26-12-16

Thomas Gray Jean Galtier-Boissière, Ernst Moritz Arndt, Johann Gaudenz von Salis-Seewis, E. D. E. N. Southworth, Jean-François de Saint-Lambert

 

De Engelse dichter en geleerde Thomas Gray werd geboren op 26 december 1716 in Londen. Zie ook alle tags voor Thomas Gray op dit blog.

 

The Bard

1.3
Cold is Cadwallo's tongue,
That hush'd the stormy main:
Brave Urien sleeps upon his craggy bed:
Mountains, ye mourn in vain
Modred, whose magic song
Made huge Plinlimmon bow his cloud-top'd head.
On dreary Arvon'sÊ shore they lie,
Smear'd with gore, and ghastly pale:
Far, far aloof th' affrighted ravens sail;
The famish'd Eagle screams, and passes by.
Dear lost companions of my tuneful art,
Dear, as the light that visits these sad eyes,
Dear, as the ruddy drops that warm my heart,
Ye died amidst your country's cries--
No more I weep. They do not sleep.
On yonder cliffs, a griesly band,
I see them sit, they linger yet,
Avengers of their native land:
With me in dreadful harmony they join,
And weave with bloody hands, the tissue of thy line.'

 

 
Thomas Gray (26 december 1716 – 30 juli 1771)
Portret door John Giles Eccardt, 1747-1748

 

Lees meer...

25-12-16

Kerstmis op de 408 (Jacques Schreurs)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Nativité door Jean-Baptiste Marie Pierre, ca. 1760

 

 

Kerstmis op de 408

Een stille Sloveen had het uitgedacht
Zoo'n vreemde man die geen tijding wacht
In een doode gang van de 408.

Wat doet een zwerver al met zijn tijd,
Wat doet al een kind in de eenzaamheid
Met zijn smart, zijn hart en zijn handen.....?
De wereld blijft hem vreemd en ver,
Zijn hart een duizelende ster,
Die nergens zal belanden....

Maar luistert hoe het Kerstmis was:
Een Kindje onder een oude jas,
Sterren en schapen en groen mos en gras
En een krib voor het steenen Kindje,
Een os en een ezel in een hol,
De schapen waren van witte wol,
En een Engel met een banderol
Van Gloria de wangen bol,
Kwam zingend aangevlogen.

Het Meisje hield haar handjes gevouwd,
De Man één hand voor de oogen;
Zij was iets te jong en hij iets te oud:
Sint Jozef had een rok van goud,
Maria een parelgrijze......;
De beeldjes sneed hij zelf uit hout,
De herders en ook de Wijzen.

De herders keken schuin en zoet,
Eén koning was er zwart als roet
En allen wel moe van reizen:
De koningen stonden met hun staf
Van wichelaars en rijken,
Een beetje te veel nog en achteraf,
Naar het steenen Kindje te kijken.

Een mijnlamp en een lampion
Lichtte de kompels vóór,
Waar het allernachtelijkst feest begon
En het lied en het nachtelijk koor,
Wie vierden ooit kerstmis zoo dicht bij de hel? -
Zei een zwarte man tot zijn zwarte gezel.

Toen werden zij stil en hun stem werd zacht
Ze wisten niet recht wàt het was:
De stille Sloveen of de heilige nacht,
Of het kindeke onder de jas
Ze gaven elkander de hand op het Kind,
Daar stonden die donkere kolossen,
Met oogen van gruis en tranen blind;
En een dwaze man, die kuste het Kind,
Dat de wereld komt verlossen
En altijd weer ergens een kribbe vindt -
En hooi en stroo en de adem van haar ossen.

 


Jacques Schreurs (9 februari 1893 – 31 januari 1966)
Sittard, de kerk van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart. Jacques Schreurs werd geboren in Sittard.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

08:46 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kerstmis, jacques schreurs, romenu |  Facebook |

Karin Amatmoekrim, David Pefko, Quentin Crisp, Sabine Kuegler, Lisa Kränzler, N.E.M. Pareau. Sheila Heti, Tununa Mercado, Maarten Goethals

 

De Surinaams-Nederlandse schrijfster Karin Amatmoekrim werd geboren in Paramaribo op 25 december 1976. Zie ook alle tags voor Karin Amatmoekrim op dit blog.

Uit: Het gym

“De zomer hing als een muffe vaatdoek tussen de flats van de wijk. De wind die normaliter van zee kwam en alles – hitte, fietsers, zwerfvuil – ongenadig heen en weer beukte, bleef al weken weg.
Sandra likte het zoute zweet van haar lippen en hield haar ogen strak op de weg gericht. Naast haar zat Tanya: groot en zwart. Zelf was ze klein voor haar leeftijd. Naast haar vriendin leek ze smal en onbeduidend. Van tijd tot tijd rechtte ze haar rug om niet helemaal weg te vallen.
Ze zaten op het muurtje dat het schoolplein omsloot. Achter hen het lege plein, met zand dat zich in de hoeken en in de knikkerpotjes ophoopte en dat pas weg zou spoelen bij de volgende regenbui omdat niemand de moeite nam het aan te vegen. Voor hen lag de brede weg die de wijk met de stad verbond. Alles wat de wijk in kwam, kwam over deze weg. Het was zaak de boel goed in de gaten te houden, want weten wie er kwam en ging, was weten wat er te gebeuren stond.
‘Daar heb je Bep,’ zei Tanya. Sandra keek opzij. Een dikke, blanke vrouw schommelde in slow motion achter een rollator hun kant op.
‘Wedden dat ze oversteekt.’
Een moment later kreeg de vrouw hen in de gaten. Twee opgeschoten meiden in het uniform van de wijk (een dun, neonkleurig trainingspak met badslippers eronder. De echt stoere jongens droegen slippers van Nike. Op die van Tanya en Sandra stond bata). Ze hingen wat rond voor het schoolplein op een zaterdagmiddag. Dat betekende gegarandeerd rottigheid. De vrouw stopte, keek aarzelend om zich heen en stak toen de straat over. Aan de overkant vervolgde ze haar weg, zonder op te kijken van het mandje op haar rollator en de stoep die daaronder tergend langzaam wegliep.
‘Zal ik wat roepen?’ vroeg Tanya met een kwaadaardige grijns.
‘Doe maar niet,’ antwoordde Sandra. ‘Ze is oud, man.’
‘Een ouwe nare heks is ’t,’ reageerde Tanya. ‘Zag je hoe ze expres overstak? Gewoon bang voor niks.’
Sandra haalde haar schouders op.
Minuten gingen voorbij.
Ze wiebelden met hun benen en keken afwisselend naar links, richting stad, en naar rechts, richting wijk. Er gebeurde weinig.”

 

 
Karin Amatmoekrim (Paramaribo, 25 december 1976)

Lees meer...

Friedrich Wilhelm Weber, Alfred Kerr, Gerhard Holtz-Baumert, Dorothy Wordsworth, Carlos Castaneda, William Collins, Christian Geissler, Ute Erb

 

De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen. Zie ook alle tags voor Friedrich Wilhelm Weber op dit blog.

 

Uit: Dreizehnlinden (fragment)

Wonnig ist's, in Frühlingstagen
Nach dem Wanderstab zu greifen
Und, den Blumenstrauß am Hute,
Gottes Garten zu durchschweifen.

Oben ziehn die weißen Wolken,
Unten gehn die blauen Bäche,
Schön in neuen Kleidern prangen
Waldeshöh' und Wiesenfläche.

Auf die Bleiche bringt das Mädchen,
Was der Winterfleiß gesponnen,
Und dem Hain erzählt die Amsel,
Was im Schnee sie still ersonnen.

Sind es auch die alten Töne,
Die bekannten, längst vertrauten,
Doch die Bleicherinnen lauschen
Gern den süßen, lieben Lauten.

Gern den süßen, lieben Lauten,
Die in Berg und Tal erklingen;
Hirtenbub' und Köhlerknabe
Horchen auf, um mitzusingen;

Mitzusingen frisch und freudig
Nach des Winters langen Schmerzen;
All die halbvergeßnen Lieder
Werden wach im Menschenherzen.

Halbvergeßne alte Lieder
Werden wach in meiner Seele:
Hätt' ich nur, sie auszusingen,
Wilde Amsel, deine Kehle! --


 
Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894)
„Dreizehnlinden“, geschilderd door Georg Lucas. Friedrich-Wilhelm-Weber-Museum in Bad Driburg

 

Lees meer...

24-12-16

Kleine liederen voor den Kerstnacht (Gabriël Smit)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
De verkondiging aan de herders door Jacapo Bassano, 1557-58

 

 

Kleine liederen voor den Kerstnacht

I
Zing van den vrede,
de schaduw valt snel,
speel hier beneden
Gods kinderspel:

de snuivende dieren,
de schamele stal,
de wind door de kieren,
het deert niemendal.

het Kind in het midden,
Maria erbij,
het mompelend bidden
van Jozef terzij.

de stralende landen,
het hart van den tijd,
o fonkelend branden:
Gods vreedzaamheid.

geen kwade geruchten,
geen vijand, geen moord,
geen lafheid te duchten,
geen dubbel woord.

het jubelend zingen
van engelen, ver,
de stilte der dingen,
de rust van de ster -

zing van den vrede,
de schaduw valt snel.
speel hier beneden
Gods kinderspel.

 

 
Gabriël Smit (25 februari 1910 – 23 mei 1981)
Utrecht, Pandhof. Gabriël Smit werd geboren in Utrecht.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

14:28 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kerstavond, kerstmis, gabriël smit, romenu |  Facebook |

Ingo Baumgartner, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst, Dominique Manotti

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Adventversuchung

Schnuppernasen wittern Gutes,
Ihre Träger rüsten sich.
Kleine Hände, ach, so tut es,
Nehmt von Keks und Bienenstich!

Mutter würde freilich rügen,
Teller wären raschest leer.
Christkind, darf ich etwas lügen,
Einmal nur, dann nimmermehr?

So verschwinden Herzen, Sterne,
Fein gezog'ner Zuckerguss,
Honigbrot und Mandelkerne
Marzipan und Haselnuss.

Christkind lächelt, kennt die Kinder,
Schließlich nascht es selber gern.
Doch auch Vater greift nicht minder
Häufig zu, wenn Mama fern.

 

 

Weihnachtswunsch

Menschen erfahren das Dunkel der Nacht,
Fürchten die Schwärze, die Seelen befällt.
Sehnsüchte wachsen nach gnädiger Macht,
Die eine Weiche zur Helligkeit stellt.

Drängen zu Leben versprechendem Licht,
Streben nach Hoffnung auf bessere Zeit,
Gläubig, Vernunft nur, wer wollte dies nicht?
Weihnacht so allen, die friedensbereit!

 

 
Ingo Baumgartner (Oberndorf an der Salzach, 24 december 1944)

Lees meer...

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

 

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

 

De steppen van Akerman

Ik voer in in de uitgestrektheid des drogen oseaans;
De wagen duikt in het groen en waadt als een boot:
Te midden van golven van ruisende weiden, te midden van een vloed van bloemen
Vaar ik heen om koraaleilanden van steppegras.

Reeds valt de schemer, nergens een weg noch heuvel;
Ik zie naar de hemel, zoek de sterren, de gidsen mijner boot;
Daar vèrwèg glanst een wolk, daar gaat de morgenster op...
Nu glanst de Dniester, nu ging op de lamp van Akerman!

Laat ons pozen!... Hoe stil!... Ik hoor de trekkende kraanvogels,
Die het scherpe oog van geen valk zou bereiken;
Ik hoor, waar een vlinder zich wiegelt op een grashalm,

Waar een slang met gladde borst een plant aanraakt...
In zulk een stilte span ik mijn oren in, scherp luisterend,
Dat ik een stem uit Litauen zou horen... Voorwaarts, niemand roept!

 

Vertaald door N. van Wijk

 

 

The Akkerman Steppe

I launch myself across the dry and open narrows,
My carriage plunging into green as if a ketch,
Floundering through the meadow flowers in the stretch.
I pass an archipelago of coral yarrows.

It's dusk now, not a road in sight, nor ancient barrows.
I look up at the sky and look for stars to catch.
There distant clouds glint—there tomorrow starts to etch;
The Dnieper glimmers; Akkerman's lamp shines and harrows.

I stand in stillness, hear the migratory cranes,
Their necks and wings beyond the reach of preying hawks;
Hear where the sooty copper glides across the plains,

Where on its underside a viper writhes through stalks.
Amid the hush I lean my ears down grassy lanes
And listen for a voice from home. Nobody talks.

 

Vertaald door Leo Yankevich

 

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 - 26 november 1855)
Borstbeeld in het Jorfana Park in Krakau

Lees meer...

23-12-16

Robert Bly, Hans Kloos, Norman Maclean, Sara Coleridge, Donna Tartt, Tim Fountain, Marcelin Pleynet, J.J.L. ten Kate, Giuseppe Tomasi di Lampedusa

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

Passing an Orchard by Train

Grass high under apple trees.
The bark of the trees rough and sexual
the grass growing heavy and uneven.

We cannot bear disaster like
the rocks-
swaying nakedly
in open fields.

One slight bruise and we die!
I know no one on this train.
A man comes walking down the aisle.
I want to tell him
that I forgive him that I want him
to forgive me.

 

 

Bach’s B Minor Mass

The Walgravian ancestors step inside Trinity Church.
The tenors, the horns, the sopranos, the altos
Say: “Do not be troubled. Death will come.”

The basses as they sing reach into their long coats
And give bits of dark bread to the poor, saying,
“Eat, eat, in the shadow of jethro's garden."

The Clarinets remind us of the old promise
That the orphans will be fed. The oboes reply,
“Oh, that promise is too wonderful for us!”

Don’t worry, my dears. The tidal wave that
Wipes out whole cities is merely the wood thrush
Lifting her wings to catch the morning sun.

We know that God gobbles up the Faithful.
The Harvesters on the sea floor are feeding
All of those ruined by the depth of the sea.

We know that people live and die. Even after
Their tree has splintered and fallen in the night, once
Dawn has come, the birds can do nothing but sing.

 

 

Watering the Horse

How strange to think of giving up all ambition!
Suddenly I see with such clear eyes
The white flake of snow
That has just fallen in the horse's mane!

 

 
Robert Bly (Madison, 23 december 1926)

Lees meer...

Volker Jehle

 

De Duitse schrijver, literatuurcriticus en redacteur Volker Jehle werd geboren op 23 december 1954 in Balingen. Jehle bracht zijn jeugd- en schooljaren door in Ebingen (tegenwoordig: Albstadt). Hij studeerde Duits, Algemene en Vergelijkende Literatuurwetenschap, Slavische talen en musicologie aan de universiteiten van Regensburg, Tübingen, Wenen, Mainz, Bamberg. De Master of Arts behaalde hij in 1983 in Mainz. Hij promoveerde in 1990 in Tübingen bij Walter Jens. 1982-1984 beheerde hij de muziekhistorische collectie Jehle in kasteel Stauffenberg in Albstadt-Lautlingen. In 1982 richtte hij het Hildesheimer archief en gaf er leiding aan. Hij was archivaris, bibliograaf en uitgever van Wolfgang Hildesheimer. Het archief bevindt zich sinds 1993 in het archief van de Academie van Beeldende Kunsten, Berlijn. Sinds 1993 is Jehle ook actief als freelance schrijver en journalist. Uit het verhaal “Susanne” in zijn boek “Größerer Dachschaden” ontstond het gelijknamige toneelstuk. Voor zijn boek “Ulrike” schreef hij het scenario “Ulrike”, dat onder de titel” Komm, wir träumen!” werd verfilmd door Leo Hiemer. Sinds 2008 is Jehle werkzaam als wetenschappelijk beheerder van de muziekhistorische collectie Jehle in kasteel Stauffenberg.

Uit: Ulrike

“In Eckarts zweiter Woche hatte Porzig Urlaub. Alle atmeten auf.
 Eckart nutzte die Gelegenheit, denn Ulrike saß zufällig ruhig bei ihrer Arbeit, näherte sich vorsichtig und erklärte, ihre Ausbruchsversuche seien jetzt sinnlos.
Sie sah ihn an, als habe sie ihn noch nie gesehen, zweifelnd und zögernd, machte wort­los eine ungeduldige Handbewegung, als wolle sie eine Fliege verscheuchen, und beachtete ihn nicht mehr.
Früher, sagt Eckart und lehnt sich zurück, habe er behauptet, nur wer durch diese Schule gelaufen sei, habe überhaupt etwas zu sagen. Heute sei er sich da nicht mehr sicher. Er spreche nicht mehr oft davon.
Aber da gebe es noch Mappen voll von Zetteln, Gemälden, Briefen, Fotos. Er habe keinen einzigen Fuzel weggeworfen.
Er höre aber sofort wieder auf, wenn ich noch einmal von so einer Scheiße wie dem wieder-
vereinigten Deutschland anfangen würde. Einer, er wisse genau wer, schreibe irgend­wo, „Heil Hitler!“ sei ein kategorischer Imperativ. In Wirklichkeit sei’s eine kategorische Vergeblichkeit. Die Mauer stehe noch, höher und breiter denn je.
Eckart tippt sich an den Kopf.
Neulich seien Tomek – ein Achtelsdeutscher, geboren nach dem Krieg in Sczcecin –, eine Deutsche – geboren vor dem Krieg in Stettin – und er – wider Willen ein Vertreter jener Idioten, die diesen Mist angerührt hätten – hinausgefahren zum toten Haff. Die Deutsche habe seit der Flucht ihr Heimatdorf zum ersten Mal besucht, Tomek habe sich als Dolmetscher zur Verfügung gestellt und er – Eckart – sei der Chauffeur gewesen.
Die alte Schule, das Haus des Großvaters, das Haus ihrer Eltern, Häuser der Kindheit, die geschnitzten Holztüren windschief, die Scheiben zerbrochen, die offenstehenden Keller bis unter die Decke voller Schutt und Gerümpel, die Gärten erledigt, viele Häuser überhaupt verschwunden, Baumaterial für die nahegelegene Fabrik, der Friedhof auch ver­schwunden, zugewachsen. Die Dorfstraße unter Bäumen öde, kein Bus, kein Auto, kein Mensch, nicht einmal ein Hund. Gespenstische Stille.
Plötzlich sei aus dem letzten Haus ein alter Mann gekommen und habe sich neben sie auf die Straße gestellt. Die ehemals weiße Jacke mangels Knöpfen offen, der Trommel­bauch von einem Kleidungsstück, das gewiß seit Monaten nicht abgelegt worden war, kaum bedeckt, die löchrige verkrustete Hose von breiten Trägern mühsam hochgeschnallt, der Hosenbund viel zu weit, ein freier Blick an der schmierigen Unterhose den Beinen entlang auf die ausgetretenen Latschen, im Gesicht lange weiße Stoppeln, und ein Zahn­verhau daß Gott erbarm, die rechte obere und linke untere Reihe weg, der Rest gelb und schwarz, in alle Richtungen.“

 

 
Volker Jehle (Balingen, 23 december 1954)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: :volker jehle, romenu |  Facebook |

22-12-16

Astrid Lampe, Margit Schreiner, Hugo Loetscher, Jean Racine, Kenneth Rexroth, E. A. Robinson, Felicitas Hoppe, Christoph Keller, Johan Sebastian Welhaven

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

strafgeschoeide babyvoetjes

strafgeschoeide babyvoetjes
maat doet er nu even niet toe
harde neus
hard contrefortje

heus, al wat dit brein aan roodharigs vermag
werkt de pols vrij
rolstoel precies in de loop

doe
doe

schenk dat vervloekt konijn wat liefde kutje
ik ga je niet verlinken
ik stop je in mijn molen heus
en prik je op mijn draaimatras kaninchen
ik

bingo

wou alleen nog maar
groot en anoniem door een groot al net zo anoniem museum slenteren
me hard afzetten op het maagdmariablauw van bollywood
mét snor - hoorspelacteur - conejo si te gusta mompelen of zoiets
in mezelf moederen

wil je amerika nog zien stampertje?
nee!

 

 

dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken

dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken
...waar zijn je handjes dan?
volk stuift op platte gympen uiteen

zo'n hoofd is een hard ding
-weg uit deze dimensie!
dit meisje poetst haar paardenstel
haar meester verstopt zich
ik kan al bijna een staart

hier zijn haar handjes
ze laat haar verse vrind heus niet buiten staan

(zeker en vast nie)

 

 
Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

 

Lees meer...

21-12-16

Ted van Lieshout, Rolf Lappert, Thomas Hürlimann, Heinrich Böll, Ivan Blatný, Garmt Stuiveling, Ludwig Hölty, Rebecca West

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Varkensvoeder

Er was een kleine mopperkont
die boos was op zijn moeder,
omdat hij nooit iets lekkers kreeg,
behalve varkensvoeder.

'Waarom,' vroeg hij aan mama,
'krijg ik altijd gerst en gort
en nooit eens ijs en friet
met mayonaise op mijn bord?'

'Je stelt je aan,' zei mama,
'want je krijgt ook rauwe biet.'
'Dat klopt wel,' riep de knorrepot,
'maar dat lust ik ook niet!'

'Je eet wat er op tafel komt,'
zei streng het moederzwijn,
'dan had je maar het kind
van iemand anders moeten zijn.'

 

 

Het spook

Er was een spook dat spoken wou, maar bang was in het donker.
En als er 's nachts gedoold moest worden door het huis, dan klonk er
de hele tijd een stemmetje, 't kwam uit de hoek vandaan,
dat angstig vroeg: 'O, mag er alstublieft een lichtje aan?'

De mensen die daar sliepen werden wakker van 't geluid.
Ze lagen bevend in hun bed en durfden er niet uit,
behalve een klein meisje dat is opgestaan en toen
de gang op ging om voor het spook een lampje aan te doen.

 

 
Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

Lees meer...

20-12-16

Hans van Willigenburg, Sky Gilbert, Friederike Mayröcker, Sandra Cisneros, J. van Oudshoorn, Ramon Stoppelenburg, Jürg Laederach, Peter May

 

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Bukowski

het dichtersfeest was in volle gang
een waaier aan dranken klokte door de kelen
de stemmen werden met de minuut luidruchtiger

er hing die avond zoals dat heet
beslist iets in de lucht

B. ging aanvankelijk mee in de flow
verzorgde onopvallend zijn aandeel in de roes
maar toen de broeierigheid overkookte
en een onnoembare spleen
de poëten in (nog) hogere sferen bracht

zat B. reeds lang en breed op de wc-bril
aan een sigaret te lurken

in gedachten beitelend
aan een passende tussenzin

 

 

Woonlasten

Een potje binnenkomst in eigen kamer
lokt nog geen reactie uit, de materiële toeschouwers
zijn zich van geen kwaad bewust en zij zijn het.
Zij nagelen. Ik ben niet meer dan hun handige punaise,
hun onvolprezen, utilitaire diersoort; de grazende hechter
van bijvoorbeeld talloze bureauladen met inhoud
en wat hier van buiten als wind en vogelgezang
binnendringt. - Mijn verwaaide kop! Mijn onbezorgd gefluit!

Wat zal ik eens krachtdadig door het raam blijven kijken
verstenen als ik kan
deze bestemming bruskeren
met de handen in mijn zakken, berustend,
het stoffen ramen zemen voor eeuwig laten versloffen zo -
nee, liever toch dan Mohikaan middels feesten
een horde mededieren zuipsgewijs laten bekendmaken
mijn hier gevestigd, verankerd bestaan.
Het zogenaamd wellevend woningdom.   

 

 
Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)

Lees meer...

19-12-16

Paolo Giordano, Jean Genet, Michelangelo Signorile, Tristan Egolf, Jens Fink-Jensen, Alexander Gumz, Hanny Michaelis, Italo Svevo

 

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: De eenzaamheid van de priemgetallen (Vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd)

“Alice Della Rocca haatte de skilessen. Ze haatte de wekker die ook in de kerstvakantie om half acht ’s morgens afging en haar vader die haar tijdens het ontbijt aanstaarde en onder tafel zenuwachtig met zijn been op en neer wipte, alsof hij wilde zeggen vooruit, schiet op. Ze haatte de wollen maillot die in haar dijen prikte, de skiwanten waarin ze haar vingers niet kon bewegen, de helm die haar wangen platdrukte en het gespje dat in haar kaak stak, en dan die skischoenen die altijd te strak zaten en waarmee ze liep als een gorilla.
‘Nou, drink je die melk nog op of niet?’ zei haar vader voor de zoveelste keer.
Alice werkte een paar slokken gloeiend hete melk weg, waaraan ze eerst haar tong en toen haar slokdarm en maag brandde.
‘Zo, en vandaag laat je zien wie je bent,’ zei hij. Wie ben ik dan? dacht ze.
Daarna duwde hij haar, als een mummie ingepakt in haar groene skipak vol vaantjes en lichtgevende sponsorop-schriften, de deur uit. Het was op dat uur tien graden on-der nul en de zon was niet meer dan een schijf van net iets grijzer grijs dan de mist die alles omhulde. Alice voelde de melk in haar maag klotsen, terwijl ze met haar ski’s over haar schouder in de sneeuw wegzakte, want totdat je zo goed bent dat iemand anders ze voor je draagt, moet je je ski’s zelf dragen.
‘Hou de achterkant naar voren, anders vermoord je nog iemand,’ zei haar vader.
Aan het eind van het seizoen kreeg je van de skiclub een speld met sterretjes erop. Elk jaar een sterretje meer, vanaf dat je vier was en groot genoeg om het zitje van de sleeplift tussen je benen te laten duwen, tot je negen was en je er zelf op kon gaan zitten. Drie zilveren sterren en daarna nog drie gouden. Elk jaar een speld om je duidelijk te maken dat je weer wat verder was en een stap dichter bij de wedstrijden, die Alice de stuipen op het lijf joegen. Ze was er nu al mee bezig, terwijl ze nog maar drie sterren had.
Om precies half negen, als de skistations opengingen, moest ze bij de stoeltjeslift zijn. De rest van het klasje stond er al, in een soort kring, als een regiment soldaatjes ingepakt in hun uniform en stram van de kou en de slaap. Ze prikten hun skistokken in de sneeuw en leunden erop, het uiteinde onder hun oksels geklemd. Met die naar beneden bungelende armen leken het net vogelverschrikkers. Niemand had zin om te praten, Alice al helemaal niet.
Haar vader gaf twee veel te harde tikken op haar helm, alsof hij haar stevig in de sneeuw wilde planten.
‘Geef ze van katoen. En denk eraan: gewicht naar voren, begrepen? Ge-wicht-naar-vo-ren,’ zei hij.”

 

 
Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

Lees meer...

Jean-Patrick Manchette

 

De Franse schrijver en journalist Jean-Patrick Manchette werd geboren op 19 december 1942 in Marseille. Manchette schreef 'klassieke' detective verhalen en “romans noirs”, maar was ook literatuur- en filmcriticus, die de nieuwe Franse detective roman van de jaren 1970 introduceerde. Hij schreef ook dialogen en scenario's voor film en televisie en werkte als vertaler. Hij werd beschouwd als een belangrijke vertegenwoordiger van de neo-polaire, een variant van de roman noir, maar had ook in een directe lijn met de grote meesters van de Amerikaanse hardboiled detective thrillers (Hammett en Chandler). Manchette was al vroeg op politiek gebied actief, in het bijzonder als een tegenstander van de oorlog in Algerije, daarna in de uiterst linkse scene, en in de beweging van de situationisten. Hij was ook een grote jazzliefhebber. Zijn debuut beleefde hij in 1971 in de Série noire, een in de roman noir gespecialiseerde boekenreeks door Gallimard, met “Laissez les bronzer cadavres” (samen met Jean-Pierre Bastid) en “L'Affaire N'Gustro”, die werden gevolgd door nog negen romans. Ook vertaalde hij werken van Robert Littell, Robert Bloch, John Buell, Ross Thomas en Donald E. Westlake en was hij literair criticus in de magazines Charlie Hebdo, Polar en Libération. De 2015 verschenen film “The Gunman” is gebaseerd op één van zijn romans. Manchette schreef sinds de jaren 1960 ook een groot aantal scenario's voor tv-series en films.

Uit:Le petit bleu de la côte Ouest

Tout ce qu’il disait parvenait de manière terriblement entrecoupée à Béa, qui ne cessait de son côté de vouloir se faire entendre.
Soudain il coupa la communication en appuyant sur la fourche avec son index. Il relâcha la pression et écouta la tonalité. Il raccrocha le combiné et remit le téléphone en place. Il le débrancha. À présent Béa pouvait bien rappeler. Au bout du fil elle entendrait la sonnerie, mais lui, ici, il n’entendrait rien du tout, il n’y aurait même pas de sonnerie pour le déranger. Il passa dans la cuisine et se fit du thé. Pendant que le thé infusait, il prit de nouveau une douche et se rasa et se changea et les deux tueurs roulaient vers Paris à bord de leur Lancia Beta Berline 1800 écarlate. Et Gerfaut but son thé en mangeant de la marmelade d’orange sans pain, à la cuiller, et en lisant quelques pages d’un vieux numéro de la revue Fiction. Quand il eut fini son thé, il rebrancha le téléphone et appela une société de location de voitures sans chauffeur, puis un taxi.
Le taxi le déposa vers 11 heures à un garage où il prit possession de la Ford Taunus qu’il avait retenue. Un moment il roula dans Paris au hasard. Les deux tueurs filaient sur l’autoroute. Carlo avait pris le volant. Bastien somnolait à sa droite. Un moment ils s’étaient querellés, quand Bastien avait dit à Carlo le contenu exact du télégramme. Carlo avait alors soutenu qu’il aurait été plus intelligent d’attendre à Saint-Georges-de-Didonne que Gerfaut y revînt. Mais selon Bastien, l’expression « lettre suit » contenue dans le message indiquait que Gerfaut n’était pas près de revenir. Plusieurs fois ils se traitèrent mutuellement de tête molle et de con.
Enfin Bastien s’était assoupi.”

 

 
Jean-Patrick Manchette (19 december 1942 - 3 juni 1995)

18:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jean-patrick manchette, romenu |  Facebook |