31-12-12

Anne Vegter

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anne Vegter werd geboren in Delfzijl op 31 december 1958.  Nadat ze een jaar in een psychiatrische inrichting had gewerkt en na uitstapjes naar kunstgeschiedenis en pedagogiek, ging ze naar de drama-opleiding van de toenmalige Akademie voor Expressie door woord en gebaar in Utrecht. Schrijven en illustreren werden voor haar echter steeds belangrijker. Via het kindertijdschrift St. Kitts van de Bovenwindse kwam ze in contact met Geerten Ten Bosch. Dat resulteerde in het kinderboek De dame en de neushoorn, waarbij Anne Vegter de tekst schreef en Geerten Ten Bosch illustreerde. Voor dit boek kregen ze in 1990 de Woutertje Pieterse Prijs. In 1991 werd Vegters eerste gedichtenbundel Het veerde gepubliceerd. In hetzelfde jaar werd ze genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs voor het kinderboek Verse Bekken! Vanaf die tijd was haar naam gevestigd. Ze maakte deel uit van jury’s, werd docente aan de Schrijversvakschool in Amsterdam, kreeg een zaterdagse rubriek in De Volkskrant en leverde een wekelijkse bijdrage aan het VPRO-radioprogramma De Avonden. In 1994 debuteerde Vegter als prozaschrijfster met de verhalenbundel Ongekuiste versies en twee jaar later schreef ze haar eerste toneelstuk Het recht op fatsoen. In 2004 ontving Anne Vegter de Anna Blaman Prijs voor haar hele oeuvre. In januari 2012 won Anne Vegter de Awater Poëzieprijs 2011 voor haar bundel Eiland berg gletsjer.

 

 

Negen

 

moest ik worden, negen werden ik en mijn vriendjes
later, allemaal vroeger, maar ik zei neger, een woord

dat wel kon, ik word negerrrrrr. Mijn broer fluisterde
in me dat ik groot werd en dat onder de haren van grote

kunstenaars kleine oren zitten en dat oren groeien
als je ouder wordt maar die van kunstenaars blijven klein

en daarom sterven ze jong, een gotspe. Vind je niet? Wat?
Laat maar. Mijn broer had ogen zonder kleur, heel authentiek

hoorde ik en dat kon wat worden. Ik vergat wat.
Elf alweer twaalf, veertien en ik bruinde, ik zonde

en er brak een tijd aan. Mijn broer kwam niet meer thuis.
In de zekerheid van een aantal onopgeloste vraagstukken

leidde ik een blank leven in een stad van grote mensen,
in de zekerheid van een aantal onopgeloste vraagstukken.

 

 

 

 

Uit eten

 

Je kunt het beste maar met plezier doen
wat je anders ook met plezier zou doen.
Als er geen maaltijd tussen zou zitten!

Er is vroeger nooit gesproken over de maaltijd als een zaak.
Een netelige zaak?
Maar sinds de kinderen!

Die eten ook werkelijk niets van wat wij vinden dat zij te eten hebben.
En al die oude koek, daar lachen zij om.
Courgettes, jij durft! Of aubergines, het moet niet gestoorder worden.

'Zoon snijdt gezicht uit raapje'
(Er stak een tong door, zijn tong en tot zover was de maaltijd overzichtelijk bedorven.)
Maar zie de schaapjes eens in bed te krijgen zonder volle maag, die mekkeren.

De ene heeft zijn guldens dreigend belegd in 'De Berehap', daar frituurt men maagvulling.
Ik vind het goed, wat ben ik er voor eentje?
Doe mij ook maar met.

Ja, met!
Ook voor de andere.
Ja, met!

Ja, met met met met met!

 

 

 


Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

12:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: anne vegter, romenu |  Facebook |

30-12-12

Peter Buwalda, Paul Bowles, Theodor Fontane, Peter Lund, Joshua Clover

 

De Nederlandse schrijver, journalis en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

 

Uit: Bonita Avenue

 

“Hij herinnerde zich een filmpje waarin een praatgrage natuurkundige het voor elkaar kreeg om gezworen alfa’s als hij en zijn broer het gevoel te geven dat ze iets van de kwantummechanica begrepen. (‘Richard Feynman,’ zei Sigerius later, ‘die hadden we toen net begraven.’) De man zelf wreef over zijn stoppelige kaken en vertelde over computers, over het heelal, over Maurits Escher alsof het vergooide tijd was ooit nog ergens anders over te praten. Hij bleek gejudood te hebben tegen Geesink en Ruska, maar was vooral Zomergast omdat hij een Fields-medal had gekregen, een onderscheiding die Van Ingen de Nobelprijs voor de wiskunde noemde.
Sindsdien was Sigerius uitgegroeid tot een nationale troetelwetenschapper. Geregeld schoof hun rector na een werkdag op de campus aan in een nieuwsrubriek of bij Barend & Van Dorp, programma’s waarin hij wetenschappelijk commentaar gaf op de actualiteit, sprankelend intelligent en tegelijk merkwaardig volks, er zat nooit een woord Chinees bij. Als fotograaf van de Weekly had Aaron er met zijn neus bovenop gestaan toen Sigerius de bestuursvleugel innam, en wat zijn camera zag, zag iedereen: dit was de man die Tubantia nodig had. Gewoon door te zijn wie hij was verloste Sigerius hun ondergeschoven, zachtjes ingedutte Calimerouniversiteit van haar Twentse schroom. Al tijdens zijn inaugurele rede beloofde hij van Tubantia de sterkste onderzoeksuniversiteit van Nederland te maken, een zinsnede die het nos-journaal ’s avonds uitzond. Hij was een media-magneet: zodra het woord ‘universiteit’ ergens viel verschenen die bloemkooloren in beeld, en verkondigde hún rector namens hún universiteit zijn mening over de concurrentiepositie van Nederlandse onderzoeksscholen, over meisjes en techniek, over de toekomst van internet, het donderde niet waarover. Net zo makkelijk zoog Sigerius internationale topgeleerden aan. Misschien was het jammer dat die Fieldsmedaille geen échte Nobelprijs was, natuurlijk was dat jammer, toch betoverde zijn aura van wiskundige genialiteit investeerders in pure wetenschap, ongecijferde kamerleden met kennisportefeuilles, telefoniegiganten en chipsbakkers die hun laboratoria rond de campus vestigden. En misschien zelfs scholieren, ook zij kenden Sigerius’ stoppelige kop van televisie; vergeet het gouden grut niet, ieder jaar opnieuw moesten de ettertjes naar de Twentse negorij gelokt worden, hoe bezweer je die kinderen, hoe behéks je ze?”

 

 

Peter Buwalda (Blerick, 30 december 1971)

Lees meer...

Douglas Coupland, Willy Spillebeen, Norbert Hummelt, Rudyard Kipling, Georg von der Vring

 

De Canadese schrijver Douglas Coupland werd geboren op 30 december 1961 in een militaire kazerne in Rheinmünster-Söllingen in Duitsland. Zie ook alle tags voor Douglas Coupland op dit blog.

 

Uit: Generation A

 

“How can we be alive and not wonder about the stories we use to knit together this place we call the world? Without stories, our universe is merely rocks and clouds and lava and blackness. It's a village scraped raw by warm waters leaving not a trace of what existed before.

Imagine a tropical sky, ten miles high and a thousand years off on the horizon. Imagine air that feels like honey on your forehead; imagine air that comes out of your lungs cooler than when it entered.

Imagine hearing a dry hiss outside your office building's window. Imagine walking to the window's louvered shutters and looking out and seeing the entire contents of the world you know flow past you in a surprisingly soothing, quiet sluice of gray mud: palm fronds, donkeys, the local Fanta bottler's Jeep, unlocked bicycles, dead dogs, beer crates, shrimper's skiffs, barbed wire fences, garbage, ginger flowers, oil sheds, Mercedes tour buses, chicken delivery vans.

...corpses

...plywood sheets

...dolphins

...a moped

...a tennis net

...laundry baskets

...a baby

...baseball caps

...more dead dogs

...corrugated zinc

Imagine a space alien is standing with you there in the room as you read these words. What do you say to him? Her? It? What was once alive is now dead. Would aliens even know the difference between life and death?”

 

 

Douglas Coupland (Rheinmünster-Söllingen, 30 december 1961)

Lees meer...

29-12-12

Stefan Brijs, Gilbert Adair, Paul Rudnick, William Gaddis

 

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

 

Uit: Post voor mevrouw Bromley

 

“Martin was veranderd. Dat viel me meteen op toen hij in de deuropening verscheen en opgewonden verkondigde dat het oorlog was. Het was woensdagochtend 5 augustus 1914. Ik zat te lezen in Paradise Lost. Zijn komst verraste me meer dan zijn woorden. Ik wist niet wat te zeggen.

‘Dat is verdomd goed nieuws, niet?’ vroeg hij, verbaasd dat ik zijn enthousiasme niet spontaan deelde, en als om me te overtuigen voegde hij eraan toe: ‘We zullen die Duitsers eens ’n lesje leren!’

Zijn stem was zwaarder geworden en hij praatte nog platter dan voorheen. Ook had hij meer kleur in zijn gezicht en op zijn hoofd stond een andere pet dan ik me herinnerde. Het muisgrijze, mouwloze vestje droeg hij nog wel, maar het zat een stuk strakker om zijn romp dan toen hij het van mij had

gekregen — zijn borst en schouders waren opmerkelijk breder geworden van het harde werk in de dokken. Maar verder was hij nog altijd even klein als de laatste keer dat we elkaar hadden

gezien, zowat een jaar eerder. Daarna was ik nog enkele keren bij hem thuis langsgegaan, maar hij was er nooit.

‘Hij is vast weer met die lui van Cunningham op pad,’ verontschuldigde zijn moeder zich dan in zijn plaats. ‘Straks komt ie weer vol schrammen en blauwe plekken thuis. Hij is geen haar beter dan Shakespeare.’

Shakespeare was de hond die Martin op een koude dag uit het Wenlock Basin had gehaald. Hij was als enige van een nest pups ontsnapt uit een jutezak, kort voor die helemaal onderging. Met gevaar voor eigen leven was Martin het donkere water in gesprongen en had hem gered van de verdrinkingsdood.

Shakespeare werd grootgebracht met melk van Martins moeder, die toen net van Molly en Poppy was bevallen. In een koffielepel, die ze onder haar tepel hield, liet mevrouw Bromley, iedere keer nadat ze een van de tweelingmeisjes had gezoogd, een paar druppels vallen, waarmee Martin en ik naar de toen nog slechts een vuistgrote pup liepen om hem te voeren.”

 

 

Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

Lees meer...

Brigitte Kronauer, Carmen Sylva, Alexander Gumz, Vesna Lubina

 

De Duitse schrijfster Brigitte Kronauer werd geboren op 29 december 1940 in Essen. Zie ook alle tags voor Brigitte Kronauer op dit blog.

 

Uit: Frau Mühlenbeck im Gehäus

 

»Absolute Finsternis ist etwas Grausames. Mein Vater war ein jähzorniger Mann, aber schon damals stellte er uns Kindern, wenn wir uns im Dunkeln fürchteten, ein Öllichtchen ins Schlafzimmer. Das kostete fast nichts und half so. Wenn wir nachts schrien, trug er uns singend den langen Flur auf und ab, bis wir uns beruhigt hatten. Vor nichts, vor keinem Menschen habe ich in meinem Leben Angst gehabt, nur vor dem Dunkeln.

(…)›Der dich behütet schläft nicht‹ stand auf dem Leinentuch entlang dem Bett, in dem wir alle einmal schliefen.Wir alle wußten es rückwärts auswendig.«

»Meine Mutter war eine geduldige, weichherzige Frau, die sehr schön weinen konnte, vor so schrecklich vielen Jahren, aber in der Erbitterung über eine Ungerechtigkeit schlug sie beim Bettenmachen laut schimpfend auf die Kissen ein und prügelte sie anstelle ihrer leibhaftigen Feinde, bis sie wieder lachen wollte.«

»Meine Mutter war immer eine großzügige, fromme Frau. Einmal allerdings, lange vor meiner Geburt, passierte folgendes: Zur selben Tanzstunde, die mein späterer Vater besuchte, ging auch ihre Kusine. Meine Mutter sollte Schneiderin werden, zu Hause war kein Geld für Vergnügungen dieser Art. Mein Vater, ein eleganter, leidenschaftlicher Tänzer, wurde von den Mädchen sehr umschwärmt, besonders die Kusine hatte beschlossen, ihn zu heiraten. Statt dessen holte ihn meine Mutter im hübsch geschneiderten Kleid jedesmal von der Tanzstunde ab. Keiner anderen gelang es, ihn zu erobern.

Lange nach ihrer Heirat und kurznach dem Tod der Kusine erfuhr meine Mutter durch Zufall von einer

sehr abschätzigen Äußerung der Verstorbenen über ihr ›Heranmachen‹ an meinen Vater. Da ruhte nun also die tote Kusine in der Familiengruft und hatte doch sie, meine sonst nicht rachsüchtige Mutter, verleumdet, Schändliches, Erlogenes über sie verbreitet, während sie so ahnungslos Tränen vergossen hatte an ihrem Grab.”



Brigitte Kronauer (Essen, 29 december 1940)

Lees meer...

28-12-12

Liu Xiaobo, Burkhard Spinnen, Shen Congwen, Engelbert Obernosterer, Conrad Busken Huet, Manuel Puig, Hildegard Knef

 

De Chinese dichter en mensenrechtenactivist Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Zie ook alle tags voor Liu Xiaobo op dit blog.

 

To Xia

 

My dear,
I'll never give up the struggle for freedom from the oppressors'
jail, but I'll be your willing prisoner for life.

 

I'm your lifelong prisoner, my love

I want to live in your dark insides
surviving on the dregs in your blood

 

inspired by the flow of your estrogen

 

I hear your constant heartbeat

drop by drop, like melted snow from a mountain stream
if I were a stubborn, million-year rock
you'd bore right through me
drop by drop

 

day and night

 

Inside you
I grope in the dark
and use the wine you've drunk
to write poems looking for you
I plead like a deaf man begging for sound
Let the dance of love intoxicate your body

 

I always feel
your lungs rise and fall when you smoke
in an amazing rhythm
you exhale my toxins
I inhale fresh air to nourish my soul

 

I'm your lifelong prisoner, my love
like a baby loath to be born
clinging to your warm uterus
you provide all my oxygen
all my serenity

 

A baby prisoner
in the depths of your being
unafraid of alcohol and nicotine
the poisons of your loneliness
I need your poisons
need them too much

 

Maybe as your prisoner
I'll never see the light of day
but I believe
darkness is my destiny
inside you
all is well

 

The glitter of the outside world
scares me
exhausts me
I focus on
your darkness –
simple and impenetrable



 

Liu Xiaobo (Changchun, 28 december 1955)

Lees meer...

Guy Debord

De Franse schrijver, filmmaker en kunstenaar Guy Ernest Debord werd op geboren 28 december 1931 in Parijs. Guy Debord was een radicale criticus van het kapitalisme en de kapitalistische ideologie van het consumentisme, dat hij aan de kaak als “enscenering van valse behoeften”. In zijn hoofdwerk “De spektakelmaatschappij” ( 1967 ), ontwikkelde hij een theorie van het spektakel : " Het spektakel is het kapitaal in een ​​dergelijke mate van accumulatie , dat het tot beeld wordt.” Debord 's boek oefende vooral in Frankrijk een belangrijke invloed uit op de beweging van Nieuw Links in het Parijs van mei 1968 . Zijn anti-kapitalistisch , situationist opvattingen staan dicht bij het ​​anarchisme , maar hij nam ook redeneringen over van dat deel van de arbeidersbeweging, dat kritisch stond tegenover de Sovjet- Unie. De centrale zorg Debord was de intrekking van de " grote kloof" van individuen van elkaar door een revolutionaire praktijk van zelfbestuur . Debord benadrukte altijd de artistieke dimensie van de revolutie , de noodzaak van de revolutie ook van het dagelijks leven .
Samen met Asger Jorn richtte  Debord in de jaren 1950 in Parijs
de Lettristische Internationaleop, waaruit in 1957 de Situationistische Internationale voortkwam. In deze echt basisdemocratische groep nam Debord een vaak bekritiseerd dominantie positie in. De S.I. oefende in de jaren 1960 een significante invloed uit op de toenmalige studentenbeweging . Debord maakte verschillende films waarin hij speelde met de mogelijkheden van de experimentele film, waarbij hij soms de reacties van het publiek en de donkere bioscoop in de voorstelling mee betrok. Nadat in  1984 zijn uitgever Gerard Lebovici door een onbekende in Parijs was vermoord, bracht Debord de laatste tien jaarvan zijn leven door in een afgelegen dorp in de Auvergne, waar hij in 1994 na een lange ziekte zelfmoord pleegde.

Uit: La Société du spectacle

 

“Le spectacle se présente comme une énorme positivité indiscutable et inaccessible. Il ne dit rien de plus que « ce qui apparaît est bon, ce qui est bon apparaît ». L’attitude qu’il exige par principe est cette acceptation passive qu’il a déjà en fait obtenue par sa manière d’apparaître sans réplique, par son monopole de l’apparence.

(…)

 

Là où le monde réel se change en simples images, les simples images deviennent des êtres réels, et les motivations efficientes d’un comportement hypnotique. Le spectacle, comme tendance à faire voir par différentes médiations spécialisées le monde qui n’est plus directement saisissable, trouve normalement dans la vue le sens humain privilégié qui fut à d’autres époques le toucher ; le sens le plus abstrait, et le plus mystifiable, correspond à l’abstraction généralisée de la société actuelle. Mais le spectacle n’est pas identifiable au simple regard, même combiné à l’écoute. Il est ce qui échappe à l’activité des hommes, à la reconsidération et à la correction de leur œuvre. Il est le contraire du dialogue. Partout où il y a représentation indépendante, le spectacle se reconstitue.

(…)

 

… La connaissance et la reconnaissance historiques de tout l’art du passé, rétrospectivement constitué en art mondial, le relativisent en un désordre global qui constitue à son tour un édifice baroque à un niveau plus élevé, édifice dans lequel doivent se fondre la production même d’un art baroque et toutes ses résurgences. Les arts de toutes les civilisations et de toutes les époques, pour la première fois, peuvent être tous connus et admis ensemble. C’est une « recollection des souvenirs » de l’histoire de l’art qui, en devenant possible, est aussi bien la fin du monde de l’art. C’est dans cette époque des musées, quand aucune communication artistique ne peut plus exister, que tous les moments anciens de l’art peuvent être également admis, car aucun d’eux ne pâtit plus de la perte de ses conditions de communication particulières, dans la perte présente des conditions de communication en général.”

 

 

 

Guy Debord (28 december 1931 - 30 november 1994)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: guy debord, romenu |  Facebook |

27-12-12

Bernard Wesseling, Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Bob Flanagan, Louis de Bourbon

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

 

 

Etiquette voor een stervende

Allereerst is het goed om te beseffen dat je de dood
momenteel gezicht geeft.

Mocht je nog tot praten in staat zijn, zie dan af
van spreekwoordelijke gezegdes. Zing liever
een mopje uit de kindertijd, maar let erop
dat de woorden zonder context blijven. Houd het
luchtig.
Bij twijfel mompel je, dit combineert ook prima
met respiratie-apparatuur.

Laatkomers dienen voor de gelegenheid meteen
vergeven.
In plaats van nu te opteren voor de dubieuze glimlach,
neem je je sentimentele verantwoordelijkheid waar
door bij het slaken van de laatste adem
de duim omhoog te steken.

Een universele geruststelling in rigor mortis
die het de nabestaanden verwaardigd is te bewaren
achter glas als relikwie van de familie.

In geval van een onverhoopt afscheid onder vreemden
zoals zich dit wel voordoet bij een verkeersongeluk:
lieg de laatste blik als je niet in de positie bent
het hoofd af te wenden.

Voel je je onverwachts avontuurlijk? Lach eens hardop.
Maar kijk uit voor de kakel. Neem een ruim getal
als je voelt dat je moet aftellen, je hoeft niet uit te
komen.

 

 

Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Lees meer...

26-12-12

Little Tree (E. E. Cummings)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 

Viggo Johansen, Gelukkig kerstfeest, 1891

 

 

 

Little Tree

 

little tree
little silent Christmas tree
you are so little
you are more like a flower

who found you in the green forest
and were you very sorry to come away?
see i will comfort you
because you smell so sweetly

i will kiss your cool bark
and hug you safe and tight
just as your mother would,
only don't be afraid

look the spangles
that sleep all the year in a dark box
dreaming of being taken out and allowed to shine,
the balls the chains red and gold the fluffy threads,

put up your little arms
and i'll give them all to you to hold
every finger shall have its ring
and there won't a single place dark or unhappy

then when you're quite dressed

you'll stand in the window for everyone to see
and how they'll stare!
oh but you'll be very proud
and my little sister and i will take hands
and looking up at our beautiful tree
we'll dance and sing
"Noel Noel"



 

E. E. Cummings (14 oktober 1894 - 3 september 1962)

Cambridge, Massachusetts (Cummings werd in Cambridge geboren)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn vorige blog van vandaag.

10:08 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kerstmis, kerstfeest, e. e. cummings, romenu |  Facebook |

David Sedaris, Elizabeth Kostova, Henry Miller, Rainer Malkowski

 

De Amerikaanse schrijver David Sedaris werd geboren in Binghamton, New York, op 26 december 1956. Zie ook alle tags voor David Sedaris op dit blog.

 

Uit:When You Are Engulfed in Flames

 

“Beside our apartment building in New York, there was a narrow gangway, and every evening, just after dark, rats would emerge from it and flock to the trash cans lining the curb. The first time I saw them, I started and screamed, but after that I made it a point to walk on the other side of the street, pausing and squinting to take them all in. It was like moving to Alaska and seeing a congregation of bears - I knew to expect them, but still I could never quite believe my eyes. Every now and then, one of them would get flattened by a cab, and I'd bend over the body, captivated by the foulness of it. Twenty, maybe 30 seconds of reverie, and then the spell would be broken, sometimes by the traffic, but more often by my neighbour Helen, who'd shout at me from her window.

Like the rats that spilt from the gangway, she was exactly the type of creature I'd expected to find living in New York. Arrogant, pushy, proudly, almost fascistically opinionated, she was the person you found yourself quoting at dinner parties, especially if your hosts were on the delicate side and you didn't much care about being invited back. Helen on politics, Helen on sex, Helen on race relations: the response at the table was almost always the same. 'Oh, that's horrible. And where did you know this person from?'

It was Hugh who first met her. This was in New York, on Thompson Street, in the fall of 1991. There was a combination butcher shop and café there, and he mentioned to the owner that he was looking to rent an apartment. While talking, he noticed a woman standing near the door, 70 at least, and no taller than a 10-year-old girl. She wore a sweat-suit, tight through the stomach and hips. It wasn't the pastel-coloured, ladylike kind, but just plain grey, like a boxer's. Her glasses were wing-shaped, and at their centre, just over her nose, was a thick padding of duct tape. Helen, she said her name was. Hugh nodded hello, and as he turned to leave, she pointed to some bags lying at her feet.”

 

 

David Sedaris (Binghamton, 26 december 1956)

Lees meer...

Mani Beckmann, Alejo Carpentier, Hans Brinkmann, Jean Toomer, Willy Corsari

 

De Duitse schrijver Mani Beckmann (pseudoniem Tom Finnek) werd geboren op 26 december 1965 in Alstätte/Westfalen. Zie ook alle tags voor Mani Beckmann op dit blog.

 

Uit: Sodom und Gomera

 

“Um nicht auf der Stelle loszuheulen oder ihm an die Gurgel zu springen, grinste ich unbeholfen und stammelte etwas ähnliches wie: »Ich hatte eh vor, erst mal ein wenig

Urlaub zu machen.«

»Na prima!« Er klopfte mir väterlich auf die Schulter.

»Vielleicht sieht’s ja in drei, vier Wochen wieder etwas besser aus. Und ich werde auf jeden Fall bei den Kollegen von der Lokalen ein gutes Wort für Sie einlegen.« Wieder ein Schulterklopfer, dann ein aufbauendes Wort des Trostes:

»Sie sind doch jung und fl exibel. Ihnen gehört die Zukunft, mein lieber Brandt. Wie ich Sie beneide!« Damit war für Wuttke das Th ema beendet, und er wendete sich wieder dem üppigen Büfett und der ebenso reichlich ausgestatteten Brünetten zu, die an einem Hähnchenschenkel knabberte und bewundernd an seinen Lippen hing.

Und ich war dazu verdonnert worden, in Urlaub zu fahren. Auch wenn dies natürlich nicht der einzige und eigentliche Grund war, warum ich nun an diesem herrlichen Spätsommertag vor dem Gebäude des Flughafens Teneriff a-Süd stand und ausfi ndig zu machen versuchte, wie ich am besten und schnellsten zum Hafen von Los Cristianos gelangte. Schließlich war ich in quasi-detektivischer Mission unterwegs.”

 

Mani Beckmann (Alstätte, 26 december 1965)

Lees meer...

25-12-12

Geburt Christi (Rainer Maria Rilke)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 

 

Gerard David, Drieluik met de geboorte van Christus (middenpaneel), rond 1505 -1515

 

 

 

 

Geburt Christi

 

Hättest du der Einfalt nicht, wie sollte

dir geschehn, was jetzt die Nacht erhellt?

Sieh, der Gott, der über Völkern grollte,

macht sich mild und kommt in dir zur Welt.

 

Hast du dir ihn größer vorgestellt?

 

Was ist Größe? Quer durch alle Maße,

die er durchstreicht, geht sein grades Los.

Selbst ein Stern hat keine solche Straße.

Siehst du, diese Könige sind groß,

 

und sie schleppen dir vor deinen Schooß

 

Schätze, die sie für die größten halten,

und du staunst vielleicht bei dieser Gift -:

aber schau in deines Tuches Falten,

wie er jetzt schon alles übertrifft.

 

Aller Amber, den man weit verschifft,

 

jeder Goldschmuck und das Luftgewürze,

das sich trübend in die Sinne streut:

alles dieses war von rascher Kürze,

und am Ende hat man es bereut.

 

Aber (du wirst sehen): Er erfreut.

 

 

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Rilke werd geboren in Praag (Hier de Praagse burcht)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Quentin Crisp, David Pefko, Tununa Mercado, Sabine Kuegler, Alfred Kerr

 

De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook alle tags voor Quentin Crisp op dit blog.

 

Uit: The Alternative Queen’s Message

 

“Mr. Bush, still president in early 1993, being an elder statesman wanted everything to stay the same, the same as it had been in the Hollywood sunshine of Mr. Reagan’s day. Now Mr. and Mrs. Clinton have entered the White House, and by political standards they are a young couple.
They watched many episodes of Sesame Street, and they wish for change. For one thing, they want to transform America into a welfare state. They want everyone however poor, however foreign, however idle, to be eligible for health care. The trouble with this grand notion is that it will cost money. A lot of it!
Americans believe in money. The dollar is not just a currency, it is a passion. This being so, it is difficult to find out how they lost so much of it, especially as they did not have Mr. Lamont to guide them.
In the early Sixties, when the Kennedy’s reigned from the brittle splendor of their fireproof castle in Camelot, almost every country in the world owed money to the United States. In thirty years, this situation has allowed to become reversed.
Just as the country in general is falling part, so is New York in particular. Viewed from a distance it looms up as a magnificent citadel of steel and glass. The Emerald City come to life. But when you live in it, it turns out to be a wreck. If you take a swift taxi drive down Fifth Avenue, your head hits the roof of the taxi cab several times. If Audrey Hepburn, today, wanted to enjoy breakfast at Tiffany’s, she would not choose to arrive at that Mecca of diamonds by taxi cab.”

 

 

Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)

Richard Louis James als Quentin Crisp in de theatershow “Tea N Crisp” uit 2008

Lees meer...

Karin Amatmoekrim

 

De Surinaams-Nederlandse schrijfster Karin Amatmoekrim werd geboren in Paramaribo op 25 december 1976. Amatmoekrim emigreerde in 1981 vanuit Suriname naar Nederland en groeide op in IJmuiden. Ze doorliep het Gymnasium Felisenum in Velsen Zuid, daarna de studie Moderne Letterkunde (UvA) en studeerde af op de scriptie de Etniciteit in de Surinaamse Literatuur. In 2004 kwam haar debuutroman “Het knipperleven” uit, die door de pers enthousiast werd ontvangen. In 2006 volgde “Wanneer wij samen zijn”, een generatieroman gebaseerd op Amatmoekrims familiegeschiedenis. In 2009 verscheen de roman Titus. Ook publiceerde Amatmoekrim dit jaar korte verhalen in De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland, en verving zij columniste Aaf Brandt Corstius drie weken lang met een dagelijkse column in nrc.next. Op 15 november 2009 kreeg zij als eerste de Black Magic Woman Literatuurprijs uitgereikt voor haar roman Titus.

 

Uit: Wanneer wij samen zijn

 

“Wagiman had haar horen gillen terwijl hij aan het werk was. Toen hij het huis binnen was gerend, was ze al aan het bloeden.
Zittend op de grond naast hun bed, graaide ze in haar doorweekte sarong, in een wanhopige poging het onomkeerbare ongedaan te maken. De vrouwen die later kwamen om haar te verzorgen, vertelden dat het kind dood was en dat ze het moest baren. Het leek hem barbaars om zoiets van een vrouw te verlangen, maar Soemi deed het. Ze liet de weeen komen en perste het kind uit haar lichaam zonder een kreet te slaken. Toen het op haar borst werd gelegd, sloeg ze haar armen om het warme maar toch stille lichaampje en schreeuwde harder dan ze gezwegen had tijdens het baren. Haar moederliefde was verminkt en ze schreeuwde omdat ze de kracht niet vond om te vragen hoe het kon gebeuren en wanneer het kind was gestopt met bewegen en waarom, waarom, waarom het zo moest zijn.

Wagiman was in de kamer, waar zijn machteloosheid hem in een hoek had gedreven. Hij keek zonder iets te zeggen naar zijn Soemi, zonder zijn tranen op zijn handen te voelen vallen. Hij wilde haar sussen en zeggen dat het allemaal weer goed zou komen. Hij zou voor haar liegen, als dat haar pijn zou verzachten. Maar hun verlies stond onbeweeglijk tussen hen in, zijn troost bestond niet voor haar.

Zij kon hem niet uitleggen dat het verdriet zo groot was, dat haar lichaam er pijn van deed. Dat ze zoveel van dit kind hield, dat gestopt was te bestaan voordat het bestond, en dat ze het desondanks kende als al haar andere kinderen, omdat het was ontstaan in haar lichaam. Dat zij het had moeten beschermen omdat het nog te klein was om zonder haar te leven, maar dat zij het zelfs toen het binnenin haar was, niet had kunnen redden. Haar lichaam huilde zo hard dat het vergat hoe het moest ademen en het had weinig gescheeld of Soemi was gestorven aan de ondraaglijke pijn van het verliezen van een kind.”

 

 

 

Karin Amatmoekrim (Paramaribo, 25 december 1976)

08:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: karin amatmoekrim, romenu |  Facebook |