15-12-12

Hans Carossa, François de La Rochefoucauld, Nicolas Gilbert, Maxwell Anderson, Muriel Rukeyser, Laura van der Haar

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Carossa werd geboren op 15 december 1878 in Bad Tölz. Zie ook alle tags voor Hans Carossa op dit blog.

 

 

Unzugänglich schien der Gipfel

 

Unzugänglich schien der Gipfel;
Nun begehn wir ihn so leicht.
Fern verdämmern erste Wege,
Neue Himmel sind erreicht.
Urgebirg und offne Länder
Schweben weit, in Eins verspielt.
Städte die wir nachts durchzogen,
sind ein einfach-lichtes Bild.
Helle Wolke streift herüber;
Uns umweht ihr Schattenlauf.
Große blaue Falter schlagen
Sich wie Bücher vor uns auf.

 

 

 

WAS EINER IST ...

 

Was einer ist, was einer war,

Beim Scheiden wird es offenbar.

Wir hören’s nicht, wenn Gottes Weise summt,

Wir schaudern erst, wenn sie verstummt.



 

Hans Carossa (15 december 1878 - 13 september 1956)

Lees meer...

14-12-12

Gerard Reve, Boudewijn Büch, Hervé Guibert, Paul Eluard

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

 

Uit: Op Weg Naar Het Einde

 

“De zitting, over commitment, is een teleurstelling. Niemand definieert commitment, of onderscheidt deze in religieuze, sociale, en politieke commitment. Iedereen loeit maar wat door over de Liefde, de Noden der Mensheid, en dergelijke, alle heel reële onderwerpen, mits men ze in een begrijpelijk betoog weet te gieten. Dat van Klushwant Singh uit India is misschien niet onbegrijpelijk, maar wel stom vervelend. Daarbij komt, dat ik mijn gekleurde broeders al het heil dat maar denkbaar is toewens, en me altijd tegen elk onrecht, hen aangedaan, zal blijven verzetten, maar dat het mij tevens de grootste moeite kost, zo niet onmogelijk is, mij voor te stellen dat zij er gevoelens en gedachten op na zouden kunnen houden die enige overweging waard zijn.
Ik geloof in de gelijkheid en gelijkberechtigheid van alle mensen, maar als ik, zoals nu, deze tulbanddrager met zijn warrelende pluisbaard zie staan oreren, kan ik hem niet ernstig nemen. 'Man,' denk ik, 'laat je haar knippen, trek mensenkleren aan, en scheer je eens behoorlijk.' Intussen, hoe de man er op komt blijft
voorlopig een raadsel, deelt hij mede dat de schrijver moet opkomen voor allerlei onbegrepen waarden en liefden, dat is zijn commitment, maar niet voor homoseksualiteit, want dat is geen liefde, aangezien homoseksuelen geen liefde kunnen ervaren. (W. roept, wit van woede 'Shame! Shame!') Ik denk dat ik droom. Wie heeft die slangenbezweerder wat gevraagd? Nu het toch mijn spreekbeurt is, verklaar ik, voordat ik mijn referaat houd, dat ik op de bewering van de vorige spreker, volgens welke ik geen werkelijke liefde zou kunnen ervaren, alleen maar zou willen repliceren: 'God vergeve hen, die zulke stompzinnige dingen durven zeggen.' (W. knikt mij, bij mijn terugkeer naar mijn plaats, met voldaan geloken ogen toe.) Erich Fried springt op, bestormt de microfoon en straft het orakel van de Indus terdege af. Voorlopig zal deze zich wel koest houden, denk ik.”

(…)

 

" Laten we elkaar niet haten, maar, integendeel, elkaar liefhebben, gezamenlijk op de Dood wachten, en het ons in de tussentijd aan niets laten ontbreken.
Wanneer ik van hier vertrek, en waarheen ik dan gaan zal - alleen God weet het. Hem wil ik gehoorzamen, en tot glorie van zijn Eeuwige Naam zal ik het vaandel wederom opheffen en voortdragen, waarop geschreven staat: Op Weg Naar Het Einde."

 

 


Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

Portret door Gerrit Breteler, 1993

Lees meer...

13-12-12

Heinrich Heine, José Eduardo Agualusa, Kenneth Patchen, Ida Vos

 

De Duitse dichter Heinrich Heine werd geboren in Düsseldorf op 13 december 1797. Zie ook alle tags voor Heinrich Heine op dit blog.

 

 

Was treibt und tobt mein tolles Blut

V

Was treibt und tobt mein tolles Blut?

Was flammt mein Herz in wilder Glut?

Es kocht mein Blut und schäumt und gärt,

Und grimme Glut mein Herz verzehrt.

 

Das Blut ist toll, und gärt und schäumt,

Weil ich den bösen Traum geträumt;

Es kam der finstre Sohn der Nacht,

Und hat mich keuchend fortgebracht.

 

Er bracht mich in ein helles Haus,

Wo Harfenklang und Saus und Braus

Und Fackelglanz und Kerzenschein;

Ich kam zum Saal, ich trat hinein.

 

Das war ein lustig Hochzeitsfest;

Zu Tafel saßen froh die Gäst.

Und wie ich nach dem Brautpaar schaut -

O weh! mein Liebchen war die Braut.

 

Das war mein Liebchen wunnesam,

Ein fremder Mann war Bräutigam;

Dicht hinterm Ehrenstuhl der Braut,

Da blieb ich stehn, gab keinen Laut.

 

Es rauscht Musik - gar still stand ich;

Der Freudenlärm betrübte mich.

Die Braut, sie blickt so hochbeglückt,

Der Bräutgam ihre Hände drückt.

 

Der Bräutgam füllt den Becher sein,

Und trinkt daraus, und reicht gar fein

Der Braut ihn hin; sie lächelt Dank -

O weh! mein rotes Blut sie trank.

 

Die Braut ein hübsches Äpflein nahm,

Und reicht es hin dem Bräutigam.

Der nahm sein Messer, schnitt hinein -

O weh! das war das Herze mein.

 

Sie äugeln süß, sie äugeln lang,

Der Bräutgam kühn die Braut umschlang,

Und küßt sie auf die Wangen rot, -

O weh! mich küßt der kalte Tod.

 

Wie Blei lag meine Zung im Mund,

Daß ich kein Wörtlein sprechen kunnt.

Da rauscht es auf, der Tanz begann;

Das schmucke Brautpaar tanzt voran.

 

Und wie ich stand so leichenstumm,

Die Tänzer schweben flink herum; -

Ein leises Wort der Bräutgam spricht,

Die Braut wird rot, doch zürnt sie nicht. --

 

 

Still ist die Nacht

 

XX

 

Still ist die Nacht, es ruhen die Gassen,

In diesem Hause wohnte mein Schatz;

Sie hat schon längst die Stadt verlassen,

Doch steht noch das Haus auf demselben Platz.

 

Da steht auch ein Mensch und starrt in die Höhe,

Und ringt die Hände, vor Schmerzensgewalt;

Mir graust es, wenn ich sein Antlitz sehe -

Der Mond zeigt mir meine eigne Gestalt.

 

Du Doppelgänger! du bleicher Geselle!

Was äffst du nach mein Liebesleid,

das mich gequält auf dieser Stelle,

So manche Nacht, in alter Zeit?

 


Heinrich Heine (13 december 1797- 17 februari 1856)

Heinrich Heine en zijn vrouw Mathilde door Benedikt Kietz, 1851

Lees meer...

12-12-12

Kader Abdolah, Susanna Tamaro, Sophie Kinsella, Gustave Flaubert, John Osborne

 

De Iraans - Nederlandse schrijver Kader Abdolah (pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani) werd geboren in Arak op 12 december 1954. Zie ookalle tags voor Kader Abdolah op dit blog.

 

Uit: De Koning

 

“Ghadje had als gevolg van de castratie een lelijk, gelig, onbehaard gelaat gekregen. Dat hij zijn wenkbrauwen epileerde maakte hem er niet knapper op. Hij droeg een onafscheidelijke vuile donkerblauwe jas en een witte ongewassen sjaal. Ghadje wist alles over de lichamen en de geheimen van de vrouwen van de sjah. De sjah accepteerde dat hij stonk en onaangenaam was, alleen zo hielden de vrouwen afstand van de man. Onder zijn arm had Ghadje een stok, waarmee hij brutale vrouwen in het gareel hield. De sjah stond hem toe die stok onder zijn arm te houden in zijn bijzijn.
Aan zijn dikke leren riem droeg Ghadje altijd een ring met talloze sleutels. Iedereen kon hem, door het rinkelen van de sleutels, aan horen komen.

Binnen deed Ghadje zijn pet af, boog en bleef voor de deur staan.
‘Vertel, Ghadje, waar zijn de vrouwen?’ riep sjah Naser.
‘Ze zijn vlak bij Teheran, ik verwacht ze rond de middag in het paleis.’
‘Het was een lange reis, ze zullen zeker erg moe zijn’, zei de sjah.
‘Ze zijn nu zeventien dagen onderweg. Het was zwaar met de kinderen erbij, maar ze hebben onderweg goed kunnen uitrusten in de tenten.’
‘Laat ze feestelijk onthalen nu we de troon bestegen hebben’, zei de sjah.
‘Alles is geregeld, majesteit. Straks als ze aankomen is er een groot feest. Ze zijn niet moe, ze hebben gisteravond in een grote karavanserai net buiten Teheran geslapen en de grote hamam van de harem is gereed.’

De reis was voor de vrouwen onvergetelijk geweest. Normaal mochten ze alleen korte pelgrimstochten maken. De rest van hun leven verbleven ze binnen de vier muren van de harem. Ze waren nu te paard dwars door het land getrokken, gehuld in hun zwarte chador met hun blauwe nikab. Hun kinderen werden in koetsen vervoerd en de bedienden reden op muilezels achter hen.”

 

 

Kader Abdolah (Arak, 12 december 1954)

Lees meer...

11-12-12

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marco Kugel

 

De Italiaanse schrijver.Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook alle tags voor Andrea De Carlo op dit blog.

 

Uit: Due di Due (Vertaald door Paula Geldenhuys)

 

“When I first saw Guido Laremi we were both so skinny and perplexed, so transient in our lives as to stand and look on like bystanders as what was befalling us became part of the past, crushed without a minimal perspective.

My recollection of our first encounter is in fact a reconstruction, made up of details erased and added up and modified to extricate one single episode from the weft of insignificant episodes in which it then belonged.

In this reconstructed recollection I'm standing on the other side of the street, beholding the bustle of boys and girls swarming out of an old, gray building, scarcely contained by a metal railing which runs about ten meters along the sidewalk.

I have my hands in my pockets and the collar of my greatcoat raised and I'm desperately trying to assume a mien of non-belonging in the scene, even though I've gone out the same door and done the same tiresome route just a quarter of an hour before.

But I'm fourteen years old and I hate the clothes I'm wearing, I hate my general aspect, and the idea of being here right now.

The throng of young people comes forth like a torrent clogged by logs and emerging boulders; as the railing is cleared it pours into the street and invades it all the way over to my sidewalk.

And almost every face is too pallid or round or long, almost every body too angular or smoothed down, almost every gait lacking in balance, as if the schoolbags they are all carrying in their hands and over their shoulders were too light or heavy.

There is this bottom of active indifference in almost every gaze, in almost every act, which combines with the general dissipation of mechanical energy.

Not that I feel any better than the others: it's the idea of seeing my defects multiplied one hundredfold that accentuates my uneasiness and reflects it all about”

.

 

Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

Lees meer...

P.C. Hooftprijs voor A.F.Th. van der Heijden

 

 

P.C. Hooftprijs voor A.F.Th. van der Heijden

 

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden heeft de P.C. Hooftprijs 2013 gewonnen. Dat heeft de jury van de belangrijkste literaire prijs van Nederland vandaag bekendgemaakt.Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend voor proza, essayistiek en poëzie. Aan de prijs is een geldbedrag van 60.000 euro verbonden. A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F. Th. van der Heijden op dit blog.

 

Uit: Het Hof van Barmhartigheid

 

‘Maar er was een zeer zware last van aanwijzingen, verdenkingen, van haar hele gedragingen. Als u mij op de man af vraagt: gelooft u dat ze onschuldig is?, dan kan ik daar met de hand op m'n hart geen antwoord op geven. Ik weet het niet...Het is misschien wel de moeilijkste en zorgelijkste zaak die ik ooit in handen heb gehad.’ ‘Het gerechtshof van Arnhem verdient zijn bijnaam Hof van Barmhartigheid dubbel en dwars,’ had mr. Quispel haar destijds geschreven in antwoord op haar wanhoopsbrief ‘U bent er in hoger beroep drie jaar op vooruitgegaan, van vijftien naar twaalf jaar, wat in de praktijk zal neerkomen op twee jaar eerder vrij. Ik heb mijzelf als strafpleiter niets te verwijten. De extreem zware omstandigheden in acht genomen, de overstelpende bewijslast waarmee zowel u als ik werden geconfronteerd, liet mijn verdediging niets te wensen over. Het was een van de zwaarste zaken uit mijn loopbaan als advocaat.’

(…)

 

“‘Toen schoof de hond langs me. Hij duwde met zijn neus tegen de deur van de berging. De deur ging een beetje open. Ik zag dat hij aanstond. Het zat er zo bij me ingehamerd dat Pekkie niet naar buiten mocht, dat ik roep van: “Pekkie, kom hier!” De sleutel van de achterdeur zat in het slot. De grendel was van de deur. Ik draaide de sleutel om, de deur op slot. Moest weer braken. Ik pakte een papieren zakdoekje uit mijn jaszak. Er viel iets uit mijn zak. Een papiertje. Ik wist niet wat het was, pakte het van de grond. Het lag in de plas bloed. Stak het weer in mijn jaszak. Later bleek dat de kassabon te zijn.’ ‘Ik schiet dus naar die deur toe, en trek 'm dicht. Ik draai vanzelf de sleutel om. Toen ik voorbij moeke liep, terug naar de keuken, moest ik weer braken. Er kwam wat van dat bittere schuim op mijn lippen. Ik nam een papieren zakdoekje uit mijn jaszak, en daarbij trok ik nog iets mee naar buiten. Iets wits. Het dwarrelde op de grond, in het bloed. Ik raapte het op, zonder erbij na te denken, en stak het weer in mijn zak. Een papiertje. Ik heb het later teruggezien. Er zat een donkere rand van bloed omheen. Het was de kassabon van de dekschalen.’

 

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

10-12-12

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Nelly Sachs

 

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

 

A great hope fell

A great Hope fell
You heard no noise
The Ruin was within
Oh cunning wreck that told no tale
And let no Witness in
The mind was built for mighty Freight
For dread occasion planned
How often foundering at Sea
Ostensibly, on Land

A not admitting of the wound
Until it grew so wide
That all my Life had entered it
And there were troughs beside

A closing of the simple lid
That opened to the sun
Until the tender Carpenter
Perpetual nail it down –

 

 

 

I dwell in possibility

I dwell in Possibility—
A fairer House than Prose—
More numerous of Windows—
Superior—for Doors—

Of Chambers as the Cedars—
Impregnable of Eye—
And for an Everlasting Roof
The Gambrels of the Sky—

Of Visitors—the fairest—
For Occupation—This—
The spreading wide my narrow Hands
To gather Paradise—

 

 

 

The wind tapped like a tired man

The Wind – tapped like a tired Man –
And like a Host – "Come in"
I boldly answered – entered then
My Residence within

A Rapid – footless Guest –
To offer whom a Chair
Were as impossible as hand
A Sofa to the Air –

No Bone had He to bind Him –
His Speech was like the Push
Of numerous Humming Birds at once
From a superior Bush –

His Countenance – a Billow –
His Fingers, as He passed
Let go a music – as of tunes
Blown tremulous in Glass –

He visited – still flitting –
Then like a timid Man
Again, He tapped – 'twas flurriedly –
And I became alone –

 

 

 

Getik als van een oude man

Getik als van een oude man
Kom binnen waarde wind
Zo klonk mijn kloeke antwoord en
Hij ging mijn woning in

Een voetloos, vlugge gast
Aan hem geen stoel besteed
Zo goed als lucht ook nooit gemak
Aan sofa’s heeft beleefd

Geen bot dat hem bijeenhield
De zuchtjes als hij sprak
Als die van tal van kolibries
In prachtig struikgewas

Zijn blik stond op gebulder
Een trillend toontje dat
Ontsnapte aan zijn vingers als
Geluidjes in een glas

Hield fladderend een praatje
Toen, schuchter naar het scheen
Klonk weer bij vlagen zijn getik
En liet mij toen alleen

 

 

Vertaald door Ans Bouter

 

 

 

Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)

Lees meer...

09-12-12

Tweede Advent, Theodor Fontane, Gioconda Belli, Michael Krüger, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda

 

Bij de Tweede Advent

 

 

“Herbergssuche”, Ernst Fröhlich, 1877

 

 

 

Verse zum Advent

 

Noch ist Herbst nicht ganz entflohn,
Aber als Knecht Ruprecht schon
Kommt der Winter hergeschritten,
Und alsbald aus Schnees Mitten
Klingt des Schlittenglöckleins Ton.

Und was jüngst noch, fern und nah,
Bunt auf uns herniedersah,
Weiß sind Türme, Dächer, Zweige,
Und das Jahr geht auf die Neige,
Und das schönste Fest ist da.

Tag du der Geburt des Herrn,
Heute bist du uns noch fern,
Aber Tannen, Engel, Fahnen
Lassen uns den Tag schon ahnen,
Und wir sehen schon den Stern.

 

 



Theodor Fontane (30 december 1819 – 20 september 1898)
Standbeeld in Neuruppin

Lees meer...

Ödön von Horváth, John Milton, Jan Křesadlo, Maksim Bahdanovič, Dalton Trumbo

 

De Hongaars-Duitse schrijver Ödön von Horváth werd geboren op 9 december 1901 in Fiume. Zie ook alle tags voor Ödön von Horváth op dit blog.

 

Uit: Jugend ohne Gott


“Was schreibt denn da der N? »Alle Neger sind hinterlistig, feig und faul.« – Zu dumm! Also das streich ich durch! Und ich will schon mit roter Tinte an den Rand schreiben:

»Sinnlose Verallgemeinerung!« – da stocke ich. Aufgepaßt, habe ich denn diesen Satz über die Neger in letzter Zeit nicht schon mal gehört? Wo denn nur? Richtig: er tönte aus dem Lautsprecher im Restaurant und verdarb mir fast den Appetit.

Ich lasse den Satz also stehen, denn was einer im Radio redet, darf kein Lehrer im Schulheft streichen. Und während ich weiterlese, höre ich immer das Radio: es lispelt, es heult, es bellt, es girrt, es droht – und die Zeitungen drucken es nach, und die Kindlein, sie schreiben es ab.

Nun hab ich den Buchstaben T verlassen, und schon kommt Z. Wo bleibt W? Habe ich das Heft verlegt? Nein, der W war ja gestern krank – er hatte sich am Sonntag im Stadion eine Lungenentzündung geholt, stimmt, der Vater hats mir ja schriftlich korrekt mitgeteilt. Armer W! Warum gehst du auch ins Stadion, wenns eisig in Strömen regnet?

Diese Frage könntest du eigentlich auch an dich selbst stellen, fällt es mir ein, denn du warst ja am Sonntag ebenfalls im Stadion und harrtest treu bis zum Schlußpfiff aus, obwohl der Fußball, den die beiden Mannschaften boten, keineswegs hochklassig war. Ja, das Spiel war sogar ausgesprochen langweilig – also: warum bliebst du? Und mit dir dreißigtausend zahlende Zuschauer?

Warum?

Wenn der Rechtsaußen den linken Half überspielt und zentert, wenn der Mittelstürmer den Ball in den leeren Raum vorlegt und der Tormann sich wirft, wenn der Halblinke seine Verteidigung entlastet und ein Flügelspiel forciert, wenn der Verteidiger auf der Torlinie rettet, wenn einer unfair rempelt oder eine ritterliche Geste macht, wenn der Schiedsrichter gut ist oder schwach, parteiisch oder parteilos, dann existiert für den Zuschauer nichts auf der Welt außer dem Fußball, ob die Sonne scheint, obs regnet oder schneit. Dann hat er alles vergessen.”

 

 


Ödön von Horváth (9 december 1901 – 1 juni 1938)

Cover

Lees meer...

08-12-12

Louis de Bernières, Bill Bryson, Mary Gordon, Delmore Schwartz, James Thurber, Hervey Allen

 

De Britse schrijver Louis de Bernières werd geboren in Londen op 8 december 1954. Zie ook alle tags voor Louis de Bernières op dit blog.

 

Uit: Birds Without Wings

 

“Yusuf the Tall regarded such people with disdain. Moreover, it is one of the greatest curses of religion that it takes only the very slightest twist of a knife tip in the cloth of a shirt to turn neighbours who have loved each other into bitter enemies. He had lived serenely among Christians for most of his life, but now that she had despoiled and defiled herself with an infidel, this was the worst in all that tormented him.

Yusuf stopped pacing the room, and at last called his sons together. His other daughters assembled too, standing silent and cowed at the back of the darkened room.
When his sons were before him, Yusuf took his pistol from his sash, weighed it in his hand, took it by the barrel, and handed it to his second son, Sadettin. Sadettin took it by the butt, and looked at it in disbelief. At first his voice seemed to fail him. "Baba, not me," he said.
"I have tried," said Yusuf,"and I can’t. I am ashamed, but I can’t."
"Not me, Baba. Why me?"
"You have courage. Great courage. And you are obedient. This is my command."
"Baba!"
Yusuf beheld the spiritual and moral agony of his second son, and the surprise, but he would not relent.
"It should be Ekrem," pleaded his second son, gesturing towards the first-born. "Ekrem is oldest." Ekrem held out his hands as if to push his brother away, shaking his head vigorously.
"Ekrem will take my place when your mother dies," said Yusuf. "He is the first-born. You are all used to obeying him. He will be head of the family. It is you who must do this thing." He paused. "I command it."
Father and second son looked at each other for a long moment. "I command it," repeated Yusuf the Tall.
"I would rather kill myself," said Sadettin at last.
"I have other sons." Yusuf placed his hand on Sadettin’s shoulder.
"I am your father."
"I will never forgive you," replied his second son.
"I know. Nonetheless, it is my decision. Sometimes . . ." and here he hesitated, trying to name whatever it is that takes our choices away, ". . . sometimes we are defeated."

 

 

Louis de Bernières (Londen, 8 december 1954)

Lees meer...

Jim Morrison, Georges Feydeau, Horatius

 

De Amerikaanse zanger, dichter en tekstschrijver James Douglas (Jim) Morrison werd geboren in Melbourne (Florida) op 8 december 1943.Zie ook alle tags voor Jim Morrison op dit blog.

 

 

Cock-Pit

 

Cock-pit
I am real Take a snapshot of me
He is real, shot
Reality is what has been
concealed from us for so long
birth sex death
we're alive when we laugh
when we can feel the
rush & spurt of blood
blood is real in its redness
the rainbow is real in absence of blood

 

 

 

ELECTRIC STORM


electric storm
from the front
barometer at zero
forest
blue-eyed dog
strangled by snow
Night storm
flight-drive thru deserts
neon capitals, Wilderness
echoed & silenced
by angels

Angel Flight
to tobacco farm
the roadhouse
tomorrow

get ready for the Night
the rumors on waking
a gradual feeling of
learning & remembering

imagine a heaven in the
night-time
would one member be missing?

 

 

Jim Morrison (8 december 1943 – 3 juli 1971)

Lees meer...

07-12-12

Tatamkhulu Afrika, Johann Nestroy, Gabriel Marcel

 

De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijver Tatamkhulu Afrika werd geboren op 7 december 1920 in Egypte. Zie ook alle tags voor Tatamkhulu Afrika op dit blog.

 

Uit: Mr Chameleon: An Authobiography

 

“Have I just written of Dennis C--as would a gay man? Did not only admiration but lust tire me as I was confronted with a wholeness and beauty of the flesh that | knew l could never achieve? What man can honestly say that he has felt no stirring of the genitals when faced with a virility he cannot rival--that challenges his Yin with its Yang? Today, we pretend that "male bonding" is asexual love--like hell it is! Where there is love of whatever kind, there is desire of a kind as variable, and that daunting sinuousness that is the arousal of the loins runs through them all.

(…)

 

Chameleon, reversing the process and wanting his surroundings now to conform to the colour and pattern he had chosen, exhorted the faithful fellows to follow him into the badlands of Shi'ism, but all they saw was that bloodyminded Whiteboy who could turna clever trick or two with his tongue, but what did a Whiteboy know about the Faith, particularly when it came to what their forefathers had followed for fourteen hundred years, and they left me in droves.”

(…)

 

So desperate was I to smash the Whiteboy image that was robbing my life of all fullness and light that, in the winter months when it incessantly rained and I could not get down to the beach to tan, I would colour my hands, arms, neck and face with Coppertone and try to persuade myself that I felt at home in my crude, wild simulation of a bastard's skin ... [I]f I was caught by an unseasonably hot day and the Coppertone with its vinegary smell began to run on my sweating skin, I would feel like a fool in paper clothes on a rainy day and would dart, silently crying, in pursuit of the least fragment of steadying shade.”

 

 

Tatamkhulu Afrika (7 december 1920 – 23 december 2002)

Lees meer...

06-12-12

Peter Handke, Rafał Wojaczek, Dirk Dobbrow, Henk van Woerden

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Handke werd op 6 december 1942 in Griffen in Karinthië geboren. Zie ook alle tags voor Peter Handke op dit blog.

 

Uit: Die Morawische Nacht

 

“Da wir uns alle gerade in Porodin oder in den Nachbardörfern aufhielten, verstreut in den Gehöften, fanden wir, des früheren Autors Freunde, Gefährten, ferne Nachbarn, Mitspieler – und jeder einzelne, für jeweils eine Etappe, sein Reisebegleiter –, uns bald zu einer Art Kolonne zusammen, in Autos, auf Fahrrädern, auf Traktoren, und der eine und der andere zu Fuß, womit er querfeldein ebenso schnell vorankam wie die Fahrenden auf den holprigen, immer wieder vom Ziel weg in ein Nirgendwo führenden und dort endenden Wegen.

Freilich hatten auch die Fußgänger, obwohl es zur Leuchtschrift MORAWISCHE NACHT ein bloßer Katzensprung schien, da und dort vor einem unversehens tiefeingeschnittenen Kanal jäh abzubiegen und in der Folge, vor einer undurchdringlichen Wildhecke, gleich ein zweites Mal.

Warum hatte unser Bootsmann gerade die Gegend von Porodin zu seinem Wohnort gemacht? Wir konnten nur rätseln: Die einen meinten, das komme von der balkanweit verbreiteten Geschichte zwischen den Kriegen – es war da immer, wenn nicht Krieg, so »zwischen den Kriegen« gewesen –, wonach in dem Gemeindegebiet ein Hausierer von einem Einheimischen ermordet wurde, worauf das ganze Dorf dafür an jedem Jahrestag Sühne leistete. Andere glaubten, er sei umgesiedelt eher der Morawa wegen, um auf den Fluß zu schauen, vor allem auf dessen schimmernde Biegungen, die eine fl ußauf, die nächste gleich flußab. Und wieder andere mutmaßten, es seien vordringlich die vielen Scheidewege und Kreuzungen in dem großen Dorf gewesen, wo er auf der Terrasse einer der balkanischen Eckbars einfach so dasitzen wollte, in der Ferne die himmelan weidenden Schafe und vor sich den erztrüben Wein”.

 

 


Peter Handke (Griffen, 6 december 1942)

Lees meer...

Karl Ove Knausgård

 

De Noorse schrijver en vertaler Karl Ove Knausgård werd geboren in Oslo op6 december 1968. De literaire carrière van Knausgård begon in 1998 toen zijn eerste boek Ute av verden gepubliceerd werd. Dit boek werd meteen gelauwerd en Knausgård ontving de Noorse Kritikerprisen. Zes jaar later, in 2004 kwam zijn tweede boek uit, En tid for alt (in het Nederlands vertaald als "Engelen vallen langzaam"). Knausgård probeert in dit boek de verhouding tussen wetenschap en godsdienst te ontdekken aan de hand van bijbelfragmenten. Voor dit boek ontving Knausgård de Sørlandets litteraturpris. Zijn bekendste werk is echter de zesdelige romancyclus/autobiografie Min kamp (2009-2011). Hierin vertelt Knausgård over zijn leven en de relatie met zijn ouders en vrienden. De publicatie van het boek ging echter gepaard met heel wat controverse, enerzijds vanwege de verwijzing naar Mein Kampf van Adolf Hitler, anderzijds vanwege het feit dat Knausgård in zijn boek te pas en te onpas de levens van zijn vrienden en familie (met naam en toenaam) in detail beschrijft.

 

Uit: Vader (Vertaald door Marianne Molenaar)

 

“Voor het hart is het leven simpel: het slaat zolang het kan. Dan stopt het. Vroeg of laat, zomaar op een dag, houdt die pompende beweging vanzelf op en stroomt het bloed naar het laagste punt van het lichaam, waar het zich in een kleine poel verzamelt, aan de buitenkant zichtbaar als een donkere, ietwat zachte plek op de steeds witter wordende huid terwijl de temperatuur daalt, de ledematen verstijven en de darmen zich legen. Deze veranderingen gedurende de eerste uren vinden zo langzaam plaats en voltrekken zich met zo’n onverbiddelijkheid dat ze bijna iets ritueels hebben, alsof het leven volgens bepaalde regels capituleert, een soort gentlemen’s agreement waar ook de representanten van het dode zich naar richten, aangezien ze altijd wachten tot het leven zich heeft teruggetrokken voor ze de invasie van het nieuwe landschap inzetten. Maar die is dan ook onherroepelijk. De enorme zwermen bacteriën die zich in het innerlijk van het lichaam verbreiden, kunnen door niets worden tegengehouden. Hadden ze het een paar uur eerder nog geprobeerd, dan zouden ze onmiddellijk op weerstand zijn gestuit, maar nu is alles stil om hen heen en dringen ze steeds dieper door in al dat vochtige en donkere. Ze bereiken de kanalen van Havers, de crypten van Lieberkühn, de eilandjes van Langerhans. Ze bereiken het kapsel van Bowman, de columna van Clarke, de zwarte substantie in het mesencefalon. En ze bereiken het hart. Het is nog steeds intact, maar verstoken van de beweging waar de hele constructie op is afgestemd, heeft het iets wonderlijk uitgestorvens, net een bouwplaats die in alle haast door de bouwvakkers is verlaten: de onbeweeglijke voertuigen die geel oplichten tegen het donkere bos, de barakken die er leeg bij liggen, de wagentjes van de kabelbaan die volgeladen op een rij langs de bergwand hangen.”

 

 


Karl Ove Knausgård (Oslo, 6 december 1968)

18:34 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: karl ove knausgård, romenu |  Facebook |