23-03-13

Madison Cawein, Federica de Cesco, Roger Martin du Gard, Hamvas Béla, Daniel Biga, Ceija Stojka

 

De Amerikaanse dichter Madison Julius Cawein werd geboren in Louisville, Kentucky, op 23 maart 1865. Zie ook alle tags voor Madison Cawein op dit blog.

 

 

A Boy’s Heart

 

It's out and away at break of day,
To frolic and run in the sun-sweet hay:
It's up and out with a laugh and shout
Let the old world know that a boy's about.

It's ho for the creek that the minnows streak,
That the sunbeams dapple, the cattle seek;
For a fishing-pole and a swimming-hole,
Where a boy can loaf and chat with his soul.

It's oh to lie and look at the sky
Through the roof of the leaves that's built so high:
Where all day long the birds make song,
And everything 's right and nothing is wrong.

It's hey to win where the breeze blows thin,
And watch the twinkle of feather and fin:
To lie all day and dream away
The long, long hours as a boy's heart may.

It's oh to talk with the trees and walk
With the winds that whisper to flower and stalk:
And it's oh to look in the open book
Of your own boy-dreams in some leafy nook.

Away from the noise of the town, and toys,
To dream the dreams that are dreamed by boys:
To run in the heat, with sun-tanned feet,
To the music of youth in your heart's young beat.

To splash and wade in the light and shade
Of the league-long ripples the sunbeams braid:
In boyhood's wise to see with eyes
Of fancy hued as the butterflies.

To walk for hours and learn the flowers,
And things that haunt the woods and bowers:
To climb to a nest on a tree's top crest,
Where a bird, like your heart, is singing its best.

To feel the rain on your face again,
Like the thirsty throats that the flowers strain:
To hear the call of the waterfall,
Like the voice of youth, a wonder-thrall.

And it's oh for me at last to see
The rainbow's end by the hillside tree:
On the wet hillside where the wild ferns hide,
Like a boy's bright soul to see it glide.

Then to laugh and run through shower and sun
In the irised hues that are arched and spun:
And, the rainbow's friend, to find and spend
The bag of gold at the rainbow's end.

 

 

 

Madison Cawein (23 maart 1865 – 8 december 1914)

Rond 1893

Lees meer...

22-03-13

Érik Orsenna, Gabrielle Roy, Ludvík Kundera, Léon Deubel, Edward Moore, Arnold Sauwen

 

De Franse schrijver Érik Orsenna werd geboren in Parijs op 22 maart 1947 als Érik Arnoult. Zie ook alle tags voor Erik Orsenna op dit blog.

 

Uit: La grammaire est une chanson douce

 

“Les mots dormaient.
Ils s’étaient posés sur les branches des arbres et ne bougeaient plus. Nous marchions doucement sur le sable pour ne pas les réveiller. Bêtement, je tendais l’oreille : j’aurais tant voulu surprendre leurs rêves. J’aimerais tellement savoir ce qui se passe dans la tête des mots. Bien sûr, je n’entendais rien. Rien que le grondement sourd du ressac, là-bas, derrière la colline. Et un vent léger. Peut-être seulement le souffle de la planète Terre avançant dans la nuit.
Nous approchions d’un bâtiment qu’éclairait mal une croix rouge tremblotante.
-Voici l’hôpital, murmura Monsieur Henri.
Je frissonnai.
L’hôpital ? Un hôpital pour les mots ? Je n’arrivais pas à y croire. La honte m’envahit.
Quelque chose me disait que, leurs souffrances nous en étions, nous les humains, responsables. Vous savez, comme ces Indiens d’Amérique morts de maladies apportées par les conquérants européens.
Il n’y a pas d’accueil ni d’infirmiers dans un hôpital de mots ; Les couloirs étaient vides. Seule nous guidaient les lueurs bleues des veilleuses. Malgré nos précautions, nos semelles couinaient sur le sol.
Comme en réponse, un bruit très faible se fit entendre. Par deux fois. Un gémissement très doux. Il passait sous l’une des portes, telle une lettre qu’on glisse discrètement, pour ne pas déranger.”

 

 

Érik Orsenna (Parijs, 22 maart 1947)

Lees meer...

21-03-13

Willem de Mérode, 250 Jaar Jean Paul, Hamid Skif, Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik


Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies zeven jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.

 

 

Stil dorp

 

De molen heft zijn armen stil
In de blauwe zonnige najaarslucht
En laat ze vallen met een zucht,
Als een moe man, tegen zijn wil.

De huizen slapen, het gordijn
Is neergelaten voor elk raam
Alleen met den blinkende koopren naam
Speelt op de deuren de zonneschijn.

Het dorp is nooit zó stil geweest.
En nergens zweeft een zweem van gerucht:
Een lege zaal waar 't geruis is gevlucht
Met het sterven van 't roezelig feest.

Geen mens durft gaan langs 't zandig pad,
Wijl 't rustend dorp dan wakker schrikt,
En verwijtend de wandelaar tegenblikt
Die treedt op takken en krakend blad.

Ik kom niet vóór de avond thuis,
Dat elk geluid als een dreigend woord
Niet roept hoe ik de stilte vermoord.
Vóór 't donker is kom ik niet thuis.

 

 



Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

Lees meer...

Pim te Bokkel

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983 en groeide op in een havezate, in het Achterhoekse kerkdorp Aalten. Zijn debuutbundel verscheen in 2007 onder de naam “Wie trekt de regen aan?” en werd genomineerd voor de C. Buddingh-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie. In 2010 verscheen zijn tweede bundel, genaamd “De dingen de dingen de dans en de dingen”. Begin 2013 verscheen bij Uitgeverij 69/Tungsten de bibliofiele bundel “Dit is hoe het gaat”. Te Bokkel was te zien op festivals als Poetry International, de Zwarte Cross en Crossing Border. Zijn gedichten werden opgenomen in De Gids, DWB , Liegend Konijn en bloemlezingen van Erik Jan Harmens en Gerrit Komrij. Het Parool, nrc.next en De Gelderlander publiceerden gedichten en kort proza, Hollands Maandblad en de HKU publiceerden zijn essays en voor het poëzietijdschrift Awater schrijft Te Bokkel recensies.

 

Ondermaans

In de slapende zee was een golf te zien
Een golf
maar vlak voordat het zo genoemd
of voor een bruinvis die de kop opstak kon worden aangezien
was het niet meer de golf
Het was ondergedoken aldus de man in de veerboot
die in een kromme lijn
van het land op het eiland aan schommelde
Het was dag en de man in de boot zag de maan
als de glimp
in de golf van een slapende zee

 

 

Forensen

De eerste mens
ziet op het perron
door gloeiende wolken
de zon als Superman
uit zijn overhemd breken

Nog even en
hij jaagt tussen de einders
van het laagland
met honderden reizigers
naar een eindpunt

Wat beweegt hen
Wat laten ze achter
Wie was de man
die door gloeiende wolken
de zon zag

 

 

 
Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

21:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pim te bokkel, romenu |  Facebook |

20-03-13

Jens Petersen, David Malouf, Friedrich Hölderlin, Katharina Hartwell, Benoît Duteurtre,Touré, Gerard Malanga

 

De Duitse schrijver en arts Jens Petersen werd geboren op 20 maart 1976 in Pinneberg. Zie alle tags voor Jens Petersen op dit blog.

 

Uit: Die Haushälterin

 

“Er hatte Blumenkübel aus Marmor in den Vorgarten gestellt. Einige Jahre nach Kriegsende, kurz bevor er starb, ließ er Türen einbauen, hinter denen sich kein weiteres Schlafzimmer verbarg, kein ungenutzter Salon, nicht mal eine Kammer, bloß die nackte Außenmauer. Jemand erzählte mir, daß später die stämmigen Frauen der Arbeiterwohlfahrt darauf hereingefallen waren, »Prunk!« und »Luxus!« gerufen hatten, während sie ihm den Hintern putzten.
Im Keller hing dieses Photo: mein Großvater vor seinem Fahrrad. Das Photo war grobkörnig und bleich, unmöglich, im Gesicht zu lesen; aber wie er dastand, in einem Turnanzug, mit geschwellter Brust, die Arme über den Kopf gereckt, zählte er nicht zu den Menschen, die ich gern gekannt hätte.
Mein Vater bezog das Haus nach Ende seines Studiums. Er veränderte fast nichts, als wollte er keine Spuren hinterlassen oder niemanden erzürnen. Lediglich die Hundeklappe zur Terrasse war sein Werk, ein rot lackiertes Blechquadrat mit gummierten Rändern, dessen Scharniere im Wind quietschten. Im Garten markierte ein morscher Holzpflock das Grab eines Golden Retriever, der an meinem dritten Geburtstag das Rattengift in den Ecken der Wäschekammer entdeckt hatte.
Am Südrand des Grundstückes floß der Fluß, ein Nebenarm der Elbe, auf dem im Sommer Familien in ihren Kanus zum Sperrwerk trieben. Manche legten an, breiteten ihre Decken aus, pinkelten hinter die Brombeersträucher und hinterließen auf unserem Rasen leere Zigarettenschachteln, Kerngehäuse oder Klümpchen aus Alufolie. Ich sah ihnen zu, hinter den Gardinen versteckt, damit sie sich nicht fühlten wie Störenfriede.

In der Nachbarschaft wohnten ein junges Ärztepaar, ein Steuerberater, ein Pastor und der Kassenwart der SPD. In ihren Vorgärten standen die neuesten Opel, Hondas und Volkswagen. Die Ärzte hatten ein Baby, das morgens um sechs zu schreien begann; manchmal wachte ich davon auf. Mein Vater und diese Leute hatten wenig miteinander zu tun, höchstens sagten sie »Guten Tag« oder brachten sich Pakete, wenn der Postbote jemanden nicht angetroffen hatte.”

 

 

Jens Petersen (Pinneberg, 20 maart 1976)

Lees meer...

19-03-13

Philip Roth, Lynne Sharon Schwartz, Hans Mayer, Lina Kostenko, William Allingham

 

80 Jaar Philip Roth

 

De Amerikaanse schrijver Philip Roth werd geboren op 19 maart 1933 in Newark. Zie ook alle tags voor Philip Roth op dit blog. Philip Roth viert vandaag zijn 80e verjaardag.

 

Uit: Portnoy's Complaint

 

“how do they get so gorgeous, so healthy, so blonde? my contempt for what they believe in is more than neutralized by my adoration of the way they look, the way they move and laugh and speak - the lives they must lead behind those goyische curtains! maybe a pride of shikses is more like it - or is it a pride of shkotzim? for these are the girls whose older brothers are the engaged, good-natured, confident, clean, swift, and powerful halfbacks for the collage football teams called northwestern and texas christian and ucla. their fathers are men with white hair and deep voices who never use double negatives, and their mothers the ladies with the kindly smiles and the wonderful manners who say things like, "i do believe, mary, that we sold thirty-five cakes at the bake sale." "don't be too late, dear," they sing out sweetly to their little tulips as they go bouncing off in their bouffant taffeta dresses to the junior prom with boys whose names are right out of the grade-school reader, not aaron and arnold and marvin, but johnny and billy and jimmy and tod

not portnoy and pincus, but smith and jones and brown! these people are the americans, doctor - like henry aldrich and homer, like the great gildersleeve and his nephew LeRoy, like corliss and veronica, like "oogie pringle" who gets to sing beneath jane powell's window in a date wth judy - these are the people for whom nat "king" cole sings every christmastime, "chestnits roasting on an open fire, jack frost nipping at your nose..." an open fire, in my house? no, no, theirs are the noses whereof he speaks. not his flat black one or my long bumpy one, but those tiny bridgeless wonders whose nostrils point northward automatically at birth. and stay that way for life! these are the children from the coloring books come to life, the children they mean on the signs we pass in union, new jersey, that say CHILDREN AT PLAY and DRIVE CAREFULLY, WE LOVE OUR CHILDREN - these are the girls and boys who live, "next door," the kids who are always asking for "the jalopy" and getting into "jams" and then out of them again in time for the final commercial - the kids whose neighbors aren't he silversteins and the landaus, but fibber mcgee and molly, and ozzie and harriet, and ethel and albert, and lorenzo jones and his wife belle, and jack armstrong! jack armstrong, the all-american goy! - and jack as in john, not jack as in jake, like my father... look, we ate our meals with the radio blaring right away through to the dessert, the glow of the yellow station band is the last light i see each night before sleep - so don't tell me we're just as good as anybody else, don't tell me we're americans just like they are. no, no, these blond-haired christians are the legitimate residents and owners of this place, and they can pump any song they want into the streets and no one is going to stop them either. o america! america! it may have been gold in the streets to my grandparents, it may have been a chicken in every pot to my father and mother, but to me, a child whose earliest movie memories are of ann rutherford and alice faye, america is a shikse nestling under your arm whispering love love love love love!

 

 

Philip Roth (Newark, 19 maart 1933)

Lees meer...

In Memoriam Rascha Peper

 

In Memoriam Rascha Peper

 

 

De Nederlandse schrijfster Rascha Peper is afgelopen zaterdag op 64-jarige leeftijd in haar huis in Amsterdam overleden. Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd geboren op 1 januari 1949 in Driebergen. Zie ook alle tags voor Rascha Peper op dit blog.

 

Uit: Zwartwaterkoorts

 

‘Het frappeert me dat u daarvoor de telefoon kiest, meneer Gorredijk, en niet het daarvoor geëigende middel, zoals we hadden afgesproken.’ Aan de andere kant werd gelachen.
‘Een brief bedoelt u?’
‘Precies.’
‘O, ik zal u heus wel een brief sturen, hoor. Maar een emailadres heeft u ook niet en ik wilde u snel iets laten weten, dus ik denk: ik pak maar even de telefoon.’
Stutijn zweeg. Hij staarde naar de schildpad, die net zijn waterbak verlaten had om een eindje over de kranten te kuieren, terwijl Scheffer, die ook de kamer binnengekomen was, op zijn schild sprong voor een ritje. De kraai was gek met de schildpad. Hij scherpte zijn snavel langs de randen van het schild en greep bij wijze van grap weleens een poot beet. De schildpad tolereerde hem.
‘Omdat ik u een aantrekkelijk voorstel wil doen,’ ging Gorredijk verder.
Juist vanwege de aantrekkelijke voorstellen had hij een half jaar geleden per aangetekende brief laten weten Gorredijk niet meer persoonlijk te woord te willen staan. Zolang hij op tijd de huur betaalde, kon niemand hem verplichten zich in levenden lijve of telefonisch aan contact te onderwerpen. Over de klachten van de buurt en de verbouwing van de zolderverdieping was hij sindsdien schriftelijk geïnformeerd. Hij las de brieven, maar reageerde er nooit op. Tot nu toe was die tactiek afdoende gebleken.
‘Daar ben ik niet in geïnteresseerd.’
‘Dat moet u niet meteen zeggen. Het kon wel eens in uw belang zijn.’
Hij keek toe hoe de kraai zich liet vervoeren, totdat de schildpad onder de laag afhangende citroengeraniums verdween en hij eraf geveegd werd.”

 

 

Rascha Peper (1 januari 1949 - 16 maart 2013)

Herinnering aan Hugo Claus

 

Herinnering aan Hugo Claus

 

 

Vandaag is het vijf jaar geleden dat de Belgische dichter-schrijver-kunstenaar-filmer Hugo Claus overleed. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

 

 

Een verteller

 

Hij zei dat zij zei dat hij zei -
En toen, en toen, en toen?
Het was in de tijd dat de padden dansten.
Het was in het Jaar Zoveel.

Met meer voeten in de aarde
dan je dromen kan
verenigt de verteller nonnen en stieren,
hermelijn en geweren,
karren en kentauren,
en wekt bliksem in de melk. En zet
een weerhaak in het vel
van wie alleen vermoeden wil.

 

 

 

Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)

07:16 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hugo claus, romenu |  Facebook |

18-03-13

John Updike, Christa Wolf, Charlotte Roche, Wilfred Owen, Stéphane Mallarmé, Héctor Bianciotti, Hellema

 

De Amerikaanse schrijver John Updike werd geboren in Shillington, Pennsylvania, op 18 maart 1932. Zie ook alle tags voor John Updike op dit blog.

 

Uit: Gertrude and Claudius

 

“Gertrude did not like to think that Claudius had, like his brother, sought the throne. She preferred to think it had fallen to him by unhappy accident. True, he had shown initiative and singleness of purpose in seeking endorsement from the råd and election from the four provincial things, and had by swift letter elicited allegiance from the bishops of Roskilde, Lund, and Ribe; but she ascribed all this to the good cause of stifling chaos in the wake of calamity. In those stunned days after Hamlet was found dead, and not only dead but hideously transfigured, like a long-buried statue disintegrating in shining flakes, Gertrude had been directing her attention elsewhere, inward, to her ancient task of mourning, of shouldering bereavement. For almost the first time in her life since the onset of menses she had felt transformed by illness, unable to leave the bed, as if her proper place were beside Hamlet in his clay grave, in the loathsome burial ground outside the walls of Elsinore, where mist clung to the tufted soil and the shovels of chattering gravediggers were always pecking away at the underworld of bone. Thus isolated, visited only by Herda, who had her own reasons for grief, for Sandro was gone and her belly was swollen, and by her whispering ladies-in-waiting, whose faces were rapt with the thrill of the recent horrific event, and the castle physician, with his dropsical bagcap and bucket of writhing leeches, Gertrude played doctor to her own spiritual symptoms, wondering why her grief felt shallow and tainted by relief. The King's weight had been rolled off her. He had never seen her as she was, fitting her instead into a hasty preconception, his queen. It did occur to her, later, that in this interval some other queen might have been forwarding her son's claim to the throne. But Hamlet had attended his father's burial and disappeared again.”

 

 

John Updike (18 maart 1932 – 27 januari 2009)

Lees meer...

17-03-13

Hafid Aggoune, Rense Sinkgraven, William Gibson, Siegfried Lenz, Urmuz

 

De Franse schrijver Hafid Aggoune werd geboren op 17 maart 1973 in Saint-Etienne. Zie ook alle tags voor Hafid Aggoune op dit blog.

 

Uit: Les avenirs

 

“Les années sont passées comme un seul jour. Je n’avais plus rien à faire sur l’île de ma mélancolie. Je suis sorti par le trou qu’un papillon aux ailes féeriques m’avait montré comme dans un conte.

(…)

 

Le temps remuait et s'avançait vers moi. Il était là depuis le début, sur la main du peintre, dans sa main tracée sur l'air, sans matière, flottante.
Quelque chose en moi suivait des couleurs invisibles.
Dans ce silence, c'est la vie qui, de l'infini le plus lointain, s'approchait de moi et, au passage, dérobait à la nuit des lambeaux d'étoiles comme des peaux mortes à la surface du soleil, comme l'amour et la douleur arrachent des copeaux de corps fossilisés par l'érosion durable de la mélancolie.
En secret, une part qui m'était étrangère me guidait vers le point de lumière, au-delà des pierres, la faille qui, un jour, s'ouvrirait pour ne plus se refermer. Au bord de la vie, elle sauvegardait mon dedans disponible à l'éveil.
Jour après jour, année après année, les décennies ont passé et je continuais de disparaître dans l'image du monde. Je m'engouffrais dans un reflet orphelin.
Je m'étais laissé tombé dans l'attente, livré à elle, donné à elle.”

 

 

Hafid Aggoune (Saint-Etienne, 17 maart 1973)

Lees meer...

Patrick Hamilton, Hans Wollschläger, Jean Ingelow, Karl Gutzkow, Ebenezer Elliott, Paul Green

 

De Engelse schrijver Patrick Hamilton werd geboren op 17 maart 1904 in Hassocks, Sussex. Zie ook alle tags voor Patrick Hamilton op dit blog.

 

Uit: Hangover Square

 

“For two or three minutes he walked along in a dream, barely conscious of anything. The motion of his body caused his raincoat to make a small thundering noise: his big sports shoes creaked and rustled on the grass of the cliff-top. On his left, down below, lay the vast grey sweep of the Wash under the sombre sky of Christmas afternoon; on his right the scrappy villas in the unfinished muddy roads. A few couples were about, cold, despairing, bowed down by the hopeless emptiness and misery of the season and time of day. He passed a shelter, around which some children were running, firing toy pistols at each other. Then he remembered, without any difficulty, what it was he had to do: he had to kill Netta Longdon.

He was going to kill her, and then he was going to Maidenhead, where he would be happy.

It was a relief to him to have remembered, for now he could think it all out. He liked thinking it out: the opportunity to do so was like lighting up a pipe, something to get at, to get his teeth into.

 

 


Scene uit het gelijknamige toneelstuk, Finborough Theatre, Londen, 2008

 

 

Why must he kill Netta? Because things had been going on too long, and he must get to Maidenhead and be peaceful and contented again. And why Maidenhead? Because he had been happy there with his sister, Ellen. They had had a splendid fortnight, and she had died a year or so later. He would go on the river again, and be at peace. He liked the High Street, too. He would not drink any more-or only an occasional beer. But first of all he had to kill Netta.

This Netta business had been going on too long. When was he going to kill her? Soon-this year certainly. At once would be best-as soon as he got back to London-he was going back tomorrow, Boxing Day. But these things had to be planned: he had so many plans: too many. The thing was so incredibly, absurdly easy. That was why it was so difficult to choose the right plan. You had only to hit her over the head when she was not looking. You had only to ask her to turn her back to you because you had a surprise for her, and then strike her down. You had only to invite her to a window, to ask her to look down at something, and then throw her out. You had only to put a scarf playfully round her neck, and fondle it admiringly, and then strangle her. You had only to surprise her in her bath, lift up her legs and hold her head down.

 

 

Patrick Hamilton (17 maart 1904 – 23 september 1962)

Lees meer...

16-03-13

Bredero, P.C. Hooft, Zoë Jenny, Dirk von Petersdorff, Francisco Ayala

 

De Nederlandse dichter en toneelschrijver Gerbrand Adriaensz. Bredero werd geboren op 16 maart 1585 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Bredero op dit blog.

 

 

Eenzaamheid is armoede

 

Wat baat u het bezit van landen en van steden
en 't prachtige gebouw vol dure kostbaarheden
waarin u woont, omringd door 'n prinselijke stoet,
wanneer u in uw bed 's nachts eenzaam slapen moet?

Wat baat die erezwerm van dames blank en blij
en 't vorstelijk gevolg van prinsen groot en vrij,
wat baat het dat een elk u als een God begroet,
wanneer u in uw bed 's nachts eenzaam slapen moet?

Wat baat het dat u geurt naar muskus en odeur
en dat de fijnste wijn uw konen siert met kleur
en dat u in uw jeugd leefde op dartele voet,
wanneer u in uw bed 's nachts eenzaam slapen moet?

Wat baat het dat u steeds uit gouden schalen eet
en dat u aan de dis de ereplaats bekleedt
en dat de lieve lust u kittelt, zacht en zoet,
wanneer u in uw bed 's nachts eenzaam slapen moet?

Wat baat het dat uw geest zo wijs is en geleerd
en dat de wereld u daarom bewonderend eert,
dat u onsterfelijk wordt, befaamd door nobel bloed,
wanneer u in uw bed 's nachts eenzaam slapen moet?

Ik wens geen groter schat dan mijn lief in mijn arm,
met haar beleef ik vreugd, naast haar slaap 'k zoet en warm.
U bent de armste mens, al bent u rijk aan goed
wanneer u in uw bed 's nachts eenzaam slapen moet!

 

 

 

Het tweede van de schoonheyt

 

Het zijn twee sterren licht, of 't zijn twee diamanten,

Die vol van tooverij, haar drayen in't aanschijn,

Of anders gitten swart, of twee smaragden fijn,

Vier reghen-boghen, die aan tween te samen kanten.

 

Of wel twee peerlen glat, de schoonste van Levanten,

Neen 't moeten vlammen zijn, twee Sonnen heet van schijn,

Ick weet wel, en ick voel, hoe sy verbranden mijn;

Of 't zijn twee blixems snel, van Jupiters ghesanten.

 

Neen 't isset al te maal, de gitten zijn omringt

Van twee smaragden groen, daar om zijn 't regenbogen,

Dan isset diamant, al dit twee paarlen sluyt,

 

Sy glinsteren op de wangh, grootachtich puylens' uyt,

Melijdich van opsien sijn dit mijn vrysters ooghen;

Siet ghyse, vraaght niet meer waar liefde my toedringt.

 

 

 

De Liefd’ is blind

 

Wat wijkt gij, blinde min, van wijsheid en van rede!
Gij mist de weg des deugds doordien gij ’t dwaalpad kiest,
Door ’t volgen van uw lust en broedse zinlijkheden,
Waardoor gij ’t slechtste zoekt en ’t alderbest verliest.

 

 

 

Gerbrand Bredero (16 maart 1585 - 23 augustus 1618)

Lees meer...

Hooshang Golshiri, Alice Hoffman, César Vallejo, Sully Prudhomme, René Daumal

 

De Iraanse schrijver Hooshang Golshiri werd geboren op 16 maart 1938 in Isfahan. Zie ook alle tags voor Hooshang Golshiriop dit blog.

 

Uit: King of the Benighted (Proloog, vertaald door Abbas Milan)

 

“The Black Dome is a part of a longer poem called Haft Peykar (Seven Beauties) by the Persian poet Nizami of Ganja (1141-1203). The seven beauties refer to seven portraits of daughters of different kings-p;from the Raj of India and the Khaghan of China to the Shah of Kharazm and the king of the West, or "Sunset-land." When Bahram the Sassanian King, discovers these portraits, he falls in love with them, and, upon succeeding to the throne vacated by the death of his father Yazdigird, he marries all seven princesses. The represent the climes into which the habitable world is divided and are lodged in separate symbolically colored palaces, beginning with the black and ending with the white. Bahram then visits them on seven successive days. This is the story of the first night.

On Saturday, Bahram, clothed in black from head to foot, went to the Black Dome where his bride, the daughter of the Raj of India lived. He asked the Princess to tell him a story and she, with her head cast down, said: When I was a child, a pious and compassionate woman visited our house once a month, and she always wore black. After many persistent inquiries, she finally acquiesced and told us the secret of her unusual attire.

When I was young, the woman said, I was servant to a mighty King in whose land sheep and wolves lived in amity. Yet fate had it that he would become the King of the Benighted, and the story I'll tell you is the tale of how he came to wear black for the rest of his life.”

 

 

Hooshang Golshiri (16 maart 1938 – 5 juni 2000)

Isfahan

Lees meer...

Percy MacKaye, Patrice de la Tour du Pin, Haldun Taner, Jakob Haringer, Ethel Anderson

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Percy MacKaye werd geboren op 16 maart 1876 in New York. Zie ook alle tags voor Percy MacKaye op dit blog.

 

 

Hymn Of The New World

 

A star a star in the west!
Out of the wave it rose:
And it led us forth on a world-far quest;
Where the mesas scorched and the moorlands froze.
It lured us without rest:
With yearning, yearning—ah!
It sang (as it beckoned us)
A music vast, adventurous-
America!

A star a star in the night!
Out of our hearts it dawned !
And it poured within its wonderful light;
Where our hovels gloomed and our hunger spawned
It healed our passionate blight:
And burning, burning—ah!
It clanged (as it kindled us)
Of a freedom proud and perilous-
America!

A star—a star in the dawn!
Bright from God s brow it gleams!
Like a morning star in ages gone
With hallowed song its holy beams
Urge us forever on:
For chanting, chanting—ah!
It builds (as it blesses us)
A union strong, harmonious-
America !

 

 

Percy MacKaye (16 maart 1875 – 31 augustus 1956)

Lees meer...