13-05-12

Martinus Nijhoff, Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin


Bij Moederdag

 

 

 

 

Mary Cassat, Young Thomas And His Mother, 1893

 

 

 

Herinnering


Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tesaam
Iedere nacht een liedje, moeder,
Zongen voor het raam?


Moe gespeeld en moe gesprongen
Zat ik op uw schoot en dacht
In mijn nachtgoed, kleine jongen,
Aan 't geheim der nacht.


Want als wij dan gingen zingen
't Oude altijd-eendre lied
Hoe God alle, alle dingen
Die wij doen, beziet,
Hoe zijn eeuwige, grote wondren
Steeds beschermend om ons zijn
- Nimmer zong je moeder, zonder 'n
Beven dat refrein - ,
Dan zag ik de sterren flonkren
En de maan door de wolken gaan,
D' Oude nacht met wijze, donkre
Ogen voor me staan.

 

 

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

Lees meer...

12-05-12

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky


De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

 

Raadsels van de regen

 

Wat is zelfgenoegzaam? Regen.
Wat is een kapstok? Een stille vriend.
Hoeveel gaten telt een knoop?
Het dubbele van een knoopsgat.
Wat wil dansen maar kan het niet? Regen.
Wat wil vuur zijn maar kan het niet worden? Regen!
Wat ligt daadwerkelijk stil? Het hart van een dode.
Wat klopt het hardst: het hart of de voet van de baby?

 

 

 

Denkend aan de dood

 

Ik heb zo vaak mijn eigen eind bedacht
dat het niet langer onverhoeds kan komen.

Het moet wel zijn zoals ik het voorzag;
de angstige uren in de nacht

zullen ten langen leste lonen
voor wie beseft dat van alle gedachten

die ooit werden gedacht die aan de dood
behoorden tot de meest gewone.

 

 

 

Bij Geboorte 1

 

Als opgebaard leven ligt daar de boreling.
Wie met hem te doen heeft, benijdt hem.

Nog nauwelijks het niets ontrukt
drukt hem al het juk van de vreugde

De pose naast de teddybeer
die opzichtig voor zijn beste vriend doorgaat.

De bezoekers koeren;
een hogere vorm van ademen.

 

 

 

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

Lees meer...

Eva Demski, Sabine Imhof, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti


De Duitse schrijfster Eva Demski werd geboren op 12 mei 1944 in Regensburg. Zie ook alle tags voor Eva Demski op dit blog.

 

Uit: Von Liebe, Reichtum, Tod und Schminke

 

„Die sogenannte Jogginghose und ihre arschkonturierende Schwester Leggin sowie die dazugehörigen namenlosen Oberteile sind nichts anderes als ein großes Sichaufgegebenhaben. Wie gesagt, meine Klage und mein Schauder werden von manchen geteilt, auch öffentlich. Aber die da in Meersburg oder auf Föhr, in Garmisch oder Rostock herumwandern, hören es nicht, sie hören es nicht, und sehen tun sie sich ganz offenbar auch nicht. Jenes zerflossene wamperte Monster, das mit einem grünlichen Doppelsack als Beinkleid und der Aufschrift California Dream Boy auf seinem lila Bierranzen in einer Schaufensterscheibe oder im Spiegel eines Schuhgeschäfts aufscheint, kann sich als Ich ganz offenbar nicht wahrnehmen, er müßte doch sonst weinend im Rinnstein zusammensinken. Und die Frau neben ihm, deren Beine von Leopardenmuster so eng umhüllt sind, daß man deutlich die kleinen Säckchen an den Kniekehlen und weiter oben die Kimme sehen kann, die ist sich selber offenbar genauso unsichtbar. Oder sind sie alle so resigniert, so mit sich selber zerfallen, so -titanisch unglücklich über die Unzulänglichkeit des Menschen an sich, daß sie so was anziehen?
Der Jugend sehen wir viel nach und gedenken zärtlich jener Schrecknisse, die wir den eigenen Eltern bereitet haben (weißgekalkte Lippen und Metallreifen um die Mitte). Daß die Mädels für eine schöne Zeit ihres Lebens aussehen, als hätte man sie unter einem nassen Stein gefunden und ihnen dann Zement um die Füße gegossen – macht nichts. Das gibt sich, und wenn man Kinder davon abhalten kann, sich an allzu sichtbarer Stelle ein Tattoo anbringen zu lassen (»Schätzchen, wie glaubst du, daß ein Drachen auf der Stirn aussieht, wenn du vierzig bist?« Antwort: »Das werd ich nie! Eher erschieß ich mich!«) – also wenn es einem gelingt, das zu vermeiden, dann steht einer attraktiven modischen Entwicklung abseits des Freizeitkleidungsstammes, dieser Troglodyten, nichts im Weg.“

 

 

Eva Demski (Regensburg, 12 mei 1944)

Lees meer...

11-05-12

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rose Ausländer


De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

 

Regen

 

De bui is afgedreven;
aan de gezonken horizont
trekt weg het opgestapelde, de rond-
gewelfde wolken; over is gebleven
het blauw, het kille blauw, waaruit gebannen
een elke kreuk, blank en opnieuw gespannen.

En hier nog aan het vensterglas
aan de bedroefde ruiten
beeft in wat nu weer buiten
van winderigs in opstand was
een druppel van de regen,
kleeft aangedrukt er tegen,
rilt in het kille licht.

en al de blinking en het vergezicht,
van hemel en van aarde, akkerzwart,
stralende waters, heggen, het verward
beweeg van mensen, die naar buiten komen,
ploegpaarden langs de weg, de oude bomen
voor huis en hof en over hen de glans
der daggeboort, de diepe hemeltrans
met schitterzon, wereld en ruim heelal:
het is bevat in dit klein trilkristal.

 

 

 

Het was een morgen, kristallijn gezet

 

Het was een morgen, kristallijn gezet
op vochte weiden, waar de droppeldauw
de sprieten, stengels buigen deed, aan kelk en steel
schakerend in het lichte grijs gezegen
op gras en groene halmen, in de lucht
heldere vinkenslag, over de vlonder
het reppen van de voeten, de witte tandenlach,
het zingen van de melkster, aan de kimmen
de zomen
ging God om

Dat was geweest; dat had nu zijn bekomst

 

 

 

Cheops (fragment)

 

Zo dit groot monument, dit uitgekozen
koninklijk gloriestuk en pronkkleinood,
de rijke rotsklomp, kantig en behouwen
als een gekloofd juweel, de bergkolos,
die dromende onder het marmerpantser
de leden rekt, de torenstapeling
van duizenden op duizenden getild
door honderdduizenden, getuigenis
van onbedwongen almacht uitgevierd
tot zwijmelhoogte, van een fel bewind,
dat zijn vermeten en zijn netten wierp
over de namelozen, de verloren
tot ondergang gedoemde drom, gebukt
over hun donkre moeite en zweet, het hoofd
zuchtend en trillende het harde pogen
in handen en gerei, tesaamgeschoold
tot hunne taak de bange en als lood
lag dodelijk op de bekommerden
de doffe wil, het onverwrikt gebod
van de ver tronende, meedogenloze,
van hem, de eigenzinnige despoot.

 

 

 

J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

Lees meer...

10-05-12

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Petra Hammesfahr, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Roberto Cotroneo


De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

 

Zondag

 

De stilte, nu de klokken doven,
Wordt hoorbaar over zondags land
En dorpse woningen, waarboven
Een schelpenkleurge hemel spant

De jeugd keert weer voor d' in gedachten
Verzonkene, die zich hervindt
Een warm, van onbestemd verwachten,
In zondagsstilte eenzelvig kind.

En tussen toen en nu: 't verwarde
Bestaan, dat steeds zijn heil verdreef;
De scherpe dagen, waar de flarde
Van 't wonde hart aan hangen bleef.

Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.

 

 

 

In Memoriam

 

De blaren vallen in de gele grachten;
Weer keert het najaar en het najaarsweer
Op de aarde, waar de donkre harten smachten
Der levenden. Hij ziet het nimmermeer.

Hoe had hij dit bemind, die duistre straten,
Die atmosfeer van mist en zaligheid,
Wanneer het avond wordt en het verlaten
Plaveisel vochtig is en vreemd en wijd.

Hij was geboren voor de stille dingen,
Waarmee wij leven - maar niet even lang -
Waarvan wij 't wezen slaken in ons zingen,
Totdat wij zinken, en met ons de zang.

Het was een herfst als nu: de herfsten keren,
Maar niet de harten, na hun korte dag;
Wij stonden, wreed van menselijk begeren,
In de ademloze kamer, waar hij lag.

En voor altijd is dit mij bijgebleven:
Hoe zeer veel stiller dood dan slapen is;
Dat het een daaglijks wonder is, te leven,
En elk ontwaken een herrijzenis.

Nu weer hervind ik mij in het gewijde
Seizoen, waar de gevallen blaren zijn
Als het veeg zonlicht van een dood getijde,
En denk: hoelang nog leef ik in die schijn?

Wat blijft ons over van dit lange derven,
Dat leven is? Wat, dat ik nog begeer?
Voor hem en mij een herfst, die niet kan sterven:
Zon, mist en stilte, en dan voor immermeer.

 

 

 

J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

Lees meer...

09-05-12

Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Bulat Okudzhava, Leopold Andrian


De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

 

Tijding

 

Nu de Grote Nieuwe Laatste Moederlijke Oorlog
slechts drie weken duurde, honderddrieënzeventig
doden snik aan onze kant, enkele tienduizenden
bij nou ja de vijand, en het lentezonnetje schijnt
en op het balkon bloeien de planten allerkleurigst

nu de wapenen gesproken de schedels gespleten
de ledematen bloederig uit de moskeeën trippelen
bovendien de gramstorige lama op een berg in India
zijn glas gekookt water drinkt en het verder wel gelooft

nu de rivieren allemaal zijn omgelegd en van de zee
landinwaarts stromen, de paden op de lanen in,
dorpen bergen lijken allerwegen overstromen

en de vissen ach de vissen zie hen eens vakantie vieren
achter hun vissenogenkleine zonnebrillen want zij kennen
het bestraald geweten van de generaal de kardinaal
de pederast en zelfs de pronograaf in celibaat

als de vissen mensen wisten zouden zij wenen de zee
als de vissen eens wisten dat zij reeds weenden de zee

nu de lange tijd die ons werd gegeven plots nogal verkort
begint te lijken op de droom waar je al half uit ontwaakt
met scherven op je ogen en een suizen in de oren
- het terneergestort lawaai van de gewonnen strijd -

nu ziet het er toch echt naar uit dat de kruik zeer lang
te water ging langer nog dan dorst verdroeg te lang
want statig zinken reeds de barsten in een schotschrift
dat amper opgesteld de vinger alweer op de trekker legt
en die in slow motion met veel tromgeroffel overhaalt.

 

 

Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

 

Lees meer...

Alan Bennett, Lucian Blaga, Mona Van Duyn, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie, Pitigrilli


De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Alan Bennett op dit blog.

 

Uit: The Clothes They Stood Up In

 

"I mean," said Mrs. Ransome, "it's getting like a hotel."
"I wish you wouldn't keep saying 'I mean,'" said Mr. Ransome. "It adds nothing to the sense."
He got enough of what he called "this sloppy way of talking" at work; the least he could ask for at home, he felt, was correct English. So Mrs. Ransome, who normally had very little to say, now tended to say even less.
When the Ransomes had moved into Naseby Mansions the flats boasted a commissionaire in a plum-colored uniform that matched the color of the building. He had died one afternoon in 1982 as he was hailing a taxi for Mrs. Brabourne on the second floor, who had forgone it in order to let it take him to hospital. None of his successors had shown the same zeal in office or pride in the uniform and eventually the function of commissionaire had merged with that of the caretaker, who was never to be found on the door and seldom to be found anywhere, his lair a hot scullery behind the boiler room where he slept much of the day in an armchair that had been thrown out by one of the tenants.
On the night in question the caretaker was asleep, though unusually for him not in the armchair but at the theater. On the lookout for a classier type of girl he had decided to attend an adult education course where he had opted to study English; given the opportunity, he had told the lecturer, he would like to become a voracious reader. The lecturer had some exciting though not very well formulated ideas about art and the workplace, and learning he was a caretaker had got him tickets for the play of the same name, thinking the resultant insights would be a stimulant to group interaction. It was an evening the caretaker found no more satisfying than the Ransomes did Così and the insights he gleaned limited: "So far as your actual caretaking was concerned," he reported to the class, "it was bollocks." The lecturer consoled himself with the hope that, unknown to the caretaker, the evening might have opened doors. In this he was right: the doors in question belonged to the Ransomes' flat“.

 

 

Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

In 1973

Lees meer...

08-05-12

Thomas Pynchon, Roddy Doyle, Gertrud Fussenegger, Pat Barker, Gary Snyder


De Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon werd op 8 mei 1937 geboren in Glen Cove, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Pynchon op dit blog.

 

Uit: The Crying of Lot 49

 

„It took her till the middle of Huntley and Brinkley to remember that last year at three or so one morning there had come this long-distance call, from where she would never know (unless now he'd left a diary) by a voice beginning in heavy Slavic tones as second secretary at the Transylvanian Consulate, looking for an escaped bat; modulated to comic-Negro, then on into hostile Pachuco dialect, full of chingas and maricones; then a Gestapo officer asking her in shrieks did she have relatives in Germany and finally his Lamont Cranston voice, the one he'd talked in all the way down to Mazatlan. "Pierce, please," she'd managed to get in, "I thought we had --- "

"But Margo,"earnestly, "I've just come from Commissioner Weston, and that old man in the fun house was murdered by the same blowgun that killed Professor Quackenbush," or something.

"For God's sake," she said. Mucho had rolled over and was looking at her.

"Why don't you hang up on him," Mucho, suggested, sensibly.

"I heard that," Pierce said. "I think it's time Wendell Maas had a little visit from The Shadow." Silence, positive and thorough, fell. So it was the last of his voices she ever heard. Lamont Cranston. That phone line could have pointed any direction, been any length. Its quiet ambiguity shifted over, in the months after the call, to what had been revived: memories of his face, body, things he'd given her, things she had now and then pretended not to've heard him say. It took him over, and to the verge of being forgotten. The shadow waited a year before visiting. But now there was Metzger's letter. Had Pierce called last year then to tell her about this codicil? Or had he decided on it later, somehow because of her annoyance and Mucho's indifference? She felt exposed, finessed, put down. She had never executed a will in her life, didn't know where to begin, didn't know how to tell the law firm in L. A. that she didn't know where to begin.“

 

 

Thomas Pynchon (Glen Cove, 8 mei 1937)

Lees meer...

Romain Gary, Edmund Wilson, Peter Benchley, James Worthy

 

De Franse schrijver, vertaler regisseur en diplomaat Romain Gary werd geboren op 8 mei 1914 in Vilnius, Litouwen. Zie ook alle tags voor Romain Gary op dit blog.

 

Uit: La promesse de l’aube

 

„Je restai là, le cigare idiot aux lèvres, avec ma veste de cuir, ma casquette sur l'oeil, mon air dur, mes mains dans les poches, cependant que la terre entière devenait soudain un lieu inhabité. C'est de cela que je me souviens surtout aujourd'hui: une sensation d'étrangeté, comme si les lieux les plus familiers, le sol, les maisons et toutes les certitudes fussent devenues autour de moi une planète inconnue où je n'avais jamais mis les pieds auparavant. Tout mon système de poids et mesures s'écroulait d'un seul coup. J'avais beau me dire que les belles histoires d'amour finissent toujours mal, j'avais cru malgré tout que la mienne finirait mal aussi, mais après justice rendue. Que ma mère pût mourir avant que j'eusse le temps de me jeter dans le plateau de la balance pour la redresser, pour rétablir l'équilibre et démontrer ainsi clairement, irréfutablement, l'honorabilité du monde, témoigner de l'existence, au coeur des choses, d'un dessein honnête et secret me paraissait une négation de la plus humble, de la plus élémentaire dignité humaine, comme une interdiction de respirer. Je n'ai pas besoin d'insister auprès de mes lecteurs sur l'extrême jeunesse dont une telle attitude témoignait. Je suis, aujourd'hui, un homme expérimenté. Je n'ai pas besoin d'en dire plus, on a compris.“

 

 

Romain Gary (9 mei 1914 – 2 december 1980)

Lees meer...

Libris Literatuur Prijs voor A. F.Th. van der Heijden


De schrijver A.F.Th. van der Heijden heeft met zijn boek 'Tonio' de Libris Literatuur Prijs gewonnen. Juryvoorzitter Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, maakte dat maandagavond bekend in het Amstel Hotel in Amsterdam. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 50.000 euro. Zie ook alle tags voor A. F. Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Tonio

‘We kunnen ons wel blijven volhouden dat we zijn leven tot aan 23 mei 2010 nog hebben om in de herinnering te koesteren, maar dat is niet meer hetzelfde leven dat we van nabij gekend hebben. Het is in al zijn verschijningsvormen aangetast door de dood die het afsneed. Geen herinnering is meer puur en onbevangen. Het geheugen verstikt in de schaduw van Tonio’s vroege einde, en de erin opgeslagen beelden raken in hun vorm en lichtheid aangetast.
Het ergste: de ooit zo zuivere herinneringen worden met terugwerkende kracht verklikkers van de dood. Wat ze voorafgaand aan Pinksteren niet hadden, krijgen ze nu: een voorspellende kracht, die zich in het geheugen van de zich herinnerende openbaart. Ze voorspelen het sterven van de jongen die er de hoofdrol in speelt.

(…)

 

“Ik schrijf het in de eerste plaats voor jou. Nee, niet voor je zielenrust. Ik hoop juist de aandacht van je ziel te trekken. Hij moet verontrust raken. Via hem wil ik je laten weten dat de pijn die jij een half etmaal lang ondergaan hebt, door ons is overgenomen. Levenslang. Niks rust zacht. In die pijn zijn we voortaan verenigd. Jij, Mirjam en ik. En mocht de ziel bestaan, ook de onze, dan komt met ons sterven aan die vereniging geen einde.

 

 


A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

07-05-12

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun


De Vlaamse schrijver en dichter Willem Elsschot werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

 

 

Brief

 

Lamme smeerlap, met je baard,
dor van geest maar dicht behaard,
die ons daar stond aan te staren
of wij huursoldaten waren.

'k Weet nog alles, luizig dier,
ook al zit je ver van hier,
teruggetrokken en stokoud
in een blokhuis vol met goud.

Dat je er Stein hebt uitgetrapt
nadat hij je had verklapt
hoe je schatten kon verdienen
met de bouw van zijn machinen.

Hoe je Berends in de stront
hebt gewreven, als een hond,
toen hij 't boekjaar niet kon sluiten
door die fout van zeven duiten.

Hoe die halfwas, smal en bleek,
van zijn gulden in de week
vijftig centen af zag romen,
want hij was te laat gekomen.

'k Weet het nog, zoals je ziet,
maar ik snap vandaag nog niet
hoe die negen duizend koppen
dat zo lijdzaam bleven kroppen.

Had een flinke delegatie,
na 't verwerpen van je gratie
je maar even beet gepakt,
even op de vloer gesmakt,

je die baard eens afgeschoren,
met of zonder je twee oren,
je die broek eens afgedaan
om je voor je kont te slaan.

Maar al is het niet gebeurd,
uitgesteld is niet verbeurd.
Wij staan klaar om ons te wreken
zonder je de nek te breken.

Want komt ooit de rode tijd
door je slaven lang verbeid,
vóór nog dat je met je botten
bent gedolven, om te rotten,

dan word jij benoemd per se
om de piesbak en de plee
schoon te maken als het hoort
in de Beurs of Delftse Poort.

 

 

 

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

Lees meer...

Robert Browning, Archibald MacLeish, Peter Carey, Rabindranath Tagore, Horst Bienek


De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook alle tags voor Robert Browning op dit blog.

 

 

Earth's Immortalities

 

FAME.

See, as the prettiest graves will do in time,
Our poet's wants the freshness of its prime;
Spite of the sexton's browsing horse, the sods
Have struggled through its binding osier rods;
Headstone and half-sunk footstone lean awry,
Wanting the brick-work promised by-and-by;
How the minute grey lichens, plate o'er plate,
Have softened down the crisp-cut name and date!

LOVE.

So, the year's done with
(_Love me for ever!_)
All March begun with,
April's endeavour;
May-wreaths that bound me
June needs must sever;
Now snows fall round me,
Quenching June's fever---
(_Love me for ever!_)

 

 

 

Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret in brons door Thomas Woolner, 1856

Lees meer...

06-05-12

Willem Kloos, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue


De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

 

Verzen

 

VII.

 

Ik wijd aan U dees verzen, zwaar geslagen

Van Passie, en Verdoemenis, en Trots,

In doods-bleek marmer of dooraderd rots,

Al naar mijn kunstnaars-wil en welbehagen.

 

Zij zijn doorleefd: 'k heb daarin neêrgedragen,

Rijk-handig, al wat, in den loop des Lots,

Aan menschen-liefde of hooge Liefde Gods,

Dit dood-arm Wezen heeft te voelen wagen.

 

Ik, die mijn Leven uit-te-zeggen zoek,

Heb al mijn lieve voelen, zoeken, tasten

En weten in dit somber boek gevat.

 

En 'k bied, met dit mijn eerste en laatste boek,

Een laatsten groet aan U, die met uw vasten

Stap naast mijn àl te wankle schreden tradt.

 

 

 

 

Homo Sum I

 

Ik was de gróte Minnaar zonder ruste,
Die ging hoog-heerlijk in triomf door 't Leven,
Jeugdig omklemmend in een stórm van beven
Al zielen, gróte en kleine, naar het lustte

Dit Hoog Hart, dat toch nóoit zijn droefheid suste,
Droefheid om Liéfde's wil, die géén kon geven:
Nu weêr om Zélf's wil, wijl ik zelf moest sneven,
Dán wijl ik nédersloeg, wie 'k éven kuste.

Ik brak de harten op mijn tocht, zo glorie-vol -.
't Mijn brak mee, maar, nóg schoner dan te voren,
Greep het naar nieuwe, blonde of donkre, lokken;

Liefde vliedt héen thans, maar in haar historie-rol
Sta ik geboekt als het Hart Uitverkoren,
't Hárt dat geen Hárt vond en stierf zonder mókken.

 

 

 

 

Aan een pseudo-volksleider

 

Gij zijt een bruut en absoluut genieter
Van 't heerlijk Leven, waar het zich maar aanbood,
Maar zoudt gij even willen worden schaamrood
Omdat gij zijt bruut, absoluut verniet'ger

Van al het echte dat naar u zich saamgooit
Tot één groot mens-zijn, niet om te verdriet'gen
Uw zwak, klein zelf, maar om u te verniet'gen
U, mens, die waart voor elk echt mens een aanstoot.

Aanstootje afschuwlijk, die uw klein ikje aanhangt
Als één verniet'gend doemen van u zelven.
O gij die zijt een ijdeltuit afgrijslijk,

Gij gaat u zelf een gruwbre afgrond delven,
Daar 't groot Hollands volk niets meer voor u aanvangt
Dan dat het vindt uw houdinkjes vrij prijslijk.

 

 

 

Willem Kloos (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

Hein Boeken en Willem Kloos rond 1900

Lees meer...

Harry Martinson, Carl Ludwig Börne, Christian Morgenstern, Ferdinand Sauter, Eugène Labiche


De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook alle tags voor Harry Martinson op dit blog.

 

 

The electrons

 

With their round dance the electrons spin
chrysalises of that which abides,
the inmost cocoons
which do not open of their own accord
but are of that which abides.

 

There it is not a matter of hatching out.
There it is a matter of tending and protecting
the metamorphoses of the inmost
deeper-down swaying,
the innermost playing of women in dance.

 

 

Vertaald door Stephen Klass

 

 

 

Anni

Anni, Glitzerauge.
Erinnerst du dich noch? Wir waren damals sieben.
Wir versteckten uns im Roggenfeld,
auf einem großen Stein, der „Hügel der Riesen“ hieß.

-Rings um uns die gelbe Flut des Roggens.
-Rings um uns der gelbe Meerbusen des Roggens,
der die lange Zunge des Tannenwaldes umarmte.
Anni, erinnerst du dich an die rote Bake der Kate
auf dem Kap Horn der Wälder?

Rund um unsere einsame Insel tuschelten die Ähren,
ich küsste deinen Mund,
blaue Feldmäuse schwammen vorbei wie die Wale dort draußen
mitten im Meer.
Die Sonne und die Heuschrecken: die Tümmler der Ähren.

Wie ein Schwerer Prahm trieb unsere Pflegemutter auf uns zu.
Sie lotste uns heim in den Hafen der Kate.
Schläge mit dem Haselnussstock und Schreie wie Notpfiffe.
Erinnerst du dich noch, Anni?


Vertaald door Berd Jentzsch

 

 

 

Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)

Lees meer...