10-08-13

Dolce far niente (Zo kijken, Margreet Schouwenaar)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Alkmaar, De Waag

 

 

 


ZO KIJKEN

 

Zeg ik: ik zag
je warrig haar, je stille ogen,
je lippen smal die woorden
sloten. Zeg ik: ik zag, maar niet

wie je was. Zag ik de lijnen
van je rug met het kleine van
de weerstand, de rijp op je ogen?
Niet van wachten op lente,
maar vaak te koud.
Zeg ik: ik zag zonder onderscheid.
Jij was zoveel
in mij. Zien doet bestaan,
woorden maken leven. Nooit lang.
Zeg ik: alles is even en ook niet.
Zag ik je huid vol aarzelend haar?
Ik was daar thuis. Ik hoorde
In je lichte lied, in je schromend spel.
 
Kan een hart zich vergissen, doen
ogen mee? Elke weg ging toch
naar huis waar jij, waar welkom
op jouw warme lippen.
 
Zeg ik: er is veel voorbij, maar niet
dat je was, niet wat ik zag.
Zo zeg ik.





Dit gedicht in de Paternosterstraat in Alkmaar

 

 

 

 

 

Margreet Schouwenaar (Schagen, 16 mei 1955)

 

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2012 en ook mijn blog van 10 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Juan Gabriel Vásquez

Onafhankelijk van geboortedata:

De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez werd geboren in Bogotá in 1973. Hij studeerde rechten in zijn geboortestad, aan de universiteit van Rosario, en vertrok na zijn afstuderen naar Frankrijk, waar hij tussen 1996 en 19999 in Parijs woonde. Daar, aan de Sorbonne, ontving hij een doctoraat in de Latijns-Amerikaanse literatuur. Later verhuisde hij naar een klein stadje in de Ardennen in België. Na een jaar verhuisde hij naar Barcelona. In 2012 keerde hij terug naar Bogota. Ook al is hij een schatplichtig aan Gabriel García Márquez, hij zier zijn werk als een reactie op het magisch realisme. Vásquez publiceert in diverse tijdschriften en culturele supplementen werkt, schrijft essays en is wekelijks columnist voor de Colombiaanse krant El Espectador. Zijn verhalen zijn verschenen in bloemlezingen in verschillende landen en zijn romans zijn vertaald in verschillende talen. Bovendien heeft hij zelf werken van John Hersey , Victor Hugo , en EM Forster vertaald. In 2011 ontving hij de Premio Alfaguara voor zijn roman "El ruido de las cosas al caer". De romans “Los informantes” (De informanten), “Historia secreta de Costaguana” (De geheime geschiedenis van Costaguana) en “El ruido de las cosas al caer” (Het geluid van vallende dingen) werden in het Nederlands vertaald. Voorlopig verschenen reeds twee verhalen uit de bundel “Los amantes de Todos los Santos” in het Nederlands: “De terugkeer” verscheen in de leesbijlage van Vogue Nederland en het Vlaamse literaire tijdschrift Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift nam “De huisgenoot” op in zijn lentenummer.

Uit: De geheime geschiedenis van Costaguana (Vertaald door Brigitte Coopmans)

“Chronologie is een ontembaar beest; de lezer heeft geen idee wat voor onmenselijke arbeid ik heb moeten verrichten om mijn verhaal een min of meer geordende aanblik te geven (ik sluit niet uit dat die poging mislukt is). Mijn problemen met het beest zijn tot één enkel probleem te herleiden. Want u zult zien, met het verstrijken van de jaren en na veel nadenken over het onderwerp van dit boek, heb ik kunnen constateren wat ongetwijfeld voor niemand een verrassing is: alle verhalen in de wereld, alle verhalen die men kent, vertelt en zich herinnert, al die kleine geschiedenissen die de mens om de een of andere reden belangrijk vindt en die ongemerkt het angstaanjagende fresco van de Grote Geschiedenis vormen, verhouden zich in juxtapositie tot elkaar, raken elkaar, kruisen elkaar; geen enkel verhaal staat op zichzelf. Hoe spring je daarmee om in een lineair verhaal? Dat is onmogelijk, vrees ik. Ziehier een nederige onthulling, de les die ik heb geleerd in de omgang met de gebeurtenissen op aarde: zwijgen is verzinnen, leugens worden opgetrokken uit het onuitgesprokene, en aangezien het mijn bedoeling is om waarheidsgetrouw te vertellen, zal mijn kannibalistische relaas alles moeten omvatten, alle verhalen die het zonder al te veel moeite kan behappen, de grote en de kleine.”
(…)

Het was in die dagen dat Sarah Bernhardt arriveerde. De lezers sperren hun ogen wijd open, uiten reacties van ongeloof, maar toch is het zo. Sarah Bernhardt was daar. (…) In een piepklein en te warm theater, dat inderhaast was ingericht in een zijvleugel van het Grand Hotel, betrad Sarah Bernhardt voor een geheel Frans publiek, op één na, een podium met twee stoelen, waarop ze (…) uit haar hoofd en foutloos alle monologen uit de Phaedra van Racine voordroeg. Een week later zat ze alweer in de trein, maar dan in tegengestelde richting, en keerde terug naar Europa zonder dat ze ook maar één Panamees had gesproken … maar wel een plekje had verworven in mijn verhaal.”

 

 
Juan Gabriel Vásquez (Bogotá, 1973)

 

20:11 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: juan gabriel vásquez, romenu |  Facebook |

09-08-13

Dolce far niente (Reguliersgracht, Jan Jacob van Geuns)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Brug Reguliersgracht en Prinsengracht, David Schulman,  (1881-1966)

 

 

Reguliersgracht

 

Er ligt in ’t midden van de groote stad
Een stille gracht met boomen aan weerszijden.
Het leven gaat daar-buiten veel te rad:
Hier rust het uit en sluimert tusschenbeide.

 

Een wandelaar die dwalen komt hierheen
En om zich nóg het straatgeluid hoort suizen
Blijft in verwondering staan: hij is alleen:
Het water spiegelt boomen slechts en huizen…

 

Toen ik vanmiddag ging die gracht voorbij
Zag ik er drijven d’afgewaaide blaadren
-D’eerste dit jaar- het was zoo stil om mij
Dat ik meende: de herfst te hooren naadren…

 

 

 

 

Jan Jacob van Geuns (25 februari 1893 - 6 maart 1959)

Hoek Reguliersgracht en Keizersgracht (geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

08-08-13

Dolce far niente (Haarlems gemoed, Nuel Gieles)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Gerrit Adriaensz. Berckheyde, De Grote Markt in Haarlem, 1693

 

 

 

Haarlems gemoed

 

Al jong besefte ik, nog íéts te jong voor woorden:
de Spaarnestad bepaalt m’n klanken en m’n beelden
zuster Mariana wist immers al hoe het in Haarlem hoorde
op de kleuterschool, toentertijd, daar aan de Koningstraat
waar je als peuter al je Haarlems kind-zijn deelde
Het is altijd goed toeven en goed zoeken tussen al die Muggen
botaniseren, desnoods voor ons Noord-Hollands (Stads-)Archief
entomologisch is deze stad mij al decennia zó lief
ik zie De Waag, De Vleeshal, Gravenzaal en bruggen
Hoe Haarlems Haarlem is
kan haast geen Mug je zeggen
zei Nijgh al niet dat Haarlem niet bestaat
laat staan dat hier ter stede in de loop der tijd
een Spaarnestedeling je uit kan leggen
hoe dat nou werkelijk zit
met onze Mugse zijns-mentaliteit
Je zou het Bomans nog eens moeten kunnen vragen
die was zo Haarlems als de hemel en de hel
maar van geboorte eerst een halfjaar Hagenaar, dat wél
wat is er nodig om de geest van Hildebrand uit te dragen
Mulisch, Ferron en Meijsing, Cornelis
van Haarlem, Bronner, Bomans, Beets, Verwey
en Heijboer. En dan ook nog eens die invloed
van Vlaamse jongens als Frans Hals en Lieven de Key
zij maakten Haarlem samen wat het is
ga dan maar eens op zoektocht naar het Haarlemse gemoed?
Wat maakt de stad zo eigensteeds?
dat is dat je elkaar er ziet en groet
in de Schuur, op straat en in de kroeg
op de Grote Markt, waar Loutje staat
maar ook de Zonnevechter
Juist die diversiteit schenkt
Muggen hun karakter
hun krant heet niet voor niets Oprechter
en dat getuigt pas echt van hun mentaliteit.

 

 

 

 

Nuel Gieles (Haarlem, 17 december 1958)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

20:57 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dolce far niente, nuel gieles, romenu |  Facebook |

07-08-13

Dolce far niente (Narcisten!, Menno Wigman)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Gerrit Adriaensz. Berckheyde, De bocht van de Herengracht (1671-1672)

 

 

 

Narcisten!

Bij de viering van het 400-jarig bestaan van de Amsterdamse grachten

 

Net als Venetië trekt Amsterdam dag
en nacht narcisten aan. Het zijn de spiegels,

 

de diepe, zieke spiegels van de grachten,
het is het water dat je gevel rekt,

 

het water dat bekwaam de luchten vangt
en elke blik of kus op film vastlegt.

 

Narcisten! Laat in mei! Hun fraaie tred,
hun weergaloze kop: het komt op film.

 

Het is een drukke stad die aandacht wil
en krijgt. En jij staat bij het IJ en ziet

 

hoe beeld na beeld in de montagekamer
van het water glijdt en daar verdwijnt.

 

Een bijrol zijn we, ijdel, lang van stof,
en in een bijzin zullen we verdrinken.

 

Maar voor we uit het script worden geknipt
spiegelen we ons piekfijn aan het licht.

 

 

 

 

Menno Wigman (Beverwijk, 10 oktober 1966)

 

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e augustus ook mijn blog van 7 augustus 2012 en ook  mijn blog van 7 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

22:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dolce far niente, menno wigman, romenu |  Facebook |

06-08-13

Dolce far niente (David singt vor Saul, Rainer Maria Rilke)

 

Dolce far niente

 

 

 

Magna Plaza, Amsterdam

 

 

 


David singt vor Saul

 

König, hörst du, wie mein Saitenspiel

Fernen wirft, durch die wir uns bewegen:

Sterne treiben uns verwirrt entgegen,

und wir fallen endlich wie ein Regen,

und es blüht, wo dieser Regen fiel.

 

Mädchen blühen, die du noch erkannt,

die jetzt Frauen sind und mich verführen;

den Geruch der Jungfraun kannst du spüren,

und die Knaben stehen, angespannt

schlank und atmend, an verschwiegnen Türen.

 

Daß mein Klang dir alles wiederbrächte.

Aber trunken taumelt mein Getön:

Deine Nächte, König, deine Nächte -,

und wie waren, die dein Schaffen schwächte,

o wie waren alle Leiber schön.

 

Dein Erinnern glaub ich zu begleiten,

weil ich ahne. Doch auf welchen Saiten

greif ich dir ihr dunkles Lustgestöhn? –

 

 

 

 

Rembrandt, Saul en David, (1655-1660)

 

 

 

II

 

König, der du alles dieses hattest

und der du mit lauter Leben mich

überwältigest und überschattest:

komm aus deinem Throne und zerbrich

meine Harfe, die du so ermattest.

 

Sie ist wie ein abgenommner Baum:

durch die Zweige, die dir Frucht getragen,

schaut jetzt eine Tiefe wie von Tagen

welche kommen -, und ich kenn sie kaum.

 

Laß mich nicht mehr bei der Harfe schlafen;

sieh dir diese Knabenhand da an:

glaubst du, König, daß sie die Oktaven

eines Leibes noch nicht greifen kann?

 

 

III

 

König, birgst du dich in Finsternissen,

und ich hab dich doch in der Gewalt.

Sieh, mein festes Lied ist nicht gerissen,

und der Raum wird um uns beide kalt.

Mein verwaistes Herz und dein verworrnes

hängen in den Wolken deines Zornes,

wütend ineinander eingebissen

und zu einem einzigen verkrallt.

 

Fühlst du jetzt, wie wir uns umgestalten?

König, König, das Gewicht wird Geist.

Wenn wir uns nur aneinander halten,

du am Jungen, König, ich am Alten,

sind wir fast wie ein Gestirn das kreist.

 

 

 

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Rembrandt, David speelt de Harp Voor Saul, 1629

 

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e augustus ook mijn blog van 6 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 6 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

05-08-13

Dolce far niente (Der Erntewagen, Conrad Ferdinand Meyer)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

De oogst, Vincent van Gogh, 1888

 

 

 


Der Erntewagen

 

Nun des Tages Gluten starben,

Mischen alle zarten Farben

Sich am Himmel golden klar.

In die Helle seh' ich ragen

Einen hohen Erntewagen,

Den umeilt der Schnitter Schaar.

 

Dunkle Arbeit lichtumgeben!

Nächtige Gestalten heben,

Schichten letzte Garben leis,

Und des Abends Feierstunde

Schmückt mit heilig goldnem Grunde

Müder Arme späten Fleiß.

 

 

 

Conrad Ferdinand Meyer (11 oktober 1825 - 28 november 1898)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2012 en  ook mijn blog van 5 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

 

René Puthaar

 

Onafhankelijk van geboortdata

De Nederlandse dichter René Puthaar werd geboren in Deventer in 1964. Puthaar debuteerde in 1999 met gedichten in De Gids, waarna zijn eerste bundel Dansmuziek in 2000 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff. Op grond van “Dansmuziek” werd hem in 2001 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs toegekend door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In het voorjaar van 2002 werd hij de vaste poëziemedewerker van het weekblad de Groene Amsterdammer. Sinds 2003 woont Puthaar in Frankrijk. IN 2003 verscheen “Hier en daar”. In 2012 volgde de bundel “Het wilde kind”. Voor onder meer de SLAA hield hij lezingen over auteurs als J.H. Leopold, P.C. Boutens en Maurice Gilliams.

 

Ontsporing
 
Een donderpreek. Van omslaan en voorbij.
De weerman lijkt van slag. Een kermis in
de hel wordt deze zomernacht, zegt hij,
en van wat volgt is dit slechts het begin.
 
De satelliet ziet niet waaraan het scheelt.
Europa oogt vertrouwd. Het avondland,
het huis van Zeus. Maar dichter op het beeld
zie ik een rechthoek met een zwarte rand.
 
Dan, languit op mijn rug, terwijl ik fluit
naar het plafond waar gipsen engelen
ontbladeren, en denk: ik moet eruit,
hoor ik de tram, nog ver, al remmende.
 
De laatste moet het zijn. Remisewaarts.
Ik kan nog mee. De longen uit het lijf
dank ik de conducteur. U kent uw plaats,
zegt hij, en raast vooruit. Zijn rug verstijft.
 
Gearriveerd: de nacht. De stad wordt vreemd.
Er klinkt van achter vaag een jongensstem.
Het voertuig giert en slingert. Gloeiend heet
is nu het donker. Dan ontspoort de tram.
 
We stranden waar planeten, sterren staan,
van plastic, staal en licht. De jongen uit
de tram, verdwaald, loopt al van mij vandaan.
Hij fluit heel traag een blues, de ijdeltuit.
 
Ik droom niet. Toch is alles hier maar schijn.
De sterren stralen. Duizend watt. Het heeft
iets van een feest, iets van een dodenrijk.
De conducteur, zie ik, is er geweest.
 
U kent uw plaats, een laatste woord van niets.
De jongen draait zich om. Of nee, het is
alleen zijn hoofd dat draait. Ik schrik. Ik zie
dat ik hem volgen moet. We zijn vermist.
 
Een zwarte rand houdt zijn gestalte vast.
Het is een poort. parade, zegt een bord
waarnaast Geen Uitgang staat. Het onweer barst.
Ik ren tot ik mij in zijn armen stort.

 

 
René Puthaar (Deventer, 1964)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rené puthaar, romenu |  Facebook |

04-08-13

Rainer Maria Rilke, Rutger Kopland, Rudi van Dantzig, Percy Bysshe Shelley, Witold Gombrowicz

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Claude Monet, Le jardin d'artiste à Argenteuil 1873

 

 

 

 

Die Sonnenuhr

 

Selten reicht ein Schauer feuchter Fäule

aus dem Gartenschatten, wo einander

Tropfen fallen hören und ein Wander-

vogel lautet, zu der Säule,

die in Majoran und Koriander

steht und Sommerstunden zeigt;

 

Nur sobald die Dame (der ein Diener

nachfolgt) in dem hellen Florentiner

über ihren Rand sich neigt,

Wird sie schattig und verschweigt.

 

Oder wenn ein sommerlicher Regen

aufkommt aus dem wogenden Bewegen

hoher Kronen, hat sie eine Pause;

Denn sie weiß die Zeit nicht auszudrücken,

Die dann in den Frucht- und Blumenstücken

Plötzlich glüht im weißen Gartenhause.

 

 

 

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Lees meer...

Liao Yiwu


De Chinese schrijver , journalist , musicus en dichter Liao Yiwu (ook bekend als Lao Wei) werd geboren op 4 augustus 1958, het jaar van de Grote Sprong Voorwaarts, in Sichuan In 1966 werd zijn vader gebrandmerkt als contrarevolutionair tijdens de Chinese Culturele Revolutie . Liao 's ouders vroegen een scheiding aan om de kinderen te beschermen. Na de middelbare school reisde Liao door het hele land. In zijn vrije tijd las hij verboden westerse dichters als John Keats en Charles Baudelaire . Hij begon ook zijn eigen gedichten te schrijven en deze werden gepubliceerd in literaire tijdschriften . Hij kwam echter niet door de universitaire toelatingsexamens en begon te werken voor een krant . Toen zijn poëzie werd opgemerkt gaf het Chinese ministerie van Cultuur hem een betaalde positie als staatsschrijver . In het voorjaar van 1989 maakten twee uitgeverijen gebruik van de ontspannen politiek en publiceerden twee lange gedichten "De Gele Stad” en "Idool ". In de gedichten bekritiseerde Liao het ​​systeem. De gedichten werden als anticommunist beschouwd en Liao werd ondervraagd en vastgehouden en zijn huis werd doorzocht. In juni 1989 hoorde hij over de protesten op het Tiananmen Plein en schreef hij een lang gedicht met de titel "Bloedbad”.Wetende dat het nooit zou worden gepubliceerd maakte hij een audiotape en reciteerde het gedicht, gebruik makend van Chinese ritueel zingen en huilen, om de geesten van de doden op te roepen. Hij werd gearresteerd in februari 1990. Zes vrienden en zijn zwangere vrouw werden afzonderlijk gearresteerd . Liao kreeg een gevangenisstraf van vier jaar. Hij werd door de overheid permanent op de zwarte lijst geplaatst . Toen hij werd vrijgelaten uit de gevangenis verlieten zijn vrouw en dochter hem en zijn vroegere literaire vrienden hielden afstand. Hij woonde een tijdje als een dakloze straatmuzikant in Chengdu , en verzamelde verhalen. Liao werkte in de gevangenis aan zijn boek Testimonials In 2001 verscheen een boek met interviews met mensen in de marge van de Chinese samenleving. In 2008 ondertekende hij het ​​Handvest 08 van zijn vriend Liu Xiaobo , hoewel hij van zichzelf zegt dat hij niet echt geïnteresseerd is in de politiek, maar alleen in zijn verhalen. Nadat hem toestemming om het land te verlaten vele malen was geweigerd schreef hij in 2010 een open brief aan de bondskanselier van Duitsland Angela Merkel. Later dat jaar mocht hij het ​​land voor het eerst verlaten.

 

Massacre

Leap! Howl! Fly! Run!
Freedom feels so good!
Snuffing out freedom feels so good!
Power will be triumphant forever.
Will be passed down from generation to generation forever.
Freedom will also come back from the dead.
It will come back to life in generation after generation.
Like that dim light just before the dawn.
No. There's no light.
At Utopia's core there can never be light.
Our hearts are pitch black.
Black and scalding.
Like a corpse incinerator.
A trace of the phantoms of the burned dead.
We will exist.
The government that dominates us will exist.
Daylight comes quickly.
It feels so good.
The butchers are still ranting!
Children. Children, your bodies all cold.
Children, your hands grasping stones.
Let's go home.
Brothers and sisters, your shattered bodies littering the earth.
Let's go home.
We walk noiselessly.
Walk three feet above the ground.
All the time forward, there must be a place to rest.
There must be a place where sounds of gunfire and explosions cannot
be heard.
We so wish to hide within a stalk of grass.
A leaf.
Uncle. Auntie. Grandpa. Granny. Daddy. Mummy.
How much farther till we're home?
We have no home.
Everyone knows.
Chinese people have no home.
Home is a comforting desire.
Let us die in this desire.
OPEN FIRE, BLAST AWAY, FIRE!
Let us die in freedom.
Righteousness. Equality. Universal love.
Peace, in these vague desires.
Stand on the horizon.
Attract more of the living to death!
It rains.
Don't know if it is rain or transparent ashes.
Run quickly, Mummy!
Run quickly, son!
Run quickly, elder brother!
Run quickly, little brother!
The butchers will not let up.
An even more terrifying day is approaching.
OPEN FIRE! BLAST AWAY! FIRE! IT FEELS GOOD! FEELS SO
GOOD! . . .
Cry cry cry crycrycrycrycrycrycry

We stand in the midst of brilliance but all people are blind.
We stand on a great road but no one is able to walk.
We stand in the midst of a cacophony but all are mute.
We stand in the midst of heat and thirst but all refuse to drink.

In this historically unprecedented massacre only the spawn of dogs
can survive.

 

 

 
Liao Yiwu (Sichuan, 4 augustus 1958)

21:34 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: liao yiwu, romenu |  Facebook |

03-08-13

Driek van Wissen, Rupert Brooke, Radek Knapp, Marica Bodrozic, Mirko Wenig

 

Dolce far niente

 

 

 

 

Gay Pride, Amsterdam

 

 

 

Gay Pride

 

Een bonte stoet van boten vaart voorbij,
Bemand door halfontklede manspersonen
Die zonder gêne hun geaardheid tonen,
Maar kijk, een onderzeeër sluit de rij.

Daar zitten homo’s in uit de Antillen
Die niet graag op de televisie willen.

 

 

 

 

 

Driek van Wissen (12 juli 1943 – 20 mei 2010)

Lees meer...

02-08-13

Dolce far niente (Sommer, Detlev von Liliencron

 

Dolce far niente

 

 

 

 

 

Sommer, Hans Thoma, 1872

 

 

 

Sommer
    
Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang;
Süßes,  seliges Verstecken
Einen Sommer lang. 
    
Wenn wir uns von ferne sehen,
Zögert sie den Schritt,  levrai.de
Rupft ein Hälmchen sich im Gehen,
Nimmt ein Blättchen mit.   
    
Hat mit Ähren sich das Mieder
Unschuldig geschmückt,
Sich den Hut verlegen nieder
In die Stirn gedrückt.   
    
Finster kommt sie langsam näher,
Färbt sich rot wie Mohn;
Doch ich bin ein feiner Späher,
Kenn die Schelmin schon.    
    
Noch ein Blick in Weg und Weite,
Ruhig liegt die Welt,
Und es hat an ihre Seite
Mich der Sturm gestellt.    
  
Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang;
Süßes, seliges Verstecken
Einen Sommerlang. 

 

 

 

 

Detlev von Liliencron (3 juni 1875 – 22 juli 1909)

Portret door  Arthur Illies, 1913

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

 

01-08-13

Far-niente (Théophile Gautier), Gerrit Krol, Edward van de Vendel, 80 Jaar Frans Pointl, Jim Carroll

 

Dolce far niente

 

 

 

Baignade à la Grenouillère, Claude Monet, 1869

 

 

 

Far-niente

 

Quand je n’ai rien à faire, et qu’à peine un nuage

Dans les champs bleus du ciel, flocon de laine, nage,

J’aime à m’écouter vivre, et, libre de soucis,

Loin des chemins poudreux, à demeurer assis

Sur un moelleux tapis de fougère et de mousse,

Au bord des bois touffus où la chaleur s’émousse.

Là, pour tuer le temps, j’observe la fourmi

Qui, pensant au retour de l’hiver ennemi,

Pour son grenier dérobe un grain d’orge à la gerbe,

Le puceron qui grimpe et se pende au brin d’herbe,

La chenille traînant ses anneaux veloutés,

La limace baveuse aux sillons argentés,

Et le frais papillon qui de fleurs en fleurs vole.

Ensuite je regarde, amusement frivole,

La lumière brisant dans chacun de mes cils,

Palissade opposée à ses rayons subtils,

Les sept couleurs du prisme, ou le duvet qui flotte

En l’air, comme sur l’onde un vaisseau sans pilote ;

Et lorsque je suis las je me laisse endormir,

Au murmure de l’eau qu’un caillou fait gémir,

Ou j’écoute chanter près de moi la fauvette,

Et là-haut dans l’azur gazouiller l’alouette.

Fuit brusquement dans la nuit lente.

 

 

 

 

Théophile Gautier (31 augustus 1811 – 23 oktober 1872)

Zelfportret, 1839

Lees meer...

31-07-13

Israël Querido , 80 Jaar Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling

 

Dolce far niente

 

 

 


De Jordaan, Lijnbaansgracht, richting Tichelstraat

 

 

Uit: De Jordaan: Amsterdamsch epos

 

“Ze zworen bij hun buurt, hun markten en winkels, hun halletjes, hun venters en herbergen, hun straten en walm, hun dobbel-gangen en krotten. - De vischvrouwen konkelden met de koffiebazen. De koffiebazen met de groente-sjachers; de fabrieks-meiden met de pelsters, baksters, en die allen weer met den grutter, melkman, loodgieter, stoelenmaker en zoo den heelen Jordaan rond. Eén geweldige menschenklis van duizenden en duizenden gezinnen bijééngeperst, boven, achter, voor, tegenover elkaar, omwemeld van kinderen en weer kinderen. - De gezinnen van een-twee-en driehoog-vóór, en de gezinnen van een-twee-en driehoog-áchter, kenden elkaars leven, handel en wandel tot in de kleinste kleinigheid. In de vuile en nauwe stank-gangetjes der verdiepingen, waar man en vrouw openlijk hun gevoeg loosden in stilletjes en emmers, bestond geen schaamte meer voor elkaars gedoe. In beestelijke onverschilligheid leefden ze hun instincten rauw en hittig uit, ongedekt voor een ieder die hen waar wou nemen. Op hitsige dagen barstten er eerst bommen los, gooiden ze elkaar de gruwelijkste en gemeenste beschuldigingen naar den kop. Dan vunsde er een boek open over zondige hoererij, schanddaden en verwrongen laagheden. O! ze kenden allen zoo van nabij, den donkeren gloed van het bloed, de koude flikkering van het mes, den fonkel van den borrel. - De walmende straat, met haar gootvuil en stinkende keien, de open vrije straat met haar kelders en krotten, haar gewoel, kindergeschreeuw en honden-geblaf, met haar kleurige stalletjes, haar riekende, uitdampende eetwaren, haar kar-geratel, haar buitenzittende en hurkende vrouwen en kerels, - die open straat was hun gerecht, daár leefde eerst wijd-uit in rondwortelende woeling, het groote, krioelende menschen-gezin: de Jordaan. Daar verslonden ze elkaars hevigste hartstochten en begeerten; elkaars kleinzieligste, grilligste buitensporigheden en nietigste amusementen. Huiselijk leven van gezinnetje op gezinnetje, met afgesloten muurtjes, waar de nieuwsgierige en dierlijke leefdriftigheid van de hunkerende massa geen bres doorheen kon schieten, verlangden ze niet. Ze hadden hun tooneels en bals, voordrachts-kroegen en zang-café's, hun bioscopen, ‘bibberfotegrefies,’ en gramophoon-muziek; ze hadden de dans-holen en kelders van Zeedijk, Ridderstraat tot Haarlemmerdijk; hun orgels op Maandag, alle straten door, den heelen dag achterna-geslenterd. Ze hadden in het liederlijke en in het klein-burger-fatsoenlijke, het wellustigste en het betamelijkste genot. In elkaars bijzijn konden ze eerst ademen, dollen, bluffen, om elkaars woorden en daden vechten, bij elkander zuipen en sjacheren; onder elkaar bruiloften en hoereeren.”

 

 

 

 

Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

Bewaren

Lees meer...