30-01-12

Michael Dorris, Barbara Wood, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Anton Hansen Tammsaare

 

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook mijn blog van 30 januari 2010en ook mijn blog van 30 januari 2011.

 

Uit: The Broken Cord

 

„I sat in the lobby of the Pierre airport, waiting. The terminal resembled an oversized department store display case, the kind in which jewelry or cosmetics are arranged--a glass front, neutral colors, brightly lit--except that this one existed in isolation, a rectangular box on the flat, wind-scoured plain of central South Dakota. A draft of air had lifted the wings of the small commuter plane just before we landed, releasing first a collective moan of dread and then the embarrassed laughter of survival among my fellow passengers.

On the ground I got a better look at them: three bureaucrats, dressed in wrinkle-free suits, with business in the state capital; two ranchers sporting their go-to-town buckles--large silver and turquoise affairs that divided barrel chests from thin, booted legs; a harried mother trying to convince a small child with pressure-stopped ears to yawn or swallow; a visiting in-law, met loudly by a woman in curlers and Bermuda shorts.

I felt exhilarated and out of place, a stranger on a mission no one would suspect: within the hour, I was due to become an unmarried father.

The year was 1971 and I was twenty-six years old, ex-would-be hippie, candidate for a Yale doctorate in anthropology, a first-year instructor at a small experimental college in New England. This cloudy afternoon in Pierre was the culmination of a journey I had begun nine months before when, while doing fieldwork in rural Alaska, it occurred to me that I wanted a child, I wanted to be a parent.

I remember precisely the context of this realization. I was living then in a cabin in Tyonek, an Athapaskan-speaking Indian community on the west coast of CookInlet, collecting information about the impact of modernization and oil revenues on the life of this remote fishing village. Much of my time was spent in the study of the local language, linguistically related to Navajo and Apache but distinctly adapted to the subarctic environment.“

 

 

Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)

Lees meer...

29-01-12

Anton Tsjechov, Hans Plomp, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Romain Rolland, Hubert K. Poot

 

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook alle tags voor Anton Tsjechov op dit blog.

 

Uit: Droefenis

“De avond schemert. Grove, natte sneeuw dwarrelt langzaam langs de zopas aangestoken straatlantaarns, en een dunne, zachte laag legt zich op daken, paardenruggen, mutsen. Koetsier Iona Potapov ziet helemaal wit, als een spookverschijning. Krom gebogen, zo krom als voor een mensenlichaam enigszins mogelijk is, zit hij op de bok en roert niet. Al zou een ganse sneeuwberg op hem neervallen, dan zou, zo schijnt het, hij het nog niet nodig vinden de sneeuw van zich af te schudden… Ook zijn paardje staat wit en roerloos. Door zijn onbeweeglijkheid, zijn hoekig uitzicht en zijn kaarsrechte stokkebenen lijkt het zelfs heel erg op een goedkoop beschilderd speelgoedpaardje. Het staat, naar alle waarschijnlijkheid, diep in gedachten verzonken. Wie, weggerukt is van de ploeg, van zijn vertrouwde grijze omgeving, en hier geworpen werd in deze draaikolk, vol afschuwelijke lichten, onophoudelijk gerommel en rennende mensen, moet wel staan denken… Iona en zijn paardje staan al lange tijd stil op hun plaats. ….“

 

 

Anton Tsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)

Lees meer...

28-01-12

Peter Verhelst, Ramsey Nasr,Maik Lippert, Ismail Kadare

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook alle tags voor Peter Verhelst op dit blog.

 


Intensive care
 
Als liepen er bloemen uit mijn aders.
een boeket laaiende amarylissen. Aan slangetjes -
een angstpil onder mijn tong - droomde ik van rode
pijn: hoe die op mij bloeide als een mooie wonde;
vrouw met maanwit vlees in zwarte lingerie
en lakleer, knielt voor mij en bijt) een afrosidiacum.
 
Mijn zuurstofmasker en haar ouwevleeskleur.
Pompgeluiden. In mijn achterhoofd roert muziek
het potje slaap open. Zuiggeluidjes;
bloed smaakt zoet en lacht zoals beloofd,
de loop der dingen loopt.
 
Geef mij Thaise massage, Griekse beurt en blow job.
(Wat er van mij blijft? een boekje zwart
en liefde liefde liefde
uit de ghettoblaster van mijn hart.)
Geef mij de definitie van de dood.

 

Boomhut
 
Kongo onder het bladerdek
overtrokken met een tijgervel
of malachiet:
boven hijg ik op een tak
in mezelf zingend met een lastig gezicht over mijn vrouw
(Vanilla) die mij treiterde door te verschijnen (handgroot,
slechts benaderbaar met lepels) in een wolkje.
 
Voorbijdrijvend.
 
Vertakt het groen van de jaloersheid zich hier?
Met transparante pootjes houvast zoekend?
 
Het hijst zich zeker aan mijn uitgestoken arm omhoog.
 
Het is niet goed alleen te zijn.
 
Het hurkt als een mond die al kauwt.

 


het netwerk gloeide

het netwerk gloeide
aan de hemel
waren opwellingen te zien
uitlopende kiemen
waar je ook ging liggen
flonkerde het
er ontstonden gebaren
uit een rafelige flits
van een vrouw
die lam van de hitte
aan de rand van het water
bij elke ademhaling
zichzelf leek te beademen
als houtskool
drie zwarte vlammen
nu ze de handen in de nek legt
terwijl ze in het water stapt
en je eindelijk het besluit neemt
in de onmogelijkheid
van die blauwig oplichtende herinnering
op haar af te waden

  
 

Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

Lees meer...

Wies Moens, José Martí, Miguel Barnet, Hermann Kesten

 

De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook alle tags voor Wies Moens op dit blog.

 

 

Drieluik

 

Loopt hij met zijn meisje
langs witte maanpaden-
ver ronken de kermisorgels
en de Bengaalse vuren zieltogen in het dorp-
hij vooist haar al de zoete wijsjes van zijn hart,
want zijn hart is een weke occarina.
Ronde boomkruintjes, haar ogen,
waaien gestaag hun bloesems in zijn hand

 

Maar hij is soldaat
die op nachtwake staat-
nacht: blauwe cowboyfilm;
zeebrand blikvuurt: alle einders langs, de opalen,
buitelen de nachtegalen!-
Drievoudig ontbloeit zijn heimwee:
Zodag-dorp-meisje,
en hij loop een pas of wat,
kuchend als het treintje
dat hem naar huis voert….
Dan, onder de sterrewielingen
staat hij verloren,
en kijkt scherp uit, als een stuurman.

 

Drinkt hij zijn pint met de dorpskameraden,
brult zijn keel schor,
danst vonken uit de vloerkarelen-
een plots, koele
doet hem opspringen; “mijn lief !”
En hij wipt de straat over
als een jonge haas!

 

 

 


Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)

Lees meer...

27-01-12

Leopold von Sacher-Masoch, Benjamin von Stuckrad-Barre, James Grippando, Lewis Carroll

 

De Duitse schrijver Leopold Ritter von Sacher-Masoch werd geboren op 27 januari 1836 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Leopold von Sacher-Masoch op dit blog.

 

Uit: The Letawitza (Vertaald door Sarah Dean)

 

“It was an unlucky day for the chase: two hazel-hens and a big vulture comprised the whole booty. “It is the fault of that confounded sorceress!” exclaimed the gamekeeper, taking off his hat, and wiping the large drops of perspiration on his forehead on the puffed sleeves of his shirt; then he handed me some brandy in a gourd, yellow and chubby as a Barbary ape.

At dawn we had, it is true, in starting out on our expedition, met a little old woman, all withered up, who was searching for mushrooms in the brushwood; and now evening was falling, and there was nothing left for us but to return to the house. The sun was setting, red and angry, behind the huge blocks of granite that like great crumbling towers overhang the grey, jagged sides of the Carpathian Mountains. Nothing else was to be seen, unless it were an old stunted trunk, which, stretching out from the rubbish over the slippery declivity, seemed to reach towards us its long, gnarled arms. It stood projected against the sky, with its bent back, its hanging chevelure and mossy beard, absolutely like our Jew; but it clings, firm and immovable, to the rock, as he also knows how to hold on energetically to whatever his thin bony hands have once seized[1].

We descended rapidly by a path draped with bilberries and rhododendrons, our dog panting painfully behind us, and passed under the green canopy of pines. The subdued noise of a distant waterfall accompanied us. The tall, green, feathery tree-tops, which shot up toward heaven with solemn majesty, began to mingle with the golden, rosy horizon, while from their slender trunks escaped their amber-coloured resinous juice. Red and purple berries, with the large forest flowers, made designs like a many-coloured embroidery upon the velvety moss which spread among the interlacing roots; and deep shadows fell from above upon the branches, like black drops between the motionless needles..”

 

 

Leopold von Sacher-Masoch (27 januari 1836 – 9 maart 1895)

Standbeeld in Lviv, Oekraïne

Lees meer...

Alexander Stuart, Eliette Abécassis, Mordecai Richler, Ethan Mordden

 

De Brits-Amerikaanse schrijver Alexander Stuart werd geboren op 27 januari 1955 in Brighton. Zie ook mijn blog van 27 januari 2010 en ook mijn blog van 27 januari 2011.

 

Uit: The War Zone

 

"There is a moment which is so beautiful it makes everything else worthwhile. You stand on the cliff above the village, early in the morning or late in the evening, and you gaze out at the sea – a huge, changing wash of light and movement, bigger than any of us, a joker with a patience longer than any one life and an inconceivable strength that can snap your back against the rocks as easily as you

might flick a fly off your nose.

I can feel how cold it is, even when it’s warm. Even when the water’s not skimmed with a purple film of oil, and the pebbles and seaweed are stewed in the sun, I can sense the ocean’s cold heart further out, out by the skyline. Jessie’s tried to paint it, but she can’t get close. Either the beauty is there or the darkness, but not both...

It’s not just the color, it’s the color of light, it’s the mood of the sky and your own cross-wired soul. Down on the beach, it’s the druggy thunder-hiss of the surf dragging at thousands of pebbles, as if the sea’s in training for the greatest glue-sniffing contest on earth. Up here, with a view of the sheep and the cottages and the coastline, there’s just the image, no sound, and a faint tang of brine in the air, like a taunt or a memory."

It’s more than a moment. It’s repeatable, though it’s never the sametwice. It’s where I go to stay sane down here, it’s where I go when Imiss London, when I want to work out what the fuck I’m doing with
my life."

 

 

Alexander Stuart (Brighton, 27 januari 1955)

Lees meer...

26-01-12

Menno ter Braak, Achim von Arnim, Jonathan Carroll, Gerrit Jan Zwier

 

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook alle tags voor Menno ter Braak op dit blog.

 

Uit: De duivelskunstenaar

 

“Waaraan herkent men het optreden van den duivelskunstenaar? Eenerzijds aan de bewondering dergenen, die met open mond staan te kijken naar zijn verbijsterende prestaties; anderzijds aan den haat en het wanbegrip dergenen, die in zulke prestaties onmiddellijk het ongewone, het buitensporige ruiken en krachtens hun logica dus wel moeten concludeeren, dat dààr de duivel in het spel is. Niet alleen in de middeleeuwen werd, wie aan den eenen kant succes had als wonderdoener, door de andere partij (soms door dezelfde) tot den brandstapel veroordeeld wegens hekserij!

Zulk een duivelskunstenaar is S. Vestdijk, en hij heeft dus, nu hij eenmaal niet meer te ontkennen valt als ‘producent’, zijn gapende bewonderaars, maar in grooter getale nog zijn haters en belagers; in beide verhoudingen is dit grootste talent na Louis Couperus (dat bovendien stellig grooter is, als talent, dan Couperus) voor Nederland de duivelskunstenaar. Men is verbijsterd; sommigen verheerlijken hem, anderen verfoeien hem als den man der zwarte magie, den ‘viezerd’, die niets onaangetast laat van de heilige dingen. Het is, onder dezen gezichtshoek gezien, bepaald een symbolische gebeurtenis, dat dit wonderbaarlijke talent, met op zijn minst kenmerken van het genie, moest stuiten op de incarnatie van den hollandschen filistergeest, het model van kleinburgerlijke geborneerdheid D. Hans; naar ik persoonlijk heb mogen ervaren een zeer fatsoenlijk en ridderlijk man, maar dat verandert niets aan de geborneerdheid. Hans contra Vestdijk: dat is de kleinburgerlijkheid in haar meest verstarde, rhetorische en ondoordringbare gedaante tegen de kleinburgerlijkheid, die, zonder haar afkomst te kunnen of willen verloochenen, haar benauwde grenzen aan alle kanten overschrijdt, universeel wordt, uiterst subtiel en intelligent wordt, haar valsche schaamte en valsche zekerheden verliest en zich openstelt voor alle invloeden der moderne cultuur.”

 

 

 

Menno ter Braak (26 januari 1902 - 14 mei 1940)

Portret door de Duitse street arist El Bocho, Literaturhaus Berlijn

Lees meer...

Bhai, Rudolf Alexander Schröder, François Coppée, Eugène Sue

 

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook alle tags voor Bhai op dit blog.

 

 

drirh

(vastberaden)

 

Ik zal geen meter wijken

noch enig woord verspelen,

geen troost aanvaarden

noch smeken om een gunst.

Ik vrees geen God

noch Dood

maar leef

In het AL, dat één is,

trots zijn vormen veel.

 

 

 

pichhar gaya

(achtergelaten)

 

Ik ben te laat,

De wind die mij dragen moet,

nadert reeds de kim.

Nog trilt het water van de oceaan,

Zilte hangt aan mijn lippen.

Mijn tong is droog en stijf.

Ik hijg en snak naar adem.

Mijn bruin gelaat verbleekt

van angst, gemengd met verdriet.

De wind versterft ginds in de verte,

wordt één met kim en water.

Ik sta en staar.... ween....

Ik ben te laat.

 

 

 

Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)

Portret van de jonge Bhai door Nora Stroink

 

Lees meer...

VSB Poëzieprijs 2012 voor Jan Lauwereyns

 

VSB Poëzieprijs 2012 voor Jan Lauwereyns

 

 

De Vlaamse dichter en neurowetenschapper Jan Lauwereyns is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2012. Hij krijgt de jaarlijkse prijs voor Nederlandse poëzie voor zijn dichtbundel Hemelsblauw. Dat maakte de organisatie vandaag bekend tijdens de prijsuitreiking in de Nicolaïkerk in Utrecht. Lauwereyns ontving een geldbedrag van 25.000 euro en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Zie ook mijn blog van 13 mei 2011.

 

 

Vuurwerk

 

Volgens de astronooom die met de mond
vol tanden staat - knappe kerel -
was er in het begin al iets.

Iets: met veel aantrekkingskracht,
een zwart gat, een vlam in mijn hart.

Zo niet, geen gebeurtenis t voor t + 1,
en dan ook niets daartussen

waar tijd plaats

kon vinden. En zonder tijd
geen pijl die ergens vertrekt om God
weet wanneer ergens anders aan te komen.

God, Cupido, Thor.

Zo denkt men zwijgend dat
er in het begin iets geweest moet zijn
waarmee het allemaal begonnen is.

 

 

 

 

 

De paradox van slaap

 

Die muurschildering, de vogel op hoge stelt,
de twee speren, de bizon, de man met armen
wijd, liggend tegen lucht, zijn pik stijf.

Waar gaat dit naartoe?

Nergens: nacht, land van wat
niet bestaat.

Wat richt die vogel/ziel
op hoge stelt/hakken uit?

Op het tipje van je tong begint de wacht.

Kon je maar als een dolfijn
slapen met een hersenhelft,
rondjes varen met de andere.

 


 

 

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

David Troch winnaar Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

 

 

De Vlaamse dichter David Troch winnaar Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

 

 

De Vlaming David Troch is de winnaar van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Hij ontvangt 10.000 euro voor zijn winnende gedicht wij waren geen jongens.Volgens de jury trekt de winnaar met al „zijn beelden, zijn taal en de opgeroepen sfeer diep de zompige Hollandse klei in”. Het gedicht „lijkt doordesemd van een streng-calvinistisch determinisme en van boerse aardsheid. Knielen op een bed violen. Des te verrassender is het voor de jury, nu blijkt dat met dit gedicht een Vlaming wordt bekroond.” Zie ook alle tags voor David Troch op dit blog.

 

 

wij waren geen jongens

 

wij hadden vaders, wij waren zonen. het volstond niet
dat wij driemaal daags spek en spinazie vraten.
de hemdsmouwen moesten omhoog,

wij moesten tonen hoe hard wij de spieren in onze bovenarmen
op konden spannen. wij zweetten als zwijnen, groeven bloederige kloven
in onze handen, wroetten in het stof waarin onze voorvaderen
al jaren liggen te liggen

en kregen het vuil amper onder onze vingernagels vandaan.
wij moesten voelen met wat wij tussen de benen geboren waren, jongens,

maar hadden niet eens een eigen kamer
waar wij voorovergebogen, met opgetrokken knieën
en met de neus in andere werelden zaten.

wij ondervonden aan den lijve dat doordringende boerenstank
je harder in het gezicht kan slaan dan wat vuistdikke boeken.

 

 

 

David Troch (Bonheiden, 28 juli 1977)

25-01-12

William S. Maugham, Virginia Woolf, Renate Dorrestein, Stephen Chbosky, J. G. Farrell

 

De Engelse schrijver William Somerset Maugham werd geboren in Parijs op 25 januari 1874. Zie ook alle tags voor ook William Somerset Maugham op dit blog.

 

Uit: The Land of Promis

 

„Nora opened her eyes to an unaccustomed consciousness of well-being. She was dimly aware that it had its origin in something deeper than mere physical comfort; but for the moment, in that state between sleeping and wakening, which still held her, it was enough to find that body and mind seemed rested.

Youth was reasserting itself. And it was only a short time ago that she had felt that never, never, could she by any possible chance feel young again. When one is young, one resents the reaction after any strain not purely physical as if it were a premature symptom of old age.

A ray of brilliant sunshine, which found its way through a gap in the drawn curtains, showed that it was long past the usual hour for rising. She smiled whimsically and closed her eyes once more. She remembered now that she was not in her own little room in the other wing of the house. The curtains proved that. How often in the ten years she had been with Miss Wickham had she begged that the staring white window blind, which decorated her one window, be replaced by curtains or even a blind of a dark tone that she might not be awakened by the first ray of light. She had even ventured to propose that the cost of such alterations be stopped out of her salary. Miss Wickham had refused to countenance any such innovation.

Three years before, when the offending blind had refused to hold together any longer, Nora had had a renewal of hope. But no! The new blind had been more glaringly white than its predecessor, which by contrast had taken on a grateful ivory tone in its old age. They had had one of their rare scenes at its advent. Nora had as a rule an admirable control of her naturally quick temper. But this had been too much.

"I might begin to understand your refusal if you ever entered my room. But since it would no more occur to you to do so than to visit the stables, I cannot see what possible difference it can make," Nora had stormed.“

 

 

William Somerset Maugham (25 januari 1874 – 16 december 1965)

Portret door Philip Steegman, 1931

Lees meer...

David Grossman, Alessandro Baricco, Stefan Themerson, Jozef Slagveer, Paavo Haavikko

 

De Israëlische schrijver David Grossman werd geboren op 25 januari 1954 in Jeruzalem. Zie ook alle tags voor David Grossman op dit blog.

 

Uit: Zie Liefde (Vertaald door Hilde Pach en W. Hansen)

 

Het ging zo.
Een paar maanden nadat oma Henny gestorven en begraven was, kreeg Momik een nieuwe opa. Deze opa arriveerde in de maand Sjevat van het jaar 5719, dat is 1959 in de buitenlandse jaartelling.
Hij kwam niet via het radioprogramma waarin nieuwe immigranten de groeten konden doen, het programma waarnaar Momik iedere dag tussen tien voor halftwee en halftwee onder het middageten moest luisteren, waarbij hij heel goed moest opletten of ze een van de namen noemden die papa voor hem op een blad papier had geschreven; nee, de opa kwam met een ambulance van de Blauwe Davidster, die op een middag midden in een stortbui stopte bij de kruidenierszaak annex cafe van Bella Marcus.
Er stapte een dikke man uit; hij was bruinverbrand, maar het was geen sjwartse – geen Sefardische jood, het was er een van ons. Hij vroeg Bella of zij hier in de straat de familie Neumann kende. Bella schrok, droogde snel haar handen aan haar schort af en zei: Jaja, er is toch niets gebeurd, God verhoede?

De man zei dat ze niet hoefde te schrikken, er was niets gebeurd, wat zou er gebeurd moeten zijn? Ze hadden alleen maar een familielid meegebracht, en hij wees met zijn duim naar achteren, naar de ambulance, die er volkomen leeg en rustig uitzag, en Bella werd plotseling zo wit als een doek, terwijl zij toch, zoals bekend, nergens bang voor was. Ze ging niet naar de ambulance toe, maar liep er juist een eindje vandaan, naar Momik, die aan een van de tafeltjes zijn bijbelhuiswerk zat te maken.

Wej iz mir, zei ze, hoezo opeens een familielid? De man zei: Nou, mevrouwtje, we hebben niet veel tijd, als u ze kan, ken u me misschien wel vertellen waar ze zijn, want er is daar niemand thuis. Hij sprak met veel fouten, terwijl hij er toch uitzag als iemand die hier al jaren woonde.”

 

 

David Grossman (Jeruzalem, 25 januari 1954)

Lees meer...

Alfred Gulden, Robert Burns, Daniel von Lohenstein, Vladimir Vysotsky, Friedrich Jacobi, Eva Zeller, Stéphanie de Genlis

 

De Duitse dichter, schrijver, musicus en filmmaker Alfred Gulden werd geboren op 25 januari 1944 in Saarlouis. Zie ook mijn blog van 25 januari 2009 en ook mijn blog van 25 januiari 2010 en ook mijn blog van 25 januari 2011.

 

 

Wärme wörtlich

 

...und
eine Lederhaut sich reiben
Wärme wörtlich nur
ein jeder für sich selbst
der Antwort Hinterhand
das Stichwort
warten

 

 

Fallen

 

Aus den Gesprächen fallen
Sätze wie es ist
doch so nicht anders
kann das sein daß da
sieht er ein geschlagen
den Kopf zieht er ein
fällt nach und nach
aus den Gesprächen



 

Alfred Gulden (Saarlouis, 25 januari 1944)

Lees meer...

24-01-12

E. Th. A. Hoffmann, Ivan Ivanji, Eugen Roth, Vicky Baum, Ulrich Holbein, Edith Wharton

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Theodor Amadeus Hoffmann werd geboren in Koningsbergen op 24 januari 1776. Zie ook alle tags voor E. Th. A. Hoffmann op dit blog.

 

Uit: Ritter Gluck

 

Der Spätherbst in Berlin hat gewöhnlich noch einige schöne Tage. Die Sonne tritt freundlich aus dem Gewölk hervor, und schnell verdampft die Nässe in der lauen Luft, welche durch die Straßen weht. Dann sieht man eine lange Reihe, buntgemischt – Elegants, Bürger mit der Hausfrau und den lieben Kleinen in Sonntagskleidern, Geistliche, Jüdinnen, Referendare, Freudenmädchen, Professoren, Putzmacherinnen, Tänzer, Offiziere usw. durch die Linden nach dem Tiergarten ziehen. Bald sind alle Plätze bei Klaus und Weber besetzt; der Mohrrübenkaffee dampft, die Elegants zünden ihre Zigarros an, man spricht, man streitet über Krieg und Frieden, über die Schuhe der Mad. Bethmann, ob sie neulich grau oder grün waren, über den geschlossenen Handelsstaat und böse Groschen usw., bis alles in eine Arie aus »Fanchon« zerfließt, womit eine verstimmte Harfe, ein paar nicht gestimmte Violinen, eine lungensüchtige Flöte und ein spasmatischer Fagott sich und die Zuhörer quälen. Dicht an dem Geländer, welches den Weberschen Bezirk von der Heerstraße trennt, stehen mehrere kleine runde Tische und Gartenstühle; hier atmet man freie Luft, beobachtet die Kommenden und Gehenden, ist entfernt von dem kakophonischen Getöse jenes vermaledeiten Orchesters: da setze ich mich hin, dem leichten Spiel meiner Phantasie mich überlassend, die mir befreundete Gestalten zuführt, mit denen ich über Wissenschaft, über Kunst, über alles, was dem Menschen am teuersten sein soll, spreche. Immer bunter und bunter wogt die Masse der Spaziergänger bei mir vorüber, aber nichts stört mich, nichts kann meine phantastische Gesellschaft verscheuchen. Nur das verwünschte Trio eines höchst niederträchtigen Walzers reißt mich aus der Traumwelt. Die kreischende Oberstimme der Violine und Flöte und des Fagotts schnarrenden Grundbaß allein höre ich; sie gehen auf und ab, fest aneinanderhaltend in Oktaven, die das Ohr zerschneiden, und unwillkürlich, wie jemand, den ein brennender Schmerz ergreift, ruf ich aus:

»Welche rasende Musik! die abscheulichen Oktaven!« – Neben mir murmelt es:

»Verwünschtes Schicksal! schon wieder ein Oktavenjäger!«

Ich sehe auf und werde nun erst gewahr, daß, von mir unbemerkt, an demselben Tisch ein Mann Platz genommen hat, der seinen Blick starr auf mich richtet und von dem nun mein Auge nicht wieder loskommen kann.“

 

 

E. Th. A. Hoffmann (24 januari 1776 - 25 juni 1822)

Lees meer...