06-05-12

Willem Kloos, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue


De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

 

Verzen

 

VII.

 

Ik wijd aan U dees verzen, zwaar geslagen

Van Passie, en Verdoemenis, en Trots,

In doods-bleek marmer of dooraderd rots,

Al naar mijn kunstnaars-wil en welbehagen.

 

Zij zijn doorleefd: 'k heb daarin neêrgedragen,

Rijk-handig, al wat, in den loop des Lots,

Aan menschen-liefde of hooge Liefde Gods,

Dit dood-arm Wezen heeft te voelen wagen.

 

Ik, die mijn Leven uit-te-zeggen zoek,

Heb al mijn lieve voelen, zoeken, tasten

En weten in dit somber boek gevat.

 

En 'k bied, met dit mijn eerste en laatste boek,

Een laatsten groet aan U, die met uw vasten

Stap naast mijn àl te wankle schreden tradt.

 

 

 

 

Homo Sum I

 

Ik was de gróte Minnaar zonder ruste,
Die ging hoog-heerlijk in triomf door 't Leven,
Jeugdig omklemmend in een stórm van beven
Al zielen, gróte en kleine, naar het lustte

Dit Hoog Hart, dat toch nóoit zijn droefheid suste,
Droefheid om Liéfde's wil, die géén kon geven:
Nu weêr om Zélf's wil, wijl ik zelf moest sneven,
Dán wijl ik nédersloeg, wie 'k éven kuste.

Ik brak de harten op mijn tocht, zo glorie-vol -.
't Mijn brak mee, maar, nóg schoner dan te voren,
Greep het naar nieuwe, blonde of donkre, lokken;

Liefde vliedt héen thans, maar in haar historie-rol
Sta ik geboekt als het Hart Uitverkoren,
't Hárt dat geen Hárt vond en stierf zonder mókken.

 

 

 

 

Aan een pseudo-volksleider

 

Gij zijt een bruut en absoluut genieter
Van 't heerlijk Leven, waar het zich maar aanbood,
Maar zoudt gij even willen worden schaamrood
Omdat gij zijt bruut, absoluut verniet'ger

Van al het echte dat naar u zich saamgooit
Tot één groot mens-zijn, niet om te verdriet'gen
Uw zwak, klein zelf, maar om u te verniet'gen
U, mens, die waart voor elk echt mens een aanstoot.

Aanstootje afschuwlijk, die uw klein ikje aanhangt
Als één verniet'gend doemen van u zelven.
O gij die zijt een ijdeltuit afgrijslijk,

Gij gaat u zelf een gruwbre afgrond delven,
Daar 't groot Hollands volk niets meer voor u aanvangt
Dan dat het vindt uw houdinkjes vrij prijslijk.

 

 

 

Willem Kloos (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

Hein Boeken en Willem Kloos rond 1900

Lees meer...

Harry Martinson, Carl Ludwig Börne, Christian Morgenstern, Ferdinand Sauter, Eugène Labiche


De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook alle tags voor Harry Martinson op dit blog.

 

 

The electrons

 

With their round dance the electrons spin
chrysalises of that which abides,
the inmost cocoons
which do not open of their own accord
but are of that which abides.

 

There it is not a matter of hatching out.
There it is a matter of tending and protecting
the metamorphoses of the inmost
deeper-down swaying,
the innermost playing of women in dance.

 

 

Vertaald door Stephen Klass

 

 

 

Anni

Anni, Glitzerauge.
Erinnerst du dich noch? Wir waren damals sieben.
Wir versteckten uns im Roggenfeld,
auf einem großen Stein, der „Hügel der Riesen“ hieß.

-Rings um uns die gelbe Flut des Roggens.
-Rings um uns der gelbe Meerbusen des Roggens,
der die lange Zunge des Tannenwaldes umarmte.
Anni, erinnerst du dich an die rote Bake der Kate
auf dem Kap Horn der Wälder?

Rund um unsere einsame Insel tuschelten die Ähren,
ich küsste deinen Mund,
blaue Feldmäuse schwammen vorbei wie die Wale dort draußen
mitten im Meer.
Die Sonne und die Heuschrecken: die Tümmler der Ähren.

Wie ein Schwerer Prahm trieb unsere Pflegemutter auf uns zu.
Sie lotste uns heim in den Hafen der Kate.
Schläge mit dem Haselnussstock und Schreie wie Notpfiffe.
Erinnerst du dich noch, Anni?


Vertaald door Berd Jentzsch

 

 

 

Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)

Lees meer...

Gaston Leroux, Júlio César de Mello e Souza, Marie-Aude Murail, Paul Alverdes, Erik Bindervoet

 

De Franse schrijver Gaston Leroux werd geboren op 6 mei 1868 in Parijs.Zie ookalle tags voor Gaston Leroux op dit blog.

 

Uit: Le fantôme de l'Opéra

“Des portraits de Vestris, de Gardel, de Dupont, de Bigottini. Cette loge paraissait un palais aux gamines du corps de ballet, qui étaient logées dans des chambres communes, où elles passaient leur temps à chanter, à se disputer, à battre les coiffeurs et les habilleuses et à se payer des petits verres de cassis ou de bière ou même de rhum jusqu’au coup de cloche de l’avertisseur.
La Sorelli était très superstitieuse. En entendant la petite Jammes parler du fantôme, elle frissonna et dit :
« Petite bête ! »
Et comme elle était la première à croire aux fantômes en général et à celui de l’Opéra en particulier, elle voulut tout de suite être renseignée.
« Vous l’avez vu ? interrogea-t-elle.
– Comme je vous vois ! » répliqua en gémissant la petite Jammes, qui, ne tenant plus sur ses jambes, se laissa tomber sur une chaise.
Et aussitôt la petite Giry, – des yeux pruneaux, des cheveux d’encre, un teint de bistre, sa pauvre petite peau sur ses pauvres petits os, – ajouta :
« Si c’est lui, il est bien laid !
– Oh ! oui », fit le chœur des danseuses.
Et elles parlèrent toutes ensemble. Le fantôme leur était apparu sous les espèces d’un monsieur en habit noir qui s’était dressé tout à coup devant elles, dans le couloir, sans qu’on pût savoir d’où il venait. Son apparition avait été si subite qu’on eût pu croire qu’il sortait de la muraille.“


Gaston Leroux (6 mei 1868 – 15 april 1927)

Gerard Butler in de filmThe Phantom of the Opera (2004) van Joel Schumacher

Lees meer...

Gouden Boekenuil 2012 voor David Pefko


De Nederlandse schrijver David Pefko heeft de Gouden Boekenuil gewonnen. Hij krijgt de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen voor zijn boek Het Voorseizoen. Dat heeft de organisator van de prijs, Boek.be, bekendgemaakt. David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

 

Uit: Het Voorseizoen

 

Opeens moet ik denken aan de foto van haar moeder die op de afzuigkap geplakt zat.
‘Maakt dat niet uit, het is warm daar, Sue,’ had ik gezegd.
‘Ze had het altijd koud, dat weet je toch,’ was het antwoord dat me weer op slag verliefd had gemaakt.
‘Je glimlacht,’ fluistert Anca in mijn oor.
‘Ach ja, ik weet niet of ik nou kan zeggen dat het een slecht huwelijk was, het was meer dat ze na een tijd alles kapotmaakte.’
‘Als het aan jou had gelegen waren jullie nu nog bij elkaar geweest?’ ‘Ja, dat denk ik wel. Ik denk wel eens dat we nu nog samen zouden zijn als ik mijn regenpijp niet had laten vernieuwen.’
We drinken glaasjes brandewijn. Ik lig languit naast haar op bed. Ze trekt haar benen op en gaat dicht tegen me aan liggen, houdt me stevig vast, zo stevig als mogelijk. Ik zoen alles wat maar in de buurt van mijn mond komt.
‘Vertel verder,’ fluistert ze in mijn oor.
‘Het is een stom verhaal, Anca, je wilt het niet horen.’
‘Kom nou, ik vertel jou ook genoeg stomme dingen, ik vind iets niet zo gauw stom.’
‘Nou oké,’ zeg ik, ‘het was ergens in oktober. De bladeren waren van de bomen gevallen, Wigston is erg mooi in deze tijd van het jaar, weet je dat? Echt heel mooi, alles is roestbruin en vochtig. Maar goed, de goot zat constant verstopt, en toen begon het dagen achtereen te regenen, zo hevig dat we binnenbleven. We speelde spelletjes en Susan kookte de laatste groente uit de tuin. De oogst was gigantisch geweest die zomer en ik had de hele vriezer vol met bonen en courgettes, aubergines, paprika’s, ga zo maar door. Die dag maakte ze iets met de courgettes, geloof ik. Ja, ik kan me ook nog precies herinneren wat het was dat ze maakte: een stoofschotel met lamsvlees. Die avond zat de goot zo verstopt dat het regenwater niet meer weg kon. Toen begon de ellende… Het eerste kwam de goot naar beneden, met een enorme klap, toen de regenpijp…’

 


David Pefko (Amsterdam, 25 december 1983)

09:19 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david pefko, gouden uil, romenu |  Facebook |

05-05-12

J. C. Bloem, Petra Else Jekel, Morton Rhue, Miklós Radnóti, Christopher Morley


Bij 5 mei

 



Bevrijding

Monument door Paul Elshout, Geertruidenberg

 

 

 

Na de bevrijding

 

Schoon en stralend is, gelijk toen, het voorjaar,
Koud des morgens, maar als de dagen verder
Opengaan, is de eeuwige lucht een wonder
Voor de geredden.

 

In 't doorzichtig waas over al de brake
Landen ploegen weder trage paarden
Als altijd, wijl nog de nabije verten
Dreunen van oorlog.

 

Dit beleefd te hebben, dit heellijfs uit te
Mogen spreken, ieder ontwaken weer te
Weten: heen is, en nu voorgoed, de welhaast
Duldloze knechtschap –

 

Waard is het, vijf jaren gesmacht te hebben,
Nu opstandig, dan weer gelaten, en niet
Eén van de ongeborenen zal de vrijheid
Ooit zo beseffen.

 

 

 


J. C. Bloem
(10 mei 1887 - 10 augustus 1966)

Lees meer...

George Albert Aurier, Henryk Sienkiewicz, Richard Watson Dixon, Wouter Steyaert, Catullus


De Franse dichter, schilder en criticus George Albert Aurier werd geboren op 5 mei 1865 in Châteauroux (Indre Zie ook alle tags voor George Albert Aurier op dit blog.

 

Uit: The Isolated Ones: Vincent van Gogh (Les Isolés : Vincent van Gogh)

 

„Yet, this respect and his love for the reality of things does not suffice alone to explain or to characterize the profound, complex, and quite distinctive art of Vincent van Gogh. No doubt, like all the painters of his race, he is very conscious of material reality, of its importance and its beauty, but even more often, he considers this enchantress only as a sort of marvelous language destined to translate the Idea. He is, almost always, a Symbolist . . . who feels the continual need to clothe his ideas in precise, ponderable, tangible forms, in intensely sensual and material exteriors. In almost all his canvases, beneath this morphic exterior, beneath this flesh that is very much flesh, beneath this matter that is very much matter, there lies, for the spirit, that knows how to find it, a thought, an idea, and this Idea, the essential substratum of the work, is, at the same time, its efficient and final cause. As for the brilliant and radiant symphonies of colour and line, whatever may be their importance for the painter in his work they are simply expressive means, simply methods of symbolization. Indeed, if we refuse to acknowledge the existence of these idealistic tendencies beneath this naturalist art, a large part of the body of work that we are studying would remain utterly incomprehensible. How would we explain, for example, The Sower that august and disturbing sower, that rustic with his brutally brilliant forehead (bearing at times a distant resemblance to the artist himself), whose silhouette, gesture, and labour have always obsessed Vincent van Gogh, and whom he painted and repainted so often, sometimes beneath skies rubescent at sunset, sometimes amid the golden dust of blazing noons--how could we explain The Sower without considering that idée fixe. that haunts his brain about the necessary advent of a man, a messiah, sower of truth, who would regenerate the decrepitude of our art and perhaps our imbecile and industrialist society?“

 

 

George Albert Aurier (5 mei 1865 – 5 oktober 1892)

Vincent van Gogh, De zaaier

Lees meer...

04-05-12

Willem Wilmink, Amos Oz, Christiaan Weijts, Monika van Paemel

 

Bij 4 mei

 

'Channel Crossing to life’ in Hoek van Holland

Monument door Frank Meisler

 

 

Een foto

 

Van die razzia's zijn foto's

Jonas Daniël Meijerplein

waar de Duitse militairen

joden aan het treiteren zijn

 

Een bange man met keurige schoenen

lange jas en vlinderdas

wordt over het plein gedreven

of het daar een veemarkt was

 

Kijk, daar staan drie Duitse soldaten

met een spottend lachje bij

en daar kijkt een vierde Duitser

misschien toch beschaamd, opzij

 

Stel je voor je zag die foto

van de man met vlinderdas

en je zou opeens ontdekken

dat het je eigen vader was

 

Soms moet ik er ook aan denken

hoe het die andere zoon vergaat

die ontdekte, kijk mijn vader

is die lachende soldaat

 

 

 

Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

 

Lees meer...

Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder


De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

 

Uit:Wish You Were Here

 

There is no end to madness, Jack thinks, once it takes hold. Hadn’t those experts said it could take years before it flared up in human beings? So, it had flared up now in him and Ellie.

Sixty-five head of healthy-seeming cattle that finally succumbed to the rushed-through culling order, leaving a silence and emptiness as hollow as the morning Mum died, and the small angry wisp of a thought floating in it: Well, they’d better be right, those experts, it had better damn well flare up some day or this will have been a whole load of grief for nothing.
So then.
Healthy cattle. Sound of limb and udder and hoof—and mind. “Not one of them mad as far as I ever saw,” Dad had said, as if it was the start of one of his rare jokes and his face would crack into a smile to prove it. But his face had looked like simply cracking anyway and staying cracked, and the words he might have said, by way of a punchline, never left his lips, though Jack thinks now that he heard them. Or it was his own silent joke to himself. Or it’s the joke he’s only arrived at now; “We must be the mad ones.”
And if ever there was a time when Jack’s dad might have put his two arms round his two sons, that was it. His arms were certainly long enough, even for his sons’ big shoulders—both brothers out of the same large Luxton mould, though with all of eight years between them. Tom would have been fifteen then, but growing fast. And Jack, though it was a fact he sometimes wished to hide, even to reverse, already had a clear inch over his father.
The three of them had stood there, like the only life left, in the yard at Jebb Farm.
But Michael Luxton hadn’t put his arms round his two sons. He’d done what he’d begun to do, occasionally, only after his wife’s death. He’d looked hard at his feet, at the ground he was standing on, and spat.”

 

 

Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)

Lees meer...

03-05-12

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger

 

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

 

Great Serenity: Questions and Answers

 

People in a hall that’s lit so brightly
It hurts
Spoke of religion
In the lives of contemporary people
And on the place of God

People spoke in excited voices
Like in an airport
I left them
I opened an iron door that had written on it
“Emergency and I entered within.
Great serenity: Questions and answers

 

 

 

 

My Father

 

The memory of my father is wrapped up in
white paper, like sandwiches taken for a day at work.

Just as a magician takes towers and rabbits
out of his hat, he drew love from his small body,

and the rivers of his hands
overflowed with good deeds.

 

 

 

 

My Child Wafts Peace

 

My child wafts peace.
When I lean over him,
It is not just the smell of soap.

All the people were children wafting peace.
(And in the whole land, not even one
Millstone remained that still turned).

Oh, the land torn like clothes
That can't be mended.
Hard, lonely fathers even in the cave of the Makhpela*
Childless silence.

My child wafts peace.
His mother's womb promised him
What God cannot
Promise us.


* The traditional burial place in Hebron of Abraham
and the other Patriarchs and Matriarchs of Israel.


Vertaald door Benjamin en Barbara Harshav

 

 

 

Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

Foto: Rina Castelnuovo

Lees meer...

Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Paul Bogaert, Juan Gelman

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

 

Uit: Vatertagebuch

 

“Freitag, 2. Januar
Emily und Marlene sind auf dem Land aufgewachsen, haben ihregesamte Kindheit bis in die Pubertät zwischen Feld, Wald,Wiesen und See im Mollberger Haus verbracht.
Dennoch wissensie nicht recht, wie mit der umständlichen und antiquierten Technikdes Hauses umzugehen ist. Die Wasserversorgung an- undabzustellen, die Heizungen und Öfen zu bedienen, haben sienicht gelernt, weil das immer von den Erwachsenen erledigt wurde.Jetzt, da sie das Haus nutzen wollen, wächst ihnen mit derleipraktischen Mühen auch Selbständigkeit und Verantwortung zu.Erwachsensein ist eine lästige Angelegenheit.
Ich fahre nach Mollberg, um nachzusehen, ob Marlene nachder Party dort das Haus aufgeräumt und winterfest hinterlassenhat; etwas schlechtes Gewissen dabei, weil's so nach Kontrolettiaussieht, rechne zwar nicht mit Chaos, aber doch mit geöffnetenFenstern oder/und laufenden Heizungen. Es ist aber alles tadellosin Ordnung. Das Haus, das immer freundliche Geborgenheitausgestrahlt hat, deprimiert mich in seiner verlassenen Kälte undklammen Unbewohntheit. Seit unserem Umzug vor dreieinhalbJahren haben wir dort kaum einen Handschlag investiert. SchleichenderVerfall macht sich breit, den man spüren, sehen und riechenkann, und sobald die Haustür von außen verschlossen ist,tanzen wieder die Mäuse auf dem Tisch. Wir müssen das Hauswohl verkaufen; die Doppelbelastung können wir uns langfristignicht leisten, und die kommenden Jahre werden finanziell nichtleichter. Als Idylle ihrer Kindheit bleibt das Haus den Mädchenvermutlich sogar besser im Gedächtnis, wenn es ihnen real nichtmehr zugänglich ist.”

 

 

 

Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

Lees meer...

02-05-12

Tilman Rammstedt

 

De Duitse schrijver Tilman Rammstedt werd geboren op 2 mei 1975 in Bielefeld. Na de middelbare school en vervangende dienstplicht in Bielefeld studeerde Tilman Rammstedt een aantal dingen, vooral filosofie en literatuur, eerst in Edinburgh, toen in Tübingen en Berlijn. Maar nog tijdens zijn masterscriptie over beelden van de oorlog brak hij zijn studie echter af en schreef hij zijn eerste boek, „Erledigungen vor der Feier“ (2003). In voorgaande jaren werkte hij veel met de illustrator Silke Schmidt samen en trad hij op met de kunstenaarsgroep "violett" en "monamur", o.a. in Berlijn, Zürich en Moskou. 2001-2006 was hij lid van de Lesebühne "Visch &Fersel." Ramstedt is ook songwriter en muzikant in de groep "Fön", waarmee hij in 2004, onder het pseudoniem McCoy, de avonturenroman „Mein Leben als Fön“ publiceerde. In 2005 werd zijn roman „Wir bleiben in der Nähe“ gepubliceerd, in 2008 volgde "Der Kaiser von China". Voor twee stukken van muziektheater ensemble "leitundlause", geregisseerd door Matthias Rebstock schreef hij de teksten: "Referentinnen. Geschichten aus der zweiten Reihe." (2008) en "Brachland. Geschichten vom Nichts." (2010)

 

Uit: Der Kaiser von China

 

“Franziska sagte, dass ich sofort kommen solle, sie sagte etwas von Identifizieren, sie sagte etwas von Einäschern, sie sagte etwas von Stammbuch, mich ließ sie dabei kaum zu Wort kommen. "Wie geht es dir?", fragte ich in eine ihrer seltenen Atempausen hinein. "Wie soll es mir schon gehen", sagte sie, "beschissen natürlich", dabei schluckte sie, "Beeil dich", sagte sie dann noch, bevor sie auflegte, was sie immer sagt und immer auch meint, auch wenn es ihr dann doch nie schnell genug geht, weil es ganz unmöglich ist, sich so zu beeilen, wie Franziska sich das vorstellt, weil niemand so schnell ist wie Franziska, immer wartet sie auf einen, immer dreht sie sich nach einem um, immer beendet sie die Sätze für einen, weil sie nicht nur schneller spricht, sondern auch schneller hört als andere, sie hört Dinge, die noch gar nicht gesagt worden sind, manchmal noch nicht einmal gedacht. Franziska ist immer schon schnell gewesen, sechs aufeinanderfolgende Jahre, so fand ich heraus, war sie Jugendmeisterin im Sprint, das ist alles dokumentiert, von Anfang an ging es ihr nicht rasch genug, zwei volle Monate ist sie zu früh auf die Welt gekommen, lernte dennoch, so zumindest behauptet es ihre Mutter, noch in ihrem ersten Jahr Laufen und Sprechen, Franziska wurde vorzeitig eingeschult, um dann noch zwei Klassen, die sechste und die elfte, zu überspringen; ich habe vergessen, in wie viel Semestern sie ihr Jurastudium absolvierte, es war eine lächerlich kleine Zahl, bei ihrer Mutter hängt ein gerahmter Zeitungsausschnitt ("Im Dauerlauf durchs Examen", daneben ein Foto, Franziska, die den Fuß auf einen Stapel Gesetzbücher stellt wie auf ein erlegtes Stück Großwild). Ab diesem Zeitpunkt ist wenig gesichert, und sie selbst weicht Fragen aus, anscheinend ging sie in die USA, um zu promovieren, anscheinend arbeitete sie eine Zeit lang für Kanzleien, die, wie sie es ausdrückt, "davon leben, dass jemand einen Finger in seinen Cornflakes findet", anscheinend bekam sie dann selbst eines Tages Ärger mit der Justiz, "ein Missverständnis", behauptet sie und lächelt so, dass man ihr nicht glaubt. Franziska spricht nicht gern über ihre Vergangenheit, "Die ist immer schon so lange her", sagt sie, kneift die Augen ein paarmal zusammen und wechselt das Thema. Bevor Franziska meine Frau wurde, ist sie meine letzte Großmutter gewesen. "Ihr werdet euch jetzt öfter sehen", hat mein Großvater gesagt, damals, beim ersten gemeinsamen Abendessen mit ihr, bei dem alles stimmen sollte, und tatsächlich, überraschenderweise, alles stimmte. Franziska ging den Tisch entlang, gab reihum jedem von uns die Hand, und wir stellten uns vor. "Keith", sagte ich, "Echt?", fragte Franziska, und als ich nickte, strich sie mir Anteil nehmend über den Arm. "Ich werde dich nie so nennen."

 

 

Tilman Rammstedt (Bielefeld, 2. Mai 1975)

20:14 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tilman rammstedt, romenu |  Facebook |

Gottfried Benn, Esther Freud, Novalis, James Holmes, Georges-Arthur Goldschmidt, Angela Krauß

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

 

Schöne Jugend

 

Der Mund eines Mädchens, das lange im Schilf gelegen hatte,
sah so angeknabbert aus.
Als man die Brust aufbrach, war die Speiseröhre so löcherig.
Schließlich in einer Laube unter dem Zwerchfell
fand man ein Nest von jungen Ratten.
Ein kleines Schwesterchen lag tot.
Die anderen lebten von Leber und Niere,
tranken das kalte Blut und hatten
hier eine schöne Jugend verlebt.
Und schön und schnell kam auch ihr Tod:
Man warf sie allesamt ins Wasser.
Ach, wie die kleinen Schnauzen quietschten!

 

 

 

Nachtcafé

 

Der Frauen Liebe und Leben.
Das Cello trinkt rasch mal. Die Flöte
rülpst tief drei Takte lang: das schöne Abendbrot.
Die Trommel liest den Kriminalroman zu Ende.

Grüne Zähne, Pickel im Gesicht
winkt einer Lidrandentzündung.

Fett im Haar
spricht zu offenem Mund mit Rachenmandel
Glaube Liebe Hoffnung um den Hals.

Junger Kropf ist Sattelnase gut.
Er bezahlt für sie drei Biere.

Bartflechte kauft Nelken,
Doppelkinn zu erweichen.

B-moll: die 35. Sonate
Zwei Augen brüllen auf:
Spritzt nicht das Blut von Chopin in den Saal,
damit das Pack drauf rumlatscht!
Schluß! He, Gigi! -

Die Tür fließt hin: Ein Weib.
Wüste ausgedörrt. Kanaanitisch braun.
Keusch. Höhlenreich. Ein Duft kommt mit.
Kaum Duft.
Es ist nur eine süße Verwölbung der Luft
gegen mein Gehirn.

Eine Fettleibigkeit trippelt hinterher.



Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)

Lees meer...

01-05-12

Dolce far niente 8 (Bij de Dag van de Arbeid)

 

Romenu heeft er nog wat vrije dagen aangeplakt. Binnenkort weer de gebruikelijke berichten.



De sterke uren door Richard Roland Holst, 1911

Gebouw van de Algemene Diamantbewerkersbond (‘De Burcht’), Amsterdam

 

 

 

Van uit een nieuwe wereld treedt een man

 

Van uit een nieuwe wereld treedt
een man mij aan met enge kleed,
schittrend zooals ik nimmer zag,
met ‘t hoofd zoo stralend als de dag.

Hij heeft geen enkel sieraad aan
van slaafschheid en geen enklen waan,
maar hij is zuiver als een man
naakt opgegroeid maar wezen kan.

Hij heeft den arm in zuivre vuist,
hij heeft het been tot zuivren voet,
en om het trotsch gelaat, gekuischt,
hangt stil en hoog een sterke gloed.


 

Van uit een nieuwe wereld treedt een vrouw

 

Van uit een nieuwe wereld treedt
een vrouw mij toe met hangend kleed,
zoo helder als ik nimmer zag,
het oog zoo stralend als de dag.

Zij heeft geen enkel sieraad aan
van schuwheid, en geen enklen waan,
maar zij is zuiver als een glas,
alsof ze zoo geboren was.

Haar arm is in een zuivren hoek,
in schoone stralen valt haar doek,
en om haar schoon gelaat gezond
speelt 't helderst licht van keel en mond.

 

 

 

Herman Gorter(26 november 1864 - 15 september 1927)

15:03 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: herman gorter, romenu |  Facebook |

30-04-12

Dolce far niente 7


Romenu heeft er nog wat vrije dagen aangeplakt. Binnenkort weer de gebruikelijke berichten.

 

 

 

 

Noordeinde door Floris Arntzenius (1864 - 1925)

 

 

 

Koninginnedag

 

Ze kwamen aan uit Veghel, Vaals en Vorden
Ter ere van hun jarige vorstin

Met bloemen en prullaria van tin

Met kussens, koeken, kannetjes en borden


Toch ging er al meteen aan het begin

Een bange vraag door de oranje horde:

Waar is de prins? Hij is toch wel in orde?

Hoe zit dat? Had Prins Claus vandaag geen zin?


Prins Claus wou inderdaad maar al te graag

Een keer aan de joecheisasa ontbreken

De prins was op de vrijmarkt in Den Haag


Hij zat daar met een lach en een sigaar

Met vóór hem op een vieze, wollen deken

De goedbedoelde troep van vorig jaar.

 

   


Ivo de Wijs
(Tilburg, 13 juli 1945)

21:04 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ivo de wijs, romenu |  Facebook |