18-05-13

Ernst Wiechert, Omar Khayyam, Franziska zu Reventlow, Bertrand Russell, John Wilson

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Wiechert werd geboren op 18 mei 1887 in Kleinort bij Sensburg in Oostpruisen.(Tegenwoordig Polen). Zie ook alle tags voor Ernst Wiechert op dit blog.

 

Uit: Der Knecht Gottes Andreas Nyland

 

„Und als ich auf die alte Welt zurückblickte, erkannte ich. daß es eine fremde Welt war. Wie Andreas Nyland war ich durch die große Wandlung gegangen, und als der "Mann in der Öde" kehrte ich zu meinem Tagewerk zurück.
Aber jedes Tagewerk ist unerbittlich an die alte Welt gebunden, und sie läßt nicht zu. daß wir das Steuer nach dem Unendlichen drehen. Das Unendliche liegt immer nur im Reich des Geistes, und so entstand der "Knecht Gottes". Dieselbe Lampe leuchtete auf seine Blätter, die den "Totenwolf" beschienen hatte, aber die Achse des Lebens hatte sich schweigend gewendet, und der Haß stand im fallenden Hause.
Mit der Dumpfheit der Idee gebar sich die Dumpfheit des Charakters wie der Handlung, und dieselbe Unerbittlichkeit, die den Verfasser über stürzende Götter ins Abseitige und Einsame getrieben hatte, treibt den Knecht Gottes aus der Welt des Seienden in das Tal. wo Gott ihn begrub. Denn immer noch war mir, selten zum Vorteil, Erkennen gleich Bekennen, nur daß das Kunstwerk in ungeheurer Projektion an den Himmel des Begreifens schleudern muß, was im niedrigen Licht des Lebens eng und bescheiden aus dem Schatten sich hebt.
Unter der letzten Zeile dieses Buches stand "Kein Ende". Noch war die Furcht vor dem "Alles oder Nichts" zu überwinden, noch zögerte die Hand, den letzten Faden von der Spindel laufen zu lassen.
Nach Jahresfrist erst befreite der Mut zum Letzten den Schöpfer wie das Werk.
Gewiß, alles dieses ist schon geschrieben worden. Aber läßt sich nicht alle Kunst im Grunde auf ein paar ewige Dinge und Verhältnisse zurückführen, wie alle erschütternden Klänge von Gottes- und Menschenhand auf sieben Töne? Und ist unser Ringen mit dem Engel Gottes im Morgenrot eine zwecklose und leere Gebärde, weil Jakob mit ihm gerungen hat an der Furt des Jabbok?“

 

 

 

Ernst Wiechert (18 mei 1887 – 24 augustus 1950)

Lees meer...

17-05-13

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

 

Placenta

 

This formless, lobated organ

that is expelled after birth.

Neither mother nor child, neutral,

in the same way the innermost void

within true insomnia

is a completely neutral place.

 

There always exists something

that is between usual states,

neither the one nor the other.

Towards this Between

I feel a wry friendship,

a kinship even.

 

It has the real world’s

large vacant, candid face.

 

 

 

The art room

 

The room itself smelled of chalk

and heavy, dried wood.

Generations had carved in the tables

so that the systems of letters

intersected each other

as in some ancient Sumerian

or why not Babylonian

archaeology.

Forgotten gods with dog’s ears

and stern wooden faces

came of their own accord out of the graining.

On the paper, though, only the strict

figures and angles of the linear drawing that were

so sharp that you could cut yourself on them.

 

And this was meant to be the place where art dwelt.

 

 

 

Vertaald door John Irons

 

 

 

 

Fichte an der Petroleumlampe

 

Als das weiche Dunkel des Augusts

sich plötzlich verdichtete

war es, als habe der See da unten

einen kürzeren Wellenschlag, eine andere Atmung

unbekannte Tiere schauten vielleicht aus

ihren Höhlen am Uferrand.

Und die Petroleumlampe wurde angezündet.

Sie sah aus wie ein kleiner Leuchtturm

mit verschiedenen Absätzen aus Glas und Porzellan

und der starke Strom von erhitzter Luft

durfte nicht in die Gardine geraten.

Da hieß es aufpassen,

die Lampe nicht unter die Gardine stellen.

Sie erzeugte, genau genommen, große Hitze

(der Unterschied war im Raum deutlich zu spüren)

und wenig Licht. Und um diese Lampe flog

ein wütendes kleines metallblaues Insekt.

Der Philosoph Fichte war irgendwie

dem dicken braunen Buch

auf dem Tisch entschlüpft,

in dem er allem Anschein nach wohnte.

Kreiste, bis ihn die Flamme verschlang.

Aber da war der Abend zu Ende.

 

 

 

Vertaald door Verena Reichelaus

 

 

 

 

Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

Lees meer...

16-05-13

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Adrienne Rich overleed op 27 maart van dit jaar op 82-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

 

Translations
December 25, 1972

 

You show me the poems ofsome woman
my age, or younger
translated from your language

 

Certain words occur: enemy, oven, sorrow
enough to let me know
she's a woman of my time

 

Obsessed

 

with Love, our subject:
we've trained it like ivy to our walls
baked it like bread in our ovens
worn it like lead on our ankles
watched it through binoculars as if
it were a helicopter
bringing food to our famine
or the satellite
of a hostile power

 

I begin to see that woman
doing things: stirring rice
ironing a skirt
typing a manuscript till dawn

 

trying to make a call
from a phonebooth

 

The phone rings endlessly
in a man's bedroom
she hears him telling someone else
Never mind. She'll get tired.
hears him telling her story to her sister

 

who becomes her enemy
and will in her own way
light her own way to sorrow

 

ignorant of the fact this way of grief
is shared, unnecessary
and political



 

 

De tijgers van tante Jennifer

 

De tijgers van tante pareren over een gaas

Bewoners van een groene wereld, helder topaas,

Ze vrezen de mannen niet onder de boom

Ze stappen vol zekerheid, trots en loom

 

De vingers van tante frutselen met wol en draad

En ivoren naald die stroef door het borduursel gaat

De trouwring van oom is het massief gewicht

Dat zwaar op tante Jennifer’s handen ligt.

 

Bij haar dood ligt haar hand vol schrik geklemd

In die ring, die beproeving die haar heeft getemd

De tijgers op het doek dat tante heeft gemaakt

Stappen fier verder: trots, onaangeraakt.

 

 

Vertaald door Maaike Meijer

 

 

 


Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Lees meer...

15-05-13

Arthur Schnitzler, Albert Verwey, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Edwin Muir

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

 

Ik zie de mens, maar ik begrijp hem niet

 

Ik zie de mens, maar ik begrijp hem niet: –
Hij eet van 't leven al wat lekker smaakt,
En proeft van ál zijn passies: zijn mond raakt
Iedere vrucht, die iedre hand hem biedt.

Hij zoekt in dronkenschap een droom, die vliedt,
In 't leven, – tot hij, moede en koud, ontwaakt,
Naakt en gebroken: op zijn lippen smaakt
Des levens droesem bitter als verdriet.

En dan noemt hij de wijn, die vreugde geeft –
Zijn passie – zonde, en nuchterzijn zijn deugd,
Daar hij zich dwaas dronk in een mooie droom,

En in het leven schijn zocht, die niet leeft.
Hij vleit zich met de erinn'ring zijner vreugd,
Maar durft geen appel proeven zonder schroom.

 

 

 

De handdruk

 

Er is zoveel waar 't wonderlijk begeren
Ongaarn naar reikt; want wij zijn zo gemaakt
Dat wij niet enkel wat ons scha doet weren,
Maar onze trots ook wat wil helpen wraakt.

Op andren niet alleen maar op ons eigen
Verhalen wij het leed dat de andre ons deed,
En voeden lust in pijn en wonden krijgen
En noemen de andre en weten zelf ons wreed.

Dan staan we op 't laatst in het heelal, verbijsterd
Dat zoveel schoons als toch moet zijn, niet blijkt:
Wij voelen ons gelijk een boom, geteisterd
Door wind, weer, bliksem, schoon hij niet bezwijkt.

Wij staan alleen: dan sluipt zich in ons voelen,
Dan dringt zich door naar 't aarzelend verstand,
Gemeenschap, zwijgend, vol verstaan bedoelen:
De warme druk van een bevriende hand.

 

 

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

 

3

 

Ik had uw hart mij tot een huis gewijd:
De wierook brandde – de opgeslagen blaân
Der schriften gloorden – de ark zag ’k openstaan –
Ik had mijn wolk rondom mijn huis gespreid.

En zie, in mijn huis zit een wisslaar aan,
Midden in mijn mysteriën, als beidt
Hij mijne komst: – opent de poorten wijd,
Strooit lovers, dat mijn voet moog’ binnengaan!

Wee mij! straks zal mijn levensmoede ziel,
Droef als een vlam, die half omsluierd gloort,
Rijzen naar waar àl bleke zielen zijn.

Om daar te branden met den matten schijn
Van onbegrepen liefde en ’t onverhoord
Bidden te horen van wie na mij kniel’.

 

 

 

 

Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)

Dichters groepsfoto:, circa 1900. Boven:  Alfred Schuler, Stefan George  

Bemeden: Karl Wolfskehl, Ludwig Klages, Albert Verwey

Lees meer...

14-05-13

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

 

Kweeperen in cognac

 

Weemoed van kweeperen in cognac
zomers boudoir achter
lichtschuw inmaakglas
waar ik naar tracht
als naar een haardvuur
in een huis met
geblinde ramen.

 

Stroomafwaarts
in lopende plooien
van mijn huid
is de herfst geboren
als in een zwijgend laken
of in een handpalm
bespannen met opalen vlies
van witte eierschalen.

 

De boomgaard met blaren
wisselt feestelijk van vacht
naast de kweeperelaar
op het vloerkleed gras .

 

 

 

Zwijgen

Zwijgen
is
dieper graven

vlinder die de nacht bevoelt
met vingertoppen duisternis
-ik ben het blauw van Raveel verloren-

vaak heb ik de vroegste morgen
uit je wuivende vleugels geperst
je wieg was me meer
dan een wijngaard stilte
en op je rug
heb ik mezelf vertekend

ik huil om zinloosheid
van opgesteven woorden
om weemoed die de traan
niet kent.

 

 

 

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

13-05-13

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

 

Licht onder de hersenpan

 

Het stapeltje bladeren waar ik me voor had gezet is alweer
tot nul herleid. Nul: niets, problematisch oorsprong van alles.

Zie ik nu ijskoude staaltjes werkelijkheid?

Verklaren oogbewegingen in het donker welke beelden
zich vormen onder de hersenpan? Ik bedoel,
werpen ze er een licht op?

Of juist niet?

Blijf ik gedoemd snappshots te schieten met waar ik
veel kegeltjes heb op mijn netvlies.

Van dit landschap zie ik wat bloesem op een tak
van een - alles bij elkaar genomen -
verbluffende kersenboom.

Van je gezicht zie ik de komma, rechts,
vlak naast je mondhoek.

 

 

 

 

Gedicht/Niet-gedicht deel 2

Bij Rainer Maria Rilkes 'Lied vom Meer'

Oeroud waaien van meer, zeewind bij nacht
Jou ontgaat geen die wacht of zien zal hoe
Oeroud waaien van meer, zeewind des nachts
Jij zult weerstaan! Oeroud waaien van meer
Jou ontgaat wachten niet, noch verwijzen
Verstenigd weze van ruimte rijzen
Jij zult weerstaan! Aldoor waaien van meer
Zo gevoel je varen, diep in maanschijn
Verstrengeld wezen van ruimte rijze
Zo gevoel je varen, in maanschijn diep

 

 

 

Tijger

 

In een wereld

van goud,

 

dit askleurige

vloeiend

water,

 

daarvan

drinken,

 

(natuurlijk!)

 

een tijger.

 

 

 

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

Lees meer...

12-05-13

P. C. Boutens, Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Eva Demski

 

Bij Moederdag

 

 

 

Mother and Child Reading door Frederick Warren Freer, 1896

Montgomery Museum of Fine Arts

 

 

 

Kind der aarde

 

Nu kom ik elke nacht, Moeder, slapen bij u thuis:
Geen afstand in de avond scheidt mij van uw liefdelichte huis.

 

Voorgoed uit al Gods sterren ken ik de eigen moeder mijn:
Daar is niets in de wijde heemlen als uw ogenschijn.

 

Hoe vindt de schaamte mijner ogen, Moeder, u onveranderd schoon;
Hoe bleef gij trouw en goed, Moeder, voor de ontrouwe zoon!

 

Ik slaap zoals een ongeboren kind zou slapen in uw schoot,
En drink uw koele donkre kracht in nachtelijke dood,

 

En elke nieuwe morgen in het nieuwe licht
Rijs ik op sterker vleuglen, Moeder, weg uit uw gezicht:

 

Als ziel en vogel die zijn moeheid dichtst aan uw hart verslaat,
Die stijgt en zingt het naast bij God met iedren dageraad...

 

Zo laat mij elke nacht, Moeder, slapen bij u thuis:
Mij kan geen afstand scheiden, Moeder, van uw liefdelichte huis!

 

 

 

 

P. C. Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

Lees meer...

Sabine Imhof, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti, Werner Bräunig, Cäsar Flaischlen, Edward Lear

 

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook alle tags voor Sabine Imhof op dit blog.

 

 

idaho

ich mache ein paar fliegen
in der kopiermaschine alle
und nenne den ausdruck
impression eines sommers
in schwarzweiß schwimmt
mein eingemachtes herz
in dosen gegen den stromausfall
deiner haut habe ich tausend
volt in meinen küssen und
lege feuerwerke frei in
deinem keller erinnert sich
ein fenster an mein gesicht.

 

 

 

kleine welt
(für meinen Vater)

 

das kind der umwege
das mit dem gewicht des hauses ging
brach sich in fremden sprachen das genick
tanzte mit halben hunden um den reim
& alles
war eine antwort auf liebe,
verbliebene lücken im raum.

 

 

 

 

Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)

Lees meer...

Nicolaas Anslijn, Diana Raznovich, Andrej Amalrik, Maurice Carême, Massimo Bontempelli

 

De Nederlandse schrijver Nicolaas Anslijn werd op 12 mei 1777 geboren in Leiden. Zie ook alle tags voor Nicolaas Anslijn op dit blog.

 

Uit: De brave Hendrik

 

“Ik ben laatst bij Hendrik aan huis geweest, maar gij moest eens zien, hoe gehoorzaam hij zijnen ouders is.

Als zij hem zeggen, dat hij iets doen moet, dan doet hij het ook terstond.

Hij wacht nooit tot zij het hem tweemaal zeggen.

Hij zegt ook nooit: laat mijn broer of mijne zuster het doen; maar hij is altijd blijde, als hij iets voor zijne lieve ouders doen kan.

Als zij hem iets verbieden, dan laat hij het ook dadelijk.

Hij vraagt nooit: waarom moet ik dat laten?

Hij ziet ook nooit knorrig, als zijne ouders hem iets verbieden.

Ik prees Hendrik om zijne gehoorzaamheid, maar hij wilde niets daarvan hooren.

Wat denkt gij, dat hij mij antwoordde?

Mijne ouders weten zeer wel, waarom zij mij iets gebieden of verbieden.

Zij weten wel, wat mij nuttig of schadelijk is.

Foei! zou ik ongehoorzaam wezen? Zou ik mijne ouders bedroeven?

Toen ik laatst eens ongehoorzaam was, stonden mijne moeder de tranen in de oogen; maar ik zal wel zorg dragen, dat het niet weder gebeurt.

Ik antwoordde niets: maar ik nam het besluit om in het vervolg ook zoo gehoorzaam te zijn als Hendrik.”

 

 

 

Nicolaas Anslijn (12 mei 1777 — 18 september 1838)

Lees meer...

11-05-13

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela

 

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

 

De lucht was als een perzik

 

De lucht was als een perzik,
de maan een diamant,
zwellende lentenevels
bloeiden aan alle kant.

Over de donzen heuvels
lokte een ver verschiet;
wij wilden zwervend worden,
zwervend en anders niet.

De voeten gingen samen,
de hand lag in de hand,
de harten opgedragen;
aarde, waar is uw band?

In dreven en valleien
geklommen en gedaald
in schaduwen geloken
in open licht bestraald

En onze zielen togen
naar nieuwe zaligheid
in het voorbij voorbije
wankelend ingeleid

Waar lillend lichtaanbreken
en ochtendhelderte is
met parelende vreugde
en met ontsteltenis...

 

 

 

 

De dauw hangt parelen

 

De dauw hangt parelen aan takken en aan blaren
in kettingen en snoeren;
de kusmond van de wind, als hij ze aan wil roeren,
doet ze ontstellen, sidderen zonder bedaren
en stort ze allen neer, de wankelbaren.

 

 

 

 

God heeft een huis gebouwd en dak

 

God heeft een huis gebouwd en dak
en zoldering bespannen strak
met kommer, druk en droefenis,
weedom er de bevloering is
en alle wanden zijn bekleed
met zorgen en met harteleed
en in betreuren ingehuld;
Hij heeft de goeden er in weggeloken
en toegesproken:
de sleutel van uw deur is het geduld.

 

 

 

 

J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

Leopold op reis met leerlingen, 1890

Lees meer...

Rachel Billington, Rose Ausländer, Carl Hauptmann, Ethel Lilian Voynich, Latīf Nāzemī, Leopoldo de Luis

 

De Britse schrijfster Rachel Billington werd geboren op 11 mei 1942 in Londen. Zie ook mijn blog van 11 mei 2009.

 

Uit: Emma & Knightley

 

“Emma Knightley, handsome, clever and rich, with a husband whose affection for her was only equalled by her affection for him, had passed upward of a year of marriage in what may be described as perfect happiness; certainly this is how she described it to herself as she sat at her writing desk from which she had an excellent view of her father, Mr Woodhouse, taking a turn round the shrubbery on the arm of her beloved Mr Knightley.
Emma smiled as she watched them, smiled and repressed a sigh as she saw the tender way in which Mr Knightley – she would never bring herself to call him George – put his upright, manly self between the cool autumnal breeze and the frail figure of her father. Since she, herself, usually performed this daily office for her father – Mr Knightley often being occu¬pied in the mornings when her father felt the air most conducive to good health – seldom did she have the opportunity of seeing her parent as he appeared at a distance to the objective eye.
His walking was tentative, it could not be denied, but then he had never been quick, or never since she could remember him. It was possible – Emma considered the idea from the heights of her still new stature as a wife – that his sense of himself as an invalid had stemmed from the early death of Mrs Woodhouse, causing him to distrust health. If that were the cause – and, by his affectionate accounts of his wife, she had possessed all the vivacity, intellectual vigour and good health that any woman could wish for – then it was understandable that her adoring husband's tempera¬ment should receive a severe shock at her unexpected death; that he would never be the same, but always fearful, not just for himself, but for his daughters (Emma had an elder sister, Isabella), their husbands, Isabella's five children (soon to be six), his friends, acquaintances and, in short, the whole world, small as it was, that he inhabited.”

 

 

 

Rachel Billington (Londen, 11 mei 1942)

Lees meer...

10-05-13

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Roberto Cotroneo, Petra Hammesfahr,

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

 

Dichterschap

Is dit genoeg; een stuk of wat gedichten,
voor de rechtvaardiging van een bestaaan
In ‘t slecht vervullen van onnoozle plichten
Om den te karigen broode allengs verdaan?

En hierom zijn der op een doel gerichten
bevredigende dagen mij ontgaan;
Hierom blijft mij slechts zelf en lot betichten
in ‘t zicht van ‘t eind der onherkeerbre baan.

van al de dingen die ‘k droomen zocht
Erger: van alle, die ik wel vermocht,
Is, nu hun tijd voorbij is, niets geworden

En ik kan zelfs niet, als mijn onbevreesd
erkennen mij verwijst naar de verdorden,
Aanvoeren: maar mijn bloei is schoon geweest.

 

 

 

Het kerkhof aan het meer

 

Een klein rond perk, met weinge witte stenen;
Hier zijgt de tijd, een vege zwaan,terneer.
Erachter dampt,door grijze zon beschenen,
Een gelukzalig lentemeer.

Daar rusten,na het enkelvuldig leven
Van eeuwoud werk in weide en stal en schuit,
De eertijds ontslapenen in deze dreven
Van hun gelijke daden uit.

En als de voorjaarswind de lege kruinen
Doet beven van de' onheuchelijken nood
Tot bloeien boven woekerende puinen,
Suizelt de onsterfelijke dood.

 

 

Voorjaar

 

De zon brak door de barre voorjaarslucht.
Plotseling kantelde er een vogelvlucht.
Op de aarde smolt de dungezaaide sneeuw.
Hart, gij zijt vrij; gij waart om niets beducht.

 


J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

Lees meer...

09-05-13

Jacques Perk, Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Leopold Andrian

 

Bij Hemelvaartsdag

 

 

 

The Ascension door Benjamin West, 1801

 

 

 

Hemelvaart

Est deus in nobis

 

De ronde ruimte blauwt in zonnegloed

En wijkt ver in de verte en hoog naar boven:

Mijn ziel wiekt als een leeuwriklied naar boven

Tot boven ‘t licht haar lichter licht gemoet.

 

”Zij baadt zich in den lauwen aethervloed,

En hoort met hosiannaas ‘t leven loven;

Het floers is wèg van de eeuwigheid geschoven

En goddlijk leven gloeit in mijn gemoed.

 

De hemel is mijn hart en met den voet

Druk ik loodzwaar den schemel mijner aard’,

En, nederblikkend, is mijn glimlach zoet.

 

Ik zie daar onverstand en zielevoosheid…

Genoegen lacht… ik lach… en met een vaart

Stoot ik de wereld weg in de eindeloosheid.-

 

 

 

 

JacquesPerk (10 juni 1859 – 1 november 1881)

Lees meer...

08-05-13

Thomas Pynchon, Roddy Doyle, Pat Barker, Gary Snyder, Gertrud Fussenegger

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon werd op 8 mei 1937 geboren in Glen Cove, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Pynchon op dit blog.

 

Uit: Against the Day

 

July Fourth started hot and grew hotter, early light on the peaks descending, occupying, the few clouds bright and shapely and unpromising of rain, nitro beginning to ooze out of dynamite sticks well before the sun had cleared the ridge. Among stockmen and rodeo riders, today was known as "Cowboy's Christmas," but to Webb Traverse it was more like Dynamite's National Holiday, though you found many of the Catholic faith liked to argue that that ought to be the Fourth of December, feast of St Barbara, patron saint of artillerymen, gunsmiths, and by not that big of a stretch, dynamiters too.

Everybody today, drovers and barkeeps, office clerks and hardcases, gentle elderly folks and openmouth reckless youth, would be seized sooner or later by the dynamitic mania prevailing. They would take little fractions of a stick, attach cap and fuse, light them up and throw them at each other, drop it in reservoirs and have all-day fish fries, blast picturesque patterns in the landscape that'd be all but gone next day, put it lit into empty beer barrels to be rolled down mountainsides, and take bets on how close to town before it all blew to bits - a perfect day all round for some of that good Propaganda of the Deed stuff, which would just blend right in with all the other percussion.

Webb staggered up out of his bedroll after one of those nights when he did not so much sleep as become intermittently conscious of time. Already warm-up blasts could be heard up and down the valley. Today's would be a fairly routine job, and Webb was looking forward to a little saloon time at the end of it. Zarzuela was out by the fence waiting, having known Webb long enough to have an idea that whatever the day held in store, it would include explosion, which the colt was used to and even looked forward to.”

 

 

 

Thomas Pynchon (Glen Cove, 8 mei 1937)

Cover 

Lees meer...