22-10-12

Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

 

Naamloos

 

De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas genever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.

 

Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zingt het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven.

 

Ik wed nu dat geen sterveling ooit raadt
wie nu die twee zo bitter treuren laat.

 

Maar stuur toch in: wat aanspraak doet ons goed.
Wij zien uw brief vol wanhoop tegemoet.

 

 

 

 

De trek

(liedje)

's Avonds gezeten op een hek
zag ik het naad'ren van een trek:

een grote biefstuk kwam voorbij,
gebakken aardapp'len en prei

gevolgd door flensjes, Franse kaas,
een dikke pens, een volle blaas.

Daar achteraan op zijn gemak
slofte de koffie met cognac,

en in der wolken tekening:
ziedaar, daar kwam de rekening!

 

 

 

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

Lees meer...

21-10-12

Martin Bril, Doeschka Meijsing, Alphonse de Lamartine, Samuel T. Coleridge

 

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Martin Bril op dit blog.

 

Uit: Geen kenner (Column)

 

“Hoe ouder je wordt, hoe minder makkelijk je nieuwe feiten op je harde schijf kwijt kunt. En dat terwijl ik nog helemaal niet oud ben, sterker nog: behoorlijk jong. Maar niet opgevoed met de natuur, is kennis van de natuur een zware dobber, zeg maar: een tegennatuurlijke iets.

Enfin.

Hoe is het zo gekomen dat ik geinteresseerd raakte in wat groeit en bloeit? Het antwoord kan kort zijn. De kinderen. Wie met twee kleuters aan de hand langs een weiland of een wegberm loopt, wil als vader toch een beetje leuk voor de dag komen. Dus wij plukten dan alles wat we tegenkwamen, en zochten later in de bloemengids op hoe dat allemaal heette. Na een paar van zulke exercities hadden de kinderen er wel genoeg van, maar toen had ik zelf dus de smaak te pakken, en zodoende. U moet niet denken, trouwens, dat ik er tegenwoordig met botaniseertrommel, pincet en vergrootglas op uittrek, zo ver ben ik nog lang niet. Maar het zou zomaar ooit kunnen gebeuren.

Ter zake.

Laatst stond ik middenin Amsterdam, bij het Rijksmuseum om precies te zijn, in de file voor een stoplicht. De ene keer stond het op rood, de andere keer op groen. Maar geen auto die vooruit kwam, vandaar het woord file. Al snel begon ik me te vervelen, op de radio was de EO bezig, en dus keek ik wat op me heen. Aan de waterkant, vlakbij een paar bouwketen, Amsterdam is nooit af, stond een uitbundige partij klaprozen.

Ik vind dat mooie bloemen, pioniers zijn het, heb ik van mijn vrouw geleerd. Ze groeien op schrale grond waar veel zuurstof in zit, en als je ze plukt, verschrompelen ze vrijwel meteen, tenzij je de stengels dichtbrandt - of zoiets. Hoe dan ook, ik was niet de enige met belangstelling voor de klaprozen, want er stopte een fietser bij; een vrouw van een jaar of veertig, op bruine sandalen, met een roestrode flodderbroek aan en een gezellige trui. Ze zette haar fiets tegen een boom, en haalde een fototoestelletje uit haar rugzak waarmee ze de klaprozen ging vastleggen.”

 

 

Martin Bril (Utrecht, 21 oktober 1959 - 22 april 2009)

Lees meer...

Daan Doesborgh

 

De Nederlandse dichter Daan Doesborgh werd geboren op 21 oktober 1988 in Steyl. Van 2006 tot 2011 was Doesborgh stadsdichter van Venlo. Hij won prijzen op slams in Düsseldorf, Amsterdam, Eindhoven, Tilburg, Utrecht en Groningen, en werd in 2009 derde op het Nederlands Kampioenschap. Zijn carrière als slammer werd bekroond in 2010, toen hij datzelfde NK won. In 2008 publiceerde Doesborgh de bundel 'De Reeds Beweende Liefdes van Daan Doesborgh', die verscheen bij Literair Station Venlo. In 2010 verscheen bij uitgeverij De Contrabas zijn tweede bundel, 'De Venus Suikerspin'. Zie ook alle tags voor Daan Doesborg op dit blog.


 

Afscheidsgedichten

We zijn een beetje uitgepraat,
Ik en ik.
Misschien moesten we elkaar
Maar een tijdje niet meer zien.

De nachten zijn het ergst.

De dingen die ik toen ik me leerde kennen
Zo speciaal aan me vond zijn door de jaren heen
Die kleine dingetjes geworden
Waar ik me zo aan erger.

De nachten zijn het ergst.

Ik heb altijd het gevoel dat ik
Gewoon niet luister als ik praat.
Ik denk ook altijd alleen aan mezelf
En nooit eens een keertje aan mij.

 

 

 


Daan Doesborgh (Steyl, 21 oktober 1988)

10:46 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: daan doesborgh, romenu |  Facebook |

20-10-12

Hans Warren, Arthur Rimbaud, Marnix Gijsen, Oskar Pastior

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Hans Warren op dit blog.

 

Uit: Geheim Dagboek, deel 5

 

8 juni 1954: Die avond is het verkeerd gegaan. Rabah neuriede aldoor een zelfgemaakt liedje: ‘Pour moi, c’est fini ici’ en hij deed aanhalig.Hij zoende me, worsdtelde met me op bed, wilde de liefde bedrijven, maar ik weigerde speelbal te zijn.Hoewel ik terugkomend van een avondwandeling naar de Mont Valérien – het had geregend, alles rook heerlijk, acacia’s, nevel, licht op het fort, soldatenstemmen – wel op de eerste de beste man die ik tegenkwam had kunnen springen van verlangen. Rabah zorgde ervoor midden in ons bed te liggen, spiernaakt, éér wij kwamen. Mabel en ik stelden uit, stelden uit, langer dan een uur. Hij riep ons telkens en was erg geil. Mabel lag het eerst naast hem, ik bleef kranten lezen. Mijn hart begint fel te bonzen nu ik aan deze passage kom. Want wat volgt is een dieptepunt in mijn leven geweest, een moment van onzegbare ellende. (…) Ik draaide het licht uit en schoof naast hen. Rabah kuste ons beiden. Ik likte wat langs zijn tong, lusteloos en opeens ook verschrikkelijk beu van alles. Het licht was nog geen minuut uit of ze begonnen al. Inderdaad, ‘ze’. Ik walgde, ik wilde er niets meer mee te maken hebben. Ik sprong het bed uit, knipte het licht aan, wou wat kleren aantrekken om elders te gaan slapen. Maar toen ik ze zo bezig zag, Rabah op Mabel met haar dikke buik waarin mijn kind zit, werd ik dol. (…)”

 

 

Bekentenis

 

Met zoveel liefde heb ik van je gehouden
dat, nu ik bijna je vergeten ben,
het zeggen van je naam mij is gebleven
een liefkozing, waar ik dagen op kan leven.

En dit is de liefste herinnering:
hoe op het plein, een honinglied van linden,
vanuit de schaduw over witte straten
je aan kwam lopen. Speelse zomerwinden

sloegen de gele zijde van je kleed
tegen je ranke lichaam, en je ogen
waren van heimwee raadselig verwijd.
Hoevele zomers zijn sindsdien vervlogen.

Met zoveel liefde toch heb ik van je gehouden
dat, nu ik bijna je vergeten ben,
het een liefkozing der lippen is gebleven
je naam te zeggen als ik eenzaam ben.

 

 

 

Landelijke herfst

 

Wie niet, als wij, in het donkerst Europa
van deze eeuw, toen er geen enkele
uitkomst meer leek, jong zijn geweest,
en hebben liefgehad, zullen nooit beseffen

hoe wij ons klampten aan het klein geluk,
een sonnet, een spoortje van weelde,
wat druiven in een kristallen coupe, die scheurde
bij het overtrekken van bommenwerpers.

We wisten het waarachtig wel, we zagen
de dood dagelijks in vele vormen aan.
Of we ooit een toekomst zouden hebben
werd, gezien onze positie, steeds twijfelachtiger.

Mogelijk was de herfst daarom het verscheurendst:
alles ging dood en we hadden nog niet geleefd.

 

 

 

Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)

Lees meer...

19-10-12

Philip Pullman, Miguel Ángel Asturias, Fannie Hurst, Leigh Hunt

 

De Britse schrijver Philip Pullman werd geboren op 19 oktober 1946 in Norwich als zoon van een luchtmachtofficier. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Philip Pullman op dit blog.

 

Uit: Northern Lights

 

“After darkness had fallen, and when the stores and equipment had all been safely unloaded and stood in waiting on the quay, Farder Coram and Lyra walked along the waterfront and looked for Einarsson's Bar. They found it easily enough: a crude concrete shed with a red neon sign flashing irregularly over the door and the sound of loud voices through the condensation-frosted windows.

A pitted alley beside it led to a sheet-metal gate into a rear yard, where a lean-to shed stood crazily over a floor of frozen mud. Dim light through the rear window of the bar showed a vast pale form crouching upright and gnawing at a haunch of meat which it held in both hands. Lyra had an impression of blood-stained muzzle and face, small malevolent black eyes, and an immensity of dirty matted yellowish fur. As it gnawed, hideous growling, crunching, sucking noises came from it.

Farder Coram stood by the gate and called:

"Iorek Bymison!"

The bear stopped eating. As far as they could tell, he was looking at them directly, but it was impossible to read any expression on his face.

"Iorek Byrnison," said Farder Coram again. "May I speak to you?"

Lyra's heart was thumping hard, because something in the bear's presence made her feel close to coldness, danger, brutal power, but a power controlled by intelligence; and not a human intelligence, nothing like a human, because of course bears had no daemons. This strange hulking presence gnawing its meat was like nothing she had ever imagined, and she felt a profound admiration and pity for the lonely creature.
He dropped the reindeer leg in the dirt and slumped on all fours to the gate. Then he reared up massively, ten feet or more high, as if to show how mighty he was, to remind them how useless the gate would be as a barrier, and he spoke to them from that height.

'Well? Who are you?'

 

 

 

Philip Pullman (Norwich, 19 oktober 1946)

Lees meer...

David Vann

 

De Amerikaanse schrijver.David Vann werd geboren op 19 oktober 1966 op Adak Island,  Alaska. De eerste zes jaar van zijn leven bracht David Vann door in Ketchikan. Na de echtscheiding van zijn ouders leefde hij met zijn moeder en zijn zus in Californië. Toen David Vann dertien jaar oud was, pleegde zijn depressieve vader zelfmoord tijdens een telefoongesprek met Vanns stiefmoeder. De in veel opzichten tragische familiegeschiedenis van de Vanns (een moord, een handvol zelfmoorden, echtscheidingen en overspel) vormt een leidmotief in het werk van David Vann, te beginnen met zijn eerste boek, de semi-autobiografische verhalenbundel “Legend of a suicide.” Het kostte David Vann twaalf jaar om een uitgever te vinden voor Legend of a suicide. In deze periode werkte hij tien jaar als schipper op een zeilschip, een ervaring die hij verwerkte in “A Mile Down: The True Story of a Disastrous Career at Sea.”

David Vann heeft talrijke prijzen gewonnen: o. a. de Prix Medicis Etranger in Frankrijk (2010), de Premi Llibreter in Spanje (2011) en de Grace Paley Prize for Short Fiction (2007) in de VS. In 2011 verscheen zijn eerste roman “Caribou Island”, in 2012 opgevolgd door “Dirt” en in 2013 door “Goat Mountain”. Daarnaast publiceerde hij het non-fictie boek “Last Day on Earth. A Portrait of the NIU School Shooter” (2011), over de schietpartij door ex-student Steve Kazmierczak op Northern Illinois University. Vann schrijft ook voor tijdschriften als The Atlantic, Esquire en Outside en is werkzaam als docent creative writing aan de Universiteit van Warwick. Hij is woonachtig in Nieuw Zeeland.

 

Uit: Goat Mountain

 

“Kneeling on a mattress tied over the pickup bed, all the camping gear beneath. Northern California, 1978. Gripping through lurches and bends, the metal hot even in morning. Switchbacks up the mountain. I had a shoebox of rocks, and when we hit straight sections of road I'd grab a rock and huck it at a passing tree. The fling and bend, the stone thrown to the side, a thrumming sound, turning and chopping through thick air but swept forward by momentum. Forced off course, bent into an arc, swept forward beyond intent.

I had a feel already for that arc, prefiguring it, aiming well behind. Pumping a fist into the air whenever stone bit into flesh. The heavy thud over the growl of the engine, perhaps even a glimpse of bark torn free.

The sky coming down closer, the day heating, the air doubling and doubling again, pressing the smell from all things. Metal, exhaust, oil, dust, weeds, pines, and now a long stretch of dry yellow grass, a valley with sugar pines, a valley that meant we had entered a new land, away from the lake. Every fall this hunt, every fall this return.

We stopped at Bartlett Hot Springs. Pulled over into the momentary twilight of our own dust, my father not waiting for the air to clear, opening his door right away, stepping out a shadow tall and thin, shouldering his rifle. My father etched and luminous even in shadow, a thing set off from the rest of the earth, overly present.

From the other side of the cab, my grandfather stepped out carrying the lemons, and then my father's best friend, Tom, who had been crammed in the middle, always there from my earliest memories, same as family. Wearing glasses that caught a reflection as he looked up, even in this oblivion of dust. We're here, he said.

I hopped off my father's side of the pickup. Reached into the cab, behind the seat, for my own rifle, a .30-.30 Winchester lever-action carbine with a peep sight, cold metal, not yet heated by the day. No shoulder strap, so I carried it in my hand as I walked up toward the springs. The way I had been and always would be, I thought, hiking with this rifle low in my right hand, barrel tipped downward. Tilt of a needle, that rifle, tilt of the planet itself, sending me forward.”

 

 

 

David Vann (Adak Island, 19 oktober 1966)

19:12 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david vann, romenu |  Facebook |

18-10-12

Heinrich von Kleist, Rick Moody, Raymond Brulez, Kees Fens, Jan Erik Vold

 

De Duitse dichter en schrijver Heinrich von Kleist werd geboren op 18 oktober 1777 in Frankfurt an der Oder. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Heinrich von Kleist op dit blog.

 

Uit: Michael Kohlhaas

 

“Er ritt einst, mit einer Koppel junger Pferde, wohlgenährt alle und glänzend, ins Ausland, und überschlug eben, wie er den Gewinst, den er auf den Märkten damit zu machen hoffte, anlegen wolle: teils, nach Art guter Wirte, auf neuen Gewinst, teils aber auch auf den Genuß der Gegenwart: als er an die Elbe kam, und bei einer stattlichen Ritterburg, auf sächsischem Gebiete, einen Schlagbaum traf, den er sonst auf diesem Wege nicht gefunden hatte. Er hielt, in einem Augenblick, da eben der Regen heftig stürmte, mit den Pferden still, und rief den Schlagwärter, der auch bald darauf, mit einem grämlichen Gesicht, aus dem Fenster sah. Der Roßhändler sagte, daß er ihm öffnen solle. Was gibts hier Neues? fragte er, da der Zöllner, nach einer geraumen Zeit, aus dem Hause trat. Landesherrliches Privilegium, antwortete dieser, indem er aufschloß: dem Junker Wenzel von Tronka verliehen. – So, sagte Kohlhaas. Wenzel heißt der Junker? und sah sich das Schloß an, das mit glänzenden Zinnen über das Feld blickte. Ist der alte Herr tot? – Am Schlagfluß gestorben, erwiderte der Zöllner, indem er den Baum in die Höhe ließ. – Hm! Schade! versetzte Kohlhaas. Ein würdiger alter Herr, der seine Freude am Verkehr der Menschen hatte, Handel und Wandel, wo er nur vermochte, forthalf, und einen Steindamm einst bauen ließ, weil mir eine Stute, draußen, wo der Weg ins Dorf geht, das Bein gebrochen. Nun! Was bin ich schuldig? – fragte er; und holte die Groschen, die der Zollwärter verlangte, mühselig unter dem im Winde flatternden Mantel hervor. »Ja, Alter«, setzte er noch hinzu, da dieser: hurtig! hurtig! murmelte, und über die Witterung fluchte: »wenn der Baum im Walde stehen geblieben wäre, wärs besser gewesen, für mich und Euch«; und damit gab er ihm das Geld und wollte reiten. Er war aber noch kaum unter den Schlagbaum gekommen, als eine neue Stimme schon: halt dort, der Roßkamm! hinter ihm vom Turm erscholl, und er den Burgvogt ein Fenster zuwerfen und zu ihm herabeilen sah. Nun, was gibts Neues? fragte Kohlhaas bei sich selbst, und hielt mit den Pferden an. Der Burgvogt, indem er sich noch eine Weste über seinen weitläufigen Leib zuknüpfte, kam, und fragte, schief gegen die Witterung gestellt, nach dem Paßschein. – Kohlhaas fragte: der Paßschein? Er sagte ein wenig betreten, daß er, soviel er wisse, keinen habe; daß man ihm aber nur beschreiben möchte, was dies für ein Ding des Herrn sei: so werde er vielleicht zufälligerweise damit versehen sein.”

 

 

Heinrich von Kleist (18 oktober 1777 - 21 november 1811)

Cover

Lees meer...

In Memoriam Inge Lievaart

 

In Memoriam Inge Lievaart

 

 

De Nederlandse dichteres Inge Lievaart is maandag op 95-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Scheveningen. Ze was bekend van haar religieuze en mystieke gedichten. Inge Lievaart werd geboren op 14 april 1917 in Oosterend. Ze was, vanwege de vaak mystieke en religieuze boodschap van haar gedichten, vooral bekend in protestants-christelijke kringen. Zie ook alle tags voor Inge Lievaart op dit blog.

 

 

 

Wat steen was

 

Is er een diepere dood: mensen gaan dicht

voor elkaar kunnen geen kier meer open

harten zijn dicht voor God steen, in zichzelf besloten.

 

Is er nog leven dat breekt wel een

hamer zo hard een beitel zo scherp iemand die

iets er op weet?

 

Luister, een woord wekt het oor

Luister, wat steen was beweegt

Hij die aan ons zich

verloor open tot op het eind breekt

als de Levende door roepende tot men Hem kent.

 

 

 

Inge Lievaart (14 april 1917 – 15 oktober 2012)

18:27 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, inge lievaart, romenu |  Facebook |

17-10-12

Simon Vestdijk, Miguel Delibes, Georg Büchner, Arthur Miller, Nel Noordzij

De Nederlandse schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

 

Uit: De kellner en de levenden

 

‘Gezichtsbedrog,’ glimlachte de tandarts, ‘een knappe truc. De moderne techniek staat voor niets. Later stonden ze weer op de gewone plaats, herinnert u zich maar... Misschien heeft u aan de Openbaring gedacht; maar daarin staat wèl geschreven, dat er geen nacht meer zal zijn, maar niets over de tijd. Ik ben natuurlijk geen autoriteit, al beschouw ik mezelf als tamelijk bijbelvast... Dominee, kunt u

ons ook zeggen of er in de Openbaring iets over de tijd staat: dat die er niet meer zijn zal, of stilgezet is, of iets van dien aard?’
‘Maar wat ik zeggen wou; dat-er-geen-tijd-meer-zal-zijn, - waar staat dat beschreven, meneer Veenstra?’
‘In de Bijbel toch zeker?’
‘Mij niets van bekend. We zouden dit aan onze dominee moeten vragen, het is niet mijn bedoeling om eh... Hm... U doelt waarschijnlijk
op Mattheüs 24, maar daarin staat niets over de tijd; wel over de voleinding der wereld, en oorlogen, en verduistering der zon, en de sterren die van de hemel zullen vallen, en een bazuin met groot geluid, en natuurlijk de komst van Christus...’
‘En hebben we die sterren soms niet gezien? In die grote zaal met al die boeken?’
‘Gezichtsbedrog,’ glimlachte de tandarts, ‘een knappe truc. De moderne techniek staat voor niets. Later stonden ze weer op de gewone
plaats, herinnert u zich maar... Misschien heeft u aan de Openbaring gedacht; maar daarin staat wèl geschreven, dat er geen nacht meer zal zijn, maar niets over de tijd. Ik ben natuurlijk geen autoriteit, al beschouw ik mezelf als tamelijk bijbelvast... Dominee, kunt u

ons ook zeggen of er in de Openbaring iets over de tijd staat: dat die er niet meer zijn zal, of stilgezet is, of iets van dien aard?’
Met inspanning van al zijn krachten richtte dominee Van der Woght zich op uit de dodelijke vermoeidheid, die hem nog steeds

gekluisterd hield. Werktuiglijk glimlachte hij zijn mooie oude-mannenglimlach, en wijd sperden zijn fletsblauwe ogen zich open, als om te zien, te weten, zich te herinneren wat hij vroeger geweten had. Voor ieder was het duidelijk, dat op dit moment de Openbaring voor hem een boek was met evenveel zegelen gesloten als het boek, waarvan in de Openbaring wordt gerept”.

 

 

Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)

Lees meer...

Booker Prize voor Hilary Mantel

 

Booker Prize voor Hilary Mantel

 

De Britse schrijfster Hilary Mantel heeft dinsdag voor de tweede keer de literaire Booker Prize gewonnen. Zij krijgt de prijs voor Bring Up the Bodies.Hilary Mary Mantel werd op 6 juli 1952 als Hilary Mary Thompson in Glossop, Derbyshire, geboren. Zie ook alle tags voor Hilary Mantel op dit blog.

 

Uit: Bring Up the Bodies

 

“His children are falling from the sky. He watches from horse-back, acres of England stretching behind him; they drop, gilt-winged, each with a blood-filled gaze. Grace Cromwell hovers in thin air. She is silent when she takes her prey, silent as she glides to his fist. But the sounds she makes then, the rustle of feathers and the creak, the sigh and riffle of pinion, the small cluck-cluck from her throat, these are sounds of recognition, intimate, daughterly, almost disapproving. Her breast is gore-streaked and flesh clings to her claws.

Later, Henry will say, 'Your girls flew well today'. The hawk Anne Cromwell bounces on the glove of Rafe Sadler, who rides by the king in easy conversation. They are tired; the sun is declining, and they ride back to Wolf Hall with the reins slack on the necks of their mounts. Tomorrow his wife and two sisters will go out. These dead women, their bones long sunk in London clay, are now transmigrated. Weightless, they glide on the upper currents of the air. They pity no one. They answer to no one.

Their lives are simple. When they look down they see nothing but their prey, and the borrowed plumes of the hunters: they see a flittering, flinching universe, a universe filled with their dinner. All summer has been like this, a riot of dismemberment, fur and feather flying; the beating off and the whipping in of hounds, coddling of tired horses, the nursing, by the gentlemen, of contusions, sprains and blisters. And for a few days at least, the sun has shone on Henry. Sometime before noon, clouds scudded in from the west and rain fell in big scented drops; but the sun re-emerged with a scorching heat, and now the sky is so clear you can see into Heaven and spy on what the saints are doing.”

 

 

Hilary Mantel (Glossop, 6 juli 1952)

16-10-12

85 Jaar Günter Grass, Oscar Wilde, Guðbergur Bergsson, Eugene O’Neill, Gustaaf Peek

 

85 Jaar Günther Grass

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk, Polen) op 16 oktober 1927. Günther Grass viert vandaag zijn 85e verjaardag. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Grass op dit blog.

 

Uit: Die Blechtrommel

 

“Zugegeben: ich bin Insasse einer Heil- und Pflegeanstalt, mein Pfleger beobachtet mich, läßt mich kaum aus dem Auge; denn in der Tür ist ein Guckloch, und meines Pflegers Auge ist von jenem Braun, welches mich, den Blauäugigen, nicht durchschauen kann.

Mein Pfleger kann also gar nicht mein Feind sein. Liebgewonnen habe ich ihn, erzähle dem Gucker hinter der Tür, sobald er mein Zimmer betritt, Begebenheiten aus meinem Leben damit er mich trotz des ihn hindernden Guckloches kennenlernt. Der Gute scheint meine Erzählungen zu schätzen, denn sobald ich ihm etwas vorgelegen habe, zeigt er mir, um sich erkenntlich zu geben, sein neuestes Knotengebilde. Ob er ein Künstler ist, bleibe dahingestellt. Eine Ausstellung seiner Kreationen würde

jedoch von der Presse gut aufgenommen werden, auch einige Käufer herbeilocken. Er knotet ordinäre Bindfäden, die er nach den Besuchsstunden in den Zimmern seiner Patienten sammelt und entwirrt, zu vielschichtig verknorpelten Gespenstern, taucht diese dann in Gips, läßt sie erstarren und spießt

sie mit Stricknadeln, die auf Holzsöckelchen befestigt sind.

Oft spielt er mit dem Gedanken, seine Werke farbig zu gestalten. Ich rate davon ab, weise auf mein weißlackiertes Metallbett hin und bitte ihn, sich dieses vollkommenste Bett bunt bemalt vorzustellen. Entsetzt schlägt er dann seine Pflegerhände über dem Kopf zusammen, versucht in etwas zu starrem Gesicht allen Schrecken gleichzeitig Ausdruck zu geben und nimmt Abstand von seinen farbigen Plänen.

Mein weißlackiertes metallenes Anstaltsbett ist also ein Maßstab. Mir ist es sogar mehr: mein Bett ist das endlich erreichte Ziel, mein Trost ist es und könnte mein Glaube werden, wenn mir die Anstaltsleitung erlaubte, einige Änderungen vorzunehmen: das Bettgitter möchte ich erhöhen lassen,

damit mir niemand mehr zu nahe tritt...”

 

 

Günter Grass (Danzig, 16 oktober 1927)

Lees meer...

15-10-12

A. F.Th. van der Heijden, Boualem Sansal, Friedrich Nietzsche

 

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

 

Uit: Tonio

 

“Er was die keer dat hii voor me uit de trap afdaalde, terwijl hij lachend iets over zijn schouder zei. Halverwege stond hij opeens stil, zodat ik tegen hem op botste.

'Dat ik dat toch ooit geweest ben.'

Op ooghoogte hing tegen de muur van de overloop zrjn portret als kaalhoofdige zuigeling, in een gestreept rompertje dwars in

zijn ledikant liggend, met boven zich kleurige houten ringen waaraan hij zich nog moest leren optrekken. Hij keek schuins in

de camera, happend in het dons.

Tonio schudde zijn hoofcl, alsof het een onbezonnen keuze betrof 'dat daar ooit te zqn geweest'. Jaren eerder had ik in mijn dagboek

genoteerd dat hij, net zo ongelovig zijn hoofd schuddend, had gezegd: 'Dat ik toch ooit dood zaI gaan.'

(…)

 

Soms wil ik hem heel dicht tegen me aan houden. De gedachte doet zich meestal voor als ik in bed lig te lezen, en zomaar opeens mijn boek ter zijde leg. Kom maar, zeg ik dan geluidloos. Kom maar, Tonio, onder het dek. Ik zal je warm houden.
Zijn lichaam is willoos, slap, maar niet koud. Het is de Tonio die na de aanrijding op het plaveisel heeft gelegen, een half etmaal voor zijn dood. De inzittenden van de rode Suzuki Swift staan buiten de auto, en durven niet naar het verderop neergekwakte lijf te kijken. De sirenes van politie en ambulance zijn nog niet hoorbaar. Het blauwe geflakker van de zwaailichten moet nog komen. Het is dan dat ik hem opraap en naar mijn bed draag, waarvan ik het dek opensla.
Kom maar. Dicht tegen me aan. Dat zal je warm houden. Ze komen zo om je beter te maken.”

 

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

Lees meer...

Michail Lermontov, Italo Calvino, Tessa de Loo

 

De Russische dichter en schrijver Michail Joerjevitsj Lermontov werd geboren op 15 oktober 1814 in Moskou. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michail Lermontov op dit blog.

 

 

The Cross On the Rock

 

I know a rock in a highland's ravine,

On which only eagles might ever be seen,

But a black wooden cross o'er a precipice reigns,

It rots and it ages from tempests and rains.

 

And many years have gone without any hints,

From times when it was seen from faraway hills.

And its every arm is raised up to the sky,

As if catching clouds or going to fly.

 

Oh, if I were able to rise there and stay,

Then how I'd cry there and how I'd pray;

And then I would throw off real life's chains

And live as a brother of tempests and rains!

 

 

 

Requiem

1831

 

There is a blest place: by the trace

In wilderness, in a little glade’s middle,

Where in the eve, mists twine and bristle

In moony silver’s easy lace…

My friend! You know that glade, fair;

There dig a pit and let me rest,

When I will cease to breathe in air.

 

Give to that grave a good regard --

Let all be legally there settled

Raise on the grave a cross of maple,

And place a stone, wild and hard.

When thunderstorms will shake the forest,

The traveler will see my cross;

Maybe, the stone and the moss

Will give to him a rest at most.

 

 

 

Vertaald door Yevgeny Bomver

 

 

 



Michail Lermontov (15 oktober 1814 - 27 juli 1841)

Zelfportret, 1837

Lees meer...

14-10-12

E. E. Cummings, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

 

 

if you like my poems let them

 

if you like my poems let them
walk in the evening,a little behind you

then people will say
"Along this road i saw a princess pass
on her way to meet her lover(it was
toward nightfall)with tall and ignorant servants."

 

 

 

my father moved through dooms of love


my father moved through dooms of love
through sames of am through haves of give,
singing each morning out of each night
my father moved through depths of height

this motionless forgetful where
turned at his glance to shining here;
that if(so timid air is firm)
under his eyes would stir and squirm

newly as from unburied which
floats the first who,his april touch
drove sleeping selves to swarm their fates
woke dreamers to their ghostly roots

and should some why completely weep
my father's fingers brought her sleep:
vainly no smallest voice might cry
for he could feel the mountains grow.

Lifting the valleys of the sea
my father moved through griefs of joy;
praising a forehead called the moon
singing desire into begin

joy was his song and joy so pure
a heart of star by him could steer
and pure so now and now so yes
the wrists of twilight would rejoice

keen as midsummer's keen beyond
conceiving mind of sun will stand,
so strictly(over utmost him
so hugely) stood my father's dream

his flesh was flesh his blood was blood:
no hungry man but wished him food;
no cripple wouldn't creep one mile
uphill to only see him smile.

Scorning the Pomp of must and shall
my father moved through dooms of feel;
his anger was as right as rain
his pity was as green as grain

septembering arms of year extend
yes humbly wealth to foe and friend
than he to foolish and to wise
offered immeasurable is

proudly and(by octobering flame
beckoned)as earth will downward climb,
so naked for immortal work
his shoulders marched against the dark

his sorrow was as true as bread:
no liar looked him in the head;
if every friend became his foe
he'd laugh and build a world with snow.

My father moved through theys of we,
singing each new leaf out of each tree
(and every child was sure that spring
danced when she heard my father sing)

then let men kill which cannot share,
let blood and flesh be mud and mire,
scheming imagine,passion willed,
freedom a drug that's bought and sold

giving to steal and cruel kind,
a heart to fear,to doubt a mind,
to differ a disease of same,
conform the pinnacle of am

though dull were all we taste as bright,
bitter all utterly things sweet,
maggoty minus and dumb death
all we inherit,all bequeath

and nothing quite so least as truth
--i say though hate were why men breathe--
because my Father lived his soul
love is the whole and more than all

 

 

 

E. E. Cummings (14 oktober 1894 - 3 september 1962)

Self-portrait with sketchpad, 1939

Lees meer...