16-09-12

Dolce far niente (Daan de Ligt, Jan Kal)

 

Dolce far niente




De "Zes min" van Bisschoppelijk College Schöndeln, Roermond

 

 

 

Reünie

 

de lange gangen met de vale tegels
-er hing nog steeds de geur van natte jassen-
leidden onveranderd naar de klassen
waar ik zuchtte onder strenge regels

ik had gezworen nooit terug te keren
tot ik die lijst zag met daarop jouw naam
het stille meisje bij het hoge raam
dat mij geduldig hielp Latijn te leren

je ogen glansden vurig als voorheen
dezelfde zachte stem, nog steeds verlegen
waarom gingen de wegen toch uiteen

ik voelde het werd tijd voor klare wijn
en zei wat ik die jaren had verzwegen:
we zijn nog niet aan ‘t eind van ons Latijn.

 

 

 

 

Daan de Ligt (Den Haag, 1953)

Lees meer...

Frans Kusters

 

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Uit: Hachee met sambal

 

‘En toen, ruim een jaar later, kreeg ik die prijs en verscheen mijn debuut en mijn kop stond in de kranten en die schreven dat het een interessant boek was en toen riepen zij, de vrienden en vriendinnen, dat zij het altijd al prachtig hadden gevonden.’
‘Ach ja, debuten’, merkte de uitgever op. Het zonlicht was uit de kamer verdwenen. Weer zwegen wij, om beurten naar Willem kijkend, zodat het erop leek dat we iets vermakelijks voor hem hadden ingestudeerd en het moment afwachtten waarop we hem daarmee konden verblijden.

(…)

 

‘Ach ja, debuten’, merkte de uitgever op.
Het zonlicht was uit de kamer verdwenen. Ik stond op en liep naar het erkerraam. Ik moest Vera bellen, nu, ogenblikkelijk, Frank zou mij met alle plezier voor een paar minuten in zijn kamer alleen willen laten, hortend en stotend en desnoods geloofwaardig jankend zou ik (eindelijk) bekennen dat ze gelijk had, dat ik niet zomaar vanwege het minste of geringste van haar weg kon gaan en dat de vertoning lang genoeg had geduurd. Ik liep terug naar mijn stoel en ging weer tegenover hem zitten. We bleven zwijgen, om beurten naar Willem kijkend, zodat het erop leek dat we iets vermakelijks voor hem hadden ingestudeerd en het moment afwachtten waarop we hem daarmee konden verblijden.

 

 


Frans Kusters (Nijmegen, 16 september 1949)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frans kusters, romenu |  Facebook |

15-09-12

Jan Slauerhoff, Lucebert, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

 

De laatste herfst

 

Ver stond de strakke lucht
Als een grijszijden scherm
Gespannen voor de dood.
Aan deze zijde een vlucht
Vogelen met gekerm,
Onze hoofden over, vlood.

De grond bekroop wat groen.
Schril staken stengels riet.
De wereld stond ontbladerd
Uitstervend in seizoen,
Dat zon voorgoed verliet,
Weer tot de maan genaderd.
Wij vonden nog een zoen.
Ergens zijn wij ons toen
Ontweken of genaderd?

 

 

 

 

Eenzaamheidsverlangen

 

Ik wilde alleen zijn met mijn droefenis
En ik verborg mij in 't gewoekerd gras.
Maar tevergeefs: mijn droefenis verried mij,
Mijn smartkreet overstemt de roep der vogels.
Waarom kan men niet lijden ongehoord
En ongezien, terwijl men toch alleen,
Alleen de lange levensweg moet gaan,
En toch nooit eenzaam leven kan: altijd
Zijn broeders, zusters, zonen, dochters, ouders
Aanwezig en bewijzen zorg en aandacht.
Ontvlucht men in de tempel, dan moet men
Voorouders aandacht wijden, offers brengen,
Om door demonen niet omringd te worden.
Ach, alles, eer en welstand, wilde ik offren
Om met mijn droefenis alleen te zijn.

 

 


 

De wijze

 

Mijn huis is vuil, mijn kinderen, talrijk, krijsen.
De varkens wroeten ronkend in de hof.
Maar bergen, blauw en ver verheven, eisen
Mijn aandacht op, die stijgt uit stank en stof.

 

 

 

 

Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

Lees meer...

14-09-12

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

 

Aan zijn zeer netelige draad

 

Aan zijn zeer netelige draad
daalt neer in de afgrond

een kleine soevereine spin en schuift
mijn lichaam terzijde. Het is een spin,

die zijn landing opschort tot ik mij
uit zijn kloof heb verwijderd. Zodra hij

de bodem heeft bereikt, is dat het teken
dat de rivier zijn bron heeft bestormd.



 

 

Zodra de steen er ligt herneemt

 

Zodra de steen er ligt herneemt
zijn lot haar loop. De steen weet niet
van opgeven: hij herhaalt zich;

zijn blinde hoort hem. Deze weet
vooreerst nog niet wat te doen met wat

hem vreemd is. Hij legt beide handen
op de toetsen, hij herhaalt wat hem
is geleerd. Hij brengt wijzigingen aan;
hij herneemt zich, raakt ontroerd.


 

 

Chrysanten

 

De chrysanten,
die in de vaas op de tafel
bij het raam staan: dat

zijn niet de chrysanten
die bij het raam
op de tafel
in de vaas staan

De wind die je zo hindert
en je haar door de war maakt,

dat is de wind die je haar verwart;
het is de wind waardoor je niet
meer gehinderd wilt worden
als je haar in de war is.

 

 

 

 

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Hans Faverey, C. Buddingh' en Remco Campert

Lees meer...

13-09-12

Tõnu Õnnepalu, Janusz Glowacki, Julian Tuwim, Nicolaas Beets, Roald Dahl

 

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

 

Uit: Das Boskop-Land (Vertaald door Horst Bernhardt)

 

„Neulich träumte ich, ich sei wieder in Feldafing am Starnberger See. Ich gehe die Himmelsleiter – so heißt der Weg tatsächlich – hinauf zur Villa Waldberta. Schneebedeckte Berggipfel strahlen von Ferne in einem mystischen gelben Licht. Und ich weiß, dass ich in Indien bin. Ich bin nie in Indien gewesen und werde vielleicht auch nie dorthin kommen. Ich habe Filme gesehen und Bücher darüber gelesen, aber ich weiß, dass das nicht viel nützt.

Im 13. Jahrhundert lebte in Deutschland der Franziskanermönch Bartholomäus Anglicus, Verfasser der Enzyklopädie Liber de proprietatibus rerum, in der er das damals gerade christianisierte Estland beschreibt. Bartholomäus war nie dort gewesen, er schrieb über ein Land, das er nur vom Hörensagen kannte. „Vironia“, so berichtet er über den nördlichen Teil von Estland, „ist eine kleine Provinz, von Dänemark gen Osten gelegen. Die Bewohner des Landes waren früher wilde, rohe und primitive Barbaren. Jetzt aber sind sie den dänischen Königen und Gesetzen unterworfen. Dieses Land ist von den Nowgorodern und den Russen durch einen gewaltigen Fluss mit Namen Narwa getrennt.“

Jetzt, kurz vor dem EU-Beitritt, kommen viele Journalisten und Fernsehteams aus dem „alten Europa“ nach Estland, die, ähnlich wie seinerzeit Bartholomäus Anglicus, einen knappen, griffigen Überblick über eine relativ unbekannte Gegend geben wollen. Viel weiter als er scheinen sie es dabei nicht zu bringen. Alle wollen unbedingt einen Blick auf den „gewaltigen“ Fluss Narwa (und die dazugehörige Festung) werfen, die künftige Grenze der Europäischen Union. Und Estland ist immer noch eine abgelegene „wilde“ Provinz (wenn auch inzwischen „Königen und Gesetzen unterworfen“) irgendwo im Osten, hinter der Russland beginnt. Grenzland. Und damit ist eigentlich schon alles gesagt.”

 

 

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

Lees meer...

12-09-12

Michael Ondaatje, James Frey, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Gust Van Brussel

 

De Canadese dichter en schrijver Philip Michael Ondaatje werd op 12 september 1943 geboren in Colombo, Ceylon (nu Sri Lanka). Zieook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Ondaantje op dit blog.

 

 

Application For A Driving License

 

Two birds loved
in a flurry of red feathers
like a burst cottonball,
continuing while I drove over them.
I am a good driver, nothing shocks me.

 

 

 

Bearhug

 

Griffin calls to come and kiss him goodnight
I yell ok. Finish something I'm doing,
then something else, walk slowly round
the corner to my son's room.
He is standing arms outstretched
waiting for a bearhug. Grinning.

Why do I give my emotion an animal's name,
give it that dark squeeze of death?
This is the hug which collects
all his small bones and his warm neck against me.
The thin tough body under the pyjamas
locks to me like a magnet of blood.

How long was he standing there
like that, before I came?

 

 

 

Michael Ondaatje (Colombo, 12 september 1943)

Lees meer...

11-09-12

Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, David van Reybrouck, Barbara Bongartz, Tomas Venclova

 

De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Murat Isik op dit blog.

 

Uit: Verloren grond

 

De schreeuw veranderde mijn vader voor altijd in een breekbare man.
Ik zat in de wachtkamer van het ziekenhuis in Mus en kromp ineen toen ik het geluid van de zaag hoorde die met moeite doordrong in het bot. Daarna klonk de wanhopige schreeuw van mijn vader die na een paar halen van het stuk staal met de scherpe tanden, overging in een ander geluid dat eerst iets dierlijks en daarna monsterachtigs had. Langzaam veranderde het in een bizar gekrijs, afgewisseld met luguber gegorgel. Het was alsof mijn vader de pijn uit zijn lichaam perste en een deel van zijn ziel een uitweg zocht uit het diepste van zijn wezen.
Ik rende weg om te ontsnappen aan het geluid, maar het bleef me achtervolgen. Zelfs toen ik buiten stond en mijn oren dichtdrukte, hoorde ik het nog.
Soms, als ik mijn ogen sluit en alleen word omringd door stilte, hoor ik het weer: de schreeuw die ons leven voorgoed veranderde.

 

1

Ik ben geboren in de zomer van 1953 op een yayla op ruim tweeduizend meter hoogte. Mijn moeder beweerde dat ik niet huilde maar glimlachte toen ze me voor het eerst in haar armen nam, en dat mijn zwarte donshaar wapperde in de bergwind toen ze me omhooghield en riep: ‘Jij zult wel leven! Jij zult oud en sterk worden en ons eeuwige voorspoed brengen!’
Ik kreeg de naam van mijn grootvader: Miran. Met die naam werd ik de eerste tien jaar van mijn leven aangesproken tot ik plotseling een andere naam kreeg. Het was geen toeval dat ik op de yayla op de wereld werd gezet. Iedere zomer, als de hitte in ons dorp Sobyan ondraaglijk werd en de huizen in brand leken te staan, trokken de vrouwen met hun kinderen en het vee naar de hoogvlakte, waar de koele berglucht hen uit hun zomerslaap wekte.“

 

 

 

Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)

Lees meer...

10-09-12

Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł Huelle, Mary Oliver

 

De Franse schrijver van Russische afkomst Andreï Makine werd geboren in Krasnojarsk op 10 september 1957. Zie ook mijn blog van 10 september 2010. en eveneens alle tags voor Andreï Makine op dit blog.

 

Uit: Dreams of My Russian Summers (Le Testament français, vertaald door Geoffrey Strachan)

 

„While still a child, I guessed that this very singular smile represented a strange little victory for each of the women: yes, a fleeting revenge for disappointed hopes, for the coarseness of men, for the rareness of beautiful and true things in this world. Had I known how to say it at the time I would have called this way of smiling "femininity."...But my language was too concrete in those days. I contented myself with studying the women's faces in our photograph albums and identifying this glow of beauty in some of them.

For these women knew that in order to be beautiful, what they must do several seconds before the flash blinded them was to articulate the following mysterious syllables in French, of which few understood the meaning: "pe-tite-pomme."...As if by magic, the mouth, instead of being extended in counterfeit bliss, or contracting into an anxious grin, would form a gracious round. The whole face was thus transfigured. The eyebrows arched slightly, the oval of the cheeks was elongated. You said "petite pomme," and the shadow of a distant and dreamy sweetness veiled your gaze, refined your features, and caused the soft light of bygone days to hover over the snapshot.

This photographic spell had won the confidence of the most diverse women: for example, a relative from Moscow in the only color photo in our albums. Married to a diplomat, she spoke through clenched teeth and sighed with boredom before even hearing you out. But in the photo I could immediately identify the "petite pomme" effect.

I observed its aura on the face of a dull provincial woman, some anonymous aunt, whose name only came up when the conversation turned to the women left without husbands after the male slaughter of the last war. Even Glasha, the peasant of the family, in the rare photos that we still possessed of her, displayed the miraculous smile. Finally there was a whole swarm of young girl cousins, puffing out their lips while trying to hold on to this elusive French magic during several interminable seconds of posing. As they murmured their "petite pomme," they still believed that the life that lay ahead would be woven uniquely from such moments of grace.... „

 

 

Andreï Makine (Krasnojarsk, 10 september 1957)

 

Lees meer...

09-09-12

C. O. Jellema, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez

 

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

 

Een stralende dag

 

Waar zullen we heen gaan vandaag,
welk overjarig verlangen achterna,
met wat voor verwachting belast of
om welke eensklapse ingeving
opspringen, zeggen jullie het maar -

Zit, benen, in jullie onrust
naar buiten of, ogen, zijn jullie belust,
toch niet jij soms, geslacht, dat zich slecht
met zijn naderend onnut verdraagt?

Stel maar wat voor voor vandaag:
een veldweg om lopend landschap te worden,
in de stad een terras om ons steels te vergapen,
onbespied in een rietkraag ons weer het geliefde
lichaam te binnen brengen dat wegstierf -

Ook jullie, gedachten, die het onderling nooit
kunnen vinden, nooit eens eens zijn, alsjeblieft,
geen geliever van zus nu of zo, wees vandaag
domweg mij die hier zit en zich uitstelt,
op post wacht, een brief die hem
kent als beste, groet met
tot gauw.

 

 

 

Nieuwe wijk

 

Motortje spelen met hun autopedden,
tussen de vuilnisemmers die in groepen staan.
Erboven kloppen moeders kleine bedden.
De straatverlichting is vergeten uit te gaan.

De dag lang is men bezig met ontwaken,
telkens het hoofd oprichtend met een ruk.
De resten van 't ontbijt nog op het laken,
het brood verkruimeld en de beker stuk.

Maar op het dak zie ik de vogels zitten,
verwelkt, met snavels open waar de schreeuw in stikt.
Wij mensen moesten voor de vogels kunnen bidden.
Ik hoor de dauw die van de bomen tikt.

 

 

 

Als huis

 

Je droomt je thuis: een veiligheid van stemmen
die 't onbegrepene gerust bespreken,
je zit aan tafel en je hebt gekeken
hoe de markiezen zomerzonlicht stremmen

tot warmtekleur op het gestreken linnen -
gedachteloos, betekenissen teken
dat dingen weer niet zijn waarop ze leken,
hun buitenkant een bijna angstig binnen.

Het staat er nog, je kunt het nergens vinden,
het witte hek, het pad tussen jasmijnen,
jijzelf de toegang tot dit droomgebied

achter een gevel met gesloten blinden;
en ook de tuin waarin je kon verdwijnen
blijkt een gedicht dat jou vergeefs verliet.

 

 

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

Lees meer...

08-09-12

Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Siegfried Sassoon, Eduard Mörike

 

De Duitse dichter en schrijver Clemens Brentano werd geboren op 8 september 1778 in Ehrenbreitstein. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Clemens Brentano op dit blog.

 

 

Abschied vom Rhein

 

Nun gute Nacht! mein Leben,

Du alter, treuer Rhein.

Deine Wellen schweben

Klar im Sternenschein;

Die Welt ist rings entschlafen,

Es singt den Wolkenschafen

Der Mond ein Lied.

 

Der Schiffer schläft im Nachen

Und träumet von dem Meer;

Du aber, Du mußt wachen

Und trägst das Schiff einher.

Du führst ein freies Leben,

Durchtanzest bei den Reben

Die ernste Nacht.

 

Wer dich gesehen, lernt lachen;

Du bist so freudenreich,

Du labst das Herz der Schwachen

Und machst den Armen reich.

Du spiegelst hohe Schlösser

Und füllest große Fässer

Mit edlem Wein.

 

Auch manchen lehrst du weinen.

Dem du sein Lieb entführt;

Gott wolle die vereinen,

Die solche Sehnsucht rührt:

Sie irren in den Hainen,

Und von den Echosteinen

Erschallt ihr Weh.

 

Und manchen lehret beten

Dein tiefster Felsengrund;

Wer dich im Zorn betreten,

Den ziehst du in den Schlund:

Wo deine Strudel brausen,

Wo deine Wirbel sausen,

Da beten sie.

 

Mich aber lehrst du singen:

Wenn dich mein Aug ersieht,

eine freudeselig Klingen

Mir durch den Busen zieht;

Treib fromm mir meine Mühle,

Jetzt scheid ich in der Kühle

Und schlummre ein.

 

Ihr lieben Sterne, decket

Mir meinen Vater zu.

Bis mich die Sonne wecket,

Bis dahin mahle du:

Wirds gut, will ich dich preisen,

Dann sing in höhern Weisen

Ich dir ein Lied.

 

Nun werf ich dir zum Spiele

Den Kranz in deine Flut:

Trag ihn zu seinem Ziele,

Wo dieser Tag auch ruht.

Gut Nacht, ich muß mich wenden,

Muß nun mein Singen enden,

Gut Nacht, mein Rhein!

 

 

 

Clemens Brentano (8 september 1778 – 28 juli 1842)

Lees meer...

07-09-12

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni

 

De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Edith Sitwell op dit blog.

 

 

Answers

 

I kept my answers small and kept them near;
Big questions bruised my mind but still I let
Small answers be a bullwark to my fear.

The huge abstractions I kept from the light;
Small things I handled and caressed and loved.
I let the stars assume the whole of night.

But the big answers clamoured to be moved Into my life.

Their great audacity
Shouted to be acknowledged and believed.

Even when all small answers build up to
Protection of my spirit, still I hear
Big answers striving for their overthrow.

And all the great conclusions coming near.

 

 

 

 

Portrait Of A Barmaid

 

Metallic waves of people jar
Through crackling green toward the bar

Where on the tables chattering-white
The sharp drinks quarrel with the light.

Those coloured muslin blinds the smiles,
Shroud wooden faces in their wiles —

Sometimes they splash like water (you
Yourself reflected in their hue).

The conversation loud and bright
Seems spinal bars of shunting light

In firework-spurting greenery.
O complicate machinery

For building Babel, iron crane
Beneath your hair, that blue-ribbed mane

In noise and murder like the sea
Without its mutability!

Outside the bar where jangling heat
Seems out of tune and off the beat —

A concertina's glycerine
Exudes, and mirrors in the green

Your soul: pure glucose edged with hints
Of tentative and half-soiled tints.

 

 

 

Edith Sitwell (7 september 1887 - 9 december 1964)

Lees meer...

06-09-12

Alice Sebold, Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Julien Green, Jessica Durlacher

 

De Amerikaanse schrijfster Alice Sebold op 6 september 1962 in Madison, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Alice Seebold op dit blog.

 

Uit: The Lovely Bones

 

„My murderer was a man from our neighborhood. My mother liked his border flowers, and my father talked to him once about fertilizer. My murderer believed in old-fashioned things like eggshells and coffee grounds, which he said his own mother had used. My father came home smiling, making jokes about how the man's garden might be beautiful but it would stink to high heaven once a heat wave hit.
But on December 6, 1973, it was snowing, and I took a shortcut through the cornfield back from the junior high. It was dark out because the days were shorter in winter, and I remember how the broken cornstalks made my walk more difficult. The snow was falling lightly, like a flurry of small hands, and I was breathing through my nose until it was running so much that I had to open my mouth. Six feet from where Mr. Harvey stood, I stuck my tongue out to taste a snowflake.
"Don't let me startle you," Mr. Harvey said. Of course, in a cornfield, in the dark, I was startled. After I was dead I thought about how there had been the light scent of cologne in the air but that I had not been paying attention, or thought it was coming from one of the houses up ahead.

"Mr. Harvey," I said. "You're the older Salmon girl, right?" "Yes." "How are your folks?"
Although the eldest in my family and good at acing a science quiz, I had never felt comfortable with adults.
"Fine," I said. I was cold, but the natural authority of his age, and the added fact that he was a neighbor and had talked to my father about fertilizer, rooted me to the spot.
"I've built something back here," he said. "Would you like to see?"
"I'm sort of cold, Mr. Harvey," I said, "and my mom likes me home before dark."
"It's after dark, Susie," he said.
I wish now that I had known this was weird. I had never told him my name. I guess I thought my father had told him one of the embarrassing anecdotes he saw merely as loving testaments to his children. My father was the kind of dad who kept a nude photo of you when you were three in the downstairs bathroom, the one that guests would use.“



Alice Sebold (Madison, 6 september 1962)

Lees meer...

Aart G. Broek

 

De Nederlandse dichter en schrijver Aart G. Broek werd op 6 september 1954 geboren in Maasland. Zie ook alle tags voor Aart G. Broek op dit blog.

 

 

Het onsterfelijke rif

 

1
En de golven, woest van onmacht, vraten de stranden
uit de gekartelde kust en kotsten het zielloze zand
over het wiegende koraal, dat stikkend stierf, verschoot
tot vale schijn van diepten die slechts het verlangen
naar het tijdloos strelen van het zilte zonlicht
uit onbereikbare hoogten koesterden. Versteend
de lust door de kolkende geseling die ooit ook leven
schonk, maar vrat en vretend verstikte wat waaide
in kleurig nijgen: een tintelend kussen zonder lippen.

 

 

 

 

Aart G. Broek (Maasland, 6 september 1954)

17:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: aart g. broek, romenu |  Facebook |

05-09-12

Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Peter Winnen, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

 

Uit: In Babylon (Vertaald door Stacey Knecht)

 

The last time I ever saw Uncle Herman, he was lying on a king-size bed in the finest room at the Hotel Memphis, in the company of six people: the hotel manager, a doctor, two police officers with crackling walkie-talkies, a girl who couldn't have been more than eighteen, and me. The manager conferred with the policemen about how the matter might be settled as discreetly as possible, the doctor stood at the foot of the bed regarding my uncle with a look of mild disgust, and I did nothing. It was just past midnight and Herman lay stretched out, his white body sinewy and taut, on that crumpled white catafalque. He was naked and dead.
He had sent up for a woman. She had arrived, and less than an hour later his life was over. When I got there the young hooker, a small blond thing with crimped hair and childishly painted lips, sat hunched in one of the two white leather chairs next to the ubiquitous hotel writing table. She stared at the carpet, mumbling softly. Uncle Herman lay on his back on the big bed, his pubic hair still glistening with ... all right, with the juices of love, a condom rolled halfway down his wrinkled sex like a misplaced clown's nose. His pale, old man's body, the tanned face with the shock of grey hair and the large, slightly hooked nose evoked the image of a warrior fallen in battle and laid in state, here, on this dishevelled altar.

I stood in that room and thought of what Zeno, with a touch of bitterness in his voice, had once said, long ago, that you could plot family histories on a graph, as a line that rippled up and down, up and down, up and down; people madetheir fortune, their offspring benefited from that fortune, the third generation squandered it all, and the family returned to the bottom of the curve and began working its way back up.”

 

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

Lees meer...