Advent, Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle


Bij de Eerste Advent



Robert Campin (1375/1379–1444)

De aartsengel Gabriël verkondigt aan Maria de komst van Jezus





Advent is wachten. Wachten met verlangen
totdat het eindelijk gebeuren gaat
wat werd voorspeld in de profetenzangen;
wachten, tot God het Woord vervult in daad.


Advent is luist'ren. Luist'ren en verlangen
totdat de hemel lichtend opengaat
en je omspoeld wordt door de eng'lenzangen;
luisteren, totdat je hart meezingen gaat.


Advent is komen. Komen met verlangen
naar Bethlehem, waar God vlak voor ons staat
en onze mond vervult met nieuwe zangen
en waar geloof verandert in de daad.


Advent is bidden. Bidden vol verlangen
opdat Gods rijk van vrede komen gaat;
en Hij ons op de nieuwe aarde zal ontvangen
waar ons verlangen in aanbidding overgaat.




Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)

Lees meer...


Tahar Ben Jelloun, Daniel Pennac, Billy Childish, Henry Williamson


De Marokkaanse romanschrijver, dichter en essayist Tahar Ben Jelloun werd geboren in Fez op 1 december 1944. Zie ook alle tags voor Tahar Ben Jelloun op dit blog.


Uit: Leaving Tangier (Vertaald door Linda Coverdale)


“Yes, she might appear, and reveal a few of her secrets. Conditions are favorable: a clear, almost white sky, reflected in a limpid sea transformed into a pool of light. Silence in the café; silence on all faces. Perhaps the precious moment has arrived . . . at last she will speak!

Occasionally the men do allude to her, especially when the sea has tossed up the bodies of a few drowned souls. She has acquired more riches, they say, and surely owes us a favor! They have nicknamed her Toutia, a word that means nothing, but to them she is a spider that can feast on human flesh yet will sometimes tell them, in the guise of a beneficent voice, that tonight is not the night, that they must put off their voyage for a while.

Like children, they believe in this story that comforts them and lulls them to sleep as they lean back against the rough wall. In the tall glasses of cold tea, the green mint has been tarnished black. The bees have all drowned at the bottom. The men no longer sip this tea now steeped into bitterness. With a spoon they fish the bees out one by one, laying them on the table and exclaiming, “Poor little drowned things, victims of their own greediness!”

As in an absurd and persistent dream, Azel sees his naked body among other naked bodies swollen by seawater, his face distorted by salt and longing, his skin burnt by the sun, split open across the chest as if there had been fighting before the boat went down. Azel sees his body more and more clearly, in a blue and white fishing boat heading ever so slowly to the center of the sea, for Azel has decided that this sea has a center and that this center is a green circle, a cemetery where the current catches hold of corpses, taking them to the bottom to place them on a bank of seaweed. He knows that there, in this specific circle, a fluid boundary exists, a kind of separation between the sea and the ocean, the calm, smooth waters of the Mediterranean and the fierce surge of the Atlantic.”



Tahar Ben Jelloun (Fez, 1 december 1944)

Lees meer...

Mihály Vörösmarty, Valery Bryusov, Ernst Toller


De Hongaarse dichter Mihály Vörösmarty werd geboren op 1 december 1800 in Puszta-Nyék. Zie ook alle tags voor Mihály Vörösmarty op dit blog.



Schön Ilonka



Lauernd sitzt der Jäger und versonnen,
hofft für seinen Bogen schnelles Wild,
immer höher und in Gold versponnen
zeigt nach Süden schon der Sonne Bild.
Doch vergebens: an verborgner Stelle
ruht das Wild sich aus an kühler Quelle.

Lange sitzt der Jäger auf der Lauer;
in der Dämmrung kommt ein Zeichen oft,
harrt des ganzen Sonnenbogens Dauer.
Da erscheint das Glück, das er erhofft:
Ach, kein Wild, des Falters leichte Schwinge,
und ein Mädchen folgt dem Schmetterlinge.

"Bunter Falter, Schmetterling, so golden!
Komm und sitz auf meinen Händen still;
führ mich auch, wenn du es willst, zur holden
Sonne, die schon untergehen will."
Sagt's und eilt so, wie die Rehe ziehen,
leicht und zärtlich ist des Mädchens Fliehen.

"Gott!" Auf springt der Jäger wie besessen,
"Königlich ist dieses Wild!" Und er
eilt beflügelt gleich und selbstvergessen
diesem schönen Mädchen hinterher.
Jäger, Mädchen, Falter - um die Wette
schließen sie des reinen Scherzes Kette.

"Hab ich dich!" Das Mädchen ruft's voll Freude,
und sie hascht den bunten Schmetterling.
"Hab ich dich!" Der Jäger fängt die Beute,
wie er niemals eine schönre fing.
Und das Mädchen läßt den Falter fliegen,
sich vom Strahl des schönen Augs besiegen.



Vertaald door Günther Deicke



Mihály Vörösmarty (1 december 1800 – 19 november 1855)

Standbeeld in Székesfehérvár

Lees meer...

Herinnering aan Ramses Shaffy



Herinnering aan Ramses Shaffy



Nederlands grootste chansonnier Ramses Shaffy is vandaag precies drie jaar geleden op 76-jarige leeftijd overleden.


De Nederlandse chansonnier en acteur Ramses Shaffy werd op 29 augustus 1933 geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst. Zie ook alle tags voor Ramses Shaffy op dit blog.



Zonder bagage


De wereld heeft mij failliet verklaard
Ik heb me nog nooit zo goed en licht gevoeld als nu
Ik heb me nog nooit zo schoon en bevrijd gevoeld als nu
Weg met de kroegen
Weg gezuip
Weg zijn de katers
Dronken flaters
Glazige morgens
En hun zorgen; niet te betalen

De wereld heeft mij failliet verklaard
Het is een verbazingwekkend lot, waar men mij mee stoorde
Een verbazingwekkend lot, van wat eens bij mij behoorde
Geen parasieten
Geen gevlij
Geen gestroop meer
Geen gevrij
Geen gelik meer
't Is voorbij, niets meer te halen

De wereld heeft mij failliet verklaard
Het is een geschenk van God en niet van de maatschappij
Het is een geschenk van God en dit is wat hij zei:
Je moet weer werken
Je moet weer zingen
Je moet weer lachen
Je moet weer spelen
Je moet weer geven
En beleven
Je moet weer stralen
De weg is vrij
De weg is open
De weg is mateloos van mij
Zonder bagage
Kan ik weer lopen
Want ik ben nu vogelvrij


De wereld heeft mij failliet verklaard
Ik ben ontstegen aan het groot krakeel
Ik ben ontslagen aan het maffe oordeel
Ik heb niets meer te verliezen
Ik heb alleen
Te winnen
Te beminnen
Te beginnen
Ik ben niet meer
Te achterhalen



Ramses Shaffy (29 augustus 1933 – 1 december 2009)




10:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ramses shaffy, romenu |  Facebook |


David Nicholls, Christophe Vekeman, Jan G. Elburg, Mark Twain, Jonathan Swift


De Engelse schrijver David Nicholls werd geboren op 30 november 1966 in Eastleigh, Hampshire. Zie ook alle tags voor David Nicholls op dit blog.


Uit: One Day


‘‘Exciting!’’ He was imitating her voice now, her soft Yorkshire accent, trying to make her sound daft. She got this a lot, posh boys doing funny voices, as if there was something unusual and quaint about an accent, and not for the first time she felt a reassuring shiver of dislike for him. She shrugged herself away until her back was pressed against the cool of the wall.

‘Yes, exciting. We’re meant to be excited aren’t we? All those possibilities. It’s like the Vice-Chancellor said, “the doors of opportunity flung wide…”’

‘“Yours are the names in tomorrow’s newspapers…”’

‘Not very likely.’

‘So, what, are you excited then?’

‘Me? God no, I’m crapping myself.’

‘Me too. Christ…’ He turned suddenly and reached for the cigarettes on the floor by the side of the bed, as if to steady his nerves. ‘Forty years-old. Forty. Fucking hell.’

Smiling at his anxiety, she decided to make it worse. ‘So what’ll you be doing when you’re forty?’

He lit his cigarette thoughtfully. ‘Well the thing is, Em - ’

‘‘Em’? Who’s ‘Em’? ’

‘People call you Em. I’ve heard them.’

‘Yeah, friends call me Em.’

‘So can I call you Em?’

‘Go on then, Dex.’

‘So I’ve given this whole ‘growing old’ thing some thought and I’ve come to the decision that I’d like to stay exactly as I am right now.’

Dexter Mayhew. She peered up at him through her fringe as he leant against the cheap buttoned vinyl headboard and even without her spectacles on it was clear why he might want to stay exactly this way. Eyes closed, the cigarette glued languidly to his lower lip, the dawn light warming the side of his face through the red filter of the curtains, he had the knack of looking perpetually posed for a photograph.”



David Nicholls (Hampshire, 30 november 1966)

Lees meer...

Y.M. Dangre


De Vlaamse dichter en schrijver Y.M. (Yannick) Dangre werd op 30 november 1987 geboren in Kapellen. Dangre ging naar school op het Sint-Michielscollege in Brasschaat, waar hij in 2004 afstudeerde in de richting Latijn-Wiskunde. Tijdens zijn middelbare schoolcarrière ontwikkelde hij reeds zijn literair talent door het schrijven van enkele gedichtjes zoals elke puber doet, aldus Dangre. Enkele van deze gedichten werden in het jaarboek van zijn school gepubliceerd. Dangre maakte pastiches op de Franse symbolisten en debuteerde op tweeëntwintigjarige leeftijd met de roman Vulkaanvrucht, waarvoor hij de Debuutprijs kreeg. Hij begon aan deze roman te schrijven tijdens zijn universitaire opleiding. Een klein deel van de roman werd als voorpublicatie uitgebracht in de verhalenbundel Print is Dead (2009), door uitgeverij Meulenhoff/Manteau. In 2011 verscheen zijn dichtbundel Meisje dat ik nog moet, die genomineerd werd voor de C. Buddingh'-prijs en waarmee hij de Herman de Coninckprijs won. Op 14 december 2011 nam Dangre deel aan de 22ste editie van het Groot Dictee der Nederlandse Taal waar hij met vijf fouten als tweede eindigde. In 2012 verscheen zijn tweede roman Maartse kamers bij De Bezige Bij. Zie ook alle tags voor Y.M. Dangre op dit blog.



De derde eenzaamheid

De dichter is een kant, een donkere
Helft van de mensheid waar het schijndood
En zondagse vernieling regent, waar de wolken smelten
Tussen de uitgelezen tanden van zijn weemoed.

Een schaduwland is hij, een knokig kroondomein
Van raadsels en te lang bewaarde mythes
Over witte zonnen die niemand meer bezoekt
En in wier stralen hij groeiend dakloos is.

Hij is als vanouds die kant, dat land
Van schuimende sterrenbeelden en echo’s te groot
Voor het vergeelde gras en de trouwe grafzerken
Van zijn keel. Hij dobbert rond in wanklank
Stoffig van alle seizoenen en eindigt megalomaan



Y.M. Dangre (Kapellen, 30 november 1987)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: y.m. dangre, romenu |  Facebook |

Yasmine Allas


De Nederlandse schrijfster en actrice Yasmine Allas werd geboren op 30 november 1967 in Mogadishu in Somalië. Allas' vader werd vermoord in 1977, en acht jaar later vluchtte ze naar het buitenland. Toen ze in 1987 via Saoedi-Arabië en België in Nederland terecht kwam, volgde ze een toneelopleiding, en acteerde bij een aantal gezelschappen, waaronder De Trust en Nieuw Amsterdam. Haar debuutroman Idil, een meisje verscheen in 1998. In deze roman, over een Somalisch meisje dat zich staande probeert te houden in de harde Somalische mannengemeenschap, speelt het onderwerp vrouwenbesnijdenis een belangrijke rol. De generaal met de zes vingers uit 2001 werd ook alom geprezen. In 2004 verscheen De blauwe kamer, gevolgd in 2006 door eenessaybundel, Ontheemd en toch thuis, 2006. Een nagelaten verhaal, haar vierde roman, verscheen in 2009.


Uit: Idil


‘Haar schaamlippen zijn wat teruggetrokken’, hoorde ik haar zeggen. ‘Hoe groot moet het gat zijn?’
‘Als ze nog maar kan plassen ben ik tevreden’. Antwoordde mijn moeder. De vrouw gaf een paar flinke klappen tegen mijn schaamlippen om ze te laten opzwellen. Ze gebruikte geen verdovingsmiddel. Ik voelde dat ze aan mijn schaamlippen trok. Van boven naar beneden. Ik merkte het zagen van de mesjes en het knippen van de schaar. De pijn was zo ondraaglijk dat ik mijn billen omhoog tilde, maar de vrouwen drukten me onmiddellijk weer op de grond.



Mijn schaamlippen zijn weggesneden, mijn clitoris is weggehaald. Alles is daarna dichtgenaaid, er werd een piepklein tunneltje opengelaten. Overal kleefde bloed.”



Yasmine Allas (Mogadishu, 30 november 1967)

18:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: yasmine allas, romenu |  Facebook |


Mario Petrucci, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis


De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.


Uit: Curates and bishops


“W.H. Auden once described being among scientists as feeling like a shabby curate who’d strayed into a room full of dukes. When I accepted the post as the first ever poet in residence at BBC Radio 3, I developed a mild case of nerves. Not full-blown duodenal heave; more a queasy sense of being a slightly shabby wordsmith among the inveterately glossolalic.

Talking. Radio people are all so bloody good at it. Of course, like Auden, I was wrong to feel that way. At the Royal Philharmonic Society awards ceremony in 2004, the briljant young conductor Ilan Volkov described Radio 3 as “family”. Certainly, I was made to feel as far from shabby as one can imagine. Almost like family – though I knew from the outset it was something I’d also have to earn. Perhaps I can push my luck here and ask (hailing, as I do, from southern Italy) whether I joined the BBC family, or they mine? It’s certainly in the balance as to which is larger. Talking of families, my emotional understanding of radio (and of opera) probably began in an Italian family kitchen. Everyone talking at once – and yet everyone perfectly understood. It was a miraculous example of a multiple cross-talk system with no tuning facility. And no volume control.

Anyway, those initial nerves quickly melted away. So much so, that I seriously wondered whether I should take in a small cylinder of helium (from my lab days) and gulp a lungful before going on air, just to give the whole thing a Donald Duck soprano shake-up. More sensibly, I’m wondering what I did to end up waist-deep in a writer’s paradise: working with a community deeply attuned to the use of words and the subtleties of music. I also have to wonder if I’m suffering from a species of literary typecasting, as the ‘frontier man’ of residencies?”



Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

Lees meer...


Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig


De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.



Als straks de wereld


Als straks de wereld dichtgeschreven is,
de plooien gladgestreken,
al de monden volgestort met zand,

waar zal hij schreeuwen? Waar scheurt de naad
en ettert de wonde?

Mens, vleesgeworden ladder
in gods panty,

vergeet de lange nacht niet die wij zijn.





Wijziging van uitzenduur


Doodstil wordt het, maar wees gerust,
genoegzaam voorzien wij in ademnood.


Ons streven blijft maatschappelijk: nergens nood
aan brillen waar de inkt verdampt.


Het vege lijf draagt onze grootste zorg.
Het slot van de amputatieshow


volgt om twintig over, iets later
dan gewoonlijk met die brand in dat warenhuis


en een massale sterfte van clowns
door wodka in Kazachstan – toevallig


in de armen van een man ter plaatse.


Ook werd een vijfling zonder navel gebaard,
mogelijk door straling ergens.


China schaft de lucht af en in Kiev
verdrinkt bij het legen van haar visbokaal


een kind in twee vingers water.


Dan een streep muziek en reclame
voor strakkere tepels. Demp zelf uw oren


mocht het vacuüm te snerpend
in uw vliezen zwijgen.


Blauw blijven wel de nacht en de kachels


meldt de weerman, en het blikkerend
messenspel onder de torens, de ivoren


torens van de lach van de laatste minister.



Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...


Navid Kermani, James Agee, Nicole Brossard, Philippe Delerm


De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.


Uit: Vierzig Leben


Wenn unser arabischer Nachbar die Kinder zu Bett gebracht, die liegengebliebene Arbeit getan, die E-Mails beantwortet und einige warme Worte mit der Frau über die Segnungen und Kümmernisse ihres Tages, die nächste Reise, die letzte Nacht gewechselt hat, wird er ihr in aller Liebe vom Durst sprechen dürfen, den es im Leben täglich zu löschen gilt, sagt Johannes und meint den Durst im emphatischen Sinne, den Durst nach der Freiheit des Lustlosen, nach Gleichheit unter Verschiedenen und ihrer unverbrüchlich vergänglichen Brüderlichkeit, den Kinder nicht, noch Liebe oder Werke löschen können, sind diese doch mit dem Brot zu vergleichen, das in der Bildersprache der Religionen viel eher als das Wasser für das materiell Notwendige steht, obwohl man – und das ist so merkwürdig, daß niemand es bemerkt zu haben scheint – viel schneller verdursten als verhungern kann, zumal dort, wo unsere Monotheismen ihre Heimat haben, Landschaften, in denen man sich vor Wassernot das Paradies gar nicht anders vorstellen konnte als in der Terminologie des Fließens, das im Durst seine Diesseitigkeit finndet. Ich könnte jetzt Aufheben darum machen, daß jedenfalls unter den abrahamitischen Konfessionen einzig die Schiiten – und das ausgerechnet auf dem Boden Zarathustras, der das Feuer anbetet – eine Mythologie des Wassers entwickelt haben, doch würde ich als Apologet mißverstanden, brächte ich den Durst von Kerbela mit den genannten Idealen der Französischen Revolution in Verbindung, wie ich es tun müßte, um dem ermordeten Imam Gerechtigkeit widerfahren zu lassen, und so will ich mich darauf beschränken, von jenem Durst zu sprechen, der meinen Nachbarn vollends übermächtigt, sobald seine deutsche Frau es sich gegen halb elf vor den Tagesthemen oder höchstens eine Stunde später im Bett eingerichtet oder, wie sie sagen wird, gemütlich gemacht hat.”



Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

Lees meer...


Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, Luisa Valenzuela, Louis Verbeeck


De Frans-Roemeense schrijver Eugène Ionesco werd geboren op 26 november 1912 in Slatina, Roemenië. Zie ook alle tags voor Eugène Ionesco op dit blog.


Uit: La Cantatrice chauve



Intérieur bourgeois anglais, avec des fauteuils anglais. Soirée anglaise. M. Smith, Anglais, dans son fauteuil et ses pantoufles anglais, fume sa pipe anglaise et lit un iournal anglais, près d'un feu anglais. Il a des lunettes anglaises, une petite moustache grise, anglaise. A côté de lui, dans un autre fauteuil anglais, Mme Smith, Anglaise, raccommode des chaussettes anglaises. Un long moment de silence anglais. La pendule anglaise frappe dix-sept coups anglais.



Tiens, il est neuf heures. Nous avons mangé de la soupe, du poisson, des pommes de terre au lard, de la salade anglaise. Les enfants ont bu de l'eau anglaise. Nous avons bien mangé, ce soir. C'est parce que nous habitons dans les environs de Londres et que notre nom est Smith.

M. SMITH, continuant sa lecture, fait claquer sa langue.


Les pommes de terre sont très bonnes avec le lard. L’huile de la salade n'était pas rance. L'huile de l'épicier du coin est de bien meilleure qualité que l'huile de l'épicier d'en face, elle est même meilleure que l'huile de l'épicier du bas de la côte. Mais je ne veux pas dire que leur huile à eux soit mauvaise.

M. SMITH, continuant sa lecture, tait claquer sa langue.


Pourtant, c'est toujours l'huile de l'épicier du coin qui est la meilleure...

M. SMITH, continuant sa lecture, fait claquer sa langue.


Mary a bien cuit les pommes de terre, cette fois-ci. La dernière fois elle ne les avait pas bien fait cuire. Je ne les aime que lorsqu'elles sont bien cuites.

M. SMITH, continuant sa lecture, tait claquer sa langue.


Le poisson était frais. Je m'en suis léché les babines. j'en ai pris deux fois. Non, trois fois. Ça me fait aller aux cabinets. Toi aussi tu en as pris trois fois. Cependant la troisième fois, tu en as pris moins que les deux premières fois, tandis que moi j'en ai pris beaucoup plus. j'ai mieux mangé que toi, ce soir. Comment ça se fait? D'habitude, c'est toi qui manges le plus. Ce n'est pas l'appétit qui te manque."




Eugène Ionesco (26 november 1912 – 28 maart 1994)


Lees meer...


Maarten ’t Hart, Connie Palmen, Alexis Wright, Arturo Pérez-Reverte, Ba Jin


De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ookalle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog.


Uit: Vestdijk en Mozart


“Over Mozart kan men moeilijk oordelen, als men niet zo goed als al zijn werken kent. Alfred Einstein zegt in zijn Mozart-boek, naar aanleiding van het Magnificat uit de Vesperae solennes de confessore (KV 339): ‘Iemand die zulke composities niet kent, kent Mozart niet.’ In feite geldt dit voor heel veel werken van Mozart. Wie voor de eerste maal het Münchener Kyrie in d-klein (KV 341) hoort, dit Kyrie waarvoor de eerder genoemde Einstein op de knieën valt, beseft dat zijn kijk op Mozart ingrijpend veranderd is. Na zo'n stuk kun je al het werk van Mozart dat je eerder al kende, weer opnieuw horen, nu wetend dat het voorgoed anders zal klinken. Zoiets geldt ook voor de Thamosmuziek (KV 345) en voor het Adagio en Fuga in c-klein (KV 546) en voor de Maurerische Trauermusik (KV 477). Zulke composities maken het mogelijk een blik in iemand's innerlijk te werpen die daarvoor vaak zo vrolijk leek, maar zich openbaart als een diepzinnig melancholicus.

Over deze veelzijdigste van alle toondichters heeft Vestdijk herhaaldelijk geschreven. Altijd vol bewondering, maar toch kan ik mij slecht voorstellen dat er ook maar één Mozart-kenner is die Vestdijk in zijn vaak gewaagde conclusies zal willen bijvallen. Mij bekruipt zelfs, als ik lees wat Vestdijk over Mozart schreef, een gevoel van grote ergernis en dat verbaast me. Niet zelden ben ik het met Vestdijk oneens als hij over andere componisten dan Mozart schrijft, maar ergeren doet hij mij nooit.

Behalve dus als hij over Mozart schrijft. Waarom? Omdat hij, zoals ik eerder al eens beweerde, ‘een totaal onjuiste visie op Mozart had’. Toen ook beloofde ik dat ik zou proberen om dat in een apart opstel aan te tonen. Vandaar deze verhandeling.

Zeker is dat Vestdijk's kennis van het oeuvre van Mozart grote leemten vertoonde. Natuurlijk mag uit het feit dat hij sommige composities nooit noemt niet voetstoots worden afgeleid dat hij ze ook niet kende, maar hij kan nauwelijks in de gelegenheid zijn geweest de hierboven genoemde composities te beluisteren (er waren nog geen plaatopnames) en het lijkt me vrijwel zeker dat hij de jeugdopera's, en Idomeneo en La Clemenza di Tito ook niet kende.”



Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

Lees meer...

Augusta de Wit, Joseph Zoderer, Isaac Rosenberg, José Eça de Queiroz, Lope de Vega


De Nederlandse schrijfster Augusta de Wit werd geboren in Sibolga (Sumatra) op 25 november 1864. Zie ook alle tags voor Augusta de Wit op dit blog.


Uit:Orpheus in de dessa


„Het waren geheel andere dingen, het scheen of zij niets te maken hadden met dat deuntje, dat hij nu volgde, alsof het hem trok, zacht en niet te weerstaan trok; en toch was daar een heimelijke, onbegrijpelijke overeenstemming, een herinnering, een weder-herkennen, dat het tegenwoordige oogenblik ophief in de sterretinteling van het verleden en het leven rondom diep maakte en wijd als een hemel....

Nu zweeg het fluitspel.

Stilstaande zag de jonge man om zich heen. Hij was aan een grens gekomen van maanlicht en duisternis, aan een schaduwkring dien een zwarte boomen-massa wijd over het glorige gras spreidde. Onduidelijk nam hij een dicht gedrongen menigte van stammen waar, lang afhangende groeisels en van maanlicht even beglommen looverspreidingen. Een geur van verwelkende bloemen hing in de lucht. Hij herkende den heiligen waringin aan den ingang van het dorp, waar de vrome passar-gangers den Danhjang Dessa offeranden van jasmijn-bloesem plachten te brengen op het zoden-altaar.

Hij was ver van de fabriek af gekomen.

Langzaam ging hij terug door het van dauw wit glinsterende en druipende gras. In de stilte van zijn gedachten zong het deuntje der fluit voort, en zijne stappen schikten zich naar de onhoorbare maat.

Nog een poos lang wakker liggend in de duisternis van zijn huis, bleef hij luisteren of niet weer het klare geluid aan kwam strijken.

Toen kwam de gedachte aan zijn werk weer terug. Hij sliep in met de voorstelling van de nieuwe machine die hij op zou stellen in het molenhuis“



Augusta de Wit (25 november 1864 - 9 februari 1939)

Lees meer...


Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Jules Deelder, Laurence Sterne


De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Kárason op dit blog.


Uit: Devil’s Island (Vertaald door David MacDuff en Magnus Magnusson)


As for Baddi, he gave meaning to all the struggles of this world: that clever and handsome lad of promise, that blessed scion of the family, the granny's boy of the prayers which the queen of the Old House repeated to herself aloud as she did the dishes at the sink or in silence as she brooded over the cards and the future of strangers – the boy with the bright eyes and the smile, always helpful and generous to everything which drew breath.
Now he was expected home.
The Americans were lucky to have enjoyed his presence all these years, thought Karolína, that steely woman who had not allowed her feelings free rein for decades. Nowadays she talked of her Baddi with such tearful longing that even Tommi was moved and began to imagine that everything would be bright and beautiful when the angel came home. But Tommi had always been much more attached to Danni; they had so much in common, he and the younger brother whom few missed and whose memory meant no more to the family than a raven landing on a gable-head and cawing.
Tommi came to think, when he looked back, that Baddi had not been such a bad lot after all – that was just exaggeration and a lack of understanding of young people. Boys would be boys, wouldn't they? Before Baddi left he had become a bit of a burden to Tommi to be sure, because of the fines and damages he had had to pa; for all kinds of minor mischief Baddi had got involved in, but youngsters grew out of that sort of thing. Tommi was far more worried about the boys when they began to tinker with brennivín and steal bottles and get drunk and go into sheds and shacks with girls who screamed and bawled and came rushing out with fire and frenzy in their eyes, but who always allowed themselves to be lured into the sheds again. But why should Tommi worry about that? They were young and enjoying themselves.”



Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

Lees meer...