18-02-13

Nick McDonell, Toni Morrison, Bart FM Droog, Huub Beurskens, Gaston Burssens

 

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

 

Uit: Twelve

 

“The city is a mess this time of year, this year especially. Madison Avenue is all chewed up with construction, and there are more bums on Lexington than White Mike remembers. It is crowded on the sidewalks, and the more snow, the worse it gets, and there has been plenty of snow. On some streets when the snowdrifts pile up there is only a salted corridor of frozen dog shit and concrete. It’s been cold since Thanksgiving, very cold, coldest winter in decades says the TV, but White Mike doesn’t mind the cold.

When White Mike first started dealing, it was summer and hot, and he tried to go as long as he could without sleep as a kind of experiment. White Mike already looked pale and scary to the kids he sold to, and then by the third day his jeans and white T-shirt were grimed out and he looked like some refugee James Dean, and the last hours were just a blur and the cars on the street flew past so close to him that people who saw flinched, but he had the cadences of the city down so tight that he was fine.

At Lexington and Eighty-sixth, his friend Hunter saw him and said, Mike, are you feeling okay, and White Mike turned to him and there was a smear of dirt on his face and his eyes were glowing in the neon light from the Papaya King juice/hot dog place. White Mike smiled at him and said watch this and took off running, just running so fucking fast up the block toward Park Avenue. There were a bunch of private school kids walking the same direction, and when they saw White Mike running past them, one of them said, loud enough for White Mike to hear, Madman running. And White Mike turned and walked back to them saying, Madman, madman, madman, madman, and the kids got scared, and then White Mike ran full into them, and they scattered, and they didn’t think it was funny at all, and then White Mike started barking at them, howling, and they all ran.”

 

 

Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

Lees meer...

Robbert Welagen

 

De Nederlandse schrijver Robbert Welagen werd geboren in Dordrecht op 18 februari 1981. Hij volgde de kunstacademie in Den Bosch en studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht. Welagen publiceerde verhalen in onder andere Hollands Maandblad, Bunker Hill en HP/De Tijd. Zijn eerste roman “Lipari“(2006) werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs. In 2008 verscheen zijn tweede boek “Philippes middagen” en in datzelfde jaar ontving hij het Charlotte Köhler Stipendium, een prijs voor veelbelovend schrijftalent. In 2009 verscheen Welagens derde roman “Verre vrienden” die voor de BNG Literatuurprijs werd genomineerd, gevolgd door “Porta Romana in 2011”. Voor De Groene Amsterdammer schreef hij over beeldende kunst en interviewde hij Françoise Hardy.

Uit: Porta Romana

“In zijn hotelkamer markeerde Emilio met een pen op de stadsplattegrond de twee routes die hij als kind zeker moest hebben afgelegd. De ene route ging van het huis naar zijn lagere school. De andere route ging van het huis naar de kerk San Miniato al Monte. Allebei de routes bleven onder de Arno. Zijn jeugd moest zich vooral ten zuiden van de rivier hebben afgespeeld.
Halverwege de tweede route lag zijn middelbare school, maar daar was hij minder nieuwsgierig naar. Hij wilde verder terug in de tijd.
Emilio besloot deze dag te beginnen met het afleggen van de eerste route. Een taxi zette hem weer af voor Viale Torricelli 3. Zijn lagere school was vanuit het hotel dichterbij en de taxi had hem daar kunnen afzetten, maar hij wilde de route bovenop de heuvel beginnen, in de ochtend, zoals hij dat als kind ook gedaan had.
Vijf keer per week, twee keer per dag wandelde hij de Viale del Poggio Imperiale af en op. Nu hing er een milde geur van rook. Iemand was bladeren aan het verbranden achter een tuinmuur. De door boomwortels omhoog geduwde trottoirstenen. Voor zijn voeten schoot een hagedisje weg.
Hij bereikte de rotonde voor de Porta Romana en stak de weg over via het zebrapad. Het wit was bijna niet meer zichtbaar. De laan, geflankeerd door een stenen leeuw en een wolf, liet Emilio rechts liggen. Een pleintje vol met geparkeerde auto’s. De Porta Romana onderdoor, langs mensen die bij de bushalte stonden te wachten. Zij bezetten het trottoir, dus hij liep een stukje over de straat.
Het zonlicht werd in de Via Romana tegengehouden door de huizen. De gevels waren vuil. Het trottoir smal. Auto’s reden rakelings voorbij. Tussen deze grauwheid viel zijn oog op een lange muur waarachter een tuin schuilging. De takken van de bomen in die tuin hingen ver over de straat. Droge bladeren lagen opgehoopt tegen de ruitenwissers van de auto’s die eronder geparkeerd stonden.

 

 
Robbert Welagen (Dordrecht, 18 februari 1981)

21:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: robbert welagen, romenu |  Facebook |

17-02-13

Dolce far niente (Lazy, James Weldon Johnson)

 

Dolce far niente

 

 

 

"Wake Up You Lazy Boy" door Florence A. Saltmer, 1907

 

 

 

 

Lazy

 

Some men enjoy the constant strife
Of days with work and worry rife,
But that is not my dream of life:
I think such men are crazy.
For me, a life with worries few,
A job of nothing much to do,
Just pelf enough to see me through:
I fear that I am lazy.

 

On winter mornings cold and drear,
When six o'clock alarms I hear,
'Tis then I love to shift my ear,
And hug my downy pillows.
When in the shade it's ninety-three,
No job in town looks good to me,
I'd rather loaf down by the sea,
And watch the foaming billows.

 

Some people think the world's a school,
Where labor is the only rule;
But I'll not make myself a mule,
And don't you ever doubt it.
I know that work may have its use,
But still I feel that's no excuse
For turning it into abuse;
What do you think about it?

 

Let others fume and sweat and boil,
And scratch and dig for golden spoil,
And live the life of work and toil,
Their lives to labor giving.
But what is gold when life is sped,
And life is short, as has been said,
And we are such a long time dead,
I'll spend my life in living.

 

 

 

James Weldon Johnson (17 juni 1871 – 26 juni 1938)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

16-02-13

Elisabeth Eybers, Anil Ramdas, Ingmar Heytze, Iain Banks, Iris Kammerer, Alfred Kolleritsch

 

De Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers werd geboren op 16 februari 1915 in Klerksdorp. Zie ook alle tags voor Elisabeth Eybers op dit blog.

 

 

Vriesweer

 

Net by die krom brug bly die water swart

maar verder sloot af flikker alles hard.

 

Die mooi bont eende buig en duik en trap

binne die skuiling van die brug se kap.

 

'n Wye seemeeu, misties wit en grys,

dryf nader, aarsel, land dan op die ys

 

en word 'n uitverkore voël wat droog,

steltpotig afkyk uit sy ronde oog.

 

Terwyl sy maters saam eerbiedig kakel

oor aanbreek van 'n tydvak van mirakel

 

verlaat 'n Petrus-eend die donker boog

en krabbel, voor hy terugplons, lomp omhoog.

 

 

 

 

Voetjie vir voetjie

 

Voetjie vir voetjie word mens immigrant...
Toevallig uit, toevallig tuis, gestrand
op hierdie teennatuurlike terras
sonder om ooit onloenbaar aan te land.

 

 

 

Ter sake

 

Die eerste (ná ontswagtling)

wat Lasarus nodig het

 

om die wonderkuur te keur

is 'n nuwe alfabet

 

Half-tuis nog in die grotland

waaruit ek tastend keer

 

moet ek van jou 'n huistaal

vir hierdie lewe leer.

 

Jy sal die dinge opnoem,

die pasmuntname sê

 

en wat op die punt van jou tong is

my tussen die lippe lê.

 

 

 

 

Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007)

Lees meer...

Aharon Appelfeld, Annie van Gansewinkel, Richard Ford, Karl Otto Mühl, Wiebke Lorenz, Vyacheslav Ivanov

 

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld werd geboren op 16 februari 1932 in Sadhora in de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Aharon Appelfeld op dit blog.

 

Uit: Until the Dawn's Light

 

“After a week of displacements, Otto stopped pestering her. He slept and barely poked his head out of his coat. Blanca was upset: perhaps his dreams were showing him what she wanted to keep from his sight. She thought that despite her efforts he had figured something out, and that the dream would turn his guess into a certainty—­the thought disturbed her. She buried her face in her hands, the way her mother had done when headaches assailed her.
Otto sank ever deeper into sleep, and his face was relaxed. What she would do, and where the trains would lead them, Blanca still didn’t know. The summer light was full. The sky was blue, and the fields were yellow and spread out over the low hills. The bright view brought to mind the long vacations she had taken with her parents. They were so far away now, it was as if those vacations had never taken place.
When Otto woke from his sleep he was pale, and he immediately started vomiting. In his infancy he used to vomit, but since then he hadn’t complained about stomachaches or vomited. Now he shuddered in her arms as if fleeing from a nightmare.
“We’ll get off here,” said Blanca, and they got off right away.
It was a small village, with wooden houses scattered amid ­greenery.
“This is it,” she said, as if they had reached a safe haven.”


Aharon Appelfeld (Sadhora, 16 februari 1932)

Lees meer...

Marie Noël, Octave Mirbeau, Joseph von Scheffel, Luigi Meneghello, Nikolaj Leskov, Hubert van Herreweghen

 

De Franse dichteres en schrijfster Marie Noël werd geboren op 16 februari 1883 in Auxerre. Zie ook alle tags voor Marie Noël op dit blog.

 

 

A mâtines (Fragment)

 

Vêts-moi, Père ! Je n'ai ni chaussures, ni bourse.

Donne-moi ce qu'il faut pour reprendre ma course.

 

Baigne mon âme en l'innocence du matin,

Dans le bruit de la source et dans l'odeur du thym ;

 

Fais couler sur mes mains le ciel rose et l'arôme

Tendre du jeune jour pour que mon oeuvre embaume ;

 

Donne à ma voix le son transparent des ruisseaux ;

Donne à mon coeur l'essor ingénu des oiseaux ;

 

Verse le calme ailé des brises sur ma face,

En mes yeux la candeur immense de l'espace ;

 

A mes pieds nus parmi les herbes en émoi

Prête un pas large et pur pour m'en aller vers Toi.

 

Et par les prés flottants voilés de mousselines,

Par le recueillement limpide des collines,

 

Mène-moi dans le haut et lumineux versant,

Aux cimes d'où l'eau vive éternelle descend.

 

Conduis-moi lentement seul à travers les choses

Le long des heures tour à tour brunes et roses,

 

Seul avec Toi, du ciel aspirant tout l'espoir,

De la paix du matin jusqu'à la paix du soir.

 

 

 


Marie Noël (16 februari 1883 – 23 december 1967)

Lees meer...

15-02-13

Richard Blanco, Elke Heidenreich, Chrystine Brouillet, Hans Kruppa, Douglas Hofstadter

 

De Amerikaanse dichter Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Richard Blanco was uitgenodigd om een gedicht voor te dragen tijdens de inaugurele rede van Barack Obama op 21 januari jongstleden. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

 

MAYBE

for Craig

 

Maybe it was the billboards promising
paradise, maybe those fifty-nine miles
with your hand in mine, maybe my sexy
roadster, the top down, maybe the wind
fingering your hair, sun on your thighs
and bare chest, maybe it was just the ride
over the sea split in two by the highway
to Key Largo, or the idea of Key Largo.
Maybe I was finally in the right place
at the right time with the right person.
Maybe there'd finally be a house, a dog
named Chu, a lawn to mow, neighbors,
dinner parties, and you forever obsessed
with crossword puzzles and Carl Young,
reading in the dark by the moonlight,
at my bedside every night. Maybe. Maybe
it was the clouds paused at the horizon,
the blinding fields of golden sawgrass,
the mangrove islands tangled, inseparable
as we might be. Maybe I should've said
something, promised you something,
asked you to stay a while, maybe.

 

 

 

 

SOMEWHERE TO PARIS

The sole cause of a man's unhappiness
is that he does not know how to stay quietly in his room.

--Pascal, Pensées

 

The vias of Italy turn to memory with each turn
and clack of the train's wheels, with every stitch
of track we leave behind, the duomos return again
to my imagination, already imagining Paris--
a fantasy of lights and marble that may end
when the train stops at Gare de l'Est and I step
into the daylight. In this space between cities,
between the dreamed and the dreaming, there is
no map--no legend, no ancient street names
or arrows to follow, no red dot assuring me:
you are here--and no place else. If I don't know
where I am, then I am only these heartbeats,
my breaths, the mountains rising and falling
like a wave scrolling across the train's window.
I am alone with the moon on its path, staring
like a blank page, shear and white as the snow
on the peaks echoing back its light. I am this
solitude, never more beautiful, the arc of space
I travel through for a few hours, touching
nothing and keeping nothing, with nothing
to deny the night, the dark pines pointing
to the stars, this life, always moving and still.

 

 

Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

Lees meer...

14-02-13

Hanna Bervoets

 

De Nederlandse schrijfster, journaliste en columniste Hanna Marleen Bervoets werd geboren ion Amsterdam op 14 februari 1984. Bervoets behaalde in 2002 haar diploma aan het Barlaeus Gymnasium. Daarna volgde zij een bacheloropleiding Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, met als specialisatie Televisie en Populaire Cultuur. In 2008 voltooide zij daarnaast een duale Master Journalistiek en Research, eveneens aan de Universiteit van Amsterdam.

 

Tijdens haar studie schreef Hanna Bervoets filmrecensies en korte columns over het Amsterdamse uitgaansleven voor stadsmagazine NL20. Daarnaast was zij werkzaam als freelance journaliste voor verschillende kranten en tijdschriften, waaronder Marie Claire, Elsevier Thema, Nrc.next, CJP Magazine en Volkskrant Magazine. Sinds 2009 heeft ze een vaste column in Volkskrant Magazine en sinds 2011 een wekelijkse duo-column in "Viva", samen met Anna Drijver. In 2011 werd een bundel van haar columns in Volkskrant Magazine uitgegeven onder de titel Leuk zeg doei. In 2009 verscheen Bervoets debuutroman “Of Hoe Waarom”, waarvoor ze in datzelfde jaar de ScriptPlus HvA Debutant van het Jaar-prijs won. In 2010 schreef Hanna Bervoets in opdracht van de Haagse toneelgroep Firma MES haar eerste toneelstuk: Roes. In 2011 publiceerde Bervoets haar tweede roman “Lieve Céline.” Daarmee won ze de Opzij Literatuurprijs 2012. Ook schreef zij het scenario voor de televisiefilm “Bowy is binnen”. Haar nieuwe roman “Alles Wat Er Was verscheen januari 2013”.

 

Uit: Lieve Céline

 

“Schiphol, 11:03 uur

Lieve Céline,

Dit is niet mijn 1e brief. Ik heb je al 3 dingen geschreven. Maar ik heb nog geen antwoord van jou. Misschien is het niet goed aangekomen of iets? De eerste 2 brieven stuurde ik naar het adres van op je site.

Maar op de valentijnskaart voor jou en René het adres van je agent. Had ik van een meisje van het forum. KateGirl heet zij. Van Kate Winslet. Dus eigenlijk is ze geen echte fan.

Ze is van NA Titanic: van na My Heart Will Go On zeg maar. KateGirl zei dat jouw agent haar post aan jou had gegeven. En dat jij haar toen een foto had gestuurd met handtekening. Kan zijn dat ze liegt. Ja echt wel dat ze liegt. Anders had ik toch ook allang iets van je gekregen?

Dus ga ik je deze brief zelf geven. Want ik kom naar je toeCéline!

Eindelijk. Ik zou al eerder naar je show. Ik had genoeg gespaard met mijn baan. Er kwam alleen iets tussen. Maar dat is nu opgelost.

Morgen zijn we samen. Dan zie ik voor het eerst je show! Of nou ja: ik heb em natuurlijk al HEEL vaak gezien. Allebei de dvds heb ik en de filmpjes van YouTube ken ik uit mn hoofd. Ik weet al wat mijn

lievelingsstukje is. Niet die met vuur en elfen. Dat vind ik echt wel heel goed maar dat vindt iedereen. I Surrender is mijn lievelingsstukje.

Omdat het begint met een donkere zaal: even zie je niets. Dan gaat er een groene laser aan. Rook over het podium en op een blok staat een man. Je ziet alleen zijn rug maar hij danst: gooit zijn armen

omhoog en een been in de lucht. Pas als de man zich omdraait zie je dat hij een masker op heeft. Natuurlijk best raar. Maar ik vind het dus mooi Céline. Dat je zn gezicht niet ziet.

Oh ik heb zo een ZIN! Ik heb al 3 jaar zoooon zin.”

 

 

Hanna Bervoets(Amsterdam, 14 februari 1984)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hanna bervoets, romenu |  Facebook |

Ich liebe dich...(Friedrich Rückert), Ischa Meijer, Alexander Kluge, Piet Paaltjens, Robert Shea, Frank Harris

 

Bij Valentijnsdag

 

 

Sint Valentijn van Terni trouwt Sabino en Serapia

Glas-in-lood raam, Basilica di San Valentino, Terni

 

 


Ich liebe dich ...

 

Ich liebe dich, weil ich dich lieben muss ...
Ich liebe dich, weil ich nicht anders kann;
Ich liebe dich nach einem Himmelsschluss;
Ich liebe dich durch einen Zauberbann.

 

Dich liebe ich, wie die Rose ihren Strauch;
Dich liebe ich, wie die Sonne ihren Schein;
Dich liebe ich, weil du bist mein Lebenshauch;
Dich liebe ich, weil dich lieben ist mein Sein.

 

 

 

Friedrich Rückert (16 mei 1788 – 31 januari 1866)

Rückert monument in Schweinfurt

Lees meer...

13-02-13

Am Aschermittwoch (Annette von Droste-Hülshoff), Karol Wojtyla

 

 

Bij Aswoensdag

 

 

Aswoensdag door Franz Everhard Bourel, 1839

 

 

 

Am Aschermittwoch

 

Auf meiner Stirn dies Kreuz
Von Asche grau:
O schnöder Lebensreiz,
Wie bist du schlau
Uns zu betrügen!
Mit Farben hell und bunt,
Mit Weiß und Rot
Deckst du des Moders Grund;
Dann kömmt der Tod
Und straft dich Lügen.

Und wer es nicht bedacht
Und wohl gewußt,
Sein Leben hingelacht
In eitler Lust,
Der muß dann weinen;
Er achtet nicht was lieb;
Und was ihm wert,
Das flieht ihn wie ein Dieb,
Fällt ab zu Erd'
Und zu Gebeinen.

Was schmückt sich denn so hold
In bunter Seid'?
Was tritt einher in Gold
Und Perlgeschmeid'?
O Herr! ich hasche
Nach Allem, was nicht gut,
Nach Wahn und Traum,
Und hänge Erd' und Blut
Und Meeresschaum
Um bunte Asche.

Was wird so heiß geliebt?
Was legt in Band,
Ob's gleich nur Schmerzen gibt,
Sinn und Verstand?
O Herr, verzeihe!
Die Seele minnt man nicht,
Die edle Braut,
Und wagt um ein Gesicht,
Aus Staub gebaut,
Die ew'ge Reue!

Stellt ein Geripp' sich dar
Vor meinem Blick,
So sträubt sich mir das Haar;
Ich fahr' zurück
Vor dem, was ich einst bleibe,
Und werd' es selber noch,
Und weiß es schon,
Und trag' es selber doch
Zu bitterm Hohn
Im eignen Leibe!

Fühl' ich des Pulses Schlag
In meiner Hand,
Worüber sinn ich nach?
O leerer Tand:
Ob ich gesunde!
Und denke nicht betört,
Daß für und für
Ein jeder Pulsschlag zehrt
Am Leben mir,
Schlägt Todeswunde!

Du schnöder Körper, der
Mich oft verführt,
Mit Welt und Sünde schwer
Mein Herz gerührt,
Noch hast du Leben!
Bald liegst du starr wie Eis,
Der Würmer Spott,
Den Elementen preis;
O möge Gott
Die Seele heben!

 

 

 

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Meersburg: Fürstenhäusle met Droste-Museum

Lees meer...

M. Vasalis, Jan Arend, Georges Simenon, Nynke van Hichtum

 

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Zie ook alle tags voor M. Vasalis op dit blog.

 

 

Regressie in de supermarkt, bij de kassa

 

Diep uit mijn jeugd, waarover nooit een doodsbericht
gekomen is, maar die is zoekgeraakt, vermist
komt dit gevoel: ik zou haar brede rug willen omhelzen,
haar stevige, onopgesmukte hand, nu op mijn hoofd
of in mijn nek af willen smeken -
en in een vlaag van onbeheerste en jaloerse pijn
begeer ik heftig weer als een kindje in haar
zo hoog gevulde, met overleg gepakte, kalm bestuurde
hemelse boodschappenwagentje te zijn.

 

 

 

 

Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder

 

Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder,
bladstil, gewichtloos drijvend op haar witte bed.
Altijd vandaag, zeg ik. Ze glimlacht vaag
en zegt: zijn we in Roden of Den Haag ?
Wat later: kindje ik word veel te oud.
Ik troost haar, dierbare sneeuwwitte astronaut
zo ver al van de aarde weggedreven,
zo moedig uitgestapt en in de ruimte zwevend
zonder bestek en her en der.
Zij zoekt - het is een s.o.s. -
haar herkomst en haar zijn als kind
en niemand niemand, die haar vindt
zoals zij was. Haar franse les
herhaalt zij: van haar 8e jaar:
'bijou, chou, croup, trou, clou, pou, òu,
die eerste juffrouw, weet je wel
die valse ouwe mademoiselle
hoe heet ze nou. Ik ben zo moe.'

Had ik je maar als kind gekend,
die nu mijn moeder bent

 

 

 

Op een recht, zwart kousenbeen

 

Op een recht, zwart kousenbeen
dunne rokjes opgeheven,
dansend in de vroege regen
en de tuin voor zich alleen,

staan twee jonge appelbomen,
't witte bloed omhoog gestegen,
vlinder-hoofden wijd omgeven
door hun allereerste dromen.

 

 

 

M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)

Cover biografie

Lees meer...

12-02-13

Carnival (John Hennessy), Barbara Honigmann, Detlev Meyer, Lou Andreas-Salomé

 

Bij Carnaval

 

 


Carnaval door Paul Cézanne, 1888.

 

 

 

Missing Carnival

 

O Venlo, Venlo, stedje van pleseer. This time

her body made him think of countryside,

some figure from his childhood, sun on scythe,

wind blowing shadows across the shining barley,

 

the milk-pail dented from use, the smell of leaf-mulch

and leather in the tack room. Soon she’d take bus

and ferry from London to Belfast, but first

the fire in her bed-sit. Her fingers traveled too,

 

down the raised purple scars along his vertebrae,

the flannel sheets between her thighs, his hair

trailing along her abdomen, the quill

of a feather poking through seams of the comforter,

 

the comforter itself. Those scars—he’d lied

to her, his time in Nicaragua, thugs cut

him coming from the fields. The bloodier fight

was with his brother, slicing tines of a pitchfork

 

plucked up along the flooded Maas. Everything

reduced to trinket and anecdote, the beer

and facepaint of carnival, street-dance and tuba,

beyond the muddy English roundabouts, the brown

 

and white waves, yellow lamps along Dutch highways,

his work at the union office pinned beneath

a glass globe paperweight—shaken

it showered silver snow over the wide

 

straw hat, red and green plow, the slouching body,

a campesino from days before Somoza fell.

He wondered if she were any better, smuggling

French social theory into Ulster, encounter

 

groups in the rec-centers of tower-block basements.

She’d just gotten the news: her last lover died

in a fire along the side of the highway, body

broken in seven places, silver chrome,

 

pearl and gold gas tank scorched, his bike crumpled

beneath the husk of an overturned van.

There wasn’t much to talk about. Afterwards she lay

with her back to him and he sang her carnival songs

 

in a language she didn’t speak, O Venlo, stedje van

pleseer. He thought of himself as the sun, kissing

her neck at the hairline, turning grey cobblestones

of the town-square silver, marshaling parades.



 

John Hennessy (New Jersey, 1965)

Lees meer...

11-02-13

Maskenball (Heinrich Heine), Maryse Condé, Else Lasker-Schüler, Kazys Bradūnas

 

Bij Carnaval

 

 

 

Bal Masqué door August Willem van Voorden, ca 1910

 

 

 

Maskenball

 

Gib her die Larv, ich will mich jetzt maskieren
In einen Lumpenkerl, damit Halunken,
Die prächtig in Charaktermasken prunken,
Nicht wähnen, ich sei einer von den ihren.

 

Gib her gemeine Worte und Manieren,
Ich zeige mich in Pöbelart versunken,
Verleugne all die schönen Geistesfunken,
Womit jetzt fade Schlingel kokettieren.

 

So tanz ich auf dem großen Maskenballe,
Umschwärmt von deutschen Rittern, Mönchen, Köngen,
Von Harlekin gegrüßt, erkannt von wengen.

 

Mit ihrem Holzschwert prügeln sie mich alle.
Das ist der Spaß. Denn wollt ich mich entmummen,
So müßte all das Galgenpack verstummen.

 

 

 

Heinrich Heine (13 december 1797 – 17 februari 1856)

 

Lees meer...

10-02-13

Karneval (Wilhelm Busch)

 

Bij Carnaval

 


Carnaval in Rome door Johannes Lingelbach (1622-1674)

 

 

 


Karneval

Auch uns, in Ehren sei's gesagt,
Hat einst der Karneval behagt,
Besonders und zu allermeist
In einer Stadt, die München heißt.

Wie reizend fand man dazumal
Ein menschenwarmes Festlokal,
Wie fleißig wurde über Nacht
Das Glas gefüllt und leer gemacht,

 

Und gingen wir im Schnee nach Haus,
War grad die frühe Messe aus,
Dann können gleich die frömmsten Frau'n
Sich negativ an uns erbau'n.

 

Die Zeit verging, das Alter kam,
Wir wurden sittsam, wurden zahm.
Nun sehn wir zwar noch ziemlich gern
Die Sach' uns an, doch nur von fern
(Ein Auge zu, Mundwinkel schief)
Durchs umgekehrte Perspektiv.

 

Wilhelm Busch (15 april 1832 - 9 januari 1908)

 

 

 


Zie voor de schrijvers van de 10e februari ook mijn
vorige drie blogs van vandaag.

20:46 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: karneval, carnaval, wilhelm busch, romenu |  Facebook |