08-07-12

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen, Jean de La Fontaine

 

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

 

Wie een mens streelt met een mes
om scherper te verwachten

hoe het geluid van de liefde verstrijkt

en cirkelend en dieper

 

verschuift de pijngrens ingehouden
tussen lippen en doorbijten,

raakt aan elkaar, onderhuids.

 

'Ik open je als eerste, liefste
beweging die in mijn leegbloedt –

 

neem mij terug tot het heft.

 

 

 

 

@N.I.A.S.

 

Hoe de boomschaduwen over de grasmat
wandelen, rondom, onophoudelijk. Stil
staan als een beuk in het struikgewas. De wil
om te groeien is wet: van leven, maar wat

weten we van de vogels die tussen blad
en takken in ons nestelen? Is er pril
geluk dat nog uitgebroed moet? Het wil
hier aan de dag waar het strijklicht ons omvat.

Tussen ons allen vallen eierschalen
op de aarde. Het jaargetijde kennen
is zo onmogelijk als de kruin dragen:

voel je hoe ons hart buigt in de windvlagen?
Elke ochtend aan het hernieuwde wennen.
Doorstaan. Er is zwaar weer op til. Niet falen.

 

 

 

 

Moeders en dochters

voor mijn dochter Cat van Daalen

Het spoor van de taal vind ik terug in de tijd.
Mijn moeder. Mijn Omoe. Opoe Kragt. En dan
mijn dochter. Luister: wie zingt, en breien kan
en koken, weeft taal. Smakelijke waarheid

wordt gewoon op alledag lopend, bereid
gevonden tot dansen, vol als knopen van
wol in warme sokken, is het boodschappen-
briefje een lied voor de eenzame man. ‘Meid…’

‘…wat een heerlijk recept. Heeft Oma dat nog
aan jou gegeven? Heeft ze opgeschreven
hoe ze dat deed in de oorlog, vertel je

alles van vroeger, waren jullie arm? Me
vernoemen is leuk, maar bloedlijn is leven.’
Dat liefhebben geven we door in het zog.

 

 

 

Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

Lees meer...

07-07-12

Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl, Ivo Victoria

 

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook alle tags voor Lion Feuchtwanger op dit blog.

 

Uit: Die Jüdin von Toledo

 

“Auch ein Anderes, Unheimliches, sehr Gefährliches wurde hergestellt, eine tödliche Explosivmischung, sogenanntes Flüssiges Feuer.
Die Schiffahrt der spanischen Moslems, geleitet von erprobten Mathematikern und Astronomen, war schnell und sicher, so daß sie ausgedehnten Handel treiben und ihre Märkte mir allen Erzeugnissen des islamischen Weltreichs versorgen konnten.
Künste und Wissenschaften blühten wie bisher niemals unter diesem Himmel. Erhabenes und Zierliches mischten sich, die Häuser auf besondere, bedeutende Art zu schmücken. Ein kunstvoll verästeltes Erziehungssystem erlaubte einem jeden, sich zu bilden. Die Stadt Córdova hatte dreitausend Schulen, jede größere Stadt hatte ihre Universität, es, gab Bibliotheken wie niemals seit der Blüte des hellenischen Alexandria. Philosophen weiteten die Grenzen des Korans, übersetzten in ihre eigene Denkart das Werk der griechischen Weltweisheit, schufen es in ein Neues um. Eine bunte, blühende Fabulierkunst schloß der Phantasie bisher unbekannte Räume auf. Große Dichter verfeinerten das reiche, tönend Arabisch, bis es jegliche Regung des Gefühls wiedergab.
Den Unterworfenen zeigten die Moslems Milde. Für ihre Christen übertrugen sie das Evangelium ins Arabische. Den zahlreichen Juden, die von den christlichen Westgoten unter strenges Ausnahmerecht gestellt worden waren, räumten sie bürgerliche Gleichheit ein. Ja, es führten unter der Herrschaft des Islams die Juden in Spanien ein so glückhaft erfülltes Leben wie niemals vorher seit dem Untergange ihres eigenen Reiches. Sie stellten den Kalifen Minister und Leibärzte, gründeten Fabriken, ausgedehnte Handelsunternehmungen, sandten ihre Schiffe über die sieben Meere. Sie entwickelten, ohne ihr eigenes hebräisches Schrifttum zu vergessen, philosophische Systeme in arabischer Sprache, sie übersetzten den Aristoteles und verschmolzen seine Lehren mit denen ihres eigenen Großen Buches und den Doktrinen arabischer Weltweisheit. Sie schufen eine freie, kühne Bibelkritik. Sie erneuerten die hebräische Dichtkunst.”

 

 

Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)

Lees meer...

06-07-12

In Memoriam Gerrit Komrij

 

In Memoriam Gerrit Komrij

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij is gisteren op 68-jarige leeftijd overleden. Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

 

 

Fiat lux

 

We liepen op de Transformator Weg.
De zon kwam op, ze bleef nog even hangen:
Een sinaasappel door de groene heg.
We stapten zwijgend voort. Je bleke wangen
Weerkaatsten argeloos de vroege gloed.
Een jonge god, heet zoiets sedert Tachtig.
We liepen stil de morgen tegemoet.
Ik hoorde je niet ademen. Stormachtig
Kwam toen de zon omhoog. Je werd zo licht.
De vonken sprongen uit je zwarte haren.
De zon sloeg stralen van je aangezicht.
Zie, hoe het vlamde. 't Kwam niet tot bedaren.

 

 

 


Maskers

 

De man die vrolijk met zijn masker speelde
Totdat het uur sloeg dat zijn waar gelaat
Muurvast één leven met zijn masker deelde:
Als kind al maakte dat verhaal me kwaad.

 

Zoiets was zuur. Straks, als ik groot zou zijn,
Zou ik bewijzen dat het anders kon:
Dat ieder masker veilig, zonder pijn,
Weer van je hoofd kon, als een capuchon.

 

En lang heb ik daar heilig in geloofd.
Op niets bedacht hield ik mijn aard verborgen
Opdat die, als mijn speelvuur was gedoofd,
Zuiver zou blijken als de eerste morgen.

 

Nu ben ik oud, alleen om te erkennen:
't Verhaal is waar. Het masker gaat niet af.
Het is alsof je aan de hel moet wennen.
Het is alsof je kijkt in een leeg graf.

 

 

 

 

Vooravond

 

Dood is mijn vriend. Nog altijd schijnt de maan

Naar binnen, uit zijn asbak kringelt rook,

er ligt een boek, de radio staat aan.

 

De rozen die hij kocht zijn nog bedauwd.

Een scheermesje, een spiegel en wat coke

Staan op tafel klaar voor zo meteen.

 

De kachel doet haar best, maar hij blijft koud.

Alles is nog precies zo om hem heen -

Maar hij is uit de symfonie verdwenen.

 

Het boek, de maan, de kachel en de rook -

Eens, op een dag, verdwijnt dat alles ook.

Dat is de dag waarop de dood zal wenen.

 

 

 


Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2011 deel 1, en deel 2,en deel 3 en eveneens deel 4.

Hilary Mantel

 

De Engelse schrijfster, critica en advocate Hilary Mary Mantel werd op 6 juli 1952 als Hilary Mary Thompson in Glossop, Derbyshire, geboren.. Mantel groeide op in een katholiek gezin met wortels ​​in Ierland. Haar ouders zijn echter Brits. Op de leeftijd van elf, nam Mantel de naam van haar stiefvader aan. De familie achtergrond is de drijvende kracht achter de meeste van haar romans. Thema's van haar romans gaan over de 'rotte compromissen van de volkskerk "en de" panische fantasieën van het islamitisch fundamentalisme "(Patrick Bahners). Mantel studeerde rechten aan de London School of Economics en Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Sheffield en behaalde daar in 1973 haar bachelor. Ze werkte als maatschappelijk werkster. In 1974, begon ze te schrijven. In 1972 trouwde ze met en vanaf 1977 woonde zij met haar echtgenoot Gerald McEwen vijf jaar in Botswana, daarna vier jaar in Jeddah in Saoedi-Arabië. Van 1987 tot 1991 werkte ze als filmcritica voor The Spectator. In 1987 werd ze bekroond met de Shiva Naipaul Memorial Prize, In 1996 ontving zij de Hawthornden Prize, in 2006 de Commonwealth Writers 'Prize en de Orange Prize for Fiction. In datzelfde jaar werd ze bekroond met de Commander's Cross van de Orde van het Britse Rijk. In 2009 won zij met haar roman Wolf Hall de Booker Prize, de meest prestigieuze literaire prijs voor een Engels werk.

 

Uit: Wolf Hall

 

PUTNEY, 1500
So now get up."
Felled, dazed, silent, he has fallen; knocked full length on the cobbles of the yard. His head turns sideways; his eyes are turned toward the gate, as if someone might arrive to help him out. One blow, properly placed, could kill him now.
Blood from the gash on his head— which was his father’s first effort— is trickling across his face. Add to this, his left eye is blinded; but if he squints sideways, with his right eye he can see that the stitching of his father’s boot is unraveling. The twine has sprung clear of the leather, and a hard knot in it has caught his eyebrow and opened another cut.
"So now get up!" Walter is roaring down at him, working out where to kick him next. He lifts his head an inch or two, and moves forward, on his belly, trying to do it without exposing his hands, on which Walter enjoys stamping. "What are you, an eel?" his parent asks. He trots backward, gathers pace, and aims another kick.
It knocks the last breath out of him; he thinks it may be his last. His forehead returns to the ground; he lies waiting, for Walter to jump on him. The dog, Bella, is barking, shut away in an out house. I’ll miss my dog, he thinks. The yard smells of beer and blood. Someone is shouting, down on the riverbank. Nothing hurts, or perhaps it’s that everything hurts, because there is no separate pain that he can pick out. But the cold strikes him, just in one place: just through his cheekbone as it rests on the cobbles.

"Look now, look now," Walter bellows. He hops on one foot, as if he’s dancing. "Look what I’ve done. Burst my boot, kicking your head."
Inch by inch. Inch by inch forward. Never mind if he calls you an eel or a worm or a snake. Head down, don’t provoke him. His nose is clotted with blood and he has to open his mouth to breathe. His father’s momentary distraction at the loss of his good boot allows him the leisure to vomit. "That’s right," Walter yells. "Spew everywhere." Spew everywhere, on my good cobbles. "Come on, boy, get up. Let’s see you get up. By the blood of creeping Christ, stand on your feet."

 

 


Hilary Mantel (Glossop, 6 juli 1952)

09:12 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hilary mantel, romenu |  Facebook |

05-07-12

Tour de France 3 (Bert Wagendorp)

 

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

 

Uit: Aandoenlijk gerommel van brave kruideniers

 

“De wielersport is een romantisch bouwwerk uit de vorige eeuw. Ze hebben er een nieuw laagje verf op gesmeerd. Er een modernistisch dakkapelletje opgezet en ze zeggen: kijk, het gebouw is totaal vernieuwd. We doen volop mee in de ratrace, in de dollarslag en het gevecht om de tv-minuten. We zijn golf geworden, tennis, Amerikaans basketbal. De Tour Het Grootste Jaarlijkse Sportevenement Ter Wereld! Komt dat zien! Driehonderd Miljoen Omzet Per Jaar!
Maar de echte tradities in het wielrennen zijn van gepantserd staal, ongevoelig voor erosie. Hoe graag de nieuwe vormgevers van de sport haar ook willen voorzien van een imago van speed, colour and danger, hoe vaak zij ook wijzen op de noodzaak van ingrijpende vernieuwingen in verband met de hevige concurrentie met andere sporten, welke fraaie structuren zij ook uit hun hoge hoed toveren, wielrennen blijft de sport van het volk. Van de jongens van het platteland die zich het leplazerus trappen.
Katholieke jongens meestal, aardige jongens, met vrouwen die thuis een kaarsje branden.
Dat die jongens zo nu en dan een beetje dope nemen, dat ze wel eens een dealtje sluiten, so what? Wie zonder zonde is werpe de eerste steen. Bovendien, wat is er vervelender dan kijken naar 'pure sport', naar de golfer met zijn rare schoenen en correcte corpsbal-kop, die een balletje in een gaatje probeert te slaan? Wat heeft dat suffe gedoe nog met het echte leven te maken?
Ze zeggen: in de tijdrit, daar komt het erop aan, daarin kan de linkebal zich niet verschuilen. Dat is het meest pure, het meest eerlijke wielrennen. Jazeker, maar ook het saaiste.
Coppi had Cavanna, zijn blinde verzorger. Mephisto in hoogsteigen persoon, magische rommelaar met een masseursdiploma. Zoals er nog steeds tientallen in het peloton rondlopen. Met flesjes en pilletjes en zalfjes, een magic touch in alle vingers en een vleiende stem die onzekerheid doet smelten.
Al zijn ze gerespecteerd dottore en gevierd wetenschapper: ze maken hun entree in de wielersport en die grijpt ze bij de keel. Ze veranderen in medicijnmannen en meesters van de preparatie. 's Avonds bij een goed glas wijn, op een zwoel Frans terras, maken ze zich vrolijk om Manfred Donike, de domme Duitse dopingjager die niets van het cyclisme wil begrijpen.
De coureur gooit het laken van zich af en kijkt naar zijn lijf. Naar het diepe bruin van zijn onderarmen en onderbenen. Naar het lichtgevende wit van de rest van zijn lichaam. Lelijk, denkt de coureur. Hoe krijg ik dat weer een beetje in evenwicht, straks, op Aruba?”

 

 

Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)




Zie voor de schrijvers van de 5e juli ook mijn blog van 5 juli 2011 deel 1 en eveneensdeel 2 en ook deel 3.

04-07-12

Tour de France 2 (Willie Verhegghe)

 

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Zie ook alle tags voor Willie Verhegghe op dit blog.

 

 

Kasseien

 

 

Uit:Tourmalet: 4

 

Kasseien

 

Kaalkoppen van steen, met stomheid geslagen,
in de aarde geduwd als kleine doden,
een koude glans als grijnslach om hun bult
die met zijn getuite mond de renners tart

Elke kassei een schok, een steen
op de maag, een naald in dij en kuit.
Renners vloeken, spuwen vlokken schuim
en tuimelen dan als patrijzen met hoofd
en hersens op de hobbelige helleweg.
Die als een omgevallen klaagmuur zucht.

Hun kop staat scheef, beven doen ze
als staat de dood voor hen.

Tanden knarsen, breken tot gruis
dat zich als wit poeder met het bloed
der huiverende helden mengt.

Kasseien: bloedloze keizers van terreur
en harde stenen stilte.

 

 

 


Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)

Beklimt de Col du Galibier


 

03-07-12

Franz Kafka, Tom Stoppard, Joanne Harris, Andreas Burnier, Gerard den Brabander, David Barry, David Benioff

 

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

 

Uit: Die Verwandlung

 

„Er glitt wieder in seine frühere Lage zurück. »Dies frühzeitige Aufstehen«, dachte er, »macht einen ganz blödsinnig. Der Mensch muß seinen Schlaf haben. Andere Reisende leben wie Haremsfrauen. Wenn ich zum Beispiel im Laufe des Vormittags ins Gasthaus zurückgehe, um die erlangten Aufträge zu überschreiben, sitzen diese Herren erst beim Frühstück. Das sollte ich bei meinem Chef versuchen; ich würde auf der Stelle hinausfliegen. Wer weiß übrigens, ob das nicht sehr gut für mich wäre. Wenn ich mich nicht wegen meiner Eltern zurückhielte, ich hätte längst gekündigt, ich wäre vor den Chef hin getreten und hätte ihm meine Meinung von Grund des Herzens aus gesagt. Vom Pult hätte er fallen müssen! Es ist auch eine sonderbare Art, sich auf das Pult zu setzen und von der Höhe herab mit dem Angestellten zu reden, der überdies wegen der Schwerhörigkeit des Chefs ganz nahe herantreten muß. Nun, die Hoffnung ist noch nicht gänzlich aufgegeben; habe ich einmal das Geld beisammen, um die Schuld der Eltern an ihn abzuzahlen - es dürfte noch fünf bis sechs Jahre dauern - , mache ich die Sache unbedingt. Dann wird der große Schnitt gemacht. Vorläufig allerdings muß ich aufstehen, denn mein Zug fährt um fünf.«

Und er sah zur Weckuhr hinüber, die auf dem Kasten tickte. »Himmlischer Vater!«, dachte er. Es war halb sieben Uhr, und die Zeiger gingen ruhig vorwärts, es war sogar halb vorüber, es näherte sich schon dreiviertel. Sollte der Wecker nicht geläutet haben? Man sah vom Bett aus, daß er auf vier Uhr richtig eingestellt war; gewiß hatte er auch geläutet. Ja, aber war es möglich, dieses möbelerschütternde Läuten ruhig zu verschlafen? Nun, ruhig hatte er ja nicht geschlafen, aber wahrscheinlich desto fester. Was aber sollte er jetzt tun? Der nächste Zug ging um sieben Uhr; um den einzuholen, hätte er sich unsinnig beeilen müssen, und die Kollektion war noch nicht eingepackt, und er selbst fühlte sich durchaus nicht besonders frisch und beweglich. Und selbst wenn er den Zug einholte, ein Donnerwetter des Chefs war nicht zu vermeiden, denn der Geschäftsdiener hatte beim Fünfuhrzug gewartet und die Meldung von seiner Versäumnis längst erstattet. Es war eine Kreatur des Chefs, ohne Rückgrat und Verstand. Wie nun, wenn er sich krank meldete? Das wäre aber äußerst peinlich und verdächtig, denn Gregor war während seines fünfjährigen Dienstes noch nicht einmal krank gewesen. Gewiß würde der Chef mit dem Krankenkassenarzt kommen, würde den Eltern wegen des faulen Sohnes Vorwürfe machen und alle Einwände durch den Hinweis auf den Krankenkassenarzt abschneiden, für den es ja überhaupt nur ganz gesunde, aber arbeitsscheue Menschen gibt. Und hätte er übrigens in diesem Falle so ganz unrecht? Gregor fühlte sich tatsächlich, abgesehen von einer nach dem langen Schlaf wirklich überflüssigen Schläfrigkeit, ganz wohl und hatte sogar einen besonders kräftigen Hunger.“

 

 

Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)

Lees meer...

02-07-12

Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Alekos Panagoulis, Friedrich Klopstock

 

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

 

 

Spruch

 

So mußt du allen Dingen

Bruder und Schwester sein,

Daß sie dich ganz durchdringen,

Daß du nicht scheidest Dein und Mein.

 

Kein Stern, kein Laub soll fallen -

Du mußt mit ihm vergehn!

So wirst du auch mit allen

Allstündlich auferstehn.

 

 

 

Abendgespräch


Was blickst du träumend ins verwölkte Land?
Ich gab mein Herz in deine schöne Hand.
Es ist so voll von ungesagtem Glück,
So heiß – hast du es nicht gefühlt?

Mit fremdem Lächeln gibst du mir's zurück.
Ein sanfter Schmerz... Es schweigt. Es ist gekühlt.

 

 

 

Traum

 

Aus einem argen Traum aufgewacht

Sitz ich im Bett und starre in die Nacht

 

Mir graut vor meiner eigenen Seele tief,

Die solche Bilder aus dem Dunklen rief.

 

Die Sünden, die ich da im Traum getan,

Sind sie mein eigen Werk? Sind sie nur Wahn?

 

Ach, was der schlimme Traum mir offenbart,

Ist bitter wahr, ist meine eigene Art.

 

Aus eines unbestochenen Richters Mund

Ward mir ein Flecken meines Wesens kund.

 

Zum Fenster atmet kühl die Nacht herein

Und schimmert nebelhaft in grauem Schein.

 

O süßer, Lichter Tag, komm du heran

Und heile, was die Nacht mir angetan!

 

Durchleuchte mich mit deiner Sonne, Tag,

Daß wieder ich vor dir bestehen mag!

 

Und mach mich, ob's auch in Schmerzen sei,

Vom Grauen dieser bösen Stunde frei!

 

 

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

Bewaren

Lees meer...

01-07-12

Remco Ekkers, J. J. Voskuil, F. Starik, Wim T. Schippers, Phil Bosmans

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

 

Broer

 

Hoe ziet hij er uit?
Strak. Hoe is-ie?
Stoer, maar ook lief.
Wat voor kleren draagt hij?
Stoer, maar wel netjes.
Hij heeft een strakke trui.
Laatst belde hij.
'Hallo met Anjo.'
'Waarom bel je?'
'Zomaar, ik wou weten
hoe het met mijn grote zus is.'
Lief hé?
Ik wil wat vaker bellen.
Dat is toch wel belangrijk.
Is hij al eens bij je geweest?
Eén keer. Ik heb maar één bed.
Maakt me niks uit.
Ik duik zo naast hem
Lekker tegen hem aan.

 

 

 

Handicap

 

Hij schrijft "grilig"
en als ik wijs op de l en zeg
dat er één bij mag
antwoordt hij blij:
"Geeft niet, ik ben dyslectisch."
"O", zeg ik, "sgreif
dan maar wad je wild"

 

 

 


Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

Lees meer...

Denis Johnson

 

De Amerikaanse schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. De zoon van een Amerikaanse officier bracht zijn jeugd door in Tokio, Manila (Filippijnen) en Washington. Vandaag de dag woont Johnson in het noorden van Idaho.Hij schrijft o.a. voor de New Yorker en Paris Review reisverhalen. Op de leeftijd van 14, op dat moment wonend op de Filippijnen, deed Johnson zijn eerste ervaringen op met drugs en hij kickte voor het eerst van zijn alcoholverslaving af op zijn 21e jaar. Sporadisch heroïnegebruik volgde, maar in het bijzonder de alcohol bleef hem achtervolgen. Hij verklaarde o.a., dat hij bang was, dat hij niet meer kon schrijven bij een saaie en nuchtere levensstijl. Johnson is twee keer gescheiden, trouwde een derde keer met Cindy Lee en heeft drie kinderen. In 1969 verscheen zijn eerste bundel gedichten. In 1983 publiceerde hij zijn eerste roman, Angels. Deze leverde hem de bewondering en het mecenaat op van Don DeLillo. De doorbraak kwam in 1992 met de verhalenbundel Jesus' Son, in 1999 verfilmd. In 2007 won Johnson de National Book Award voor zijn roman “Tree of Smoke”.

 

Uit:Jesus' Son

 

“...I rose up sopping wet from sleeping under the pouring rain, and something less than conscious, thanks to the first three of the people I've already named—the salesman and the Indian and the student—all of whom had given me drugs. At the head of the entrance ramp I waited without hope of a ride. What was the point, even, of rolling up my sleeping bag when I was too wet to be let into anybody's car? I draped it around me like a cape. The downpour raked the asphalt and gurgled in the ruts. My thoughts zoomed fully. The traveling salesman had fed me pills that made the linings of my veins feel scraped out. My jaw ached. I knew every raindrop by its name. I sensed everything before it happened. I knew a certain Oldsmobile would stop for me even before it slowed, and by the sweet voices of the family inside it I knew we'd have an accident in the storm.

I didn't care. They said they'd take me all the way.

The man and the wife put the little girl up front with them and left the baby in back with me and my dripping bedroll. "I'm not taking you anywhere very fast" the man said. "I've got my wife and my babies here, that's why."

You are the ones, I thought. And I piled my sleeping bag against the left-hand door and slept across it, not caring whether I lived or died. The baby slept free on the seat beside me. He was about nine months old.

...But before any of this, that afternoon, the salesman and I had swept down into Kansas City in his luxury car. We'd developed a dangerous cynical camaraderie beginning in Texas, where he'd taken me on. We ate up his bottle of amphetamines, and every so often we pulled off "the Interstate and bought another pint of Canadian Club and a sack of ice. His car had cylindrical glass holders attached to either door and a white leathery interior. He said he'd take me home to stay overnight with his family, but first he wanted to stop and see a woman he knew.

 

 

Denis Johnson (München, 1 juli 1949)

18:52 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: denis johnson, romenu |  Facebook |

30-06-12

Tour de France (Peter Winnen)

 

Bij de start van de Tour de France

 

 

De Nederlandse schrijver Peter Winnen werd geboren op 5 september 1957 in Ysselsteyn. Zie ook alle tags voor Peter Winnen op dit blog.

 

Uit: Koersdagen

 

“Wielrenners springen niet zachtzinnig om met hun harten. De naald staat vaak en langdurig in de rode zone. Maar ze blijven het vanzelfsprekend vinden dat de motor in de borst blijft brullen. Wat hen werkelijk drijft, huist in de diepte van de boezems: eerzucht, ambitie, passie, de noodzaak van het grensoverschrijdende, liefde voor de sport, , liefde voor het meisje, liefde voor de liefde, de noodzaak te worden liefgehad. Zo groot is de liefde soms dat een hart scheurt.

Het is 1990. Het medisch team van de ploeg waarin ik rijd houdt onze harten goed in de gaten. Regelmatig vinden er zogenaamde 24-uurregistraties plaats. Dat betekent trainen met een kastje, eten met een kastje, slapen met een kastje, vrijen met een kastje. Van de twintig coureurs blijkt er maar eentje een volledig storingsvrij hart te bezitten. Niet dat de negentien anderen gevaar lopen – niemand krijgt het advies te stoppen, maar het is duidelijk dat gezondheid in het wielrennen een rekbaar begrip is.

Die ene supergezonde is na zijn carrière zwaar verslaafd geraakt aan amfetamines. Het innerlijk hart was te rusteloos voor het gewone leven, het fysieke hart te sterk.

Zo nu en dan zie ik achter het glas van een reliekschrijn in een basiliek het hart van een lang geleden gestorven heilige. Het is nauwelijks te bevatten dat het leerachtige, sterk gekrompen zakje ooit geklopt heeft in de borst van een levend wezen. Maar ik kan me zonder moeite voorstellen hoe in de donkere holte intense devotie heeft gewoed, en liefde, compassie, eerzucht, twijfel, dwaasheid, de pijnlijke oorlog tegen een regiment demonen die zelfs – of juist – een heilige op aarde bezoeken.”

 

 



Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van vandaag ook mijn vorige blog van vandaag.

15:03 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tour de france, peter winnen, romenu |  Facebook |

Op herhaling: José Emilio Pacheco, Mongo Beti, Czesław Miłosz, Georges Duhamel, John Gay, Thomas Lovell Beddoes

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Hij doceerde literatuur aan diverse universiteiten in de VS en in het Verenigd Koninkrijk. Pacheco's eerste gedichtenbundel Los elementos de la noche verscheen in 1963 en werd in het zelfde jaar gevolgd door de roman El viento distante.

 

High treason


I do not love my country. Its abstract splendor
is beyond my grasp.
But (although it sounds bad) I would give my life
for ten places in it, for certain people,
seaports, pinewoods, fortresses,
a run-down city, gray, grotesque,
various figures from its history
mountains
(and three or four rivers).

 

 

The elements of the night

 

Beneath this small, dry empire summer has whittled down,
faith lies toppled—all those tall, farsighted days.

In the last valley

destructiveness is glutted

on conquered cities, affronted by the ash.

 

Rain extinguishes
the woodland lit by lightning.

Night passes on its venom

Words crack against the air.

 

Nothing is restored, nothing gives back
that glowing green to the scorched fields.

 

Neither will the water, in its exile
from the fountain, succeed its own sweet

rise, nor the bones of the eagle fly

through its wings again.

 

 

 

Vertaald door George McWhirter and Alastair Reid


Pacheco

José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

Lees meer...

29-06-12

80 Jaar Ror Wolf, Op herhaling: Giacomo Leopardi, Oriana Fallaci, Anton Bergmann, Louis Scutenaire, Antoine de Saint-Exupéry, Oleg Korenfeld, Vasko Popa, John Willard Toland

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zijn loopbaan als schrijver begon in 1958 met publicaties in de studentenkrant Diskus. Wolf studeerde literauur, sociologie en filosofie in Frankfurt am Main. In 1964 verscheen zijn eerste roman Fortsetzung des Berichts, die als een van de weinige voorbeelden gezien kan worden van de Duitse Nouveau roman en die een intensieve lectuur verraad van het boek Der Schatten des Körpers des Kutschers van Peter Weiss. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog. Ror Wolf viert vandaag zijn 80e verjaardag.

 

 

Fußball-Sonett Nr. 4

 

Das ist doch nein die schlafen doch im Stehen.
Das ist doch ist das denn die Möglichkeit.
Das sind doch Krücken. Ach du liebe Zeit.
Das gibt’s doch nicht. Das kann doch gar nicht gehen.

 

Die treten sich doch selber auf die Zehen.
Die spielen viel zu eng und viel zu breit.
Das sind doch nein das tut mir wirklich leid.
Das sind doch Krüppel. Habt ihr das gesehen?

 

Na los geh hin! Das hat doch keinen Zweck.
Seht euch das an, der kippt gleich aus den Schuhn.
Ach leck mich fett mit deinem Winterspeck.

 

Jetzt knickt der auch noch um, na und was nun?
Was soll denn das oh Mann ach geh doch weg.
Das hat mit Fußball wirklich nichts zu tun.

 

 

 

Fußball-Sonett Nr. 9 - Als Vorbereitung für DAS DERBY

 

Der Nebel pfeift. Es ist etwas geschehen.
Es klatscht ganz naß. In diesem Dämmerlicht
Beginnen wir mit unsrem Schlußbericht.
Wir sehen nichts. Wir können nichts verstehen.

Nur die Gesänge, die vorüberwehen.
Das ist nicht viel bei dieser schlechten Sicht.
Wenn es nicht läuft, dann läuft es eben nicht.
Borussia Dortmund wird nicht untergehen.

Der Rammer tankt sich durch, ihr lieben Leute.
Der Stopper: ja, so sieht es aus von hier.
Er senst ihn um, wenn ich das richtig deute.

Die Neun läuft an. Das war das Vierzuvier.
Ins Netz gefetzt. So wunderschön wie heute.
Ein volles Pfund. Und diesmal singen
wir.

 

 

 
 

wolfror

Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

   

Lees meer...

28-06-12

Op herhaling: Luigi Pirandello, Mark Helprin, Jean Jacques Rousseau, Marlene Streeruwitz, Florian Zeller, Ryszard Krynicki, Otto Julius Bierbaum, A. E. Hotchner, Jürg Federspiel

 

De Italiaanse schrijver Luigi Pirandello werd op 28 juni 1867 geboren in de villa 'Caos' (chaos) in de buurt van Agrigento. Hij begon in 1887 te studeren aan de Faculteit der Letteren van de universiteit van Rome. In 1889 zette hij zijn studie voort in Bonn, waar hij in 1891 afstudeerde en zijn eerste gedichten publiceerde. Een belangrijk jaar in het leven van Pirandello was 1903. Zijn vrouw werd zenuwziek en zou steeds verder aftakelen, en zijn vader ging failliet, waardoor Pirandello tot zijn afschuw moest gaan werken als docent om rond te kunnen komen. Om verder aan geld te komen intensiveerde hij zijn activiteiten als schrijver en medewerker van verschillende kranten en tijdschriften. Zo verscheen in deze tijd zijn beroemde roman Il fu Mattia Pascal. Naast romans ging Pirandello zich meer en meer toeleggen op het schrijven van novellen en theaterstukken. Opvallend is dat hij zijn theaterstukken in veel gevallen baseerde op eerder geschreven novellen, zo werd hij een 'plagiator van zichzelf'. Rond 1920 kreeg Pirandello groot succes met toneelstukken als 'Sei personaggi in cerca d'autore'. In 1922 brak hij internationaal door en reisde hij over de wereld met een eigen toneelgezelschap, dat gefinancierd werd door de fascistische partij van Benito Mussolini, waar de schrijver in 1924 lid van werd. De reden voor zijn lidmaatschap is onduidelijk, maar zou te maken kunnen hebben met Mussolini's bewondering voor Pirandello. In 1934 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.

 

Uit: Die Wirklichkeit des Traums ((La realtà del sogno, vertaald door Michael Rössner)

 

“Alles, was er sagte, schien denselben unbestreitbaren Wert zu haben wie seine Schönheit; beinahe so, als könnte er - da man nicht daran zweifeln konnte, daß er ein überaus schöner Mann war, aber auch wirklich wunderschön - ihm nie und in nichts widersprechen.

Und er verstand nichts, er verstand aber auch wirklich nichts von dem, was in ihr vorging!

Wenn man sich anhören mußte, mit welcher Sicherheit er seine Interpretationen ihrer instinktiven Regungen, ihrer vielleicht auch ungerechten Abneigungen und mancher ihrer Gefühle vortrug, dann überkam sie die Versuchung, ihm das Gesicht zu zerkratzen, ihn zu ohrfeigen, ihn zu beißen.

Auch deshalb, weil er sie dann bei aller Kälte und Sicherheit und diesem Stolz eines gutaussehenden jungen Mannes in anderen Momenten wiederum enttäuschte, wenn er sich ihr näherte, weil er sie brauchte. Dann war er schüchtern, demütig, flehend, mit einem Wort so, wie sie ihn in diesen Augenblicken nicht haben wollte; so daß sie sich auch dann gereizt fühlte, wenn auch aus einem anderen Grund, und so sehr, daß sie - obwohl sie dazu neigte nachzugeben - sich störrisch verhärtete; und die Erinnerung an jeden Augenblick der Hingabe, der im schönsten Moment von diesem Gefühl der Gereiztheit vergiftet wurde, wandelte sich ihr zu einem Groll.”

 

 

pirandello

Luigi Pirandello (28 juni 1867 - 10 december 1936)

Lees meer...