07-10-12

Dirkje Kuik, Steven Erikson, Wilhelm Müller

 

De Nederlandse schrijfster en beeldend kunstenares Dirkje Kuik werd geboren in Utrecht op 7 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dirkje Kuik op dit blog.

 

 


Dirkje Kuik: Oude huizen aan de Nieuwe Gracht

 

 

Uit: Huishoudboekje met rozijnen

 

'Wanneer ik 's morgens in mijn huis aan Oude Kamp opsta, een bloes en een rok aanschiet, het haar glad op een pinnetje, een gebloemde hoofddoek om, gebit nog niet in -- wat ga rommelen in de keuken -- o hoe mis ik dan een tuin -- mijn kat te eten geef, dan weet ik waar ik op lijk. Het is een belegen boerenvrouw uit Jutland, die in dat keukentje rondloopt, zij met haar lange gebogen neus, haar grote oren, haar fletse blauwe ogen, zij met het dunne haar op een speldje.'

 

 

Dirkje Kuik (7 oktober 1929 – 18 maart 2008)

Lees meer...

06-10-12

Victor Vroomkoning, Ulrike Ulric, Heinrich Federer, Maria Dąbrowska, Louis Begley

 

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010en eveneens alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

 

 

Overpeinzing

Vanmorgen was ik nog een spelend kind
in een tuin vol beelden, vanmiddag een
jongleur met toverballen op een marktplein,
in de schemering een hemellichaam aan een
trapeze zonder net, maar met de avond viel
ik uit mijn luchtig leven in het vlees terug
van een schouwer, zijn twee handen om mijn
kop gevouwen, overdenkend hoe het kind
dat in mij opstond zoveel nog te denken gaf.

 

 

 

Icoon

 

Ik kwam aan een oase, een vrouw
stond blootsvoets in zichzelf geschaard
lege ogen boven een mond vol krijt
levende afwezigheid. Zij strekte zich

tot in de verten uit, eindeloze
bruid. Lemen voeten kreeg ik, veren
van de vogels die haar omhalsden
ik voelde mij zo wijd als zij.

Zij openbaarde mij een glimp van
heiligheid, mijn afgeleefde kleren
gingen glanzen in het eigeel licht
dat zich uit alle hoeken repte
de barsten in mijn kop en leden
beelden, mijn wonden werden vlees.

 

 


Iets

 

De grot waarin ik ben
maakt me mijn hart bewust
mijn zinnen zijn verlamd de lust
is dood niets wat ik nog ken.

Een zacht geruis bezingt mijn oor
mijn mond is droog mijn ogen blind
geen oorsprong die ik zoek of vinden
moet de duisternis is door en door.

Een klank is het die tot me komt
geen woord geen lettergreep
een toon die niets betekent.

Er komt iets in me om
iets wat ik nooit begreep
licht op nu mij het donker heeft.

 

 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

Lees meer...

05-10-12

Flann O’Brien, Roberto Juarroz, Václav Havel

 

De Ierse schrijver Flann O’Brien werd geboren op 5 oktober 1911 in Strabane, County Tyrone. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Flann O’Brien op dit blog.

 

Uit: At Swim-Two-Birds

 

“HAVING placed in my mouth sufficient bread for three minutes' chewing, I withdrew my powers of sensual perception and retired into the privacy of my mind, my eyes and face assuming a vacant and preoccupied expression. I reflected on the subject of my spare-time literary activities. One beginning and one ending for a book was a thing I did not agree with. A good book may have three openings entirely dissimilar and inter-related only in the prescience of the author, or for that matter one hundred times as many endings.

Examples of three separate openings - the first: The Pooka MacPhellimey, a member of the devil class, sat in his hut in the middle of a firwood meditating on the nature of the numerals and segregating in his mind the odd ones from the even. He was seated at his diptych or ancient two-leaved hinged writing-table with inner sides waxed. His rough long-nailed fingers toyed with a snuff-box of perfect rotundity and through a gap in his teeth he whistled a civil cavatina. He was a courtly man and received honour by reason of the generous treatment he gave his wife, one of the Corrigans of Carlow.

The second opening: There was nothing unusual in the appearance of Mr. John Furriskey but actually he had one distinction that is rarely encountered - he was born at the age of twenty-five and entered the world with a memory but without a personal experience to account for it. His teeth were well-formed but stained by tobacco, with two molars filled and a cavity threatened in the left canine. His knowledge of physics was moderate and extended to Boyle's Law and the Parallelogram of Forces.

The third opening: Finn Mac Cool was a legendary hero of old Ireland. Though not mentally robust, he was a man of superb physique and development. Each of his thighs was as thick as a horse's belly, narrowing to a calf as thick as the belly of a foal. Three fifties of fosterlings could engage with handball against the wideness of his backside, which was large enough to halt the march of men through a mountain-pass.

I hurt a tooth in the corner of my jaw with a lump of the crust I was eating. This recalled me to the perception of my surroundings.

It is a great pity, observed my uncle, that you don't apply yourself more to your studies. The dear knows your father worked hard enough for the money he is laying out on your education. Tell me this, do you ever open a book at all?

I surveyed my uncle in a sullen manner. He speared a portion of cooked rasher against a crust on the prongs of his fork and poised the whole at the opening of his mouth in a token of continued interrogation.

 




Flann O’Brien (5 oktober 1911 – 1 april 1966)

Lees meer...

04-10-12

Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Charles Frazier, Cynthia Mc Leod

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit: Een rij handkarren

 

“Breitner is er vroeg voor opgestaan, zoals hij wel vaker doet wanneer hij in de stad wil fotograferen. Hij houdt van de drukte en beweging in de Amsterdamse straten, maar ook van de ochtendstilte, de lange schaduwen die een nog laagstaande zon werpt, van roerloos water waarin zich de huizen weerspiegelen. Het is ook handig om in alle vroegte te fotograferen: er zijn nog maar weinig mensen op straat, zodat hij zijn stadsgezichten met figuren gemakkelijker kan componeren.

Hij loopt van zijn huis aan de Lauriergracht naar de Wallen en daar zoekt hij zijn weg naar de plek die hij al een tijd in zijn gedachten heeft: een bocht in de Oudezijds Achterburgwal. In de stegen weerklinken zijn voetstappen. Ergens wordt een raam omhoog geschoven. Uit een kelderwoning klinkt kindergekrijs. In een halfdonker café staan de stoelen op de tafels. De bedompte geur van bier en afval mengt zich met de frisse lucht.

Daar gaat Breitner met zijn zwarte bolhoed en zijn camera. Hij is nog geen veertig. Hij ademt. Hij huivert misschien even in de ochtendkilte na te weinig slaap. De ijle schaduwen van bomen, gaslantaarns en brugleuningen glijden over hem heen. Wanneer hij een brug afloopt schuiven zijn voeten in zijn schoenen naar voren, tegen het leer aan.

Nog een steeg, dan is hij ter plaatse en ligt rechts van hem de Oudezijds Achterburgwal. Er zijn toch een paar mensen op de kade. Hij maakt er gebruik van, impulsief als hij is. Hij kiest meteen zijn standpunt, volgt in de zoeker van de camera de bewegingen van zijn figuren en drukt dan af. Uit de camera komt een zacht geluid van werkend mechaniek.

Meer dan honderd jaar later zie je op de foto die bocht in de Oudezijds Achterburgwal. De zon staat nog laag en beschijnt de achtergevels van de huizen aan de Zeedijk. Ruiten blinken. Overal hangt wasgoed buiten de ramen, het heeft daar de hele nacht gehangen, boven de gracht. De houten steunen van lege waslijnen werpen lange, schuinse schaduwen op de gevels. Het is pril licht dat op de oude huizen valt.”

 

Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

Lees meer...

03-10-12

Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

 

Uit: Point to Point Navigation: A Memoir

 

“At first, I thought that the Boners were just that—white skeletons like those jointed cardboard ones displayed at Halloween. Bony figures filled my nightmares until it was explained to me that these Boners were not from slaughterhouses but from poorhouses. My grandfather was against granting them a bonus. A onetime fiery populist from the Mississippi up-country, and a contributor to the only socialist constitution of the fifty states, he had come to the conclusion that “if there was any race other than the human race, I’d go join it.” He was a genuine populist; but he did not like people very much. He always said no to anyone who wanted government aid. On one memorable occasion, the blind senator was denounced to his face by a blind suppliant for federal aid. On the other hand, he believed in justice—due process, anyway—for all, equally.

As the summer grew hotter and the Depression deepened, and Congress debated whether or not to give the veterans a bonus, rumors spread: they had attacked the White House; they had fired on the Capitol; and, most horribly, they were looting the Piggly Wiggly grocery stores. I dreamed of skeletons on the march; of Boris Karloff, too—all bones and linen wrapping.

On June 17, 1932, the Senate met to vote on the Bonus Bill. I drove with my grandfather to the Capitol, sitting beside him. Davis, his black driver and general factotum, was at the wheel. I stared out the open window, looking for Boners. Instead, I saw only shabby-looking men holding up signs and shouting at occasional cars. At the Senate side of the Capitol there was a line of policemen. Before we could pass through the line, Senator Gore was recognized. There were shouts; then a stone came through the open window of the car and landed with a crash on the floor between us. My grandfather’s memorable words were: “Shut the window,” which I did.

Shortly after, the Boners were dispersed by the army, headed by General MacArthur and his aide Major Eisenhower. Guns were fired; there were deaths. The following Sunday, my father and I flew low over what had been the Boners’ encampment at the Anacostia Flats. There were still smoking fires where the shanties had been. The place looked like a garbage dump, which in a sense it had been, a human one.”

 

 

Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

Lees meer...

Peter Terrin

 

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Hij studeerde aan de Universiteit van Gent en won in 2010 de Europese Literatuurprijs met zijn boek “De bewaker”. Terrins eerste bundel verscheen in 1998 en kreeg de naam “De Code” mee. In 2001 volgde zijn eerste roman, “Kras”. Hij werd twee keer genomineerd voor de AKO Literatuurprijs voor zijn roman “Blanco” en voor de verhalenbundel “De Bijeneters”. In 2010 werd zijn boek “De bewaker” ook genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Mede voor zijn laatste roman “Post mortem” is hij genomineerd voor de Halewijnprijs 2012. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

 

Uit: Blanco

“Helena werd begraven de dag na Allerzielen.
Veel mensen die met het stormweer van de voorbije hoogdagen thuis waren gebleven, droegen vandaag hun gele en witte chrysantbollen aan.Viktor voelde zich bekeken; de begrafenis, op het nieuwe deel vlak bij de toegangspoort, leek wel een stunt van het kerkhof: dagvers verdriet, speciaal voor de laatkomers, opdat ook hún jaarlijks bezoekje stemmig plaats kon vinden.
De vier mannen vierden het touw. Ze waren onderlegd in hun vak, de eikenhouten kist zakte plechtig in het volmaakt rechthoekige graf.
Eveline, zijn zus, bracht een zakdoek naar haar gezicht.
Vanuit zijn ooghoek merkteViktor een aarzeling bij de passanten op het middenpad. Af en toe bereikte hem een zweem van vrouwenparfum, sterk en .eurig, waarin kinderen zich jarenlang geborgen en veilig wanen.
De ouders van Helena namen heimelijk elkaars hand vast, terwijl ze onbeweeglijk in het gelid bleven staan, blik op oneindig. Rechts sloot de pastoor zijn ogen en prevelde in zichzelf.Hij hield met beide handen een bijbel voor zijn schaamstreek. Hij had dikke vingers met zwart behaarde kootjes, één ervan stak obsceen in de vergulde bladsnee.Viktor begreep dat dit beeld hem onvermijdelijk tot zijn dood zou bijblijven. Het kwam hem voor dat een mensenleven barst van herinneringen die door omstandigheden worden opgedrongen.
De kist kwam tot rust op de bodem van het graf. De vier mannen ontspanden de rug en stapten nederig achteruit.
Het bleef een tijd stil. Het wachten was op de pastoor.
Zondagse hakken af en aan op het asfalt.
Viktor boog zich voorover. De kuil had loodrechte wanden en was minstens twee meter diep, beslist geen eenvoudige klus. Hij knielde om goed te kunnen kijken. De wereld zou er stukken beter op worden als iedereen met trots en toewijding zijn werk uitvoerde.
Hij voelde de hand van Eveline op zijn schouder. Hij hoorde haar snikken boven zijn hoofd, terwijl hij er maar niet in slaagde zijn blik los te maken van de eenzame kist onder hem.
Wie kon hem verzekeren dat Helena daar lag? Hij had haar drie dagen geleden in het mortuarium gezien, met een gereconstrueerd gezicht, de handen vroom gevouwen, maar niet vandaag, niet in deze kist. Lijken werden nu eenmaal om uiteenlopende doeleinden ontvreemd en verhandeld. Je kon het zo ziek niet bedenken.”

 

 

Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peter terrin, romenu |  Facebook |

02-10-12

Dimitri Verhulst, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius

 

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

 

Uit: Mevrouw Verona daalt de heuvel af

 

Ik zou willen dat je niet wacht als mijn moment daar is.
Je mag me nog even onderstoppen, maar ook niets
meer dan dat.
En als je tijdens dat onderstoppen ook nog
heel lief lacht
zal ik jouw geveinsd geluk jou voor die keer toch
wel vergeven.

Ga niet naast bed de wisselvallige intervallen van mijn
al rotte adem tellen. Houd mijn hand niet vast
die als een want zal worden neergelegd en waarin eens
mijn hand gezeten en naar die van jou gegrepen had.
Luister niet hoe het in mijn bast beestachtig bonkt
en reutelt,
hoe de kanker daar snel nog even aan mijn botten
sleutelt
en kijk niet in mijn ogen die gebroken in hun kassen
zich aanpassen aan het aardedonker
van wat geen nacht zal zijn.

Laat mij achter in die kamer. Alleen.
Want wij twee mogen enkel van het leven zijn.

Wees zo goed deze banaliteit te negeren en ga,
naar beneden, de tuin in.
Hang er jurken aan de wasdraad en ik zal kijken
door het raam hoe zij mij salueren in de wind.
Bak bijvoorbeeld ajuinen, en laat ze enorm bruinen
in de boter, zodat ik ze kan ruiken tot boven
en denken: 'Mijn god, wat kookt zij goed!'

Maar als ik de macht nog in mijn benen heb,
en daar hoop ik op,
zal ik me vastklampen aan de trapleuning
die ik eigenlijk nog eens vernissen moest,
en zeggen: 'Ik ben al naar boven, schat,
tot straks.'

 

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

Lees meer...

01-10-12

70 Jaar Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Khlaid Boudou, Charles Cros, John Hegley

 

De Duitse schrijver en undercoverjournalist.Günter Wallraff werd geboren op 1 oktober 1942 in Burscheid bij Keulen. Vandaag viert hij zijn 70e verjaardag. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Wallraff op mijn blog.

 

Uit: Undercover

 

“Wer belästigt da? Wer will, soll, muss verkaufen? Ich will eintauchen ins Zentrum der heiß laufenden Drähte. Zu diesem Zweck habe ich mich auf eine Anzeige in einer Regionalzeitung gemeldet. Zwei Tage später werde ich in den Köln-Turm einbestellt, wir sind ein Dutzend Bewerber. Ein junger Mann mit federndem Schritt und offenem Jackett begrüßt uns. Wir betreten ein weiß gestyltes, cleanes Großraumbüro. „Frischfleisch“, ruft einer der Altgedienten. Ein flotter Enddreißiger kommt uns entgegen, verbindlich lächelnd stellt er sich als „Teamleiter“ vor, zeigt auf unsere Arbeitsplätze und macht uns auf die Spiegel neben den Flachbildschirmen aufmerksam. Darunter lese ich: „Schau in diesen Spiegel. Was du siehst, ist einmalig.“ – „Ab und an da reinschauen und lächeln“, empfiehlt der Teamleiter, „das hebt die Stimmung. Wir sind hier gut drauf.“

Wenig später beginnen die Vorstellungsgespräche. Zu den Kandidaten gehören: ein Türsteher, eine Werbefachfrau, eine Friseurin und ein Verkaufsprofi, der zuvor in einem anderen Unternehmen Kundenbetreuer war. Der Teamchef prüft, ob wir gewandt oder stockend reden, wie überzeugt und überzeugend wir unsere Biografien und Motive vortragen. Wenige Tage später werden einige von uns unterrichtet, dass sie für einen Tag zur unbezahlten Probearbeit kommen dürfen. Nicht alle dürfen. Ich darf. Außerdem noch der Verkaufsprofi, die Werbefachfrau und zwei Studentinnen.

CallOn zählt mit mehr als 600 Beschäftigten in fünf Niederlassungen und einem Jahresumsatz von 70 Millionen Euro zur Oberklasse der Branche. Firmenchef Eckhard Schulz will, so sagt er der Presse, weitere 700 Stellen schaffen, überdies seien 2000 Heimarbeitsplätze geplant. Das Unternehmen gibt sich erfolgreich – daran haben auch ein lange schwebendes Verfahren wegen Steuerhinterziehung in zweistelliger Millionenhöhe und die vorübergehende Inhaftierung von Eckhard Schulz nichts geändert. Unser Teamleiter stellt klar: CallOn ist ein anständiges Haus.”

 

 

Günter Wallraff (Burscheid, 1 oktober 1942)

Lees meer...

Israël Querido

 

De Nederlandse schrijver Israël Querido werd geboren in Amsterdam op 1 oktober 1872. Querido kwam uit een arm gezin en moest al jong zijn eigen brood verdienen. Dat deed hij onder meer als horlogemaker, violist, diamantbewerker, juwelier en journalist. Als schrijver debuteerde hij in 1893 met een bundel gedichten onder de titel “Verzen”, spoedig gevolgd door “Gedichten” (1894), geschreven onder de indruk van een bezoek aan Parijs. Beide boeken verschenen onder het pseudoniem Theo Reeder. Daarna schreef hij ook kritieken, die deels gebundeld werden. Bekend zijn vooral zijn boeken geworden waarin het Amsterdamse volk wordt getekend. Querido's eerste prozawerk was extreem naturalistisch. Zola was zijn voorbeeld in “Levensgang” (1901). Daarna volgde “Menschenwee” (1903). Zijn eerste grote werk was de vierdelige romancyclus “De Jordaan”.  Hij verwijderde zich geleidelijk van het naturalisme en schreef naar het voorbeeld van Louis Couperus een grote historische romancyclus, hoewel hij eerder diens historische werken zwaar gekritiseerd had. Het betreft zijn driedelige cyclus “De oude waereld, het land van Zarathustra”. Hij was in socialistische kringen populair, mede dankzij zijn column in het dagblad Het Volk, 'Uit het dagboek van Querido'. Hij had al lange tijd last van een zwak hart, maar zijn dood kwam toch nog onverwacht, toen hij 59 jaar oud was.

 

Uit: Levensgang

 

“Een dik-troebele lucht, zwaar drukkend van petroleumstank en benauwden menschadem, dreef door 't zolder-krot, waar de drie ronkende jongens Hols opgeborgen waren, 's nachts. Het was hun slaaphok op de nieuwe woning. Ze waren pas verhuisd bij Hols in dol-drukke haast, van Zandstraat boven, naar den ouden Braak, beneden. Eerst was de schoenmakersrommel van vader Hols overgegaan. Toen, op 'n handkar, rottige meubeltjes, zwaar verbeukte brokstukken, vastgesnoerd in touw en rafels, tusschen overdwarse vaal-rooie en groenig-zwarte banen van uitgebleekt vloerkleed, waar bovenop stukken vuil leer, verrotte werkvoorschooten, beverfde leesten, pannen, emmer-spul en stoel-krukken, los-steunend in elkaar gehaakt met pootensparteling in de lucht krampachtig-verstijfd uitstekend, als gesnoerde kalfsklauwen op slachterskar.

De kleine gereedschapsbak, met koperen schroefjes, scharen, uitgebrande lijmpotten en roestige priem-pennetjes, was plechtig achterna gekomen, met de ordenaal, die stapvoets-slepend gedragen moest worden door Lies, op z'n staakje bollend, langzaampjesaan, door de stilste straten. Toch was Lies nog beloerd geworden door angst-oogen van den schoenmaker, die, vlak-wantrouwend naast 'r, z'n handkar was blijven duwen. De ordenaal met staakje, waarin al dertig jaar lang 't zelfde water broeide, was groot symbool van vader Hols' avond- en nachtwerk. Ze was de kleur-diepe lichtballon, gevuld met sterk water en giftig groen aftreksel van 'n koperen cent, waarachter ie al dertig jaar ploeterde; die trouw-antieke lichtbol, hem, 's avonds, achter z'n werktafel omschijnend, in een kleurzee van groen gedempt licht, z'n strakken werkkop omgoochelend in geheimzinnig diep-gelend lichtgeschommel, in gouïg geschaduw, trillend als een lichtknikker z'n kamer indrijvend. Die bol moest bij elke gebeurtenis het eerst verzorgd worden, - z'n avondzon, z'n oogenlicht voor nachtarbeid. Liesje alleen had 'm moeten dragen.”

 

 

 

Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

17:01 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: israël querido, romenu |  Facebook |

30-09-12

Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Zhang Ailing, Eli Wiesel, Roemi

 

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Zie ook alle tags voor Willem G. van Maanen op dit blog.

 

Uit: De bontjas

 

“Op haar doodsbed nog joeg mijn moeder me angst en schrik aan. Ze lag daar wel mooi met haar handen gevouwen en de ogen dicht, maar ik vertrouwde het niet. Ze kon ieder ogenblik opspringen en me, zoals haar gewoonte was, uitschelden om wat ik haar en de wereld had aangedaan, ook als ik me aan niets anders had schuldig gemaakt dan aan thuiszitten en lezen. Een boek was per definitie smeerlapperij, tenzij ze het zelf las, omdat ze de macht bezat het van alle vuil te zuiveren. Ze wantrouwde alles en iedereen, behalve haar eigen opvattingen en bedoelingen. Slecht en misdadig waren de anderen, maar op haar hadden ze geen vat, ze was onkwetsbaar. Het viel me tegen dat ze het van de dood had verloren, hem, waaks als ze was, de kans had gegeven haar in haar slaap te verrassen. Een hartaanval, volgens de dokter. Met zo'n hart van steen?

Ik boog me over haar heen, mijn angst overwinnend, en legde mijn hand op haar voorhoofd. Zo koud kende ik haar toch niet, mijn vingertoppen bevroren. Ik blies erop, tevergeefs, de kou was in mijn botten gedrongen. Dat de dood zo besmettelijk zou zijn had ik niet voor mogelijk gehouden. Ik overwoog een plek uit te zoeken waar het warmer kon zijn, haar hals bijvoorbeeld, haar oksel voor mijn part, maar ik zag ertegen op het dek te moeten terugslaan. Het bed waarop ze lag, een tweepersoons, alsof de ondernemer met alles rekening hield, was tegelijk degelijk en weelderig opgemaakt. Mijn moeders hoofd rustte op een met kant afgezet kussen, het bovenlaken was wit op wit met bloemslingers geborduurd, een met bladmotieven opengewerkte sprei hing in brede plooien tot op de grond, het enige wat ontbrak was een hemel van satijn. Ik had opgemerkt dat mijn moeder aan weerszijden buren had, weliswaar door een tussenwand van elkaar gescheiden, maar alledrie in een ruimte vertoevend die aan de voorzijde slechts was afgeschermd door een portière van blauw fluweel die geen deur verborg maar verving. Iedere bezoeker kon per ongeluk of, door nieuwsgierigheid gedreven, met opzet een rouwkamer betreden waarin een ander dan de gezochte betreurde lag opgebaard.”

 


Willem G. van Maanen (30 september 1920 - 17 augustus 2012)

Lees meer...

29-09-12

Herinnering aan Hella Haasse

 

Herinnering aan Hella Haasse

 

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse is vandaag precies een jaar gelden overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .

 

Uit: De ingewijden

 

“Tussen akkers en een paar wijngaarden door, kwam hij in het dorp waar hij schoolging, een groep wltgekalkte huizen rondom een plein met een kerk, een kapheneion, een slachthal en een winkel waar levensmiddelen en huisraad werden verkocht. Er was daar ook een halte van de autobus die eenmaal per dag heen en weer reed van Iraklion naar Timbaki aan de baai. 's Zomers, wanneer er in de kerk les gegeven werd, kon Niko door de openstaande deur aankomst en vertrek van de bus omstreeks het middaguur zien. Al geruime tijd van te voren verzamelden zich mensen die mee wilden rijden op het plein, met manden en zakken en bundels. Zodra de rammelende verveloze bus in een stofwolk door de dorpsstraat naderde, stoof alles naar de kant van de weg; uit het kapheneion werd de post aangedragen, passagiers stapten in en uit, zij die boodschappen mee te geven hadden verdrongen zich om de bestuurder. Niko zat tussen de andere kinderen in de kerk, op voor het begin van de lessen her en der in het dorp geleende stoelen, of bij gebrek aan voldoende zitplaatsen, op de grond, in de hoek die voor de school was vrijgemaakt, zo ver mogelijk van het ikonostasion verwijderd. De versierselen aan het hekwerk en de koperen en zilveren lampen aan lange kettingen, blonken in het halfdonker. Mensen, meest vrouwen, liepen in en uit, soms kwam de pappas even binnen door een zijdeur. De kinderen zaten dicht op elkaar, zij die geen tafeltje of bankje voor zich hadden, schreven op hun knieën of legden het papier vóór zich op de grond. Wie een stoel had kunnen bemachtigen keek neer op de geschoren ronde hoofden van de anderen, die op hun beurt uitzicht hadden op blote vuile voeten op de stoelsporten. De onderwijzeres, een verlegen meisje uit Athene, dat in het dorp met gemengde gevoelens werd beschouwd - kon men lesgeven eigenlijk met een gerust hart toevertrouwen aan een vrouw? - hield toezicht, verbeterde fouten, verdeelde de handvol leesboeken die de school bezat, zei urenlang geduldig regel voor regel de gedichten en prozastukken op die de kinderen uit het hoofd moesten leren. Het rook in de kerk naar wierook en takjes basilicum en naar langgedragen kleren”

.

 

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

20:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hella haasse, romenu |  Facebook |

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno, Miguel de Cervantes

 

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Uit: Gemengde gevoelens

 

“Nijmegen, 16-12-'75

Beste Paul,

een aantal opmerkingen over je stuk ‘De twee auteurs van De Toverberg’, voor de prijzende adjektieven aan mijn adres waarin ik je gaarne dank zeg.

‘In 20 jaar lezen’ heb je ‘nog nooit, van niemand, de dringende aansporing gekregen toch vooral dit of dat meesterwerk van Mann te pakken te krijgen.’ Nu, dat ligt dan toch aan ‘the company you keep’: ik persoonlijk had vóór mijn vierentwintigste alle boeken van de grote Thomas gelezen, en mij heeft het daarbij geenszins ontbroken aan stimulans vanuit mijn culturele omgeving. Je vermoeden dat er met de Thomas Mannhausse iets ‘niet pluis’ is, is meer een diskwalificatie van bepaalde leesgewoontes dan van de herdenking in kwestie.

Dat ‘Mann ook allerminst een worstelaar met de taal’ is, ‘maar integendeel haar (al te) virtuoze meester’ is ook al zoiets. Ik weet wel, dat iedere vorm van virtuositeit iemand tegenwoordig kwalijk genomen wordt, dit waarschijnlijk in verband met de alles verziekende gelijkheidsmanie die momenteel allerwegen woekert zoals weleer de tering op de Toverberg, maar om te beginnen is meesterschap geen privilege van de ‘burgerlijke klasse’, wat jij impliciet beweert, en verder had ik, tijdens het vertalen van De Toverberg, nu net de indruk dat de enorme omslachtigheid, het verwoede streven naar volledigheid van uitdrukkingswijze dat Mann betracht, heel goed als een soort, zij het allerminst proletarisch of knullig, ‘worstelen met de taal’ aangemerkt zou kunnen worden: er spreekt namelijk mijns inziens een niet aflatend wantrouwen uit tegen de geldigheid van één formulering, één zegswijze of één beeld op zichzelf. Hiermee houdt ook de techniek van de Leitmotive verband: is deze in eerste instantie wellicht ‘muzikaal’, dient zij dus door middel van de min of meer letterlijke herhaling de identificatie, daar komt zeker bij dat de verwijzingen, herhalingen en Leitmotive elkaar en hun respektieve kontekst legitimeren, zoals de liefde van Hans Castorp voor Prisbislav Hippe zijn liefde voor Clawdia Chauchat legitimeert, en omgekeerd. Wie in deze ‘symfonische’ methodiek enkel en alleen een laatburgerlijk spelletje ziet, en niet de welbeschouwd democratische kunstgreep die het is, en die zich banaliter en onnauwkeurig zou laten omschrijven als ‘waar twee hetzelfde zeggen, is de waarheid in hun midden’, die raad ik persoonlijk aan toch nog eens goed te oefenen, voordat hij weer aan het kritiseren slaat.”

 

 

Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

Heerlen, Geleenstraat, begin jaren vijftig

Lees meer...

28-09-12

Ellis Peters, Ben Greenman, Prosper Mérimée, Thijs Zonneveld

 

De Engelse schrijfster Ellis Peters werd op 29 september 1913 als Edith Pargeter geboren in Horsehay. Zie ook ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Ellis Peters op dit blog.

 

Uit: One Corpse Too Many

 

Cadfael: "All questions find their answers if you wait long enough. Is there something here I can help you to? Or are you just curious to learn about these simple herbs of mine?"
Beringar: "No, I can say that it was no simplicity I came to study. They say that you had a wide range in career before joining the cloister. You must find it unbearably dull with no battle or enemy left to fight"
Cadfael: "Well I'm not finding it at all dull these days. And as for enemies... the Devil finds his way into everywhere, even cloister and Church."

(…)

 

Derek Jacobi als Cadfael



"But the east was also made up of men and women, and you a young crusader. I cannot but wonder," said Beringar dreamily.
"So, wonder! I also wonder about you," said Cadfael mildly ... "A natural conspirator," said Cadfael, thinking aloud; and that he could do so was proof of a strong, if inimical, bond between them. Beringar turned on him a face suddenly lit by a wild smile." One knows another," he said.

(…)


"And I have been commiserating with you," gasped Beringar, wiping tears from his eyes with the back of his hand, like a child, " all this time, while you had this in store for me! What a fool I was, to think I could out-trick you, when I almost had your measure even then."
"Here, drink this down," urged Cadfael, offering the beaker he had filled. "To your own better success- with all opponents but Cadfael!"


 

Ellis Peters (28 september 1913 – 14 oktober 1995)

Lees meer...

Philip Huff

 

De Nederlandse schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Hij studeerde filosofie en geschiedenis in Amsterdam. Tijdens zijn studententijd reed hij Martin Bril rond door het land. Huff debuteerde in 2008 met een kort verhaal in het literaire tijdschrift De Gids.In 2009 publiceerde hij korte verhalen in Passionate Magazine, Hollands Maandblad en Hollands Diep, in dat laatste blad in een korte verhalenspecial met Sanneke van Hassel en Arnon Grunberg. In 2009 verscheen ook zijn debuutroman “Dagen van Gras”, over een achttienjarige jongen die met moeite herstelt van een psychose, bij uitgeverij De Bezige Bij. Het boek werd in 2011 verfilmd door Tomas Kaan voor de serie One Night Stand. Begin 2012 verscheen Huffs tweede roman, “Niemand in de stad”, over een vriendschap tussen drie leden van het studentencorps. Voor “Niemand in de stad” kreeg Huff de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2013. Sinds 2012 schrijft hij een wekelijkse column in Het Parool.

 

Uit: Dagen van Gras

 

“Ik heet Ben. Ik ben geboren op een dinsdagmorgen in het Sophia Ziekenhuis in Zwolle, deze zomer achttien jaar geleden. Ik woog zeven pond en was achtenveertig centimeter lang. Het Sophia Ziekenhuis bestaat nu niet meer: het is afgebroken. Net als mijn lagere school, die is ook gesloopt. En van mijn eerste middelbare school hebben ze een appartementencomplex gemaakt: alleen de gevel is blijven staan. Als ik mensen zou willen wijzen waar ik naar school ben geweest, heb ik foto’s nodig. Maar die heb ik niet. Die heeft niemand. Ik bedoel: van je beste vrienden uit je schooltijd een foto bewaren, dat begrijp ik wel. Maar wie heeft er foto’s van de school zelf. Ik kwam niet alleen uit de buik van mijn moeder, die dinsdagmorgen. Ik had een tweelingbroer die David heette. Maar David overleed drie dagen na zijn geboorte. Hij is nooit het ziekenhuis uit geweest. Van Davids leven bestaat geen enkel gebouw meer. Geen enkele foto.”

(…)

 

De weken na mijn slechte paddotrip, de weken voor de zomervakantie dus, waren anders dan de weken daarvoor. Ik kon het gevoel dat die trip met zich had meegebracht maar niet van me afzetten. Het was in mijn bloedbaan gekropen; het suisde in mijn oren als ik in bed lag en klopte in de toppen van mijn vingers als ik gitaar speelde. En als ik mijn ogen sloot, of de wind door de bomen waaide, dan zag ik dat monster weer voor me. Dus hield ik mijn ogen ’s avonds in bed net zolang open tot ze van vermoeidheid begonnen te branden en ik in één keer in slaap viel als ik ze dichtdeed. Overdag, op school, zag ik soms opeens een voorwerp van vorm of kleur veranderen: dan was et niet duidelijk of de gordijnen nu rood waren of oranje, en of ze stil hingen of niet. Andere keren zag ik opeens allerlei bewegende patronen op een kale, witte muur.”

 

 

 

Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

18:47 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: philip huff, romenu |  Facebook |