14-05-16

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Ach, hoe sereen en listig de narcissen in april

Op de dag
dat het gebeurde
had het gevroren
 
Het serveren van de thee was
nauwelijks een ritueel naast
het bed dat begroeid was
met bloemen van hen
die je niet meer wilde zien
 
Het sap nog in de mond
van sinaasappelmarmelade
deed mij eraan denken
dit is geen sinister sprookje
 
De zuster kwam bedauwd
de kamer binnen
met voeten verend
onder schaars gewicht
Op een gedempt klavier
van juist gestemde woorden
vroeg ze naar de nacht
en naar de morgenboterham
waarna ze hoorbaar
voorzichtig als een vis
door kieuwen ademde
 
de zeep stond klaar
de schone handdoek als fluweel
gevouwen en gladgestreken
voor het toedekken
van zoveel doelloos lichaam
 
Ik tastte aan de golven
van uitgebloede aders
geen aroma's meer
van japanse kerselaren in de tuin
waar het gekanker met kapotgevreten
vingertoppen ook daar niet ophield
te bestaan
 
Ach, en wat sereen en listig
de gele bekken van narcissen
in april

 

 

Nog eenmaal

Nog eenmaal om precies te zijn
zou ik een kind willen baren
Het ritueel van de ogenblikken
in mij opslaan als in een gouden kooi
 
Het lichaam dat zich opent om zwijgend dicht te gaan
in de trance van het afgebakend moment
 
Te weten dat ik vrouw ben
en niet zomaar vermoeid
van steeds weer stappen over zebrapaden
met kinderen in donker uniform
en boekentassen vol verzamelingen
 
Straks de quiche Lorraine op tafel
en schoenen poetsen voor het vertrek
de brooddoos met het gebakje, het springtouw voor de middagpauze
 
Nog éénmaal wil ik wakker worden
met het weke lijfje aan mijn weke mond
Het hart op het hart

 

 
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

Krister Axel, Jens Sparschuh, Evelyn Sanders, Walter E. Richartz, Karin Struck, Kasper Peters

 

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs.Zie ook alle tags voor Krister Alex op dit blog.

 

Georgia rain

I set out in the morning
And she's watching over me
This angel on my shoulder
Crying into the sea

Georgia rain in my walking shoes
I've got nothing to lose

Tell me you won't fade out
Now the clouds are rolling in
Maybe you remember
Almost losing everything

Georgia rain in my walking shoes
I've got nothing to lose
Somebody shine a light on me

Georgia rain

 

 
Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)

Lees meer...

Frans Bastiaanse

De Nederlandse dichter Wilhelm Ange François (Frans) Bastiaanse werd geboren in Utrecht op 14 mei 1868. Bastiaanse studeerde in Utrecht en was lange tijd leraar Nederlands te Hilversum. Hij is bekend om zijn impressionistische natuur- en liefdeslyriek in de trant van het impressionisme der vroege tachtigers: “Natuur en leven” (1900), “Gedichten” (1909), “Een zomerdroom” (1919). Vooral Lodewijk van Deyssel was erg met zijn werk ingenomen. Geïnspireerd door een late liefde toont zijn talent in verspreid later werk een opmerkelijke verdieping: “Ultima thule” (aflevering Helikon, 1938). Van zijn “Verzamelde gedichten” (1946) is slechts één deel verschenen. Van zijn hand zijn voorts: “De techniek der poëzie” (1918) en “Overzicht van de ontwikkeling der Nederlandsche letterkunde” (4 dln., 1914-1927).

 

Kleine Sonatine

Dit is een sonatine
Precies voor jou, die zacht en fijn
Met een viool, een mandoline
Een cello moet bezongen zijn.

Ik kon de taal wel voor jou zetten
Op pauk, bazuin en klarinet,
Het klaar klaroenen van trompetten
En dubbel héél 't orkest bezet,

Maar bij die rozen op je wangen,
Die glimlach om je teed're mond
Die wedergeeft in diep verlangen
Wat in verlangen oorsprong vond,

Speelt nog de taal maar 'en sourdine'
Precies voor jou, die slank en fijn,
In de allerkleinste sonatine
Wil, allerliefst, bezongen zijn...

En na het laatste en zoetst gehoorde
Vangt er het lange zwijgen aan
Waarin, als lied'ren zonder woorden,
Wij nog het best elkaar verstaan.

 

 

Heel mijn leven

Mijn lief is blij, zij lacht en zingt
En schittert in de zonneschijn
Als zij zó héél mijn leven zingt
Kan nooit mijn leven lijden zijn.

Ja! zang en lachen duren kort
Als bloemen in de zomerdag;
De zomer sterft, de bloem verdort:
Zo sterft der mensen zang en lach.

Maar nu der zonne gouden val
Vloeit langs gelaat en blinkend kleed,
En zij gaat, zingend of zij zal
Zó eeuwig zingen zonder leed,

Nu voel ik - of 'k mij zelve wieg
In dromen die maar kort bestaan
't Is beter zo 'k mij zelf bedrieg
Dan 't leven droomloos door te gaan -

Nu voel ik zalige vreugde in mij
Bij 't luistren naar haar lach en zang
Want weet, wát blijve of ga voorbij:
Dát hoor ik héél mijn leven lang.

 

 
Frans Bastiaanse (14 mei 1868 - 12 juni 1947)

11:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frans bastiaanse, romenu |  Facebook |

13-05-16

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Alphonse Daudet, Kōji Suzuki

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

De bladzijden open

De bladzijden open
wacht je
 
op het als een bij zoemend dansen
 
een mug in de neusvleugel
 
reeds heb ik bijtspoortjes
op mijn oren
 
de moederkat schrikt terug
 
met van die witpluizige
 
die daar in je homepage
gevangen zitten
 
ik laat het geschip
 
doe het antieke kalfsleer toe
 
verhuis naar de voorleeskamer.

 

 

Je doet het of

Je doet het of
je doet het niet
 
happy time with animal
 
als je het doet
doe je het
 
oog op verzadiging
en lekkerness
 
zo klaar en gretig afgehandeld
 
logisch
filosofisch
 
dat de stilstand der dingen
 
op de heupen werkt
tot ik het daar daarvan
 
krijg
 
book off
 
en rap een beetje.

 


Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

Lees meer...

12-05-16

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Sabine Imhof, Dante Gabriel Rossetti, Nicolaas Anslijn

 

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Beste,

Beste mijn dit, beste mijn dat,
waarom schrijf ik je
het best-zijn toe?
Misschien ben je wel goed
maar niet goed genoeg,
en beter dan wie ben je dan?

Maar goed, lieve…
want lief ben je vast
nu je de moeite neemt
mijn brief te lezen.
Je weet bij voorbaat
tenslotte niet
wat er in staat.

Beantwoord mijn aanhef.
Maak hem waar op zijn minst.

Een kort ‘gegroet’ voldoet

 

 

Gedenksteen

Konden de doden
zich herdenken
welke woorden
zouden zij vinden
voor welke namen
aan wie vragen
wiens adem
te doen stokken,
van wie het leven
af te breken?
Als de doden zichzelf
konden herdenken,
hoeveel minuten
zouden zij zich gunnen,
is om de doden
te herdenken
de duur van de dood
toereikend?

 

 
Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

Lees meer...

11-05-16

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rachel Billington

 

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

In winteravondkou

In winteravondkou, in het groot open
van het blauwvloeiende belopen
roestrandig staal,
spichtig, onzichtig nu de nieuwe maan
als een fijn edel veertje, als een losse haal
en dun getogen.

Rondom vochtig staan
de zwarte sparren, lorken gril verwezen,
verzameld onderhout, somber en nors,
maar onder de donkerte der schors
is helder al het jonge sap gerezen.

Onder de nevels in de vert'
het bronzen roepen van een hert.

 

 

Maartlucht

Maartlucht, die er tegelijk
zo scherp als glas
en zo ontvoerend zijn kan.

O, de bezieling, zijnde in de bezwaren
anders nooit betrokken streken
en schuilgelegen uitzicht

te brengen vondsten fonkelend en schaars:
de moeilijkheden zijn de kans der kunstenaars.

 

 

Zingende lucht

Zingende lucht
zingende wind -
en binnen in,
binnen de struiken
ligt uitgegoten
een donkere vijver
en luistert en hoort,
hoort stil verloren
en denkt en peinst...
Want van lente, van lente,
Het zingt al van lente en zonneschijn.

 

 
J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)
Cover Leopold Cahier

Lees meer...

10-05-16

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr, Roberto Cotroneo

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

Donkere zomerdag

Dit is een donkre zomerdag,
Wiens koeler ernst ons denken strookt
Tot glad berusten: geen beklag,
Dat zwakt en krookt.

En zonder weemoed, zonder vreugd
Volgen wij 's levens zeekre lijn,
En hopen dat bezonnen jeugd
Schooner zal zijn.

Wij zijn toch wel wat dwaas geweest
Onder der klachten domp gewelf,
En hebben 't ergste nooit gevreesd:
Die klachten zelf.

Nu in dit zuiverende licht,
Welks grijs niet droef, maar peinzend maakt,
Wordt juister rechten tot een plicht,
Die geen verzaakt.

De kleine smarten zwermen heen
En laten 't ruimer hart bereid
Voor wat onwezenlijk eerst scheen:
Meer zaligheid.

 

 

In den boom

Zwarte takken, hechte binten
Voor dit hooge zomerhuis,
Bladermuren, groene tinten,
Wind en looveren-geruisch,

Zonlicht slipt door twijggewarrel,
Warme weldaad voor het bloed,
Boven: 't groen en blauw gedwarrel
Van geblaarte en hemelgloed.

Op een slanken tak gezeten,
10 Wiegelde ik als in een boot
Stroomen langs, die luchten heeten:
Haven was het avondrood.

 

 

Regen in de zomernacht

De zomernanacht groeit den morgen tegen;
Nog is de hemel rein van dageraad.
Alleen de kleine stem der zachte regen,
Die aan mijn open venster praat.

Naar bed gegaan, vermoeid van leed en leven,
Een mensch, die slaap wenscht als het lot hem pijnt,
Voel ik mij tot een lichter lust verheven,
Omdat de maan zoo helder schijnt.

0 onrust van de heete zonnedagen,
0 wegen in den beet van 't stof begaan,
Wie zou na loomte en angst nog anders vragen,
Dan dezen schijn der maan?

Al wat ik heel mijn leven heb verzwegen,
Verlangen zonder vorm en zonder naam,
Is nu geworden tot een warme regen
Buiten een zilvren raam.

 

 
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door door Sierk Schröder, rond 1953

Lees meer...

09-05-16

Libris Literatuur Prijs 2016 voor Connie Palmen

 

Libris Literatuur Prijs 2016 voor Connie Palmen

De Libris Literatuur Prijs 2016 is maandagavond naar Connie Palmen gegaan voor de roman “Jij zegt het.” In 'Jij zegt het' wordt de noodlottige liefde tussen de dichters Ted Hughes en Sylvia Plath. Behalve een cheque ter waarde van 50.000 euro ontving Connie Palmen een bronzen legpenning, die haar werd uitgereikt door minister Jet Bussemaker. De andere genomineerden waren Alex Boogers met 'Alleen met de goden', Joke van Leeuwen met 'De onervarenen', Inge Schilperoord met 'Muidhond', P.F. Thomése met 'De onderwaterzwemmer' en Thomas Verbogt met 'Als de winter voorbij is' Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg. Zie ook alle tags voor Connie Palmen op dit blog.

Uit:Jij zegt het

“Ze was onvermoeibaar, mijn van energie stuiterende bruid. Zodra ze thuis was, de colleges voor de volgende dag had voorbereid, had gekookt, gebakken, geboend en gewassen, ging ze achter de typemachine zitten om ons werk uit te typen, van een begeleidend schrijven te voorzien en de wereld in te sturen. Sinds we weer dicht bij elkaar waren, kon ik nauwelijks de stroom aan poëtische ideeën en invallen bijhouden, schreef elke dag, het ene gedicht na het andere. Zij hield meticuleus een dagboek bij, zat een leven op de hielen dat pas geleefd was zodra ze het had beschreven, verstuurde wekelijks brieven aan haar moeder en soms aan haar broer, werkte moeizaam aan een roman, en maakte zo nu en dan een gedicht. Naast Shakespeare en Yeats lazen we vooral de eigen gedichten hardop aan elkaar voor, leverden waar nodig commentaar, schaafden ze bij, lazen ze opnieuw voor.
In de eerste winter van ons huwelijk kwamen - naast de talloze afwijzingen die op haar het effect hadden van een rode lap op een stier en een nog woedendere scheppingsdrift losmaakten - de eerste lofzangen binnen, toezeggingen van gerenommeerde tijdschriften, verzoeken om meer werk, en een bescheiden extra inkomen.
Soms was de nacht al begonnen als we, moe van het geconcentreerde werken, bij het ouijabord gingen zitten, de toppen van onze wijsvingers op het glas legden, en eens wat geesten uitnodigden om het ingespannen denkwerk over te nemen, ons te inspireren, te laten huiveren of aan het lachen te maken. Het wachten op beweging is als vissen, spannend en ontspannend tegelijkertijd. Gebeurt er iets? Beweegt er iets onder het oppervlak? Is er leven dat ik nog niet zie, maar zich kenbaar maakt zodra het toehapt? Wat komt er aan het licht?
De eerste keer dat ik met mijn bruid achter het bord zat, pen en papier bij de hand, en we na de invitatie aan de ether of aan ons onderbewuste - Is er iemand? - een poosje wachtten, en toen het omgekeerde glas opeens naar 'ja' zagen schuiven, keek ze me met wantrouwige ogen aan. Ze geloofde het niet. Ze verdacht me ervan dat ik het uit ongeduld naar de linkerhoek duwde. Ik ontkende. Als we al iets doen, doen we het samen, dat is de magie van de vermenging.”

 

 
Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955)

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Ontwakend zelfportret
Voor Remco Campert

Terwijl ik de tram in stapte dacht ik aan de zee.
Maar al wat er ruiste, wat er aan golven brak
stak aan een draadje in de meeste oren om mij heen.
En laten we ter stede maar niet spreken van de geuren.

Toch was het een prachtdag: de zon verscheen
boven de Herengracht, die licht begon te geven,
de mooiste meisjes fietsten blozend door de
katerloze ochtend, en nergens een hinderlaag.

Ik spoorde rustig voort, ik leefde op omdat ik dacht
dat ik het verplicht was aan mijn omgekomen liefde.
Men zit vast aan iets waarin men ging geloven
al betwijfelt men dat minstens even sterk.

Hoop en vrees, een koppig koppel dat elkaar
nooit loslaat, maar ik spoorde rustig voort
langs regel na stillere regel, hopend op de volgende,
vrezende dat die niet kwam – al hoeveel jaar.

Museumplein, ik moest eruit en alles klopte weer.
Ik stak schuin over het gras naar mijn nieuwe
uitgeefhuis, het vers was bijna af, een merel
zong brutaal op het Amerikaanse consulaat.

Dit was de dag, ik keek omhoog, ja, dit was de dag.

 

 

Uit: Doodsbloei

Ben jij het, liefste, ben je alles nu?
Stem die de diepste tonen zingen kan?
Gras dat koorddanst op een duinrug,
zon die opvlamt uit een vennetje?

Is het de zee waarmee je aanruist nu,
het nauw hoorbaar vallen van een blad?
Knipoog je vliegtuigstrepen aan de lucht
en plaag je me gewoon maar wat?

Naar het waarom zal ik niet langer vragen.
Geen enkel antwoord was bevredigend,
het leidde slechts tot feller onbehagen.

Vlieg dus maar rond en wees het lied
dat wij elkaar nog altijd kunnen geven,
allebei de tekst en allebei de melodie.

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...

08-05-16

Reserve (Jean Pierre Rawie)

 

Bij moederdag

 

 
 Young Mother Gazing at Her Child door William Bouguereau, 1871.

 

 

Reserve

Nu ik mijn oude moeder weer aanschouw
wordt het mij week en wonderlijk te moede;
hoe woest de wind door zoveel jaren woedde,
ik blijf het kind ontwaren in de vrouw.

Zij keerde waar zij kon het kwaad ten goede,
een halve eeuw was zij mijn vader trouw,
en als het even in haar macht lag zou
zij hem ook voor het heengaan nog behoeden.

Al klaagt ze soms (vindt zich opeens te dik
en poogt verwoed haar snoeplust in te tomen):
zij put uit raadselachtige reserve.

Misschien dat zelfs mijn moeder ooit zal sterven,
maar in haar blauwe ogen blijft die blik
alsof het allermooiste nog moet komen.

 

 
Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 20 april 1951)
Portret door Harriët Geertjes, 2003



Zie voor de schrijvers van de 8e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

08:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: moederdag, jean pierre rawie, romenu |  Facebook |

Roddy Doyle, Thomas Pynchon, Pat Barker, Gary Snyder, Gertrud Fussenegger, Edmund Wilson, James Worthy

 

De Ierse schrijver Roddy Doyle werd geboren in Dublin op 8 mei 1958. Zie ook alle tags voor Roddy Doyle op dit blog.

Uit:Two More Pints

“Wha’ d’yeh think of the poll?
He’s alrigh’. He pulls a reasonable pint.
I meant, the election poll.
Ah, fuck the-. Go on.
Michael D.’s leadin’.
Followed by Mitchell.
No. The Dragons’ Den fella.
Fuckin’ hell. How did tha’ happen?
Well, he’s scutterin’ on abou’ community an’ disability an’ tha’. But, really, he’s an 01’ Fianna Fail hack. Up to his entrepreneurial bollix in it. Annyway, my theory.
Go on
People still love Fianna Fail.
But they’d hammer them if they had a candidate.
Exactly. But they can vote for this prick without havin’ to admit it.
Brilliant.
But I think Michael D. will get there.
How come?
He was goin’ on abou’ the President not bein’ a handmaiden to the government.
What’s a handmaiden?
I’m not sure. But if I was lookin’ for one in the Golden Pages, I wouldn’t be stoppin’ at the Michaels.
Annyway, he suddenly stops, an’ says he broke his kneecap when he fell durin’ a fact-findin’ mission in Colombia.
Wha’ does tha’ tell yeh?
He was ou’ of his head.
Exactly. Fact-findin’ mission me hole. He’s lettin’ us know - he’s one o’ the lads.
Well, that’s me decided.
Me too.”

 

 
Roddy Doyle (Dublin, 8 mei 1958)

Lees meer...

Romain Gary, Peter Benchley, Alain-René Lesage, J. Meade Falkner, Johann von Besser, Sophus Schandorph, Sloan Wilson, Otto Zierer

 

De Franse schrijver, vertaler regisseur en diplomaat Romain Gary werd geboren op 8 mei 1914 in Vilnius, Litouwen. Zie ook alle tags voor Romain Gary op dit blog.

Uit: La promesse de l’aube

«l me fallut quarante-huit heures pour arriver à Nice, par le train des permissionnaires. Le moral de ce train bleu horizon était au plus bas. C'était l'Angleterre qui nous avait entraînés là-dedans, on allait se faire mettre jusqu'au trognon, Hitler était un type pas si mal que ça qu'on avait pas compris et avec qui on aurait dû causer, mais il y avait tout de même un point clair dans le ciel: on avait inventé un nouveau médicament qui guérissait la blemorragie en quelques jours.
Cependant, j'étais loin d'être désespéré. Je ne le suis même pas devenu aujourd'hui. Je me donne seulement des airs. Le plus grand effort de ma vie a toujours été de parvenir à désespérer complètement. Il n'y a rien à faire. Il y a toujours en moi quelque chose qui continue à sourire.
J'arrivai à Nice au petit matin et me précipitai au Mermonts. Je montai au septième et frappai à la porte. Ma mère occupait la plus petite chambre de l'hôtel: elle avait les intérêts du patron à cœur. J'entrai. La chambre minuscule, triangulaire, avait un air bien fait et inhabité qui me terrifia complètement. Je me précipitai en bas, réveillai la concierge et appris que ma mère avait été transportée à la clinique Saint-Antoine. Je sautai dans un taxi.
Les infirmières me dirent plus tard qu'en me voyant entrer elles avaient cru à une attaque à main armée.
La tête de ma mère était enfoncée dans l'oreiller, son visage était creusé, inquiet, et désemparé. Je l'embrassai et m'assis sur le lit. J'avais toujours mon cuir sur le dos, et ma casquette sur l'œil: j'avais besoin de cette carapace. Il m'arriva pendant cette permission de garder un mégot de cigare serré pendant plusieurs heures entre mes lèvres: j'avais besoin de me ramasser autour de quelque chose. Sur la table de chevet, bien en évidence dans son écrin violet, il y avait la médaille d'argent gravée à mon nom que j'avais gagnée au championnat de ping-pong, en 1932."

 

 
Romain Gary (9 mei 1914 – 2 december 1980)

Lees meer...

07-05-16

Thijs Zonneveld, Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning

 

Dolce far niente (Bij de Giro D'Italia in Nederland)

 

 
De Giro D'italia in Nijmegen

 

 

Uit: De Giro is honderdduizend keer mooier (Column)

“Vanwege de roze leiderstrui, want mooi roze is niet lelijk.

Vanwege Coppi.

Vanwege Bartali.

Vanwege de spaghetti, die de komende drie weken níet als één natte klomp in een pan wordt opgediend.

Vanwege de achtenveertig haarspeldbochten van de Stelvio.

Vanwege de Zoncolan, een berg zo steil dat je hoogtevrees krijgt als je achterom kijkt.

Vanwege de Gazzetta dello Sport, de enige krant die je dochter van twee ook mooi vindt ('Oeeeeehhhh, roze!').

Omdat er geen Bocht Zeven is, waar stomdronken carnavalssupporters in wortelpakken bier over renners smijten.

Omdat er geen zeshonderd ploegen zijn die van elke etappe een massasprint willen maken.

Omdat voor de televisie hangen op een regenachtige dinsdagmiddag in mei veel leuker is dan tv kijken bij vijfentwintig graden in juli.

Omdat er voor deze wedstrijd geen bedrijfstoto is die wordt gewonnen door de koffiejuffrouw die nooit naar wielrennen kijkt.

Vanwege de rondemissen.”

 

 
Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

Lees meer...

06-05-16

Willem Kloos, Hélène Gelèns, Sasja Janssen, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue, Harry Martinson, Christian Morgenstern

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

O het tranen-vergieten is geen zonde

O het tranen-vergieten is geen zonde,
Gepleegd aan 's werelds mooi somber voortglijden
Zacht door de eindeloze gang der tijden...
O wie nog tranen, tranen vergieten konde...

Hij zou de wrede, wrede wonde op wonde,
Die dorsten mensjes in het hart te snijden
Hem, die wilde allen in zich zelf verblijden,
Helen door tranen. Tranen Zijn Geen Zonde.

Want wat zijn tranen, tranen als een teerheid,
Hoog-heerlijk in zich zelf gebrokene emotie
Als 't mannen-lijf niet langer kan hoog-trots zijn?

O Laat ons allen vallen in devotie,
Als Iets, wat grandiooslijk week ter-nêer leit,
Een mens nooit kàn maar wou toch wel een Rots zijn.

 

 

Shelley’s sterven

Voorover, in het boot-ruim, lang-uit lag
Shelley en las. De wilde golven sloegen
Luider en luider langs de zijden, droegen
Hoog-op het broze vaartuig, met geklag

Van schril zoevend gieren door want en stag,
Die knerpten. Hoorde-i niet, hoe de andren joegen
Hierheen en daarheen, zuchtten, riepen, kloegen?
Hij las maar, las, totdat hij niets meer zag ...

Toen stond hij op, verwonderd: neevlen drongen
Overal aan, en plots ... een donker blok
Komt dreigend door die misten opgesprongen ...
Hij wankelt door de donderende schok ...

"Is dat de Dood? ontvang me ..." en willig glijdend
Valt hij de diepte in, zwijgend, de armen breidend.

 

 

Evoë

Ik ga mijn leven in orgieën door
Van vol muziek en vreugden onuitspreeklijk,
Daar 'k ál smart in losbándigheid verloor,
Want dít lijf en mijn trots zijn onverbreeklijk;

Wijl achter me aan een óp-zich-drommend koor,
Heel 't schone lijf bewegend wild en weeklijk,
Luid-feestende optocht, danst en ik dans voor -
O, mijn los-voetigheid is zéér aansteeklijk.

Hoor, hoor naar mij, gij allen die daar gaat
Met koud gelaat en stappen zo bedachtig:

Brand op in gloed het leven dat u slaat,
U zelf óp-slaánd in vlammen hoog en prachtig.

Droom wég in weelde: ijdel is alle daad -
Over ons allen koom het Niet-zijn machtig.

 

 
Willem Kloos (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

Lees meer...