16-11-11

Anton Koolhaas, Chinua Achebe, Hugo Dittberner, Andrea Barrett, Henri Charrière, Jónas Hallgrímsson, Max Zimmering, Birgitta Arens

 

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

 

Uit: Alle dierenverhalen

 

„Nu greep hij toe en op hetzelfde ogenblik was het water van de rivier van bodem tot oppervlakte in heftige beweging.

Hij greep Strilnok krakend en schurend in een zij, zodat dit beest, als zat het aan een staaldraad die hem zegevierend boven water trok, met een wrikkende beweging van zijn staart zich naar boven stootte. Uit het water schoot recht omhoog een groot deel van het lijf van Strilnok met de muil van Stroenil in de geelachtige flank gebeten. Zo hoog schoot het beest uit het water, dat ook van Stroenil een goed deel boven de oppervlakte verscheen, midden in het wilde golvende en spattende water. Van Stroenil stak echter nog een groter stuk onder water dan van het beest dat hij klem had, zodat hij met een wervelende beweging van zijn staart groter kracht kon zetten dan de ander. Hij boog zich vlug met zijn kop weer naar het water toe en wendde daarbij het lijf van zijn tegenstander met de andere zijkant naar onderen in het water terug en begon nu met zijn kop te schudden om de flank van Strilnok open te scheuren, intussen zijn kaken klemmend met een verschroeiende kracht.

Nu wierp Strilnok zich opnieuw op en hij schudde het lijf om de kaken van Stroenil te verwrikken. Hij kon ineens gebruik maken van het feit dat op die manier de ogen van Stroenil binnen het bereik van zijn voorpoten kwamen. Hij plantte een nagel met zoveel kracht in een oog van Stroenil dat deze nu los moest laten, wilde hij het niet verspelen. Strilnok wendde zich snel en dook omlaag om toe te bijten en nu grepende twee muilen in elkaar en begon een meting van rukken en schudden en bijten en doorklemmen van die beesten, die vervaarlijke kolkingen in de rivier tevoorschijn riep en ineens de hele omgeving met een sissend en daverend lawaai vervulde, alsof er twee brokken gloeiend staal werden gekoeld.“

 

 

 

Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

Hier met Mies Bouwman in Mies en scène in 1968

Lees meer...

15-11-11

80 Jaar Jan Terlouw, 75 Jaar Wolf Biermann, Gerhard Hauptmann, Heinz Piontek, J. G. Ballard, Liane Dirks

 

80 Jaar Jan Terlouw

 

De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66 Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Jann Terlouw viert vandaag zijn 80e verjaardag. Zie ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Uit: Oorlogswinter

 

„Wat was het toch allemachtig donker.

Voetje voor voetje, met één hand tastend voor zich uit, zocht Michiel zijn weg over het verharde fietspad, dat naast het karrenpad liep. In zijn andere hand droeg hij een katoenen tas, met twee flessen melk erin. ‘Nieuwe maan én zwaar bewolkt,’ mompelde hij. ‘Hier moet de boerderij van Van Ommen zijn.’ Hij tuurde naar rechts, maar hoe hij zich ook inspande, hij zag niets. De volgende keer gá ik niet meer als ik de knijpkat niet mee krijg, dacht hij. Dan zorgt Erica maar, dat ze om halfacht thuis is. ’t Is geen doen zo.

De gebeurtenissen gaven hem gelijk. Hoewel hij niet sneller liep dan een halve kilometer per uur, stootte hij met de tas tegen een van de paaltjes die hier en daar stonden, zodat de boerenwagens

niet over het fietspad konden rijden. Verdorie! Voorzichtig voelde hij met zijn hand. Nat! Een van de flessen was gebroken. Wat zonde van die kostelijke melk. Danig uit zijn humeur, maar nog behoedzamer dan eerst, ging hij verder. Mensenlief, wat zie je weinig als het zo donker is. Vijfhonderd meter van huis was hij en hij kende bij wijze van spreken iedere steen. En toch zou hij de grootste

moeite hebben om voor achten binnen te zijn.

Wacht eens even, daar zag hij een uiterst flauw lichtschijnsel. Juist, het huis van Bogaard. Die namen het niet zo nauw met de verduistering. Jammer genoeg hadden ze niet veel meer om te verduisteren

dan het licht van een kaars. Enfin, er waren nu geen paaltjes meer tot de straatweg, wist hij, en als hij eenmaal daar was, ging het gemakkelijker. Daar waren meer huizen en op de een of andere manier kwam er toch meestal wel wat licht uit. Jasses, er droop melk in zijn klomp. Liep daar iemand? Onwaarschijnlijk, ’t was op slag van achten. En om acht uur mocht er niemand meer op straat zijn. Hij voelde dat hij ander wegdek onder zijn voeten kreeg. De straatweg. Nu rechtsaf en oppassen dat hij niet in de sloot terechtkwam. Zoals hij al gedacht had, ging het nu beter. Heel, heel vaag zag hij de omtrekken van de huizen. De Ruiter, juffrouw Doeven, Zomer, de smederij, het gebouwtje van het Groene Kruis, hij was er bijna.“

 

 



Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)

Lees meer...

Marianne Moore, Antoni Słonimski, Elizabeth Arthur, Carlo Emilio Gadda, Janus Secundus, Richmal Crompton, Emmy von Rhoden, Madeleine de Scudéry, José de Lizardi

 

De Amerikaanse dichteres Marianne Moore werd geboren op 15 november 1887 in Kirkwood, Missouri. Zie ook mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

 

Roses Only

 

You do not seem to realize that beauty is a liability rather

than

an asset - that in view of the fact that spirit creates form

we are justified in supposing

that you must have brains. For you, a symbol of the

unit, stiff and sharp,

conscious of surpassing by dint of native superiority and

liking for everything

self-dependent, anything an

 

ambitious civilization might produce: for you, unaided, to

attempt through sheer

reserve, to confuse presumptions resulting from

observation, is idle. You cannot make us

think you a delightful happen-so. But rose, if you are

brilliant, it

is not because your petals are the without-which-nothing

of pre-eminence. Would you not, minus

thorns, be a what-is-this, a mere

perculiarity? They are not proof against a worm, the

elements, or mildew;

but what about the predatory hand? What is brilliance

without co-ordination? Guarding the

infinitesimal pieces of your mind, compelling audience to

the remark that it is better to be forgotten than to be re-

membered too violently,

your thorns are the best part of you.

 

 

Marianne Moore (15 november 1887 – 5 februari 1972)

 

Lees meer...

14-11-11

Chloe Aridjis

 

De Engels-Mexicaanse schrijfster Chloe Aridjis werd geboren in New York op 14 november 1971. Zij groeide op in Mexico City en Nederland, waar haar vader werkzaam was als ambassadeur van Mexico. Aridjis studeerde vergelijkende literatuurwetenschap aan Harvard en promoveerde aan de Universiteit van Oxford. Haar boek essays over magie en poëzie in negentiende-eeuws Frankrijk werd uitgebracht in 2005. Ze publiceerde in tijdschriften en kranten in Engeland en Mexico en woont na vijf jaarin Berlijn momenteel in Londen, waar ze werkt aan een roman en een verhalenbundel. Haar eerste roman "Book of Clouds"werd gepubliceerd in 2009. In november 2009 won haar Book of Clouds de Prix du Premier Roman Etranger in Frankrijk.

 

Uit: Book of Clouds

 

„I saw Hitler at a time when the Reichstag was little more than a burnt, skeletal silhouette of its former self and the Brandenburg Gate obstructed passage rather than granted it. It was an evening when the moral remains of the city bobbed up to the surface and floated like driftwood before sinking back down to the seabed to further splinter and rot.

Berlin was the last stop on our European tour — we'd worked our way up from Spain, through France, Belgium and the Netherlands — and soon we would be flying home, back across the Atlantic, to start the new school year. My two brothers, still thrumming with energy, lamented that we had to leave. In every town and city they'd wandered off into the night and not returned until breakfast, answering in cranky monosyllables, between sips of coffee, whenever anyone commented on the amount of money being wasted on hotel rooms. My two sisters, on the other hand, weighed down by stories and souvenirs, were desperate to unload, and my parents too felt weary and ready for home. Not to mention that we'd used up 60 percent of the money we'd just inherited from my grandfather, and the remaining 40 had allegedly been set aside for our ever-expanding deli.

On our final evening, after an early dinner, our parents announced they were taking us to a demonstration against the Berlin Wall to protest twenty-five years of this "icon of the Cold War." Wherever you went in Berlin, sooner or later you would run into it, even on the day we visited Hansa Studios where Nick Cave and Depeche Mode used to record, or the secondhand shop that sold clothes by the kilo. No matter where you went — east, west, north, south — before long you hit against the intractable curtain of cement and were able to go no further. That was our impression, anyway, so we figured that we too might as well protest against this seemingly endless structure that limited even our movement, though we were just seven tourists visiting the city for the first time.“

 

 

Chloe Aridjis (New York, 14 november 1971)

20:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: chloe aridjis, romenu |  Facebook |

Astrid Lindgren, P.J. O'Rourke, Jonathan van het Reve, Karla Schneider, Jurga Ivanauskaitė

 

De Zweedse schrijfster Astrid Lindgren werd als Astrid Ericsson geboren op 14 november 1907 en groeide op op de boerderij Näs in Vimmerby in Småland. Zie ook alle tags voor Astrid Lindgren op dit blog.

 

Uit: Pippi Langstrumpf (Vertaald door Cäcilie Heinig)

 

„Am Rand der kleinen, kleinen Stadt lag ein alter verwahrloster Garten. In dem Garten stand ein altes Haus und in dem Haus wohnte Pippi Langstrumpf. Sie war neun Jahre alt und sie wohnte ganz allein dort. Sie hatte keine Mama und keinen Papa, und eigentlich war das sehr schön, denn so gab es niemanden, der ihr sagen konnte, dass sie schlafen gehen sollte, wenn sie gerade mitten im schönsten Spiel war, und niemand, der sie zwingen konnte, Lebertran zu nehmen, wenn sie lieber Bonbons essen wollte.

Prinzessin Pippi Früher hatte Pippi mal einen Papa gehabt, den sie schrecklich lieb hatte. Ja, sie hatte natürlich auch eine Mama gehabt, aber das war so lange her, dass sie sich gar nicht mehr daran erinnern konnte. Die Mama war gestorben, als Pippi noch ein ganz kleines Ding war, das in der Wiege lag und so furchtbar schrie, dass es niemand in ihrer Nähe aushalten konnte. Pippi glaubte, dass ihre Mama nun oben im Himmel war und durch ein kleines Loch auf ihr Mädchen runterguckte, und Pippi winkte oft zu ihr hinauf und sagte:

"Hab keine Angst um mich! Ich komm immer zurecht!"

Ihren Papa hatte Pippi nicht vergessen. Er war Kapitän und segelte über die großen Meere, und Pippi war mit ihm auf seinem Schiff gesegelt, bis er einmal bei einem Sturm ins Meer geweht worden und verschwunden war. Aber Pippi war ganz sicher, dass er eines Tages zurückkommen würde. Sie glaubte überhaupt nicht, dass er ertrunken sein könnte. Sie glaubte, dass er auf einer Insel an Land geschwemmt worden war, wo viele Eingeborene wohnten, und dass ihr Papa König über alle Eingeborene geworden war und jeden Tag eine goldene Krone auf dem Kopf trug.“

 

 

Astrid Lindgren (14 november 1907 - 28 januari 2002)

Standbeeld in Stockholm

Lees meer...

Fondane Benjamin, Eric Malpass, Taha Hussein, Aleardo Aleardi, Adam Oehlenschläger, Herbert Zand, Jakob Schaffner

 

De Roemeens-Franse dichter, toneelschrijver, literair criticus, regisseur en vertaler Fondane Benjamin (eig. Benjamin Wechsler) werd geboren op 14 november 1898 in Iaşi. Zie ook mijn blog van 14 november 2010.

 

 

Préface en prose (Fragment)

 

C’est à vous que je parle, homme des antipodes,

Je parle d’homme à homme,

avec le peu en moi qui demeure de l’homme

avec le peu de voix qui me reste au gosier,

mon sang est sur les routes, puisse-t-il, puisse-t-il

ne pas crier vengeance !

L’hallali est donné, les bêtes sont traquées,

laissez-moi vous parler avec ces mêmes mots

que nous eûmes en partage –

il reste peu d’intelligibles !

 

Un jour viendra, c’est sûr, de la soif apaisée,

nous serons au-delà du souvenir, la mort

aura parachevé les travaux de la haine,

je serai un bouquet d’orties sous vos pieds,

- alors eh bien sachez que j’avais un visage

comme vous. Une bouche qui priait, comme vous.

 

Quand une poussière entrait, ou bien un songe,

dans l’oeil, cet oeil pleurait un peu de sel. Et quand

une épine mauvaise égratignait ma peau,

il y coulait un sang aussi rouge que le vôtre !

Certes, tout comme vous j’étais cruel, j’avais

soif de tendresse, de puissance, d’or, de plaisir, de

douleur.

Tout comme vous j’étais méchant et angoissé

solide dans la paix, ivre dans la victoire,

et titubant, hagard, à l’heure de l’échec !

 

Oui, j’ai été un homme comme les autres hommes,

nourri de pain, de rêve, de désespoir. Eh oui, j’ai

aimé, j’ai pleuré, j’ai haï, j’ai souffert,

j’ai acheté des fleurs et je n’ai pas toujours

payé mon terme. Le dimanche j’allais à la

campagne pêcher, sous l’oeil de Dieu, des poissons

irréels,

je me baignais dans la rivière

qui chantait dans les joncs et je mangeais des frites

le soir. Après, après, je rentrais me coucher

fatigué, le coeur las et plein de solitude,

le coeur plein de pitié pour moi,

plein de pitié pour l’homme,

cherchant, cherchant en vain sur un ventre de

femme cette paix impossible que nous avions

perdue naguère, dans un grand verger où fleurissait

au centre, l’arbre de la vie …

 

 



Fondane Benjamin (14 november 1898 - 2e of 03 oktober 1944)

Portret door Victor Brauner

Lees meer...

13-11-11

José Carlos Somoza, Peter Härtling, Inez van Dullemen, Timo Berger, Hadjar Benmiloud

 

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

 

Uit: The Athenian Murders (Vertaald door Sonia Soto)

 

"Your report, Physician?"

The doctor, Aschilos, took his time to answer, not even looking up at the captain. He disliked being addressed as "Physician," even more when the speaker seemed contemptuous of every man save himself. Aschilos might not be a soldier, but he came from an old aristocratic family and had had a most refined education: He was conversant with The Aphorisms, observed the Hippocratic oath, and had spent long periods on the island of Cos, studying the sacred art of the Asclepiads, disciples and heirs of Asclepius. He was not, therefore, someone a captain of the border guard could easily humiliate. And he already felt insulted: He had been awakened by soldiers in the dark hours of the early morning and called to examine, in the middle of the street, the corpse of the young man brought down on a litter from Mount Lycabettus. And he was no doubt expected to draw up some kind of report. But as everyone well knew, he, Aschilos, was a doctor of the living, not the dead, and he believed that this shameful task discredited his profession. He lifted his hands from the mangled body, trailing a mane of bloody humors. His slave hurriedly cleansed them with a cloth moistened with lustral water. He cleared his throat twice and said, "I believe he was attacked by a hungry pack of wolves. He's been bitten and mauled . . . The heart is missing. Torn out. The cavity of the hot fluids is partially empty."

The murmur, with its long mane, ran through the crowd.

"You heard him, Hemodorus," one man whispered to another. "Wolves."

"Something must be done," his companion replied. "We will discuss the matter at the Assembly."

"His mother has been informed the captain announced, the firmness of his voice extinguishing all comments. "I spared her the details; she knows only that her son is dead. And she is not to see the body until Daminus of Clazobion arrives. He is the only man left in the family, and he will determine what is to be done." Legs apart, fists resting on the skirt of his uniform, he had a powerful voice, accustomed to imposing obedience. He appeared to address his men, but also evidently enjoyed having the attention of the common people. "As for us, our work here is done!"

He turned to the crowd of civilians and added, "Citizens, return to your homes! There is nothing more to see! Sleep if you can . . . Part of the night remains!"

 

 

José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

Lees meer...

Nico Scheepmaker, Stanisław Barańczak, Humayun Ahmed, Dacia Maraini

 

De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmaker werd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook alle tags voor Nico Scheepmaker op dit blog.

 

 

Dommepraat

 

Ik lees nog wel zo lief een detective
als de memoires van Nadjezda Mandelstam.
Een mens wordt wel eens moe van het gedram
waarmee zo’n boek de mensheid wil gerieven.

En dat geldt idem dito voor de beelden
waarmee de televisie ons ontwricht.
Met uppercuts slaat zij de ogen dicht
van wie zich bij Mies Bouwman niet verveelden.

Natuurlijk is dit dommepraat. En rechts.
Ik ben het ook oneens met wat hier staat
zolang het om het een óf ander gaat.

Het werkelijke leven ken je slechts
als je behalve Mandelstams memoires
ook onderkent dat Pietje Keizer waar is.

 

 

 

Een blijvertje

 

Het feit dat ik in Holland ben geboren,
en bovendien precies in Amsterdam,
bewijst toch wel dat ik ben uitverkoren:
ik kreeg de hamvraag en ik won de ham.

Een ander wordt geboren in Vietnam
of raakt bij voorbaat in Algiers verloren,
maar ik, die zo terloops ter wereld kwam,
mag rustig tot de blijvertjes behoren.

En ook het tijdstip was perfect gekozen:
te jong voor crisis, oorlog en verzet.
Wat dat betreft zat ik dus ook op rozen,
want niemand gaf mij later een brevet
van onvermogen in het goede of boze.

Mijn leven is een aangenaam verpozen,
een ander krijgt de schillen en de dozen.

 

 

 

Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)

Lees meer...

William Gibson, Gérald Godin, Karl Jakob Hirsch, Robert Louis Stevenson, Esaias Tegnér

 

De Amerikaanse schrijver William Gibson werd geboren op 13 november 1914 in New York. Zie ook mijn blog van 13 november 2010.

 

Uit: A Cry Of Players

 

„Ned: "Listen to them. Today they guffawed at the death scene."
Will: "Oafs, yes, I agree with ..."
Heming: "Ned thinks we'd have a glorious stage if we'd only get rid of the damned audience."
Pope: "Wasn't the scene, Willie (Kemp) was ogling a wench in the front."
Ned: "Ogling a..."
Kemp (Willie): "I wasn't ogling a wench."
Ned: "What were you doing?"
Kemp (Willie): "Humoring the scene."
Ned (shocked): "Humoring a death scene? Willie ..."
Kemp (Willie): "Well, don't draw it out so."

(...)

 

Ned: "Why can't he watch?"
Kemp (chortling): "He can, he can! Watch, act, rule the realm, he'll talk his way into anything. Midnight?"
Will: "Midnight." (They are setting the time to go poaching for deer)
Ned: "It's exactly that, and the issue is are we to compromise it to entertain the vulgar, or..." Pope: "For God's sake, what's wrong with entertaining the folk? It's what we're for."
Ned: "It's not what I am for."
Kemp: "It's what he's against. Ned, there's your throne."
Ned: "No, we're either practitioners of an art going back to the ancients or a pack of clowning beggars, and I won't be bound to the level of a herd of dolts."



William Gibson (13 november 1914 - 25 november 2008)

 

Lees meer...

12-11-11

Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Michael Ende

 

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

 

 

Actuele stemming in weer een interbellum

Omdat de dingen zijn zoals ze zijn, zullen de dingen nooit blijven zoals ze zijn.
– Bertold Brecht –


in één van die slapeloze nachten
waar geen troostbeer aan hielp
met het verlangen naar een slee
zonder remmen in het ijsselmeer
en meer van zulks benauwde
als bootvluchtelingen aan de kust
van mijn overstromende brein

(toen jij voor het eerst langskwam
had je iemand nodig die er voor je
was die je vasthield wanneer je je
knokkels stuksloeg op de gesausde
muur het mes op je aders zette

jij liet me achter in de puinhopen
van een postrelationele depressie

wie won wie verloor
wie deed wat aan wie
wie kreeg wat wanneer en hoe
in het sobere licht van een doodlopende derde weg)

in fijn stof en het natriumoranje schijnsel van lichtmasten
op de ringweg voor mijn slaapkamerraam schilderde ik
hartstochtelijk op een spandoek de tekst eigenzinnig eerst

 

 

 

 

Maaskant

 

maria omschreef mij het uitzicht van hotel new york
drijvende dokken een kraan tilde hout als een baby omlaag
ze vroeg zich af wat ze moest doen om dichtbij hem te blijven

 

ik kende dat uitzicht wel dus ik vertelde
zag je dat verliefde stel dat is allang uit elkaar
zij wilde hem perse leuk vinden maar het werkte niet

 

verder vertelde ik haar het was reeds vijf in de morgen
zag je die bedrukte voorman die zolang heeft gezworven
hij wilde perse rijk worden maar hij werkte niet

 

waar wij nu zitten kijk hier bij de rivier
met zalm op het bord en wijn in het glas
volgens maria de mooiste plek langs de kade

 

de enige constante in deze transithaven
de richting van de maas naar de noordzee
een wapperende wimpel op de landkaart

 

altijd klotsend tegen de kant van het terras
de beukende hartslag van het nieuw rotterdam
een meisje kust haar vriend een voorman fluit

 

dit is de dag om even dichtbij me te blijven

 



Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

Lees meer...

Hans Werner Richter, Roland Barthes, Juana Inès de la Cruz, Oskar Panizza, Jacobus Bellamy

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Werner Richter op dit blog.

 

Uit: Mit vierzig Mark begannen wir eun neues Leben (In Der Spiegel n.a.v. 20 jaar D-Mark, 1968)

 

„Das Fest, auf dem ich mich in der Nacht der Währungsreform befand, hatte zwei Anlässe: den Abschluß einer internationalen Jugendwoche in München und die ab Mitternacht eintretende Geldumstellung. Man trank schlechten Alkohol und amüsierte sich in diesem Zwischenstadium, in dieser Nacht zwischen den Zeiten, leichtsinnig und ohne jeden Gedanken an das Morgen. Ab Mitternacht häuften sich die Reichsmarkscheine auf der Toilette, aufgespießt auf einen Haken, als Toilettenpapier. Es machte anscheinend jedermann Vergnügen, sich damit- Verzeihung -- den Arsch zu wischen.

Mit dem neuen Geld kamen wir uns am anderen Morgen noch armseliger vor als in den vergangenen Jahren. Zwar gefielen uns die Scheine, sie fühlten sich zuverlässig an und sahen wertbeständig aus, aber vierzig Mark und das für viele Wochen, Monate vielleicht? So gaben wir sie sofort aus.

Denn als wir zurück zu unserer Einzimmerwohnung gingen, erlebten wir die große Überraschung: Alle Geschäftsauslagen waren vollgestopft mit Waren, die wir seit Jahren nicht mehr gesehen hatten. Heinzelmännchen oder sonstige Wunderwesen mußten sie über Nacht herangeschafft haben. Niemand wußte, wo sie plötzlich herkamen. Jetzt packte uns eine Freß-, Sauf- und Kaufgier ohnegleichen. Morgen schon oder in einer Stunde konnte alles wieder ebenso geheimnisvoll verschwunden sein.

Wir kamen an einem Gemüsegeschäft vorbei, in dem es bis dahin kaum eine Schwarzwurzel gegeben hatte, aber jetzt lag alles vor der Tür: Radieschen, Spinat, Kohlrabi, Rotkohl, Wirsingkohl, Weißkohl, Kartoffeln, Rettich. Meine Frau konnte nicht widerstehen. Sie lief auf das Geschäft zu und begann hemmungslos zu kaufen. Sie kaufte -- und ich weiß es noch genau -- für 18,90 Mark. Es war viel zuviel Gemüse, aber sie konnte es nicht lassen, sie sagte immer wieder: "Morgen gibt es das doch nicht mehr."

 

 

Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)

 

Lees meer...

11-11-11

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Kurt Vonnegut, Nilgün Yerli

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

 

Call it love

 

Jetzt summen in den nackten Häusern die Körbe

auf und nieder

lodern die Lampen

betäubend

schlägt der April durchs gläserne Laub

springen den Frauen die Pelze im Park auf

ja über den Dächern preisen die Diebe den Abend

als hätte wie eine Taube aus weißem Batist

als hätte unvermutet und weiß und schimmernd

die Verschollene hinter den Bergen, den Formeln,

die Ausgewiesne auf den verwitterten Sternen,

ohne Gedächtnis verbannt

ohne Paß ohne Schuhe

sich niedergelassen auf ihre bittern

todmüden Jäger

Schön ist der Abend.

 

 

 

 

Das Nelkenfeld

 

Wie dein Gesicht, eine tausendblättrige Alba, so hell,

eine Schar sich öffnender Tage:

und ich, mich freuend an dem was unzählig ist, zähle,

bis es dunkel wird, den Duft dieser Wimpern,

wie sie die kurze Zeit bebend blühn in der Brise,

und rate ratlos, wohin

wird das Unglück die Schneisen zeichnen

für den Einflug der Fledermäuse,

die fallen herab ins zarte Feld

wie Neurosen des Himmels,

ins zarte Feld, das nichts verderben kann,

und nichts kann es retten,

das nichts und niemand erretten kann,

und niemand kann es verderben.

 

 

 

 

Obsession

 

Im Rauch, auf seinem Schleudersitz denkt der Pilot,

im Sturzflug, auch in seiner Zelle der Ausgehungerte,

auch der betäubte Greis in der Klinik, auch der Einsiedler

in der Wüste denkt, wie ich, wie der überflüssige,

der auf den Füßen geht über den trüben Boulevard

 

an Frauen, an dunkle Frauen, die blond sind, fieberhaft,

an ihren Geruch, an das Perlmutt der Fingernägel

auf dem blonden Haar der dunklen Frauen, die schlaflos

und matt an den heiligen Mann in der Klinik denken,

an den Stürzenden auf seinem Strohsack, in seinerWüste,

selbst an den überflüssigen denken sie flüchtig, der wirr

und süchtig auf demWeg zum Fluß mit sich selber spricht

und an nichts denken kann, nur an die Frauen,

die dunklen Frauen, die jetzt vielleicht an ihn denken,

wie er hungrig über die Brcke taumelt im Dunkeln.

 



Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

Lees meer...

Luigi Malerba, Christina Guirlande, Andreas Reimann, Noah Gordon, Louis de Bougainville

 

De Italiaanse schrijver Luigi Malerba werd geboren op 11 november 1927 in Berceto. Zie ook mijn blog van 12 november 2006 en ook mijn blog van 11 november 2008 en ook mijn blog van 11 november 2010

 

Uit: Het meisje in het grijs (Vertaald door Marc Vingerhoedt)

 

Ik ben het in het grijs geklede meisje dat elke vrijdagavond links op het televisiescherm te zien is in het reclamespotje voor ‘Multigust’-snoepgoed. Dat andere meisje, altijd rechts op het scherm, met kleurige kleren en strikjes in haar haar als een vogelverschrikker, ken ik niet, ik weet alleen dat ze in porno-

films gespeeld heeft, van die zogenaamde hard porno, en dat ze dat snoepgoedspotje gedaan heeft om reclame te maken voor zichzelf. Acteurs moeten te pas en te onpas hun gezicht laten zien, anders vergeet het publiek ze en is het afgelopen met hun carrière. De benen tellen ook mee, uiteraard, maar het gezicht is het belangrijkst. Als je het publiek alleen de benen van een heel beroemde actrice laat zien, is er niemand die ze herkent. Benen kunnen mooi of lelijk zijn, maar ze hebben geen persoonlijkheid.

Toen ze mij die reclame voor ‘Multigust’-snoepgoed aanboden, heb ik meteen enthousiast toegezegd, niet alleen omwille van het geld, maar omdat ik zes maanden lang eenmaal per week op televisie zou verschijnen, op een piekuur, vlak voor het nieuws. Miljoenen en miljoenen kijkers. Ik tekende een contract voor een maand werk en met het voorschot deed ik de eerste afbetaling voor een kleurentelevisie.

De avond dat mijn spotje voor het eerst werd uitgezonden, nodigde ik twee vriendinnen uit. Ik was nogal nerveus en terwijl we op de uitzending wachtten, at ik een zakje ‘Multigust’-snoepjes leeg.

Ze zijn lekker, al schijnen ze vol kleurstoffen te zitten. En nu komt het: mijn probleem. Toen ik mezelf daar op het scherm zag, verstarde ik. Niet alleen mijn kleren waren grijs, ik was helemaal grijs, ook mijn gezicht en ook mijn benen. Ik weet niet hoe ze het gedaan hebben en wat voor trucs ze allemaal gebruikt hebben, maar had ik het geweten, ik had de opdracht denkelijk nooit aanvaard, of ik had mij het dubbele laten betalen. Ik zou in ieder geval geen geld hebben uitgegeven aan een kleurentelevisie, mijn zwart-wit-toestel was meer dan goed genoeg. Ik denk dat ze tijdens de opnamen speciale lichteffecten of zoiets gebruikt hebben, maar het resultaat was ronduit afschuwelijk. In het spotje ben ik natuurlijk degene die geen ‘Multigust’-snoepjes eet, terwijl dat andere meisje, dat met die kleuren, aldoor zit te snoepen.“

 

 

Luigi Malerba (11 november 1927 – 8 mei 2008)

 

Lees meer...

10-11-11

Friedrich Schiller, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Jacob Cats

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

 

Uit: Der Verbrecher aus verlorener Ehre

 

„In der ganzen Geschichte des Menschen ist kein Kapitel unterrichtender für Herz und Geist als die Annalen seiner Verirrungen. Bei jedem großen Verbrechen war eine verhältnismäßig große Kraft in Bewegung. Wenn sich das geheime Spiel der Begehrungskraft bei dem matteren Licht gewöhnlicher Affekte versteckt, so wird es im Zustand gewaltsamer Leidenschaft desto hervorspringender, kolossalischer, lauter; der feinere Menschenforscher, welcher weiß, wie viel man auf die Mechanik der gewöhnlichen Willensfreiheit eigentlich rechnen darf und wie weit es erlaubt ist, analogisch zu schließen, wird manche Erfahrung aus diesem Gebiete in seine Seelenlehre herübertragen und für das sittliche Leben verarbeiten.

Es ist etwas so Einförmiges und doch wieder so Zusammengesetztes, das menschliche Herz. Eine und eben dieselbe Fertigkeit oder Begierde kann in tausenderlei Formen und Richtungen spielen, kann tausend widersprechende Phänomene bewirken, kann in tausend Charakteren anders gemischt erscheinen, und tausend ungleiche Charaktere und Handlungen können wieder aus einerlei Neigung gesponnen sein, wenn auch der Mensch, von welchem die Rede ist, nichts weniger denn eine solche Verwandtschaft ahndet. Stünde einmal, wie für die übrigen Reiche der Natur, auch für das Menschengeschlecht ein Linnäus auf, welcher nach Trieben und Neigungen klassifizierte, wie sehr würde man erstaunen, wenn man so manchen, dessen Laster in einer engen bürgerlichen Sphäre und in der schmalen Umzäunung der Gesetze jetzt ersticken muß, mit dem Ungeheuer Borgia in einer Ordnung beisammen fände.

Von dieser Seite betrachtet, läßt sich manches gegen die gewöhnliche Behandlung der Geschichte einwenden, und hier, vermute ich, liegt auch die Schwierigkeit, warum das Studium derselben für das bürgerliche Leben noch immer so fruchtlos geblieben. Zwischen der heftigen Gemütsbewegung des handelnden Menschen und der ruhigen Stimmung des Lesers, welchem diese Handlung vorgelegt wird, herrscht ein so widriger Kontrast, liegt ein so breiter Zwischenraum, daß es dem letztern schwer, ja unmöglich wird, einen Zusammenhang nur zu ahnden. Es bleibt eine Lücke zwischen dem historischen Subjekt und dem Leser, die alle Möglichkeit einer Vergleichung oder Anwendung abschneidet und statt jenes heilsamen Schreckens, der die stolze Gesundheit warnet, ein Kopfschütteln der Befremdung erweckt.“

 

 

 

Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)

Anton Graff werkte tussen 1786 en 1791 aan dit portret: „Er hatte kein Sitzfleisch,“ zei hij over Schiller.

Lees meer...