toi que ce balbutiement.

 

Qui parle de Bonheur a souvent les yeux tristes

N'est-ce pas un sanglot que la déconvenue

Une corde brisée aux doigts du guitariste

Et pourtant je vous dis que le bonheur existe

Ailleurs que dans le rêve, ailleurs que dans les nues.

Terre, terre, voici ses rades inconnues.

 

Que serais-je sans toi qui vins à ma rencontre

Que serais-je sans toi qu'un coeur au bois dormant

Que cette heure arrêtée au cadran de la montre

Que serais-je sans toi que ce balbutiement.

 

Je sais je sais Tout est à faire

Dans ce siècle où la mort campait

Et va voir dans la stratosphère

 

Si c'est la paix

 

Éteint ici là-bas qui couve

Le feu court on voit bien comment

Quelqu'un toujours donne à la louve

 

Un logement

 

Quelqu'un toujours quelque part rêve

Sur la table d'être le poing

Et sous le manteau de la trêve

 

Il fait le point

 

[...]

 

C'est la paix qui force le crime

À s'agenouiller dans l'aveu

Et qui crie avec les victimes

 

Cessez le feu

 

 

Louis Aragon (3 oktober 1897 – 24 december 1982)

Lees meer...

02-10-11

Dimitri Verhulst, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius

 

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

 

Uit: Godverdomse dagen op een godverdomse bol

 

„’t Kan vruchtenplukken en in zijn neus peuteren zonder daarvoor zijn stap te moeten onderbreken. Hoekoddig.
Honderd en twintig centimeter groot is ’t daarmee, genoeg om over de grassen der savannen te kijken.
In zijn halvelings kokende kop schuilt, behalve hier en daar wat snot, een 650 kubiekecentimeter metende drek: hersenen, beveelheren van het neuken en het vreten. 650 kubieke centimeter pure levensvreugd, dat volume zou, jawel, zelfs nog wat grotermogen worden.
Gaat dat?
Maar er is niks om te bikken en de teven zitten vol of hebben kleintjes aan hun spenenhangen, hetgeen hen lusteloos en onvruchtbaar maakt. Als de melkproductie van de wijfjes niet wordt afgebroken laten ze zich niet bespringen, zo simpel zit het. En dus zit ermaar één ding op: de kleintjes de kop in slaan. Infanticide!
Zie de uitgelatenheid waarmee het paar dagen oude, nog onder de baarmoederslijmenzittende schepsel bij de achterpoten wordt gepakt en met zijn hoofd tegen de stenen gesmakt. Het bloed gutst alle kanten op, de stront pruttelt eruit bij wijze van overlijdensact.

Kindje dood. Eindelijk kan ’t zijn achtentwintig kilogrammen op de moeder smijten, zijn putlucht in haar tronie hijgen naast het lijk waar zij maar blíjft naar kijken.
Maar, als dat een troost mag zijn, lang hoeft de teef niet op haar tanden te bijten: ’t kreeg reeds een stijve van het moorden en ’t bezit geen woorden om zijn smeerlapperijen eerst nog wat te verpakken in hofmakerij.
Erin en eruit en gedaan. Dat is vooral veel tijd bespaard. Veel tijd, en veel gezeik.En dan nu: eten! Maar wat? Er is niks te rapen in deze gore droogte en de honger is tegroot om geduldig wat te scharten in de aarde naar een wortel. Het gras is rost en wordtmeteen weer uitgekotst. ’t Heeft daar de maag niet voor. Ziet ’t er soms uit als een herkauwer, misschien? Vlees moet ’t hebben, er is geen andere keus! En ’t staart naar de lucht, zijn ogen doen er zeer van, en ziet de gieren schietvizieren cirkelen in het blauw dat zij beheersen. Dáár zou ’t moeten zijn.
Maar ’t komt te laat. De karkassen zijn verwerkt, de vetten van de dode reeds door de vogels in vlieguren omgezet, en ’t moet zich tevreden stellen met het afval dat in de borstkas overblijft. Vuiligheid. ’t Grabbelt een stuk maag uit het karkas van wat daarnet nog een gnoe was, en zuigt het leeg. Het is vunzig maar het smaakt, als vele vunzigheden, naar meer“

 

.

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

Lees meer...

Göran Sonnevi, Waltraud Anna Mitgutsch, Jan Morris

 

De Zweedse dichter en vertaler Göran Sonnevi werd geboren in Lund op 2 oktober 1939. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Göran Sonnevi op dit blog.

 

Uit: Mozart's Third Brain (Vertaald door Rika Lesser)

 

LXIV

another bird, that flew upward, in the Forum Romanum
up toward the Rostra Maybe a serin, but
I don't know Flowers were in bloom, flowers I don't recognize
What may have been acanthus, growing like lupins
And a red flower, close to the ground White butterflies
At the house of the Vestals roses bloomed Up above
the palace and the ruins of villas a falcon flew
Sudden silence of birds At what sort of rostrum do what sorts
of speakers appear I listen to the voices of Europe
I feel no confidence; not even in my own distrust
STEER! We all carry the sparkling diamond oar
Hard; like the gates of Hades Shadows full of unrest
The Curia, restored in the '30s, in the face of new imperial power
Which senate meets there; which tribunes of the people, if they would now
have audience, even in Hades We move through the centuries
Faced with destitution's images The blood of the martyrs is clasped, cradled
As if Agave were clutching the head of Pentheus; the blood runs
down into a bowl; a grail The Etruscan votive sculptures
are thin as sticks; are by Giacometti What do the dead
see? What do they see that even the dying do not see? What
Hesperian fruits, shining Pomegranates; golden fruits?
By the Baths of Diocletian are orange trees Hidden
inside there, Michelangelo's basilica, is full
of power, stone-dead, of the living Small flames burn for believers
Policemen stand in groups, some with bulletproof vests, submachine guns
The door to a bordello stands open Private health clubs
with sauna, massage At Stazione Termini are all kinds of people;
from all over the planet Everything stands wide open, glowing poverty
A beggar woman, emaciated, a shawl over her head, a half-
grown child in her arms, also sleeping, does not wake when you give
her money Which ones listen Which hear the invisible voice The one
with no platform, no altar, who is not even heard at the sacrificial spring in the under-
world, welling up from the rock; clear green water You want
to touch the water, but I stop you Maybe it is also
polluted? We go to the Colosseum, sit there together
on a marble bench, the fragment of one, behold the endless stream
of tourists Shadows in the planetary Hades; we among them
On the Palatine there's a wedding; we talk to the cats a while Look at
more flowers, butterflies One wholly ordinary sparrow, but a little different
In our hotel room afterwards we make love; fiercely, with great intensity

 

 



Göran Sonnevi (Lund, 2 oktober 1939)

Lees meer...

01-10-11

P. N. van Eyck, Khlaid Boudou, Charles Cros, Günter Wallraff, Michael Schindhelm

 

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

 

 

Mysterie

 

Soms luister ik lang naar het zwijgen
Van die donkre viool, mijn hart,
En scheemring na schemering zijgen
Door een stilte die sluimert en mart.

Doch eindlijk begint het te trillen,
Of een zucht langs de snaren streelt,
Of een enkel met liedren te stillen
Verlangen er droomt vóór het speelt.

En een mijmring van tonen zingt éven
Uit de stilte, als de huivrende geest
Eener geur die schaduws deed beven...
Maar mijn ziel is vervúld geweest.

En hetgeen in haar duister blijft hangen,
Een levende smart schoon ze zwijgt,
Is de snik van een eindloos verlangen
Uit een droefheid die woordenloos hijgt.

 

 

 

 

Verzegelde fontein

 

Groen-omlommerd, wit-betegeld,
Springfontein, nog immer zwijgt gij?
Stil-bekommerd, dicht-verzegeld,
Ziel in 't donker, woordeloos, híjgt gij?

Zie de purperen bloemtros bengelen
In 't geblaarte. Hóor de lente,
Zoet als 't lief in Kedars tente,
Loof- en vogelstemmen mengelen.

Moet uw hof nog langer wachten?
Breek het zegel voor de noen:
Stort de pijn der donkere nachten
In de drift van 't lustseizoen.

 

 

 

P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

Lees meer...

John Hegley, Tim O'Brien, Louis Untermeyer, Inge Merkel, Sergej Aksakov

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009 en ook mijn blog van 1 oktober 2010

 

 

A Somewhat Absent Minded Attempt to Be Politically Correct

 

Someone I don't know that well

tells me they have a little boy.

"Oh yes," I enquire, "and how old is he or she?"

 

 

 

Bonfire Night

 

the doors open

everyone comes out

everyone is ready

for fireworks

all except the dog

Eddie

he is shut up in the sheddie

even out of doors we have indoor fireworks

Dad says it is better to be safe than dead

the air is full of the smell of next doors fireworks

Mum says they are very good this year

this year Christopher is allowed

to help his dad to light the fireworks

he is very excited

he is very proud

he is twenty-eight



 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

Lees meer...

30-09-11

Truman Capote, Hendrik Marsman, Zhang Ailing, Edzard Schaper, Hermann Sudermann

 

De Amerikaanse schrijver Truman Capote werd geboren op 30 september 1924 als Truman Streckfus Persons in New Orleans. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Truman Capote op dit blog.

 

Uit: The Walls Are Cold (The Complete Stories of Truman Capote)

 

"Really, isn't that charming? I mean the coincidence." She smoothed her hair and smiled with her too dark lips.

They went into the den and she knew the sailor was watching the way her dress swung around her hips. She stooped through the door behind the bar.

"Well," she said, "what will it be? I forgot, we have scotch and rye and rum; how about a nice rum and coke?"

"If you say so," he grinned, sliding his hand along the mirrored bar's surface, "you know, I never saw a place like this before. It's something right out of a movie."

She whirled ice swiftly around in a glass with a swizzle stick. "I'll take you on a forty-cent tour if you like. It's quite large, for an apartment, that is. We have a country house that's much, much bigger."

That didn't sound right. It was too supercilious. She turned and put the bottle of rum back in its niche. She could see in the mirror that he was staring at her, perhaps through her.

"How old are you?" he asked.

She had to think for a minute, really think. She lied so constantly about her age she sometimes forgot the truth herself. What difference did it make whether he knew her real age or not? So she told him.

"Sixteen."

"And never been kissed. .. ?"

She laughed, not at the cliché but her answer.

"Raped, you mean."

She was facing him and saw that he was shocked and then amused and then something else.

"Oh, for God's sake, don't look at me that way, I'm not a bad girl." He blushed and she climbed back through the door and took his hand. "Come on, I'll show you around."

She led him down a long corridor intermittently lined with mirrors, and showed him room after room. He admired the soft, pastel rugs and the smooth blend of modernistic with period furniture.

"This is my room," she said, holding the door open for him, "you mustn't mind the mess, it isn't all mine, most of the girls have been fixing in here."

There was nothing for him to mind, the room was in perfect order. The bed, the tables, the lamp were all white but the walls and the rug were a dark, cold green.

"Well, Jake. .. what do you think, suit me?"

"I never saw anything like it, my sister wouldn't believe me if I told her. .. but I don't like the walls, if you'll pardon me for saying so. .. that green. .. they look so cold."

She looked puzzled and not knowing quite why, she reached out her hand and touched the wall beside her dressing-table.“

 

 

Truman Capote (30 september 1924 – 25 augustus 1984)

Foto door Robert Mapplethorpe, 1981

Lees meer...