14-06-13

Alex Boogers

 

De Nederlandse schrijver Alex Boogers werd geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Hij woont en werkt in Vlaardingen. Hij studeerde kort tijd Nederlands recht en filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waarna hij enige tijd Nederlandse taal en letterkunde en Indonesische talen, culturen en Oceanië studeerde in Leiden. In goed overleg met zijn partner stortte Boogers zich op het schrijven, hetgeen resulteerde in bijdragen in Renaissance, Passionate en Esquire. Niet veel later debuteerde hij onder het pseudoniem M.L. Lee met Het Boek “Estee” (1999). Drie jaar later verscheen zijn 'echte' debuut, onder zijn eigen naam. In zijn roman “Lijn 56” speelt het verhaal zich af tegen de achtergrond van de stad Vlaardingen, die Boogers steevast Het Naamloze Gat noemt. Zijn volgende roman "Het sterkste meisje van de wereld" verscheen in 2007. Boogers leverde naast zijn romanwerk creatieve bijdragen aan de documentaire 'Draak onder water', die in 1997 werd uitgezonden bij NCRV's Dokument, en 'Eat your enemy', die in 2005 in 29 theaters in Nederland heeft gedraaid en in december van hetzelfde jaar werd uitgezonden op televisie.

Uit: Het waanzinnige van sneeuw

“Een tijd geleden bezocht ik regelmatig een dokter met wie ik over mijn zus, Estee praatte. Hij moedigde me aan mijn herinneringen aan haar op te schrijven, omdat dat helend zou werken. Maar wat ik had geschreven was niks dan aanstellerij. En wie zit daar nou op te wachten? De dokter wist uit mijn verhaal op te maken dat ik veel van haar heb gehouden; dat ik haar bewonderde, dus om wie ze was en wat ze allemaal tegen me had gezegd toen ze nog leefde. Hij was een genie.
‘Nee, ik haat de trut,’ zei ik. ‘Iets op tegen? Ik haat haar meer dan mijn ergste vijand.’
Toen begon die dokter te zeuren over mijn opgekropte woede en of ik echt vijanden had en wie dat dan waren.
‘Misschien doe je er goed aan om aan sport te gaan doen,’ zei hij na een stuk of veertig sessies. Wat een vondst. ‘Welke sport heeft je interesse?’ vroeg hij.
Ik had geen idee. Ik moest natuurlijk goed nadenken en me vooral niet haasten. Ik had weinig interesse in sport. Oké, een beetje voetballen, verplicht gymles - ik muntte uit in hardlopen, maar alleen omdat ik wist dat het weer voorbij was als ik eenmaal de finish had bereikt - en heel af en toe een partijtje honkbal als een aantal jongens uit de buurt vroeg of ik zin had om mee te doen. Dan stond ik in het veld een eeuwigheid opeen bal te wachten. Ja, dat waren zo ongeveer de sporten die ik af en toe beoefende.
‘Ik zou willen leren vechten,’ zei ik ten slotte. Ik wist niet eens waarom ik het zei, het was niet dat ik er altijd al aan dacht, zo was het niet, maar toen ik het uitsprak meende ik het. Ik wilde leren vechten.”

 

 
Alex Boogers (Vlaardingen, 14 juni 1970)

20:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alex boogers, romenu |  Facebook |

13-06-13

Fernando Pessoa , Willem Brakman, William Butler Yeats, Thomas Heerma van Voss

 

De Portugese dichter en schrijver Fernando António Nogueira Pessoa werd geboren in Lissabon op 13 juni 1888. Zie ook alle tags voor Fernando Pessoa op dit blog.

 

 

Listen, Daisy, When I Die, Although
                        On an Orient-bound ship
                                      December 1913
                            (as Álvaro de Campos)

Listen, Daisy. When I die, although
You may not feel a thing, you must
Tell all my friends in London how much
My loss makes you suffer. Then go

To York, where you claim you were born
(But I don't believe a thing you claim),
To tell that poor boy who gave me
So many hours of joy (but of course

You don't know about that) that I'm dead.
Even he, whom I thought I sincerely
Loved, won't care.... Then go and break

The news to that strange girl Cecily,
Who believed that one day I'd be great....
To hell with life and everyone in it!

 

 

 

 

I don't Know if the Love You Give is Love You Have
                                                            (as Ricardo Reis)

I don't know if the love you give is love you have
Or love you feign. You give it to me. Let that suffice.
        I can't be young by years,
        So why not by illusion?
The Gods give us little, and the little they give is false.
But if they give it, however false it be, the giving
        Is true. I accept it, and resign
        Myself to believing you.

 

 

 

 

Vertaald door Richard Zenith

 

 

 

 

Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)

Lees meer...

12-06-13

Anne Frank, Christoph Meckel, Renan Demirkan, Djuna Barnes

 

De Nederlandse schrijfster Anne Frank werd geboren in Frankfurt am Main op 12 juni 1929. Zie ook alle tags voor Anne Frank op dit blog.

Uit: The Diary of a Young Girl (Vertaald door B. M. Mooyart-Doubleday)

 

“Wednesday, 5 April 1944
My dearest Kitty,

For a long time now I didn’t know why I was bothering to do any schoolwork. The end of the war still seemed so far away, so unreal, like a fairy tale. If the war isn’t over by September, I won’t go back to school, since I don’t want to be two years behind…

I finally realized that I must do my schoolwork to keep from being ignorant, to get on in life, to become a journalist, because that’s what I want! I know I can write. A few of my stories are good, my descriptions of the Secret Annexe* are humorous, much of my diary is vivid and alive, but…it remains to be seen whether I really have talent…

Unless you write yourself, you can’t know how wonderful it is; I always used to bemoan the fact that I couldn’t draw, but now I’m overjoyed that at least I can write. And if I don’t have the talent to write books or newspaper articles, I can always write for myself. But I want to achieve more than that. I can’t imagine having to live like Mother, Mrs Van Daan* and all the women who go about their work and are then forgotten. I need to have something besides a husband and children to devote myself to! I don’t want to have lived in vain like most people. I want to be useful or bring enjoyment to all people, even those I’ve never met. I want to go on living even after my death! And that’s why I’m so grateful to God for having given me this gift, which I can use to develop myself and to express all that’s inside me!

When I write I can shake off all my cares. My sorrow disappears, my spirits are revived! But, and that’s a big question, will I ever be able to write something great, will I ever become a journalist or a writer?

I hope so, oh, I hope so very much, because writing allows me to record everything, all my thoughts, ideals and fantasies…

So onwards and upwards, with renewed spirits. It’ll all work out, because I’m determined to write!

Yours, Anne M. Frank”

 

 

 

Anne Frank (12 juni 1929 – maart 1945)

Ellie McKendrick als Anne Frank in de BBC serie „The Diary of Anne Frank”, 2009

Lees meer...

Wolfgang Herrndorf

 

De  Duitse schrijver, schilder en illustrator Wolfgang Herrndorf  werd geboren op 12 juni 1965 in Hamburg. Herrndorf  studeerde schilderkunst aan de Academie voor Schone Kunsten in Neurenberg. Hij werkte als illustrator en schrijver, onder andere voor het fanzine Luke &Trooke, uitgeverij Haffmans en het satirische blad Titanic. In 2002 werd zijn eerste roman gepubliceerd “In Plüschgewittern”, die volgens de schrijver (ondanks de bijna 30-jarige hoofdpersoon) een "adolescentieroman" is. In 2007 publiceerde hij onder de titel “Diesseits des Van-Allen Gürtels” een reeks van samenhangende korte verhalen, in hetzelfde jaar verscheen in uitgeverij SuKuLTuR een door Herrndorf verzonnen interview met een (niet geheel betrouwbare) kosmonaut, dat science fiction-elementen bevat. De onbetrouwbare verteller is een terugkerend element in Herrndorfs proza. Zijn grote literaire succes begon met het verschijnen van “Tschick”  in 2010, een andere ontwikkelingsroman, wiens protagonisten ongeveer 14 jaar oud zijn. Het boek stond ongeveer een jaar op de Duitse bestsellerlijst. In november 2011 volgde de roman “Sand”, die kenmerken van de detective roman, de sociale roman en de historische roman verenigd. Nadat Tschick in  2011 al was genomineerd voor de Prijs van de Leipziger Buchmesse, werd de prijs in 2012 daadwerkelijk toegekend voor “Sand”. In hetzelfde jaar kwam “Sand” op de shortlist voor de Deutsche Buchpreis. De Berlijner Herrndorf schreef regelmatig op het internet forum “Wir höflichen Paparazzi” en op het Blog Riesenmaschine. Ook speelde hij in het nationale voetbalalftal van schrijvers “Autonama”. Nadat bij hem in maart 2010 een kwaadaardige hersentumor (glioblastoma) werd gevonden begon Herrndorf vanaf september 2010 een digitaal dagboek, dat waarschijnlijk ook in boekvorm zal verschijnen.

 

Uit: Tschick

 

“Als Erstes ist da der Geruch von Blut und Kaffee. Die Kaffeemaschine steht drüben auf dem Tisch, und das Blut ist in meinen Schuhen. Um ehrlich zu sein, es ist nicht nur Blut. Als der Ältere « vierzehn » gesagt hat, hab ich mir in die Hose gepisst.

Ich hab die ganze Zeit schräg auf dem Hocker gehangen und mich nicht gerührt. Mir war schwindlig. Ich hab versucht auszusehen, wie ich gedacht hab, dass Tschick wahrscheinlich aussieht, wenn einer « vierzehn » zu ihm sagt, und dann hab ich mir vor Angst in die Hose gepisst.

Maik Klingenberg, der Held. Dabei weiß ich gar nicht, war um jetzt die Aufregung. War doch die ganze Zeit klar, dass es so endet. Tschick hat sich mit Sicherheit nicht in die Hose gepisst.

Wo ist Tschick überhaupt ? Auf der Autobahn hab ich ihn noch gesehen, wie er auf einem Bein ins Gebüsch gehüpft ist, aber ich schätze mal, sie haben ihn auch gekriegt. Mit einem Bein kommt man nicht weit. Fragen kann ich die Polizisten natürlich nicht. Weil , wenn sie ihn nicht gesehen haben, ist es logisch besser, gar nicht damit anzufangen. Vielleicht haben sie ihn ja nicht gesehen. Und von mir erfahren sie’s mit Sicherheit nicht. Da können sie mich foltern. Obwohl die deutsche Polizei, glaube ich, niemanden foltern darf. Das dürfen die nur im Fernsehen und in der Türkei.

Aber vollgeschifft und blutig auf der Station  der Autobahnpolizei sitzen und Fragen nach  den Eltern beantworten ist auch nicht gerade der  ganz große Bringer. Vielleicht wäre Foltern sogar  ganz angenehm, dann hätte ich wenigstens einen  Grund für meine Aufregung.

Das Beste ist Klappe halten, hat Tschick gesagt.  Und das seh ich genauso. Jetzt, wo eh alles egal  ist. Und mir ist alles egal. Na ja, fast alles. Tatjana Cosic zum Beispiel ist mir natürlich nicht  egal. Obwohl ich jetzt schon ziemlich lange nicht  mehr an sie gedacht habe. Aber wo ich auf diesem Hocker hier sitze und draußen die Autobahn vorbeirauscht und der ältere Polizist steht seit fünf Minuten an der Kaffee maschine dahinten und füllt Wasser ein und kippt es wieder aus, drückt auf den Schalter und schaut das Gerät von unten an, während jeder Depp sehen kann, dass der Stecker vom Verlängerungskabel nicht drin ist, da muss ich wieder an Tatjana denken. Denn genau genommen wäre ich nicht hier, wenn es Tatjana nicht gäbe. “

 

 

 

Wolfgang Herrndorf (Hamburg, 12 juni 1965)

18:22 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: wolfgang herrndorf, romenu |  Facebook |

11-06-13

William Styron, Renée Vivien, Jean-Pierre Chabrol, Sophie van der Stap

 

De Amerikaanse schrijver William Styron werd op 11 juni 1925 in Newport News in de staat Virginia geboren. Zie ook alle tags voor William Styron op dit blog.

 

Uit: Sophie's Choice

 

In those days cheap apartments were almost impossible to find in Manhattan, so I had to move to Brooklyn. This was in 1947, and one of the pleasant features of that summer which I so vividly remember was the weather, which was sunny and mild, flower-fragrant, almost as if the days had been arrested in a seemingly perpetual springtime. I was grateful for that if for nothing else, since my youth, I felt, was at its lowest ebb. At twenty-two, struggling to become some kind of writer, I found that the creative heat which at eighteen had nearly consumed me with its gorgeous, relentless flame had flickered out to a dim pilot light registering little more than a token glow in my breast, or wherever my hungriest aspirations once resided. It was not that I no longer wanted to write, I still yearned passionately to produce the novel which had been for so long captive in my brain. It was only that, having written down the first few fine paragraphs, I could not produce any others, or-to approximate Gertrude Stein's remark about a lesser writer of the Lost Generation-I had the syrup but it wouldn't pour. To make matters worse, I was out of a job and had very little money and was self-exiled to Flatbush-like others of my countrymen, another lean and lonesome young Southerner wandering amid the Kingdom of the Jews. Call me Stingo, which was the nickname I was known by in those days, if I was called anything at all. The name derives from my prep-school days down in my native state of Virginia. This school was a pleasant institution to which I was sent at fourteen by my distraught father, who found me difficult to handle after my mother died.”

 

 

 

William Styron (11 juni 1925 – 1 november 2006)

Lees meer...

10-06-13

150 jaar Louis Couperus, Jacques Perk, Saul Bellow, Mensje van Keulen, Jan Brokken

 

150 jaar Louis Couperus

 

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Dat is vandaag precies 150 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Louis Couperus op dit blog.

 

Uit: De stille kracht

 

« Maar al mijmerde hij niet, de stemming was onafweerbaar, als een druk op zijn breede borst, als een ziekte van teederheid, een malaise van sentimentaliteit in zijn anders heel praktisch gemoed van hoofdambtenaar, die hield van zijn werkkring, van zijn gewest; die hart had voor de belangen er van, en wien het bijna onafhankelijk gezag van zijn betrekking geheel in harmonie was met zijne heerschersnatuur; die met zijn krachtige longen zijn atmosfeer van wijden werkkring en ruim veld van zoo verscheiden arbeid, met even veel genot gewoon was te ademen, als hij nu ademde, den wijden wind van de zee. De begeerte, het verlangen, een heimwee, waren dien avond vooral, vol in hem. Hij voelde zich eenzaam, niet alléen om het izolement, dat een hoofd van gewestelijk bestuur altijd min of meer omringt, wien men òf nadert conventioneel glimlachend-eerbiedig, om conversatie, òf kort, zakelijk-eerbiedig, om zaken. Hij voelde zich eenzaam, hoewel hij vader was van een huisgezin. Hij dacht aan zijn groote huis, hij dacht aan zijn vrouw en zijn kinderen. En hij voelde zich eenzaam, en alleen gedragen door het belang, dat hij stelde in zijn werk. Het was hem alles in zijn leven. Het vulde al zijne uren. Er over denkende sliep hij in, zijn eerste gedachte was voor het een of ander gewestelijk belang.

In dit oogenblik, moê van het cijferen, opademende in den wind, ademde hij tegelijk met de frischheid van de zee den weemoed van de zee in, den geheimzinnigen weemoed der Indische zeeën, den opspokenden weemoed der zeeën van Java; de weemoed, die aanruischt van verre als op suizende wieken van geheimzinnigheid. Maar zijn natuur was niet om zich over te geven aan mysterie. Hij ontkende het mysterie. Het was er niet: er was alleen de zee en de wind, die frisch was. Er was alleen de walm van die zee, als iets van visch en van bloemen en zeewier; walm, die de frissche wind uitwoei. Er was alleen het oogenblik van herademing, en wat hij, onafweerbaar, voor geheimzinnigen weemoed voelde toch sluipen in zijn, dien avond, wat weeke gemoed, dacht hij te zijn om zijn huislijken kring, dien hij liever wat nauwer gevoeld had, dichter sluitende om wat in hem was vader en echtman. Was er van weemoed noch iets, dan was het dàt. Uit de zee kwam het niet; uit de lucht aan, van verre, niet. Hij gaf zich niet over aan een allereerste sensatie van wonderlijkheid... En hij plantte zich steviger, welfde zijn borst, richtte-op zijn flinken, militairen kop en snoof, en snoof den walm in en den wind...

De hoofdoppasser, neêrgehurkt, met zijn gloei-vuurtouw in de hand, gluurde aandachtig op naar zijn heer, als dacht hij: wat doet hij hier zoo vreemd te staan bij den vuurtoren... Zoo vreemd, die Hollanders... Wat denkt hij nu... Waarom doet hij zoo... Juist op dit uur op deze plek... De zeegeesten waren nu om... Er zijn kaaimannen onder het water, en iedere kaaiman is een geest... Zie, daar heeft men aan ze geofferd, pisang en rijst en dèng-dèng en een hard ei op een vlotje van bamboe; onderaan bij het voetstuk van den vuurtoren... Wat doet de Kandjeng Toean nu hier... Het is hier niet goed, het is hier niet goed... tjelaka, tjelaka... En zijn spiedende oogen gleden op en neêr langs den breeden rug van zijn heer, die maar stond en uitzag... Waar zag hij naar toe...? Wat zag hij aanwaaien in den wind...? Zoo vreemd, die Hollanders, vreemd... »

 

 

 

Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923)

Met zijn vrouw (rechts) op Sumatra, 1921 

Lees meer...

In Memoriam Walter Jens

 

In Memoriam Walter Jens

 

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens is gisteren op 90-jarige leeftijd overleden. Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

 

Uit: Katias Mutter (Samen met Inge Jens)

 

„Es war mit Sicherheit eine der interessantesten – man könnte auch sagen: kuriosesten – Familien der preußischen Metropole, in die Hedwig Pringsheim am 13. Juli 1855 hineingeboren wurde. Ihr Vater, Ernst Dohm, Spross einer armen jüdischen Familie, war bereits als Kind getauft und von einer frommen Mutter sowie einer pietistischen Gönnerin zum Theologen bestimmt worden. Nach erfolgreich absolvierten Examenspredigten hatte er jedoch Talar und Beffchen an den Nagel gehängt und sich als Hauslehrer und Übersetzer durchgeschlagen, ehe er 1848 mit der Gründung der politisch-satirischen Zeitschrift  Kladderadatsch endgültig ins literarisch-journalistische Genre wechselte. Sein profundes Wissen, sein ebenso stil- wie treffsicherer Witz und seine unterhaltlichen Fähigkeiten sowie eine offenbar beachtliche poetische Begabung verhalfen ihm schnell zu Ansehen und Beliebtheit.

Auch Hedwigs Mutter, deren Vornamen das Neugeborene erhielt, hatte in ihrer Ehe begonnen, sich als Schriftstellerin zu profilieren. Sie schrieb Novellen, Dramen und Gedichte, später auch Romane. Vor allem aber zog sie in öffentlichen Stellungnahmen und Essays gegen die These von der angeblich naturgegebenen Ungleichheit von Männern und Frauen zu Felde und wurde in den späten sechziger und siebziger Jahren, nachdem sie vier Kinder großgezogen hatte, zu einer der bekanntesten Kämpferinnen für die Zulassung der Frau zu allen berufsqualifizierenden Bildungs- und Ausbildungsmöglichkeiten.

«Kämpferin»? Zumindest Hedwig, die älteste ihrer vier Töchter, sah die Mutter anders: «Schön war sie und reizend; klein und zierlich von Gestalt, mit großen, grünlich-braunen Augen und schwarzen Haaren, die sie auf Jugendbildnissen noch in schlichten Scheiteln aufgesteckt trug, später aber abgeschnitten hatte, und die dann halblang und gewellt ihr wunderbares Gesicht umrahmten.Zart war sie, schüchtern, empfindsam, ängstlich. Wer sie nur aus ihren Kampfschriften kannte und ein Mannweib zu finden erwartete, wollte seinen Augen nicht trauen, wenn ihm das holde, liebliche und zaghafte kleine Wesen entgegentrat. Aber ein Gott hat ihr gegeben, zu sagen, was sie gelitten, was sie in Zukunft ihren Geschlechts-Schwestern ersparen wollte.»

 

 

 

Walter Jens (8 maart 1923 - 9 juni 2013)

In Memoriam Iain Banks

 

In Memoriam Iain Banks

 

De Schotse schrijver Iain Banks is op 59-jarige leeftijd overleden. Dat heeft de BBC gisteren gemeld.  Iain Menzies Banks werd geboren op 16 februari 1954 in Dunfermline, Schotland. Zie ook alle tags voor Ian Banks op dit blog.

 

Uit: The Wasp Factory

 

But I am educated. While he wasn't able to resist indulging his rather immature sense of humour by selling me a few dummies, my father couldn't abide a son of his not being a credit to him in some way; my body was a forlorn hope for any improvement, so only my mind was left. Hence all my lessons. My father is an educated man, and he passed a lot of what he already knew on to me, as well as doing a fair bit of study himself into areas he didn't know all that much about just so that he could teach me. My father is a doctor of chemistry, or perhaps biochemistry -- I'm not sure. He seems to have known enough about ordinary medicine -- and perhaps still have had the contacts within the profession -- to make sure that I got my inoculations and injections at the correct times in my life, despite my official non-existence as far as the National Health Service is concerned.

I think my father used to work in a university for a few years after he graduated, and he might have invented something; he occasionally hints that he gets some sort of royalty from a patent or something, but I suspect the old hippy survives on whatever family wealth the Cauldhames still have secreted away.

The family has been in this part of Scotland for about two hundred years or more, from what I can gather, and we used to own a lot of the land around here. Now all we have is the island, and that's pretty small, and hardly even an island at low tide. The only other remnant of our glorious past is the name of Porteneil's hot-spot, a grubby old pub called the Cauldhame Arms where I go sometimes now, though still under age of course, and watch some of the local youths trying to be punk bands. That was where I met and still meet the only person I'd call a friend; Jamie the dwarf, whom I let sit on my shoulders so he can see the bands.

'Well, I don't think he'll get this far. They'll pick him up,' my father said again, after a long and brooding silence. He got up to rinse his glass. I hummed to myself, something I always used to do when I wanted to smile or laugh, but thought the better of it. My father looked at me. 'I'm going to the study. Don't forget to lock up, all right?'

'Okey-doke,' I said, nodding.

'Goodnight.'

My father left the kitchen. I sat and looked at my trowel, Stoutstroke. Little grains of dry sand stuck to it, so I brushed them off. The study. One of my few remaining unsatisfied ambitions is to get into the old man's study. The cellar I have at least seen, and been in occasionally; I know all the rooms on the ground floor and the second; the loft is my domain entirely and home of the Wasp Factory, no less; but that one room on the first floor I don't know, I have never even seen inside.”

 

 

 

Iain Banks (16 februari 1954 – 9 juni 2013)

09-06-13

Maarten Doorman, Xander Michiel Beute, Mirko Bonné, Curzio Malaparte, Charles Webb, Bertha von Suttner, Willy Roggeman

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook alle tags voor Maarten Doorman op dit blog.

 

 

Oudbakken rapvers

 

Ik kan veel
ik kan winkelend publiek laten lopen
ze zelfs laten marcheren - door stompende muziek
in hun buik te programmeren ik kan boodschappen
leggen in hun winkelwagentje dat dakloos na sluitingstijd
op straat is geparkeerd
en ik kan roofvogels uit de stad amuseren
met poezemuizen nagemaakt van spelen verfomfaaid
- gewapende scholieren hun verveling bezweren
met muziek die door iedereen kapot is gedraaid
en wildplassers kan ik 's nachts op straat doen
protesteren tegen daglichte meneren die de nacht
willen regeren
en ik kan steeds meer zinnen
die niets beweren
gebruiken als pillen om een feestje te versjteren
ik jaag dames en heren in een vloek uit de kleren
om met woorden te maskeren hoe de liefde je verteren
kan - ik kan - ik kan veel

 

 

 

Op op op

 

Op op op, eer de zon inden dauw schijn.

Laet ons alle gedierte te gauw zijn.

P.C. Hooft

 

Door de gordijnen duwt het licht

de helft van je gezicht tevoorschijn en

maakt je in forse streken tot wat je bent:

half wit half zwart geblokt verknipt

een harlekijn, zo afgewend

mompelt je rug nog

de buigzame slaap terug van het gras.

Een ruk aan het gordijn

en een lichtgranaat van dag

doet je meer ledenpop zijn

dan je was, je was.

 

Mijn tong is dodelijk gezwollen.

De wekker stil gaan staan. Nu kan ik

eruit en schreeuwen, de spiegel stukslaan

en gillend het huis van onvoltooide tijd

uithollen. Ik kan

uit deze veelledigheid opstaan.

 

 

 

 

Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

Lees meer...

Jurij Brězan, José Antonio Ramos Sucre, Rudolf Borchardt, Akaki Zereteli, John Gillespie Magee jr.

 

De Sorbische schrijver Jurij Brězan werd geboren in Räckelwitz op 9 juni 1916. Zie ook alle tags voor Jurij Brězan op dit blog.

 

Uit: Ohne Paß und Zoll. Aus meinem Schreiberleben

 

„Nach der Gründung der zwei deutschen Staaten wollten -oder sollten - die Schriftsteller  zwischen Elbe und Oder ihren eigenen Verband gründen. Zu diesem Kongreß wurde auch ich, obwohl ich noch keine Zeile in deutscher Sprache veröffentlicht hatte, aus mir unbekanntem  Grund eingeladen. Ich fuhr also hin, fand den richtigen Saal, setzte mich in die leere  viertletzte Reihe, ganz außen und nur auf die halbe Backe, bereit aufzuspringen, sobald  jemand mein durch nichts als die simple Einladung ausgewiesenes Eindringen bemerken und,  sei es auch nur durch einen verweisenden Blick, rügen würde. Das tat niemand, ich setzte  mich ein wenig bequemer hin und versuchte - Zeitungsfotos im Kopf - zu erkennen, wer wohl  wer sei. Ein Präsidium wurde gewählt, sechs oder sieben Leute nahmen auf der Bühne Platz,  ein Ehrenpräsidium wurde beklatscht, obwohl keiner - weder Stalin noch Mao Tse-tung -  erschien, und dann begann Arnold Zweig eine Rede vorzutragen, über Unbewußtes im  Unterbewußten wohl. Hinter mir betrat ein Mann den Saal und blieb am Eingang stehen. Er  schien noch weniger als ich vom Unbewußten zu verstehen, offenbar unsicher sah er sich im  Saal um, wechselte öfter das Standbein, wobei die Dielung knarrte, was ihm sichtlich  unangenehm war. Am selben Tag fand unweit von hier auf der anderen Spreeseite im »Friedrichstadtpalast« ein Kongreß der Landarbeiter statt. Vielleicht hatte der Mann dahin  gewollt, dachte ich, schon sein Äußeres - er trug eine Art blaue Montur - deutete darauf hin.“

 

 

 

Jurij Brězan (9 juni 1916 - 12 maart 2006)

In 1967

Lees meer...

Anton Roothaert

 

De Nederlands schrijver en jurist Antonius Martinus Henricus (Anton) Roothaert werd geboren in Tilburg op 9 juni 1896. Roothaert bracht zijn jeugd door aan de Bosscheweg en in de Telefoonstraat, waar zijn vader Biljartfabriek Roothaert had. De mobilisatie van 1914 maakte een vroegtijdig einde aan zijn gymnasiumopleiding aan het Sint Odulphuslyceum. Hij werd reserveofficier, later meester in de rechten in Utrecht en vestigde zich uiteindelijk in 1922 als advocaat in Tilburg. Hij was hier tevens leraar handelsrecht aan de RK Leergangen. Na de scheiding van zijn vrouw brak hij in 1930 zijn loopbaan af en vertrok naar Antwerpen. Hier hoefde hij zich ‘minder katholiek’ te gedragen, iets waar hij in Tilburg altijd last van had. Pas in zijn Antwerpse periode ging Roothaert publiceren. In 1933 debuteerde hij met de roman Spionage in het veldleger. Daarna verschenen de detectives Onbekende dader (1933), Chinese handwassing (1934) en Onrust op Raubrakken (1935). Over het Nederlands filmwereldje schreef hij de roman Camera loopt (1936). Sinds 1935 woonde hij in Deurne bij Antwerpen, waar hij zijn bekendste roman Doctor Vlimmen (1936) schreef. Dit boek beleefde vele herdrukken, werd drie keer verfilmd en kreeg diverse vertalingen. Er werden ongeveer een miljoen exemplaren van verkocht, waarmee het tot de meest gelezen boeken in het Nederlandse taalgebied behoorde. Het verhaal is geïnspireerd op het leven van zijn studievriend, de dierenarts Huub Pulles, die Roothaert vaak vergezelde op zijn tochten langs boerderijen in de omgeving van Tilburg. Daarna schreef hij de Die verkeerde weereldt (1939), Vlam in de pan (1943), Villa Cascara (1947), De wenteltrap (1949), Oom Pius (1951), Vlimmen contra Vlimmen (1953), Vlimmens tweede jeugd (1957), Een avondje in Muscadin (1952), Gevaarlijk speelgoed (1954) en Duivelsfortuin (1965). Wellicht is Roothaert wat op de achtergrond geraakt, omdat hij een tijd lang gold als een 'foute' auteur. Hub Pulles, de veearts die model heeft gestaan voor Vlimmen, was NSB-lid en is in de Tweede Wereldoorlog door de bezetter tot burgemeester van Eindhoven benoemd. Roothaert zelf is nimmer lid geweest van de NSB. Een feit dat evenmin aan Roothaerts naoorlogse populariteit bijdroeg was dat zijn boek al in 1944 door de nazi's was verfilmd onder de titel Tierarzt Dr. Vlimmen. Onder dezelfde titel werd in 1956 nogmaals een Duitse verfilming gemaakt onder regie van Arthur Maria Rabenalt. De variété-artiest Bernard Wicki speelde daarin Vlimmen. In 1977 werd het boek in Nederland verfilmd met Peter Faber in de titelrol.

Uit:Doctor Vlimmen

“In de directiewagen heeft Dr. Vlimmen een onbekende buitenlandse sigaar moeten aansteken en nu hij het trapje afdaalt, rolt hij herhaaldelijk en onnodig de gummislangen van zijn phonendoscoop op en af, terwijl hij een beetje onzeker naar zijn Duits tast... De laatste vacantie in de Harz, met Truus en Dop, is weer ruim een jaar geleden en hier in Dombergen heeft hij geen gelegenheid vreemde talen bij te houden.
Druk babbelend volgt hem een der onderdirecteuren van het grote circus. Om de vijf woorden een ‘Herr Doktor’ of zelfs een ‘lieber Herr Doktor’. Vlimmen luistert maar half, kauwt op zijn afscheidszin, die niet bepaald nodig is, want wat hij gaat zeggen heeft hij in de loop van het bezoek al wel driemaal bij stukjes en beetjes voorgeschreven... Maar tegenover zulke cosmopolieten wil hij een beetje los en werelds uitpakken en daarom zal hij zijn therapie nog eens samenvatten in een Duits, dat klinkt als een klok.
De directeur is een vlug kereltje met een pienter, rond gezicht en begeleidt den Herr Doktor in een onafgebroken reeks buigingen naar de auto... Net de Gelaarsde Kat met z'n hoge rug, denkt Vlimmen en ziet met voldoening, dat de nieuwe Chevrolet het wel ‘doet’, zo op een afstandje tussen al dat verweerde en mishandelde circusmaterieel. Dan krijgt hij een kleur, trekt strenge rimpels in zijn voorhoofd en stort zich moedig in de Duitse taal, want hij voelt, dat er niets van terechtkomt, als hij nog langer wacht.
‘Also Herr Direktor, laat u die jonge dame vandaag nog twee liter gewone Hollandse jenever innemen, dan zal ik die andere morgen een spuit geven waarvan ze definitief opkikkert.’ Hij zegt ‘aufmuntern’, twijfelt meteen aan de juistheid van het woord, vooral omdat Herr Direktor begint te lachen, en bloost opnieuw. Haastig en verward stapt hij in. ‘Auf Wiedersehen, Herr Direktor!’
De lange sporen worden klinkend tegen elkaar geslagen. ‘Wird gemacht, Herr Doktor! Auf Wiederschau und besten Dank.’
Onder een diepe zucht van verlichting zwaait Vlimmen de wagen uit het platgereden weiland de straat op... Dat heeft hij er helemaal niet zo slecht afgebracht! Kan tevreden zijn. En God weet dat hij volstrekt niet gauw over zichzelf tevreden is. Of komt het door die Duitse drukte? Onder Duitsers voelt hij zich altijd nogal goed op zijn plaats; hun manieren geven je - soms wel een beetje te duidelijk - te verstaan, dat je werkelijk iets te betekenen hebt als Herr Doktor. Maken een deining rond je heen, dat je jezelf voor iets bizonders zoudt gaan aanzien, als je niet beter wist..."

 

 
Anton Roothaert (9 juni 1896 – 29 maart 1967)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: anton roothaert, romenu |  Facebook |

08-06-13

Marguerite Yourcenar, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Levin Westermann, Sina Klein, Michael Basse


De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

 

Uit:Het hermetisch zwart (Vertaald door Jenny Tuin)

“Sinds bijna een eeuw bediende hij zich van zijn geest als van een wig om naar beste vermogen de kieren te verbreden van de muur die ons aan alle kanten insluit. De scheuren werden wijder, of liever gezegd het leek of de muur vanzelf zijn vastheid verloor, zonder evenwel zijn ondoorzichtigheid prijs te geven, alsof het een muur van rook was in plaats van een muur van steen. De voorwerpen speelden niet langer hun rol van nuttige accessoires. Zoals een matras zijn vulsel, lieten ze hun substantie ontsnappen. Een woud vulde de kamer. Dat krukje, afgemeten naar de afstand die het zitvlak van een zittend mens van de grond scheidt, die tafel die dient om aan te schrijven of te eten, die deur die een hoeveelheid lucht, door wanden ingesloten, verbindt met een aangrenzende hoeveelheid lucht, verloren deze hun door een timmerman gegeven redenen van bestaan, om niet anders meer te zijn dan stammen of takken, gestroopt gelijk de Bartholomeusfiguren van kerkschilderingen, beladen met spookachtige bladeren en onzichtbare vogels, nog kreunend onder sinds lang bedaarde stormen, en met hier en daar een druppel gestold sap die de schaaf erop had achtergelaten. Die deken en die oude kleren aan een spijker tegen de muur wasemden de geur van volvet, melk en bloed uit. Die schoenen die naast het bed gaapten hadden meebewogen met de adem van een os, liggend in een weiland, en een uitgebloed varken krijste in het vet waarmee de schoenlapper ze had ingesmeerd. De gewelddadige dood was overal, net als in een slagerij of op een galgenveld. Een geslachte gans schreeuwde in de pen die gebruikt zou worden om op oude lompen gedachten neer te schrijven die men waardig achtte te blijven voortbestaan. Alles was iets anders: dat hemd dat de zusters Bernardijnen voor hem wasten was een vlasakker, blauwer dan de hemel, en ook een bos vezels, te weken gelegd op de bodem van een vaart.”


Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)





De Duitse dichter, schrijver en vertaler Ulf Stolterfoht werd geboren op 8 juni 1963 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Ulf Stolterfoht op dit blog.

 

 

muttersprache 1968/1:
freund-feind-kennung

 

nach jahren zähsten rum-modulns wehte im vorigen

gedicht so etwas wie ein lüftchen - ein reichlich

laues allerdings. inzwischen wissen andre mehr. man

munkelt seien reingefleischte (blutjunges urgestein

 

darunter) vereinzelt sogar bestarbeiter - gleichwohl

geneigt nennwert mit -leistung zu verwechseln. so

ändert sich zunächst nicht viel / das ausspiel zeigt

sich relativ stabil: zentnerschwerer ästhet gegen die

 

pflegeleichten pfundskerls - sie wolln so schreiben wie

sie sind! ER darf - sie nicht! macht davon auch gebrauch.

baut erstmals eine klammer auf (einschluß egal. hier teil

fürs ganze seine wahl: wo "faktisch fetisch" bildlich

 

trifft packt "bildhaft fetisch" faktisch zu. räumt leicht

umnachtet ein: es könnte eine andre sein. sie schließt des-

ungeachtet von allein) auf diesmal folgenschweren prall:

lumpenelite gegen erstarktes deutungsproletariat. bei

 

drucklegung ergebnis offen. leiser verdacht erweist sich

schnell als ausgemacht: das projektil im anflug auf das ziel.

hieße auf kunst nach anschuß hoffen. umsonst! das letzte

wort "discorporate" (... legt nah den körper zu verlassen).

 

 

 

 

Ulf Stolterfoht (Stuttgart, 8 juni 1963)

 

 

 

 

De Australische dichteres en librettiste Gwen Harwood werd geboren op 8 juni 1920 in Taringa, Queensland. Zie ook alle tags voor Gwen Harwood op dit blog.

 

 

The Glass Jar

To Vivian Smith


A child one summer's evening soaked
a glass jar in the reeling sun
hoping to keep, when day was done
and all the sun's disciples cloaked
in dream and darkness from his passion fled,
this host, this pulse of light beside his bed.

Wrapped in a scarf his monstrance stood
ready to bless, to exorcize
monsters that whispering would rise
nightly from the intricate wood
that ringed his bed, to light with total power
the holy commonplace of field and flower.

He slept. His sidelong violence summoned
fiends whose mosaic vision saw
his heart entire. Pincer and claw,
trident and vampire fang, envenomed
with his most secret hate, reached and came near
to pierce him in the thicket of his fear.

He woke, recalled his jar of light,
and trembling reached one hand to grope
the mantling scarf away. Then hope
fell headlong from its eagle height.
Through the dark house he ran, sobbing his loss,
to the last clearing that he dared not cross:

the bedroom where his comforter
lay in his rival's fast embrace
and faithless would not turn her face
from the gross violence done to her.
Love's proud executants played from a score
no child could read or realize. Once more

to bed, and to worse dreams he went.
A ring of skeletons compelled
his steps with theirs. His father held
fiddle and bow, and scraped assent
to the malignant ballet. The child dreamed
this dance perpetual, and waking screamed

fresh morning to his window-sill.
As ravening birds began their song
the resurrected sun, whose long
triumph through flower-brushed fields would fill
night's gulfs and hungers, came to wink and laugh
in a glass jar beside a crumpled scarf.

So the loved other is held
for mortal comfort, and taken,
and the spirit's light dispelled
as it falls from its dream to the deep
to harrow heart's prison so heart may waken
to peace in the paradise of sleep.

 

 

 

 

Gwen Harwood (8 juni 1920 - 5 december 1995)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en vertaler Gerald Bisinger werd geboren op 8 juni 1936 in Wenen. Zie ook alle tags voor Gerald Bisinger op dit blog.

 

 

Eine Sonnenbrille

 

Geschlossen ist noch immer oder schon
wieder das Roland-Café über ein Jahr
lang war in Bratislava ich nicht sitz
auf dem Hauptplatz der Altstadt dennoch
heute trink Rotwein im Freien vor diesem
Café Maximilian das ich bisher nicht kann-
te habe Ansichtskarten verfaßt versuche
jetzt das Gedicht hier zu schreiben nicht
ersatzlos ist geblieben das Roland-Café
so vermisse ichs nicht rauche DALILA
EXTRA LIGHTS im Schatten weder schwitz-
end noch fröstelnd in leidlich bewegter
Luft notier ich Erleben von Gegenwart
erstmals in Bratislava in diesem Jahr 98
hab ich so nebenbei eine Sonnenbrille
sehr preisgünstig gekauft

 

 

 

Gerald Bisinger (8 juni 1936 – 22 februari 1999)


 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Oostenrijkse dichter, vertaler, danser en choreograaf Udo Kawasser werd geboren in 1965 in Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Udo Kawasser op dit blog.

 

 

am monte fusco

für familie corcione

 

ein scirocco seit letzter nacht
in meinem kopf und rüttelnder falke
eine art dampfküche oder in böen prasselnde
sahara zwischen orangen feigen zitronen
bäume geschmetterte fragezeichen
jener rotkehlchengesang aus einem anderen november
auf chios die feuchte hundeschnauze
im gesicht
hast du schon
die ersten mandarinen ihren geruch
an den fingern
mit der schlafmangel an den schläfen
schon aufgestanden dieser anfälligkeit für wind
gedichte luftfracht aus südlichen breiten
ein raubtieratem hat mir die hefte
vom dach geweht die linien der küste
gelöscht aber vielleicht
hat auch die insel zu driften
begonnen das schwindende kap
von misenum monte
di procida

 

 

 

 

Udo Kawasser (Vorarlberg, 1965)



 

 

De Duitse dichter Levin Westermann werd in 1980 in Meerbusch, Nordrhein-Westfalen, geboren. Zie ook alle tags voor Levin Westermann op dit blog.

 

 

vor den toren der stadtlag das land
mit den wellen aus gras und den wäldern aus baum.
da wohnen die mörder, sagten die alten,
doch wir lachten sie aus und zogen davon,
in kleidern aus federn und wind.
wir kamen zurück mit moos auf den händen
und honig im haar, die alten jedoch
lagen stumm in den stuben, sie waren ganz kalt
und aus stein.

 

 

 

Levin Westermann (Meerbusch, 1980)

 

 

 

 

De Duitse dichteres Sina Klein werd geboren in 1983 in Düsseldorf. Zie ook alle tags voor Sina Klein op dit blog.

 

 

ophelia phlegmatisch

 

liegt es an der mondtablette,
halbe, volle – monatstakte -
ihrerstatt statistin einer nacht ?

halten tage die gestalt steril ?
- still, halt still für chirurgie:
wir fischen sie aus ihrem bett …

formaldehyd-getränkte sie,
ist hell von allen ethanolen,
watte innen, hüllen laken

schnitt / ein tisch – ma belle – skalpelle …
akt seziert zurück sich bis auf szene,
bis auf alles sehnen – dort wo’s klafft -
schläft hamlet.

 

 

 

Sina Klein (Düsseldorf, 1983)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Michael Basse werd geboren in 1957 in Bad-Salzuflen / Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Michael Basse op dit blog.

 

 

Gestreift

 

Etwas
hat mich
mann ohne leier
gestreift

vielleicht war es der schein
(der vorschein der nachschein
der schöne schein der scheißschein
der augenblick das augengift
und wie sie damit verfahren)

ich nahm es nicht an
es nahm mich nicht an

etwas
ohne namen ohne gesicht
hat mich
mann ohne zaumzeug
gestreift


Michael Basse (Bad-Salzuflen, 1957)

07-06-13

Orhan Pamuk, Monika Mann, Nikki Giovanni, Harry Crews, Louise Erdrich, Mascha Kaléko

 

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

 

Uit: Istanbul. Memories and the City (Vertaald door Maureen Freely)

“Here we come to the heart of the matter: I've never left Istanbul - never left the houses, streets and neighbourhoods of my childhood. Although I've lived in other districts from time to time, fifty years on I find myself back in the Pamuk Apartments, where my first photographs were taken and where my mother first held me in her arms to show me the world. I know this persistence owes something to my imaginary friend, and to the solace I took from the bond between us. But we live in an age defined by mass migration and creative immigrants, and so I am sometimes hard-pressed to explain why I've stayed not only in the same place, but the same building. My mother's sorrowful voice comes back to me, 'Why don't you go outside for a while, why don't you try a change of scene, do some travelling ...?'

Conrad, Nabokov, Naipaul - these are writers known for having managed to migrate between languages, cultures, countries, continents, even civilisations. Their imaginations were fed by exile, a nourishment drawn not through roots but through rootlessness; mine, however, requires that I stay in the same city, on the same street, in the same house, gazing at the same view. Istanbul's fate is my fate: I am attached to this city because it has made me who I am.

Flaubert, who visited Istanbul a hundred and two years before my birth, was struck by the variety of life in its teeming streets; in one of his letters he predicted that in a century's time it would be the capital of the world. The reverse came true: after the Ottoman Empire collapsed, the world almost forgot that Istanbul existed. The city into which I was born was poorer, shabbier, and more isolated than it had ever been its two-thousand-year history. For me it has always been a city of ruins and of end-of-empire melancholy. I've spent my life either battling with this melancholy, or (like all Istanbullus) making it my own.

At least once in a lifetime, self-reflection leads us to examine the circumstances of our birth. Why were we born in this particular corner of the world, on this particular date? These families into which we were born, these countries and cities to which the lottery of life has assigned us - they expect love from us, and in the end, we do love them, from the bottom of our hearts - but did we perhaps deserve better?”

 

 

 

Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

Lees meer...

06-06-13

Thomas Mann, Aleksandr Poesjkin, Sarah Dessen, Jean Cayrol

 

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook mijn blog van 6 juni 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

 

Uit: Buddenbrooks

 

“Zwei und ein halbes Jahr später, um die Mitte des April schon, war zeitiger als jemals der Frühling gekommen, und zu gleicher Zeit war ein Ereignis eingetreten, das den alten Johann Budden­brook vor Vergnügen trällern machte und seinen Sohn aufs freu­digste bewegte.
Um 9 Uhr, eines Sonntag morgens, saß der Konsul im Früh­stückszimmer vor dem großen, braunen Sekretär, der am Fenster stand und dessen gewölbter Deckel vermittelst eines witzigen Mechanismus zurückgeschoben war. Eine dicke Le­dermappe, gefüllt mit Papieren, lag vor ihm; aber er hatte ein Heft mit gepreßtem Umschlage und Goldschnitt herausgenom­men, und schrieb, eifrig darüber gebeugt, in seiner dünnen, winzig dahineilenden Schrift, - emsig und ohne Aufenthalt, es sei denn, daß er die Gänsefeder in das schwere Metall-Tintenfaß tauchte...
Die beiden Fenster standen offen, und vom Garten her, wo eine milde Sonne die ersten Knospen beschien, und wo ein paar kleine Vogelstimmen einander kecke Antworten gaben, weh­te voll frischer und zarter Würze die Frühlingsluft herein und trieb dann und wann sacht und geräuschlos die Gardinen ein wenig empor. Drüben, auf dem Frühstückstische, ruhte die Sonne blendend auf dem weißen, hie und da von Brosamen ge­sprenkelten Leinen und spielte in kleinen, blitzenden Drehun­gen und Sprüngen auf der Vergoldung der mörserförmigen Tassen ...
Beide Flügel der Tür zum Schlafzimmer waren geöffnet, und von dorther vernahm man die Stimme Johann Buddenbrooks, der ganz leise nach einer alten drolligen Melodie vor sich hin summte:

»Ein guter Mann, ein braver Mann,
Ein Mann von Complaisancen;
Er kocht die Stipp' und wiegt das Kind
Und riecht nach Pomeranzen. «

 

 

 

Bendix Grünlich (Justus von Dohnányi) vraagt Tony Buddenbrook (Jessica Schwarz) ten huwelijk.
Scene uit de verfilming van „Buddenbrooks“ uit 2008.

 

 

 

Er saß zur Seite der kleinen Wiege mit grünseidenen Vorhängen, die bei dem hohen Himmelbett der Konsulin stand und die er mit einer Hand in gleichmäßiger Schwingung erhielt. Die Kon­sulin und ihr Gatte hatten sich, der leichteren Bedienung halber, für einige Zeit hier unten eingerichtet, während ihr Vater und Madame Antoinette, die, eine Schürze über dem gestreiften Kleide und eine Spitzenhaube auf den dicken weißen Locken, sich dort hinten am Tische mit Flanell und Linnen zu schaffen machte, das dritte Zimmer des Zwischengeschosses zum Schla­fen benutzten.
Konsul Buddenbrook warf kaum einen Blick in das Neben­zimmer, so sehr war er von seiner Arbeit in Anspruch genom­men. Sein Gesicht trug einen ernsten und vor Andacht beinahe leidenden Ausdruck. Sein Mund war leicht geöffnet, er ließ das Kinn ein wenig hängen, und seine Augen verschleierten sich dann und wann. Er schrieb:
»Heute, d. 14. April 1838, morgens um 6 Uhr, ward meine liebe Frau Elisabeth, geb. Kröger, mit Gottes gnädiger Hilfe aufs glücklichste von einem Töchterchen entbunden, welches in der hl. Taufe den Namen Clara empfangen soll. Ja, so gnädig half ihr der Herr, obgleich nach Aussage des Doktors Grabow die Ge­burt um etwas zu früh eintrat und sich vordem nicht alles zum Besten verhielt und Bethsy große Schmerzen gelitten hat. Ach, wo ist doch ein solcher Gott, wie du bist, du Herr Zebaoth, der du hilfst in allen Nöten und Gefahren und uns lehrst deinen Wil­len recht zu erkennen, damit wir dich fürchten und in deinem Willen und Geboten treu mögen erfunden werden! Ach Herr, leite und führe uns alle, solange wir leben auf Erden ...
« -

 

 

 

Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)

Ets door Johannes Lindner, 1905

Lees meer...