27-11-11

Jacques Godbout, Philippe Delerm, Klara Blum, Jos. Habets, Friedrich von Canitz

 

De Canadese dichter, schrijver, essayist en filmmaker Jacques Godbout werd geboren op 27 november 1933 in Montreal, Quebec. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009 en ook mijn blog van 27 november 2010.

 

Uit: Les Têtes à Papineau

 

“Le plafond blanc, par contre, invite à la rêverie. « C’est bien notre genre ! » soupire François. Il entend que Charles va en profiter pour se perdre dans l’éther, encore une fois. François déteste rêvasser. Il préfère l’action immédiate, quitte à se brûler les pattes. Charles contemple les plafonds blancs et s’invente des paysages. Il s’y perd facilement. François, s’il n’est pas stimulé de l’extérieur, ne pense à rien. Mais il est plus rapide que Charles à la détente. C’est une boule sur un billard électrique. Charles ressemble plus pour sa part à un étang matinal sous la brume. Ce n’est pas commode. De plus en plus nous nous regardons comme chiens de garde, les babines retroussées sur nos dents pointues. Or nous sommes condamnés, comme personne au monde, à un perpétuel tête-à-tête : nous n’avons, de naissance, qu’un seul cou, un seul tronc, deux bras, deux cannes, un organe de reproduction. Cela nous tient ensemble. Ensemble.

Nos deux têtes prennent racine à la hauteur de la trachée-artère, de guingois, de ghingoua, mais à même le cou. Comme les deux branches d’un V victorieux. Elles sont autonomes. Pas que pour les émotions ! La pensée. La voix. La salive aussi. Il nous arrive assez souvent, pour cela même, de nous étouffer bruyamment. C’est dangereux une trachée envahie. Il suffit d’un rien. Nous avons un ami qui est mort étranglé par une seule arête de poisson.

Il était à table, au restaurant. Quand l’arête se piqua dans sa gorge, il se mit à faire des bruits inattendus. Des grimaces. Les convives se tapèrent sur les cuisses. Il était habituellement très drôle. Les grimaces empirèrent, il se roulait par terre, en cravate et gilet. Il était toujours tiré à quatre épingles. Il devint rouge comme une brique hollandaise. Puis bleu fromage. La table entière était morte de rire. Mais c’est lui qui resta sur le carreau. Quand on s’aperçut qu’il était sérieux, il était trop tard. Il avait fait sa dernière blague. C’est parfois dangereux d’être pris pour un clown.”

 

Jacques Godbout (Montreal, 27 november 1933)

Lees meer...

26-11-11

Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, William Cowper, Louis Verbeeck, Theophilus Cibber, Luisa Valenzuela, René Becher

 

De Frans-Roemeense schrijver Eugène Ionesco werd geboren op 26 november 1912 in Slatina, Roemenië. Zie ook alle tags voor Eugène Ionesco op dit blog.

 

Uit: Fragments of a Journal

„Two possible attitudes:
To imagine, because imagining means foreseeing. What we imagine is now true, what we imagine will be realized. Science fiction is becoming, or has already become, realistic literature.
A second possible attitude: to consider reality as something beyond reality, to be aware of it not as surrealistic but as unfamiliar miraculous, a-real. Reality of the unreal, unreality of the real.

(When I shall no longer exist, God will say: 'I do a lot of things that everybody understands. There's nobody left not to understand them.')

I am constantly relapsing into literature. The fact of having been able to describe these images, of having put them into words more or less satisfactorily, flatters my vanity. I reflect that it may be well written. It may give pleasure to readers or critics. I say this, I tell myself this and then I relapse into literature. The fact of being conscious of it does not save me. The fact of being conscious that I am conscious of literary values only makes things worse. I have to make a choice, though: vanity, the road to failure, or the other thing. One's not always lucky enough to get the knock-out blow, one's not always lucky enough to be desperate about life; I forget it, I seek consolation and amusement, I enjoy myself, I write my 'private diary.' I have tremendous vitality; nothing can exhaust it. Only dreams or nightmares can keep one awake. And yet it seems to me that some of the previous pages had nothing to do with words and writing. If I've relapsed into 'literature,' is it because the Administrator of the Comédie Française has just rung me up from Paris to tell me he's interested in my latest play? It doesn't take much to restore my unbalance. Let's eat an apple.

Living is so painful. Longing so keenly to live is a neurosis; I cling to my neurosis, I have got used to it, I love my neurosis. I don't want to be cured of it. That's why I get these terrors, that panic at nightfall.“

 

 

Eugène Ionesco (26 november 1912 – 28 maart 1994)

1964 in Parijs

 

Lees meer...

25-11-11

Maarten ’t Hart, Connie Palmen, Alexis Wright, Arturo Pérez-Reverte, Ba Jin

 

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog.

 

Uit: Een vlucht regenwulpen

 

„Ik lig in bed en kan niet slapen. De angst is gekomen. Soms is het zo erg dat ik het klappertanden kan horen als een ratelend geluid. Ik transpireer zo hevig dat het lijkt alsof ik heb gezwommen. Telkens val ik opnieuw omlaag uit de schoorsteen, ik zie mijzelf neerstorten, ik ben ook op andere toppen dan de top van de Oberberghorn en val in de onmetelijke ruimte omlaag in de richting van de Brienzersee. Het zijn beklemmende koortsvisioenen die bijna niet van de werkelijkheid te onderscheiden zijn en toch slaap ik niet, toch ben ik helder wakker maar ik onderga die broedende beelden zeer angstig. Ik zie mezelf bloedend liggen op de rotsen, telkens opnieuw in de diepte storten langs groene hellingen in de richting van naaldbomen die mij zullen spietsen of in de richting van scherpe, puntige rotsen waarop ik zal hangen tot ik sterf van honger en dorst. En altijd opnieuw is er dat verschrikkelijke vallen en ik probeer die beelden te verdrijven met andere beelden, rietlanden in zomerzonlicht, een vlucht regenwulpen, baltsende futen en gedurende een ogenblik kan dat opluchting geven maar het volgende moment val ik, val ik onophoudelijk.

Ik voeg heel bewust een fantasie toe aan de beangstigende droombeelden. Ik stel mij voor dat ik vleugels heb als een engel. Een korte tijd kan dat helpen, val ik niet omlaag maar zweef ik omlaag. Maar als ik zo zweef in brandend scherp zonlicht slaap ik in en onmiddellijk begint het echte vallen en ik schrik wakker uit mijn korte slaap, voel mijn bonzende hoofd waar zich achter het gedeelte boven mijn ogen een helse pijn ophoudt en ik probeer die beelden van het vallen te ontkrachten door mijn ogen wijd open te sperren in de zwarte duisternis maar zodra ik ze sluit begint het neerstorten weer. Ik kan geen adem halen omdat de lucht zo snel langs me schiet, ik hijg in het warme bed, de lakens zijn doornat van zweet en plakken aan mijn lichaam. Ik probeer mij voor te stellen dat ik aan een parachute hang als ik val en dat lukt maar zorgt ook dadelijk voor een dommel met een droom van een pijlsnel naderbij komende Brienzersee.“

 

 

Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

Lees meer...

Augusta de Wit, Joseph Zoderer, Isaac Rosenberg, José Eça de Queiroz, Lope de Vega

 

De Nederlandse schrijfster Augusta de Wit werd geboren in Sibolga (Sumatra) op 25 november 1864. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009 en ook mijn blog van 25 november 2010.

 

Uit:Orpheus in de dessa

 

“Het water vloeide met een bijna onmerkbare beweging, zoo rustig, dat aan de weerspiegeling der boomen geen twijgje trilde; scherp en doorschijnend als een gietsel van bleekgroen glas lag zij onder de blanke oppervlakte. Alleen tusschen het oeverriet maakte de strooming voortspoelende kringetjes, en rekkende kronkelingen die op zilveren slangetjes geleken, voortzwemmende van halm tot halm. De suikerrietvelden aan de overzij stonden roerloos, een flikkering van wit-beglansde wimpel-bladers, waar het bloesempluimsel dun en donker als een stippelige nevel over hing. Zoo dikwijls Bake er naar gekeken had overdag, wanneer de koelies er aan het werk waren en de employés den rijpenden oogst schatten, nu schenen die wijde velden hem nieuw en vreemd. Dat waren niet meer akkers met zorgvuldig gekweekten rijkdom, het was een door geen mensch nog betreden vlakte vol prachtig gewas. En evenzoo werd de welbekende tamarinden-rij langs den landweg een uitlooper van het bosch, dat in de verte de zilveren heuvels wolkig maakte. En de kalkwitte fabrieksgebouwen onder hun zinken dak veranderden in blanke klippen en rotsen waar een langzame beek van maneglanzen afvloeide. Over alle dingen was de verheerlijking gekomen van den lichten middernacht.

Weer de fluit nu! Hij hief het hoofd op en luisterde.

Het deuntje begon overnieuw, - als het een deuntje heeten mocht wat eerder leek op het kabbelen van water, - op windgeruisch door riet, - op het tjilpen van kleine vogels des avonds, wanneer de lucht nog rood is van den zonsondergang, maar het al donker wordt tusschen de takken waar hun nestjes zitten, zoo, simpel-weg, zonder een zweem van de willekeur en den hartstocht, waarmee de gedachte van den westerling zich verklankt tot muziek. Het hoorde bij de stilte, bij den maneschijn in den Indischen nacht. En langzamerhand, hij begreep het niet, - langzamerhand werd het of hij dat alles al lang kende, - niet het fluitedeuntje zelf, maar de gewaarwording die in hem er op antwoordde, als een echo op een roepende stem uit de verte. Herinneringen kwamen in hem op, vroolijke en stille, oogenblikken die hij lang vergeten had, en sommige waarvan hij niet wist eerst dat hij ze ooit had geleefd; nu kwamen ze een voor een met een gloor van sterretjes aan een schemerige lucht: een thuiskomst van de Haagsche kermis met een troep joelende clubgenooten in den vroegen ochtend, toen er een met dronkemans-koppigheid absoluut langs het strand wou rijden, en opeens had de blanke zee hem tegengeschenen, met de pinken die uitzeilden; de stem en de oogen van een klein meisje, dat hij eens meegenomen had in zijn boot, toen hij zich oefende voor den roei-wedstrijd; een regenbui, waar hij op een April-dag lang geleden in had geloopen, blootshoofds door het veld, terwijl de lente neerviel in de malsche droppels, en door de knotwilgen de koekoek riep....”

 

 

Augusta de Wit (25 november 1864 - 9 februari 1939)

Lees meer...

24-11-11

Jules Deelder, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

 

In het licht van het huidige tijdgewricht

 

Te leven in een tijd
Waar niets meer waarde
Heeft dan geld is als
Boksen in de hel zonder
Helpers en zonder bel

Je stoot je leeg en in-
Casseert zonder één se-
Conde rust want voor je
Het weet is het gebeurd
En zit je op je reet

De strijd is zwaar en
Zonder zin want uitein-
Delijk is er maar één
Die gaat strijken met
De winst en dat is Hein

Dus boks gerust maar
Vergeet nooit dat wie
Het ook is je altijd met
Je tegenstander in het-
Zelfde schuitje zit

 

 

 

De onafhankelijke geest

 

De onafhankelijke geest
gelauwerd en geprezen
wordt in stilte gevreesd
als gevaar voor de vrede
Nagel aan de doodkist die
geweten heet

 

 

 

Made in Lapland

 

Als in Lapland
de lupine
weer gaat bloeien

 

en de scheepvaart
rond Gibraltar
ligt gestremd

 

zal in Lapland
de lupine
weer gaan bloeien

 

en de scheepvaart
rond Gibraltar
zijn gestremd

 

 

 


Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

Lees meer...

Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Thomas Kohnstamm, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook alle tags voor Laurence Sterne op dit blog.

 

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

 

Horace, I know, does not recommend this fashion altogether : But that gentleman is speaking only of an epic poem or a tragedy ; -- (I forget which) -- besides, if it was not so, I should beg Mr. Horace's pardon ; -- for in writing what I have set about, I shall confine myself neither to his rules, nor to any man's rules that ever lived.
To such, however, as do not choose to go so far back into these things, I can give no better advice, than that they skip over the remaining part of this Chapter ; for I declare before hand, 'tis wrote only for the curious and inquisitive.
---------- Shut the door. --------
I was begot in the night, betwixt the first Sunday and the first Monday in the month of March, in the year of our Lord one thousand seven hundred and eighteen. I am positive I was. -- But how I came to be so very particular in my account of a thing which happened before I was born, is owing to another small anecdote known only in our own family, but now made public for the better clearing up this point.
My father, you must know, who was originally a Turky merchant, but had left off business for some years, in order to retire to, and die upon, his paternal estate in the county of ------ , was, I believe, one of the most regular men in every thing he did, whether 'twas matter of business, or matter of amusement, that ever lived. As a small specimen of this extreme exactness of his, to which he was in truth a slave, -- he had made it a rule for many years of his life, -- on the first Sunday night of every month throughout the whole year, -- as certain as ever the Sunday night came, ---- to wind up a large house-clock which we had standing upon the back-stairs head, with his own hands: -- And being somewhere between fifty and sixty years of age, at the time I have been speaking of,-- he had likewise gradually brought some other little family concernments to the same period, in order, as he would often say to my uncle Toby, to get them all out of the way at one time, and be no more plagued and pester'd with them the rest of the month.“

 

 

Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

Portret door Joshua Reynolds, 1760

Lees meer...

23-11-11

Paul Celan, Marcel Beyer, Jennifer Michael Hecht, Sipko Melissen, Henri Borel

 

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

 

Schliere

Schliere im Aug:
von den Blicken auf halbem
Weg erschautes Verloren.
Wirklichgesponnenes Niemals,
wiedergekehrt.

Wege, halb - und die längsten.

Seelenbeschrittene Fäden,
Glasspur,
rückwärtsgerollt,
und nun
vom Augen-Du auf dem steten
Stern über dir
weiß überschleiert.

Schliere im Aug:
daß bewahrt sei
ein durchs Dunkel getragenes Zeichen,
vom Sand(oder Eis?) einer fremden
Zeit für ein fremderes Immer
belebt und als stumm
vibrierender Mitlaut gestimmt.

 

 

 

Tenebrae

Nah sind wir, Herr,
nahe und greifbar.

 

Gegriffen schon, Herr,
ineinander verkrallt, als wär
der Leib eines jeden von uns
dein Leib, Herr.

 

Bete, Herr,
bete zu uns,
wir sind nah.

 

Windschief gingen wir hin,
gingen wir hin, uns zu bücken
nach Mulde und Maar.

 

Zur Tränke gingen wir, Herr.

 

Es war Blut, es war,
was du vergossen, Herr.

 

Es glänzte.

 

Es warf uns dein Bild in die Augen, Herr
Augen und Mund stehn so offen und leer, Herr.
Wir haben getrunken, Herr.
Das Blut und das Bild, das im Blut war, Herr.

 

Bete, Herr.
Wir sind nah.

 

 

 

 

Spreektralie

 

Oogbol tussen de spijlen.

Trildiertje ooglid
roeit zich naar boven,
geeft een blik vrij.

Iris, zwemster, droomloos en dof:
de hemel, hartgrijs, moet nabij zijn.

Schuin, in de ijzeren houder,
de walmende spaander.
Aan de lichtzin
herken je de ziel.

(Was ik als jij. Was jij als ik.
Stonden we niet
onder één en dezelfde passaat?
We zijn vreemden.)

De plavuizen. Erop,
dicht bij elkaar, de beide
hartgrijze poelen:
twee
mondvol zwijgen.

 

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 


Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

Celan (rechts) met vriend Klaus Demus in Parijs, 1953

Lees meer...

Sait Faik Abasıyanık, Guy Davenport, Nigel Tranter, Marieluise Fleißer, Nirad C. Chaudhuri

 

De Turkse schrijver Sait Faik Abasıyanık werd geboren op 23 november 1906 in Adapazarı. Zie ook mijn blog van 23 november 2008 en ook mijn blog van 23 november 2010.

 

Uit: Hisht, Hisht!... (Vertaald door Ufuk Özdağ)

 

„I WAS WALKING. The more I walked, the better I started to feel about things. I’d left home with so much anger piled up inside me. Maybe it was the razor blade that made me so angry. Oh yes, certainly. The razor blade! For sure, that’s what got me so mad.

The green of the grass, the blue of the sea, cloudless clear skies . . . Well these, mind you, are things to ponder, certainly. Who on Earth would deny this? Foolishness! What if it rained . . . what if the green grass was purple . . . what if the blue sea was red . . . If that were the case, that would be a thing to worry about, indeed.

I saw a leaf the color of chocolate, a goat the color of green almond. Someone, from behind, called out:

Hisht!

I turned around to check. The still not-so-tall fresh thistles at the edge of the road and the French lavender stared at me with a plum-tasting look. My teeth squeaked. There was no one on the road, not a single soul. I saw the roof of a house, one or two birds flying in the distance, the sea through the leaves. As I continued walking, I heard:

Hisht, hisht!

I wanted to turn around and look. Maybe because I wanted to so much I could not. Well, that could be it. Maybe a bird flew overhead, sounding hisht hisht. Maybe a snake, a tortoise, or a hedgehog passed from behind me. Perhaps there is a certain beetle, sounding like hisht hisht.“

 

 

 

Sait Faik Abasıyanık (23 november 1906 – 11 mei 1954)

Standbeeld op het eilandBurgazada

Lees meer...

22-11-11

André Gide, George Eliot, Viktor Pelevin, Suresh en Jyoti Guptara

 

De Franse schrijver André Gide werd geboren op 22 november 1869 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Gide op dit blog.

 

Uit: Les Faux-monnayeurs

 

„- Je suis heureux que vous n'ayez pas signé. Mais, ce qui vous a retenu ?
- Sans doute quelque secret instinct... Bernard réfléchit quelques instants, puis ajouta en riant : - Je crois que c'est surtout la tête des adhérents ; à commencer par celle de mon frère aîné, que j'ai reconnu dans l'assemblée. Il m'a paru que tous ces jeunes gens étaient animés par les meilleurs sentiments du monde et qu'ils faisaient fort bien d'abdiquer leur initiative, car elle ne les eût pas menés loin, leur jugeote, car elle était insuffisante, et leur dépendance d'esprit, car elle eût été vite aux abois. Je me suis dit également qu'il était bon pour le pays qu'on pût compter parmi les citoyens un grand nombre de ces bonnes volontés ancillaires(1) ; mais que ma volonté à moi ne serait jamais de celles-là. C'est alors que je me suis demandé comment établir une règle, puisque je n'acceptais pas de vivre sans règle, et que cette règle je ne l'acceptais pas d'autrui.
- La réponse me paraît simple : c'est de trouver cette règle en soi-même ; d'avoir pour but le développement de soi.
- Oui..., c'est bien là ce que je me suis dit. Mais je n'en ai pas été plus avancé pour cela. Si encore j'étais certain de préférer en moi le meilleur, je lui donnerais le pas sur le reste. Mais je ne parviens pas même à connaître ce que j'ai de meilleur en moi... J'ai débattu toute la nuit, vous dis-je. Vers le matin, j'étais si fatigué que je songeais à devancer l'appel de ma classe(2) ; à m'engager.
- Echapper à la question n'est pas la résoudre.
- C'est ce que je me suis dit, et cette question, pour être ajournée , ne se poserait à moi que plus gravement après mon service. Alors je suis venu vous trouver pour écouter votre conseil.
- Je n'ai pas à vous en donner. Vous ne pouvez trouver ce conseil qu'en vous-même, ni apprendre comment vous devez vivre, qu'en vivant.“

 

 

André Gide (22 november 1869 – 19 februari 1951)

Lees meer...

Endre Ady, William Kotzwinkle, George Robert Gissing, Elisabeth Maria Post

 

De Hongaarse dichter Endre Ady werd geboren op 22 november 1877 in het huidige Adyfalva. Zie ook mijn blog van 22 november 2008 en ook mijn blog van 22 november 2009 en ook mijn blog van 22november 2010.

 

 

Autumn Passed Through Paris

 

Autumn sliped into Paris yesterday,

came silently down Boulevard St Michel,

In sultry heat, past boughs sullen and still,

and met me on its way.

 

As I walked on to where the Seine flows by,

little twig songs burned softly in my heart,

smoky, odd, sombre, purple songs. I thought

they sighed that I shall die.

 

Autumn drew abreast and whispered to me,

Boulevard St Michel that moment shivered.

Rustling, the dusty, playful leaves quivered,

whirled forth along the way.

 

One moment: summer took no heed: whereon,

laughing, autumn sped away from Paris.

That it was here, I alone bear witness,

under the trees that moan.

 

 

Endre Ady (22 november 1877 – 27 januari 1919)

 

Lees meer...

21-11-11

Gerard Koolschijn

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Gerard Koolschijn werd op 21 november 1945 in Den Haag geboren. Al in zijn vroege gymnasiumjaren begon Koolschijn met de vertaling van klassieke werken, wat in 1971 resulteerde in de publicatie van een vertaling van de Anabasis/Tocht der tienduizend van Xenophon (samen met Tjit Reinsma). Hij studeerde klassieke talen en rechten (beide aan de Rijksuniversiteit Leiden). Hij werkte van 1975 tot 1990 - met onderbreking van één jaar voor een medewerkerschap straf- en strafprocesrecht aan de RU Leiden - in het voortgezet onderwijs als leraar op verschillende Haagse scholen en als rector van het Haagse gymnasium Sorghvliet. Behalve vertalingen publiceerde hij Het democratische beest. Plato's tegenstander (1990). Ook maakte hij een toneelbewerking van Homerus' Ilias (1993). Koolschijns toneelvertalingen zijn van 1985 tot heden vele malen door de grote Nederlandse toneelgezelschappen op de planken gebracht.

 

Uit: Plato, schrijver, Teksten gekozen en vertaald door GK

 

'Nu wordt er wel eens gezegd,' zei zij, 'dat liefde het zoeken naar de eigen helft is, maar volgens mijn theorie is liefde niet gericht op een helft, en ook niet op een geheel, zolang die niet—dat moet je je goed realiseren—waardevol zijn. Want zelfs hun eigen handen en voeten zijn mensen bereid te laten afsnijden als zij het idee hebben dat iets van henzelf schadelijk is. Dat iets bij jezelf hoort is op zichzelf beslist geen reden tot tevredenheid, of het moest zijn dat je zonder meer van alle waardevolle dingen zegt dat ze bij jezelf horen en van jezelf zijn, en dat je met waardeloze dingen niets te maken hebt. Het enige wat mensen werkelijk begeren is: waardevolle dingen, dingen waar ze wat aan hebben.

[...] Kijk, Socrates, ieder mens is vruchtbaar en heeft een bepaalde potentie, zowel lichamelijk als geestelijk, en wanneer hij op een bepaalde leeftijd is gekomen verlangt onze natuur te baren en te verwekken. Het is een goddelijke gebeurtenis en in een sterfelijk wezen is dat het onsterfelijke element: zwangerschap en verwekking.“

 

 


Gerard Koolschijn (Den Haag, 21 november 1945)

20:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gerard koolschijn, romenu |  Facebook |

Isaac Bashevis Singer, Marilyn French, Margriet de Moor, Kerstin Preiwuß, Veza Canetti, Freya North

 

De Amerikaans-Poolse schrijver Isaac Bashevis Singer werd geboren op 21 november 1904 als Isaac Hertz Singer in Radzymin, Polen. Zie ook alle tags voor Isaac Bashevis Singer op dit blog.

 

Uit: Der Büßer (Vertaald door Gertrud Baruch)

 

„Im Jahre 1969 hatte ich zum ersten Mal Gelegenheit, die Klagemauer zu sehen, über die ich schon so viel gehört hatte. Sie sah etwas anders aus als die auf den Holzdeckel meines Gebetbuches geschnitzte Klagemauer. Da waren Zypressen zu sehen, hier jedoch konnte ich keinen einzi­gen Baum entdecken. Jüdische Soldaten bewachten den Zugang. Es war hellichter Tag, und zahlreiche Juden ver­schiedenster Art hatten sich hier eingefunden. Aschkena­sim und Sefardim waren da. Jugendliche mit schulterlan­gen Schläfenlocken, bekleidet mit Kniehosen, rabbini­schen Hüten und flachen Schuhen, unterhielten sich in ungarisch gefärbtem Jiddisch miteinander. Umringt von Neugierigen, hielt ein weiß gekleideter sefardischer Rabbi­ner in hebräischer Sprache eine Predigt über den Messias. Manche Besucher sagten das Totengebet auf, manche psalmodierten das Achtzehngebet. Einige schlangen sich Gebetsriemen um den Arm, andere wiegten den Ober­körper, während sie Psalmen rezitierten. Bettler baten mit ausgestreckter Hand um Almosen, manche feilschten sogar mit ihren Wohltätern. Vierundzwanzig Stunden am Tag betrieb hier der Allmächtige sein Geschäft.
Ich stand da und betrachtete die Mauer und die benach­barten, von Arabern bewohnten Straßen. Die Häuser, so schien es mir, hielten sich wie durch ein Wunder aufrecht, eins überragte das andere, und alle reckten sich und drän­gelten, um eine bessere Aussicht auf die Steinmauer zu haben, die als Erinnerung an den heiligen Tempel stehen­geblieben ist. Die Sonne brannte, er herrschte eine trockene Hitze, und überall roch es nach Wüste, uralter Zerstörung und jüdischer Ewigkeit.

Plötzlich kam ein schmächtiger Mann, der einen Kaftan und einen Samthut trug, auf mich zu. Dort, wo sein Man­tel auseinanderklaffte, war ein breiter Gebetsschal zu se­hen, dessen Fransen ihm fast bis zu den Knien reichten. Er hatte einen weißlichen Bart, aber ein jugendliches Ge­sicht. Seine Augen, so dunkel wie schwarze Kirschen, bezeugten, daß er ein junger, früh ergrauter Mann war.“

 

 

Isaac Bashevis Singer (21 november 1904 – 24 juli 1991)

Portret door Sylvia Ary, 1935

Lees meer...

Heinrich von Kleist, Arthur Quiller-Couch, Wilhelm Waiblinger, Voltaire, Franz Hessel

 

Vandaag precies 200 jaar geleden stierf de Duitse dichter en schrijver Heinrich von Kleist. Kleist schoot op die dag bij de Kleine Wannsee in het zuidwesten van Berlijn eerst zijn vriendin Henriette Vogel en daarna zichzelf dood. Zie ook alle tags voor Heinrich von Kleist op dit blog.

 

 

Das letzte Wort an Ulrike

 

An Ulrike von Kleist, 21. November 1811.

 

An Fräulein Ulrike von Kleist Hochwohlgeb. zu Frankfurt a. Oder.

 

Ich kann nicht sterben, ohne mich, zufrieden und heiter, wie ich bin, mit der ganzen Welt, und somit auch, vor allen Anderen, meine theuerste Ulrike, mit Dir versöhnt zu haben. Laß sie mich, die strenge Äußerung, die in dem Briefe an die Kleisten enthalten ist laß sie mich zurücknehmen; wirklich, Du hast an mir gethan, ich sage nicht, was in Kräften einer Schwester, sondern in Kräften eines Menschen stand, um mich zu retten: die Wahrheit ist, daß mir auf Erden nicht zu helfen war. Und nun lebe wohl; möge Dir der Himmel einen Tod schenken, nur halb an Freude und unaussprechlicher Heiterkeit dem meinigen gleich: das ist der herzlichste und innigste Wunsch, den ich für Dich aufzubringen weiß.

 

Stimmings bei Potsdam.

d. – am Morgen meines Todes.Dein Heinrich.

 

 

 

Heinrich von Kleist (18 oktober 1777 - 21 november 1811)

Alexander Beyer (Kleist) en Meret Becker (Henriette Vogel) in de tv-film Die Akte Kleist

 

Lees meer...

20-11-11

Nadine Gordimer, Viktoria Tokareva, Don DeLillo, Thomas Chatterton

 

De Zuidafrikaanse schrijfster Nadine Gordimer werd geboren op 20 november 1923 in Springs. Zie ook alle tags voor Nadine Gordimer op dit blog.

Uit: The Moment Before the Gun Went Off

 

“Marais Van der Vyver shot one of his farm labourers, dead.

An accident. There are accidents with guns every day of the week: children playing a fatal game with a father's revolver in the cities where guns are domestic objects, and hunting mishaps like this one, in the country. But these won't be reported all over the world. Van der Vyver knows his will be. He knows that the story of the Afrikaner farmer - a regional Party leader and Commandant of the local security commando - he, shooting a black man who worked for him will fit exactly their version of South Africa. It's made for them. They'll be able to use it in their boycott and divestment campaigns. It'll be another piece of evidence in their truth about the country. The papers at home will quote the story as it has appeared in the overseas press, and in the back-and-forth he and the black man will become those crudely-drawn figures on anti-apartheid banners, units in statistics of white brutality against the blacks quoted at United Nations - he, whom they will gleefully call 'a leading member' of the ruling Party.People in the farming community understand how he must feel. Bad enough to have killed a man, without helping the Party's,the government's, the country's enemies, as well.They see the truth of that. They know, reading the Sunday papers, that when Van der Vyver is quoted saying he is 'terribly shocked', he will 'look after the wife and children', none of those Americans and English, and none of those people at home who want to destroy the white man's power will believe him. And how they will sneer when he even says of the farm boy (according to one paper, if you can trust any of those reporters), 'He was my friend. I always took him hunting with me: Those city and overseas people don't know it's true: farmers usually have one particular black boy they like to take along with them in the lands: you could call it a kind of friend, yes, friends are not only your own white people, like yourself, you take into your house, pray with in church and work with on the Party committee. But how can those others”

 

 

Nadine Gordimer (Springs. 20 november 1923)

 

Lees meer...