06-11-16

K. Schippers, Nelleke Noordervliet, Michael Cunningham, Robert Musil, Bea Vianen, Bert Vanheste

 

De Nederlandse dichter, schrijver, essayist en kunstcriticus K. Schippers, pseudoniem van Gerard Stigter, werd geboren in Amsterdam op 6 november 1936. Zie ook alle tags voor K. Schippers op dit blog.

 

Als je op een vluchtheuvel

Als je op een vluchtheuvel
naar een tram loopt
en je hoort achter je
haastige voetstappen
hoe groot is dan de kans
dat je binnen een seconde
door een vage kennis
op de schouder
wordt getikt?

 

 

Verse or worse?

Als uw poëziecriticus John Bayley
schrijft over jonge personen die opkomen
en schitteren als meteoren

in de academische wereld, is hij zelf
aan het imploderen en wordt een
gapend zwart gat. Ingezonden

brief van mrs. Val Hennessey, Lyme Regis.
Wat bedoelt Bayley als hij dichters
prijst die weigeren poëzie

te laten klinken als zichzelf? Hoe moet
poëzie dan klinken? Luid geknal? Heavy
metal rock? Druppelende kranen?

 

 

Snelheid

Als ik het woord
brood lees
hoe snel ga ik
dan van de
eerste naar
de tweede o?

En als ik het schrijf?

 

 
K. Schippers (Amsterdam, 6 november 1936)

Lees meer...

Bodenski, Johannes Petrus Hasebroek, James Jones, Galaktion Tabidze, Jonas Lie, Johannes Jörgensen

 

De Duitse dichter, componist en musicus Bodenski (eig. Michael Boden) werd geboren op 6 november 1965 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Bodenski op dit blog en ook mijn blog van 6 november 2010

 

Traum Vom Tod

Ich hab heut Nacht vom Tod geträumt
Er stand auf allen Wegen
Er winkte und er rief nach mir so laut
Er sprach mein Leben sei verwirkt
Ich sollt mich zu ihm legen
Ein frühes Grab sei längst für mich gebaut

Ich floh soweit das Land mich trug
Soweit die Vögel fliegen
Doch mir zur Seite spürte ich den Tod
Sein Schatten folgte meiner Spur
Ich sah ihn bei mir liegen
Und seine Hände waren blutig rot

Da wußte ich es weht der Wind
Und Regen fällt hernieder
Auch wenn schon längst kein Hahn mehr nach mir kräht
Weil ich schon längst vergessen bin
Singt man mir keine Lieder
Nur Unkraut grünt und blüht auf jedem Feld

Ich hab heut Nacht vom Tod geträumt
Es gibt kein ewig Leben
Für Mensch und Tier und Halm und Strauch und Baum


... das war mein Traum

 

 
Bodenski (Potsdam, 6 november 1965)

Lees meer...

Colson Whitehead

 

De Amerikaanse schrijver Colson Whitehead werd geboren op 6 november 1969 en groeide op in Manhattan. Hij bezocht de Trinity school in Manhattan en studeerde af aan Harvard University in 1991. Na het verlaten van de universiteit, schreef Whitehead voor The Village Voice. Tijdens het werken voor de Voice begon hij met het schrijven van zijn eerste romans. Whitehead heeft sindsdien zeven boeken gepubliceerd: zes romans en een meditatie over het leven in Manhattan in de stijl van E.B. White's beroemde essay “Here Is New York”. Hij debuteerde in 1999 met “The Intuitionist”. Deze roman werd gevolgd door “John Henry Days”(2001), “The Colossus of New York” (2003) “Apex Hides the Hurt” (2006), “Sag Harbor” (2009), “Zone One, a New York Times Bestseller” (2011) en “The Underground Railroad” (2016) die hem de National Book Award for Fiction opleverde. Esquire Magazine noemde “The Intuitionist” het beste romandebuut van het jaar, en GQ noemde het boek een van de "romans van het millennium." Whiteheads non-fictie, essays en recensies zijn verschenen in talrijke publicaties, waaronder The New York Times, The New Yorker, Granta, en Harper's. Whitehead doceerde aan Princeton University, New York University, de University of Houston, Columbia University, Brooklyn College, Hunter College, Wesleyan University, en hij was writer-in-residence aan Vassar College, de Universiteit van Richmond en de Universiteit van Wyoming. In het voorjaar van 2015 begon hij in The New York Times Magazine een column over taal te schrijven. “The Underground Railroad” werd geselecteerd door Oprah's Book Club 2.0 en werd ook door president Barack Obama gekozen als een van de vijf boeken op zijn lijst voor zijn zomervakantie.

Uit: Zone One

“He always wanted to live in New York. His Uncle Lloyd lived downtown on Lafayette, and in the long stretches between visits he daydreamed about living in his apartment. When his mother and father dragged him to the city for that season's agreed-upon exhibit or good-for-you Broadway smash, they usually dropped in on Uncle Lloyd for a quick hello. These afternoons were preserved in a series of photographs taken by strangers. His parents were holdouts in an age of digital multiplicity, raking the soil in lonesome areas of resistance: a coffee machine that didn't tell time, dictionaries made out of paper, a camera that only took pictures. The family camera did not transmit their coordinates to an orbiting satellite. It did not allow them to book airfare to beach resorts with close access to rain forests via courtesy shuttle. There was no prospect of video, high-def or otherwise. The camera was so backward that every lurching specimen his father enlisted from the passersby was able to operate it sans hassle, no matter the depth of cow-eyed vacancy in their tourist faces or local wretchedness inverting their spines. His family posed on the museum steps or beneath the brilliant marquee with the poster screaming over their left shoulders, always the same composition. The boy stood in the middle, his parents' hands dead on his shoulders, year after year. He didn't smile in every picture, only that percentage culled for the photo album. Then it was in the cab to his uncle's and up the elevator once the doorman screened them. Uncle Lloyd dangled in the doorframe and greeted them with a louche "Welcome to my little bungalow."
As his parents were introduced to Uncle Lloyd's latest girlfriend, the boy was down the hall, giddy and squeaking on the leather of the cappuccino sectional and marveling over the latest permutations in home entertainment. He searched for the fresh arrival first thing. This visit it was the wireless speakers haunting the corners like spindly wraiths, the next he was on his knees before a squat blinking box that served as some species of multimedia brainstem. He dragged a finger down their dark surfaces and then huffed on them and wiped the marks with his polo shirt. The televisions were the newest, the biggest, levitating in space and pulsing with a host of extravagant functions diagrammed in the unopened owner's manuals. His uncle got every channel and maintained a mausoleum of remotes in the storage space inside the ottoman. The boy watched TV and loitered by the glass walls, looking out on the city through smoky anti-UV glass, nineteen stories up."

 

 
Colson Whitehead (New York, 6 november 1969)

09:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: colson whitehead, romenu |  Facebook |

05-11-16

Bert Wagendorp, Joyce Maynard, Andreas Stichmann, Maurice Kilwein Guevara, Hanns-Josef Ortheil, Anna Maria van Schurman

 

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

Uit:Ventoux

‘Nee.’
‘Maar daar kom ik wel achter.’
‘Ja.’
‘Ik heb een trainingsschema opgesteld, en jij en ik gaan de komende tijd hard aan de slag. Daarna gaan we naar de Ventoux. Wat zeg je ervan? De diploma-uitreiking is op 11 juni, beetje feesten, vertrekken we 16 juni, woensdag.’ Hij had de hele planning al klaar.
‘Ik ben een slechte klimmer. Ik word al beroerd van het Peeske.’
‘Weet ik,’ zei Joost. ‘De tonus van jouw spieren is ongeschikt voor het hooggebergte. Mijn benen zijn langer en vermoedelijk zijn mijn spieren ook geschikter. Maar met trainen kun je veel compenseren. Bovendien is wielrennen een gevecht tegen jezelf. Zei Gerrie Knetemann laatst.’ Hij klonk als een wielertrainer en hij wist wie Gerrie Knetemann was.
==

De weken daarna gingen we drie keer per week trainen, waarbij Joost aangaf wat de bedoeling was. Hij had het over temporiseren en interval en nadat we voor de eerste keer het Peeske op waren gereden, wist hij hoeveel watt hij had weggetrapt. Hij reed een stuk harder omhoog dan ik. ‘Je bent aan de zware kant,’ zei hij boven. ‘Je moet straks elke kilo 1600 meter omhoog hijsen. Weet je hoeveel energie dat kost? Evenveel als je gebruikt om 1600 kilo één meter omhoog te tillen. Moet je je voorstellen!’
Ik stond te rillen want het was nog niet eens februari en behoorlijk koud.
Hij had uitgerekend dat hij de klim in één uur en 52 minuten zou doen. ‘En ik ben bang dat jij zult uitkomen op rond de twee uur tien.’
Na de derde trainingsrit zei ik tegen mijn moeder dat ik minder ging eten. Ze keek me bezorgd aan. ‘Je moet aan je examens denken, niet alleen maar aan die berg. Je moet goed eten, anders hebben je hersenen straks energietekort.’

 

 
Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)
Scene uit de gelijknamige film uit 2015

Lees meer...

Ella Wheeler Wilcox, Hans Sachs, Ulla Berkéwicz, Mikhail Artsybashev, James Elroy Flecker, Washington Allston

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Ella Wheeler Wilcox werd geboren op 5 november 1850 in Johnstown, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Ella Wheeler Wilcox op dit blog en ook mijn blog van 5 november 2009 en ook mijn blog van 5 november 2010.

 

A Baby In The House

I knew that a baby was hid in that house,
Though I saw no cradle and heard no cry;
But the husband was tip-toeing 'round like a mouse,
And the good wife was humming a soft lullaby;
And there was a look on the face of the mother,
That I knew could mean only one thing, and no other.

The mother, I said to myself, for I knew
That the woman before me was certainly that;
And there lay in a corner a tiny cloth shoe,
And I saw on a stand such a wee little hat;
And the beard of the husband said, plain as could be,
'Two fat chubby hands have been tugging at me.'

And he took from his pocket a gay picture-book,
And a dog that could bark, if you pulled on a string;
And the wife laid them up with such a pleased look;
And I said to myself, 'There is no other thing
But a babe that could bring about all this, and so
That one thing is in hiding somewhere, I know.'

I stayed but a moment, and saw nothing more,
And heard not a sound, yet I know I was right;
What else could the shoe mean that lay on the floor,
The book and the toy, and the faces so bright;
And what made the husband as still as a mouse?
I am sure, very sure, there's a babe in that house.

 

 
Ella Wheeler Wilcox (5 november 1850 – 30 oktober 1919)

Lees meer...

04-11-16

Judith Herzberg, Willem van Toorn, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, Klabund, Charles Frazier

 

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Oude vrouw

De fantasieën die ik vroeger als ik ziek was had!
Filosofie, polyandrie, Andalusië,
wat al niet, en nu? Ik zou de bladeren
weer aan de takken willen hangen.
Tweemaal daags wankel ik door de gang.

 

 

Navy Blue

Kom laat mij je kietelen, befietelen,
vergiechelen, het is geen oorlog meer.
Ook is het haast geen winter meer,
geen winterweer geen onderweer
No underwear wanted.

Kom laat mij je bepoedelen verloederen
bemoederen, ik heb je geld geteld
Change, Cambio, en je bent welgesteld.
Ik heb mijn zaken op wèl gesteld,
niet voor niets, niets voor niets.

Kom laat ik je bespelen, bestelen
bestrelen, terecht of onterecht
zijn wij terecht gekomen. Te recht
of te krom, wie geeft er om? Echt
is but real in reality.

Doe wel en zie niet om.

 

 

JIDDISH

Mijn vader zong de liedjes
die zijn moeder vroeger zong
later voor mij, die ze half verstond.

Ik zing dezelfde woorden weer
heimwee fladdert in mijn keel
heimwee naar wat ik heb.

Zing voor mijn kinderen
wat ik zelf niet versta
zodat zij later, later?

Voor de rozen verwelkt zijn
drinken wij al het bloemenwater.

Verdrietige intieme taal
het spijt me dat je in dit hoofd
verschrompelde.
Het heeft je niet meer nodig
maar het mist je wel.

 

 
Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

Lees meer...

03-11-16

Joe Queenan, Oodgeroo Noonuccal, Jan Boerstoel, André Malraux, Ann Scott, Dieter Wellershoff, Hanns Heinz Ewers, William Cullen Bryant

 

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 in Philadelphia, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

Uit: Balsamic Dreams: A Short but Self-Important History of the Baby Boomer Generation

“In the end, Baby Boomers didn't deliver on any of their promises. Instead, they were a case study in false advertising. They professed to go with the flow, but it was actually the cash flow, and they most certainly did not teach their children well, as they were too busy videotaping them. Instead, they took a dive. They retreated into the deepest recesses of their surprisingly tiny inner lives. They became fakes, hypocrites, cop-outs and, in many cases, out-and-out dorks. And the worst thing was: Most of them didn't realize it.
Certainly not Mr. Dog Guy. One day last summer I was sitting on the veranda of my elegant, well-appointed house overlooking the Hudson River when a Jeep Grand Cherokee drifted past with a twee Alaskan malamute trotting about twenty yards behind. As the Jeep inched up the street at about five miles an hour, the dog meekly scurried along in its wake, occasionally soiling people's lawns. The dog and the vehicle soon disappeared around a bend in the road, but five minutes later they were back for the return leg of their little jaunt. When the dog attempted to do his business on my wife's beloved flower bed, I made it my business to scare him away with a stick. The dog clambered off and that was that.
Over the course of the next three weeks, I observed the Jeep and the dog making their rounds early in the morning and late in the evening. The driver, about forty-five, was not from the neighborhood. Neither was the dog. The dog usually had the good sense to stay away from my lawn, but he invariably managed to take a dump somewhereelse. The two quickly became a kind of local legend. Everyone felt sorry for a pet unlucky enough to have an owner who was too lazy to get out of his car and actually walk the poor mutt. Everyone wondered what kind of a creep would own a beautiful dog like that and not only refuse to walk it, but refuse to clean up after it, and who would then compound that offense by driving to someone else's neighborhood and encouraging his dog to defecate all over strangers' properties. My neighbors proclaimed him a creep, a lowlife, a swine, not to mention a very thoughtless and insensitive human being."

 

 
Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

Lees meer...

02-11-16

Dolce far niente, Georg Heym, Charlotte Mutsaers, Désanne van Brederode, E. du Perron

 

Bij Allerzielen

 

 
Allerseelen auf einem rheinischen Friedhof door Alfred Böhm, 1873

 

 

Allerseelen

Wie der Wind an eurem Kleide reißt
Daß er die roten Blätter entführ.
Wie ihr frierend duldet die Ungebühr.
Kahl seid ihr bald, und bald verwaist.

Ein Lichtlein in euer Laub sich schmiegt.
Eins erst. Bald sind es ihrer viel.
Flackert hin, flackert her. Der Winde Spiel,
Wie der Sterbenden geifernder Atem fliegt.

O du Toter, nun grüßen sie dich
Zum letzten Mal. Bald hinab
Mußt du nun wieder in Winters Grab.
Warte noch, bleib, bis der Tag verwich.

Streife du noch in Novemberluft.
Wenn Schnee erst fällt, deckt er zu
Deinen Schlaf zu bitterer Winterrute.
Winters Stürme gehen dann über die Gruft.

Hinter den Bäumen steht ihr.
Ihr wärmt eure Hände.
Rot fällt der Schein auf die weiße Lende.
Bald gehn wir nun. Und einsam bleibt ihr.

Warum lächelt ihr? Euer Lächeln gleicht
Einem Rätsel voll Bosheit und Dunkelheit,
Wie wenn am Mittag in trüber Zeit
Der Wind über Teiche im Moore streicht.

Wie ein Kind an die Ohren sich schlägt,
Den Schall wiederholend, so tönt euer Laut,
Wie das Sausen, wenn dunkel der Abend graut
Und der Wind die zitternden Halme regt.

Ihr, die ihr nun aus Hierseins Schlafe erweckt,
Die ihr nun eins seid mit Busch und Gras,
Die den Tieren ihr gleicht, und dem, der genas
Vom Lebenswahn, in Irrsinns-Stuben versteckt,

Ihr, sagt mir eins, warum schleicht ihr euch her.
Ist es nicht besser, tot sein? Was steigt ihr herauf?
Drängt an die Betten der Schläfer zuhauf,
Mit Gerippen füllend der Träume Meer?

Ach, es muß einsam sein in des Todes Haus.
Wenn die Erde friert bis zum Grunde hart.
Und da kommt ihr nun, hohläugig starrt
Ihr nach uns. Ihr unser, wir euer Graus.

 

 
Georg Heym (30 oktober 1887 - 16 januari 1912)
Hirschberg. Georg Heym werd geboren in Hirschberg

Lees meer...

01-11-16

Dolce far niente, Franz Alfred Muth, Job Degenaar, Rudy Kousbroek, Huub Oosterhuis

 

Dolce far niente – Bij Allerheiligen

 

 
Allerheiligen 1 door Wassily Kandinsky, 1911

 

 

Allerheiligen

Selig, selig sind die Kindlein
Ohne Arg und Falsch, die reinen,
Selig Alle, die noch können
Kindlich jubeln, kindlich weinen,
Selig sind die Kinderherzen,
Ob die Erde auch voll Schmerzen!

Selig, selig alle Herzen
Arm und töricht vor der Erden,
Sie, die lieben Weh und Schmerzen,
Die sich freuen in Beschwerden;
Sel`ge Thorheit vor der Erden,
Ew`ge Weisheit wird dir werden.

Heil`ge Armut, die in Freuden
Alles für den Herrn gegeben,
O was reiche Seligkeiten
Werden dein im andern Leben!
Droben gibt es Edelsteine,
Diese Welt, sie hat ja keine.

Wer verfolgt, gehaßt auf Erden
Um der ew`gen Wahrheit willen,
Selig, selig wird er werden,
Gott wird schon die Tränen stillen.
Wie`s nicht ahnen mag die Erden,
Muß er selig, selig werden.

Alles wird der Herr vergelten,
Was wir litten, was wir stritten,
Seinen Duldern, seinen Helden
In des Himmels ew`gen Hütten:
Wie`s nicht ahnen kann die Erden,
Werden alle selig werden.

Und auch du mußt selig werden,
Ob im Kampfe, ob im Dulden;
Auf das Herz von dieser Erden,
Auf aus deiner Sünden Schulden!
Willst du hoffen, lieben, sehnen,
Selig, selig unter Tränen!



 
Franz Alfred Muth (13 juni 1839 - 3 november 1890)
Hadamar met slot. Franz Alfred Muth werd geboren in Hadamar.

Lees meer...

31-10-16

Dolce far niente, Henry Longfellow, Joseph Boyden, John Kea

 

Dolce far niente - Bij Halloween

 

 
The Haunted House door John Atkinson Grimshaw, 1874

 

 

Haunted Houses

All houses wherein men have lived and died
Are haunted houses. Through the open doors
The harmless phantoms on their errands glide,
With feet that make no sound upon the floors.

We meet them at the door-way, on the stair,
Along the passages they come and go,
Impalpable impressions on the air,
A sense of something moving to and fro.

There are more guests at table than the hosts
Invited; the illuminated hall
Is thronged with quiet, inoffensive ghosts,
As silent as the pictures on the wall.

The stranger at my fireside cannot see
The forms I see, nor hear the sounds I hear;
He but perceives what is; while unto me
All that has been is visible and clear.

We have no title-deeds to house or lands;
Owners and occupants of earlier dates
From graves forgotten stretch their dusty hands,
And hold in mortmain still their old estates.

The spirit-world around this world of sense
Floats like an atmosphere, and everywhere
Wafts through these earthly mists and vapours dense
A vital breath of more ethereal air.

Our little lives are kept in equipoise
By opposite attractions and desires;
The struggle of the instinct that enjoys,
And the more noble instinct that aspires.

These perturbations, this perpetual jar
Of earthly wants and aspirations high,
Come from the influence of an unseen star
An undiscovered planet in our sky.

And as the moon from some dark gate of cloud
Throws o’er the sea a floating bridge of light,
Across whose trembling planks our fancies crowd
Into the realm of mystery and night,—

So from the world of spirits there descends
A bridge of light, connecting it with this,
O’er whose unsteady floor, that sways and bends,
Wander our thoughts above the dark abyss.

 

 
Henry Longfellow (27 februari 1807 - 24 maart 1882)
West End Halloween Parade in Portland, Maine. Lomfellow wird geboren in Portland.

Lees meer...

30-10-16

Dolce far niente, Robert Frost, Jan Van Loy, Ezra Pound, Paul Valéry, Andrew Solomon

 

Dolce far niente

 

 
October door George Inness, 1886

 

October

O hushed October morning mild,
Thy leaves have ripened to the fall;
Tomorrow's wind, if it be wild,
Should waste them all.
The crows above the forest call;
Tomorrow they may form and go.
O hushed October morning mild,
Begin the hours of this day slow.
Make the day seem to us less brief.
Hearts not averse to being beguiled,
Beguile us in the way you know.
Release one leaf at break of day;
At noon release another leaf;
One from our trees, one far away.
Retard the sun with gentle mist;
Enchant the land with amethyst.
Slow, slow!
For the grapes' sake, if the were all,
Whose elaves already are burnt with frost,
Whose clustered fruit must else be lost—
For the grapes' sake along the all.

 

 
Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)
Herfst in het Presidio park, San Francisco. Robert Frost werd geboren in San Francisco.

Lees meer...

29-10-16

Matthias Zschokke, Harald Hartung, Mohsen Emadi, Lee Child, Dominick Dunne, Claire Goll

 

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

Uit: Die Wolken waren groß und weiß und zogen da oben hin

„Gestern, als der Boden noch frisch war und feucht, lebte in Berlin ein Mann, der sich – in der Hoffnung, mit diesem Namen Erfolg zu haben und glücklich zu werden - Roman nannte.
Seine greise Mutter wohnte tausend Kilometer weiter südwestlich und rief ihn mehrmals in der Woche an, an den Wochenenden fast immer, um zu fragen, wann er endlich bei ihr vorbeikomme und Schluss mache mit ihr; sie lebte nicht mehr gern. Er lachte jedes Mal mit einem kurzen, vernehmlichen Prusten und sagte, das sei nicht so einfach, wie sie sich das vorstelle.
Er hatte noch ein altes, eierschalfarbenes Telefon mit einer W'ählscheibe und einem Hörer, der wie ein Knochen aussah und mit einem spiralförmigen schwarzen Kabel am Apparat hing. Auf der Abdeckung der Sprechmuschel klebten vertrocknete Speisereste, die durch den I.uftausstoß bei diesem Prusten jeweils zwischen seinen Zähnen hervorspritzten. Sein vernehmliches Prusten war ihm unangenehm, so dass es ihm jedes Mal auf die Stimme schlug und er sich danach oft noch stundenlang räuspern musste, bevor er einen Satz herausbrachte. Irgendwo hatte er gelesen, räuspern helfe nichts, man müsse kräftig husten, um einen belegten Hals frei zu bekommen. Am Telefon traute er sich jedoch nicht zu husten, weil das im Ohr des Gesprächspartners wie eine kleine Explosion klingen würde.
Das Prusten hatte er sich angewöhnt, nachdem zwei seiner Bekannten eine Bemerkung von ihm – die er am Telefon gemacht hatte und die ohne seinen dazu ironisch lächelnden Gesichtsausdruck offenbar als Beleidigung aufgefasst werden konnte - missverstanden hatten, woraufhin sie den Kontakt zu ihm abbrachen. Auch als er einmal zu seiner Mutter sagte, zurzeit gehe es nicht - seine Pistole, die er zu diesem Zweck einsetzen wolle, sei leider verrostet, er müsse sie erst putzen -, trübte das die Atmosphäre zwischen ihnen.“

 

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

Lees meer...

Zbigniew Herbert, Aleksandr Zinovjev, Georg Engel, Jean Giraudoux, André Chénier, Lodewijk van Oord

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Zbigniew Herbert werd geboren op 29 oktober 1924 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Zbigniew Herbert op ditblog en ook mijn blog van 29 oktober 2009 en ook mijn blog van 29 oktober 2010

 

Meneer Cogito's twee benen

Het linkerbeen is normaal
optimistisch kun je zeggen
aan de korte kant
jongensachtig
glimlachend in de spieren
met een welgevormde kuit

het rechter
miserabel -
mager
met twee littekens
het ene langs de achillespees
het andere ovaal
lichtroze
de smadelijke herinnering aan een vlucht

links
is geneigd tot huppelen
tot dansen
geeft te veel om het leven
om iets te riskeren

rechts
is edelmoedig stijf
spot met elk gevaar

en zo
trekt
op zijn beide benen
links te vergelijken met Sancho Pancha
en rechts
herinnerend aan de dolende ridder

meneer Cogito
de wereld door
licht wankelend

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 
Zbigniew Herbert (29 oktober 1924 – 28 juli 1998)
Cover 

Lees meer...

Andrea Voigt

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Andrea Voigt werd geboren in Rotterdam op 29 oktober 1968. Voigt studeerde Scandinavische Taal- en Letterkunde en Wijsbegeerte. Zij is mede-eigenaar van vertaalbureau Tekst|Support en vertaler van de tijdschriften Wetenschap in Beeld en Historia. In 2004 verscheen haar eerste gedichtenbundel “De tempel van Saturnus”. In 2007 volgde de roman “Augustus in Parijs”. Daarna publiceerde zij nog de dichtbundel “Serveer de makrelen”(2008) en de novelle “Los van de schittering” (2010) Gedichten van Voigt zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften, waaronder Tzum en Lopend Vuur, en op websites, zoals brakkehondblogt. In 2001 won zij de VU Podium Poëzieprijs voor het beste gedicht en in 2010 de Oerkroontjespen voor het beste Nederlandstalige boek volgens OER.

 

Zoekend langs de Maas

Ik zocht het smeedijzer van de stad
in de blauwe klinkers en het zandveld
het verband tussen zangers, patat
en de bibliotheek, driemasters, doctoren

de ritmische pols van moderne cafés
olietankers, de verlaten Euromast
in een glimmend zondagochtendlicht

een gezicht in een plas, maar iets
een reden om hier te zijn
om in deze stad het licht te zien
de uiteengedreven meeuwen jankend op de wind
de flats, de jaren zestig in de sneeuw

de regen raast over de Maas
van binnen vervuild maar verlicht

 

 

De tuin der zintuigen

Hoor je het ruisen van de vroege cyclamen
het klapperen van de vleugels van de vliegen
het vallen van de overrijpe pruimen in het gras
het zingen van de wind?

ruik je de geur van natte hagen in de doolhof
de geur van neergeregend stof
het kruidige basilicum, de selderij
het luie parfum van lavendel?

voel je de champagneblaadjes van de rozen
de stekels in je vingers, de druppels over je rug
voel je de beweging in de lucht
het ruwe hout van de hekken?

proef je in de tuin der zintuigen mijn huid
proef je mijn lippen, mijn handen op je lichaam
het fluweel van vlindervleugels op je tong
de stroeve rode peren en rabarber, de modder, het graniet?

zie je mij, zie je de fontein en het kasteel?
het wildebloemenveld en alles wat er is? zie je
jou en mij, en met je hoofd ver achterover:
de takken van de pruimenbomen tegen de blauwe lucht?

 

 
Andrea Voigt (Rotterdam, 29 oktober 1968)

11:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: andrea voigt, romenu |  Facebook |