02-03-13

Honderd jaar Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog. Dat is vandaag precies honderd jaar geleden.

 

Uit: Pieter Bas

 

“Dit heb ik voorzeker met vele grote mannen gemeen: dat ik in Dordrecht geboren ben. De inwoners – die ik vanaf deze plaats hartelijk groet – kunnen u het eenvoudige huis aanwijzen: op de hoek van de Jan de Witstraat en het oude Muntplein. Zo van buiten gezien maakt het niet de indruk dat een minister daar geboren is; dit was althans mijn indruk toen ik het jaren later bezocht. Wanneer ge de moeite wilt nemen het Muntplein over te steken en u tegenover de slagerij van Bos op te stellen, krijgt ge een goede kijk op het geheel. Het raam

links, met de ijzeren spijltjes ervoor, is de kamer waar ik geboren ben. De gedenksteen erboven is natuurlijk later aangebracht. De twee ramen daarnaast werpen het licht in een vertrek dat wij gewoonlijk ‘het Kabinet’ noemden, vanwege het kleine eikenhouten bureau waaraan mijn vader te werken placht, wanneer zijn aanwezigheid niet op het stadhuis vereist werd. Hij vervulde daar de plaats van gemeentesecretaris, een woord dat wij moeilijk konden uitspreken. Zozeer waren wij destijds van zijn hoge positie en onmisbaarheid doordrongen, dat, toen hij een keer met verkoudheid in bed lag, wij verbaasd waren het verkeer op straat gewoon te zien doorgaan.

Naast ‘het Kabinet’, dat is dus het laatste raam rechts, bevond zich mijn slaapkamertje, sindsdien geheel verbouwd en veranderd; doch, naar ik hoor, zijn er reeds stappen gedaan alles in de vorige toestand te restaureren.

De dag dat ik het eerste licht zag, was een zeer bewogene. Het ministerie Brouwer-Kortenhoef was juist de vorige avond gevallen op een onderwijswet en ’s ochtends om acht uur kwam de mare hiervan tegelijk met het bericht van mijn geboorte ‘het Kabinet’ binnen, het eerste door de krant, het tweede door de baker.

Mijn vader schijnt een ogenblik in beraad te hebben gestaan aan welke van de twee bronnen hij het eerste zijn nieuwsgierigheid zou bevredigen, doch ten slotte zegevierde de vader in hem over de ambtenaar en kwam hij naar mijn toestand informeren.

‘Het is een gezonde jongen,’ zei hij, zich over het bed van zijn vrouw buigend en haar kussend, ‘het is een gezonde jongen en Kortenhoef is gewipt.’

 

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

János Arany, Jevgeni Baratynski, Pascal Rannou, Sholom Aleichem, Olivia Manning, Gerhard von Halem

 

De Hongaarse dichter János Arany werd geboren op 2 maart 1817 in Nagyszalonta. Zie ook alle tags voor János Arany op dit blog.

 

Uit: Toldi (Fragment)

 

First Canto

'He took in one hand an enormous rail
and pointed at the road to Buda.'
Ilosvai

The sun shrivels up the sparse alkali flats,
parched herds of grasshoppers are grazing about -
not a new blade in all the the stubble, not a handbreadth
in green in all the broad meadows. A dozen laborers
or so are snoring under the stack - all their work
is going fine, but the big haywagons loiter there,
empty or only half loaded with hay.

A lanky sweep dandles its skinny neck into the well
and spies for water - imagine a giant gnat sucking
the blood of old earth. Thirsty oxen mill around
the through, making war on an armyt of flies. But
lazybone Laczkó hangs on the hands, and who's to scoop
the water up?

As far as the eye can see on bleak earth and sky,
one workman alone on his feet. A whopping side-
rail sways on his browny shoulder ligthly, and still
not a trace of beard on his chin. He stares far,
far down the road as though to depart this village
and land for other fields. A live warning, you
would have thought him, planted at the crossroad on
a shallow hill.

 

Dear little brother, why stand in the blazing sun?
Look, others are snoring under the hay. The kuvasz,
too, is lolling there his tounge dangling out, not
for all the world would he go a-mousing. Or have you
never seen a whirlwind like this? It kicks up the
dust for a fight, lickd the road at breakneck speed,
a smoke-stack belching on the run.

 

 

János Arany (2 maart 1817 – 22 oktober 1882)

Beeld in Boedapest

Lees meer...

01-03-13

Jan Eijkelboom, Franzobel, Jim Crace, Franz Hohler, Lytton Strachey

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

 

Pictures in your head

 

Beweging zit er niet in:
het zijn stills uit een movie;
meestal stom,
soms met geluid,
kreten van vogels bijvoorbeeld,
zelden een stem.
Ze komen terug, steeds vaker:
Er komen er ook wel bij.

Duizenden plaatjes in
een o zo zwaartillend hoofd.
Je zit er maar mee
op de achterste rij
van je eigen theater.

 

 

 

Een uit de hand gelopen haiku

 

Maansikkel, koud schoudertje
tegen haast donkerblauw
van zonnige wintermorgen.

Te klein om er mijn hoofd
moe tegenaan te vlijen.

Eerder geschikt om er een hand
zorgzaam omheen te leggen.

Gesteld dan dat ik groter was
tot kosmische proporties uit kon dijen.

Ik zie daar, schurkend in mijn jas
en trouwens onderweg naar jou,
voorlopig nog van af.

 

 

 

Dit Eiland

 

Heden voelen mijn voeten zich goed
in hun sokken en die weer
in hun ruime maar nog niet
sloffende schoenen.

Waarom dan niet de paden op,
de bergen in, de velden over
bij deze stad vandaan
waar stegen uitlopen op steigers

niet meer door boten gebruikt.
Wel kan men daar gaan staan uitkijken
over het eeuwig veranderlijk
zichzelf blijvende water,

ervaren dat tussen benauwenis
en ruimtezucht een afgepaald
maar onbeklemd domein kan liggen:
dit met een dagmars af te ronden

eiland.

 

 

 

Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

Lees meer...

28-02-13

Martin Suter, Yórgos Seféris, Marin Sorescu, Howard Nemerov, John Byrom, Saul Williams

 

De Zwitserse schrijver Martin Suter werd geboren op 29 februari 1948 in Zürich. Zie ook alle tags voor Martin Suter op dit blog.

 

Uit: Der Koch

 

“Auf dem kurzen Weg von der Tramstation bis zur Theodorstraße 94 wurde Andrea von einem Junkie angebettelt, von einem Dealer angehauen und von einem Autofahrer angemacht. Für den Rückweg würde sie ein Taxi bestellen, auch wenn es früh am Abend war. Und es würde früh sein, das hatte sie sich fest vorgenommen. Gleich beim Betreten seiner Wohnung würde sie sagen, sie wäre beinahe nicht gekommen, so krank fühle sie sich. Im Treppenhaus roch es, wie es eben in Mietshäusern riecht um diese Zeit. Nur nicht nach Hackbraten, sondern nach Curry. Im ersten Stock standen zwei Tamilinnen in ihren halboenen Wohnungstüren und schwatzten. Im dritten wartete ein kleiner Junge auf dem Treppenabsatz und verschwand enttäuscht in der Wohnung, als er Andrea sah. Maravan erwartete sie vor seiner Wohnungstür. Er trug ein buntes Hemd und eine dunkle Hose, war frisch rasiert und frisch geduscht, gab ihr seine lange schmale Hand und sagte: »Willkommen in Maravans Curry Palace.« Er führte sie herein, nahm ihr den Wein ab und half ihr aus dem Mantel. Überall brannten Kerzen, nur da und dort sorgten ein paar Spots für eine etwas nüchterne Beleuchtung. »Die Wohnung erträgt nicht viel Licht«, erklärte er in seinem Schweizerhochdeutsch mit tamilischem Zungenschlag. Auf dem Wohnzimmerboden, keine zwanzig Zentimeter erhöht, war ein Tisch für zwei Personen gedeckt. Kissen und Tücher dienten als Sitzgelegenheit. An der Wand stand ein Hausaltar mit einer brennenden Deepam. In dessen Zentrum die Statue einer vierarmigen Göttin, die in einer Lotusblüte saß. »Lakshmi«, sagte Maravan mit einer Handbewegung, als stelle er einen weiteren Gast vor. »Weshalb hat sie vier Arme?« »Dharma, Kama, Artha und Moksha. Rechtschaenheit, Lust, Wohlstand und Erlösung.”

 

 

Martin Suter (Zürich 29 februari 1948)

Lees meer...

Stephen Spender, Bart Koubaa, Luc Dellisse, Bodo Morshäuser, John Montague

 

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

 

 

My Parents kept me from children who were rough

 

My parents kept me from children who were rough
and who threw words like stones and who wore torn clothes.
Their thighs showed through rags. They ran in the street
And climbed cliffs and stripped by the country streams.

I feared more than tigers their muscles like iron
And their jerking hands and their knees tight on my arms.
I feared the salt coarse pointing of those boys
Who copied my lisp behind me on the road.

They were lithe, they sprang out behind hedges
Like dogs to bark at our world. They threw mud
And I looked another way, pretending to smile,
I longed to forgive them, yet they never smiled.

 

 

 

 

The Room Above the Square

 

The light in the window seemed perpetual
When you stayed in the high room for me;
It glowed above the trees through leaves
Like my certainty.

The light is fallen and you are hidden
In sunbright peninsulas of the sword:
Torn like leaves through Europe is the peace
That through us flowed.

Now I climb up alone to the high room
Above the darkened square
Where among stones and roots, the other
Unshattered lovers are.

 

 

 

 

O Night O Trembling Night

 

O night O trembling night O night of sighs
O night when my body was a rod O night
When my mouth was a vague animal cry
Pasturing on her flesh O night
When the close darkness was a nest
Made of her hair and filled with my eyes

(O stars impenetrable above
The fragile tent poled with our thighs
Among the petals falling fields of time
O night revolving all our dark away)

O day O gradual day O sheeted light
Covering her body as with dews
Until I brushed her sealing sleep away
To read once more in the uncurtained day
Her naked love, my great good news.

 

 

 

Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)

Cover

Lees meer...

27-02-13

John Steinbeck, Lawrence Durrell, André Roy, Henry Longfellow, James T. Farrell

 

De Amerikaanse schrijver John Steinbeck werd geboren in Salinas, Californië, op 27 februari 1902. Zie ook alle tags voor John Steinbeck op dit blog.

 

Uit: East of Eden

 

“The summer sun drove it underground. It was not a fine river at all, but it was the only one we had and so we boasted about it—how dangerous it was in a wet winter and how dry it was in a dry summer. You can boast about anything if it's all you have. Maybe the less you have, the more you are required to boast.

The floor of the Salinas Valley, between the ranges and below the foothills, is level because this valley used to be the bottom of a hundred-mile inlet from the sea. The river mouth at Moss Landing was centuries ago the entrance to this long inland water. Once, fifty miles down the valley, my father bored a well. The drill came up first with topsoil and then with gravel and then with white sea sand full of shells and even pieces of whalebone. There were twenty feet of sand and then black earth again, and even a piece of redwood, that imperishable wood that does not rot. Before the inland sea the valley must have been a forest. And those things had happened right under our feet. And it seemed to me sometimes at night that I could feel both the sea and the redwood forest before it.

 

 

James Dean, Richard Davalos en Julie Harris in de film van Elias Kazan, 1955

 

 

On the wide level acres of the valley the topsoil lay deep and fertile. It required only a rich winter of rain to make it break forth in grass and flowers. The spring flowers in a wet year were unbelievable. The whole valley floor, and the foothills too, would be carpeted with lupins and poppies. Once a woman told me that colored flowers would seem more bright if you added a few white flowers to give the colors definition. Every petal of blue lupin is edged with white, so that a field of lupins is more blue than you can imagine. And mixed with these were splashes of California poppies. These too are of a burning color—not orange, not gold, but if pure gold were liquid and could raise a cream, that golden cream might be like the color of the poppies. When their season was over the yellow mustard came up and grew to a great height. When my grandfather came into the valley the mustard was so tall that a man on horseback showed only his head above the yellow flowers. On the uplands the grass would be strewn with buttercups, with hen-and-chickens, with black-centered yellow violets. And a little later in the season there would be red and yellow stands of Indian paintbrush. These were the flowers of the open places exposed to the sun.”

 

 

John Steinbeck (27 februari 1902 - 20 december 1968)

 

Lees meer...

26-02-13

Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Antonín Sova

 

De Franse schrijver Michel Houellebecq werd geboren in Réunion op 26 februari 1958 (1956). Zie ook alle tags voor Michel Houellebecq op dit blog.

 

Uit: The Elementary Particles (Vertaald door Frank Wynne)

 

“Young people in France were particularly repressed, a time bomb of resentment under the legacy of Gaullist patriarchy, which, according to Jane, a single spark would be enough to detonate. For some years now, Francesco's sole pleasure had been to smoke marijuana cigarettes with very young girls attracted by the spiritual aura of the movement and then fuck them among the mandalas and the smell of incense. The girls who arrived at Big Sur were, for the most part, stupid little WASP bitches, at least half of whom were virgins. Toward the end of the sixties the flow began to dwindle and he thought that perhaps it was time to go back to Europe. He found it strange that he thought of it as "going back," since he had left Italy when he was no more than five years old. If his father had been a militant revolutionary, he was also a cultivated man, an aesthete who loved his mother tongue. This had undoubtedly left its mark on Francesco. In truth, he had always thought of Americans as idiots.
He was still a handsome man, with a tanned, chiseled face and long, thick, wavy hair, but his cells had begun to reproduce in a haphazard fashion, damaging the DNA of neighboring cells and secreting toxins into the body. The specialists he consulted differed on most points, but on one they were agreed: he was dying. The cancer was inoperable and would continue inexorably to metastasize.
Overall his consultants were of the opinion that he would die peacefully and, with medication, probably would not suffer any physical pain; and to date he had experienced only a general tiredness. However, he refused to accept the diagnosis; he could not even imagine accepting it. In contemporary Western soiety, death is like white noise to a man in good health; it fills his mind when his dreams and plans fade. With age, the noise becomes increasingly insistent, like a dull roar with the occasional clang. In another age it was the expectant sound of the kingdom of God, it is now an anticipation of death. Such is life.”

 

 

Michel Houellebecq (Réunion, 26 februari 1958)

Lees meer...

25-02-13

Amin Maalouf, Anthony Burgess, Aldo Busi, Robert Rius, Karl May

 

De Libanese (Franstalige) schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Zie ook alle tags voor Amin Maalouf op dit blog.

 

Uit: Les croisades vues par les arabes

 

“Il va bientôt devenir le héros d'une épopée célèbre, intitulée précisément la Geste du roi Danishmend, qui décrit la conquête de Malatya, une ville arménienne située au sud-est d'Ankara, et dont la chute est considérée par les auteurs du récit comme le tournant décisif de l'islamisation de la future Turquie. Aux premiers mois de 1097, lorsque l'arrivée à Constantinople d'une nouvelle expédition franque est signalée à Kilij Arslan, la bataille de Malatya est déjà engagée. Danishmend assiège la ville, et le jeune sultan refuse l'idée que ce rival, qui a profité de la mort de son père pour occuper tout le nord-est de l’Anatolie, puisse remporter une victoire aussi prestigieuse. Déterminé à l'en empêcher, il se dirige, à la tête de ses cavaliers, vers les environs de Malatya et installe son camp à proximité de celui de Danishmend pour l'intimider. La tension monte, les escarmouches se multiplient, de plus en plus meurtrières.”

(…)

 

Ensuite, c'est grâce aux conseils des émirs de l'armée qu'il a pu, par la guerre, par le meurtre ou par la ruse, récupérer une partie de l'héritage paternel. Aujourd'hui, il peut se vanter d'avoir passé plus de temps sur la selle de son cheval que dans son palais. Pourtant, à l'arrivée des Franj, rien n'est encore joué. En Asie Mineure, ses rivaux restent puissants, même si, fort heureusement pour lui, ses cousins seldjoukides de Syrie et de Perse sont absorbés par leurs propres querelles.”

 

 

Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

Lees meer...

24-02-13

Leon de Winter, Alain Mabanckou, August Derleth, Keto von Waberer, Yüksel Pazarkaya

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

 

Uit: Het recht op terugkeer

 

“Hendrikus had er geen last van. Bram bleef op afstand staan en bewonderde het doorzettingsvermogen van het pezige beest. Hendrikus was hardhorend en na een aanval van een verongelijkte bouvier zes jaar geleden aan één oog blind. Volgens de dierenarts was Hendrikus een van de vijf oudste honden van de stad – Jeffrey was de oudste, een krasse zesentwintigjarige kruising tussen een herder en bullterriër, een ongewoon exemplaar aangezien middelgrote honden meestal jonger stierven dan kleine bastaarden als Hendrikus. Elke ochtend legde Hendrikus een vaste tocht af langs de stille monumenten van Duitse zakelijkheid. Het dier volgde de lijn van een rechthoek waarin zich zes woonblokken bevonden, zijn eigen patroon, snuffelend aan lantaarnpalen, de wielen van
afvalcontainers, autobanden, strategisch geplaatste struiken, zo nu en dan een andere ochtendhond.
Bram had de indruk dat er tien jaar geleden veel meer honden waren. Tel Aviv was een arme stad geworden waarin honden alleen gehouden werden door het handjevol rijken dat de stad nog telde. Dus waren de honden die zij onderweg tegenkwamen op leeftijd, net als Hendrikus, bezadigd en moe geblaft. Jonge hondjes waren een zeldzaamheid en de oude werden door liefhebbende bejaarden gekoesterd alsof ze hun eigen kinderen waren.
Ze stonden op de hoek van een straat die haaks op de strandboulevard lag. Aan het einde van de straat, tweehonderd meter verder in de smalle opening tussen de huizen, was een fractie van een seconde een gevechtshelikopter zichtbaar die geruisloos enkele meters boven het zand naar het zuiden schoot, richting Jaffa. Het was een nieuwe generatie met motoren die niet veel meer geluid maakten dan de vleugels van een roofvogel, de Taiwanezen hadden er twintig geleverd. Dragon Wings xr3, heetten ze, en de gelovigen hadden geëist dat ze werden omgedoopt omdat de draak een monster uit een onjoodse Aziatische mythologie was. In de volksmond heetten ze nu Chicken Wings.”

 

 

Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

Lees meer...

Erich Loest, Jacques Presser, Friedrich Spielhagen, Erich Pawlu, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

 

Uit: Prozesskosten

 

“Diese Aufgabe löste er mit der linken Hand; in wenigen Monaten würde es damit vorbei sein.

Im Literaturinstitut gratulierte Direktor Alfred Kurella. Er pries dieses wundersame Alter: Mit dreißig habe einer entscheidende Lebensweichen gestellt, jetzt bestünden alle Chancen rasanten Vorwärtsdrängens.

Und das in einer phantastischen Zeit politischen Aufschwungs auf der Seite des Marxismus- Leninismus im Bunde mit der ruhmreichen Sowjetunion, in der jungen Deutschen Demokratischen Republik. Er schenkte L. eine zweibändige Ausgabe des Briefwechsels zwischen Goethe und Schiller.

Fern in Moskau fand in diesen Tagen der XX. Parteitag der Kommunistischen Partei der Sowjetunion statt. Nikita Chruschtschow, der bullige Ukrainer, stand an der Spitze. Neues Deutschland meldete wie gewohnt: »Der Beifall steigerte sich zum Orkan, als N. A. Bulganin, N. S. Chruschtschow, L. M. Kaganowitsch, M. S. Saburow, M. A. Suslow und K. J. Woroschilow im Tagungsgebäude eintrafen«. Das Zentralorgan berichtete in der üblichen langatmigen Weise von Aufbauplänen und Siegen an allen Fronten. Überraschend immerhin: Der italienische Parteiführer Palmiro Togliatti stellte die These auf, unterschiedliche Länder könnten auf verschiedenen Wegen zum Sozialismus kommen, also nicht unbedingt durch Revolution, auch ein parlamentarischer Übergang sei möglich. Roch das nicht verdammt nach Revisionismus? Bot sich vielleicht doch ein deutscher Weg, was Anton Ackermann vermutet und nach harscher Kritik unterdessen weit von sich gewiesen hatte?”

 

 

Erich Loest (Mittweida, 24 februari 1926)

In 1955

Lees meer...

George Moore, Irène Némirovsky, Vincent Voiture, Rosalía de Castro, Paul Alfred Kleinert, Stanisław Witkiewicz

 

De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Zie ook alle tags voor George Moore op dit blog.

 

Uit: Confessions of a Young Man

 

“My soul, so far as I understand it, has very kindly taken colour and form from the many various modes of life that self-will and an impetuous temperament have forced me to indulge in. Therefore I may say that I am free from original qualities, defects, tastes, etc. What I have I acquire, or, to speak more exactly, chance bestowed, and still bestows, upon me. I came into the world apparently with a nature like a smooth sheet of wax, bearing no impress, but capable of receiving any; of being moulded into all shapes. Nor am I exaggerating when I say I think that I might equally have been a Pharaoh, an ostler, a pimp, an archbishop, and that in the fulfilment of the duties of each a certain measure of success would have been mine. I have felt the goad of many impulses, I have hunted many a trail; when one scent failed another was taken up, and pursued with the pertinacity of an instinct, rather than the fervour of a reasoned conviction. Sometimes, it is true, there came moments of weariness, of despondency, but they were not enduring: a word spoken, a book read, or yielding to the attraction of environment, I was soon off in another direction, forgetful of past failures. Intricate, indeed, was the labyrinth of my desires; all lights were followed with the same ardour, all cries were eagerly responded to: they came from the right, they came from the left, from every side. But one cry was more persistent, and as the years passed I learned to follow it with increasing vigour, and my strayings grew

fewer and the way wider.”

 

 

George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)

Portret door Jacques-Emile Blanche, 1903

Lees meer...

23-02-13

Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms


De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

The Meatworks

 

Most of them worked around the slaughtering
out the back, where concrete gutters
crawled off
heavily, and the hot, fertilizer-thick,
sticky stench of blood
sent flies mad,
but I settled for one of the lowest-paid jobs, making mince
right the furthest end from those bellowing,
sloppy yards. Outside, the pigs’ fear
made them mount one another
at the last minute. I stood all day
by a shaking metal box
that had a chute in, and a spout,
snatching steaks from a bin they kept refilling
pushing them through
arm-thick corkscrews, grinding around inside it, meat or not -
chomping, bloody mouth -
using a greasy stick
shaped into a penis.
When I grabbed it the first time
it slipped, slippery as soap, out of my hand,
in the machine
that gnawed it hysterically a few moments
louder and louder, then, shuddering, stopped;
fused every light in the shop.
Too soon to sack me -
it was the first thing I’d done.
For a while, I had to lug gutted pigs
white as swedes
and with straight stick tails
to the ice rooms, hang them by the hooves
on hooks – their dripping
solidified like candle-wax – or pack a long intestine
with sausage meat.
We got to take meat home -
bags of blood;
red plastic with the fat showing through.
We’d wash, then
out on the blue metal
towards town; but after sticking your hands all day
in snail-sheened flesh,
you found, around the nails, there was still blood.
I usually didn’t take the meat.
I’d walk home on
the shiny, white-bruising beach, in mauve light,
past the town.
The beach, and those startling, storm-cloud mountains, high
beyond the furthest fibro houses, I’d come
to be with. (The only work
was at this Works.) – My wife
carried her sandals, in the sand and beach grass,
to meet me. I’d scoop up shell-grit
and scrub my hands,
treading about
through the icy ledges of the surf
as she came along. We said that working with meat was like
burning-off the live bush
and fertilizing with rottenness,
for this frail green money.
There was a flaw to the analogy
you felt, but one
I didn’t look at, then -
the way those pigs stuck there, clinging onto each other.

 

 

Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

Lees meer...

Jef Geeraerts, Erich Kästner, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Samuel Pepys

 

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jef Geeraerts op dit blog.

 

Uit: Le Récit de Matsombo (Vertaald door Marie Hooghe)

 

« J’étais assis dans un de ces fauteuils bas en rotin à la terrasse du Dolar, sans doute le plus fréquenté des bars de Madrid, et buvais un gin-tonic. »

(…)

 

« "En fait, c'est une longue histoire, docteur, qui commence pendant ces tristes jours de juillet 1960 - nom de Dieu ça fait vraiment déjà quatre ans ? - quand votre collègue Werther a été évacué en toute hâte de Bumba. Pour une raison qui n'en valait même pas la peine d'après moi. Enfin soit, c'était à lui d'en décider et un de mes rares principes est : ne te mêle jamais de la vie privée des autres. »

(…)

 

« Je dois dire que c’était une justice relativement primitive : les pauvres contre les profiteurs. Une justice basée sur la jalousie et l’envie. Les profiteurs étaient en minorité, ils devaient donc payer les pots cassés. La populace régnait. Les cadavres s’entassaient pêle-mêle contre le mur de la prison. Une puanteur épouvantable. A vous donner la nausée. Parfois, on n’arrivait plus à rien avaler. Un proverbe indigène dit : "L’endroit où pourrit l’éléphant, on le sent de loin." Simplement ré-pu-gnant. »

 

 

Jef Geeraerts (Antwerpen, 23 februari 1930)

Hier met acteur Blerim Destani

Lees meer...

Henri Meilhac, B. Traven, Amoene van Haersolte, David Kalisch, Josephin Soulary

 

De Franse schrijver Henri Meilhac werd geboren op 23 februari 1831 in Parijs. Zie ook alle tags voor Henri Meilhac op dit blog.

 

Uit : La Belle Hélène

 

“Scène II

PHILOCOME, CALCHAS.

CALCHAS.

Plus personne… pas de frais inutiles !… (Il éteint un trépied, Philocôme éteint l’autre.) Fais rentrer les offrandes, Philocôme.

PHILOCOME.

Oui, grand augure.

Sur l’ordre de Philocôme, deux esclaves emportent les offrandes dans le temple.

CALCHAS.

De piètres offrandes, en vérité… deux tourterelles, une amphore de laitage, trois petits fromages, des fruits très peu, et des fleurs beaucoup. Toutes ces guirlandes nous encombrent en pure perte… Il est passé, le temps des troupeaux de bœufs et de moutons… Voilà où en sont les sacrifices !… Les dieux s’en vont ! Les dieux s’en vont !

PHILOCOME.

Pas tous, seigneur ! Voyez Vénus…

CALCHAS.

Elle lutte, je ne dis pas le contraire, elle lutte… J’ai lu dans le Moniteur de Cythère le chiffre exact des offrandes du mois dernier… c’est énorme !

PPHILOCOME.

Il doit faire de bonnes affaires, le grand augure de Vénus !

CALCHAS.

Le fait est qu’il n’y en a plus que pour elle, depuis que, grâce au berger Pâris, elle a battu Junon et Pallas dans le concours du mont Ida… tandis que ce pauvre

Jupiter, le père des dieux et des hommes cependant, il est dans une baisse !… Que de fleurs !… que de fleurs !… enfin… tu porteras ce bouquet de roses à la petite Mégara, la joueuse de flûte qui demeure près du temple de Bacchus…”

 

 


Henri Meilhac (23 februari 1831 – 6 juli 1897)

Uitvoering van “La Belle Hélène“ in Bordeaux, Grand-Théâtre, 2011

Lees meer...