25-04-13

Erik Menkveld

 

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zijn vader werkte bij Philips, die radiofabrieken startte in verre landen. Vandaar dat zijn lagere schooljaren in Tanzania en Ghana plaatsvonden. Hij sprak toen Engels, waar hij later profijt van had. In Doorn bezocht hij daarna de middelbare school. Na zijn studie Nederlands in Amsterdam was Menkveld van 1987 tot 1998 fondsredacteur van Uitgeverij De Bezige Bij. Sinds 1998 was hij stafmedewerker bij Poetry International te Rotterdam. Met ingang van jaargang 2000 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade.Samen met Margaretha H. Schenkeveld bezorgde hij de briefwisseling tussen A. Roland Holst en diens oom en tante Richard en Henriëtte Roland Holst (verschenen in de reeks Privé Domein bij De Arbeiderspers, 1989). In 1995 verscheen bij de bibliofiele uitgeverij De Lange Afstand Erik Menkvelds poëziedebuut “Koebeest en vrouwdier”. Deze bundel werd in 1996 gevolgd door “Lente”, eveneens bij De Lange Afstand. Officieel debuteerde Erik Menkveld als dichter in 1997 bij Uitgeverij De Bezige Bij met de bundel “De karpersimulator”, waarin beide genoemde bibliofiele bundels zijn opgenomen. “De karpersimulator” werd in 1998 bekroond met de C. Buddingh'-prijs voor het beste Nederlandstalige debuut, en met de Van der Hoogtprijs. Ook werd de bundel dat jaar genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Nieuw werk van Erik Menkveld verscheen in tijdschriften als Raster, De Revisor en De Gids. Najaar 2000 verscheen zijn tweede bundel “Schapen nu!”, in 2005 gevolgd door “Prime time”.

 

Boerenbui

Hevige aandrang te eggen of te gieren?
Een tractor te kopen? Nuchtere
kalveren voor de mesterij?

Red één ongeschoren schaap
bij nacht en ontij uit de sloot, bekijk
het liefste varken op worstkwaliteit, eet

twaalf sneeën zelfverbouwd roggebrood.
En vergeet niet bij rooien of poten
op klompen te lopen en overal bij.

Meestal waait het dan wel over.
En anders ben je onherroepelijk
geboren voor de boerderij.

 

 

Alles mag je worden

Het springzaad knapt, de brempeulen
knallen open en jij ligt er in je wieg
als een popelend boontje bij.

Alles mag je worden van mij: zeeman,
boswachter, archeoloog. Of -
als je leven ingewikkelder loopt –

gesponsord ontdekker van aangroei
werende stoffen voor scheepsverf,
alleenstaand paddenstoelenfotograaf,

pacht- en beestenlijstenonderzoeker
van verdwenen Drentse keuterijen…
Behalve ongelukkig. Beloofd?

 

 

 
Erik Menkveld (Eindhoven, 25 april 1959)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: erik menkveld, romenu |  Facebook |

24-04-13

Frans Coenen, Eric Bogosian, Robert Penn Warren, Michael Schaefer, Carl Spitteler

 

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

 

Uit: Verveling

 

“Boven onder 't dak was 't al broeiheet, met een benauwden reuk van versch hout en door de zon gestoofd lood. Een heen-en-weer geklos over den vloer, en de hooge stem van fräulein Böhmer, de eigenares van 't hôtel, klonken uit een kamer aan het eind van een middengangetje.

‘Da sind Sie endlich!’ riep 't fräulein Henriette toe, haar vriendelijk lachend aanziend, in de groote, bruine, uitpuilende oogen, een schalke vogelachtige uitdrukking.

Zij had over 't geheel veel van een oud-verweerd spekpoppetje op een trumeau, met haar kleine lijfje onder 't groote eironde hoofd, rood en zon-verbrandend, met glanzend zwart haar.

‘Na, was sagen Sie jetz! ist's nicht hübsch geworden hier?! Wird ihre Freundin hier nicht ganz heimisch sein? ging zij voort en wees in 't rond op 't nieuw hardblauw behang en de tullen gordijntjes, met de roodlinten embracetjes voor 't raam.

Henriette knikte vriendelijk van ja. Zij was pas drie dagen geleden uit Holland gekomen, doch al op heel goeden voet met de eigenares, die haar overal brjriep waar wat te zien was.

In haar huiselijke omgeving in Amsterdam, stond Henriette de Wal anders niet bekend als iemand, die gauw vertrouwelijk was. Haar donkere oogen, onder de fljne wenkbrauwen, zagen gewoonlijk hoog en onverschillig uit 't witte smalle gezicht en om de smalle bloedelooze lippen van haar kleinen mond was een trotsche, afwijzende trek.

Maar thans gloeide er iets innigs, een zachte dankbaarheid in den blik, waarmee zij naar buiten tuurde en haar mond was droomerig even-geopend.

Zoo luisterde zij met schijnbare belangstelling naar 't levendig zelfbehagelijk geratel van fräulein Böhmer, een lang relaas van alles wat er hier en in 't hoofdgebouw nog aan de kamers moest gedaan worden,.... van buiten, vochtig en koel, kwam 't onregelmatig, frisch geplas van de fontein tot hen,... toen 't kleine menschje op eens zich zelf onderbrak:

‘Aber jetz musz ich eilen, sonst wird mein diner nicht fertig,... gehen Si mit, fräulein?’

 

 

 

Frans Coenen (24 april 1866 - 23 juni 1936)

Lees meer...

23-04-13

William Shakespeare, Andrey Kurkov, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Christine Busta

 

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

 

Uit: Othello

 

“ACT I

SCENE I. Venice. A street.

Enter RODERIGO and IAGO

RODERIGO

Tush! never tell me; I take it much unkindly

That thou, Iago, who hast had my purse

As if the strings were thine, shouldst know of this.

IAGO

'Sblood, but you will not hear me:

If ever I did dream of such a matter, Abhor me.

RODERIGO

Thou told'st me thou didst hold him in thy hate.

IAGO

Despise me, if I do not. Three great ones of the city,

In personal suit to make me his lieutenant,

Off-capp'd to him: and, by the faith of man,

I know my price, I am worth no worse a place:

But he; as loving his own pride and purposes,

Evades them, with a bombast circumstance

Horribly stuff'd with epithets of war;

And, in conclusion,

Nonsuits my mediators; for, 'Certes,' says he,

'I have already chose my officer.'

And what was he?

Forsooth, a great arithmetician,

One Michael Cassio, a Florentine,

A fellow almost damn'd in a fair wife;

That never set a squadron in the field,

Nor the division of a battle knows

More than a spinster; unless the bookish theoric,

Wherein the toged consuls can propose

As masterly as he: mere prattle, without practise,

Is all his soldiership. But he, sir, had the election:

And I, of whom his eyes had seen the proof

At Rhodes, at Cyprus and on other grounds

Christian and heathen, must be be-lee'd and calm'd

By debitor and creditor: this counter-caster,

He, in good time, must his lieutenant be,

And I--God bless the mark!--his Moorship's ancient.

RODERIGO

By heaven, I rather would have been his hangman.”

 

 

 

William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)

John Douglas Thompson als Othello (Shakespeare& Company, Lenox, Massachusetts, 2009)

Lees meer...

22-04-13

Vladimir Nabokov, Jan de Hartog, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Gert W. Knop, Madame de Staël

 

De Rüssisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Vladimirovic Nabokov werd geboren in St. Petersbürg, op 22 april 1899. Zie ook alle tags voor Vladimir Nabokov op dit blog.

 

Üit: Lolita

 

“I attended an English day school a few miles from home, and there I played rackets and fives, and got excellent marks, and was on perfect terms with schoolmates and teachers alike. The only definite sexual events that I can remember as having occurred before my thirteenth birthday (that is, before I first saw my little Annabel) were: a solemn, decorous and purely theoretical talk about pubertal surprises in the rose garden of the school with an American kid, the son of a then celebrated motion-picture actress whom he seldom saw in the three-dimensional world; and some interesting reactions on the part of my organism to certain photographs, pearl and umbra, with infinitely soft partings, in Pichon's sumptuous La Beauté Humaine that I had filched from under a mountain of marble-bound Graphics in the hotel library. Later, in his delightful debonair manner, my father gave me all the information he thought I needed about sex; this was just before sending me, in the autumn of 1923, to a lycée in Lyon (where we were to spend three winters); but alas, in the summer of that year, he was touring Italy with Mme. de R. and her daughter, and I had nobody to complain to, nobody to consult.

Annabel was, like the writer, of mixed parentage: half-English, half-Dutch, in her case. I remember her features far less distinctly today than I did a few years ago, before I knew Lolita. There are two kinds of visual memory: one when you skillfully recreate an image in the laboratory of your mind, with your eyes open (and then I see Annabel in such general terms as: "honey-colored skin," "thin arms," "brown bobbed hair," "long lashes," "big bright mouth"); and the other when you instantly evoke, with shut eyes, on the dark innerside of your eyelids, the objective, absolutely optical replica of a beloved face, a little ghost in natural colors (and this is how I see Lolita).”

 

 

 

Vladimir Nabokov (22 april 1899 - 2 jüli 1977)

Standbeeld in Montreux

Lees meer...

21-04-13

Charlotte Brontë, Michael Mann, Patrick Rambaud, John Mortimer, Gerrit Wustmann

 

De Britse schrijfster Charlotte Brontë werd geboren in Thornton op 21 april 1816. Zie ook alle tags voor Charlotte Brontë op dit blog.

 

Uit: The Correspondence of Charlotte Brontë

 

Charlotte's reply to Robert Southey
16 March 1837

Sir—… At the first perusal of your letter I felt only shame and regret that I had ever ventured to trouble you with my crude rhapsody; I felt a painful heat rise to my face when I thought of the quires of paper I had covered with what once gave me so much delight, but which now was only a source of confusion; but after I had thought a little, and read it again and again, the prospect seemed to clear. You do not forbid me to write. You only warn me against the folly of neglecting real duties for the sake of imaginative pleasures; of writing for the love of fame... You kindly allow me to write poetry for its own sake, provided I leave undone nothing which I ought to do, in order to pursue that single, absorbing, exquisite gratification. . .
Following my father's advice—who from my childhood has counselled me, just in the wise and friendly tone of your letter—I have endeavoured not only attentively to observe all the duties a woman ought to fulfill, but to feel deeply interested in them. I don't always succeed, for sometimes when I'm teaching or sewing I would rather be reading or writing; but I try to deny myself; and my father's approbation amply rewarded me for the privation. Once more allow me to thank you with sincere gratitude. I trust I shall never more feel ambitious to see my name in print; if the wish should rise, I'll look at Southey's letter, and suppress it.”

 

 

 

Charlotte Brontë (21 april 1816 – 31 maart 1855)

Portret door haar broer Patrick Branwell Brontë

Lees meer...

Peter Schneider, Meira Delmar, Alistair MacLean, Népomucène Lemercier, María Elena Cruz Varela

 

De Duitse schrijver Peter Schneider werd geboren in Lübeck op 21 april 1940. Zie ook alle tags voor Peter Schneider op dit blog.

 

Uit: Rebellion und Wahn

 

“Man habe so vieles unterschrieben und versucht, eine irgendwie noch mögliche Balance zu halten ... "Aber solche schönen Überraschungen", schloss er seine Geschichte, die er sichtlich nicht zum ersten Mal preisgab, "können einem passieren, wenn man Äpfel klaut!"

In das anschließende Schweigen habe ich hineingefragt: "Und wie viele Patienten haben Sie damals nicht gesundgeschrieben?"

Halblaut wies mein Vater mich zurecht: "Hast du eigentlich kein anderes Thema im Moment?"

Der Wahrheit am nächsten kommt wohl der Befund, dass wir, die Schüler des Berthold-Gymnasiums in Freiburg, über die "dunklen Jahre" wenig wussten und auch nicht viel darüber wissen wollten. Wir vermissten dieses Wissen nicht. Erst der Eichmannprozess in Jerusalem und der nachfolgende Auschwitzprozess in Frankfurt öffneten mir die Augen. Danach war die Welt nicht mehr dieselbe.

Im Frühjahr 1966 zogen L. und ich in einer Hinterhofwohnung in Schöneberg zusammen. Die Wohnung bestand aus zwei großen Zimmern ohne Küche und Bad. Wir bauten eine Dusche ein, die Küche blieb ein Provisorium. L. hatte ihren Job an der FU aufgegeben und eine Arbeit in einem Antiquitätengeschäft angenommen.

Eines Abends, als sie von der Arbeit zurückkam, fragte sie mich, ob ich etwas dagegen hätte, wenn sie die Einladung eines ihrer Kunden zum Abendessen annähme. Ich erfuhr, dass dieser Kunde, ein distinguierter Mann im Blazer und mit Schnallenschuhen, sich einige Minuten vor dem Schaufenster herumgedrückt und die englischen Möbel und wohl auch die Verkäuferin inspiziert hatte, bevor er sich entschloss, das Geschäft zu betreten. Dann allerdings habe er den halben Laden leergekauft und L. in seine Villa irgendwo am Wannsee eingeladen.

"Und deine Antwort?", fragte ich.

Sie zuckte die Schultern. Der Kunde entstamme natürlich einer anderen Welt, genauer gesagt sei er ein Kapitalistenschwein, aber er habe erstaunlich gute Manieren an den Tag gelegt, bilde sich nichts auf seinen Reichtum ein und sei überhaupt ganz anders, als man ihn sich vorstelle ...”

 

 

 

Peter Schneider (Lübeck, 21 april 1940)

 

Lees meer...

20-04-13

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu,Steve Erickson

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

 

 

Het was zomerdag.

De doodstille straat lag

te blakeren in de zon.

Een man kwam de hoek om.

Er speelde in de verte op de stoep

een groep kinderen, maar die groep

betekende niet veel,

maakte, integendeel,

dat de straat nog verlatener scheen.

De zon had het rijk alleen.

Zelfs zij, wier tweede natuur

hen bestemde, hier, op dit uur,

te wandelen: de student,

de dame die niemand kent,

de leraar met pensioen,

waren van hun gewone doen

afgeweken vandaag;

men miste, miste hen vaag.

Sterker: de werkman die

nog tot een uur of drie

voor bomen in 't middenpad

de kuilen gegraven had,

had zijn schop laten staan

en was elders heen gegaan.

Maar vreemder, ja inderdaad

veel vreemder dan dat de straat

leeg was, was het feit

der volstrekte geluidloosheid,

en dat de stap van de man

die zojuist de hoek om kwam

de stilte liet als zij was,

ja, dat zijn gestrekte pas

naarmate hij verder liep

steeds dieper stilte schiep.

 

 

 

De jongen

 

Hij zat in nachtgoed voor het raam en liet
Willoos het hoofd hangen op het kozijn -
Hij zag den landweg langs de heuvels zijn
Kronkel wegtrekken naar het blauw verschiet.

 

Hij dacht weer aan den ouden vreemdeling
Die ‘s middags in het herbergtuintje sliep -
Zij stoeiden om hem heen, en iemand riep
Hem wakker, en hij zat dwaas in hun kring.

 

Zijn verre blik zwierf langs hun ogen weg.
Hij zei: – (zijn baard was om den glimlach grijs)
‘Jongens, het leven is een vreemde reis,
maar wellicht leert een mens wat onderweg.’

 

Toen was het of een deur hem open woei
En hij de verten van een landschap zag,
Hij zag zichzelf daar wand’len in een dag
Zwellend van zomer en van groenen groei.

 

De weg buigt om en men keert nooit terug -
Hij kon zijn hart als voor ‘t eerst horen slaan,
Hij heeft zijn schoenen zacht weer aangedaan
En sloop door ‘t tuinhek naar de kleine brug.

 

 

 

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

Lees meer...

Arto Paasilinna, Michel Leiris, Emmanuel Bove, Henry de Montherlant, Charles Maurras

 

De Finse schrijver Arto Paasilinna werd geboren op 20 april 1942 in Kittilä in Lapland. Zie ook alle tags voor Arto Paasilinna op dit blog.

 

Uit: The Year of the Hare (Vertaald door Herbert Lomas)

 

“The journalist sat on the edge of the ditch, holding the hare in his lap, like an old woman with her knitting on her knees, lost in thought. The sound of the car engine faded away. The sun set.

The journalist put down the hare on the grass. For a moment he was afraid it would try to escape; but it huddled in the grass, and when he picked it up again, it showed no sign of fear at all. 'So here we are,' he said to the hare. 'Left.'

That was the situation: he was sitting alone in the forest, in his jacket, on a summer evening. No disputing it—he'd been abandoned.

What does one usually do in such a situation? Perhaps he should have responded to the photographer's shouts, he thought. Now maybe he ought to find his way back to the road, wait for the next car, hitch a ride, and think about getting to Heinola, or Helsinki, under his own steam. The idea was immensely unappealing. The journalist looked in his briefcase. There were a few banknotes, his press card, his health insurance card, a photograph of his wife, a few coins, a couple of condoms, a bunch of keys, an old May Day celebration badge. 

And also some pens, a notepad, a ring. The management had printed on the pad Kaarlo Vatanen, journalist. His health insurance card indicated that Kaarlo Vatanen had been born in 1942.

Vatanen got to his feet, gazed at the sunset's last redness through the trees, nodded to the hare. He looked toward the road but made no move that way. He picked up the hare off the grass, put it tenderly in the side pocket of his jacket, and left the clearing for the darkening forest.”

 

 

 

Arto Paasilinna (Kittilä, 20 april 1942)

Lees meer...

Herman Bang, Henry Tuckerman, Aloysius Bertrand, Pietro Aretino, Dinah Craik

 

De Deense schrijver Herman Bang werd geboren op 20 april 1857 in Asserballe. Zie ook alle tags voor Herman Bang op dit blog.

 

Uit: Katinka (Vertaald door Tiina Nunnally)

 

“She stepped out of the train car, down onto the platform, and she allowed herself to be kissed by Bai, and Marie took her things, and she had only one thought: to get inside the house - inside.
      It seemed to her that Huus had to be inside, waiting.
      And she went on ahead and opened the door to the parlor whicb was waiting, clean and nice; to the bedroom; to the kitchen where everything shone; clean and - empty.
     "My God, how thin the mistress has become," began Marie, who was lugging the bags.
      And then she really got started, while Katinka, pale and tired, collapsed into a chair - about the whole area. About  what had been happening and what was being said. Over at the inn thev had had summer guests who came with bedsteads and everything, and at the parsonage there were visitors right up to the rafters.
      And Huus, who had left ... all of a sudden…
      "Well, I thought so ... Because he was down here on that last evening and it seemed to me just like he was going around saying goodbye to everything - he sat in the parlor alone - and out in the garden ... and out here on the steps with the doves.''
      "When did he leave?" asked Katinka.
      "It must be about two weeks ago."
      "Two weeks ...
      Katinka carmly got up and went out into the garden. She walked along the pathway, over to the roses, down to the elder tree. He had been here to say goodbye to her - at every spot, in every place. She had no tears. She felt almost a quiet solemnity.
      There was a happy shout out on the road. She heard Agnes's voice in the midst of a great chorus. She practically jumped up. She didn't want to see them there just now, Agnes rushed at her like a big dog to welcome her, so that she almost fell over; and the entire party from the parsonage came in for hot chocolate, and a table was set in the garden beneath the elder, and they all stayed untill the 8 o'clock train.
      The train reared off, and they were gone again - you could hear them talking noisily along the road. Peter, the station hand, had taken the milk cans away, and Katinka was sitting alone on the platform.”

 

 

 

Herman Bang (20 april 1857 – 19 januari 1912)

Lees meer...

19-04-13

Manuel Bandeira, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Pierre-Jean de Béranger, Louis Amédée Achard, Werner Rohner

 

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook alle tags voor Manuel Bandeira op dit blog.

 

 

English Sonnet No. 1

 

When death close my blank eyes --
Hard from so much vain torment,
What thoughts will fill your young bosom
Of all my sad moments?

I see you now distracted and distant:
More than distant - withdrawn. And I predict,
already now I predict, the exact moment
When your desire will no longer turn to another man

For you will have nothing, but your loneliness,
Left, abandoned! One day I shall leave
I shall sleep the ultimate sleep.
On that day you will cry… What matters? Cry.

Then I will feel much closer
To me, your uncertain heart.

 

 

 

Vertaald door Mariza G Goes

 

 

 

Naked

 

When you are dressed,
Nobody imagines
The worlds hidden
Under your clothes.

(Thus, in the day light,
We do not have notion
Of the stars that shine
In the deep sky.

But naked is the night
And naked in the night,
Vibrate your worlds
And the worlds of the night.

Your knees shine.
Your navel shines,
Shines all your
Abdominal lyre.

Your exiguous bosoms
- As two small fruits
in the firmness
Of your firm torso

- Your bosom shines)
Ah! Your hard nipples!
Your back!
Your flanks!
Ah, your shoulders!

When naked, your eyes
Become naked also:
Your gaze lingers longer,
Slower, more liquid.

Then, within those eyes,
I float, swim, jump,
Lower in a perpendicular
Diving!

I dive to the depths
Of your being, there where
Your soul smiles at me,
Naked, naked, naked.

 

 

 

 

Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

Lees meer...

Marjoleine de Vos

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957 De Vos is redacteur kunst bij NRC Handelsblad (anno 2008). Ze schrijft over kunst, literatuur en koken, en heeft een tweewekelijkse column op de opiniepagina. Een selectie uit deze columns werd gebundeld in “Nu en altijd: bespiegelingen” (2000) en “Het is zo vandaag als altijd” (2011). Ze schrijft ook een column voor het opinieweekblad VolZin. In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel “Zeehond graag”, in 2003 gevolgd door “Kat van sneeuw”. “Zeehond graag” werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002. In het voorjaar van 2008 verscheen haar bundel “Het waait.”

 

Kinderspel

Zou je liever doof of blind of niet
meer voelen, zonder reuk of snoep?
Viel ooit de neus, is dat nu jammer.
Hij ruikt zo lekker soep en hoe vergeeld papier
hij weet de wierookgeur van Griekenland
snuift liefde, kerstboom, haring.
Dus nee hij niet, liever het oog dan
dat alle rimpels kent in het gezicht
de kleur van zalm en winteravondlucht?
Te erg dit spel voor wie met volle hand
het ongemengde deeg in duikt, vervuld
van botergeur en eierstruif en Bachs
verliefde alt: Bist du bei mir, gaan we
nog niet naar het einde maar vrolijk verder
kreeften eten en van elkaar het zachte vel.
Geen pink kan hier gemist, geen oogopslag.
Elk zintuig kent ons tot de puntjes
baant ons een weg de wereld in
en leidt ons tot verslaving.

 

 

Vluchteling

Vertel ik mijzelf steeds weer mijn leven
een verhaal verreisd door mijn woorden
ik hoorde nooit ergens, ik sprak mijn geen thuistaal
kijk lege portretten, ik ken geen verlangen
dan zijn in het heden volmaakt als een merel

zijn lijfje een peertje, niet groter
met veren
en zingen om niet.

 

 

 
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marjoleine de vos, romenu |  Facebook |

18-04-13

Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall

 

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

 

 

Saturnus

 

het ruisen van de ringweg, je hoort
het niet meer. pas als het verstilt
en zelfs dan is het water op handen:
je voelt het niet verdampen.

vergeet niet hoe mijn liefde ruist.
de tuin is de tuin zonder liefde niet,
ik doe de afwas niet om borden schoon
te krijgen; wees in alle rust zwanger.

niets is zo'n vervuiling als gewenning,
iedere afslag voert naar nieuwbouw.
ik dompel mijn akkers in tact,
ik houd me vruchtbaar.

vruchtbaar is me soms te vruchtbaar.
toch houd ik me groot in babywinkels,
een vreedzame Saturnus, ik houd me vol,
leid alle gruis in een boog

om me heen. Ik knijp het oog van de orkaan
dicht. ik hoor alleen wat ruisen
en dat is houden van.
ik hoef nergens naar te luisteren.

 

 

 

Uit: Hout

 

een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

 

mijn ziel, waar ben je gebleven?
ik zwerf langs de stammen van de slaap
en kom je nergens tegen,
word wakker als een aap.

 

een bos is een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

 

de ziel is een droom
en nog een droom
en nog een en nog een en nog een.

 

 

 

Sonnet 76

 

Waarom is mijn gedicht verstoken van modes?
Zo zonder wending of plotselinge spurten?
Waarom kan ik in deze tijd niet flirten
Met vreemde elementen en nieuwe methodes?
Waarom ik telkens één en hetzelfde beraam,
En mijn ideeën hul in bekende patronen,
Zodat elk woord haast ritselt van mijn naam,
Om zo zijn oorsprong en zijn lot te tonen?
O lieve schat, het gaat mij steeds om jou,
En jij en liefde zijn mijn onderwerp.
Met al mijn talent pas ik een nieuwe mouw
Aan oude taal, en werp wat men verwerpt.
    De zon is elke dag zo oud, zo jong;
    Steeds zingt mijn liefde wat al eerder zong.


(William Shakespeare, vertaald door Bas Belleman.)

 

 

 

 

Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

Lees meer...

17-04-13

Antoon Coolen, Ida Boy-Ed, Nick Hornby, Thornton Wilder

 

De Nederlandse schrijver Antoon Coolen werd geboren in Wijlre in Zuid-Limburg op 17 april 1897. Zie ook alle tags voor Antoon Coolen op dit blog.

 

Uit: Dorp aan de rivier

 

“Daar had hij lange jaren zijn geweldige hoogmoed over gehad, maar eens, toen het wekenlang regende en het water geweldig waste, toen er ook binnendijks huizen aan moesten geloven, ja, toen was Janus de Mert ook overstroomd geweest. Toen zat hij grif afgesloten, er waren koeien en varkens van hem verdronken, hij zat in de grote opkamer van angst te klagen, sindsdien had hij een noodklok op de nok van zijn zwaar rieten dak. Hij dacht, als het weer gebeurt, dan zal ik die noodklok luiden, dan kannen ze mij komen redden. Want Janus de Mert, dat mocht nou voor zijn doen in deze omgeving een flinke boer zijn, hij mocht zijn grootspraak hebben, hij had een hazenhart, hij was schrikkelijk laf en bang als het om zijn lijf en leden ging. Daar heeft hij later nog angst en ellende genoeg over gehad, toen was hij te zwak geworden om de noodklok te luiden. Ge hadt hier ook Cis de Dove, die woonde in een klein arkje op de Maas, dat had hij een beetje buiten het dorp achter het veer liggen. Hij had het zelf blinkend groen geverfd, en de spijlen van de ruitjes had hij blinkend wit geschilderd. Daar had hij pleizier in, in die heldere dingen. Hij had gordijnen van bloemen, zozeer als hij geraniums, foksia's en floxen voor het raam had staan, omdat hij daar zo'n pleizier in had. In het warm, klein, planken inwendige van zijn drijvende huis, hoe was het daar gesteld. Tegen de planken zoldering hingen honderden hazenstrikken bijeengekluwd. Cis zat daaronder dicht bij zijn dubbelloops jachtgeweer, en zijn petroleum-

[p. 10]

stel, dat gaf als het brandde 's avonds voor de koffie, die Cis ging zetten, nog op zekere zin gezelligheid. En Cis zijn onsterfelijke witte, bruingevlekte hondje, dat kefte als ge binnenkwaamt en het sprong voor geweld, om Cis, die zo doof was als een hout, te waarschuwen.”

 
 

Antoon Coolen (17 april 1897 – 9 november 1961)

Lees meer...

Vincent Corjanus

 

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Toen hij nog maar 8 jaar oud was probeerde hij al woorden te vangen op papier. Zijn grote inspiratiebron is Frank Boeijen. Zijn eerste bundel “Woorden wonen in huizen” verscheen in 2012. In 2013 verscheen de tweede bundel “De Zichtbare Ziel.” Corjanus nam deel aan diverse evenementen als Dichters op het Erf in Den Andel en Poetry Musica in Amsterdam

 

Liefde online

Een foto van liefde
op de achtergrond van je telefoon.
Een tweet op mijn timeline,
een kus in een discotheek.
#lovehim #love.

Op facebook je ‘’vrienden’’
overtuigen dat het allemaal zo mooi en gezellig was.

Liefde online.
De liefdesbrieven zijn digitaal.
Een pot inkt gesmeten naar je beeldscherm.

Een slecht toneelstuk
in een afgebrand theater.
Romeo en Julia door de slechtste acteurs, geacteerd.
Liefde ingeblikt
in het internet.

 

 
Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

19:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vincent corjanus, romenu |  Facebook |