14-10-11

E. E. Cummings, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2008 en ook mijn blog van 14 oktober 2009 en ook mijn blog van 14 oktober 2010.

 

 

"Gay" is the captivating cognomen

 

"Gay" is the captivating cognomen of a Young Woman of cambridge,

mass.

to whom nobody seems to have mentioned ye olde freudian wish;

when i contemplate her uneyes safely ensconced in thick glass

you try if we are a gentleman not to think of(sh)

 

the world renowned investigator of paper sailors--argonauta argo

harmoniously being with his probably most brilliant pupil mated,

let us not deem it miraculous if their(so to speak)offspring has that largo

appearance of somebody who was hectocotyliferously propagated

 

when Miss G touched n.y. our skeleton stepped from his cupboard

gallantly offering to demonstrate the biggest best busiest city

and presently found himself rattling for that well known suburb

the bronx(enlivening an otherwise dead silence with harmless quips, out

of Briggs by Kitty)

 

arriving in an exhausted condition, i purchased two bags of lukewarm

peanuts

with the dime which her mama had generously provided(despite courte-

ous protestations)

and offering Miss Gay one(which she politely refused)set out gaily for

the hyenas

suppressing my frank qualms in deference to her not inobvious perturba-

tions

 

unhappily, the denizens of the zoo were that day inclined to be uncouthly

erotic

more particularly the primates--from which with dignity square feet

turned abruptly Miss Gay away:

"on the whole"(if you will permit a metaphor savouring slightly of the

demotic)

Miss Gay had nothing to say to the animals and the animals had nothing

to say to Miss Gay

 

during our return voyage, my pensive companion dimly remarlted some-

thing about "stuffed

fauna" being "very interesting" . . . we also discussed the possibility of

rain. . .

E distant proximity to a Y.W.c.a. she suddenly luffed

--thanking me; and(stating that she hoped we might "meet again

sometime")vanished, gunwale awash. I thereupon loosened my collar

and dove for the nearest l; surreptitiously cogitating

the dictum of a new england sculptor(well on in life)re the helen moller

dancers, whom he considered "elevating--that is, if dancing CAN be ele-

vating"

 

Miss(believe it or)Gay is a certain Young Woman unacquainted with the

libido

and pursuing a course of instruction at radcliffe college, cambridge, mass.

i try if you are a gentleman not to sense something un poco putrido

when we contemplate her uneyes safely ensconced in thick glass

 

 


E. E. Cummings (14 oktober 1894 - 3 september 1962)

Portret doorJohn Bedford

Lees meer...

Katherine Mansfield, Margarete Susman, Stefan Żeromski

 

De Nieuw-Zeelandse schrijfster Katherine Mansfield werd geboren op 14 oktober 1888 in Wellington. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Katherine Mansfield op dit blog.

 

Uit: The Storyteller (Biografie door Kathleen Jones)

 

„The first thing you notice in Wellington is the wind. A full southerly buster was blowing as I drove in around the bays of the harbour, hurling the waves onto the rocks. At the hotel on Tinakori Road, shutters slapped and banged in a crazy percussion, just as Katherine described in one of her earliest stories, ‘The Wind Blows’. I recognised the way it blew the stinging dust in waves, in clouds, in big round whirls, heard the ‘loud roaring sound’ from the tree ferns and the pohutukawa trees in the botanic garden, the clanking of the overhead cables for the trolley buses. Clinging to the car door to steady myself, the street map levitating from my grasp, I experienced the exactness of Katherine’s images – ‘a newspaper wagged in the air like a lost kite’ before spiking itself onto a pine tree; sentences blew away ‘like little narrow ribbons’.

Tinakori Road, where Katherine was born and where her father occupied progressively larger houses as his status rose, runs along a steep hillside with spectacular views of the city. Above it, a tree- clad slope climbs upwards towards the ridge and below it, houses stagger downhill towards the brief fringe of level ground that edges the circular bay, enclosed by hills. The street follows a major fault line in an area that remains seismically active, and tremors were part of Katherine’s childhood experience.

Katherine loved the view from Tinakori Road, writing in her youthful notebook how ‘all in a fever myself I rushed out of the stifling house . . . on to the gorse golden hills. A white road round the hills – there I walked. And below me, like a beautiful Pre- Raphaelite picture, lay the sea and the violet mountains. The sky all a riot of rose and yellow – amethyst and purple. At the foot of the hill – the city – but all curtained by a blue mist that hung over it in pale wreaths of Beauty. Though engulfed by the expanding capital, the old houses renumbered to accommodate the new, Tinakori Road has changed little in a hundred and twenty years. It is still lined by brightly painted wooden houses, and you can have a drink in the local working men’s pub, where Katherine’s inscrutable face looks down from the wall.“



Katherine Mansfield (14 oktober 1888 – 9 januari 1923)

Lees meer...

13-10-11

Herman Franke, Colin Channer, Migjeni, Arna Wendell Bontemps, Conrad Richter, Edwina Currie, Peter Buwalda

 

De Nederlandse schrijver Herman Franke werd geboren op 13 oktober 1948 in Groningen. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Franke op dit blog.

 

Uit: De ironie van de romantiek (Kellendonk lezing 2000)

`Er waren eens een vader en een zoon'. Zo begint een van de ontroeren­dste verhalen die ik ken. Het gaat over de dagelijkse omgang tussen een vader en een zoon. Zij voeren opgewekte, leven­dige gesprekken met elkaar, hoewel ze erg zwaarmoedig zijn. Beiden geloven dat ze schuld dragen aan het verdriet van de ander, zonder dit ooit uit te spreken. Maar heel af en toe blijft de vader voor de zoon staan, laat een bekom­mer­de blik op hem rusten en zegt: arm kind, jij leeft in een stille ver­twijfe­ling. Dan sterft de vader. En de zoon ziet veel, hoort veel, beleeft veel en wordt be­proefd in velerlei verzoe­kingen, maar er is maar één ding waar hij naar verlangt, maar één ding dat hem zou kunnen ontroeren: dat zijn die woor­den, en de stem van zijn vader die ze spreekt. En de enige troost die hij op zijn eigen oude dag heeft is dat zijn stem zo sterk op die van zijn vader is gaan lijken, dat hij tot zich­zelf kan zeg­gen: arm kind, jij leeft in een stille vertwijfe­ling. De schrij­ver van dit verhaal is de Deense filosoof Soren Kierkegaard die leefde in de eerste helft van de negentiende eeuw. Hij zag eruit als Jannes van der Wal, was zeker zo excentriek, werd op straat in Kopenhagen uitgelachen om zijn spillebenen en bouwde een bizar maar indruk­wekkend oeuvre op zijn existen­tieel getob over de verbreking van zijn verlo­ving met de 18-jarige Regine Olsen. Dat was in 1841 nog iets waar­van iedereen schande sprak. Op internet zijn portret­jes van Regine te vinden. Het is een wreedheid van de tech­nische voor­uit­gang dat honderden mil­joe­nen mensen nu kunnen zien hoe lief het meisje eruit zag dat hij hardhandig maar ook vol rijk gescha­keerd schuldge­voel van zich afstootte, nadat genade­loos zelfon­derzoek hem tot de conclusie had ge­bracht dat hij niet voor het huwe­lijk geschikt was en een andere taak had te volbren­gen, te weten het eenzaam leren leven met ver­twij­feling en angst en het zoeken naar een reli­gieuze uitweg, zeg maar troost.

Het verhaal over die vader en zoon is opgenomen in zijn Stadia op de levensweg dat in 1845 verscheen. In mijn herinne­ring was het veel langer dan de ene bladzijde die het in werke­lijkheid beslaat. Het is zo'n verhaal dat pas in de ver­beelding van de lezer een echt verhaal wordt, wat misschien wel de mooiste verhalen zijn. Ik las het bijna tien jaar geleden. Het was een zomerse dag en ik zat drie hoog achter op mijn balkon onder een bont­ge­kleurde para­sol.“

 

 

Herman Franke (13 oktober 1946 – 14 augustus 2010)

Lees meer...

12-10-11

Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald

 

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2009 en ook mijn blog van 12 oktober 2010.

 

 

Ode aan de mus

 

Schuim onder de vogels,
schuim dat wegstuift en
weer aanwuift als een
kwetterende stofwolk,
schorem dat vecht om
elke kruimel, stof-
badend plebs, honk-
vaste landloper,
Jan Rap die doodgaat
zonder maat, brutale
bek die stinkt naar
paardenvijgen, gespuis
dat vliegt.

 

 

 

Moissac

 

Hoe moeten we door dit portaal
naar binnen? Ik kan niet verder
en blijf staan. Tussen de sleutels
die Petrus peinzend koestert
en Jesaja's neergeslagen blik
rekken zich leeuw en leeuwin
staande op leeuwin en leeuw.
Naast Jeremias, rug aan rug met
Paulus, starend naar de voorhal
van een kerk vol heidenen.
Ik kijk omhoog en zie de deur
die is geopend in de hemel.
Ik zie de troon en op die troon
versteent hij die tot leven wekt;
zijn linkerhand rust op een boek.
Hoe kom ik onder dit visioen
vandaan? Wat te beginnen
met de vierentwintig oudsten
en die vier dieren vol ogen,
die elk zes vleugels hebben,
en die twee sterke engelen
die zwijgen?
Wat moeten wij
met deze beelden, ontleend
aan een vergeten boek?

 

 

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

Lees meer...

Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović

 

De Amerikaanse dichter en schrijverPaul Engle werd geboren op 12 oktober 1908 in Cedar Rapids. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2008 en ook mijn blog van 12 oktober 2009 en ook mijn blog van 12 oktober 2010.

 

 

Hero

 

I

I have heard the horn of Roland goldly screaming

In the petty Pyrenees of the inner ear

And seen the frightful Saracens of fear

Pour from the passes, fought them, brave in dreaming.

 

But waked, and heard my own voice tinly screaming

In the whorled and whirling valleys of the ear,

And beat the savage bed back in my fear,

And crawled, unheroed, down those cliffs of dreaming.

 

II

I have ridden with Hannibal in the mountain dusk,

Watching the drivers yell the doomed and gray

Elephants over the trumpeting Alps, gone gay

With snow vivid on peaks, on the ivory tusk.

 

But waked, and found myself in the vivid dusk

Plunging the deep and icy floor, gone gray

With bellowing shapes of morning, and the gay

Sunshaft through me like an ivory tusk.

 

III

I have smiled on the platform, hearing without shame

The crowd scream out my praise, I, the new star,

Handsome, disparaging my bloody scar,

Yet turning its curve to the light when they called my name.

 

But waked, and the empty window sneered my name,

The sky bled, drop by golden drop, each star

The curved moon glittered like a sickle's scar,

The night wind called with its gentle voices: Shame!



 

Paul Engle (12 oktober 1908 – 25 maart 1991)

Lees meer...

11-10-11

Gertrud von Le Fort, François Mauriac, Christoph Peters, Conrad Ferdinand Meyer, Han Resink, Boris Pilnjak, Pierre Jean Jouve, Hans Schiebelhuth, Richard H. W. Dillard

 

De Duitse schrijfster Gertrud von Le Fort werd geboren in Minden op 11 oktober 1876. Zie ook mijn blog van 11 oktober 2009.en ook mijn blog van 11 oktober 2010.

 

Uit: Prinzessin Christelchen

 

„Nein, danke. Sie können gehen, Erna.“ Die Kammerjungfer entfernte sich knixend, und Prinzessin Christine war allein in dem hellerleuchteten Toilettenzimmer. Sie nahm die weißen Rosen, welche von der Garnitur ihres Kleides übrig geblieben waren, und setzte sie in ein Glas, denn Prinzessin Christine konnte Blumen nicht welken sehen. Dann trat sie noch einmal vor den hohen Kristallspiegel. Es war ein scheuer, beinahe ängstlicher Blick, den sie hinein sandte, und gleich darauf wandte sie sich hastig ab. Es lohnte sich auch wahrhaftig nicht, lange hinein zu blicken. Eine kaum mittelgroße, schmächtige Gestalt, ein blasses, müdes Gesichtchen mit unregelmäßigen, nervösen Zügen, das war alles, was sie sah. Dazu ein schlichtes, weißes Kleid und an der Brust einige große, weiße Rosen, die genau so blass und müde den Kopf hängen ließen, wie die junge Prinzessin. Die Kammerjungfer hatte ihr durchaus noch einige dunkle Granaten ins Haar stecken wollen, aber Prinzessin Christine besaß eine Abneigung gegen lebhafte Farben, da war nichts zu machen gewesen.
Unten am Portal des Schlosses fuhren die ersten Wagen vor. Die kleine Prinzessin hatte sich einen Stuhl ans Fenster gezogen und presste den Kopf gegen die kühlen Scheiben. Wie wunderschön war es doch, hier allein zu sein! Sie hatte das so selten. Horch! Wieder ein Wagen! Neugierig blickte die Prinzessin hinunter. So also sah man ans, wenn man als junges Mädchen zum Ball fuhr! In große Abendmäntel gehüllt, stiegen eben zwei junge Damen in Begleitung einer älteren aus dem Wagen. Im Schein der hellen Lichter vor der Einfahrt des Schlosses konnte Prinzessin Christine ihre Gesichter deutlich erkennen. Die eine sah strahlend aus in froher Erwartung, die andere ein wenig aufgeregt, beinahe ängstlich.

Eben kamen von der anderen Seite mehrere junge Offiziere. Einer von ihnen sprach die Ängstliche an, wahrscheinlich benutzte er das Zusammentreffen, sie gleich um einen Tanz zu bitten. Sie nickte und lächelte - jetzt sah sie nicht mehr ängstlich ans. Es mußte doch ein eigener Reiz darinnen liegen, zum Tanze aufgefordert zu werden. Prinzessin Christine seufzte. Sie durfte ja nur befehlen - ach, immer nur befehlen!“

 

 


Gertrud von Le Fort (11 oktober 1876 - 1 november 1971)

Lees meer...

10-10-11

Ferdinand Bordewijk, Menno Wigman, Jonathan Littell, Eugen Egner, Mercè Rodoreda

 

De Nederlandse schrijver Ferdinand Bordewijk werd geboren op 10 oktober 1884 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ferdinand Bordewijk op dit blog.

 

Uit: Knorrende beesten

 

„De ondergaande zon der hondsdagen zette de kust in een machtig rood. Het rijkelijk bluschwater der zee doofde dit trotsch tafereel. De nachthitte hing op het land, en de dikke zilte geur van de zee, het parfum van een zware vrouw die ruischt in ondergoed van zij.

Hoog kalkig scheen de parade in lange lijn, van Rigel tot Regulus, en verder tot de haven en de blinde dolkstooten van den vuurtoren. Daarlangs de kleine duistere bars, broeisch geflonker van kleur en geteem van muziek. Hooger de golvende promenade, en hooger weer de terrassen met de hotels, Rigel, Beteigeuze, Mizar, Regulus, en daarin gevat het kleine uiterst selecte blok van Alcor.

Het verkeer op de parade wemelde, zijn toon was beschaafd. Het groot gerucht kwam van de pier.

De pier stak een arm en een vuist ver in zee. Ook daar wemelde het, in een eenvoudiger feestelijkheid. De pier had zich overwelfd met een berceau van roze gloeilicht.

Het groote eindcafé trok zijn burgerlijk silhouet in roze lichtlijnen na en herschiep zich tot een onbeholpen fantasmagorie. Het water weerkaatste het roze in gerekte deining. Een maritieme kanonnade gaf het slagwerk van de militaire kapel. Er werd geroepen, gezongen, gedraafd.

In de keten der kleine bars van de parade was de parkeerplaats een breuk. Aan den ingang was de garage en de service, dit woord in bijtend zilverlicht vóór den muur, dan de effen matheid van het plein van betontegels, afgesloten door een rechten steenwal, waarboven de promenade door een peristyle. Aan de verre andere zijde de kleine steenen cylinder van den parkwachter. Het park lag in het halfduister, zonder eigen verlichting, zijdelings beschenen door het booglicht van de parade.

Het park was vol van kleine, stille dieren. Hun eigenaars zochten vreugde op de pier. De tijd kwam nu van de weeldedieren. Zij liepen langzaam over de parade, met gedempte knorren van gevoede beesten, met het rhythmisch namalen van juist passende tanden in een dichten snuit.“

 

 

 

Ferdinand Bordewijk (10 oktober 1884 – 28 april 1965)

 

Lees meer...

Harold Pinter, Claude Simon, Boeli van Leeuwen, Ivan Boenin, Frederick Barthelme

 

De Britse schrijver Harold Pinter werd geboren op 10 oktober 1930 in Londen. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Harold Pinter op dit blog.

 

Uit: The Dumb Waiter

 

“GUS. I wonder who it’ll be tonight.

[Silence]

Eh, I’ve been wanting to ask you something.

BEN. [putting his legs on the bed] Oh, for Christ’s sake.

GUS. No. I was going to ask you something.

[He rises and sits on Ben's bed]

BEN. What are you sitting on my bed for?

[Gus sits]

What’s the matter with you? You’re always asking me questions. What’s the matter with you?

GUS. Nothing.

BEN. You never used to ask me so many damn questions. What’s come over you?

GUS. No, I was just wondering.

BEN. Stop wondering. You’ve got a job to do. Why don’t you just do it and shut up?

GUS. That’s what I was wondering about.

BEN. What?

GUS. The job.

BEN. What job?

GUS. [tentatively] I thought perhaps you might know something.

[Ben looks at him.]

I thought perhaps you — I mean — have you got any idea — who’s it going to be tonight?

BEN. Who what’s going to be?

[They look at each other]

GUS. [at length] Who it’s going to be.

[Silence]

BEN. Are you feeling all right?

GUS. Sure.

BEN. Go and make the tea.

GUS. Yes, sure.

[Gus exits, Ben looks after him. He then takes his revolver from under the pillow and checks it for ammunition. Gus re-enters]

The gas has gone out.

BEN. Well, what about it?

GUS. There’s a meter.

BEN. I haven’t got any money.

GUS. Nor have I.

BEN. You’ll have to wait.

GUS. What for?

BEN. For Wilson.

GUS. He might not come. He might just send a message. He doesn’t always come.

BEN. Well, you’ll have to do without it, won’t you?”

 

 

Harold Pinter (10 oktober 1930 – 24 december 2008)

Lees meer...

R. K. Narayan, Rie Cramer, Aleksis Kivi, Robidé van der Aa, James Clavell, Louise Mack, Kermit Roosevelt sr.

 

De Indiase schrijver Rasipuran Krishnaswami Narayan werd geboren op 10 oktober 1906 in Madras. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2009 en ook mijn blog van 10 oktober 2010

 

Uit: The Guide

 

“Next morning I found the atmosphere once again black and tense - all the vivacity of the previous evening was gone. When their room opened, only he came out, fully dressed and ready . . . I poured him a cup of coffee.
'Joseph has brought tiffin. Will you not taste it?'
'No; let us be going. I'm keen on reaching the caves.'
'What about the lady?' I asked.
'Leave her alone,' he said petulantly. 'I can't afford to be fooling around, wasting my time.' In the same condition as yesterday! This seemed to be the spirit of their morning every day. How cordially he had come over and sat beside her last night on the veranda! How cordially they had gone into the hotel on that night! What exactly happened at night that made them want to tear at each other in the morning? . . . I wanted to cry out, 'Oh, monster, what do you do to her that makes her sulk like this on rising?'

(…)

 

On the way she said to me (Raju), 'Have you documents to see too?'
'No, no,' I said, hesitating midway between my room and hers.
'Come along then. Surely you aren't going to leave me to the mercy of prowling beasts?'
. . .
'I'm prepared to spend the whole night here, she said. 'He will, of course, be glad to be left alone. Here at least we have silence and darkness, welcome things, and something to wait for out of that darkness.'
I couldn't find anything to say in reply. I was overwhelmed by her perfume. The stars beyond the glass shone in the sky.
. . .
Bright eyes shone amidst the foliage. She pulled my sleeve and whispered excitedly, 'Something - what can it be?'
'Probably a panther,' I said to keep up the conversation. Oh, the whispers, the stars, and the darkness - I began to breathe heavily with excitement.”



 


R. K. Narayan (10 oktober 1906 – 13 mei 2001)

 

Lees meer...

09-10-11

Colin Clark

 

De Britse schrijver en filmmaker Colin Clark werd geboren op 9 oktober 1932 in Londen als zoon van de kunsthistoricus Lord Clark of Saltwood en als jongere broer van de conservatieve politicus en militair historicus Alan Clark. Hij werd opgeleid op Eton College en Christ Church in Oxford. Van 1951-1953 diende hij als piloot - officier bij de Royal Air Force.Colin Clark's eerste baan na het verlaten van de universiteit was als assistent-regisseur van de film De Prins en de Showgirl (1957), geregisseerd door Laurence Olivier en met Olivier en Marilyn Monroe in de hoofdrol, een ervaring die Clark later omzette in twee boeken, een een aantal dagboeken, (waarvan een tv-documentaire werd gemaakt in 2004) en ander autobiografisch werk. Clark's beschrijving van zijn tijd met Monroe is de basis van defilm My Week met Marilyn uit 2011.

Uit:
My Week With Marilyn

 

"WEDNESDAY 12 SEPTEMBER

 

Though Marilyn never arrived at the studio on time, Olivier was always there at seven o’clock sharp. Just before lunch, to everyone’s surprise, Marilyn did show up, but by four o’clock that afternoon she was even more distressed than usual. Olivier decided to call it a day and when I went to his dressing room he was angrily discussing with Milton Greene why Marilyn was so upset.

 

‘Colin,’ said Olivier, ‘go across to Miss Monroe’s suite and ask her very politely whether she intends to come to work tomorrow.’

 

*****

 

‘Colin,’ Marilyn’s voice was no more than a whisper, ‘what is your job on the picture?’

 

‘I’m what they call a “gofer”. Anyone can boss me around.’

 

‘Are you a spy for Sir Laurence? I always see you round him.’

 

‘I’m not a spy but it’s my job to report anything that will help his movie get made. He’s sent me

to see if you are coming to work tomorrow.’

 

‘Mr Miller is flying to Paris tomorrow so I’ll stay home to see him.’

 

‘Of course, Miss Monroe.’

 

There was a long pause.

 

‘Colin, whose side are you on?’

 

‘Oh, yours, Miss Monroe. I promise you I’m on your side and always will be.’

 

  

 

Colin Clark (9 oktober 1932-17 december 2002)


 

 

 

20:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: colin clark, romenu |  Facebook |

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 9 oktober 2009 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

 


Proofs

Death will not correct
a single line of verse
she is no proof-reader
she is no sympathetic
lady editor

a bad metaphor is immortal

a shoddy poet who has died
is a shoddy dead poet

a bore bores after death
a fool keeps up his foolish chatter
from beyond the grave

 

The Return

Suddenly the window will open
and Mother will call
it's time to come in

the wall will part
I will enter heaven in muddy shoes

I will come to the table
and answer questions rudely

I am all right leave me
alone. Head in hand I
sit and sit. How can I tell them
about that long
and tangled way.

Here in heaven mothers
knit green scarves

flies buzz

Father dozes by the stove
after six days' labour.

No--surely I can't tell them
that people are at each
other's throats.


  

Vertaald door Adam Czerniawski




Tadeusz Różewicz
(Radomsko, 9 oktober 1921)


 

Lees meer...

Mário de Andrade, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andradewerd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Mário de Andradeop dit blog.

 

 

 

VARIATION ON THE BAD FRIEND

 

At least, we are no longer friends.

You walk easily, lightly,
In the labyrinth of complications.
What subtlety! what dancing grace!...
It is true that there always remains
Some dust from your wings
On the branches, on the thorns,
Even on the blossoms of that wood…
And I also noticed several times
That your wings are ragged at the edges…
But the essential thing, the important thing,
Is that despite the raggedness you can still fly.

I am not like that.
I am heavy, I am rather clumsy,
I have no wings and not much breeding.
I need a broad and straight road.
If I lack space, I break everything,
I get hurt, I get tired… I finally fall.

In the middle of the wood I stop, unable to go on.
I cannot stand it any longer.

You… you may still call me a friend…
Although you lose a bit of your wing,
You sit on my thorn bush and can still fly.
Yet I, I suffer it is true,
But I am no longer your friend.
You are friend of the sea, you are friend of the river…

 

 

 

Vertaald door John Nist enYolanda Leite

 

 

 


Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

Borstbeeld door Bruno Giorgi in Sao Paulo

Lees meer...

Ivo Andrić, Johannes Theodor Baargeld, Christian Reuter, Holger Drachmann

 

De Servisch-Kroatische schrijver Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

Uit: The Pasha's Concubine (Vertaald door Joseph Hitrec e.a.)

 

„In the forenoon of the second day, as he was returning from the drill field, the Pasha and his escort found themselves in the bazaar. They rode cautiously over the thawing ice. It was a market day, and in front of the Garić Bakery their way was blocked by some peasants' horses laden with wood. While the flustered farmers began to hop and skip around the stubborn horses, the Pasha cast a glance into the bakery. Next to the closed brick oven stood the old baker Ali, stoop-shouldered, with rheumy, wizened eyes out of which tears kept oozing on his great white mustache. At the wide-open shopwindow, among the bread loaves and pans of meat and pies, was his daughter Mara. On her knees and propped on the counter with one arm, she had stretched the other for a platter on a shelf underneath. When she heard the shouts of the soldiers and the stamping of the peasants' horses, she lifted her head, and the Pasha, seeing her wrapped like this around the counter, fell in love with her round, childish face and her merry eyes.

When he rode that way again in the afternoon, the bakery was deserted, the window half-shuttered, and on the sill was a purring cat with signed white hair.

He gave orders that the girl be found and brought to him. The noncommissioned officers and town constables ran eagerly to carry them out. He stayed over till noon of the third day, when they reported that the matter could be arranged. The girl had no one except her father. Her mother had been well-known Jelka, named Hafizadić after the old Mustaybey Hafizadić, who had kept her for several years and then married her off to this Garić, a quiet and simple-minded young man, to whom he had also given money to open the bakery.

The Pasha left some money and entrusted the matter to his old acquaintance Teskeredžić. And toward the end of March, on another market day, they brought the girl to him at Sarajevo.

The Pasha had not been wring in his judgment. She was the kind of woman he had always sought and particularly esteemed, the only kind that still attracted him. She was not quite sixteen. She had big eyes of a dovelike shade and muted porcelain luster, which moved languidly. Her hair was quite fair, heavy, and thick, such as was seldom seen on women in this region. Both her face and her arms were covered with a fine, light down that was noticeable only in sunlight.“

 

 

Ivo Andrić (9 oktober 1892 – 13 maart 1975)

Lees meer...

08-10-11

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker

 

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

 

Winterslaap

Laat mij koud en schitterend zijn,
en zonder mens. Van steen
wil ik zijn, een beeld in het park,
en niets kan mij raken,
en ik raak niets. Ik sta
en bekijk de seizoenen.

Maar zet mijn hoofd in koele aarde.
Dan kan ik in de loop van jaren
wortelen in het donker,
waar grondwater zachtjes sijpelt
en koele bezoekers geluidloos
voorbijglijden. Heel langzaam

ga ik als boom een winter in.
Het blad heb ik reeds afgeworpen,
de wind waait door mij heen,
kaal tot in de kleinste vertakking
ben ik, maar diep van binnen
stroomt het sap.

 

 

 

Gedicht gevonden in een aardewerken pot

We zijn gekomen op voeten van leem
en gestegen op vleugels van rook.
Van oeroude eiken reiken de wortels
inmiddels tot het middelpunt der aarde.

Wat nu?
Nu moet het snel gaan.
Nu moet het gebeuren.

Koninkrijken kwamen en gingen,
de ijstijd is voorbij en ook het Krijt
kunnen we zo langzamerhand
als afgesloten beschouwen.

Ikzelf ben nu al over de dertig
en mijn zus is twee jaar ouder.
Wie kan zich nog heugen
dat vrouwen van ribben en mannen
van modder werden gemaakt?

Het begin is dus voorbij.
Madagaskar ligt op zijn plek
en de Alpen staan. We moeten door.
We kunnen niet langer wachten.
Er is geen tijd meer, geen seconde.

 

 

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Lees meer...